ESP Peugeot Boxer 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2013, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2013Pages: 184, PDF Size: 5.78 MB
Page 119 of 184

11
7
5
VEILIGHEI
D
Bij een storing in het ESP
zal dit verklikkerlampje gaan
branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding op
het display.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk om het
systeem na te laten kijken.
Gebruiksvoorschrift
Het ASR-/ESP-systeem zorgt voor meer
veiligheid tijdens het rijden. De bestuurder
mag zich echter nooit laten verleiden tot
het nemen van meer risico's en het te hard
rijden.
De goede werking van het systeem wordt
verzekerd onder voorwaarde dat de
voorschriften van de constructeur op het
gebied van wielen (banden en velgen),
onderdelen van het remsysteem en
elektronische onderdelen worden nageleefd
en dat de procedures voor montage en het
uitvoeren van werkzaamheden door het
PEUGEOT-netwerk worden opgevolgd.
Laat deze systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT-netwerk.
Intelligent Traction Control
Systeem dat zorgt voor extra tractie in
situaties met weinig grip (sneeuw, ijzel,
modder...).
Deze functie si
gnaleert situaties met weinig
grip en zorgt ervoor dat u onder deze
omstandi
gheden kunt wegrijden en kunt
bli
jven rijden.
In der
gelijke omstandigheden, neemt de
Intelligent Traction Controlde ASR-functie
over door de aandrijfkracht over te brengen
op het wiel met de meeste
grip, waardoor de
tract
ie en de bestuurbaarheid optimaal zijn.
Inschakelen
Bi
j het starten van de auto is de functie
uitgeschakeld.
Druk op de toets op het dashboard om de
functie in te schakelen; het lamp
je van de
toets
gaat branden.
De
functie blijft actief tot ongeveer 30 km/h.
Zodra u sneller ri
jdt dan 30 km/h, wordt de
functie automatisch uitgeschakeld, maar
bli
jft het lampje branden.
D
e functie wordt automatisch weer
ingeschakeld zodra u weer langzamer dan
30 km
/h rijdt.
Veiligheid tijdens het rijden
Page 121 of 184

5
VEILIGHEI
D
Veiligheidsgordels
VEILIGHEIDSGORDELS
VEILIGHEIDSGORDELS CABINE
De bestuurdersstoel is voorzien van
veiligheidsgordels met pyrotechnische
gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers.
De voorbank is voorzien van twee
veiligheidsgordels.
Mocht u als uitrusting achteraf een bank in
de auto monteren, dan dient deze voorzien
te zijn van veiligheidsgordels.
VEILIGHEIDSGORDELS
ACHTERZITPLAATSEN
De stoelen/banken zijn voorzien van
driepunts veiligheidsgordels met
oprolautomaat.
De middelste zitplaats is voorzien van een
gordelgeleider en een oprolautomaat die zijn
bevestigd aan de rugleuning.
Hoogteverstelling
Knijp de knop van de geleider in en schuif
deze omhoog of omlaag (veiligheidsgordel
aan de zijde van de bestuurdersstoel en
de zijde van de zitplaats van de buitenste
voorpassagier).
De veiligheidsgordel van de middelste
zitplaats is niet in hoogte verstelbaar.
Vastmaken
Trek de gordel met een gelijkmatige
beweging voor u langs en verzeker u ervan
dat deze niet gedraaid is.
Steek de gesp in de gordelsluiting.
Trek kort en snel aan de gordel om de
automatische blokkering van de gesp te
controleren.
Losmaken
Druk op de rode knop van de gordelsluiting. De veiligheidsgordel rolt automatisch op maar het wordt aanbevolen de veiligheidsgordel
vast te houden terwijl deze zich oprolt.
Uit veiligheidsoverwegingen mag deze
handeling niet tijdens het rijden worden
uitgevoerd.
Verklikkerlampje
veiligheidsgordel bestuurder
Als de bestuurder zijn
veiligheidsgordel niet heeft
vastgemaakt, gaat bij het starten
van de motor het verklikkerlampje
branden.
DUBBELE CABINE
De achterste zitplaatsen zijn voorzien van
driepuntsgordels en oprolautomaten.
Gebruik de veiligheidsgordel slechts voor
1 persoon per zitplaats.
Als de veiligheidsgordel van de
bestuurder is los
gemaakt, kan bij
auto's met het Stop & Start-systeem de
START-stand van de motor niet worden
geactiveerd. De motor kan dan uitsluitend
met de contactsleutel worden
gestart.
Page 122 of 184

12
0
Veiligheidsgordels
De gordelkrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt.
De oprolautomaten zijn voorzien van een
automatische blokkeerinrichting die in werking
treedt bij een aanrijding, een noodstop of het
over de kop slaan van de auto.
De veiligheidsgordels met pyrotechnische
gordelspanners werken alleen als het
contact aan staat.
U kunt de gordel losmaken door de rode
knop op de gesphouder in te drukken.
Geleid de gordel tijdens het oprollen.
Gebruiksvoorschrift
De bestuurder dient er vóór het wegrijden
zeker van te zijn dat alle inzittenden hun
veiligheidsgordels op de juiste manier
hebben vastgemaakt.
Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook al
betreft het een korte rit.
De veiligheidsgordels zijn voorzien van een
oprolautomaat die ervoor zorgt dat de lengte
van de gordel automatisch wordt aangepast
aan uw lichaamsbouw.
Gebruik geen accessoires om de
veiligheidsgordels minder strak te laten
aansluiten (zoals wasknijpers, klemmen,
veiligheidsspelden, ...).
Controleer zowel voor als na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
Controleer na het neerklappen of verplaatsen
van een stoel of de achterbank of de gordel
goed is opgerold en de gordelsluiting zich op
de juiste plaats bevindt.
De gordelspanners van de
veiligheidsgordels vóór kunnen, afhankelijk
van de aard en de kracht van de aanrijding,
onafhankelijk van de airbags afgaan.
De gordelspanners trekken de
veiligheidsgordels direct stevig tegen het
lichaam van de inzittenden. Het afgaan van
de gordels gaat gepaard met een lichte
onschadelijke rookvorming en een geluid als
gevolg van de pyrotechnische lading in het
systeem. Als de gordelspanners
zijn geactiveerd, gaat het
verklikkerlampje airbag branden.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk.
Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
- mag deze door niet meer dan één per-
soon worden gedragen,
- moet worden voorkomen dat de gordel
gedraaid raakt en moet de gordel in een
vloeiende beweging naar voren worden
getrokken,
- dient deze strak om het lichaam te
worden gedragen.
De schoudergordel moet langs het holle
gedeelte van de schouder worden geplaatst.
De heupgordel moet zo laag mogelijk op het
bekken worden geplaatst.
Draai de gespen van de veiligheidsgordels
niet om; de gordels zijn dan niet voldoende
effectief. Als de zitplaatsen zijn voorzien van
armsteunen, moet de heupgordel altijd
onder de armsteun door worden geleid.
Controleer of de gordel goed is vastgemaakt
door even aan de riem te trekken.
Voorschriften voor kinderen:
- maak voor kinderen tot 12 jaar of kleiner
dan 1,50 m gebruik van een geschikt
kinderzitje.
- laat nooit een kind op schoot zitten
tijdens het rijden. De veiligheidsgordel
mag door niet meer dan één persoon
gedragen worden.
Raadpleeg voor meer informatie over
kinderzitjes in rubriek 5 het gedeelte
"Kinderen in de auto".
Vanwege de wettelijke
veiligheidsvoorschriften moeten
werkzaamheden en controles aan de
veiligheidsgordels worden uitgevoerd door
het PEUGEOT-netwerk, dat tevens voor
de garantie zorgt en de werkzaamheden
volgens de voorschriften uitvoert.
Laat de veili
gheidsgordels van uw auto
regelmatig (ook na een kleine aanrijding)controleren door het PEUGEOT-netwerk:
de gordels mogen geen slijtagesporenen scheuren vertonen en er mogen geen
wijzigingen aan de gordels zijn aangebracht.
Reinig de veiligheidsgordels met
zeepsop of een reinigingsmiddel voor
textiel, verkrijgbaar bij het
PEUGEOT-netwerk.
Page 129 of 184

AR
BG
НИКОГА НЕ инсталирайте детско столче на седалка с АКТИВИРАНА предна ВЪЗДУШНА ВЪЗГЛАВНИЦА. То в а можеда причини
СМЪРТ или СЕРИОЗНО НАРАНЯВАНЕ на детето.
CSNIKDY neumisťujte dětské zádržné zařízení orientované směrem dozadu na sedadlo chráněné AKTIVOVANÝM čelním AIRBAGEM. Hrozí
nebezpečí SMRTI DÍTĚTE nebo VÁŽNÉHO ZRANĚNÍ.
DABrug aldrig en bagudvendt barnestol på et sæde der er beskyttet af en aktiv airbag. Død eller alvorlig skade på barnet kan forekomme.
DEVerwenden Sie NIEMALS einen Kindersitz oder Babyschale gegen die Fahrtrichtung bei AKTIVIERTEM Airbag, TOD oder ERNSTHAFTE
VERLETZUNGEN können die Folge sein.
ELΜη χρησιμοποιείτε ΠΟΤΕ παιδικό κάθισμα με την πλάτη του προς το εμπρός μέρος του αυτοκινήτου, σε μια θέση που προστατεύεται από
ΜΕΤΩΠΙΚΟ αερόσακο που είναι ΕΝΕΡΓΟΣ. Αυτό μπορεί να έχει σαν συνέπεια το ΘΑΝΑΤΟ ή το ΣΟΒΑΡΟ ΤΡΑΥΜΑΤΙΣΜΟ του ΠΑΙΔΙΟΥ
ENNEVER use a rearward facing child restraint on a seat protected by an ACTIVE AIRBAG in front of it, DEATH or SERIOUS INJURY to the
CHILD can occur
ESNO INSTALAR NUNCA EL SISTEMA DE RETENCIÓN PARA NIÑOS DE ESPALDAS AL SENTIDO DE LA CIRCULACIÓN SOBRE UN
ASIENTO PROTEGIDO CON UN COJÍN INFLABLE FRONTAL ( AIRBAG ) ACTIVADO. ESTO PUEDE CAUSAR LA MUERTE DEL BEBE
O HERIRLO GRAVEMENTE.
ETÄrge kasutage kunagi lapse turvatooli seljaga sõidusuunas sõiduki istmel mis on kaitstud AKTIVEERITUD TURVAPADJAGA. See võib
põhjustada lapsele RASKEID VIGASTUSI või SURMA.
FIÄLÄ KOSKAAN aseta lapsen turvaistuinta selkä ajosuuntaan istuimelle, jonka edessä suojana on käyttöön aktivoitu TURVATYYNY. Sen
laukeaminen voi aiheuttaa LAPSEN KUOLEMAN tai VAKAVAN LOUKKAANTUMISEN.
FRNE JAMAIS installer de système de retenue pour enfants faisant face vers l’arrière sur un siège protégé par un COUSSIN GONFLABLE
frontal ACTIVÉ.
Cela peut provoquer la MORT de l’ENFANT ou le BLESSER GRAVEMENT
12
7
5
VEILIGHEI
D
Kinderen aan boord
Sticker op beide zi
jden van de zonneklep aan passagierszijde
Page 154 of 184

Wiel verwisselen
- Maak, als binnen 5 minuten de spanning
van minimaal 3 bar niet bereikt is,
de compressor los van het ventiel
en de 12V-aansluiting. Rijd de auto
ongeveer 10 meter naar voren om het
afdichtmiddel binnen in de band te
verdelen.
- Breng de band vervolgens weer op
spanning:
●
schakel de compressor uit als binnen
10 minuten de waarde van minimaal
3 bar niet bereikt is: de band is te
zwaar beschadigd om gerepareerd
te kunnen worden. Raadpleeg het
PEUGEOT-netwerk.
●
rijd zo snel mogelijk verder als de
bandenspanning een waarde heeft
bereikt van 4 bar .
Zet de auto na 10 minuten stil en controleer
de bandenspanning opnieuw.
Bren
g de band indien nodig weer op de
juiste spanning en raadpleeg zo snel
mogelijk het PEUGEOT-netwerk.
Controle en op spanning brengen
De compressor kan ook gebruikt worden om
de bandenspanning te controleren en de
banden op de juiste spanning te brengen.
- Maak de slang I los en sluit deze
rechtstreeks aan op het ventiel van de
band; de patroon is op deze manier
met de compressor verbonden en
het afdichtmiddel zal niet worden
ingespoten.
Verbind slang I met het ventiel van de
band als de bandenspanning te hoog is en
druk op de gele toets in het midden van de
schakelaar van de compressor.
Vervangen van de patroon met
afdichtmiddel
Voer de volgende handelingen uit om de
patroon te vervangen:
- maak de slang I los,
- draai de te vervangen patroon naar links
en til deze op,
- plaats de nieuwe patroon en draai deze
naar rechts,
- sluit de slang I weer aan en verbind de
slang B in zijn houder.
De patroon bevat ethyleen-glycol. Dit is
schadelijk bij inslikken en kan de ogen
irriteren.
Houd de patroon daarom buiten het bereik
van kinderen.
Gooi de patroon na gebruik niet zomaar weg,
maar lever deze in bij het PEUGEOT-netwerk
of een hiervoor bestemd inzamelpunt.
Deze vervangingsset is verkrijgbaar bij het
PEUGEOT-netwerk.
Page 160 of 184

158
Zekering vervangen
ZEKERINGEN DASHBOARD (BESTUURDERSZIJDE)
- Verwijder de schroeven en kantel de zekeringkast omlaag om bij de zekeringen te komen.
ZekeringA (Ampère)Functie
127,5Dimlicht rechts
137,5Dimlicht links
317,5Voeding relais
3210Interieurverlichting
331512V-aansluiting achter
34-Niet gebruikt
357,5
Achteruitrijlichten - Sensor water in brandstof
3615Bediening centrale vergrendeling - Accu
377,5Remlichtschakelaar - Derde remlicht - Instrumentenpaneel
3810Voeding relais
3910
Autoradio - Diagnoseaansluiting - Sirene alarm - Bediening programmeerbare standkachel - Bediening
airconditioning - Tachograaf - Accu
4015
Achterruitverwarming (links) - Spiegelverwarming bestuurderszijde
4115
Achterruitverwarming (rechts) - Spiegelverwarming passagierszijde
427,5Elektronische eenheid en sensor ABS - Sensor ASR - Sensor ESP - Remlichtschakelaar
4330Motor ruitenwissers vóór
4420
Aansteker - 12V-aansluiting 457,5Bediening portieren
46-Niet gebruikt
4720Motor ruitbediening bestuurderszijde
4820Motor ruitbediening passagierszijde
497,5
Autoradio - Schakelaars cockpit - Ruitbediening bestuurderszijde
507,5Elektronische eenheid airbags en gordelspanners
517,5Tachograaf - Snelheidsregelaar - Bediening airconditioning
527,5Optionele voeding relais
537,5Instrumentenpaneel - Mistachterlicht
Page 176 of 184

174
Exterieur
EXTERIEUR
Achterlichten, richtingaanwijzers, 3e remlicht,mistachterlicht 36, 47, 153, 156
Linkerzijde:
brandstofvuldop, brandstoftank 144
Onderbreking brandstoftoevoer 144
Laadruimte 75-76
Achterdeuren 28
Kentekenplaatverlichting 156
Parkeerhulp 83
Reservewiel, krik, wiel verwisselen, gereedschap, bandenreparatieset 148-152
Bandenspanning 173
Takelen, slepen 162
Trekhaak, kogel 133-134
Afmetingen 164-170
Accessoires 135-136
Imperiaal 135
Remmen, remblokken 139, 141 ABS, REF 115Noodremassistentie (AFU) 11 5 ASR, ESP 116-117Bandenspanning 173Luchtvering 86
Sleutel, afstandsbediening, batterij21-23 Starten 41-42
Centrale vergrendeling 29
Codekaart 25 Alarm 26
Ruitenwisserbladen 161 Buitenspiegels 77
Zijknipperlichten 155
Koplampen, mistlampen, richtingaanwijzers 153-155
Koplampverstelling 49
Koplampsproeiers 50
Lampen vervangen 153-155
Portieren openen/sluiten 27-29 Sleutel 23
Motorkap openen, motorkapsteun 137
Mode - autoclose 81
Page 178 of 184

17
6
Cockpit
Centrale vergrendeling 29
Ontdooien, ontwasemen 54
Autoradio, CD/MP3 89-97
Bluetooth handsfree systeem 97-113
Tachograaf 88
Achteruitrijcamera 84-85
Verwarming, ventilatie 56-59 ●airconditioning A/C,●handbediende airconditioning, ●automatische airconditioning met centrale regeling, ●luchtrecirculatie.
Indeling cabine 71-74●
aansteker, ●
dashboardkastje (gekoeld),●
opbergvak boven voorruit, ●
verplaatsbare asbak, ●
plafonniers, ●
12V-aansluiting,●
schrijftafel,●
opbergvak.
Versnellingsbak 40
Parkeerhulp 83
Verklikkerlampje alarm 26
ASR, ESP 116-117
Intelligent Traction Control 117
Mistlampen voor, mistachterlicht 47
Alarmknipperlichten 114