Spiegel Peugeot 307 SW 2003 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2003, Model line: 307 SW, Model: Peugeot 307 SW 2003Pages: 183, PDF Size: 2.19 MB
Page 118 of 183

14-04-2003
AUTOMATISCH
INSCHAKELEN VAN DEVERLICHTING Het parkeerlicht en het dimlicht wor- den automatisch ingeschakeld als delichtsterkte van de omgeving onvol-doende is en als de ruitenwissers inwerking zijn. De verlichting wordt uit-geschakeld als de lichtsterkte van deomgeving weer voldoende is of hetwissen is gestopt. Opmerking: Bij mist of sneeuwval
kan de lichtschakelaar voldoende licht waarnemen en zullen de lichtenniet automatisch worden ingescha-keld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie: zet het contact in de stand acces- soires (1e stand van de sleutel),
houd het uiteinde van de licht-schakelaar meer dan 4 secondeningedrukt.
De lichtsensor bevindt zich samenmet de regensensor* op het midden van de voorruit achter debinnenspiegel. Deze sensor regeltde automatische verlichting. Controle van werking InschakelenBij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en ver-schijnt de melding
"Automatische
verlichting aan" op het multifunctio-
nele display. Uitschakelen Als de functie wordt uitgeschakeld klinkt een geluidssignaal. Opmerking: de functie wordt tijdelijk
uitgeschakeld als de bestuurder de verlichting handmatig inschakelt. Bij een storing in de lichtsensor wordt de functie ingeschakeld (deverlichting gaat aan) De bestuurderwordt gewaarschuwd door eengeluidssignaal en de melding"Defect in automatische verlich-ting" op het multifunctionele display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt om het systeem te laten contro-leren.
* In de loop van het jaar.
UW 307 SW IN DETAIL 111
Richtingaanwijzers Links:Omlaag.
Rechts: Omhoog.
Bij helder of regenachtig
weer, zowel overdag als 'snachts, zijn de mistlampenv——r en het mistachterlicht
verblindend voor medeweggebruikersen daarom niet toegestaan.
Vergeet niet de mistlampen uit te zet- ten zodra ze niet meer nodig zijn.
Page 119 of 183

14-04-2003
AUTOMATISCH
INSCHAKELEN VAN DEVERLICHTING Het parkeerlicht en het dimlicht wor- den automatisch ingeschakeld als delichtsterkte van de omgeving onvol-doende is en als de ruitenwissers inwerking zijn. De verlichting wordt uit-geschakeld als de lichtsterkte van deomgeving weer voldoende is of hetwissen is gestopt. Opmerking: Bij mist of sneeuwval
kan de lichtschakelaar voldoende licht waarnemen en zullen de lichtenniet automatisch worden ingescha-keld. Bij de aflevering van de auto is deze functie ingeschakeld. In- of uitschakelen van de functie: zet het contact in de stand acces- soires (1e stand van de sleutel),
houd het uiteinde van de licht-schakelaar meer dan 4 secondeningedrukt.
De lichtsensor bevindt zich samenmet de regensensor* op het midden van de voorruit achter debinnenspiegel. Deze sensor regeltde automatische verlichting. Controle van werking InschakelenBij het inschakelen van de functie is een geluidssignaal te horen en ver-schijnt de melding
"Automatische
verlichting aan" op het multifunctio-
nele display. Uitschakelen Als de functie wordt uitgeschakeld klinkt een geluidssignaal. Opmerking: de functie wordt tijdelijk
uitgeschakeld als de bestuurder de verlichting handmatig inschakelt. Bij een storing in de lichtsensor wordt de functie ingeschakeld (deverlichting gaat aan) De bestuurderwordt gewaarschuwd door eengeluidssignaal en de melding"Defect in automatische verlich-ting" op het multifunctionele display.
Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt om het systeem te laten contro-leren.
* In de loop van het jaar.
UW 307 SW IN DETAIL 111
Richtingaanwijzers Links:Omlaag.
Rechts: Omhoog.
Bij helder of regenachtig
weer, zowel overdag als 'snachts, zijn de mistlampenv——r en het mistachterlicht
verblindend voor medeweggebruikersen daarom niet toegestaan.
Vergeet niet de mistlampen uit te zet- ten zodra ze niet meer nodig zijn.
Page 121 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL113
Dek de regensensor, op de voorruit achter de binnen-spiegel, niet af. Zet het contact uit als de
auto gewassen wordt in een was- straat of controleer of de schake-laar niet in de stand voor automa-tisch wissen staat.
Wacht 's winters met het inschake- len van het automatisch wissen totde voorruit ontdooid is.Ruitenwisser achter
Draai de ring Ain de eerste
stand voor de intervalscha- keling.
Ruitensproeier achter Draai de ring Avoorbij de
eerste stand, zodat de rui-tensproeier in werkingtreedt en vervolgens de rui-tenwisser enige tijd wordt ingeschakeld.Automatische ruitenwissers In de stand AUTOwerkt de ruiten-
wisser automatisch en wordt de snel- heid van de wissers aan de hoeveel-heid neerslag aangepast.
Controle van werking InschakelenBij het inschakelen van de automa- tische ruitenwissers verschijnt demelding "Automatisch wissen
aan" op het multifunctionele display.
Uitschakelen Bij het uitschakelen van de functie klinkt er een geluidssignaal. In het geval van een storing wordt
de bestuurder gewaarschuwd met een geluidssignaal en de melding"Storing automatische ruitenwis-sers" op het multifunctionele display.
Als de schakelaar in de stand AUTO
staat werken de ruitenwissers in deintervalstand.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om het systeem te laten contro-leren.
Page 128 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL
118
Het uiteinde van het glas van de buitenspiegel aanbestuurderszijde is asfe-risch (dit gedeelte is doormiddel van een stippellijn
afgetekend) om de "dode hoek"op te heffen. Bovendien lijken de weergegeven objecten in de spiegels aan be-stuurders- en passagierszijde ver-der af dan ze in werkelijkheid zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden om de afstand tenopzichte van achteropkomendverkeer goed in te schatten.Binnenspiegel De binnenspiegel kent 2 standen:
- dagstand (normaal),
- nachtstand (antiverblinding). De spiegel kan in de dag- en nacht- stand gezet worden met behulp vanhet hendeltje aan de onderzijde.
SPIEGELS Elektrisch verstelbare buitenspiegels Zet de knop Anaar links of
rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren.
Duw de knop Bin de 4 richtingen
om de spiegel af te stellen.
Zet de knop Aweer in het mid-
den.
Tijdens het parkeren kunnen de bui-tenspiegels handmatig, elektrischdoor aan de knop Ate trekken, of
automatisch bij het vergrendelen vande auto, ingeklapt worden. De buitenspiegels worden uitgeklapt door het contact aan te zetten. Opmerking: Het automatisch inklap-
pen van de buitenspiegels bij het vergrendelen kan uitgeschakeld wor-
den. Raadpleeg uw PEUGEOT-ser-vicepunt.
Page 129 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL
118
Het uiteinde van het glas van de buitenspiegel aanbestuurderszijde is asfe-risch (dit gedeelte is doormiddel van een stippellijn
afgetekend) om de "dode hoek"op te heffen. Bovendien lijken de weergegeven objecten in de spiegels aan be-stuurders- en passagierszijde ver-der af dan ze in werkelijkheid zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden om de afstand tenopzichte van achteropkomendverkeer goed in te schatten.Binnenspiegel De binnenspiegel kent 2 standen:
- dagstand (normaal),
- nachtstand (antiverblinding). De spiegel kan in de dag- en nacht- stand gezet worden met behulp vanhet hendeltje aan de onderzijde.
SPIEGELS Elektrisch verstelbare buitenspiegels Zet de knop Anaar links of
rechts om de desbetreffende spiegel te selecteren.
Duw de knop Bin de 4 richtingen
om de spiegel af te stellen.
Zet de knop Aweer in het mid-
den.
Tijdens het parkeren kunnen de bui-tenspiegels handmatig, elektrischdoor aan de knop Ate trekken, of
automatisch bij het vergrendelen vande auto, ingeklapt worden. De buitenspiegels worden uitgeklapt door het contact aan te zetten. Opmerking: Het automatisch inklap-
pen van de buitenspiegels bij het vergrendelen kan uitgeschakeld wor-
den. Raadpleeg uw PEUGEOT-ser-vicepunt.
Page 130 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL119
MAKE-UPSPIEGEL MET VERLICHTING Als het contact aan is, gaat de verlich- ting van de make-upspiegel brandenzodra het afdekklepje geopend wordt.
VENSTERS VOOR
TOL-/PARKEERKAARTEN De athermische voorruit bevat twee niet-reflecterende gedeelten aanweerskanten van de binnenspiegel. Hier kunnen de tol- en/of parkeer- kaarten worden bevestigd.
Automatische binnenspiegel De binnenspiegel verstelt geleidelijk en automatisch van de dag- in de nacht-
stand. Om verblinding te voorkomen, wordt de spiegel automatisch donker,afhankelijk van de hoeveelheid licht die vanaf de achterzijde van de auto op despiegel valt. Zodra de hoeveelheid licht (bijvoorbeeld zonneschijn, verlichting vanachteropkomend verkeer) vermindert, wordt het spiegelbeeld weer helder vooreen optimaal zicht.
Werking Zet het contact aan en druk op schakelaar 1 :
- Verklikkerlampje 2aan (schakelaar ingedrukt): automatische werking.
- Verklikkerlampje 2uit: automatische werking uitgeschakeld. De spiegel blijft in
de dagstand staan.
BijzonderhedenZodra de achteruit wordt ingeschakeld, wordt de spiegel in de dagstand gezet voor een maximaal zicht naar achteren.
Page 131 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL119
MAKE-UPSPIEGEL MET VERLICHTING Als het contact aan is, gaat de verlich- ting van de make-upspiegel brandenzodra het afdekklepje geopend wordt.
VENSTERS VOOR
TOL-/PARKEERKAARTEN De athermische voorruit bevat twee niet-reflecterende gedeelten aanweerskanten van de binnenspiegel. Hier kunnen de tol- en/of parkeer- kaarten worden bevestigd.
Automatische binnenspiegel De binnenspiegel verstelt geleidelijk en automatisch van de dag- in de nacht-
stand. Om verblinding te voorkomen, wordt de spiegel automatisch donker,afhankelijk van de hoeveelheid licht die vanaf de achterzijde van de auto op despiegel valt. Zodra de hoeveelheid licht (bijvoorbeeld zonneschijn, verlichting vanachteropkomend verkeer) vermindert, wordt het spiegelbeeld weer helder vooreen optimaal zicht.
Werking Zet het contact aan en druk op schakelaar 1 :
- Verklikkerlampje 2aan (schakelaar ingedrukt): automatische werking.
- Verklikkerlampje 2uit: automatische werking uitgeschakeld. De spiegel blijft in
de dagstand staan.
BijzonderhedenZodra de achteruit wordt ingeschakeld, wordt de spiegel in de dagstand gezet voor een maximaal zicht naar achteren.
Page 169 of 183

14-04-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE149
Zekering Amp
Functies
9 30 A Elektrische ruitbediening voor, elektrische eentraps ruitbediening voor (niet gelijk aan ruitbe- diening zonder eentraps bediening), zonnescherm panoramadak.
10 15 A Diagnose-aansluiting, 12 V-aansluiting achter, trekhaak.
11 20 A Autoradio, multifunctionele display, stuurkolomschakelaars, automatische transmissie.
12 10 A Parkeerlicht rechts voor en rechts achter, kentekenplaatverlichting en trekhaak, verlichtingschakelaars centrale vergrendeling/alarm/alarmknipperlichten, verlichting paneel airconditoning/asbak, verlichting schakelaars stoelverwarming/automatische transmissie,
aansteker.
14 30 A Bediening vergrendelen/ontgrendelen portieren/achterklep, bediening supervergrendeling.
15 30 A Elektrische eentraps ruitbediening achter.
16 10 A Servicecentrale motor, alarm, roetfilter, stuurkolomschakelaars, airbags.
17 10 A Remlicht rechts, derde remlicht.
18 10 A
Diagnose-aansluiting, stuurkolomschakelaars, elektrochrome buitenspiegel, contactschakelaars rempedaal(stop) en koppelingspedaal, contactschakelaar koelvloeistofniveau, tweede contactschakelaar rempedaal.
19 30 A Shunt tijdens opslag.
22 10 A Parkeerlicht links voor en links achter, kentekenplaatverlichting en trekhaak.
23 15 A Sirene alarm, elektronische eenheid inbraakalarm.
24 15 A Instrumentenpaneel, autoradio, multifunctionele displays, airconditioning, parkeerhulp achter.
26 30 A Achterruitverwarming.
Page 173 of 183

14-04-2003
TREKKEN VAN EEN AANHANGER Gebruik uitsluitend een door PEUGEOT goedgekeurde trekhaak. Laat een trekhaak alleen door een
PEUGEOT-servicepunt monteren. Uw auto is hoofdzakelijk bedoeld voor het vervoer van personen enbagage, maar is tevens geschikt
voor het trekken van een aanhanger. Het rijden met een aanhanger heeft veel invloed op het rijgedrag van deauto en vergt daarom extra aandacht
van de bestuurder. Door een geringere luchtdichtheid nemen de prestaties van de motor afals men op grotere hoogte boven de
zeespiegel komt. Trek boven de1000 m 10% van het maximum aan-hangergewicht af en herhaal dit voorelke volgende 1000 m.Adviezen Gewichtsverdeling :
verdeel het
gewicht in de caravan/aanhanger gelijkmatig en houd u aan de toegesta-ne kogeldruk. Koeling: het trekken van een aan-
hanger op een helling veroorzaakt een hogere koelvloeistoftempera-
tuur. De koelventilator wordt elektrisch bediend en is niet afhankelijk van hetmotortoerental. Gebruik daarom een zo hoog moge- lijke versnelling om het toerental tebeperken en pas uw snelheid aan. Het maximum aanhangergewicht is afhankelijk van het hellingspercenta-ge en de temperatuur van de buiten-lucht. Let in elk geval goed op de aanwij- zing van de koelvloeistoftempera-
tuurmeter. Als het verklikkerlampje van de koelvloeistoftemperatuur gaat bran-den, stop dan zo snel mogelijk en zetde motor af. Banden:
controleer de bandenspan-
ning van de auto en de aanhangeren breng deze indien nodig op dejuiste waarde. Remmen: het trekken van een aan-
hanger vergroot de remweg.
Verlichting: controleer de verlich-
ting van de aanhanger.Zijwind: houd er rekening mee dat
de zijwindgevoeligheid van de auto groter is.
PRAKTISCHE INFORMATIE 155