dashboard Peugeot 508 RXH 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: 508 RXH, Model: Peugeot 508 RXH 2016Pages: 364, PDF Size: 10.31 MB
Page 144 of 364

142
508_nl_Chap05_securite_ed01-2016
Maak er een gewoonte van om normaal
rechtop in de voorstoelen te zitten.
Draag altijd een correct afgestelde
veiligheidsgordel.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten...) en bevestig niets in
de buurt van de airbags of in het gebied waar
de airbags afgaan. Dit kan de inzittende bij
het afgaan van de airbag ver wonden.
Verander niets aan de oorspronkelijke
uitvoering van uw auto, voer met name geen
wijzigingen door aan de onderdelen in de
directe nabijheid van de airbags.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw
auto de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen
mogen uitsluitend door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde
werkplaats worden uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan op
letsel of lichte brandwonden aan het hoofd,
de borst of de armen als de airbag wordt
geactiveerd. De airbag wordt namelijk zeer
snel opgeblazen (binnen enkele milliseconden)
en loopt vervolgens even snel leeg, waarbij
de warme gassen via de daarvoor bestemde
openingen naar buiten stromen.Zijairbags
Bedek de stoelen uitsluitend met daarvoor
goedgekeurde stoelhoezen, die in combinatie
met actieve zijairbags gebruikt kunnen
worden. Voor informatie over de stoelhoezen
die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich
wenden tot het PEUGEOT-netwerk.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de accessoires.
Bevestig nooit iets aan de rugleuning van de
stoelen (kleding...): dit zou bij het afgaan van
de airbags kunnen leiden tot verwondingen
aan armen of borstkas.
Ga niet onnodig dicht tegen het
portierpaneel zitten.
Airbags vóór
Houd het stuur wiel niet aan de spaken
vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn voeten niet op
het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag afgaat,
kunnen brandende sigaretten of een pijp
brandwonden of ander letsel veroorzaken.
Ver wijder het stuur wiel nooit, maak geen
gaten in de stuur wielbekleding en sla er niet
op.
Bevestig geen voor werpen of stickers op
het stuur wiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Adviezen
Window-airbags
Bevestig nooit iets op de hemelbekleding;
dit zou bij het afgaan van de window-airbags
kunnen leiden tot hoofdletsel.
Demonteer nooit de handgrepen van het dak
(indien aanwezig); deze maken deel uit van
de bevestiging van de window-airbags.
Houd u aan de onderstaande veiligheidsvoorschriften voor een maximale effectiviteit van de airbags:
Veiligheid
Page 216 of 364

214
508_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2016
Openen van de motorkap
Openen
Schakel het Stop&Start-systeem
altijd uit als u handelingen onder de
motorkap wilt uitvoeren, om letsel door
het automatisch activeren van de
START-stand te voorkomen.
Sluiten
F Laat de motorkap voorzichtig zakken en laat
deze aan het einde van de slag in het slot
vallen.
F Controleer of de motorkap goed vergrendeld is.
F Aan de buitenzijde: beweeg de hendel
omhoog en til de motorkap op.
Een gasdemper opent de motorkap en houdt
deze omhoog.
De koelventilator kan ook nog gaan
draaien nadat de motor is afgezet:
houd daarom voor werpen en kleding
uit de buur t van de ventilator. In verband met de aanwezigheid van
elektrische uitrustingen in de motorruimte
wordt geadviseerd om blootstelling aan
water (regen, wassen, ...) te beperken.
F
I
n het interieur
: trek de handgreep links
onder het dashboard naar u toe.
Open de motorkap niet als het hard waait.
Wees bij warme motor voorzichtig met
het bedienen van de veiligheidshaak
en de motorkapsteun (kans op
brandwonden).
Praktische informatie
Page 221 of 364

219
508_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2016
Stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
Het stuurbekrachtigingsvloeistofniveau
dient zich zo dicht mogelijk bij het
merkteken "MA XI" te bevinden. Draai
bij koude motor de dop open om het
niveau te controleren.
Het remvloeistofniveau dient zich zo dicht
mogelijk bij het merkteken "MA XI" te
bevinden. Controleer indien dit niet het geval is
of de remblokken van uw auto zijn versleten.
Remvloeistofniveau
Remvloeistof ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van
de fabrikant voor het voorgeschreven
verversingsinterval.
Type remvloeistof
Gebruik de door de fabrikant voorgeschreven
remvloeistof.
Motorolie bijvullen
De plaats van de vulopening voor de motorolie
is aangegeven op de desbetreffende
afbeelding van de motorruimte.
F
D
raai de dop van de vulopening.
F
G
iet de olie voorzichtig in de opening om
morsen op motoronderdelen te voorkomen
(dit kan brand veroorzaken).
F
W
acht enkele minuten en controleer
vervolgens nogmaals het oliepeil met de
peilstok.
F
V
ul indien nodig nog olie bij.
F
D
raai nadat u het oliepeil nogmaals hebt
gecontroleerd de dop zorgvuldig op de
vulopening en steek de peilstok weer in de
schacht.
Na het bijvullen zal de olieniveaumeter op het
dashboard bij het aanzetten van het contact na
30 minuten de juiste waarde aangeven.
Olie ver versen
Raadpleeg het onderhoudsschema van de
fabrikant voor het verversingsinterval voor uw
auto.
Maak om een verminderde betrouwbaarheid
van de motor en de emissieregeling te
voorkomen nooit gebruik van additieven in de
motorolie.
7
Praktische informatie
Page 237 of 364

235
508_nl_Chap08_en-cas-de-pannes_ed01-2016
Reservewiel
Het gereedschap bevindt zich onder de vloer.
Van de bagageruimte:
F
o
pen het kofferdeksel/de achterklep,
F
z
et de vloerplaat rechtop (SW en R XH
BlueHDi: in de geleider) om toegang te
krijgen tot het gereedschap.
In het geval van een lekke band kunt u het wiel met het bij de auto geleverde gereedschap ver wisselen volgens de onderstaande procedure.
Beschikbaar gereedschap
Dit gereedschap is specifiek voor uw auto en
kan, afhankelijk van de uitvoering van uw auto,
verschillen. Gebruik het niet voor andere doeleinden.
1.
Wielsleutel. Hiermee kan de wieldop worden ver wijderd en
kunnen de wielbouten worden losgedraaid.
2. Krik met geïntegreerde slinger. H
iermee kan de auto worden opgekrikt. 3.
G
ereedschap voor het ver wijderen van
sierdoppen van wielbouten.
H
iermee kunnen bij lichtmetalen velgen
de sierdoppen van de wielbouten worden
verwijderd.
4.
D
op voor het verwijderen van slotbouten
(in het dashboardkastje).
H
iermee kunnen met behulp van de
wielsleutel de speciale slotbouten worden
verwijderd.
5.
W
ielblok om het wegrollen van de auto te
vo o r ko m e n*.
6.
Sleepoog.
Z
ie de paragraaf "Slepen van de auto".
Toegang tot het gereedschap
* Volgens land van bestemming.De krik mag uitsluitend worden gebruikt
voor het ver wisselen van een wiel met
een beschadigde band.
De krik voldoet aan de Europese
regelgeving zoals deze is vastgelegd in
de Richtlijn 2006/42/EG over machines. De krik is onderhoudsvrij.
8
Storingen verhelpen
Page 251 of 364

249
508_nl_Chap08_en-cas-de-pannes_ed01-2016
Zekeringen vervangenIn het geval van een storing in een bepaalde functie kunt u de desbetreffende defecte zekering vervangen volgens de onderstaande procedure.
De tang voor het verwijderen van zekeringen
bevindt zich in het dashboardkastje.
Toegang tot het gereedschap
Voordat u een zekering vervangt, dient u de
oorzaak van de storing op te sporen en te
(laten) verhelpen.
F
U k
unt aan de draad van een zekering zien
of deze defect is.
Vervangen van een zekering
Goed Defect
F
G
ebruik de speciale tang om de zekering
uit de zekeringkast te verwijderen.
F
V
ervang een defecte zekering altijd door
een zekering met dezelfde stroomsterkte.
F
S
electeer de zekering aan de hand van
het nummer op de zekeringkast, de op de
zekering aangegeven stroomsterkte en het
onderstaande overzicht. PEUGEOT is niet aansprakelijk voor
kosten die voortvloeien uit storingen
veroorzaakt door het monteren
van extra accessoires die niet door
aanbevolen en geleverd worden,
en niet volgens de voorschriften
van PEUGEOT zijn gemonteerd. Dit
geldt met name als het gezamenlijke
stroomverbruik van de extra
accessoires meer dan 10
milliampère
bedraagt.
Montage van elektrische
accessoires
Bij het ontwerp van het elektrische
circuit van uw auto is reeds rekening
gehouden met de montage van zowel de
standaarduitrusting als eventuele opties.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats voordat u andere
elektrische voorzieningen of accessoires in
de auto monteert of laat monteren.
8
Storingen verhelpen
Page 252 of 364

250
508_nl_Chap08_en-cas-de-pannes_ed01-2016
Zekeringen
dashboard
De zekeringkast bevindt zich aan de onderzijde
van het dashboard (linkerzijde).
Toegang tot de zekeringen
F Open het uitklapbare paneel; u moet daarbij een zekere weerstand overwinnen. Zekering
n r. Ampère
(A) Functies
F6 A of B 15Autoradio.
F8 3Inbraakalarm.
F13 10A a n s t e ke r vó ó r.
F14 1012V-aansluiting vóór.
F16 3Plafonnier achter, kaartleeslampen achter.
F17 3Plafonnier vóór, make-upspiegel.
F28 A of B 15Autoradio.
F30 20Ruitenwisser achter.
F32 10Audioversterker.
Storingen verhelpen
Page 253 of 364

251
508_nl_Chap08_en-cas-de-pannes_ed01-2016
ZekeringN° Ampère
(A) Functies
F3 15
Paneel ruitbediening in bestuurdersportier, 12V-aansluiting achterzitplaatsen.
F41512V-aansluiting bagageruimte.
F5 30Elektrisch bedienbare ruiten achter met eentrapsbediening.
F6 30Elektrisch bedienbare ruiten vóór met eentrapsbediening.
F11 20Servicecentrale trekhaakaansluiting.
F12 20Audioversterker.
F15 20Blinderingspaneel panoramadak (SW en RXH BlueHDi).
F16 5Paneel ruitbediening in bestuurdersportier.
Zekeringen achter het
dashboardkastje
8
Storingen verhelpen
Page 278 of 364

276
508_nl_Chap10b_JBL_ed01-2016
JBL HIFI-SYSTEEM
Het Hifi-systeem versie 5.1 is door de
ingenieurs van PEUGEOT samen met de
specialisten van het merk JBL ontwikkeld.
Voor een optimale geluidskwaliteit zijn voor en
achter in het interieur vier tweewegluidsprekersets
gemonteerd. De twee wegen worden door een
actief filtersysteem van elkaar gescheiden.
De luidsprekersets bestaan uit een tweeter
met textieldome, voor een stabiele en
uitgebalanceerde geluidsweergave van de hoge
tonen, en een mediumwoofer met een vermogen
van 50 W RMS voorzien van een omgekeerde
driver en een neodymium magneet voor een
per fecte weergave van de lage tonen.
De centrale luidspreker in het dashboard zorgt
voor een nog betere geluidskwaliteit en geeft
de inzittenden het gevoel bij een live-optreden
aanwezig te zijn.
De subwoofer in de bagageruimte, met een
drievoudige spoel en een vermogen van 150 W,
geeft extra diepte en kleur aan de lage tonen van
het geluidsspectrum.
Het geheel wordt aangestuurd door een
10-wegversterker met een vermogen van
500 W RMS en een impedantie van 2 ohm. Deze
versterker is van specifieke software voorzien die
zorgt voor een surround-effect en een uitstekende
geluidsverdeling, zodat zowel de bestuurder als
de passagiers optimaal van de muziek kunnen
genieten.
Audio en telematica
Page 281 of 364

279
508_nl_Chap10c_SMEGplus_ed01-2016
Bij draaiende motor wordt het geluid
onderbroken door de toets in te drukken.
Bij afgezet contact wordt het systeem
ingeschakeld door de toets in te drukken.
Volumeregeling (voor elke
bron afzonderlijk, ook voor
"Verkeersinformatie (TA)" en
navigatieaanwijzingen).
Selecteren van de geluidsbron (volgens
uitvoering):
-
R
adio "FM"/"DAB"*/"AM"*.
-
"USB"-stick.
-
C
D-speler in het dashboardpaneel.
-
T
elefoon aangesloten via Bluetooth* en
streaming-verzending via Bluetooth*.
-
M
ediaspeler aangesloten via de AUX-
aansluiting (Jack, kabel niet meegeleverd).
* Volgens uitrusting. Sneltoetsen: met behulp van de toetsen in
de bovenste balk van het touchscreen, is
het mogelijk direct de geluidsbron, de lijst
met zenders (of titels afhankelijk van de
geluidsbron) of de temperatuurregeling te
kiezen.
Het is een "resistief " scherm dat voelbaar
aangeraakt moet worden, met name
bij bewegingen (door een lijst bladeren,
scrollen over de kaart, enz.). Lichtjes
aanraken is niet voldoende. Als het scherm
met meerdere vingers wordt aangeraakt,
worden de commando's niet opgevolgd.
Het scherm kan ook worden bediend
als u handschoenen draagt. Dankzij
deze technologie kan het scherm bij elke
temperatuur worden gebruikt.
Als het bijzonder warm is, kan het
geluidsvolume worden beperkt om
het systeem te beschermen. Zodra de
temperatuur in het interieur is gezakt,
zal de oorspronkelijke instelling weer
worden gebruikt. Gebruik voor het schoonmaken van
het display een zacht, niet-schurend
doekje (bijvoorbeeld een brillendoekje)
zonder schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet met een puntig
voor werp aan.
Raak het scherm niet met vochtige
handen aan.
.
Audio en telematica
Page 283 of 364

281
508_nl_Chap10c_SMEGplus_ed01-2016
Menu's
Media
Rijhulpsysteem Navigatie
Selecteren van een geluidsbron of een
radiozender. Weergeven van foto's.
Weergeven van de boordcomputer.
Inschakelen, uitschakelen en configureren van
bepaalde functies van de auto. Instellen van de navigatie en kiezen van de
bestemming.(Volgens uitvoering)
Configuratie
Instellen van het geluid (balans, klank, ...),
de grafische thema's, de lichtsterkte van
de dashboardverlichting, het display (taal,
eenheden, datum, tijd, ...).
Internetdiensten
(PEUGEOT CONNECT APPS)
Verbinding maken met een portal met
applicaties die het reizen gemakkelijker, veiliger
en persoonlijker maken. Hiervoor is een dongel
met abonnement nodig die verkrijgbaar is bij
het PEUGEOT-netwerk.(Volgens uitvoering)
Telefoon
Een telefoon via Bluetooth® verbinden.
.
Audio en telematica