signaal Peugeot Boxer 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: Boxer, Model: Peugeot Boxer 2020Pages: 196, PDF Size: 5.19 MB
Page 91 of 196

89
Rijden
6Status van het
waarschuwings-
lampje in de toetsMelding op het display
Status van het symbool op
het displayGeluidssignaal
Betekenis
Uit Lane Departure Warning
System ingeschakeld Waarschuwingslampjes
en
vast branden-
Het systeem wordt ingeschakeld, maar er wordt
niet aan de voorwaarden voor gebruik voldaan.
Uit Lane Departure Warning
System ingeschakeld -
-Het systeem wordt geactiveerd en er wordt
aan de voorwaarden voor gebruik voldaan: het
systeem kan ook geluidssignalen en visuele
waarschuwingen geven.
Uit - Waarschuwingslampje en
controlelampje
of
knippertJa
Het systeem is ingeschakeld en herkent de
voorwaarden voor gebruik: het geeft aan dat de
afstand tot de rijstrookmarkering links of rechts
groter wordt.
Aan Lane Departure Warning
System ingeschakeld -
NeeHet systeem is handmatig uitgeschakeld.
Page 92 of 196

90
Rijden
Er zijn twee standen:– Max: voor een aanhanger langer dan 9 meter.– Auto: voor automatische detectie van de
lengte van de aanhanger (3 m, 6 m of 9 m).
In de stand Auto wordt er een pictogram op het
instrumentenpaneel weergegeven, dat de lengte
aangeeft die door het systeem is gedetecteerd.
Soms moet u een bocht van 90° maken
zodat het systeem de lengte van de
aanhanger kan detecteren.
Wanneer er een aanhanger is aangesloten,
wordt voertuigdetectie bij achteruitrijden
uitgeschakeld.
Werkingsvoorwaarden
– Alle voertuigen rijden in dezelfde richting op aangrenzende rijstroken.– De minimumsnelheid van het voertuig is 10 km/u. – Wanneer u een auto inhaalt en het verschil in snelheid minder dan 25 km/u is.– Wanneer u door een andere auto wordt
ingehaald en het verschil in snelheid minder dan 50 km/u is.
dodehoekbewaking met=
detectie aanhanger
Lees de algemene adviezen over het gebruik
van de rij- en parkeerhulpsystemen.
Dit systeem werkt met sensoren op de zijkanten
van de achterbumper, die de dode hoek in de
gaten houden.
Het waarschuwt de bestuurder voor andere
voertuigen (zoals auto's, vrachtwagens en
motoren) op plekken waar de bestuurder ze niet
kan zien, tijdens voor- en achteruitrijden.
Als er een aanhanger aan het voertuig is
gekoppeld, wordt het detectiegebied vergroot
met de lengte van de aanhanger.
In de buitenspiegel aan de zijde waar
dat voertuig zich bevindt, gaat er een
waarschuwingslampje branden. Afhankelijk
van de configuratie kan er een geluidssignaal
klinken.
Inschakelen/uitschakelen
De functie kan worden in- of
uitgeschakeld met de toets MODE in het
menu Dode hoek.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de configuratie van het
voertuig (MODE).
Er zijn twee mogelijkheden voor inschakelen:
– VISUEEL: visuele waarschuwing. Onder
het rijden gaat er in de buitenspiegel aan
de zijde waar dat voertuig zich bevindt een
waarschuwingslampje branden.
– VISUEEL en GELUID : visuele en hoorbare
waarschuwing. Onder het rijden gaat er in
de buitenspiegel aan de betreffende zijde
een waarschuwingslampje branden. Als de
richtingaanwijzer wordt ingeschakeld aan de
zijde waar het voertuig is gedetecteerd, klinkt er
een geluidssignaal.
Wanneer het voertuig wordt gestart, gaat er in
elke spiegel een waarschuwingslampje branden
om aan te geven dat het systeem is geactiveerd.
De status van het systeem blijft na het afzetten
van het contact in het geheugen opgeslagen.
Achteruitversnelling
Het systeem helpt de bestuurder bij achteruit
rijden (bijvoorbeeld wanneer hij of zij achteruit uit
een parkeerplaats rijdt).
Het detecteert voertuigen die links of rechts
van het voertuig rijden bij een snelheid tussen
ongeveer 1 en 35 km/u.
Wanneer er een voertuig wordt gedetecteerd,
gaat er een waarschuwingslampje in de spiegel
aan de betreffende zijde branden en klinkt er een
geluidssignaal.
Aanhangerdetectie
Het systeem detecteert de aanwezigheid en
lengte van een aanhanger. Het detectiegebied
van het voertuig in dode hoeken wordt verlengd
met de lengte van de aanhanger.
De detectiemodus voor de aanhanger
wordt met de toets MODE ingeschakeld.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de configuratie van het
voertuig (MODE).
Page 96 of 196

94
Rijden
Storing
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats als dit
verklikkerlampje op het instrumentenpaneel gaat
branden in combinatie met een melding op het
display.
Achteruitrijcamera
Lees de algemene adviezen over het gebruik
van de rij- en parkeerhulpsystemen.
Wanneer het voertuig is voorzien van een
camera, dan bevindt deze zich aan de
achterkant bij het derde remlicht.
– De rijsnelheid is niet hoger dan 80 km/h wanneer een stilstaand voertuig wordt
gedetecteerd.
– De rijsnelheid ligt tussen 5 en 85 km/h wanneer een bewegend voertuig wordt
gedetecteerd.
Dit lampje knippert (gedurende ongeveer 10 seconden) als de functie ingrijpt op het remsysteem.
Bij auto's met een handgeschakelde
versnellingsbak kan de motor afslaan als de
auto door het automatische noodremsysteem tot
stilstand wordt gebracht.
De bestuurder kan op elk gewenst
moment de controle over de auto
overnemen door een ferme stuurbeweging te
maken en/of het gaspedaal in te trappen.
Als de functie in werking is, kunnen er lichte trillingen voelbaar zijn in het
rempedaal.
Als de auto volledig tot stilstand is gekomen,
blijven de remmen automatisch 1 tot 2
seconden geactiveerd.
Storing
Bij een storing in het systeem wordt u
gewaarschuwd door het permanent
branden van dit lampje in combinatie met een
melding en een geluidssignaal. Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats om het systeem te
laten controleren.
Als deze lampjes gaan branden
nadat de motor is afgezet en weer
gestart, raadpleeg dan het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats om het systeem
te laten controleren.
Parkeerhulp achter met
geluidssignalen
Lees de algemene adviezen over het gebruik
van de rij- en parkeerhulpsystemen.
Dit systeem (waar aanwezig) bestaat uit 4
naderingssensoren in de achterbumper.
Ze detecteren alle obstakels, zoals personen,
voertuigen, bomen en hekken, achter het
voertuig terwijl het voertuig rijdt.
Bepaalde obstakels die aan het begin
van de manoeuvre werden gedetecteerd,
worden aan het einde van de manoeuvre niet meer waargenomen als ze zich in de
dode hoek tussen en onder de sensoren
bevinden. Voorbeelden: paaltjes, pionnen bij
wegwerkzaamheden of voorwerpen op de stoel.
De parkeerhulp achter kan in combinatie met
een achteruitrijcamera werken.
Inschakelen
► Schakel de achteruitversnelling in met de schakelhendel.
Een geluidssignaal geeft de afstand tot het
obstakel aan. Hoe dichter het voertuig bij het
obstakel komt, hoe korter de tijd tussen de
geluidssignalen is.
Als het voertuig minder dan ongeveer 30
centimeter van het obstakel is verwijderd, is het
geluidssignaal continu hoorbaar.
Afzetten
► Schakel de transmissie van achteruit naar neutraal.
Page 163 of 196

161
Audiosysteem
11Stemherkenning inschakelen voor de
telefoonfunctie.
Een gesproken bericht onderbreken om een
ander gesproken commando te geven.
Stemherkenning onderbreken.
Radio, omhoog of omlaag: volgende/
vorige zender selecteren.
Radio, continu omhoog of omlaag: omhoog of
omlaag door frequenties scannen totdat u de
toets loslaat.
Media, omhoog of omlaag: het volgende/vorige
nummer selecteren.
Media continu omhoog of omlaag: snel vooruit of
achteruit totdat u de toets loslaat.
Een inkomende oproep weigeren.
Telefoongesprek beëindigen.
Radio
Een radiozender selecteren
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de omgeving
(bergen, gebouwen, tunnels, parkeergarages,
enz.), ook als de RDS-functie is ingeschakeld.
Dit is een normaal verschijnsel voor
radiogolven en kan in geen enkel opzicht
worden gezien als een defect van de
autoradio.
Druk op de toets "RADIO" om het
golfbereik FM of AM te selecteren.
Druk kort op een van de toetsen
om automatisch af te stemmen op
een zender met een lagere/hogere frequentie.
Draai aan de draaiknop om handmatig te
zoeken naar een zender met een lagere/
hogere frequentie.
Druk op de draaiknop om de lijst van de
beschikbare zenders in het gebied waar u
zich bevindt te bekijken.
Draai aan de draaiknop om een radiozender te
kiezen en druk vervolgens op de draaiknop om
de zender te selecteren.
Opslaan van een
radiozender
Druk op de toets "RADIO" om het
golfbereik FM of AM te selecteren.
Druk op de toets "A-B-C" om een van de
drie niveaus voor voorkeuzezenders te
selecteren.
Houd een toets lang ingedrukt om de
radiozender op te slaan waarnaar op dat
moment wordt geluisterd.
De naam van de radiozender wordt
weergegeven en er klinkt een geluidssignaal om
te bevestigen dat de zender is opgeslagen.
Druk op "INFO" om de informatie weer te
geven over de radiozender waarnaar op
dat moment wordt geluisterd.
RDS
Als de RDS-functie is weergegeven, zoekt de radio steeds naar de sterkste
frequentie van een zender, zodat u ernaar
kunt blijven luisteren. Onder bepaalde
omstandigheden zijn sommige RDS-zenders
echter niet in het hele land te ontvangen
doordat de zenders niet het hele land dekken.
Bij slechte ontvangst kan het daarom zijn dat
de radio tijdens het rijden overschakelt op een
regionale zender.
Druk op de toets "MENU".
Selecteer "Regionaal" en druk
vervolgens om het RDS in of uit te
schakelen.
Alternatieve frequentie (AF)
Selecteer "Alternatieve frequentie (AF)"
en druk vervolgens om de frequentie te
activeren of deactiveren.
Als de functie "Regionaal" is geactiveerd, kan het systeem dan altijd
de beste beschikbare frequentie zoeken.
TA-berichten beluisteren
De functie TA (Traffic Announcement)
geeft voorrang aan het luisteren naar de
verkeersinformatie. Voor de werking van deze
Page 166 of 196

164
Audiosysteem
Bellen
Selecteer "Lijst oproepen" om de lijst
met recent gebelde nummers te bekijken.
Selecteer "Contacten" om het
telefoonboek te openen, en scroll
vervolgens met de draaiknop door het
telefoonboek.
Gebruik de functie "Toetsenbord" van het
systeem om een nummer in te toetsen.
Configuratie
Systeeminstellingen
Druk op de toets "MENU".
Selecteer "Systeeminstellingen" en druk
dan op deze toets om de lijst met
instellingen te bekijken en opties in of uit te
schakelen:
– "Standaardwaarde herstellen"– "20 min. vertraging voor uitschakelen "– "Laag volume bij opstarten"
– "Automatisch"
Audio
Druk op de toets "MENU".
Selecteer "Audio" en druk vervolgens om
de lijst met instellingen weer te geven en
de opties te activeren of deactiveren:
– "Hoge tonen "
– "Middelhoge tonen "– "Lage tonen"– "Balans"– "Volume afhankelijk van wagensnelheid "– "Loudness"
De audio-instellingen zijn voor elke
geluidsbron verschillend en onafhankelijk
in te stellen.
Gesproken commando's
Informatie - het systeem
gebruiken
U kunt het systeem in plaats van met de
toetsen van het scherm ook bedienen via
gesproken commando's.
Neem de volgende aanwijzingen in acht
om ervoor te zorgen dat het systeem uw
gesproken commando's altijd herkent:
– spreek op een normale manier ,– wacht voordat u spreekt altijd op de "piep" (geluidssignaal),– het systeem kan gesproken commando's herkennen ongeacht of ze worden
uitgesproken door een man of een vrouw en
ongeacht de toon en de klankkleur van de
stem,
– beperk zo veel mogelijk de bijgeluiden in het interieur,
– vraag alvorens een commando uit te spreken of de andere passagiers een
moment willen zwijgen. Het systeem herkent
namelijk commando's ongeacht door wie ze
worden uitgesproken; als meerdere personen
gelijktijdig praten, kan het systeem andere
of meerdere, niet-bedoelde commando's
herkennen,
– voor een optimale werking is het raadzaam de ruiten en eventueel het schuif-/kanteldak
(indien aanwezig) te sluiten om verstoringen
van buitenaf te voorkomen.
Schakelflippers aan de
stuurkolom
Met deze toets kan de
spraakherkenningsmodus "Telefoon"
worden geactiveerd waarmee u kunt bellen,
recente/ontvangen/verstuurde oproepen kunt
laten weergeven, het telefoonboek kunt bekijken
enz.
Met deze toets kan de
spraakherkenningsmodus "Radio/media"
worden geactiveerd waarmee u kunt afstemmen
op een specifieke radiozender of een specifieke
AF/FM-frequentie, en waarmee u een track of
een album op een USB-stick/iPod/MP3-CD kunt
laten afspelen.
De communicatie kan versneld
plaatsvinden door deze toetsen tijdens
een gesproken bericht van het systeem
ingedrukt te houden. U kunt dan direct een gesproken commando geven.
Bijvoorbeeld: als het systeem bezig is een
hulpbericht uit te spreken en u weet welk
commando u het systeem wilt geven, dan
kunt u door op deze toetsen te drukken het
bericht onderbreken en direct het commando
uitspreken (om te voorkomen dat u het
volledige hulpbericht moet beluisteren).
Als het systeem wacht op een gesproken
commando van de gebruiker, kunt u door
op deze toetsen te drukken de sessie van
gesproken commando's afsluiten.
Elke keer dat een toets wordt ingedrukt,
klinkt er een geluidssignaal en wordt een
schermpagina met suggesties voor
gesproken commando's weergegeven.
Algemene gesproken commando's
Deze commando's kunnen vanaf
elke schermpagina worden
gegeven nadat er op de stuurwieltoets
"Spraakherkenning" of "Telefoon" wordt gedrukt,
behalve als er een telefoongesprek bezig is.
Help
* Deze functie is alleen beschikbaar als de telefoon die met het systeem is verbonden geschikt is voor het downloaden van contacten en de lijst met recente oproepen, en als deze gegevens werkelijk zijn gedownload.
Page 167 of 196

165
Audiosysteem
11ingedrukt te houden. U kunt dan direct een
gesproken commando geven.
Bijvoorbeeld: als het systeem bezig is een
hulpbericht uit te spreken en u weet welk
commando u het systeem wilt geven, dan
kunt u door op deze toetsen te drukken het
bericht onderbreken en direct het commando
uitspreken (om te voorkomen dat u het
volledige hulpbericht moet beluisteren).
Als het systeem wacht op een gesproken
commando van de gebruiker, kunt u door
op deze toetsen te drukken de sessie van
gesproken commando's afsluiten.
Elke keer dat een toets wordt ingedrukt,
klinkt er een geluidssignaal en wordt een
schermpagina met suggesties voor
gesproken commando's weergegeven.
Algemene gesproken commando's
Deze commando's kunnen vanaf
elke schermpagina worden
gegeven nadat er op de stuurwieltoets
"Spraakherkenning" of "Telefoon" wordt gedrukt,
behalve als er een telefoongesprek bezig is.
Help
* Deze functie is all een beschikbaar als de telefoon die met het systeem is verbonden geschikt is voor het downloaden van contacten en de lijst met recente oproepen, en als deze gegevens werkelijk zijn gedownload. Geeft algemene ondersteuning aan de gebruiker
door een aantal beschikbare commando's te
geven.
Cancel
Sluit de huidige reeks gesproken commando's
af.
Repeat
Herhaal het laatst gesproken bericht voor de
gebruiker.
Voice tutorial
Geeft een gedetailleerde beschrijving aan
de gebruiker over het gebruik van het
spraaksysteem.
Gesproken commando's
"Telefoon"
Als er een telefoon is verbonden met het
systeem, kunnen deze gesproken
commando's vanaf elke pagina van het
hoofdscherm worden gegeven nadat er op de
stuurwieltoets Telefoon wordt gedrukt, behalve
als er een telefoongesprek bezig is.
Als er geen telefoon is verbonden, zegt een
besproken bericht: "No telephone is connected.
Connect a phone and try again" (Geen telefoon
verbonden. Verbind een telefoon en probeer
het nog een keer); de spraaksessie wordt
afgesloten.
U kunt het label "Mobiele telefoon"
vervangen door drie andere labels:
"Thuis", "Kantoor" of "Overig".
Bel* > Henk Jansen
Kies het telefoonnummer dat bij contactpersoon
Henk Jansen hoort.
Call* > Henk Jansen > Mobile phone
Kies het telefoonnummer met het label "Mobiele
telefoon" van het contact met de naam Henk
Jansen.
Call number > 0123456789
Bel nummer 0123456789.
Redial
Bel het nummer of de contactpersoon van de
laatst gemaakte oproep.
Call back
Bel het nummer of de contactpersoon van de
laatst ontvangen oproep.
Recent calls*
Bekijk de volledige lijst met de laatste oproepen:
uitgaand, gemist en ontvangen.
Outgoing calls *
Bekijk de lijst met uitgaande oproepen.
Missed calls*
Bekijk de lijst met gemiste oproepen.
Incoming calls *
Bekijk de lijst met inkomende oproepen.
Directory *
Page 173 of 196

171
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
12– Stel de radio in bij het opstarten of gebruik de laatste instelling toen de contactsleutel in STOP
werd gezet.
– Radio switch-off delay (Vertraging
uitschakeling radio).
– Stel de parameter in.– AUX vol. Setting (Volume-instelling AUX).– Stel de parameters in.
Digitale radio
(DAB, Digital Audio
Broadcasting)
Digitale radio
Digitale radio
Digitale radio zorgt voor een betere
geluidskwaliteit en biedt de mogelijkheid
om de door de beluisterde radiozender
meegestuurde informatie grafisch weer te
geven.
Via "multiplex/bundel" hebt u de keuze uit
een aantal radiozenders die in alfabetische
volgorde zijn gerangschikt.
Druk meerdere keren op "RADIO" totdat
"DAB-radio" wordt weergegeven.
Selecteer het tabblad "Scrollen".
Selecteer een lijst uit een
van de mogelijke
filteropties, "Alle", "Genres" en "Bundels", en
selecteer vervolgens een radiozender.
Druk op de toets "Updaten" om de lijst
van ontvangen zenders "DAB-radio" bij te
werken.
Volgen DAB/FM zenders
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal niet goed is, kunt
u met de optie "AF" (alternatieve frequentie)
dezelfde zender blijven beluisteren doordat
het systeem automatisch overschakelt op de
desbetreffende analoge "FM"-zender (indien
beschikbaar).
Als het systeem overschakelt op de analoge radiozender, kan er sprake zijn
van een verschil van enkele seconden en kan
het geluidsvolume wijzigen.
Als de kwaliteit van het digitale signaal weer
goed is, schakelt het systeem automatisch
weer over op "DAB".
Als de "DAB"-zender waarnaar wordt geluisterd niet beschikbaar is, wordt het
geluid onderbroken als het digitale signaal te
zwak wordt en de alternatieve frequentie "AF"
doorgestreept wordt weergegeven.
Media
Druk op "MEDIA" om de mediamenu’s
weer te geven:
Druk kort op de toets 9 of : om het vorige/volgende nummer af te spelen.
Houd de toetsen ingedrukt om snel vooruit of
achteruit door het geselecteerde nummer te
gaan.
Bladeren
– Bladeren op: Momenteel bezig met
afspelen, Artiesten, Albums, Types,
Nummers, Afspeellijsten, Audioboeken,
Podcasts.
– Blader en selecteer de nummers op het actieve apparaat.– De selectie-opties hangen af van het aangesloten apparaat of het type cd.
Bron
– CD, AUX, USB.– Kies de gewenste beschikbare geluidsbron of sluit een geschikt apparaat aan: het afspelen
start automatisch.
– Bluetooth®.– Registreer een Bluetooth®-audiosysteem.
Informatie
– Informatie.– Bekijk informatie over het nummer waarnaar wordt geluisterd.
Willekeurig
Druk op de toets om nummers in willekeurige
volgorde af te spelen op de cd-speler, een USB-
apparaat, een iPod of Bluetooth
®.
Herhaal
Druk op deze toets om deze functie te activeren.
Page 180 of 196

178
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
Als u terugkomt in de auto, wordt de laatste met
het systeem verbonden telefoon automatisch
weer verbonden binnen 30 seconden na
het aanzetten van het contact (Bluetooth
®
geactiveerd).
Om het profiel voor het automatisch verbinden
te wijzigen selecteert u in de lijst de telefoon.
Selecteer vervolgens de gewenste parameter.
Het systeem is compatibel met de volgende
profielen: HFP, OPP, PBAP, A2DP, AVRCP, MAP.
Automatisch opnieuw verbinden
Bij het aanzetten van het contact wordt de
telefoon die bij het afzetten van het contact
met het systeem was verbonden automatisch
opnieuw verbonden. Voorwaarde is dat deze
verbindingswijze tijdens de koppelingsprocedure
is geactiveerd (zie vorige pagina's).
De verbinding wordt bevestigd door de weergave
van een melding en de naam van de telefoon.
Beheer van
telefoonverbindingen
Met behulp van deze functie kan een
apparaat met het systeem worden
verbonden of de verbinding worden
verbroken, en kan een koppeling ongedaan
worden gemaakt.
Druk op "Instellingen ". Selecteer "Telefoon/Bluetooth
®" en selecteer
vervolgens de telefoon in de lijst van gekoppelde
apparaten.
Selecteer "Verbinden" of "Verbinding
verbreken ", "Apparaat verwijderen" of
"Apparaat toevoegen", "Opslaan onder
favorieten", "T ekstberichten Aan",
"Downloaden " in de lijst van opties.
Een gesprek aannemen
Als u gebeld wordt, klinkt een beltoon en
verschijnt een pop-upvenster op het scherm.
Druk kort op deze stuurwieltoets om het
gesprek aan te nemen.
of
Druk op de toets "Aannemen" die op het scherm
wordt weergegeven.
Wanneer u een telefoongesprek voert terwijl
een ander gesprek in de wacht staat, kunt u
overschakelen van het ene naar het andere
gesprek met de toets "Schak. tussen
gesprekken " of kunt u beide gesprekken
samenvoegen in een "conference call" met de
toets "Confer.".
Een gesprek beëindigen
Druk op deze stuurwieltoets om een
gesprek te weigeren.
of
Druk op de toets "Negeren" die op het scherm
wordt weergegeven.
Bellen
Een nieuw nummer bellen
Het is raadzaam de telefoon NIET tijdens
het rijden te gebruiken. Stop op een
veilige plaats of gebruik bij voorkeur de
stuurkolomschakelaars.
Druk op "PHONE".
Druk op de toets Toetsenbord.
Toets het telefoonnummer in op het toetsenbord
en druk vervolgens op de toets " Bellen" om het
nummer te bellen.
Een contact bellen
Druk op "PHONE".
Druk op de toets "Telefoonboek" of op
de toets "Recente oproepen".
Selecteer het contact in de weergegeven lijst om
het desbetreffende nummer te bellen.
Gegevens auto
Druk op "MEER" om menu's met
informatie over het voertuig weer te
geven:
Buitentemperatuur
Toont de buitentemperatuur.
Klok
Toont de klok.Kompas
Toont de richting waarin u rijdt.
Traject
– Huidige informatie, Traject A, Traject B.
Toont de boordcomputer.
Houd de toets "Traject A" of "Traject B" ingedrukt
om de gegevens van het betreffende traject te
resetten.
Configuratie
Druk op deze toets om het menu Instellingen weer te geven:
Display (Weergave)
– Brightness (Helderheid).– Stel de lichtsterkte van het scherm in.– Display mode (Weergavemodus).– Stel de weergavemodus in.– Language (Taal).– Kies de taal voor het display.– Unit of measurement (Maateenheid).– Stel de meeteenheden voor het verbruik,
afstand en temperatuur in.– Touch screen beep (Pieptoon touchscreen).– Activeer of deactiveer het geluidssignaal wanneer er een toets op het scherm wordt
aangeraakt.
– Display Trip B (Weergave traject B).– Geef Traject B op het scherm voor de bestuurder weer.
Voice commands (Gesproken commando's)
Page 181 of 196

179
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
12Toont de klok.
Kompas
Toont de richting waarin u rijdt.
Traject
– Huidige informatie, Traject A, Traject B.
Toont de boordcomputer.
Houd de toets "Traject A" of "Traject B" ingedrukt
om de gegevens van het betreffende traject te
resetten.
Configuratie
Druk op deze toets om het menu
Instellingen weer te geven:
Display (Weergave)
– Brightness (Helderheid).– Stel de lichtsterkte van het scherm in.– Display mode (Weergavemodus).– Stel de weergavemodus in.– Language (Taal).– Kies de taal voor het display .– Unit of measurement (Maateenheid).– Stel de meeteenheden voor het verbruik,
afstand en temperatuur in.– Touch screen beep (Pieptoon touchscreen).– Activeer of deactiveer het geluidssignaal wanneer er een toets op het scherm wordt
aangeraakt.
– Display Trip B (Weergave traject B).– Geef Traject B op het scherm voor de bestuurder weer.
Voice commands (Gesproken commando's)
– Voice response time (Reactietijd systeem
gesproken commando's).
– Stel de lengte van de reactie van het spraaksysteem in.– Display list of commands (Een lijst met
commando's weergeven).
– Geef suggesties voor verschillende opties weer tijdens een spraaksessie.
Clock and Date (Tijd en datum)
– Time setting and format (Tijd en formaat
instellen).
– De tijd instellen.– Display time mode (Tijd weergeven).– Activeer of deactiveer de weergave van de digitale klok op de statusbalk.– Synchro time (Tijd synchroniseren).– Activeer of deactiveer de automatische tijdweergave.– Date setting (Datum instellen).– De datum instellen.Safety/Assistance (Veiligheid/Assistentie)– Reversing camera (Achteruitrijcamera).– Toont de achteruitrijcamera in de
achteruitversnelling.– Camera delay (Vertraging camera).– Laat het beeld van de achteruitrijcamera maximaal 10 seconden of tot een snelheid van
18 km/u zien.
Lighting (Verlichting)
– Daytime running lamps (Dagrijverlichting).– Activeer of deactiveer de automatische verlichting van de koplampen bij het starten.
Doors & locking (Portieren en vergrendeling)
– Autoclose (Automatisch sluiten).– Activeer of deactiveer het automatisch vergrendelen van de portieren wanneer het
voertuig rijdt.
Audio
– Equalizer.– Stel de lage, middelhoge en hoge tonen in.– Balance/Fade (Balans/fader).– Stel de balans van de luidsprekers voor en achter, en links en rechts in.– Druk op de toets in het midden van de pijlen voor een evenwichtige instelling.– Volume/Speed (Volume/Snelheid).– Selecteer de gewenste parameter; de optie wordt gemarkeerd weergegeven.– Volume.– Optimaliseer de kwaliteit van de audio bij laag volume.– Automatic radio (Automatische radio).– Stel de radio in bij het opstarten of gebruik de laatste instelling toen de contactsleutel in STOP
werd gezet.
– Radio switch-off delay (Vertraging
uitschakeling radio).
– Stel de parameter in.– AUX vol. Setting (Volume-instelling AUX).– Stel de parameters in.Telephone (Telefoon)/Bluetooth®
– Connected tels (Verbonden telefoons).– Start de Bluetooth®-verbinding van het
geselecteerde mobiele apparaat.
– Verwijder het geselecteerde apparaat.
Page 182 of 196

180
Audio- en telematicasysteem op het touchscreen
– Sla het geselecteerde mobiele apparaat op in de favorieten. – Stel de parameters in.– Apparaat toevoegen.– Voeg een nieuw mobiel apparaat toe.– Verbonden audio.– Maak alleen verbinding met het mobiele apparaat voor audio.
Radio-instelling
– DAB-meldingen.– Activeer of deactiveer meldingen.– Activeer of deactiveer de opties: Alarm, Aankondiging evenement, Nieuws
aandelenmarkt, Nieuws, Programma-informatie,
Speciaal evenement, Sportberichten, Info over
openbaar vervoer. Alarmmeldingen, Weerbericht.
Instellingen herstellen
Herstel de standaardinstellingen van het scherm,
de klok, het geluid en de radio.
Persoonsgegevens verwijderen
Verwijder persoonsgegevens, Bluetooth
®-
apparaten en vooraf ingestelde instellingen.
Gesproken commando's
Informatie - het systeem
gebruiken
U kunt het systeem in plaats van met de
toetsen van het scherm ook bedienen via
gesproken commando's.
Neem de volgende aanwijzingen in acht
om ervoor te zorgen dat het systeem uw
gesproken commando's altijd herkent:
– spreek op een normale manier ,– wacht voordat u spreekt altijd op de "piep" (geluidssignaal),– het systeem kan gesproken commando's herkennen ongeacht of ze worden
uitgesproken door een man of een vrouw en
ongeacht de toon en de klankkleur van de
stem,
– beperk zo veel mogelijk de bijgeluiden in het interieur,– vraag alvorens een commando uit te spreken of de andere passagiers een
moment willen zwijgen. Het systeem herkent
namelijk commando's ongeacht door wie ze
worden uitgesproken; als meerdere personen
gelijktijdig praten, kan het systeem andere
of meerdere, niet-bedoelde commando's
herkennen,
– voor een optimale werking is het raadzaam de ruiten en eventueel het schuif-/kanteldak
(indien aanwezig) te sluiten om verstoringen
van buitenaf te voorkomen.
Schakelflippers aan de
stuurkolom
Met deze toets kan de
spraakherkenningsmodus "Telefoon"
worden geactiveerd waarmee u kunt bellen,
recente/ontvangen/verstuurde oproepen kunt
laten weergeven, het telefoonboek kunt bekijken
enz.
Met deze toets kan de
spraakherkenningsmodus "Radio/media"
worden geactiveerd waarmee u kunt afstemmen
op een specifieke radiozender of een specifieke
AF/FM-frequentie, en waarmee u een track of
een album op een USB-stick/iPod/MP3-CD kunt
laten afspelen.
De communicatie kan versneld
plaatsvinden door deze toetsen tijdens
een gesproken bericht van het systeem
ingedrukt te houden. U kunt dan direct een
gesproken commando geven.
Bijvoorbeeld: als het systeem bezig is een
hulpbericht uit te spreken en u weet welk
commando u het systeem wilt geven, dan
kunt u door op deze toetsen te drukken het
bericht onderbreken en direct het commando
uitspreken (om te voorkomen dat u het
volledige hulpbericht moet beluisteren).
Als het systeem wacht op een gesproken
commando van de gebruiker, kunt u door
op deze toetsen te drukken de sessie van
gesproken commando's afsluiten.
Elke keer dat een toets wordt ingedrukt,
klinkt er een geluidssignaal en wordt een
schermpagina met suggesties voor
gesproken commando's weergegeven.
Algemene gesproken
commando's
Deze commando's kunnen vanaf elke schermpagina worden
gegeven nadat er op de stuurwieltoets
"Spraakherkenning" of "Telefoon" wordt gedrukt,
behalve als er een telefoongesprek bezig is.
Help
Geeft algemene ondersteuning aan de gebruiker
door een aantal beschikbare commando's te
geven.
Cancel
Sluit de huidige reeks gesproken commando's
af.
Repeat
Herhaal het laatst gesproken bericht voor de
gebruiker.
Voice tutorial
Geeft een gedetailleerde beschrijving aan
de gebruiker over het gebruik van het
spraaksysteem.
Gesproken commando's
"Telefoon"
Als er een telefoon is verbonden met het systeem, kunnen deze gesproken
commando's vanaf elke pagina van het
* Deze functie is alleen beschikbaar als de telefoon die met het systeem is verbonden geschikt is voor het downloaden van contacten en de lijst met recente oproepen, en als deze gegevens werkelijk zijn gedownload.
** Deze functie is alleen beschikbaar als de telefoon die met het systeem is verbonden de leesfunctie voor tekstberichten ondersteunt.