ad blue Peugeot 208 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: 208, Model: Peugeot 208 2020Pages: 260, PDF Size: 6.53 MB
Page 168 of 260

166
Praktische informatie
van meer dan 50 km/h hebt gereden, moet u
een 0,3 bar (30 kPa) hogere bandenspanning
ten opzichte van de op de sticker aangegeven
waarden aanhouden.
Een te lage bandenspanning leidt ook tot
een hoger brandstofverbruik. Een
onjuiste bandenspanning veroorzaakt
vroegtijdige slijtage van de banden en heeft
een negatieve invloed op het weggedrag van
de auto. Kans op een ongeval!
Het rijden met versleten of beschadigde
banden vermindert de remwerking en heeft
een negatieve invloed op het weggedrag. Het
wordt aanbevolen om regelmatig de staat van
de banden (profiel en wangen) en velgen te
inspecteren en te controleren of de banden over
een ventieldop beschikken.
Als de slijtage-indicatoren niet meer onder
het loopvlakprofiel liggen, is de diepte van de
groeven minder dan 1,6 mm. De banden moeten
worden vervangen.
Het gebruik van wielen en banden in een andere
maat dan gespecificeerd kan van invloed zijn op
de levensduur van de banden, het draaien van
de banden, de bodemvrijheid en de waarde op
de snelheidsmeter, en kan een nadelig effect op
de wegligging hebben.
Gebruik altijd dezelfde banden op de voor-
en achteras, anders kan het elektronische
stabiliteitsprogramma (ESP) niet meer op het
juiste moment ingrijpen.
SchokdempersHet is voor bestuurders lastig om te weten
wanneer de schokdempers zijn versleten.
Schokdempers hebben echter wel een
grote invloed op de wegligging en de
remprestaties.
Voor uw veiligheid en rijcomfort raden wij u aan
om ze regelmatig door een PEUGEOT-dealer of
gekwalificeerde werkplaats te laten controleren.
Distributie- en
accessoiresets
Distributie- en accessoiresets worden
gebruikt vanaf het moment dat de motor
wordt gestart totdat de motor wordt
afgezet. Het is normaal dat ze in de loop der tijd
slijten.
Een defecte distributie- of accessoireset kan
schade aan de motor veroorzaken, waardoor
deze niet meer kan worden gebruikt. Houd u
aan de aanbevolen vervangingsintervallen,
aangegeven in kilometers of tijd, afhankelijk van
welke als eerste wordt bereikt.
AdBlue® (BlueHDi)
Om het milieu zo min mogelijk te belasten en
om aan de nieuwe Euro 6-norm te voldoen,
heeft PEUGEOT ervoor gekozen zijn auto's met
dieselmotor te voorzien van een systeem waarbij
het roetfilter (FAP) wordt gecombineerd met een
SCR-systeem (Selective Catalytic Reduction)
voor de behandeling van de uitlaatgassen
zonder dat de prestaties veranderen of het
brandstofverbruik toeneemt.
SCR-systeem SCR
Met behulp van een vloeistof die AdBlue® wordt
genoemd en ureum bevat, kan een katalysator
tot 85% van de stikstofoxide (NOx) omzetten in
stikstof en water (deze stoffen zijn niet schadelijk
voor de gezondheid en het milieu).
De AdBlue® bevindt zich in een specifiek
reservoir van ongeveer 15 liter.
Met deze inhoud kan de auto ongeveer 9.000 km
rijden, waarbij uw rijstijl ook een grote invloed
op deze afstand heeft.
Wanneer u met de resterende hoeveelheid
nog maximaal ongeveer 2.400 km kunt rijden
totdat het reservoir helemaal leeg is en de auto
niet meer kan worden gestart, wordt er een
waarschuwingssysteem geactiveerd.
Zie de betreffende hoofdstukken voor
meer informatie over de
waarschuwings- en controlelampjes en
bijbehorende waarschuwingen of de lampjes.
Als het AdBlue®-reservoir leeg is, zorgt
een wettelijk verplicht systeem ervoor dat
de motor niet meer kan worden gestart.
Als het SCR-systeem niet goed werkt,
stoot de auto te veel schadelijke stoffen
uit, waardoor hij niet meer aan de Euro
6-emissienorm voldoet.
Wanneer er een storing in het SCR-systeem
wordt geconstateerd, is het essentieel om
contact op te nemen met een PEUGEOT-
dealer of gekwalificeerde werkplaats.
Na 1.100 km wordt er automatisch een
voorziening geactiveerd die voorkomt dat de
motor kan starten.
In beide gevallen geeft een
actieradiusindicator aan hoever u nog kunt
rijden voordat de auto wordt stilgezet.
Bevriezing van AdBlue®
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager
dan ongeveer -11 °C.
Het SCR-systeem is voorzien van een
verwarmingssysteem voor het AdBlue
®-
reservoir waardoor u ook in zeer koude
omstandigheden kunt blijven rijden.
Verkrijgbaarheid van
AdBlue
®
Het is raadzaam om zo snel mogelijk AdBlue® bij
te vullen zodra de eerste waarschuwing wordt
gegeven dat het minimumniveau is bereikt.
Page 169 of 260

167
Praktische informatie
7Als het AdBlue®-reservoir leeg is, zorgt
een wettelijk verplicht systeem ervoor dat
de motor niet meer kan worden gestart.
Als het SCR-systeem niet goed werkt,
stoot de auto te veel schadelijke stoffen
uit, waardoor hij niet meer aan de Euro
6-emissienorm voldoet.
Wanneer er een storing in het SCR-systeem
wordt geconstateerd, is het essentieel om
contact op te nemen met een PEUGEOT-
dealer of gekwalificeerde werkplaats.
Na 1.100 km wordt er automatisch een
voorziening geactiveerd die voorkomt dat de
motor kan starten.
In beide gevallen geeft een
actieradiusindicator aan hoever u nog kunt
rijden voordat de auto wordt stilgezet.
Bevriezing van AdBlue®
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager
dan ongeveer -11 °C.
Het SCR-systeem is voorzien van een
verwarmingssysteem voor het AdBlue
®-
reservoir waardoor u ook in zeer koude
omstandigheden kunt blijven rijden.
Verkrijgbaarheid van
AdBlue
®
Het is raadzaam om zo snel mogelijk AdBlue® bij
te vullen zodra de eerste waarschuwing wordt
gegeven dat het minimumniveau is bereikt.
Om ervoor te zorgen dat het SCR-
systeem correct werkt:
– Gebruik uitsluitend AdBlue® die aan de
norm ISO 22241 voldoet.
– Als de AdBlue® niet in de originele
verpakking wordt bewaard, verliest het zijn
zuiverheid.
– Verdun de AdBlue® nooit met water.
AdBlue
® is verkrijgbaar bij het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Voorschriften voor opslag
AdBlue® bevriest bij temperaturen lager dan
ongeveer -11°C en verliest zijn kwaliteit bij
temperaturen vanaf +25°C. Het is raadzaam
de flacons en jerrycans koel en buiten direct
zonlicht te bewaren.
Onder deze omstandigheden is de vloeistof ten
minste één jaar houdbaar.
Als de vloeistof bevroren is geweest, kan
deze weer worden gebruikt nadat deze bij
kamertemperatuur volledig is ontdooid.
Bewaar de flacons of jerrycans AdBlue®
niet in uw auto.
Gebruiksvoorschriften
AdBlue® is een oplossing op ureumbasis.
Deze vloeistof is niet ontvlambaar, kleurloos
en geurloos (indien de vloeistof koel wordt
bewaard).
Als de vloeistof in contact komt met de huid,
moet u de huid wassen met kraanwater en zeep.
Als de vloeistof in de ogen komt, spoel de ogen
dan onmiddellijk en grondig gedurende ten
minste 15 minuten met kraanwater of met een
oogspoelmiddel. Raadpleeg een arts bij een
blijvend branderig gevoel of blijvende irritatie.
Als AdBlue wordt ingeslikt, spoel de mond dan
met schoon water en drink vervolgens een ruime
hoeveelheid water.
Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld
bij een hoge omgevingstemperatuur) kan het
risico van het vrijkomen van ammoniakdampen
niet worden uitgesloten: adem deze niet in.
Dampen met ammoniak werken irriterend op de
slijmvliezen (ogen, neus en keel).
Bewaar AdBlue® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon.
Procedure
Controleer voordat u gaat bijvullen of de auto op
een vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger is dan
-11°C. Als het kouder is, bevriest de AdBlue
®
waardoor u het niet in het reservoir kunt gieten.
Laat de auto enkele uren op een warmere plaats
staan en vul vervolgens het reservoir bij.
Giet nooit AdBlue® in de brandstoftank.
Page 170 of 260

168
Praktische informatie
Als er AdBlue® op de carrosserie of op
een andere plaats is gemorst, spoel het
dan onmiddellijk weg met koud water of veeg
het weg met een vochtige doek.
Gekristalliseerde vloeistof moet worden
verwijderd met een spons en warm water.
Belangrijk: als u AdBlue hebt bijgevuld
nadat het reservoir leeg is geraakt,
moet u ongeveer 5 minuten wachten voordat
u het contact weer inschakelt, zonder de
deur aan bestuurderszijde te openen, de
auto te vergrendelen, de sleutel in het
contactslot te steken of de sleutel van het
Keyless entry and start-systeem in het
interieur te brengen.
Zet vervolgens het contact aan en start na 10
seconden de motor.
► Zet het contact af en verwijder de sleutel uit het contactslot om de motor af te zetten.
of
► Druk bij uitvoeringen met Keyless entry and
start op de knop "START/STOP" om de motor af
te zetten.
► Draai de blauwe dop van het AdBlue®-
reservoir een 6e slag linksom en verwijder de
dop.
► Bij een verpakking AdBlue®: wanneer
u de uiterste houdbaarheidsdatum hebt
gecontroleerd, moet u de instructies op het etiket
zorgvuldig lezen voordat u de inhoud van de
verpakking in het AdBlue-reservoir van de auto
giet.
► Bij een AdBlue®-pomp: steek het vulpistool in
het reservoir en blijf tanken totdat het vulpistool
afslaat.
Giet het AdBlue® reservoir niet te vol:– Vul 10 tot 13 liter bij met behulp van AdBlue®-verpakkingen.– Stop met bijvullen als het vulpistool voor het eerst afslaat als u bij een tankstation
tankt.
Het systeem kan alleen hoeveelheden van 5
liter AdBlue
® of meer registreren.
Als het AdBlue®-reservoir helemaal leeg
is, wat wordt bevestigd met de melding
“Bijvullen AdBlue: Starten niet mogelijk”, dan moet u minimaal 5 liter bijvullen.
Activeren van de vrijloop
In bepaalde situaties moet de vrijloop van de
auto worden geactiveerd (bijvoorbeeld bij het
slepen, op een rollenbank, in een automatische
wasstraat of bij vervoer over het spoor of op een
veerboot).
De procedure hiervoor is afhankelijk van het type
transmissie en parkeerrem.
Met handbediende
versnellingsbak of
automatische transmissie
EAT6 en elektrische
parkeerrem
/
Procedure voor het activeren van de
vrijloop
► Zet met draaiende motor en ingetrapt rempedaal de versnellingspook/selectiehendel in
de neutraalstand.
► Houd het rempedaal ingetrapt en zet het contact uit.► Laat het rempedaal los en zet het contact weer aan.
► Trap het rempedaal in en duw tegen de hendel om de parkeerrem vrij te zetten.► Laat het rempedaal los en zet het contact uit.
Terug naar de normale werking
► Houd het rempedaal ingetrapt en start de motor.
Met automatische
transmissie EAT8 en
handbediende parkeerrem
/
Procedure voor het activeren van de
vrijloop
► Selecteer stand N terwijl de auto stilstaat en
de motor draait, en zet het contact uit.
Binnen 5 seconden:
► Zet het contact weer aan.► Houd het rempedaal ingetrapt en duw de selectiehendel naar voren of naar achteren om
stand N te bevestigen.
► Zet het contact af.Als de limiet van 5 seconden wordt
overschreden, schakelt de transmissie stand P
in; u moet de procedure dan opnieuw volgen.
Terug naar de normale werking
► Druk op toets P op de selectiehendel.
Page 173 of 260

171
In geval van pech
8Gevarendriehoek
Voordat u uit de auto stapt om de
gevarendriehoek uit te vouwen en te
plaatsen moet u om veiligheidsredenen
de alarmknipperlichten inschakelen en uw
reflecterende veiligheidsvest aantrekken.
Uitvouwen en plaatsen van
de gevarendriehoek
Zie de bovenstaande afbeelding voor
uitvoeringen met een originele gevarendriehoek.
Raadpleeg bij andere gevarendriehoeken
de instructies voor het uitvouwen in de
gebruiksaanwijzing van de gevarendriehoek.
► Plaats de gevarendriehoek achter de auto, houd u daarbij aan de ter plaatse geldende
regels.
Brandstoftank leeg
(diesel)
Bij een auto met een dieselmotor moet
in geval van een lege brandstoftank het
brandstofsysteem worden ontlucht.
Voordat u begint met het ontluchten van het
systeem, is het van groot belang om minimaal 5
liter diesel in de brandstoftank te gieten.
Raadpleeg het betreffende gedeelte voor
meer informatie over tanken en de
tankbeveiliging (diesel) .
Bij niet-BlueHDi-uitvoeringen bevinden de
onderdelen van het brandstofsysteem zich in de
motorruimte, mogelijk onder de verwijderbare
afdekking.
Raadpleeg het betreffende gedeelte voor
meer informatie over de motorruimte,
en met name de plaats van deze onderdelen
onder de motorkap.
1.5 BlueHDi-motoren
► Zet het contact aan (zonder de motor te starten).► Wacht ongeveer 1 minuut en zet het contact af.► Start de motor .Als de motor niet direct aanslaat, beëindig dan
uw startpoging en herhaal de procedure.
1.6 HDi-motoren
► Open de motorkap en maak indien nodig de sierkap los om de handopvoerpomp te kunnen
bereiken.
► Bedien de handopvoerpomp totdat u weerstand voelt (de eerste keer indrukken
kan zwaar zijn).
► Bedien de startmotor om de motor te starten (als de motor niet gelijk aanslaat, wacht dan
ongeveer 15 seconden voordat u het opnieuw
probeert).
► Als de motor na meerdere pogingen niet aanslaat, bedien dan de handopvoerpomp en
vervolgens de startmotor opnieuw.
► Breng de sierkap aan, klem deze vast en sluit de motorkap.
Boordgereedschap
Gereedschapsset die bij de auto wordt geleverd.
De samenstelling ervan is afhankelijk van de
uitrusting van uw auto:
– Bandenreparatieset.
– Reservewiel.
Toegang tot het
gereedschap
Afhankelijk van de uitvoering is het
boordgereedschap opgeborgen in een tas op de
mat van de bagageruimte of in een opbergvak
onder de mat van de bagageruimte.
Page 198 of 260

196
Technische gegevens
Motoren en aanhangergewichten - Diesel
Motoren1.5 BlueHDi 100
S&S 1.5 BlueHDi 130
S&S 1.6 HDi 90
Versnellingsbak/transmissie BVM6
(Handgeschakeld, 6 versnellingen) EAT8
Automatisch, 8 versnellingen) BVM5
(Handgeschakeld, 5 versnellingen)
Codes DV5RD MB6 STTDV5RC ATN8 STT DV6D BE4DV6DM BE4
Modelcodes:
UB... YHYJ
YHZR 9HPA9HPA
Cilinderinhoud (cc) 1499149915601560
Max. vermogen: EC-standaard (kW) 73966868
Brandstof DieselDieselDieselDiesel
Aanhanger geremd (binnen max. toelaatbaar
treingewicht) (kg)
helling max. 10 % of 12 % 1200
1200 -500
Aanhanger ongeremd (kg) 580620 -500
Maximale kogeldruk (kg) 5555 -55
Elektromotor
Modelcodes:
UH... ZKXZ
Aanhanger geremd (binnen max. toelaatbaar treingewicht) (kg)
helling max. 10 % of 12 % 0
Aanhanger ongeremd (kg) 0
Maximale kogeldruk (kg) 0
Elektromotor
Technologie Synchroon met permanente magneten
Max. vermogen: EC-standaard (kW) 100
Tractiebatterij
Technologie Lithium-ion
Geïnstalleerde capaciteit (kWh) 50
Laden via een normaal stopcontact
Wisselstroom (V AC)
Stroomsterkte (A) 230 (eenfasestroom)
8 of 16.
Versneld laden
Wisselstroom (V AC)
Stroomsterkte (A) 230 (eenfase- of driefasenstroom)
16 of 32.
Snelladen
Gelijkstroom (V DC) 400
Page 201 of 260

199
Touchscreen met BLUETOOTH-audiosysteem
10Touchscreen met BLUETOOTH-
audiosysteem
Multimedia audiosysteem
- Bluetooth
®-telefoon
De functies en de instellingen die worden
beschreven, verschillen afhankelijk van
de uitvoering van de auto en de configuratie.
Om veiligheidsredenen en omdat deze
handelingen de aandacht van de
bestuurder vereisen, moeten deze
handelingen worden uitgevoerd wanneer de
auto stilstaat en het contact is ingeschakeld:
– De smartphone in de Bluetooth-modus koppelen met het systeem.– De smartphone gebruiken.
– De systeeminstellingen en de configuratie wijzigen.
Het systeem is zodanig beveiligd dat het
uitsluitend in de auto functioneert.
De melding Eco-modus wordt weergegeven
wanneer het systeem in de betreffende
modus wordt gezet.
De eerste stappen
Als u bij draaiende motor op de knop drukt, wordt het geluid onderbroken.
Als u bij afgezet contact op de knop drukt, wordt
het systeem ingeschakeld.
Verhogen of verlagen van het volume met de rolknop aan de linkerkant.Druk op deze toets op het touchscreen
om toegang tot de menu's te krijgen.
Druk op de pijl Terug om één niveau terug te
gaan.
Gebruik voor het schoonmaken van het
scherm een niet-schurende zachte doek
(bijvoorbeeld een brillendoekje), zonder
schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet aan met scherpe
voorwerpen.
Raak het scherm niet aan met natte vingers.
Bepaalde informatie wordt permanent
weergegeven in de bovenste balk van het
touchscreen:
– Informatie over de airconditioning (afhankelijk van de uitvoering).– Bluetooth-verbinding– Indicatie van het delen van locatiegegevens.Selecteer de audiobron:– FM/AM/DAB-radiozenders (afhankelijk van de uitrusting).– Telefoon verbonden via Bluetooth en multimedia-uitzending via Bluetooth (streaming).– USB-stick.– Via de AUX-aansluiting aangesloten mediaspeler (afhankelijk van de uitrusting).
Als het zeer warm is, kan het geluidsvolume worden beperkt om het
systeem te beschermen. Het systeem kan
gedurende ten minste 5 minuten stand-by
(scherm en geluid uitgeschakeld) worden
gezet.
Zodra de temperatuur in het interieur is
gezakt, werkt het systeem weer normaal.
Stuurkolomschakelaars
Bedieningsfuncties op het
stuurwiel - Type 1
Radio:Vorige/volgende voorkeuzezender
selecteren.
Page 202 of 260

200
Touchscreen met BLUETOOTH-audiosysteem
Media
Selecteer een audiobron.
Telefoon
Verbind een mobiele telefoon via Bluetooth®.
Vorige/volgende item van een menu of lijst selecteren.
Media:
Vorig/volgend nummer selecteren.
Vorige/volgende item van een menu of lijst
selecteren.
Radio:Kort indrukken: zenderlijst weergeven.
Lang indrukken: zenderlijst bijwerken.
Media:
Kort indrukken: bestandsoverzicht weergeven.
Lang indrukken: sorteermogelijkheden
weergeven.
Kort indrukken: geluidsbron wijzigen (radio, USB-aansluiting, AUX-ingang
indien draagbaar apparaat is aangesloten,
CD-speler, audiostreaming).
Lang indrukken: weergave van de
gesprekkenlijst.
Kort indrukken tijdens een inkomende oproep:
oproep aannemen.
Kort indrukken tijdens een gesprek: het gesprek
beëindigen.
Een selectie bevestigen.
Geluidsvolume verhogen.
Geluidsvolume verlagen.
Geluid onderbreken/weer inschakelen door het gelijktijdig indrukken van de
volumetoetsen.
Bedieningsfuncties op het
stuurwiel - Type 2
Gesproken commando's:
Deze toets bevindt zich op het stuurwiel
of op het uiteinde van de lichtschakelaar
(afhankelijk van de uitvoering).
Kort indrukken: gesproken commando’s voor de
smartphone via het systeem.
Verhogen van het geluidsvolume.
Verlagen van het geluidsvolume.
Geluid onderbreken door tegelijkertijd op
de toetsen voor het verhogen en verlagen van
het geluidsvolume te drukken (afhankelijk van de
uitrusting).
Geluidsweergave weer inschakelen door op één
van de twee volumetoetsen te drukken.
Veranderen van multimediabron.
Kort indrukken: weergave van de
gesprekkenlijst.
Kort indrukken tijdens inkomend gesprek:
gesprek aannemen.
Lang indrukken tijdens inkomend gesprek:
gesprek weigeren.
Kort indrukken tijdens een gesprek: het gesprek
beëindigen.
Radio (draaien): vorige/volgende
voorkeuzezender. Media (draaien): vorige/volgende nummer,
scrollen door lijsten.
Kort indrukken: bevestigen van een selectie.
Indien niets geselecteerd: toegang tot
voorkeuzezenders.
Radio: weergeven van de zenderlijst.
Media: weergeven van de tracklijst.
Menu's
Radio
Selecteer een radiozender.
Page 203 of 260

201
Touchscreen met BLUETOOTH-audiosysteem
10Media
Selecteer een audiobron.
Telefoon
Verbind een mobiele telefoon via Bluetooth®.
Rijden
Schakel bepaalde voertuigfuncties in of uit, of configureer deze (afhankelijk van
de uitrusting/uitvoering).
Instellingen
Stel de geluidsinstellingen (balans, sfeer, enz.), de weergave (taal, eenheden,
datum, tijd, enz.) in of configureer het systeem
(privacy).
Airconditioning/verwarming
Afhankelijk van de uitrusting/afhankelijk van de
uitvoering.
Stel de instellingen voor temperatuur en de luchtstroom in.
Radio
Selecteren van de
frequentieband
Druk op het menu "Radio".
Druk op de toets “SOURCE”.
Selecteer de frequentieband: Selecteer,
afhankelijk van de uitvoering, FM, AM of DAB.
Een radiozender selecteren
Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Of
Page 204 of 260

202
Touchscreen met BLUETOOTH-audiosysteem
Via "multiplex/bundels" kunt u kiezen uit radiozenders die op alfabetische volgorde zijn
gerangschikt.
Druk op het menu "Radio".
Druk op de toets “SOURCE”.
Selecteer in de lijst met beschikbare
audiobronnen " DAB-radio".
Inschakelen Volgen
FM-DAB.
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal zwak is, kunt u met
"Volgen FM-DAB" dezelfde zender blijven
beluisteren doordat het systeem automatisch
overschakelt op de desbetreffende analoge
"FM"-zender (indien beschikbaar).
Druk op de toets "Radio-instellingen ".
Activeer "DAB-FM”.
Als "Volgen FM-DAB" is geactiveerd, kan
er sprake zijn van een vertraging van
enkele seconden als het systeem
overschakelt op de analoge "FM"-radiozender
en kan het geluidsvolume soms veranderen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal weer
goed is, schakelt het systeem automatisch
weer over op "DAB".
Als de DAB-zender waarnaar u luistert niet beschikbaar is als FM-zender, of als
Druk op de weergegeven frequentie.
Voer de waarden van de FM- en AM-band in met het virtuele toetsenbord.
Of
Druk op deze toets voor een lijst met de
te ontvangen en beschikbare zenders op
de band.
De radio-ontvangst kan worden verstoord
door het gebruik van elektrische
apparatuur die niet door het merk is
goedgekeurd, zoals een op de
12V-aansluiting aangesloten USB-lader.
Door omgevingsfactoren (bergen, gebouwen,
tunnels, parkeergarages enz.) kunnen
storingen in de ontvangst optreden, ook als
de RDS-functie is ingeschakeld. Dit is een
normaal verschijnsel bij radiogolven en kan
in geen enkel opzicht worden gezien als een
defect van het audiosysteem.
Een zender opslaan
Selecteer een zender of een frequentie.Druk op de toets "Voorkeuzezenders".
Houd de toets waaronder u de zender wilt
opslaan lang ingedrukt. Een geluidssignaal
bevestigt dat de voorkeuzezender is opgeslagen.
U kunt 16 voorkeuzezenders opslaan.
Om een in het geheugen opgeslagen
zender te vervangen door een andere
zender, dient u lang op de opgeslagen zender
te drukken.
RDS inschakelen/
uitschakelen
Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de
radio steeds naar de sterkste frequentie van
een zender, zodat u ernaar kunt blijven luisteren
zonder dat u zelf de frequentie hoeft te wijzigen.
Onder sommige omstandigheden kan de
ontvangst in het hele land niet worden
gewaarborgd, omdat de frequenties van de
zender niet het hele land dekken. Daardoor
kan de zender tijdens het rijden wegvallen.
Druk op de toets "Radio-instellingen ".
Activeer/deactiveer "RDS-opties".
Verkeersinformatie (TA)
beluisteren
De TA-functie (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar de
TA-verkeersinformatie.
Voor een correcte werking van deze functie
is een goede ontvangst van een radiozender
nodig die deze berichten uitzendt. Zodra een
verkeersinformatiebericht wordt uitgezonden,
wordt de geluidsbron die op dat moment wordt
weergegeven automatisch onderbroken voor de
weergave van het TA-verkeersinformatiebericht.
Zodra dit bericht is afgelopen, wordt de
weergave van de oorspronkelijke geluidsbron
hervat.
Druk op de toets "Radio-instellingen".
Activeer/deactiveer "Verkeersinformatie
(TA)".
Audio-instellingen
Druk op de toets "Radio-instellingen ".
Selecteer in de lijst " Radio-instellingen".
Activeer/deactiveer en configureer de
beschikbare opties (balans, sferen, enz.).
Met de balans en de verdeling van het
geluid kan de geluidskwaliteit worden
aangepast afhankelijk van het aantal
inzittenden in de auto.
Digitale radio
(DAB, Digital Audio
Broadcasting)
Digitale radio
Selecteer DAB-radio
De digitale radio (DAB) zorgt voor een betere
geluidskwaliteit.
Page 205 of 260

203
Touchscreen met BLUETOOTH-audiosysteem
10Via "multiplex/bundels" kunt u kiezen uit
radiozenders die op alfabetische volgorde zijn
gerangschikt.
Druk op het menu "Radio".
Druk op de toets “SOURCE”.
Selecteer in de lijst met beschikbare
audiobronnen " DAB-radio".
Inschakelen Volgen
FM-DAB.
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal zwak is, kunt u met
"Volgen FM-DAB" dezelfde zender blijven
beluisteren doordat het systeem automatisch
overschakelt op de desbetreffende analoge
"FM"-zender (indien beschikbaar).
Druk op de toets "Radio-instellingen ".
Activeer "DAB-FM”.
Als "Volgen FM-DAB" is geactiveerd, kan
er sprake zijn van een vertraging van
enkele seconden als het systeem
overschakelt op de analoge "FM"-radiozender
en kan het geluidsvolume soms veranderen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal weer
goed is, schakelt het systeem automatisch
weer over op "DAB".
Als de DAB-zender waarnaar u luistert niet beschikbaar is als FM-zender, of als
"Volgen FM-DAB" niet is geactiveerd, wordt
het geluid onderbroken als het digitale signaal
te zwak wordt.
Media
Geluidsbron selecteren
Druk op het menu "Media".
Druk op de toets “SOURCE”.
Selecteer de bron (USB, Bluetooth of AUX,
afhankelijk van de apparatuur).
USB-poort
Steek de USB-geheugenstick in de USB-poort, of sluit het USB-apparaat via
een kabel (niet meegeleverd) op de USB-poort
aan.
Gebruik geen USB-verdeelstekker, om
beschadiging van het systeem te
voorkomen.
Het systeem maakt afspeellijsten aan (in het
tijdelijke geheugen). Het aanmaken van deze
lijsten kan enkele seconden of soms enkele
minuten duren nadat het apparaat voor de eerste
keer is aangesloten.
De afspeellijsten worden bijgewerkt wanneer
een USB-geheugenstick wordt ingestoken, of
wanneer de inhoud van een bepaalde USB-
geheugenstick is gewijzigd. De lijsten worden in het geheugen opgeslagen: als deze niet zijn
gewijzigd, is de laadtijd korter.
Externe
(AUX)-jackaansluiting
Afhankelijk van de uitrustingSluit een draagbaar apparaat (MP3-speler, enz.) met een audiokabel (niet
meegeleverd) aan op de jack-aansluiting.
Deze geluidsbron is uitsluitend beschikbaar als
"Externe versterking " in de audio-instellingen is
geselecteerd.
Stel eerst het volume van het draagbare
apparaat af (op een hoog geluidsniveau). Stel
dan het geluidsvolume van het audiosysteem in.
De bediening vindt plaats via het draagbare
apparaat.
StreamingBluetooth®
Streaming biedt de mogelijkheid om naar door
de smartphone verzonden audiostreams te
luisteren.
Zorg dat het Bluetooth-profiel is geactiveerd en
stel eerst het volume van het externe apparaat in
(op een hoog volume).
Stel vervolgens het volume van het systeem in.
Als de weergave niet automatisch begint, kan
het zijn dat u de audioweergave moet starten via
de smartphone.
Bediening verloopt via het externe apparaat of
via de aanraaktoetsen van het systeem.