Tijd Peugeot Expert 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Expert, Model: Peugeot Expert 2019Pages: 324, PDF Size: 13.19 MB
Page 63 of 324

61
Verwijderbaar luik (type 1)
Verwijderen van het luik
F Houd het luik met één hand tegen en draai met uw andere hand aan de knop boven het
luik om het los te maken.
F
L
aat het luik zakken om het uit de behuizing
te halen.
F
B
erg het op achter de bestuurdersstoel door
het vast te klemmen in de nokken.
F
D
raai aan de knop boven het luik om het luik
te vergrendelen.
Terugplaatsen van de klep
F Kantel de klep met de gele scharnieren omlaag.
F
P
laats de scharnieren in hun behuizing
en druk ze omlaag (om trillingen te
vo o r ko m e n).
F
T
il de klep met één hand op om hem
opnieuw te sluiten en draai ver volgens met
de andere hand de hendel bovenaan de
klep om hem te vergrendelen.
Verwijderbaar luik (type 2)
Het luik wordt in de gesloten of geopende stand
gehouden met magneten op iedere eindpositie.
Opklapbare zitting
De stoel omhoog klappen
F Trek met één hand stevig de lus naar voren om de stoel te ontgrendelen.
F
E
en gasveer plaatst de zitting tegen de
rugleuning.
F
S
chuif het luik naar links of rechts om het te
openen of te sluiten. Plaats uw hand nooit
onder
de stoel om de stoel omhoog
te klappen, uw vingers kunnen
daarbij bekneld raken.
Gebruik altijd de lus.
3
Ergonomie en comfort
Page 65 of 324

63
Net verwijderen
F Haal de haken los van ring 4 en 3.
F V erwijder de onderste bevestiging 2 en
ver volgens de bovenste bevestiging 1 en
draai deze een kwartslag naar achteren om
te ontgrendelen.
Zorg er voor dat het formaat, de vorm
en het volume van de ver voerde lading
voldoen aan de Wegenverkeerswet en de
veiligheidsnormen en dat de lading het
zicht van de bestuurder niet hindert.
Zet alle lading goed vast om het schuiven
van de lading te voorkomen of te
beperken, en letsel te vermijden.
Plaats altijd het met de auto meegeleverde
veiligheidsnet als de zitting omhoog is
geklapt en het luik in de scheidingswand is
verwijderd.
Gebruik het veiligheidsnet niet voor
andere doeleinden.
Controleer regelmatig de staat van het
veiligheidsnet. Raadpleeg bij sporen van
slijtage of beschadiging het PEUGEOT-
netwerk om het net te laten ver vangen
door een net dat aan de specificaties van
PEUGEOT voor uw auto voldoet.
Zorg altijd dat het luik in de
scheidingswand is aangebracht wanneer
u geen lange voorwerpen vervoert.
Draaibaar schrijfblad
Indien aanwezig kan de middelste zitting van
de bank worden gekanteld om een draaibaar
schrijfblad te creëren, zodat de cabine als
mobiel kantoor kan worden gebruikt (bij
stilstaande auto).
F
T
rek aan de hendel aan de bovenzijde van
het rugleuningkussen.
Opbergruimte middelste
zitting
Gebruik de tafel nooit tijdens het rijden.
Bij plotseling remmen of een aanrijding
veranderen de voor werpen die op de tafel
liggen in gevaarlijke projectielen die letsel
kunnen veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot de
stoelen en banken
Ver wijder een hoofdsteun niet zonder deze op
te bergen en vast te zetten.
Zorg er voor dat passagiers de
veiligheidsgordels altijd kunnen bereiken en
gemakkelijk kunnen vastmaken.
Ga niet rijden voordat alle passagiers hun
hoofdsteun correct hebben afgesteld en hun
veiligheidsgordel hebben vastgemaakt en
afgesteld.
Let erop dat het vergrendelen niet wordt
verhinderd door voorwerpen of voeten
van passagiers achterin die zich op de
verankeringspunten bevinden.
3
Ergonomie en comfort
Page 70 of 324

68
F Kantel de stoel naar achteren tot de achterste verankeringen zijn vergrendeld.
Let bij het kantelen op de voeten van de
passagiers.
F
T
rek aan de hendel en zet de rugleuning
rechtop (volgens uitvoering. Aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
Controleer de correcte vergrendeling
van de stoel op de vloer als deze is
teruggeklapt.Achterstoel en -bank op
rails
Active , Allure , Business VIP
De aanwezigheid van de hieronder beschreven
uitrusting en instellingen is afhankelijk van de
uitvoering en configuratie van de auto.
De stoel bevindt zich altijd aan de rechterkant
en de bank aan de linkerkant (in de richting van
de auto).
De bank is voorzien van twee individuele
rugleuningen.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
De hoek van de rugleuning
verstellen
De verstelbare rugleuning kan in meerdere
standen worden gezet. F
T
rek de hendel omhoog om de rugleuning
naar achteren te bewegen (aan de
achterzijde: duw de hendel omlaag).
F
L
aat de hendel los zodra de gewenste
positie is bereikt.
Naar voren of achteren
schuiven
(voorbeeld: individuele stoel)
De stoel kan op twee manieren naar voren of
naar achteren worden geschoven:
Ergonomie en comfort
Page 78 of 324

76
Gebruik het klittenband om de dwarsgeplaatste
matten van de 2e zitrij aan de in lengterichting
geplaatste matten van de 2e en 3e zitrij vast te
maken.
Dashboardkastje
In het dashboardkastje bevindt zich schakelaar
voor het uitschakelen van de airbag vóór
aan passagierszijde en er kan een fles
water, de boorddocumentatie enz. in worden
opgeborgen.Rijd nooit met een geopend
dashboardkastje (indien aanwezig)
wanneer een passagier voorin zit. Bij hard
remmen kan dit letsel tot gevolg hebben.
Opbergruimte
In deze ruimte kunnen een fles water, de
boorddocumentatie enz. worden opgeborgen. F
D
ruk op het linker gedeelte van de knop om
de opbergruimte te openen en begeleid de
klep tot de aanslag voor volledig openen.
Afhankelijk van de uitvoering treedt de
verlichting in werking zodra de klep wordt
geopend. Houd tijdens het rijden het
dashboardkastje gesloten. Inzittenden
kunnen anders gewond raken bij een
ongeval of een noodstop.
Afhankelijk van het land van
bestemming en de aanwezigheid
van airconditioning, bevat het
kastje een ventilatieopening
waaruit dezelfde (gekoelde) lucht
stroomt als uit de ventilatieroosters
van het interieur.
Opbergvakken in de
voorportieren
Vloeistof die in de bekerhouder wordt
ver voerd (bijvoorbeeld in een mok)
en wordt gemorst, kan bij contact met
schakelaars op het dashboard en de
middenconsole storingen veroorzaken.
Wees voorzichtig.
Bovenste dashboardkastje
Dit bevindt zich in het dashboard, achter het
stuurwiel.
Druk op de knop om de klep (afhankelijk van de
uitvoering) te openen en begeleid de klep tot de
aanslag voor volledig openen.
Begeleid om het te sluiten het deksel omlaag
en druk ver volgens kort op het midden er van.Het morsen van vloeistof kan kortsluiting
veroorzaken, wat tot brand kan leiden.
Uitklaptafeltjes
Op de uitklaptafeltjes aan de achterzijde van
de rugleuning van beide voorstoelen kunnen
voorwerpen gelegd worden.
Ergonomie en comfort
Page 80 of 324

78
Tijdens het gebruik van de USB-
aansluiting wordt het draagbare apparaat
automatisch opgeladen.
Tijdens het laden wordt een melding
weergegeven als het stroomverbruik van
het draagbare apparaat hoger is dan de
door de auto geleverde stroomsterkte.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica.
Jack-aansluiting
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten
om muziekbestanden via de geluidsinstallatie
van de auto te kunnen beluisteren.
De bestanden worden vanaf het draagbare
apparaat beheerd.
Raadpleeg voor meer informatie over het
gebruik van deze voorziening de rubriek
Audio en telematica .
220V-aansluiting
Afhankelijk van de uitvoering van uw auto
bevindt zich een 220V-stopcontact (50 Hz)
(max. vermogen: 150 W) in het opbergvak
onder de stoel rechts voor, dat vanaf de 2e zitrij
bereikbaar is.
Dit werkt bij draaiende motor en in de STOP-
stand van het Stop & Start-systeem.
F
B
eweeg het klepje omhoog.
F
C
ontroleer of het groene lampje brandt.
F
S
luit uw elektrische apparaat (telefoonlader,
laptop, CD/DVD-speler, flessenwarmer
enz.) aan.
Bij een storing gaat het groene lampje
knipperen.
Laat het systeem controleren door het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Bagagenet
Het bagagenet kan worden vastgemaakt
aan de sjorogen. Hiermee kunt u achterin
voor werpen op de vloer vastzetten. Sluit maximaal één apparaat op de
aansluiting aan (verlengsnoeren of
dubbelstekkers niet toegestaan).
Sluit alleen apparaten aan die voldoen
aan isolatieklasse II (op het apparaat
aangegeven).
Gebruik geen apparaten met een metalen
behuizing.
Om veiligheidsredenen wordt de
stroomtoevoer naar deze aansluiting bij
overbelasting automatisch onderbroken; dit
gebeurt ook als er andere omstandigheden
zijn die daar aanleiding toe geven (bijzondere
weersomstandigheden, zware belasting van
de elektrische installatie van de auto enz.).
Het groene lampje gaat dan uit.
Ergonomie en comfort
Page 82 of 324

80
Aanbevelingen voor de
lading
Het gewicht van de lading moet
voldoen aan het maximaal toelaatbare
treingewicht.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie
over de motorspecificaties en
aanhangergewichten.
Als u gebruikmaakt van een
draagsysteem (allesdragers/imperiaal),
dient u de maximale belasting van
het desbetreffende systeem niet te
overschrijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de allesdragers/het
imperiaal .
Zorg er voor dat het formaat, de vorm en
het volume van de ver voerde lading in de
auto voldoen aan de Wegenverkeerswet
en dat de lading het zicht van de
bestuurder niet hindert.
Een scheidingswand met of zonder ruit scheidt
de laadruimte af van de cabine.
De lading moet gelijkmatig worden
verdeeld over de laadruimte om het
rijgedrag van de auto zo min mogelijk te
beïnvloeden.
Plaats de lading in de buurt van de
zijpanelen of druk de lading indien
mogelijk tegen de zijpanelen tussen de
wielkasten.
Plaats zware voor werpen echter zo dicht
mogelijk bij de cabine, als voorzorg in het
geval van hard remmen.
Zet de lading stevig vast met de sjorogen
op de vloer van de laadruimte.
Raadpleeg de desbetreffende rubrieken
voor meer informatie over voorzieningen
in het interieur
en met name over de
sjorogen. Om het risico op letsel of een ongeluk
te beperken moet de lading stabiel
worden geplaatst, zodat deze niet kan
verschuiven, kantelen, vallen of naar
voren schieten. Gebruik hiertoe alleen
riemen die voldoen aan de huidige
normen (bijvoorbeeld DIN).
Zie de gebruikershandleiding van de
fabrikant voor meer informatie over het
aanbrengen van riemen.
Er mag geen ruimte zijn tussen de
verschillende voorwerpen in de
laadruimte.
Om te voorkomen dat de lading gaat
schuiven, mag er geen ruimte zijn tussen
de lading en de panelen van de auto.
Optimaliseer de riemen en de
stabiliteit van de lading met stabiele
hanteringsuitrusting (wiggen, stevige
blokken hout of schuim).
Reinig tijdens het wassen van de auto het
interieur nooit met een tuinslang of een
hogedrukspuit.
Ergonomie en comfort
Page 84 of 324

82
F Bevestig de haken aan de bovenzijde van het net in de daar voor bestemde
bevestigingspunten in het dak (eerst de ene
en vervolgens de andere zijde).
F
T
rek de riemen er volledig uit.
F
B
evestig het net aan de onderste
bevestigingspunten aan beide zijden achter
de 1e zitrij of aan de sjorogen aan beide
zijden achter de 2e zitrij.
F
S
pan het net met behulp van de riemen.
F
C
ontroleer of het net goed is bevestigd en
gespannen.
Gebruik nooit de ISOFIX-ring die is
bedoeld voor de bevestiging van de riem
van een kinderzitje met Top Tether.
Zijruiten 2e zitrij
Afhankelijk van de uitvoering van de auto
kunnen de zijruiten van zitrij 2 worden
geopend. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de
kinderbeveiliging van de zijruiten
achter
.
Zonneschermen voor de
zijruiten
De zonneschermen voor de zijruiten van de
tweede zitrij beschermen het interieur tegen
de zon.
Tijdens het rijden moeten deze ruiten zijn
gesloten of in een van de standen zijn
vastgezet. Beweeg het zonnescherm altijd
voorzichtig omhoog of omlaag met de lip.
F
T
rek het zonnescherm aan de lip A uit en
bevestig deze aan de haak B .
Panoramadak
Het panoramadak is voorzien van twee
onafhankelijke handbediende zonneschermen
om het thermische en akoestische comfort te
verbeteren.
Zonneschermen
Openen/sluiten
F Schuif het zonnescherm dat u wilt sluiten
met behulp van de handgreep naar achteren
of naar voren tot aan de gewenste stand.
F
K
nijp de twee knoppen in en schuif de ruit
open.
Ergonomie en comfort
Page 86 of 324

84
F Trek beide tafelbladen zo ver mogelijk omhoog, klap ze ver volgens opzij en zet ze
in de horizontale stand.
Inklappen
F Beweeg beide tafelbladen omhoog tot voorbij het zware punt en zet ze in de
verticale stand.
F
D
ruk beide tafelbladen zo ver mogelijk in
hun behuizing tot ze worden vergrendeld.
F
D
ruk op de hendel en kantel de complete
tafel omlaag tot deze wordt vergrendeld.
Controleer voordat u de tafelbladen inklapt
of er niet opligt. Controleer voordat u het
geheel kantelt of de twee tafelbladen
correct zijn vergrendeld in de lage stand
en dat er zich geen voor werpen (blikje,
pen enz.) in de bekerhouder bevinden.
Bekerhouders
U kunt 2 bekers of blikjes plaatsen en kleine
voorwerpen (creditcard, uitneembare asbak,
pen enz.) opbergen op het middelste gedeelte
van de uitgeklapte tafel. Vloeistof in een beker die kan omvallen,
vormt altijd een risico. Wees voorzichtig.
Gebruik deze stand van de tafel nooit als
de auto rijdt.
Verwijderen
F Beweeg de hendel helemaal omhoog om de verankeringspunten te ontgrendelen en
kantel de complete tafel naar voren.
F
H
aal de complete tafel naar buiten via de
schuifdeur bij de tweede zitrij.
Richting omdraaien
Voor meer comfort is het raadzaam een
stoel te verwijderen.
Terugplaatsen
F Controleer of er geen voor werpen op de rail liggen die het vergrendelen kunnen
verhinderen.Controleer of er geen voor werpen
aanwezig zijn bij de rail op de vloer
zodat de tafel probleemloos kan worden
verwijderd.
Nadat u de tafel hebt ver wijderd, kunt u hem
180 graden draaien.
Ergonomie en comfort
Page 88 of 324

86
Om de tafel of een afzonderlijke stoel naar
voren of achteren te bewegen, dient u er
voor te zorgen dat de rugleuning van de
stoel rechtop staat en de tafel is ingeklapt.Bij het opbergen van de tafelbladen mag u
nooit uw hand in het schuifgebied steken.
Uw vingers kunnen hierbij bekneld raken.
Gebruik de betreffende hendel.
Verwarming en ventilatie
Adviezen
Gebruik van het ventilatie- en
airconditioningssysteem
F
L
et erop dat voor een gelijkmatige
verdeling van de lucht naar het
interieur het luchtinlaatrooster
onder de voorruit, de verschillende
luchtkanalen, ventilatieroosters
en overige uitstroomopeningen
alsmede de luchtafvoeropening in de
bagageruimte vrij blijven.
F
D
ek de zonnesensor op het dashboard
niet af; deze wordt gebruikt voor
het regelen van het automatische
airconditioningssysteem.
F
Z
et de airconditioning minstens één of
twee keer per maand 5 tot 10 minuten
aan om het systeem in per fecte staat
te houden.
F
G
ebruik de airconditioning niet
als deze niet koelt en raadpleeg
het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Bij een zware belasting van de motor
(trekken van een aanhanger op een steile
helling bij een hoge buitentemperatuur)
kan de airconditioning tijdelijk worden
uitgeschakeld voor een optimale
trekkracht van de motor. Vermijd het te lang rijden met een
uitgeschakelde aanjager en het te lang
gebruiken van de luchtrecirculatie om te
voorkomen dat de ruiten beslaan of de
luchtkwaliteit vermindert.
Als de binnentemperatuur zeer hoog
is wanneer de auto lang in de zon
heeft gestaan, is het raadzaam het
passagierscompartiment korte tijd te
ventileren.
Zorg er voor dat de aanjagersnelheid
voldoende hoog is ingesteld, zodat de
lucht in het interieur goed ver verst wordt.
Condensvorming door de airconditioning
kan ertoe leiden dat zich een klein plasje
water onder de auto vormt. Dit is een
normaal verschijnsel.
Ergonomie en comfort
Page 89 of 324

87
Onderhoud van het ventilatie- en
airconditioningssysteem
F
C
ontroleer regelmatig de staat van het
interieurfilter en laat de filterelementen
periodiek vervangen.
Het is raadzaam om een gecombineerd
interieur filter te gebruiken. Dankzij het
toegevoegde speciale actieve middel
is de lucht die de inzittenden inademen
schoner en blijft het interieur schoner
(vermindering van allergische reacties,
stank en vetaanslag).
F
O
m een correcte werking van
de airconditioning te garanderen
moet u deze overeenkomstig de
aanbevelingen in het onderhouds- en
garantieboekje laten controleren. Stop & Star t
De verwarmings- en
airconditioningssystemen werken alleen
als de motor draait.
Schakel tijdelijk de Stop & Start-functie uit
om een comfortabele temperatuur in het
interieur te behouden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het Stop & Star t
-
systeem.
Bevat gefluoreerde broeikasgassen
R13 4A .
Afhankelijk van de uitvoering en
het land van bestemming bevat het
airconditioningssysteem gefluoriseerde
broeikasgassen R134A. Hoeveelheid
gas: 0,5
kg (+/- 0,025 kg), GWP-index
1.430 ton (CO
2-equivalent: 0,751 t).
Verwarming
Handbediende
airconditioning
De airconditioning werkt alleen als de motor
draait.
1. Temperatuur.
2. Luchtopbrengst.
3. Luchtverdeling
4. Recirculatie van de interieurlucht.
5. Airconditioning aan/uit.
Luchtopbrengst
F Draai aan de rolknop 2 om de gewenste
luchtopbrengst te verkrijgen.
Wanneer de knop van de
luchtopbrengstregeling in de stand
minimaal staat (systeem uitgeschakeld),
wordt het thermische comfort niet
meer geregeld. Er blijft door de rijwind
echter nog wel een kleine luchtstroom
gehandhaafd.
Temperatuur
F Draai de rolknop 1 van " LO" (koel) naar " HI"
(warm) om de temperatuur naar behoefte in
te stellen.
Luchtverdeling
F Druk herhaaldelijk op de toets 3 om de luchtstroom te verdelen naar:
-
d
e voorruit, de zijruiten en de
voetenruimten,
-
d
e voetenruimten,
-
de
middelste ventilatieroosters, de
zijventilatieroosters en de voetenruimten,
-
d
e voorruit, de zijruiten, de middelste
ventilatieroosters en de voetenruimten,
-
h
et middelste ventilatierooster en de
zijventilatieroosters,
-
d
e voorruit en de zijruiten (ontwasemen of
ontdooien).
3
Ergonomie en comfort