sensor PEUGEOT 3008 2017 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2017, Model line: 3008, Model: PEUGEOT 3008 2017Pages: 566, PDF Size: 61.63 MB
Page 281 of 566

279
3008-2_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Het systeem kan worden gedeactiveerd door
op de toets te drukken.
Het systeem wordt automatisch gedeactiveerd:
-
a
ls het contact wordt afgezet,
-
a
ls de motor afslaat,
-
a
ls er binnen 5 minuten na het selecteren
van het type manoeuvre niet wordt gestart
met een manoeuvre,
-
a
ls de auto tijdens de manoeuvre langdurig
blijft stilstaan,
-
a
ls de antispinregeling (ASR) in werking
treedt,
-
a
ls de maximale wagensnelheid wordt
overschreden,
-
a
ls de bestuurder het stuur wiel tegenhoudt,
-
n
a meer dan 4 parkeercycli,
-
a
ls het bestuurdersportier wordt geopend,
-
a
ls één van de voor wielen op een
obstakel
stuit.
Het verklikkerlampje van de functie op het
instrumentenpaneel gaat uit en er wordt een
melding weergegeven in combinatie met een
geluidssignaal.
De bestuurder moet nu het stuur weer
overnemen.
Deactiveren
Het systeem wordt automatisch uitgeschakeld:
-
b ij het trekken van een aanhangwagen
(aangesloten op de trekhaakaansluiting),
-
a
ls het bestuurdersportier wordt geopend,
-
b
ij een wagensnelheid van meer dan
70
km/h.
Raadpleeg om het systeem voor langere duur
te laten uitschakelen het P
e
ugeot
-
netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
Storing
In het geval van een storing in de
stuurbekrachtiging wordt dit pictogram
weergegeven op het instrumentenpaneel in
combinatie met een waarschuwingsmelding.
Raadpleeg het Pe ugeot- netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Uitschakelen
Als de ruimte tussen uw auto en de
parkeerplek te groot is, kan het systeem
mogelijk de beschikbare ruimte niet meten.
ob
jecten die groter zijn dan de afmetingen
van de auto (bijvoorbeeld een op het
dak vervoerde ladder), worden bij een
manoeuvre niet gedetecteerd door het
Park Assist-systeem.
Controleer bij slecht weer en bij winterse
omstandigheden of de sensoren niet
worden bedekt met vuil, rijp of sneeuw.
Laat in het geval van een storing het
systeem controleren door het P
e
ugeot
-
n
etwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats.
Als het systeem tijdens een manoeuvre
wordt gedeactiveerd, moet de
bestuurder het systeem weer activeren
om de meting voort te zetten. In het geval van een storing knippert
dit verklikkerlampje even, in
combinatie met een geluidssignaal.
Als de storing optreedt tijdens het
gebruik van het systeem, gaat het
verklikkerlampje uit.
Wassen met een hogedrukreiniger
Houd tijdens het wassen van de auto het
uiteinde van de hogedrukspuit op minimaal
30
cm van de sensoren.
6
Rijden
Page 320 of 566

318
3008-2_nl_Chap08_en cas-de-panne_ed01-2016
Terugplaatsen van het wiel
F Leg het wiel in de reservewielbak.
F D raai de moer op de bout een aantal
omwentelingen los.
F
P
laats het bevestigingssysteem (moer en
bout) op het midden van het wiel.
Bandenspanningscontrolesysteem
Het reservewiel is niet voorzien van een
bandenspanningssensor.
Laat het repareren van de lekke band
uitvoeren door het P
e
ugeot
-
netwerk of
door een gekwalificeerde werkplaats.
F
D
raai de centrale moer vast tot deze klikt
en het wiel goed vastzit.
F
P
laats de gereedschapskist in het hart van
het wiel en klik de kist vast.
Storingen verhelpen
Page 545 of 566

5
Adviezen met betrekking tot de functie "Handsfree
toegang"
Wanneer de achterklep met verschillende
schopbewegingen niet kan worden bediend,
wacht u enkele seconden voordat u het
optimaal probeert.
De functie schakelt automatisch uit bij zware
regenval of bij opgehoopte sneeuw.
Als de functie niet werkt, controleer dan of
de elektronische sleutel niet gestoord wordt
door een elektromagnetische storingsbron
(smartphone enz.).
De functie werkt wellicht niet correct bij een
prothesebeen.
De functie werkt wellicht niet correct als uw
auto voorzien is van een trekhaak.Onder bepaalde omstandigheden kan de
achterklep vanzelf openen of sluiten, met
name
wanneer:
- u een aanhanger aan- of loskoppelt;
- u een fietsendrager monteert of verwijdert;
- u fietsen op de fietsendrager plaatst of
verwijdert;
- u iets achter de auto plaatst of optilt,
- een dier de achterbumper nadert;
- u uw auto wast;
- er onderhoud aan uw auto wordt
uitgevoerd;
- u het reser vewiel gebruikt (afhankelijk
van de versie).
Om dergelijke problemen te voorkomen, houdt
u de elektronische sleutel uit de buurt van
de sensorzone of schakelt u de "Handsfree
toegang"-functie uit.
Gebruiksvoorschriften
Onder winterse omstandigheden
Als er sneeuw op de achterklep ligt, moet
de sneeuw worden verwijderd voordat de
achterklep automatisch wordt geopend.
Bij vorst kan de achterklep vastvriezen
waardoor het automatisch openen niet
werkt: ontdooi de achterklep door het
interieur te ver warmen en probeer het
daarna opnieuw.
Bij het wassen van de auto
Als u de auto in een automatische
wasstraat laat wassen, vergeet dan niet
om de auto eerst te vergrendelen om te
voorkomen dat de achterklep per ongeluk
wordt geopend.
2
Toegang tot de auto
Page 558 of 566

18
Uitschakelen / Inschakelen
Standaard wordt het systeem automatisch
ingeschakeld als de motor wordt gestart.
Het systeem kan worden uit- of ingeschakeld
via het configuratiemenu van de auto.Het uitschakelen van het systeem
wordt gesignaleerd door het
branden van dit verklikkerlampje,
in combinatie met de weergave van
een melding. Maak de voorruit regelmatig schoon, met
name het gedeelte voor de camera.
Voorkom dat sneeuw zich ophoopt op de
motorkap of het dak van de auto omdat dit
de detectiecamera kan afdekken.
Ver wijder modder, sneeuw, enz. van de
vo o r b u m p e r.
Neem contact op met het PEUGEOT netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats alvorens
de voorbumper te spuiten of de lak er van bij
te werken. Bepaalde laksoorten kunnen de
werking van de radar beïnvloeden.
Storing
Controleer of de sensoren (camera en radar)
niet zijn bedekt met vuil, modder, ijs, sneeuw
enzovoort.
Als de storing aanhoudt, neem dan contact
op met het PEUGEOT netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om het systeem
te
laten controleren. In het geval van een storing in het
systeem wordt u gewaarschuwd door
het verklikkerlampje dat gaat branden,
in combinatie met de weergave van
een melding en een geluidssignaal.
De camera werkt in de volgende situaties
mogelijk niet of minder goed:
- slecht zicht (slecht verlichte weg,
sneeuwval, zware regenval, dichte
mist enz.);
- verblinding (koplampen van
tegenliggers, laagstaande zon;
reflecties op nat wegdek, uitrijden van
een tunnel, snelle overgangen tussen
schaduw en licht enz.);
- Obstructie van de camera of radar
(modder, ijs, sneeuw enz.).
In deze situaties kan het
detectievermogen verminderd zijn.
Rijden