service Peugeot 307 SW 2003 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2003, Model line: 307 SW, Model: Peugeot 307 SW 2003Pages: 183, PDF Size: 2.19 MB
Page 69 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL
68
Diensten* Druk op de toets Eom het menu "Diensten"weer te geven en selecteer ŽŽn van de volgende diensten:
¥ "Customer Contact Center" voor een directe verbinding met het Customer Contact Center van PEUGEOT en de bij-
behorende diensten (deze verbinding wordt verbroken op het moment dat een noodoproep of een oproep voor technische assistentie wordt geplaatst).
¥ "PEUGEOT Assistance" voor een directe verbinding met de alarmcentrale van PEUGEOT en wordt u snel weer op weg
geholpen (u kunt wanneer u per ongeluk op deze toets heeft gedrukt dit binnen 6 seconden ongedaan maken). U kunt tij-
dens de verbinding met Peugeot Assistance behalve een noodoproep geen andere verbindingen tot stand brengen.
¥ "Diensten gebruiker" voor toegang tot een lijst met specifieke diensten (bijv.: klantenservice, kostenoverzicht, nieuws, beursberichten,
weer, reizen, spelletjes, enz.), indien deze diensten beschikbaar zijn.
Noodoproep*
Druk in een noodgeval op de toets Vtot een geluidssignaal te horen is en een venster voor het bevestigen/annu-
leren van de oproep (binnen 6 seconden) verschijnt of voer direct het nummer 11 2in.
Als er geen contract is afgesloten voor deze speciale service, dan is de toets SOSzo ingesteld dat hij een noodoproep ver-
zendt naar 11 2- een uniek nummer dat via het wereldwijde GSM-netwerk speciaal bereikbaar is voor noodoproepen.
Om een dergelijke oproep te kunnen verzenden, moet de autoradio/telefoon een uit cellen bestaand netwerk detecteren. Eris geen enkele beveiliging nodig en het is voor het gebruik van dit netwerk niet nodig de SIM-kaart te installeren of de PIN-code in te geven.
"PEUGEOT Assistance"/ Noodoproep
Tijdens een gesprek met "PEUGEOT Assistance" of tijdens een noodoproep zijn telefoongesprekken of het versturen en ontvangen van SMS-berichten niet mogelijk; deze worden doorgeleid naar de voicemail.
In dat geval gaat een groene diode op de voorkant van de autoradio/telefoon RT3 knipperen op het moment dat u een
noodoproep heeft gedaan of "PEUGEOT Assistance" heeft opgeroepen. Wanneer de oproep in behandeling wordt geno-
men door de betreffende hulpdienst gaat de diode permanent branden.
* Indien de optie en dienst beschikbaar zijn.
Page 83 of 183

14-04-2003
UW 307 SW IN DETAIL81
Met behulp van deze functie kan:
- de beweging van de auto over de ingestelde route worden weerge- geven als de navigatie actief is.
- worden ingezoomd op de kaart vol- gens elf voorgeprogrammeerdeschalen.
- het snelmenu "Navigatie"worden
weergegeven.
"Volgen auto op kaart"
Vanuit het
algemene menu biedt het
hoofdmenu "Kaart"verschillende
mogelijkheden voor de navigatie:
- inschakelen van de weergave "Selecteren-verplaatsen op kaart" .
- ori‘ntatie van de kaart naar het Noorden of naar de rijrichting van de auto.
- centreren van de auto in de kaart.
- openen van op de kaart zichtbare menu's voor het selecteren van diensten, zoals hotels, servicesta-tions, enz.
- weergave van het venster voor het invoeren van de omschrijving omde huidige positie van de auto in tevoeren in een kaart van de index.
Kaart*Het aan de toepassing
"Kaart"en
de functie "Selecteren-verplaatsen
op kaart" gekoppelde snelmenu
verschijnt in een bovenliggend vens- ter als deze toepassing actief is inhet basisscherm. Het menu is beperkt tot de volgende functies:
- weergave van informatie over de op de kaart geselecteerde plaats.
- selecteren van een bestemming door een plaats op de kaart te selecteren.
- opslaan van een geselecteerde plaats (indien mogelijk het pos-tadres of anders de GPS-cošrdina-ten om deze in te voeren in eenkaart van het geheugen).
- inschakelen van de weergave "Vol- gen auto op kaart".
* Alleen bij kleurenscherm DT.
** In de loop van het jaar.
Snelmenu "Kaart"
Page 102 of 183

UW 307 SW IN DETAIL99
Veiligheidsgordels 3e zitrij De zitplaatsen op de 3e zitrij zijn voorzien van twee driepuntsgordelsmet oprolautomaat. Steek om de gordel om te doen de gesp
Cen vervolgens de gesp Din
de desbetreffende gordelsluitingen.
Voer dit in omgekeerde volgorde uit om de gordel op te rolllen en plaatsde gesp Din de daarvoor bedoelde
ruimte E.
De gordel heeft het mees- te effect als deze strak omhet lichaam gedragenwordt.
Als de zitplaatsen zijn voorzienvan armsteunen, moet de heup-gordel altijd onder de armsteundoor worden geleid. Gebruik geen gordelgeleider wan- neer een kinderzitje is ge•nstal-leerd. Draai de gespen van de veilig- heidsgordels niet om; de gordelszijn dan niet voldoende effectief. De gordelspanners kunnen, afhankelijk van de aard en dekracht van de aanrijding, v——r enonafhankelijk van de airbagsafgaan. Het verklikkerlampje van de air- bag gaat in ieder geval branden. Laat het systeem na een aanrijding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt. Het systeem is ontworpen om 10 jaar volledig operationeel tezijn. Laat ze voor uw veiligheid binnen 10 jaar na aankoop van de auto
door een PEUGEOT-servicepuntcontroleren.
Middelste veiligheidsgordel 2e zitrij De middelste zitplaats van de 2e zitrij is voorzien van een in het midden van dehemelbekleding ge•ntegreerde drie-puntsgordel met een oprolautomaat. Steek de gesp Aen vervolgens de
gesp Bvan binnen naar buiten door
de riemgeleider van de stoel.Bevestig de gesp Ain de desbetref-
fende gordelsluiting (rechts) en ver- volgens de gesp Bin de desbetref-
fende gordelsluiting (links).
Voer dit in omgekeerde volgorde uit om de gordel op te rollen en plaats degesp Bvervolgens op de magneet
van het bevestigingspunt op het ach-terste gedeelte van het dak.
14-04-2003
Page 107 of 183

14-04-2003
Codekaart Op deze kaart staat de identificatie-
code die uw PEUGEOT-servicepuntnodig heeft bij werkzaamheden aande startblokkering. De code is afge-dekt, verwijder de film alleen als ditstrikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veili- ge plaats buiten de auto.
Waarschuwingssignaal sleutel Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in hetcontact steekt, klinkt er een geluids-signaal.Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaal demelding
"Batterij afstandsbediening
leeg" op het multifunctionele display.
Draai de schroef los en wip het huismet een muntstuk bij het oog los om debatterij te vervangen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het vervangen van de batterij niet werkt,moet deze opnieuw geprogrammeerdworden. Herprogrammeren van de afstandsbediening Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk meteen op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. Deafstandsbediening werkt nu
weer.
UW 307 SW IN DETAIL
104
Elektronische startblokkering Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteemzodra het contact wordt afgezet envoorkomt zo het starten van demotor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aange- bracht die over een specifieke codebeschikt. Bij het aanzetten van hetcontact moet de code van de sleutelworden herkend door de startblok-kering, waarna de motor gestart kanworden. Bij een storing in het systeem
zal,
als het contact wordt aangezet (2e stand van de sleutel), het verklikker-lampje van de centrale vergrende-lingsschakelaar op het middelstegedeelte van het dashboard snelgaan knipperen in combinatie meteen geluidssignaal en de melding"Storing elektronische startblok-kering" op het multifunctionele dis-
play. De auto kan dan niet gestart worden.Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Page 108 of 183

14-04-2003
Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de sleutel.
Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen.De radiografische afstandsbediening is een gevoelig systeem; het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de auto per ongeluk ontgrendeld wordt.
De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voorhet herprogrammeren. Schakel de supervergrendeling niet in als er nog iemand in de auto zit.Het rijden met vergrendelde portieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs
al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto. De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet in dat geval opnieuw worden geprogrammeerd. Let er bij het aanschaffen van een gebruikte auto op dat: - u in het bezit bent van de codekaart;
- uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.
UW 307 SW IN DETAIL 105
Page 109 of 183

14-04-2003
Codekaart Op deze kaart staat de identificatie-
code die uw PEUGEOT-servicepuntnodig heeft bij werkzaamheden aande startblokkering. De code is afge-dekt, verwijder de film alleen als ditstrikt noodzakelijk is. Bewaar de codekaart op een veili- ge plaats buiten de auto.
Waarschuwingssignaal sleutel Als het bestuurdersportier wordt geopend terwijl de sleutel nog in hetcontact steekt, klinkt er een geluids-signaal.Batterij van afstandsbediening vervangen Als de batterij leeg is, verschijnt in combinatie met een geluidssignaal demelding
"Batterij afstandsbediening
leeg" op het multifunctionele display.
Draai de schroef los en wip het huismet een muntstuk bij het oog los om debatterij te vervangen (CR 2016/3 V). Als de afstandsbediening na het vervangen van de batterij niet werkt,moet deze opnieuw geprogrammeerdworden. Herprogrammeren van de afstandsbediening Zet het contact uit.
Zet het contact weer aan.
Druk meteen op de knop A.
Zet het contact uit en verwijder de sleutel uit het contactslot. Deafstandsbediening werkt nu
weer.
UW 307 SW IN DETAIL
104
Elektronische startblokkering Deze diefstalbeveiliging blokkeert het motormanagementsysteemzodra het contact wordt afgezet envoorkomt zo het starten van demotor bij een inbraak. In de sleutel is een chip aange- bracht die over een specifieke codebeschikt. Bij het aanzetten van hetcontact moet de code van de sleutelworden herkend door de startblok-kering, waarna de motor gestart kanworden. Bij een storing in het systeem
zal,
als het contact wordt aangezet (2e stand van de sleutel), het verklikker-lampje van de centrale vergrende-lingsschakelaar op het middelstegedeelte van het dashboard snelgaan knipperen in combinatie meteen geluidssignaal en de melding"Storing elektronische startblok-kering" op het multifunctionele dis-
play. De auto kan dan niet gestart worden.Raadpleeg zo snel mogelijk een
PEUGEOT-servicepunt.
Page 110 of 183

14-04-2003
Noteer de sleutelnummers zorgvuldig. De sleutelcode is als streepjescode aangegeven op het label bij de sleutel.
Een PEUGEOT-servicepunt kan bij verlies snel voor nieuwe sleutels zorgen.De radiografische afstandsbediening is een gevoelig systeem; het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de auto per ongeluk ontgrendeld wordt.
De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als het contact uitstaat, behalve voorhet herprogrammeren. Schakel de supervergrendeling niet in als er nog iemand in de auto zit.Het rijden met vergrendelde portieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs
al is dit voor korte duur. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik van uw auto. De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden en moet in dat geval opnieuw worden geprogrammeerd. Let er bij het aanschaffen van een gebruikte auto op dat: - u in het bezit bent van de codekaart;
- uw sleutels door een PEUGEOT-servicepunt in het elektronische geheugen worden opgeslagen, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische startblokkering.
UW 307 SW IN DETAIL 105
Page 111 of 183

14-04-2003
ALARMSYSTEEM
Het alarmsysteem bestaat uit twee soorten beveiliging:
- de omtrekbeveiliging treedt in wer-
king als een portier, de bagageruimte of de motorkap wordt geopend.
- de interieurbeveiliging treedt in
werking als er beweging in het inte-rieur wordt waargenomen (brekenvan een ruit, iets of iemand in hetinterieur).
Inschakelen Zet het contact uit en verlaat de auto.
Schakel binnen vijf minuten na hetverlaten van de auto het alarmsys-teem in door de auto te vergrende-len of de supervergrendeling in teschakelen met behulp van deafstandsbediening (het lampje vande knop Azal ŽŽn keer per secon-
de knipperen).
Opmerking: als u de auto wilt vergren-
delen zonder het alarmsysteem in teschakelen, maak dan gebruik van desleutel in het slot.
Als het alarm afgaat, treedt de sirenein werking en knipperen de richting-aanwijzers gedurende dertig secon-den. Nadat het alarm is gestopt, wordt het opnieuw ingeschakeld. Let op: als het alarm tien keer ach-
ter elkaar is afgegaan, zal het bij de elfde keer worden uitgeschakeld. Opmerking: als het lampje van de
knop Asnel knippert, betekent dit
dat het alarm tijdens uw afwezigheid is afgegaan. Uitschakelen Ontgrendel de auto met behulp van de afstandsbediening (het lampjevan de knop Agaat uit).
Opmerking: als het alarm tijdens uw
afwezigheid is afgegaan, zal hetlampje na het inschakelen van hetcontact niet meer knipperen. Alleen de omtrekbeveiliging inschakelen Schakel alleen de omtrekbeveiliging in als u tijdens uw afwezigheid eenruit een stukje open wilt laten of alser een huisdier in de auto achterblijft. Zet het contact af.
Druk binnen tien seconden op de knop Atotdat het lampje continu
blijft branden.
Verlaat de auto.
Schakel het alarmsysteem indoor de auto te vergrendelen ofde supervergrendeling in teschakelen met behulp van deafstandsbediening (het lampjevan de knop Azal ŽŽn keer per
seconde knipperen).
Opmerking: als het alarmsysteem is
ingeschakeld en de afstandsbedie-ning niet meer werkt: ontgrendel de portieren met de
sleutel en open het portier. Hetalarm zal afgaan.
zet binnen tien seconden hetcontact aan. Het alarm stopt.
Storing Als, bij het aanzetten van het contact, het lampje van de knop A
gedurende tien seconden gaat bran-den, duidt dit op een storing in deverbinding met de sirene.
Raadpleeg een PEUGEOT-service- punt om het systeem te controleren. Automatisch inschakelen* Het alarmsysteem wordt twee minu- ten nadat het laatste portier of deachterklep is gesloten, automatischingeschakeld. Om het laten afgaan van het alarm bij het openen van een portier of deachterklep te voorkomen, moet nog-maals op de ontgrendelknop op deafstandsbediening worden gedrukt.
* Volgens land van bestemming.
UW 307 SW IN DETAIL
106
Page 115 of 183

14-04-2003
MOTORKAP OPENEN Binnenzijde: Druk op de knop links
onder het dashboard. Buitenzijde: Druk de veiligheids-
haak omhoog en til de motorkap op. Motorkapsteun Bevestig de motorkapsteun om de motorkap geopend te houden.Plaats de motorkapsteun in de hou-der alvorens de motorkap te sluiten. SluitenLaat de motorkap voorzichtig zakken en laat deze aan het einde van deslag in het slot vallen. Controleer ofde motorkap goed vergrendeld is.
Waarschuwingsmelding "motorkap open"Als bij draaiende motor of tijdens het rij-den de motorkap niet goed is gesloten,wordt u gewaarschuwd door hetknipperen van het verklikkerlampjeverplicht stoppen "STOP"in combi-
natie met een geluidssignaal en het
desbetreffende pictogram op hetmultifunctionele display
.
BRANDSTOF TANKEN
Te laag brandstofniveau Als het brandstofniveau te laag is, gaat dit verklikkerlampje branden.
U kunt nog ongeveer 50 km met de reste-rende hoeveelheid
brandstof rijden.
Als het verklikkerlampje knippert,geeft dit aan dat de brandstofmeterniet werkt.
Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.Het tanken dient met afgezette
motor te geschieden.
Open de brandstofvulklep.
Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom.
Trek de tankdop uit de vulope-ning en bevestig deze aan dehaak aan de binnenzijde van devulklep.
Op een label aan de binnenzijde vande vulklep staat de voorgeschrevensoort brandstof aangegeven. Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit meer dan 3 keerautomatisch uitspringen. Indien ditwel gebeurt, kunnen er storingenoptreden. De inhoud van de brandstoftank
bedraagt ca. 60 liter. Vergrendel na het tanken de vul- dop en sluit de vulklep.
UW 307 SW IN DETAIL 109
Beveiliging tegen beknellen Als het zonnescherm bij het sluiten tegen een obstakel stuit, stopt hetautomatisch en gaat het langzaamweer open. Opmerkingen: U moet bij een storing in de voeding van het zonnescherm, tijdens hetopen- of dichtgaan of zodra het ges-loten is, de beveiliging tegen beknel-len opnieuw instellen:
- druk op de zijde
Bvan de schake-
laar totdat het zonnescherm hele- maal gesloten is (het schuiftstapsgewijs steeds enkele centi-meters dicht).
Als het panoramadak niet wil sluiten,moet u, zodra het panoramadakgestopt is:
- op zijde Avan de schakelaar druk-
ken totdat het zonnescherm geheel geopend is.
- laat zijde Alos en druk daarna
gelijk op zijde Bvan de schakelaar
totdat het zonnescherm geheelgesloten is (het schuift stapsge-wijs steeds enkele centimetersdicht).
Tijdens deze handelingen is debeveiliging tegen beknellen uitges-chakeld.
Page 116 of 183

14-04-2003
MOTORKAP OPENEN Binnenzijde: Druk op de knop links
onder het dashboard. Buitenzijde: Druk de veiligheids-
haak omhoog en til de motorkap op. Motorkapsteun Bevestig de motorkapsteun om de motorkap geopend te houden.Plaats de motorkapsteun in de hou-der alvorens de motorkap te sluiten. SluitenLaat de motorkap voorzichtig zakken en laat deze aan het einde van deslag in het slot vallen. Controleer ofde motorkap goed vergrendeld is.
Waarschuwingsmelding "motorkap open"Als bij draaiende motor of tijdens het rij-den de motorkap niet goed is gesloten,wordt u gewaarschuwd door hetknipperen van het verklikkerlampjeverplicht stoppen "STOP"in combi-
natie met een geluidssignaal en het
desbetreffende pictogram op hetmultifunctionele display
.
BRANDSTOF TANKEN
Te laag brandstofniveau Als het brandstofniveau te laag is, gaat dit verklikkerlampje branden.
U kunt nog ongeveer 50 km met de reste-rende hoeveelheid
brandstof rijden.
Als het verklikkerlampje knippert,geeft dit aan dat de brandstofmeterniet werkt.
Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt.Het tanken dient met afgezette
motor te geschieden.
Open de brandstofvulklep.
Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom.
Trek de tankdop uit de vulope-ning en bevestig deze aan dehaak aan de binnenzijde van devulklep.
Op een label aan de binnenzijde vande vulklep staat de voorgeschrevensoort brandstof aangegeven. Laat het vulpistool bij het aftanken van de auto nooit meer dan 3 keerautomatisch uitspringen. Indien ditwel gebeurt, kunnen er storingenoptreden. De inhoud van de brandstoftank
bedraagt ca. 60 liter. Vergrendel na het tanken de vul- dop en sluit de vulklep.
UW 307 SW IN DETAIL 109
Beveiliging tegen beknellen Als het zonnescherm bij het sluiten tegen een obstakel stuit, stopt hetautomatisch en gaat het langzaamweer open. Opmerkingen: U moet bij een storing in de voeding van het zonnescherm, tijdens hetopen- of dichtgaan of zodra het ges-loten is, de beveiliging tegen beknel-len opnieuw instellen:
- druk op de zijde
Bvan de schake-
laar totdat het zonnescherm hele- maal gesloten is (het schuiftstapsgewijs steeds enkele centi-meters dicht).
Als het panoramadak niet wil sluiten,moet u, zodra het panoramadakgestopt is:
- op zijde Avan de schakelaar druk-
ken totdat het zonnescherm geheel geopend is.
- laat zijde Alos en druk daarna
gelijk op zijde Bvan de schakelaar
totdat het zonnescherm geheelgesloten is (het schuift stapsge-wijs steeds enkele centimetersdicht).
Tijdens deze handelingen is debeveiliging tegen beknellen uitges-chakeld.