reset Peugeot Expert VU 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2016, Model line: Expert VU, Model: Peugeot Expert VU 2016Pages: 520, PDF Size: 11.35 MB
Page 264 of 520

262
Expert_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Bandenspanningscontrolesysteem
Het systeem bewaakt de spanning van de vier
banden zodra de auto begint te rijden.
Het systeem vergelijkt de signalen van de
snelheidssensoren van de wielen met de
referentiewaarden die elke keer nadat de
banden op spanning zijn gebracht of na het
ver wisselen van een wiel moeten worden
gereset.
Het systeem geeft een waarschuwing zodra
wordt gesignaleerd dat de spanning van een of
meer banden te laag is.Het bandenspanningscontrolesysteem is niet
meer dan een hulpmiddel, hetgeen inhoudt
dat de waakzaamheid van de bestuurder niet
door het systeem kan worden vervangen.
Het systeem onthoudt u niet van de
verantwoordelijkheid om elke maand de
bandenspanning te controleren (ook die van
het reservewiel). Doe dit ook voordat u een
lange rit gaat maken.
Het rijden met een te lage bandenspanning
heeft een nadelige invloed op het weggedrag
en de remweg van de auto en veroorzaakt
vroegtijdige bandenslijtage, vooral onder
zware omstandigheden (zware belading,
hoge snelheden, een lange rit).
Dit systeem controleert automatisch de bandenspanning tijdens het rijden.
De voor uw auto voorgeschreven
bandenspanning vindt u op de sticker met
de bandenspanningen.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de identificatie van
de auto.
De bandenspanning moet worden
gecontroleerd als de banden "koud" zijn
(de auto staat langer dan een uur stil of
er is minder dan 10 km gereden met een
beperkte snelheid).
on
der andere omstandigheden (bij warme
banden) moet de bandenspanning ten
opzichte van de op de sticker vermelde
spanning met 0,3 bar worden verhoogd.
Het rijden met een te lage
bandenspanning veroorzaakt
bovendien een hoger brandstofverbruik.
Sneeuwkettingen
Het systeem hoeft niet gereset
te worden na het aanbrengen of
verwijderen van sneeuwkettingen.
Reservewiel
Het stalen reservewiel is niet voorzien
van een bandenspanningssensor.
Rijden
Page 265 of 520

263
Expert_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Waarschuwing te lage
bandenspanningResetten
Controleer voordat u het systeem
gaat resetten of de spanning van
de vier banden overeenkomstig de
gebruiksomstandigheden van de auto
en de voorschriften op de sticker met
de bandenspanningen is.
Het waarschuwingssysteem voor
te lage bandenspanning is alleen
betrouwbaar als de vier banden tijdens
het resetten de juiste spanning hebben.
Het bandenspanningscontrolesysteem
geeft geen meldingen als de
bandenspanning bij het resetten
onjuist
is.
u
krijgt deze waarschuwing als dit
lampje blijft branden in combinatie
met een geluidssignaal en, volgens
uitvoering, een melding. Elke keer nadat u een of meer banden op
spanning hebt gebracht en na het verwisselen
van een of meer wielen, moet u het systeem
resetten.
F
V
erminder onmiddellijk uw snelheid en
vermijd plotselinge stuurbewegingen en
krachtig remmen.
F
S
top zodra dit mogelijk is op een veilige
plaats. F
g
e
bruik in het geval van een lekke band
de bandenreparatieset of het reservewiel
(volgens uitvoering),
of
F
c
ontroleer als u een compressor in de
auto hebt, bijvoorbeeld die van de set voor
tijdelijke bandenreparatie, de spanning van
de vier banden als deze zijn afgekoeld,
of
F
r
ijd voorzichtig verder als het niet mogelijk
is om deze controle onmiddellijk uit te
voeren.
Een te lage bandenspanning is niet
altijd aan de band te zien. Een visuele
controle is dus niet voldoende. De waarschuwing blijft actief tot het
systeem is gereset.
Het resetten van het systeem moet gebeuren
bij aangezet contact en stilstaande auto.De nieuw opgeslagen waarden
van de bandenspanning worden
door het systeem beschouwd als
referentiewaarden.
6
Rijden
Page 266 of 520

264
Expert_nl_Chap06_conduite_ed01-2016
Selecteer in het menu Rijden de optie
" Initialisatie bandenspanningscontrole ".
Met autoradio
Selecteer in het menu "Persoonlijke
instelling - configuratie " de optie
" Initialisatie bandenspanningscontrole ".
Storing
Als het waarschuwingslampje te lage
bandenspanning gaat knipperen en vervolgens
blijft branden in combinatie met het lampje
Service, wijst dit op een storing in het systeem.
In dat geval werkt de bandenspanningscontrole
mogelijk niet goed.
Laat het systeem controleren door
het PE
u
g
Eo
t
-
netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Controleer na werkzaamheden aan
het systeem altijd de spanning van
de vier banden en reset het systeem
vervolgens.
Met touchscreen
Druk op " Ja" om het resetten te bevestigen .
Als het resetten is voltooid, klinkt een
geluidssignaal en wordt een melding
weergegeven.
Zonder autoradio
F Druk gedurende ongeveer 3 seconden op deze knop en
laat de knop vervolgens los; het
resetten wordt bevestigd door
een geluidssignaal.
Rijden
Page 297 of 520

295
Expert_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
Controle / aanpassen
bandenspanning
u kunt de compressor, zonder inspuiting
v an het afdichtmiddel, ook gebruiken om uw
bandenspanning te controleren of uw banden
op spanning te brengen.
F
D
raai de schakelaar A in de stand
"
op
spanning brengen". F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting van de auto.
F
S
tart de auto en laat de motor draaien.
F
B
reng de band op spanning met behulp
van de compressor (op spanning brengen:
schakelaar B in stand "I" ; leeg laten lopen:
schakelaar B in stand "O" en druk op de
knop C ), zoals staat aangegeven op de
bandenspanningssticker van de auto.
F
V
er wijder de set en berg deze op.Als de spanning van een of meer
banden is aangepast, moet het
bandenspanningscontrolesysteem
worden gereset.
Zie de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem
.
F
R
ol de zwarte slang H volledig uit.
F
S
luit de zwarte slang aan op het ventiel van
de band.
8
Storingen verhelpen
Page 304 of 520

302
Expert_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2016
F Draai met de wielsleutel 1 en de dop 4 de slotbout (indien aanwezig) vast.
F
D
raai met alleen de wielsleutel 1 de
overige wielbouten vast .
F
B
erg het gereedschap op in de
gereedschapskist.op d eze sticker staat de bandenspanning
aangegeven.
Na het verwisselen van het
wiel
Berg het wiel met de lekke band correct op in de
reservewielhouder.
Laat zo snel mogelijk het aanhaalmoment van
de wielbouten en de bandenspanning van het
reservewiel controleren door het PE
u
g
Eo
t
-
n
etwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Laat de lekke band zo spoedig mogelijk
repareren en verwissel hem met het reservewiel.
Controleer als uw auto is uitgerust met
een bandenspanningscontrolesysteem
de bandenspanning en reset het
systeem.
Detectie te lage
bandenspanning
Het stalen reservewiel is niet voorzien
van een bandenspanningssensor.
Wiel met wieldop
Bij het monteren van het wiel:
bevestig de wieldop door de opening
ervan ter hoogte van het ventiel te
houden en druk vervolgens met de
handpalm tegen de gehele omtrek van
de wieldop.
Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het
bandenspanningscontrolesysteem
.
Storingen verhelpen
Page 417 of 520

415
1
8
9
1
1
13
14
15
16
11
10
12
Expert_nl_Chap10b_NAC-1_ed01-2016
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Instellingen
Secundaire pagina
Schermconfiguratie Animatie
De instellingen activeren of deactiveren.
Lichtsterkte De lichtsterkte instellen.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Instellingen
Secundaire pagina
Systeemparameters Eenheden
Afstand en verbruik
De eenheden voor de afstand, het
brandstofverbruik en de temperatuur instellen.
te
mperatuur
Fabrieksparameters Resetten
te
rugkeren naar de fabrieksinstellingen.
Systeeminfo RaadplegenDe versie van de in het systeem geïnstalleerde
modules controleren (versie van het systeem, de
kaartgegevens, de risicozones) en controleren of
er updates beschikbaar zijn.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Instellingen
Secundaire pagina Ta l e n Alle
De taal selecteren en vervolgens bevestigen.
Europa
Azië
Amerika
Bevestigen
Na het selecteren van de taal de instelling
opslaan.
.
Audio en telematica
Page 421 of 520

419
3
2
4
5
6
7
Expert_nl_Chap10b_NAC-1_ed01-2016
Selecteer een "Profiel" (1, 2 of 3)
om dit te koppelen aan de " Audio-
instellingen ".
Selecteer " Audio-instellingen ".
Selecteer " Thema's".
of
"V
erdeling ".
of
"G
eluid ".
of
"S
praak ".
of
"B
eltonen ".
Het kader voor de profielfoto heeft een
vierkante vorm, het systeem vervormt
de oorspronkelijke foto als deze een
andere vorm heeft. Bij het resetten van een profiel wordt
Engels als taal ingesteld.
Druk op "Bevestigen " om de
instellingen op te slaan.
Druk op "
Bevestigen " om
toestemming te geven voor de
overdracht van de foto.
Druk nogmaals op " Bevestigen" om
de instellingen op te slaan. Druk op deze toets om een profielfoto
toe te voegen.
Plaats de
u
S
B-stick waar de foto op
staat in de
u
S
B -aansluiting.
Selecteer de foto. Druk op deze toets om het
geselecteerde profiel te resetten.
.
Audio en telematica
Page 473 of 520

471
1
8
9
1
1
13
14
15
16
11
10
12
Expert_nl_Chap10c_RCC-1_ed01-2016
Niveau 1Niveau 2 Niveau 3 Aanwijzingen
Instellingen
Secundaire pagina
Schermconfiguratie Animatie
De instellingen activeren of deactiveren.
Lichtsterkte De lichtsterkte instellen.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Instellingen
Secundaire pagina
Systeemparameters Eenheden
Afstand en verbruik
De eenheden voor de afstand, het
brandstofverbruik en de temperatuur instellen.
te
mperatuur
Fabrieksparameters Resetten
te
rugkeren naar de fabrieksinstellingen.
Systeeminfo RaadplegenDe versie van de in het systeem geïnstalleerde
modules controleren (versie van het systeem, de
kaartgegevens, de risicozones) en controleren of
er updates beschikbaar zijn.
Bevestigen De instellingen opslaan.
Instellingen
Secundaire pagina Ta l e n Alle
De taal selecteren en vervolgens bevestigen.
Europa
Azië
Amerika
Bevestigen
Na het selecteren van de taal de instelling
opslaan.
.
Audio en telematica
Page 477 of 520

475
3
2
4
5
6
7
Expert_nl_Chap10c_RCC-1_ed01-2016
Selecteer een "Profiel" (1, 2 of 3)
om dit te koppelen aan de " Audio-
instellingen ".
Selecteer " Audio-instellingen ".
Selecteer " Thema's".
of
"V
erdeling ".
of
"G
eluid ".
of
"S
praak ".
of
"B
eltonen ".
Het kader voor de profielfoto heeft een
vierkante vorm, het systeem vervormt
de oorspronkelijke foto als deze een
andere vorm heeft. Bij het resetten van een profiel wordt
Engels als taal ingesteld.
Druk op "Bevestigen " om de
instellingen op te slaan.
Druk op "
Bevestigen " om
toestemming te geven voor de
overdracht van de foto.
Druk nogmaals op " Bevestigen" om
de instellingen op te slaan. Druk op deze toets om een profielfoto
toe te voegen.
Plaats de
u
S
B-stick waar de foto op
staat in de
u
S
B -aansluiting.
Selecteer de foto. Druk op deze toets om het
geselecteerde profiel te resetten.
.
Audio en telematica
Page 512 of 520

510
Expert_nl_Chap11_index-alpha_ed01-2016
tafeltje ........................................................... 101tan
kbeveiliging ............................... ..............266
te
chnische gegevens
..................333, 335, 336
te
laag brandstofniveau
.........................20, 265
tel
efoon
............... 400, 402, 404, 406 - 411, 456,
458, 460, 462- 467, 497, 498, 500
t
e l l e r
........................................................... 14 -16
te
mperatuurregeling ..................................... 128
ti
jdelijke bandenspanning (met set)
.............290
ti
jd instellen
.................................... 46, 421, 477
tM
C (verkeersinformatie)
.............................367
to
egang AdBlue
®-reservoir .......................... 285to
egang tot het reservewiel ......................... 297
to
erenteller
................................................ 1
4 -16
to
evoer van buitenlucht
........125, 126, 128, 131
to
uchscreen
................ 3
9, 43, 44, 89, 150 -152,
154, 158, 220, 226, 236, 245, 247, 249, 250, 254, 256, 264, 341, 429
T
Selectiehendel .............................................. 214
Selectiehendel automatische transmissie
..............................
...................209
Selectiehendel elektronisch gestuurde versnellingsbak
........................................... 282
Selectiehendel handgeschakelde versnellingsbak
........................................... 207
Selectieve ontgrendeling
........47, 49, 55, 56, 60
Serienummer auto
..............................
..........337
Service
............................................................ 28
Service (verklikkerlampje)
..............................28
Set voor tijdelijke bandenreparatie
................................ 289, 290
Sierdeel
......................................................... 302
Signalering onoplettendheid
.................250, 251
Schakelindicator
........................................... 208
Schuifdeuren
................................................... 91
Sjorogen
........................................................ 12 2
Sleepoog
....................................................... 325
Slepen van een auto
.............................325, 326
Sleutel
.............................. 47-50, 71, 74, 75, 199
Sleutel met afstandsbediening
..........50, 64, 199, 205
SMS
....................................................... 411, 4 6 7
Sneeuwkettingen
................................. 262, 268
Snelheidsbegrenzer
......................224, 227, 229
Snelheidslimietherkenning
..................225, 226,
229, 232, 236
Snelheidsregelaar
.........224, 227, 232, 233, 237
Snelheidsregeling met snelheidslimietherkenning
..........................227
Soort lamp
..................................................... 3
03
Spaarfase
...................................................... 270
Sproeiers, verwarmd
............................ 13
2, 159
Starten van de auto...... 202, 204, 206, 209, 214
Starten van de motor
.................................... 19 9
Stilzetten van de auto
..........202, 204, 209, 214
Stoelen achter
....................................... 11 0 , 113
Stoelen verstellen
................................... 99, 102Stoelverwarming
...................................103, 105
Stop
.................................................................18
Stop & Start
................22, 29, 42, 132, 135, 218,
220, 265, 276, 281, 321, 324
Stop (verklikkerlampje)
...................................18
Streaming audio Bluetooth
..........398, 454, 495
Stuurslot
............................................52, 67, 205
Stuurwiel (verstellen)
......................................99
Supervergrendeling
............................ 5
1, 58, 65
Synchroniseren afstandsbediening
..........54, 70
Regeneratie roetfilter
.................................... 281
Remblokken
.................................................. 282
Remlichten
............................. 310, 311, 313 - 315
Remmen
............................................ 18, 22, 282
Remschijven .................................................. 282
Reservewiel
................. 262, 289, 296, 297, 302
Reservoir koplampsproeiers
......................... 280
Reservoir ruitensproeiers
............................. 28
0
Resetten bandenspanningscontrolesysteem
............ 263
Resetten van het traject
.................................. 41
R
ichtingaanwijzers
............... 148, 304, 307, 308,
310, 313, 315
Rijadviezen
........................................... 19 6 -198
Roetfilter
................................................ 280, 281
Ruitensproeier achter
................................... 157
Ruitensproeiers
............................................. 15
8
Ruitenwisser achter
.............................. 157, 15 8
Ruitenwisserbladen (vervangen)
.......... 15 9 , 2 74
Ruitenwissers
.................................. 2
9, 15 6, 157
Ruitenwisserschakelaar
........................ 15
6, 157
Schakelaar koplampverstelling
..................... 155
Schakelaars stoelverwarming
.............. 10
3, 105
Schakel sneeuwketting
................................. 268
Scheidingsnet
............................................... 10 6
SCR (Selective Catalytic Reduction)
............ 283
SCR-systeem
.......................................... 2 7, 2 8 3
S
Index