ESP Peugeot Boxer 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2018, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2018Pages: 232, PDF Size: 9.15 MB
Page 138 of 232

136
F Maak, als binnen 5 minuten de spanning van
minimaal 3
bar niet bereikt is, de compressor
los van het ventiel en de 12
V-aansluiting. Rijd
de auto ongeveer 10
meter naar voren om het
afdichtmiddel binnen in de band te verdelen.
F
B
reng de band vervolgens weer op spanning:
•
sc
hakel de compressor uit als binnen
10
minuten de waarde van minimaal
3
bar niet bereikt is: de band is te zwaar
beschadigd om gerepareerd te kunnen
worden. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
•
r
ijd zo snel mogelijk verder als de
bandenspanning een waarde heeft bereikt
van 5
bar.
F
Z
et de auto na 10 minuten stil en controleer de
bandenspanning opnieuw.
F
B
reng de band op de voorgeschreven spanning
die staat vermeld op de sticker op de portierstijl
aan bestuurderszijde en raadpleeg zo snel
mogelijk het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Deze reparatieset en de patronen zijn
verkrijgbaar bij het PEUGEOT-netwerk.Controle en op spanning
brengen
De compressor kan ook gebruikt worden om de
bandenspanning te controleren en de banden op de
juiste spanning te brengen.
F
M
aak de slang I los en sluit deze rechtstreeks
aan op het ventiel van de band; de patroon is op
deze manier met de compressor verbonden en
het afdichtmiddel zal niet worden ingespoten.
Verbind slang I met het ventiel van de band als
de bandenspanning te hoog is en druk op de gele
toets in het midden van de schakelaar van de
compressor.
Vervangen van de patroon
Voer de volgende handelingen uit om de patroon
met afdichtmiddel te vervangen:
F
M
aak de slang I los.
F
D
raai de te ver vangen patroon naar links en til
deze op.
F
P
laats de nieuwe patroon en draai deze naar
rechts.
F
S
luit de slang I aan en bevestig buis B op zijn
plek.
De patroon bevat ethyleen-glycol. Dit is
schadelijk bij inslikken en kan de ogen
irriteren.
Buiten het bereik van kinderen houden. Werp de patroon na gebruik niet weg, maar
lever deze in bij het PEUGEOT-netwerk of
een officieel inzamelpunt.
In geval van pech
Page 174 of 232

172
Veiligheidsgordels
Vast maken
F Trek de gordel met een gelijkmatige beweging voor u langs en verzeker u er van dat deze niet
gedraaid is.
F
S
teek de gesp in de gordelsluiting.
F
T
rek kort en snel aan de gordel om de
automatische blokkering van de gesp te
controleren.
Losmaken
F Druk op de rode knop van de gordelsluiting. De veiligheidsgordel rolt automatisch op maar het
wordt aanbevolen de veiligheidsgordel met de
hand te geleiden ter wijl deze zich oprolt.
Gebruik de veiligheidsgordel slechts voor
1
persoon per zitplaats.
Kinderzitjes
Plaats geen kinderzitjes, zitverhogers of
reiswiegen op de achterste zitplaatsen van de
cabine.
De achterste zitplaatsen zijn alle voorzien van een
driepuntsgordel met een oprolautomaat.
Chassis cabine/Plateau
cabine
De chassis en plancher cabine-
uitvoeringen zijn voorzien van
een cabine, een vast plateau en
specifieke achterlichten.
Zie de desbetreffende rubrieken voor meer
informatie over deze voorzieningen.
Een lamp vervangen
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de typen lampen .
Deze uitvoeringen zijn ook leverbaar met:
-
e
en dubbele cabine,
-
e
en kiepbak.
Specifieke kenmerken
Page 179 of 232

177
Veiligheidsgordels
Vast maken
F Trek de gordel met een gelijkmatige beweging voor u langs en verzeker u er van dat deze niet
gedraaid is.
F
S
teek de gesp in de gordelsluiting.
F
T
rek kort en snel aan de gordel om de
automatische blokkering van de gesp te
controleren.
Losmaken
F Druk op de rode knop van de gordelsluiting. De veiligheidsgordel rolt automatisch op maar het
wordt aanbevolen de veiligheidsgordel met de
hand te geleiden ter wijl deze zich oprolt. Gebruik de veiligheidsgordel slechts voor
1
persoon per zitplaats.
Kinderzitjes
Plaats geen kinderzitjes, zitverhogers of
reiswiegen op de achterste zitplaatsen van de
cabine.
De achterste zitplaatsen zijn alle voorzien van een
driepuntsgordel met een oprolautomaat.
10
Specifieke kenmerken
Page 183 of 232

181
Kenmerken
UitrustingBeschrijving
Kiepbak Bodem van de kiepbak bestaande uit 2
platen van HSS-staal met een dikte van
2,5
mm en een beschermlaag van zink, in lengterichting samengevoegd d.m.v.
laserlassen.
Kiepbak in kleur van de carrosserie.
Structuur van de
kiepbak 2
hoofddraagbalken van gegalvaniseerd HSS-staal.
1
buisvormige stalen dwarsbalk ter hoogte van de kop van de cilinder.
Dwarsbalken van gegalvaniseerd HSS-staal. De complete structuur wordt met
een poedercoating tegen roest beschermd.
Subframe 2
C-vormige draagbalken van HSS-staal met een dikte van 2,5 mm, aan de
binnenzijde begrensd door een verbreed onderste scherm.
Bevestiging op de onderzijde van de auto door middel van HSS-steunen.
1
dwarsbalk achter met scharnierpunten, van gegalvaniseerd plaatstaal.
Aanslagen op de uiteinden van de draagbalken.
Beschermingsrooster voor de achterlichten.
Antisteenslagrooster achterlamp.
Onderrijbeveiliging en schermsteunen van gegalvaniseerd plaatstaal.
Schotten Schotten van geprofileerd koud gewalst HSS-staal, dikte 15/10, samengevoegd
d.m.v. een ononderbroken laserlasverbinding.
Beschermd tegen roest met een poedercoating.
Extra verzinkte vergrendelingshaken geïntegreerd in de uitsparingen van het
schot.
Laddersteun Stijlen van gegalvaniseerd plaatstaal. Panelen en dwarsbalken van gespoten
plaatstaal met flensbouten.
Elektropompgroep 12
volt /2 kW.
Bedrijfstemperatuurbereik: -20
tot +70 °C.
Hydraulische cilinder Uitbreidingstype, nitride dwarsbalk, 3
secties, diameter: 107 mm
Max. druk: 20
bar.
Hydraulische vloeistof Mineraal type ISO HV 46
of gelijkwaardig.
Afmetingen
Als basis voor deze ombouw wordt uitsluitend
de L2-uitvoering met enkele cabine gebruikt.
Raadpleeg onderstaande tabel voor de gegevens
van de kiepbak.Kiepbak (mm)
Nuttige lengte 3200
Totale lengte 3248
Nuttige breedte 2000
Totale breedte 210 0
Hoogte van de schotten 350
Conversiegewicht (kg) 550
Raadpleeg voor de gegevens van de
Chassis Cabine in L2-uitvoering de rubriek
"Afmetingen" van de Plateau Cabine-
uitvoering.
10
Specifieke kenmerken
Page 187 of 232

1
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Multimedia audiosysteem –
Bluetooth®-telefoon – GPS-
navigatie
Inhoud
De eerste stappen 1
T ermenlijst 2
St
uurkolomschakelaars
3
M
enu's
3
R
adio
4
D
AB-radio (Digital Audio Broadcasting)
5
M
edia
6
N
avigatie
9
T
elefoon
1
2
Gegevens auto
1
4
Instellingen
1
4
Gesproken commando's
1
6
Het systeem is zodanig beveiligd dat het
uitsluitend in uw auto functioneert.
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die zijn volledige aandacht
vragen uitsluitend uitvoeren bij stilstaande
auto.
Als de motor is afgezet schakelt het systeem
zichzelf, na het inschakelen van de eco-mode,
uit om te voorkomen dat de accu ontladen
raakt.
De eerste stappen
Gebruik de toetsen onder het touchscreen om de
hoofdmenu's te openen en druk ver volgens op de
op het touchscreen weergegeven toetsen.Het touchscreen is een "resistief " scherm
dat voelbaar aangeraakt moet worden, met
name bij bewegingen (door een lijst bladeren,
scrollen over de kaart, enz.). Lichtjes aanraken
is niet voldoende. Als het scherm met
meerdere vingers wordt aangeraakt, worden
de commando's niet opgevolgd.
Het scherm kan ook worden bediend
als u
handschoenen draagt. Dankzij
deze technologie kan het scherm bij elke
temperatuur worden gebruikt.
Gebruik voor het schoonmaken van het
scherm een zacht, niet-schurend doekje
(bijvoorbeeld een brillendoekje) zonder
schoonmaakmiddel.
Raak het scherm niet aan met scherpe
voorwerpen.
Raak het scherm niet aan met natte handen.
Als het zeer warm is in het interieur, kan het
geluidsvolume worden beperkt om het systeem
te beschermen. Zodra de temperatuur in het
interieur is gezakt, zal de oorspronkelijke
instelling weer worden gebruikt.
Het systeem kan ook gedurende minimaal
5
minuten overgaan in de waakstand (volledig
uitschakelen van het scherm en het geluid).
.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Page 189 of 232

3
Stuurkolomschakelaars
Activeren/deactiveren van de
pauzefunctie van CD, USB/iPod en
Bluetooth
® bronnen.
Activeren/deactiveren van de functie
"Mute" van de radio.
Activeren/deactiveren van de microfoon
tijdens een telefoongesprek.
Omhoog of omlaag bewegen:
verhogen of verlagen van het volume
voor de gesproken berichten en de
geluidsbronnen, de handsfree-functie
en het oplezen van sms-berichten.
Activeren van de spraakherkenning.
Een gesproken bericht onderbreken
om een nieuw gesproken commando
te geven.
Onderbreken van de spraakherkenning.
Aannemen van een binnenkomende
oproep.
Aannemen van een tweede oproep
en in de wacht zetten van het huidige
gesprek.
Activeren van de spraakherkenning voor
de telefoonfunctie.
Onderbreken van een gesproken
bericht om een ander gesproken
commando te geven.
Onderbreken van de spraakherkenning. Radio, omhoog of omlaag bewegen:
selecteren van de volgende/vorige
zender.
Radio, omhoog of omlaag geduwd
houden: omhoog/omlaag scrollen
door de frequenties tot de toets wordt
losgelaten.
Media, omhoog of omlaag bewegen:
selecteren van het volgende/vorige
nummer.
Media, omhoog of omlaag geduwd
houden: vooruit/achteruit spoelen tot de
toets wordt losgelaten.
Weigeren van een binnenkomende
oproep.
Telefoongesprek beëindigen.
Menu's
Radio
Selecteren van de verschillende
radiobronnen.
Activeren, deactiveren en configureren
van bepaalde opties.
Telefoon
Verbinding maken met een telefoon via
Bluetooth®.
.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Page 192 of 232

6
Media
Druk op "MEDIA" om de mediamenu's
weer te geven:
Druk op de toets 9
of
: om het vorige/volgende
nummer af te spelen.
Houd de vinger op de toetsen om snel vooruit of
achteruit te spoelen binnen het geselecteerde
nummer.
Scrollen
-
Na
vigeer op: Beluisteren, Artiesten,
Albums, Genres, Nummers, Afspeellijsten,
Audioboeken, Podcasts .
Door de bestanden van het actieve apparaat
scrollen en nummers selecteren.
De selectie-opties hangen af van het
aangesloten apparaat of het type CD.
Bron
-
C
D, AUX, USB .
De gewenste beschikbare geluidsbron
selecteren of een geschikt medium invoeren: het
afspelen start automatisch.
-
Bl
uetooth
®.
Een Bluetooth®-audiosysteem registreren.
Info
-
I
nformatie .
De informatie over het afgespeelde nummer
weergeven. Random
Druk op de toets om nummers in willekeurige
volgorde af te spelen op de CD, het USB-apparaat,
iPod of Bluetooth
®.
Herhalen
Op de toets drukken om deze functie te activeren.
Audio
-
E
qualizer .
Lage, middelhoge en hoge tonen instellen.
-
B
alans/fader .
De balans van de luidsprekers voor en achter,
links en rechts instellen.
Druk op de toets in het midden van de pijlen
voor een evenwichtige instelling.
-
V
olume/Snelheid .
Selecteer de gewenste parameter, de optie
wordt uitgelicht weergegeven.
-
L
oudness .
De geluidskwaliteit bij een laag volume
optimaliseren.
-
A
utomatische radio .
De autoradio bij het starten instellen of de
instellingen gebruiken die actief waren toen het
contact de laatste keer werd afgezet.
-
V
er traagd uitschakelen van de autoradio .
De parameter instellen.
-
I
nstellen vol. AUX .
D
e parameters instellen.
USB-aansluiting
Steek de USB-stick of de stekker van de kabel
(niet meegeleverd) van het externe apparaat in de
USB-aansluiting die bestemd is voor de overdracht
van gegevens naar het systeem. Deze aansluiting
bevindt zich in het middelste opbergvak .
Gebruik geen USB-verdeelstekker, om
beschadiging van het systeem te voorkomen.
Het systeem maakt gebruik van afspeellijsten (in
het tijdelijke geheugen). Het maken van deze lijsten
kan enkele seconden of soms enkele minuten
duren nadat het apparaat voor de eerste keer is
aangesloten.
Deze wachttijd kan worden bekort door andere
bestanden dan muziekbestanden te verwijderen en
het aantal mappen te beperken.
Elke keer als het contact wordt aangezet en als
er een nieuwe verbinding via de USB-stick wordt
gemaakt, worden de afspeellijsten bijgewerkt. De
lijsten worden in het geheugen opgeslagen: als de
lijsten niet zijn gewijzigd, is de laadtijd korter.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Page 193 of 232

7
USB-aansluiting
AUX-aansluiting
Deze aansluiting op de middenconsole is
uitsluitend bestemd voor de voeding en het opladen
van een aangesloten extern apparaat.
Sluit een extern apparaat (MP3 -speler enz.) met
een audiokabel (niet meegeleverd) aan op de Jack-
aansluiting.
Stel eerst het volume van het externe apparaat af
(hoog geluidsniveau). Stel ver volgens het volume
van de autoradio af.
De bediening gebeurt via het externe apparaat.
De functies van het op de AUX-aansluiting aangesloten
apparaat moeten via het apparaat worden bediend:
het is dus niet mogelijk om met de toetsen op
het bedieningspaneel van de auto of met de
stuurkolomschakelaars een ander nummer, een andere
map of een andere playlist te selecteren, of het afspelen
te starten, te stoppen of te onderbreken.
Laat na het loskoppelen de kabel van het externe
apparaat niet aangesloten op de AUX-aansluiting om te
voorkomen dat er ruis via de luidsprekers hoorbaar is.
Selecteren van de
geluidsbron
Druk op " MEDIA".
Selecteer het tabblad " Bron" om de
carrousel van geluidsbronnen weer te
geven.
Selecteer de geluidsbron.
Gebruik de afspeelinstellingen op het scherm.
Druk op de toets " Willekeurig" en/of op de toets
" Herhalen " om deze opties te activeren. Druk er
nogmaals op om de opties te deactiveren.
Informatie en tips
De autoradio speelt bestanden met de extensie
".wav", ".wma" en ".mp3" met een bitrate van
32
kbps tot 320 kbps af.
Ook audiobestanden met de extensie ".aac", ".m4a",
".m4b" en ".mp4" kunnen worden afgespeeld met
bemonsteringsfrequenties (sampling rates) tussen
8
en 96 KHz.
Playlists van het type ".m3u" en ".pls" kunnen ook
worden afgespeeld.
Het systeem is niet geschikt voor apparatuur met
een capaciteit van meer dan 64
GB.
Geadviseerd wordt om voor bestandsnamen
maximaal 20
karakters te gebruiken zonder speciale
tekens (bijv.: ", ?,;, ù), om problemen met het
afspelen of de weergave te voorkomen.
Het systeem is geschikt voor externe
USB-geluidsdragers en voor apparatuur
van BlackBerry
® en Apple® die op de USB-
aansluitingen kunnen worden aangesloten. De
kabel is niet meegeleverd.
De apparatuur kan worden bediend via het
audiosysteem van de auto.
Andere apparatuur, die bij het aansluiten niet
door het systeem wordt herkend, moet met
een kabel (niet meegeleverd) met Jack-plug
op de AUX-aansluiting worden aangesloten.
Gebruik uitsluitend USB-sticks met de
bestandsindeling FAT32 (File Allocation Table).
.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Page 195 of 232

9
De beschikbare indeling is die van het
aangesloten apparaat (artiesten/albums/
genres/nummers/playlists/audioboeken/
podcasts).
De standaardindeling is de indeling per
artiest. Om dit te veranderen moet u terug
naar het eerste niveau in de structuur om
vervolgens een andere indeling te selecteren
(bijvoorbeeld playlists). Bevestig uw keuze
voordat u
in de structuur weer afdaalt naar de
gewenste track.
De softwareversie van de autoradio kan
incompatibel zijn met de generatie van uw
Apple
®-speler.
Navigatie
Druk op N AV in het midden of onderaan
het scherm om de instellingen en
navigatiemenu's weer te geven:
G a n a a r…
Selecteer "Ga naar" om de bestemming op een
andere manier in te stellen dan via het invoeren van
een adres.
Kaart weergeven
De kaart met de route weergeven om zo een
beeld te krijgen van de route door over de kaart te
scrollen. Een route plannen
Het navigatiesysteem gebruiken om vooraf een
route te plannen door het vertrekpunt en de
bestemming te selecteren.
Diensten
De verkeersinformatie gebruiken om vertragingen
door de verkeerssituatie zo veel mogelijk te
voorkomen.
Instellingen
Het uiterlijk en de werking van het navigatiesysteem
wijzigen.
De meeste parameters van het systeem zijn
toegankelijk door in het hoofdmenu op "Parameters"
te drukken.
Hulp
Toegang tot de informatie over de Assistance-
diensten en andere gespecialiseerde diensten.
Afsluiten
De instellingen bevestigen.
Limiet
Snelheidslimiet (indien bekend).
Om het verschil te zien tussen de gewenste
aankomsttijd en de geschatte aankomsttijd.
Schakelen tussen 3D- en 2D-kaarten.
Ga naar…, Kaart weergeven, Een route plannen,
Diensten, Instellingen, Help, Afsluiten.
Als het navigatiesysteem voor de eerste keer
opstart, worden de "Rijmodus" en uitgebreide
informatie over de huidige locatie weergegeven.
Meer informatie
Het overzicht van de route geeft een globaal
beeld van de route, informatie over de resterende
afstand tot de bestemming en een schatting van de
resterende reistijd.
Met RDS/ TMC-gegevens kan het overzicht van de
route ook informatie geven over vertragingen op de
route.
Route wijzigen
Het navigatiesysteem helpt u
uw bestemming zo
snel mogelijk te bereiken door een alternatieve route
(indien beschikbaar) weer te geven.
Afsluiten
De instellingen bevestigen.
Instructies
Navigatie-aanwijzingen voor het ver volg van de
route en afstand tot de volgende aanwijzing. Als de
volgende aanwijzing op minder dan 150 meter van
de eerste aanwijzing wordt gegeven, wordt deze
aanwijzing direct weergegeven in de plaats van de
afstand.
Raak dit gedeelte van de statusbalk aan om de
laatste gesproken aanwijzing nogmaals te horen. Raak het midden van het scherm aan om het
hoofdmenu te openen.
.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen
Page 198 of 232

12
Als het USB-apparaat nieuwe software bevat,
begint het systeem met bijwerken van de navigatie-
software. Het systeem moet opnieuw worden
gestart nadat de software is bijgewerkt.
F
Sel
ecteer " OK".
Voordat het systeem begint met bijwerken van de
kaart, wordt meegedeeld dat het minimaal dertig
minuten duurt om de kaart te installeren.
Ver wijder het USB-apparaat niet en schakel
het systeem niet uit voordat het bijwerken is
voltooid. Het systeem kan niet worden gebruikt
voordat het bijwerken is voltooid. Start de
systeem-update opnieuw als het bijwerken
wordt onderbroken.
Het volgende bericht verschijnt wanneer de kaart is
bijgewerkt:
" Update beëindigd "
U kunt nu het USB-apparaat veilig ver wijderen.
Problemen oplossen U d ient het USB-apparaat wellicht opnieuw voor
te bereiden.
-
D
e versie van de kaart op het USB-apparaat is
hetzelfde of ouder dan de versie in het systeem.
Download in een dergelijk geval de kaart
opnieuw naar het USB-apparaat met behulp van
" To mTo m H O M E ".
U dient het USB-apparaat wellicht opnieuw voor
te bereiden.
Telefoon
Druk op " TELEFOON " om de
telefoonmenu's weer te geven:
Recente oproepen
-
A
lle oproepen, In, Uit, Verloren De contacten
van de lijst van recente oproepen weergeven en
bellen. Instellingen
-
A
angesloten tel., Apparaat toevoegen, Audio
aansluiten
K
oppel maximaal tien telefoons/audio-apparaten
voor het vereenvoudigen en versnellen van
toegang en verbinding.
Overbrengen
-
O
verbrengen.
O
proepen overbrengen van het systeem naar de
mobiele telefoon en omgekeerd.
-
G
edempt.
S
chakelt de systeemmicrofoon uit voor
privégesprekken.
Een Bluetooth®-telefoon
koppelen
Het koppelen van de Bluetooth®-telefoon
aan de handsfree set van uw autoradio mag
om veiligheidsredenen en vanwege het feit
dat deze handeling de volledige aandacht
van de bestuurder vraagt, uitsluitend worden
uitgevoerd als de auto stilstaat en bij
aangezet contact.
De volgende problemen kunnen zich voordoen
tijdens een update:
-
D
e kaart op het USB-apparaat is ongeldig.
Download in een dergelijk geval de kaart
opnieuw naar het USB-apparaat met behulp van
" To mTo m H O M E ". -
M
obiele telefoon
De contacten in het telefoonboek van de
mobiele telefoon weergeven en bellen.
-
D
ruk op de toets 5
of 6
om door namen in het
telefoonboek te scrollen.
-
D
irect naar de gewenste letter in de lijst gaan.
Het systeemgeheugen bevat vooraf ingestelde
tekstberichten die kunnen worden verstuurd als
antwoord op een ontvangen bericht of als een
nieuw bericht. Wanneer een tekstbericht is ontvangen (afhankelijk
van het telefoonmodel), kan het systeem tevens het
betreffende bericht versturen.
Bel het telefoonnummer met behulp van het virtuele
toetsenbord op het scherm.
F
K
lik op "
Sluiten ".
De nieuwe kaart is nu beschikbaar in het
systeem.
Audio- en telematicasysteem met touchscreen