Tijd Peugeot Expert 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Expert, Model: Peugeot Expert 2019Pages: 324, PDF Size: 13.19 MB
Page 27 of 324

25
Storing in motorolieniveaumeter
Dit wordt aangegeven met een melding op het
instrumentenpaneel. Neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
de plaats van de peilstok en het bijvullen
van motorolie bij de dieselmotor .
AdBlue®-
actieradiusindicatoren
(BlueHDi)
De Diesel BlueHDi motoren zijn uitgerust
met een systeem waarbij het roetfilter wordt
gecombineerd met het SCR-systeem (Selective
Catalytic Reduction) voor de nabehandeling
van de uitlaatgassen. Deze kunnen niet
functioneren zonder de vloeistof AdBlue
®.
Zodra de reser vevoorraad van het AdBlue®-
reservoir is aangesproken (tussen 2.400 en
0
km), gaat bij het aanzetten van het contact
een verklikkerlampje branden dat aangeeft
hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden
voordat het opnieuw starten van de motor
automatisch wordt geblokkeerd.
Het wettelijk verplichte
startblokkeringssysteem wordt
automatisch geactiveerd zodra het
AdBlue
®-reser voir leeg is. De motor kan
pas weer worden gestart nadat AdBlue® is
bijgevuld tot het minimale peil.
Handmatige weergave van de
actieradius
Een actieradius van meer dan 2.400 km wordt
n iet automatisch weergegeven. Met touchscreen
Benodigde maatregelen vanwege
te weinig AdBlue®
De volgende verklikkerlampjes gaan branden
wanneer de hoeveelheid AdBlue® lager is
dan het reser vepeil dat overeenkomt met een
actieradius van 2.400
km.
Samen met de verklikkerlampjes herinneren
meldingen regelmatig aan het bijvullen om
te voorkomen dat de motor niet meer kan
worden gestart. Raadpleeg het hoofdstuk
Verklikkerlampjes voor informatie over de
weergegeven meldingen. U hebt toegang tot de informatie via
het menu “
Rijden/Auto ”.
F
D
ruk op deze knop om de actieradius
tijdelijk weer te geven.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over AdBlue
® (BlueHDi-
motoren) , in het bijzonder met betrekking
tot het bijvullen.
1
Instrumentenpaneel
Page 28 of 324

26
Met BlueHDi (Euro 6.1) motoren
Waarschuwings-
resp.
verklikkerlampjeActie Actieradius
Vul zo snel
mogelijk bij. Tussen
2.400
km en
600
km
Bijvullen is
noodzakelijk ,
de kans bestaat
dat de motor
niet meer kan
worden gestart. Tussen
600
km en
0
km
Om de motor
weer te kunnen
starten moet het
reser voir met
minimaal 5 liter
AdBlue
® worden
gevuld. 0
km
Met BlueHDi (Euro
6.2) motoren
Waarschuwings-
resp.
verklikkerlampjeActieActieradius
Vul bij. Tussen
2.400
km en
800
km
Vul zo snel
mogelijk bij. Tussen
800
km en
10 0
km
Bijvullen is
noodzakelijk ,
de kans bestaat
dat de motor
niet meer kan
worden gestart. Tussen
100
km en
0
km
Om de motor
weer te kunnen
starten moet het
reser voir met
minimaal 5 liter
AdBlue
® worden
gevuld. 0
km
Storing in het SCR-
emissieregelsysteem
Storingsdetectie
Als een storing wordt gedetecteerd,
gaan deze lampjes branden in
combinatie met een geluidssignaal en
de melding "Storing emissieregeling”
of "NO START IN".
In het geval van een tijdelijke storing
verdwijnt de waarschuwing tijdens de
volgende rit na de zelfdiagnose van het
SCR-emissieregelsysteem.
Storing bevestigd tijdens de
toegestane rijfase (tussen 1.100
en 0 km)
Als na 50 km rijden de storingsmelding nog
s teeds wordt weergegeven, wordt de storing in
het SCR-systeem bevestigd. De waarschuwing wordt tijdens het rijden
gegeven zodra de storing voor de eerste keer
wordt gedetecteerd en ver volgens steeds bij
het aanzetten van het contact zolang de storing
niet is verholpen.
Instrumentenpaneel
Page 29 of 324

27
Laat het systeem zo snel mogelijk
controleren door het PEUGEOT-netwerk
of door een gekwalificeerde werkplaats.
Starten geblokkeerd
Elke keer dat het contact wordt aangezet, wordt
de melding "Storing emissieregeling: Starten
geblokkeerd" of "NO START IN" weergegeven.Om de motor weer te kunnen
starten, moet u contact opnemen
met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Kilometerteller en dagteller
De kilometerteller en dagteller worden
gedurende 30 seconden weergegeven bij het
afzetten van het contact, bij het openen van het
bestuurdersportier en bij het vergrendelen en
ontgrendelen van de auto.
Kilometerteller
Deze teller geeft de totale kilometerstand van
de auto aan.
Dagteller
Deze teller geeft het aantal gereden kilometers
weer sinds de bestuurder de teller op 0 heeft
gezet.
Het verklikkerlampje AdBlue gaat branden
in combinatie met de melding ("Storing
emissieregeling:". Starten niet mogelijk over
x
km (mijl)" of "NO START IN xkm (mijl)" die
aangeeft hoeveel kilometer of mijl u nog kunt
rijden met de resterende hoeveelheid additief.
Tijdens het rijden wordt de melding elke 30
seconden weergegeven. De waarschuwing
wordt opnieuw weergegeven zodra het contact
wordt aangezet.
U kunt nog 1.100
km rijden voordat het systeem
het star ten van de motor blokkeer t . F
D
ruk bij aangezet contact op deze knop tot
de dagteller op 0 staat.
Dimmer
dashboardverlichting
Met knoppen
Druk, als de verlichting brandt, op knop A om
de verlichting sterker te laten branden of op
knop B om de verlichting te dimmen.
Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte
is bereikt.
Met dit systeem kunt u de lichtsterkte van de
dashboardverlichting handmatig aanpassen
aan het licht van de omgeving.
1
Instrumentenpaneel
Page 30 of 324

28
Met touchscreen
De helderheid kan verschillend worden
ingesteld voor de dag en de nacht.
F
S
electeer in het menu Instellingen
de optie
" Lichtsterkte ".
Of selecteer " OPTIES",
" Schermconfiguratie " en ver volgens
" Lichtsterkte ".
F
S
tel de lichtsterkte af door op de pijlen te
drukken of de schuif te verplaatsen.
Boordcomputer
Geeft informatie over de actuele rit (actieradius,
brandstofverbruik, gemiddelde snelheid enz.).
Weergave van de informatie
Doe het volgende om achtereenvolgens de
verschillende functies van de boordcomputer
weer te geven:
Met de toetsen op het stuurwiel
F Druk op de rolknop op het stuurwiel .
F
D
ruk op deze knop aan het uiteinde van de
ruitenwisserschakelaar .
Op het instrumentenpaneel
F Druk op deze toets. De volgende actuele informatie zal worden
weergegeven:
-
d
e actieradius,
-
h
et actuele brandstofverbruik,
-
d
e tijdteller van het Stop & Start-systeem.
-
t
raject "
1" gevolgd door traject " 2"
(afhankelijk van de uitvoering); gemiddelde
snelheid, gemiddeld brandstofverbruik en
de afgelegde afstand tijdens ieder traject.
De trajecten 1 en 2 zijn onafhankelijk en
hebben dezelfde eigenschappen.
Traject 1 kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor
een dagelijks verbruik en traject 2 voor een
maandelijks verbruik.
Traject resetten
De reset wordt uitgevoerd als het traject wordt
weergegeven.
F
D
ruk langer dan twee seconden op
deze toets op het uiteinde van de
ruitenwisserschakelaar .
Instrumentenpaneel
Page 31 of 324

29
F Druk langer dan 2 seconden op deze toets. F
D
ruk langer dan twee seconden op de knop
op het stuurwiel .
Enkele definities
Actieradius
(km of mijl)
Aantal kilometers dat u nog met de
resterende hoeveelheid brandstof
kunt afleggen (afhankelijk van het
gemiddelde verbruik over de laatste
afgelegde kilometers). Als de actieradius minder dan 30
km bedraagt,
worden streepjes weergegeven.
Na het tanken van minimaal 5 liter brandstof
wordt de actieradius opnieuw berekend en
weergegeven als deze meer dan 100 km
bedraagt.
Wanneer tijdens het rijden streepjes in plaats
van waarden worden weergegeven, neem dan
contact op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Deze waarde kan variëren door een gewijzigde
rijstijl of het rijden op een helling, waardoor
het actuele brandstofverbruik aanzienlijk kan
wijzigen.
Actueel brandstofverbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
B erekend over de laatste seconden.
Deze functie wordt alleen weergegeven bij
snelheden vanaf 30
km/h.
Gemiddeld brandstofverbruik
(l/100 km, km/l of mpg)
B erekend sinds de laatste nulstelling
van de trajectgegevens .
Gemiddelde snelheid
(km/h of mph)
Berekend sinds de laatste nulstelling
van de trajectgegevens.
Afgelegde afstand
(km of mijl)
Berekend sinds de laatste nulstelling
van de trajectgegevens.
Teller Stop & Start-systeem
(minuten/seconden of uren/minuten)
Als uw auto is uitgerust met Stop & Start,
registreert een teller hoelang de STOP-stand
tijdens een traject is geactiveerd.
De teller wordt elke keer als u het contact
aanzet weer op nul gezet.
Datum en tijd instellen
Zonder audiosysteem
1
Instrumentenpaneel
Page 32 of 324

30
De datum en de tijd kunnen worden aangepast
in het display van het instrumentenpaneel.F
H
oud deze knop ingedrukt.
F
D
ruk op een van deze knoppen
om de te wijzigen instelling te
selecteren.
F
D
ruk deze knop kort in om te
bevestigen.
F
D
ruk op een van deze knoppen
om de instelling te wijzigen en
bevestig dit nogmaals om de
nieuwe instelling op te slaan.Met PEUGEOT Connect
Radio
F Selecteer het menu Instellingen in de bovenste
menubalk van het touchscreen.
F
Sel
ecteer " Systeemconfiguratie ".
F
Sel
ecteer " Datum en tijd ".
F
Sel
ecteer " Datum:" of " Tijd:".
F
S
electeer het formaat van de weergave.
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met " OK".
Met PEUGEOT Connect Nav
Het instellen van de datum en tijd is alleen
mogelijk als de GPS-synchronisatie is
uitgeschakeld.
F
S
electeer het menu Instellingen
in de menubalk van het
touchscreen.
F
D
ruk op de toets " OPTIES" om de tweede
pagina te openen.
F
Sel
ecteer "Instellen tijd-
datum ".
Met audiosysteem
F Druk op de toets MENU om het hoofdmenu
weer te geven.
F
D
ruk op de toets " 7" of " 8" om het menu
" Persoonlijke instellingen - configuratie "
te selecteren en bevestig ver volgens uw
keuze door op de toets OK te drukken.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" om het menu
Configuratie display , te selecteren en
bevestig uw keuze door op de knop OK te
drukken.
F
D
ruk op de toets " 5" of " 6" en " 7" of " 8"
om de gewenste waarden voor de datum
en de tijd aan te passen en druk op de toets
OK om uw keuze te bevestigen. F
S
electeer het tabblad "Datum:" of "Tijd:". F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met "
OK".
Andere instellingen
U kunt:
-
D e tijdzone wijzigen.
-
D
e weergave-indeling voor de datum en tijd
(12h/24h) instellen.
-
D
e regelfunctie voor de zomertijd activeren
of deactiveren (+ 1 uur).
-
D
e GPS-synchronisatie in- of uitschakelen.
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (afhankelijk
van het verkoopland).
Instrumentenpaneel
Page 33 of 324

31
Elektronische sleutel met
afstandsbediening en
ingebouwde fysieke sleutel,
Als een van de portieren of de
achterklep geopend is of als een van de
elektronische sleutels van het Keyless
entrée and start-systeem zich in de auto
bevindt, werkt de centrale vergrendeling
niet.
Als de auto echter is uitgerust met het
alarmsysteem, wordt dit na ongeveer
45
seconden ingeschakeld.
Als de auto wordt ontgrendeld en de
portieren en de achterklep gesloten
blijven, wordt de auto na ongeveer 30
seconden automatisch weer vergrendeld.
Het alarm (indien aanwezig) wordt
automatisch weer ingeschakeld.
Het automatisch in- en uitklappen van de
buitenspiegels kan worden uitgeschakeld
door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats. Als een portier of deur, of de
achterklep niet goed is gesloten
(behalve de rechter achterdeur):
-
g
aat, bij stilstaande auto en
draaiende motor, dit lampje
branden in combinatie met
een waarschuwingsmelding
die enkele seconden wordt
weergegeven,
-
b
randt tijdens het rijden
(wagensnelheid hoger dan
10 km/h) dit verklikkerlampje
in combinatie met een
geluidssignaal en een
waarschuwingsmelding die
gedurende enkele seconden
wordt weergegeven.
Sleutel met
afstandsbediening
Met de sleutel met afstandsbediening kunt
de auto ontgrendelen of vergrendelen door
de centrale vergrendeling te bedienen via het
portierslot of met de afstandsbediening. De knoppen van de afstandsbediening
werken niet meer als het contact aan
staat.
Uitklappen/inklappen van de
sleutel
Wanneer deze knop niet wordt ingedrukt,
kan de afstandsbediening beschadigd
raken.
Keyless entrée and start
F Druk op deze knop om de sleutel uit of in te
klappen.
Hiermee kunt u de centrale vergrendeling
bedienen om de auto op afstand te
ontgrendelen of vergrendelen.
De afstandsbediening dient tevens voor de
lokalisatie en het starten van de auto en maakt
deel uit van de diefstalbeveiliging.
Verlaat om veiligheidsredenen de auto
nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder
de elektronische sleutel van het Keyless
entrée and start-systeem mee te nemen.
Wees bedacht op diefstal van de auto
als de sleutel zich binnen een van de
detectiezones bevindt ter wijl uw auto
ontgrendeld is.
De sleutel met afstandsbediening dient tevens
voor de lokalisatie van de auto, het openen
en sluiten van de tankdop en het starten of
afzetten van de motor, en maakt deel uit van de
diefstalbeveiliging.
2
Toegang tot de auto
Page 39 of 324

37
Met de Keyless Entry and
Start-afstandsbediening op
zak
Voor vergrendelen van de auto met de
afstandsbediening in detectiegebied A.
Met elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
F Als u de Keyless entrée and start-
afstandsbediening op zak hebt, drukt
u op het merkteken van een van de
voorportiergrepen om de auto volledig te
vergrendelen.
Met achterklep
F Als u de Keyless entrée and start- afstandsbediening op zak hebt, drukt u op
de vergrendelknop van de achterklep om de
auto te vergrendelen.
Als u een van de
vergrendelknoppen ingedrukt
houdt, worden de ruiten gesloten
(afhankelijk van de uitvoering).
De ruit stopt zodra de knop wordt
losgelaten.
Let erop dat niets of niemand het correcte
sluiten van de ruiten in de weg staat.
Wees extra alert op kinderen, zodat deze
zich tijdens het bedienen van de ruiten
niet kunnen bezeren.Supervergrendeling
F Als u de auto wilt vergrendelen, drukt u op de merktekens van een van
de portiergrepen (voorportier(en),
handbediende schuifdeur(en) of linker
achterdeur). De supervergrendeling schakelt de buiten-
en binnenportiergrepen uit en de knop
voor de centrale vergrendeling op het
dashboard.
De claxon blijft werken.
Schakel daarom nooit de
supervergrendeling in als er zich iemand
in de auto bevindt.Met de sleutel
F Draai de sleutel in het slot van het
bestuurdersportier naar de achterzijde van
de auto om de super vergrendeling in te
schakelen.
F
Draai binnen vijf seconden de sleutel
nogmaals in de richting van de achterzijde.
Met de afstandsbediening
F Druk op deze knop om de supervergrendeling in te
schakelen.
F
Druk binnen 5 seconden na het
vergrendelen nogmaals op deze
knop.
Als de auto niet is uitgerust met een
alarmsysteem, wordt het vergrendelen
bevestigd door het gedurende ongeveer
twee seconden blijven branden van de
richtingaanwijzers.
Afhankelijk van de uitvoering van de auto,
worden de buitenspiegels tegelijkertijd
ingeklapt.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken.
Verlaat om veiligheidsredenen de auto
nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder
de afstandsbediening mee te nemen.
Tegelijkertijd worden, afhankelijk van de
uitvoering, de buitenspiegels elektrisch
ingeklapt.
2
Toegang tot de auto
Page 44 of 324

42
Vergrendelen/ontgrendelen
van de laadruimte
Deze knop werkt niet als de auto
van buitenaf is vergrendeld of de
supervergrendeling is ingeschakeld
(afhankelijk van de uitvoering met de
sleutel, met de afstandsbediening of via
het Keyless entry en start-systeem) of als
een van de te openen carrosseriedelen
niet is gesloten.
Automatisch (beveiliging
tegen agressie)
De portieren en de achterklep of de
achterdeuren kunnen tijdens het rijden
automatisch worden vergrendeld (bij een
snelheid hoger dan 10 km/h).
Om deze functie, die standaard op actief staat,
uit of in te schakelen:
F
D
ruk op de toets tot er een geluidssignaal
klinkt en/of een melding op het scherm
wordt weergegeven.
Bij vergrendeling/supervergrendeling
van buitenaf
Als de auto van buitenaf is vergrendeld of
de supervergrendeling is ingeschakeld,
knippert het lampje en is de knop inactief.
F
A
ls de auto vergrendeld is, trek
dan aan de binnenportiergreep van
een van de portieren om de auto te
ontgrendelen.
F
A
ls de supervergrendeling is
ingeschakeld, moet u het Keyless
entrée and start-systeem of de
geïntegreerde sleutel gebruiken om de
auto te ontgrendelen.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken. Als u vanwege het
ver voer van grote lading
met de achterklep of de
achterdeuren geopend
rijdt, kunt u op de knop
drukken om uitsluitend de
portieren van de cabine te
vergrendelen.
Als u vanwege het
ver voer van grote lading
met de achterklep of de
achterdeuren geopend rijdt,
kunt u op de knop drukken
om uitsluitend de voor- en
achterportieren (schuifdeur)
te vergrendelen.
Als één van de portieren is geopend,
werkt de centrale vergrendeling van
binnenuit niet. Dit wordt aangegeven door
een mechanisch geluid vanaf de sloten.
Als de achterklep of de achterportieren
zijn geopend, werkt alleen de
vergrendeling van de andere portieren.
Het indicatielampje in de knop blijft uit. Bij het van binnenuit vergrendelen worden
de buitenspiegels niet ingeklapt.
Toegang tot de auto
Page 45 of 324

43
Automatisch
De laadruimte is tijdens het rijden altijd
vergrendeld.
Neem contact op met het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats als u de automatische
vergrendelingsfunctie wilt deactiveren.
Handbediening
F Druk op deze knop om de auto
te vergrendelen (het lampje
gaat branden)/ontgrendelen (het
lampje gaat uit) met de volledige
ontgrendeling geactiveerd.
F
D
ruk op deze knop om de
laadruimte te vergrendelen
(het lampje gaat branden)/
ontgrendelen (het lampje
gaat uit) met de selectieve
ontgrendeling geactiveerd.
Elektrisch bedienbare
schuifdeur(en)
Openen
Met de buitenportiergreep of
binnenportiergreep
F Trek als de schuifdeur is ontgrendeld aan de handgreep en laat deze weer los om de
schuifdeur te laten openen. Trek nogmaals
aan de handgreep om de bewegingsrichting
van de schuifdeur om te keren.
Het rijden met vergrendelde portieren
kan in noodgevallen de toegang tot
het interieur voor de hulpdiensten
bemoeilijken.
Dit lampje gaat uit als één of meer
portieren van de laadruimte worden
ontgrendeld.
Als het contact is afgezet en de auto
volledig is vergrendeld, gaat het lampje
uit om te voorkomen dat de accu erdoor
ontladen raakt. Met de handgrepen aan de buitenzijde en de
handgrepen en knoppen in het interieur kan
de schuifdeur elektrisch in beweging gezet
worden.
Bij het openen en sluiten van de schuifdeuren
klinkt een geluidssignaal.
Met de afstandsbediening
F Houd als de schuifdeur is
ontgrendeld deze knop ingedrukt
tot de desbetreffende schuifdeur
opengaat.
F
D
ruk nogmaals op deze knop
om de bewegingsrichting van de
schuifdeur om te keren.
De knoppen van de afstandsbediening
werken niet meer als het contact aan
staat.
2
Toegang tot de auto