kinderen Peugeot Partner 2019 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2019, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2019Pages: 312, PDF Size: 9.61 MB
Page 121 of 312

119
Als aan een van de voor waarden voor het
starten niet wordt voldaan, wordt een melding
op het instrumentenpaneel weergegeven. In
sommige gevallen moet het stuur wiel heen
en weer worden bewogen ter wijl de knop
"START/STOP" wordt ingedrukt om het
stuurslot te ontgrendelen; u wordt hier van via
een melding op de hoogte gebracht.
Afzetten
F Breng de auto tot stilstand.
Met de conventionele sleutel/de sleutel
met afstandsbediening
F Draai de sleutel linksom in de stand 1 (Stop) .
F
V
er wijder de sleutel uit het contactslot.
F
D
raai om het stuurslot te vergrendelen aan
het stuur wiel tot het blokkeert.
Zet de voor wielen in de rechtuitstand
alvorens de motor af te zetten. Dit
vergemakkelijkt het ontgrendelen van het
stuurslot. F
C
ontroleer of de parkeerrem
correct is aangetrokken, met name
als de auto op een helling staat.
Zet nooit het contact af voordat de auto
volledig tot stilstand is gekomen.
Neem bij het verlaten van de auto de
sleutel mee en vergrendel de portieren.
Verlaat om veiligheidsredenen (kinderen
in de auto) de auto nooit, zelfs niet voor
een korte tijd, zonder de sleutel mee te
nemen.
Bij het afzetten van de motor is de
rembekrachtiging niet meer actief.
Hang geen zware voor werpen aan de
sleutel: dit kan namelijk storingen aan het
contactslot veroorzaken.
Sleutel vergeten
Als de sleutel nog in het contactslot zit en
in de stand 1 (Stop) staat, wordt bij het
openen van het bestuurdersportier een
waarschuwingsmelding weergegeven in
combinatie met een geluidssignaal.
Als de sleutel onbedoeld in de stand 2
(Contact) van het contactslot blijft staan,
zal het contact na een uur automatisch
worden afgezet.
Draai de sleutel in de stand 1 (Stop)
en ver volgens opnieuw in de stand 2
(Contact) om het contact weer aan te
zetten.
Met Keyless entry and start
F Druk op de knop " START/STOP" ter wijl de
afstandsbediening zich in de detectiezone
bevindt.
Bij een handgeschakelde versnellingsbak wordt
de motor afgezet en het stuurslot vergrendeld.
Bij een auto met de automatische transmissie
EAT8 wordt de motor afgezet.
Als de auto niet stilstaat, wordt de motor
niet afgezet.
6
Rijden
Page 124 of 312

122
Bij een lege accu werkt de elektrische
parkeerrem niet meer.
Beveilig bij een handgeschakelde
versnellingsbak als de parkeerrem niet
is aangetrokken de auto tegen wegrollen
door een versnelling in te schakelen.
Beveilig bij een automatische transmissie
als de parkeerrem niet is aangetrokken
de auto tegen wegrollen door de
meegeleverde wielblokken tegen een van
de wielen te plaatsen.
Neem contact op met het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Controleer voordat u de auto verlaat
of de parkeerrem is aangetrokken:
de lampjes van de parkeerrem op het
instrumentenpaneel en op de hendel
moeten allebei permanent branden.
Als de parkeerrem niet is aangetrokken,
klinkt een geluidssignaal en wordt
een melding weergegeven als het
bestuurdersportier wordt geopend.Laat kinderen nooit alleen in de auto
wanneer het contact is aangezet: ze
zouden de parkeerrem kunnen vrijzetten.
Als een aanhangwagen achter uw auto is
gekoppeld, op een steile helling wordt geparkeerd
of uw auto zwaar is beladen, dient u bij een auto
met een handgeschakelde versnellingsbak bij het
parkeren de voor wielen naar het trottoir te sturen
en een versnelling in te schakelen.
Als een aanhangwagen achter uw auto is
gekoppeld, op een steile helling wordt geparkeerd
of uw auto zwaar is beladen, dient u bij een auto
met een automatische transmissie bij het parkeren
de voor wielen naar het trottoir te sturen of de
stand P te selecteren.
Als een aanhangwagen achter uw auto
is gekoppeld, moet bij het parkeren het
hellingspercentage lager zijn dan 12%.
Handbediende werking
Handmatig vrijzetten
Contact aan of draaiende motor:
F
t rap het rempedaal in,
F
h
oud het rempedaal ingetrapt en druk de
hendel kort in.
Als de parkeerrem volledig is vrijgezet, wordt
dit bevestigd door het doven van het lampje
remsysteem en het lampje P op de hendel
in combinatie met de melding "Parkeerrem
vrijgezet". Als u de hendel indrukt zonder het
rempedaal in te trappen, wordt de
parkeerrem niet vrijgezet en wordt een
melding weergegeven.
Handmatig aantrekken
Bij stilstaande auto:
F
t rek kort aan de hendel.
Als de parkeerrem wordt aangetrokken, wordt
dit bevestigd door het knipperen van het lampje
van de hendel.
Als de parkeerrem is aangetrokken, wordt dit
bevestigd door het branden van het lampje
remsysteem en het lampje P op de hendel
in combinatie met de melding "Parkeerrem
aangetrokken".
Automatische werking
Automatisch vrijzetten
Controleer eerst of de motor is gestart en het
bestuurdersportier goed is gesloten.
De elektrische parkeerrem wordt automatisch
geleidelijk vrijgezet bij het wegrijden .
Met een handgeschakelde versnellingsbak
F
T
rap het koppelingspedaal volledig
in en schakel de 1
e versnelling of de
achteruitversnelling in.
F
G
eef gas en laat het koppelingspedaal
opkomen.
Rijden
Page 129 of 312

127
De stand N kunt u gebruiken in een file
of bij het wassen van de auto in een
wasstraat.
Schakelflippers aan de stuurkolom
F Trek de rechter flipper "+" of linker flipper " -"
naar u toe om op of terug te schakelen.
Met de flippers kunt u de neutraalstand
niet selecteren en de achteruitversnelling
niet in- en uitschakelen.
Weergave op het instrumentenpaneel
Wanneer u de stand van de keuzeschakelaar
verandert of op de toets M drukt, verschijnt
het desbetreffende pictogram op het
instrumentenpaneel.
P. Parking (parkeerstand)
R. Reverse (achteruitversnelling)
N. Neutral (neutraalstand)
D. Drive (automatisch schakelen)
M. Manual (handmatig schakelen)
1 tot 8. Ingeschakelde versnelling
- Ongeldige waarde
F
A
ls op het instrumentenpaneel de
melding " Trap het rempedaal in"
wordt weergegeven, moet u het
rempedaal stevig intrappen.
Starten van de auto
F Start de motor.
Als niet aan de bovenstaande voor waarden
wordt voldaan, klinkt een geluidssignaal en
verschijnt een melding op het display van het
instrumentenpaneel.
F
Z
et de parkeerrem vrij.
F
S
electeer de stand R , N of D.
F
T
rap het rempedaal in en selecteer
de stand P .
Wanneer u met een zwaar beladen auto
moet wegrijden op een steile helling, houd
dan het rempedaal ingetrapt , selecteer
de stand D , zet de parkeerrem vrij en laat
vervolgens het rempedaal los. F
L
aat het rempedaal geleidelijk los.
De auto begint onmiddellijk te rijden.
Als P wordt weergegeven op het
instrumentenpaneel terwijl de keuzeschakelaar
in een andere stand staat, dient u de
keuzeschakelaar in de stand P te zetten om te
kunnen starten.
Als tijdens het rijden per ongeluk de stand N wordt
geselecteerd, laat het motortoerental dan zakken
tot stationair toerental, zet de keuzeschakelaar in
de stand D en trap het gaspedaal weer in.
Als de motor stationair draait, het
rempedaal is losgelaten en de stand R ,
D of M is geselecteerd, rijdt de auto ook
zonder dat het gaspedaal wordt ingetrapt.
Laat nooit kinderen zonder toezicht in de
auto achter.
Verlaat om veiligheidsredenen de auto
nooit, zelfs niet voor een korte tijd, zonder
de sleutel of afstandsbediening mee te
nemen.
Trek de parkeerrem aan en
selecteer de stand P indien er
onderhoudswerkzaamheden moeten
worden uitgevoerd bij draaiende motor.
Het aanduwen om de motor te starten
is bij een auto met een automatische
transmissie niet toegestaan.
6
Rijden
Page 130 of 312

128
Automatische werking
F Selecteer de stand D om automatisch te laten schakelen
tussen de zes versnellingen.
Zet de keuzeschakelaar nooit in de stand
N als de auto rijdt.
Zet de keuzeschakelaar nooit in de stand
P of R als de auto niet volledig stilstaat.
Tijdelijk handmatig
schakelen
U kunt tijdelijk het schakelen van de
transmissie overnemen met de flippers "+"
en "-" aan de stuurkolom. Als het toerental
dit toestaat, wordt de door u geselecteerde
versnelling ingeschakeld.
Met deze functie kunt u anticiperen op
bepaalde rijsituaties, zoals het inhalen van een
voorligger of het naderen van een bocht.
Als de flippers enige tijd niet meer zijn
gebruikt, gaat de transmissie weer over op de
automatische stand.
Kruipfunctie (rijden zonder
gasgeven)
Dankzij deze functie verloopt het rijden op lage
snelheid soepeler (inparkeren, file rijden enz.).
Als de motor draait, de parkeerrem is vrijgezet
en de stand D , M of R is geselecteerd, zet de
auto zich langzaam in beweging zodra u
het rempedaal loslaat (zelfs zonder dat u het
gaspedaal bedient).
Laat om veiligheidsredenen (kinderen in
de auto) de auto nooit afgesloten achter
met draaiende motor.
De transmissie werkt dan in de auto-adaptieve
stand, zonder dat u zelf hoeft te schakelen.
De transmissie kiest voortdurend de meest
geschikte versnelling, afhankelijk van de rijstijl,
het profiel van de weg en de belading van de
auto.
Voor een maximale acceleratie zonder
de stand van de keuzeschakelaar
te wijzigen, dient u het gaspedaal
volledig in te trappen (kickdown). De
transmissie schakelt automatisch
terug of handhaaft de ingeschakelde
versnelling totdat de motor het
maximumtoerental bereikt.
Bij het remmen schakelt de transmissie
automatisch terug voor een betere
motorremwerking.
Om de veiligheid te verbeteren schakelt de
transmissie niet naar een hogere versnelling
als u het gaspedaal plotseling loslaat.
Handmatig schakelen
F Druk, ter wijl de keuzeschakelaar in stand D staat, op de toets M om sequentieel te
schakelen tussen de versnellingen.
Het lampje van de toets gaat uit.
Bij handmatig schakelen is het niet
noodzakelijk om bij het schakelen het
gaspedaal los te laten.
Het schakelen naar een andere
versnelling kan alleen als de snelheid van
de auto en het toerental van de motor dit
toestaan.
Het lampje van de toets gaat branden.
F
B
edien de flipper "
+" of " -" aan de
stuurkolom.
Op het instrumentenpaneel verschijnt
de aanduiding M en verschijnen
achtereenvolgens de ingeschakelde
versnellingen.
F
U k
unt op elk moment terugkeren
naar de automatische werking
door nogmaals op de toets M te
drukken.
Rijden
Page 187 of 312

185
Bewaar AdBlue® buiten het bereik van
kinderen, in de originele flacon of fles.
Procedure
Controleer voordat u gaat bijvullen of de auto
op een vlakke en horizontale ondergrond staat.
Controleer 's winters of de
omgevingstemperatuur van de auto hoger
is dan -11°C. Als het kouder is, bevriest de
AdBlue
® waardoor u de vloeistof niet in het
reser voir kunt gieten. Laat uw auto enkele uren
op een warmere plaats staan en vul ver volgens
het reservoir bij.
Bij een storing in het AdBlue
® -systeem,
die bevestigd wordt door de melding " Vul
AdBlue bij: starten onmogelijk", moet u
minimaal 5
liter bijvullen.
Giet nooit AdBlue
® in de brandstoftank. Als er AdBlue
® op de zijkant van de auto
of op een andere plaats is gemorst, spoel
het dan onmiddellijk weg met koud water
of veeg het weg met een vochtige doek.
Gekristalliseerde vloeistof moet worden
ver wijderd met een spons en warm water.
Toegang tot het AdBlue®-
reservoir
Een blauwe dop achter de brandstofvulklep
biedt toegang tot het AdBlue®-reservoir.
F
P
ak een jerrycan AdBlue
® (controleer de
houdbaarheidsdatum) en giet de inhoud van
de jerrycan in het AdBlue
®-reser voir van uw
auto.
Of
F
S
teek het vulpistool van de AdBlue
®-pomp
in de vulopening van het reser voir en vul bij
tot het vulpistool automatisch afslaat. Belangrijk:
Om er voor te zorgen dat het AdBlue
®-
reser voir niet overstroomt, wordt
aanbevolen:
F
O
m 10 tot 13
liter bij te vullen met
behulp van jerrycans met AdBlue
®.
Of
F
O
m bij een tankstation bij te vullen
tot het vulpistool voor de derde keer
automatisch afslaat.
Belangrijk: als u AdBlue hebt bijgevuld
nadat het reser voir leeg is geraakt ,
dient u ongeveer 5
minuten te wachten
voordat u het contact weer aanzet, zonder
het bestuurderspor tier te openen, de
auto te vergrendelen, de sleutel in het
contactslot te steken of de sleutel van
het Keyless entr y en star t-systeem in
het interieur te brengen .
Zet ver volgens het contact aan en start na
10
seconden wachten de motor.
F
Z
et het contact af en haal de sleutel uit het
contactslot.
F
D
raai de blauwe vuldop voor de AdBlue
®
linksom.
7
Praktische informatie
Page 192 of 312

190
De sticker met snelheidslimiet moet in
het interieur, in het gezichtsveld van de
bestuurder, worden geplakt om hem/haar
te herinneren aan het feit dat de band
tijdelijk is gerepareerd.F
Z
et het contact aan.
Als na ongeveer 7 minuten de druk niet
2
bar is, is de band niet te repareren;
neem contact op met een PEUGEOT-
dealer of een gekwalificeerde werkplaats
om u verder te helpen.
F
Z
et de schakelaar in de stand "O".
F
O
ntkoppel de stekker van de compressor
van de 12V-aansluiting in de auto.
F
M
onteer de dop op het ventiel.
F
V
erwijder de set.
F
V
er wijder de flacon met afdichtmiddel en
berg deze op. Let op: het afdichtmiddel is schadelijk bij
inname en irriterend voor de ogen.
Houd het middel buiten het bereik van
kinderen.
De uiterste gebruiksdatum van het middel
is op de flacon vermeld.
Gooi de flacon na gebruik niet weg, maar
lever deze in bij het PEUGEOT-netwerk of
een officieel inzamelpunt.
Vergeet niet om bij het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats een
nieuwe flacon met afdichtmiddel te kopen.
Op deze sticker staat de bandenspanning
aangegeven. F
A
ctiveer de compressor door de
schakelaar in de stand " l" te zetten tot de
bandenspanning 2,0 bar bedraagt. Het
afdichtmiddel wordt onder druk in de band
gespoten; neem gedurende deze handeling
de slang niet los (kans op spatten).
Rijd na het repareren van een band met
de bandenreparatieset niet sneller dan
80
km/h.
F
G
a onmiddellijk ongeveer vijf kilometer bij
lage snelheid (tussen 20 en 60
km/h) rijden,
zodat het afdichtmiddel het lek kan dichten.
F
Z
et de auto stil, controleer de reparatie en
meet de bandenspanning met de set.
F
R
ol de elektrische kabel, die onder de
compressor is opgeborgen, volledig uit.
F
S
luit de stekker van de compressor aan op
de 12V-aansluiting van de auto.
Alleen de 12V-aansluiting voorin de auto
mag worden gebruikt. F
Be
vestig de sticker met
snelheidslimiet.
In geval van pech
Page 303 of 312

221
KKentekenplaatverlichting ......................................200Keyless entry and start ........3 7- 4 0, 42, 44 , 47- 4 8 , 11 8 -11 9Kilometerteller ......................................................... 29
Kinderbeveiliging ................................................... 114
Kinderen (veiligheid)
.............................................. 114
Kinderen
................................................................. 112
Kinderzitjes (conventioneel)
..................................111
Kinderzitjes
..................................... 105, 109 , 111 -113
Kleurcode lak
..................................
.......................217
Klimaatregeling
.................................................. 7
6 -77
Klokje (instellen)
........................................... 35, 17 , 33
Koelvloeistoftemperatuurmeter
.........................28-30
Koelvloeistoftemperatuur
.............................15, 28-30
Koplampen
...................................................... 197-19 9
Koplampverstelling
................................................. 91
Krik
........................................................................ 191
LLaadschot................................................................ 67
Laadzone .................................. .......38-39 , 48-49 , 68
Laden accu ~ Accu laden
.....................................205
Lampen vervangen
.........................195 -197, 195 -19 9
Lampen (vervangen, referenties)
......................... 19
6
Lampen (vervangen)
..................................
....195 -197
Lampen
..................................
...............................19 6
Lane Departure Warning System
...................20, 15 3
LED-verlichting
....................................................... 87
Lekke band
.................................................... 189, 191
Lendensteun, verstelling
......................................... 60
L
endensteun
........................................................... 60
L
ichtschakelaar
................................................. 85, 87
Lokaliseren van de auto
.......................................... 44
Luchtfilter (vervangen)
........................................... 181
Luchtfilter
............................................................... 181
Luchtrecirculatie ................................................. 75 -77
MMatten ........................................................ 64-65, 11 8
Mat verwijderen ................................................. 64-65
Meldingen ................................................................ 30
Menustructuren display
........................................... 12
Menu's (audio)
................................................ 4-5, 4-5
Menu
........................................................................ 12
Milieu
................................................................. 46, 82
Mistachterlicht
..................................
.........25, 85 , 19 9
Mistlampen vóór ................................... 85, 90 -91 , 19 9
Monteren allesdragers ~ Allesdragers monteren .......17 7Motordiagnosesysteem ........................................... 17
Motoren .......................................................... 210 -216
Motorkapsteun
....................................................... 178
Motorkap
......................................................... 17 7-178
Motorolieniveaumeter
............................................. 30
Motorolie
........................................................ 179 -18 0
Motor
............................................................... 211-216
M P3 (CD)
..................................
................................9
Multiflex bank ~ Cabine Extenso
............................70
Multifunctioneel display (met autoradio)
...................4
NNeerklappen stoelen achter .............................. 63 -64
Niveau brandstofadditief diesel ~ Brandstofaddititiefniveau
.............................181-182
Niveau koelvloeistof ~ Koelvloeistofniveau
28-30, 18 0
Niveau remvloeistof ~ Remvloeistofniveau
..........18 0
Niveau ruitensproeiervloeistof ~ Ruitensproeiervloeistofniveau
..............92, 18 0 -181
Niveaus controleren
....................................... 179 -181
Niveaus en controles
..................................... 178 -181
Noodbediening achterklep
......................................45
Noodbediening portieren
........................................ 44
N
oodoproep ~ Urgence-oproep
.............................96
Noodprocedure starten
......................................... 204
Noodremassistentie ~ Brake Assist System (BAS)
.......................................... 97- 9 8, 152
Noodremassistentie (AFU) ~ Brake Assist
System (BAS) .................................................. 97- 9 8
Nulstelling dagteller ~ Dagteller resetten
...............29
Nulstelling onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator resetten
.................28
OOliefilter (vervangen) ............................................ 182
Oliefilter ................................................................. 182
Olieniveau
................................................ 3
0, 179 -18 0
Oliepeilstok
.............................................. 30, 179 -18 0
Olieverbruik
.................................................... 179 -18 0
Onder de motorkap ~ Motorruimte
........................178
Onderhoudscontroles
............................................. 28
Onderhoudsindicator ~ Onderhoudsintervalindicator
...............................28
Ontdooien .......................................................... 58, 78
Ontgrendelen van binnenuit ~ Interieur ontgrendelen
................................................... 48-49
Ontgrendelen
..................................
...................37- 41
Ontluchten brandstofsysteem ~ Brandstofsysteem ontluchten
............................ 18
7
Ontwasemen achter ~ Achterruitverwarming
...57 , 79
Ontwasemen
........................................................... 78
Opbergvak boven voorruit
......................................65
Opbergvakken
......................................................... 65
Openen bagageruimte ~ Bagageruimte openen
....37
Openen brandstofvulklep ~ Brandstoftanklep openen
....................................171
Openen motorkap ~ Motorkap, openen
.........17
7-178
Openen portieren ~ Portieren openen
................... 37
O
verbelastingsindicator
.......................................... 21
Overzicht zekeringen ~ Zekeringentabel
......201-203
.
Trefwoordenregister
Page 305 of 312

223
TMC (verkeersinformatie) .......................................15
T oegang tot het reservewiel .................................192
Toevoer van buitenlucht ~ Luchttoevoer (bediening)
....................................................... 75 -77
Touchscreen
......................................................... 1, 1
Trailer Stability Management (TSM)
.....................10 0
Trekhaak
.......................... 10 0, 115 -11 6 , 173 -174 , 174
Tweepersoons voorbank
..........................61, 63 , 104
Tweezitsbank vóór
............................................. 61- 63
UUitgebreide verkeersbordherkenning ...................13 6
Uitneembaar luik ................................................ 70 -71
Uitschakelen airbag passagier ~ Passagiersairbag uitschakelen
...................10 6, 11 0
Uitschakelen ASR /DSC (ESP)
...............................99
USB-aansluiting
..................................
......65, 7, 9 , 25
USB-poort
........................................................ 7, 9 , 25
USB
.................................................................. 7, 9 , 25
VVeiligheidsgordels .............................15, 103 -105 , 111
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen ~ Kinderen (veiligheidsvoorzieningen)
...10 6 , 1 0 9 -113
Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen .....10 6 , 1 0 9 -113Ventilatie .......................................... 75, 77 , 79 , 81, 83
Vergrendelen ............................................... 37, 42 , 47
Vergrendeling van binnenuit
.............................. 4
8-49
Verkeersinformatie (TA)
............................................ 5
Verkeersinformatie (TMC)
......................................15
Lampje airbags ~ Airbaglampjes
............................ 19
L
ampje handrem ~ Handremlampje
.......................14
Lampje laag brandstofniveau ~ Brandstofreservelampje
........................................ 17
L
ampje remsysteem ~ Remlampje .........................14
Lampje service ........................................................ 24
Lampjes ~ Controlelampjes .....................................13
Lampjes ~ Lampjes
...................................
.........13, 15
Lampjes (status) ~ Controlelampjes (status)
.......... 15
L
ampjes
.................
....................................... 15 -16, 85
Lampje veiligheidsgordel bestuurder niet vastgemaakt ~ Gordellampje
.............................104
Lampje veiligheidsgordels ~ Gordel (lampje)
....... 10
4
Lampje voorgloeien (diesel)
................................... 18
V
erlichting overdag ~ Dagrijverlichting
..... 85,
87, 198
Verlichting
............................................................... 85
Verversen
....................................................... 179 -18 0
Vervuiling van het roetfilter (diesel)
......................182
Verwarming
............................................ 75, 79 - 81 , 83
Volledig ontgrendeld
.......................................... 38-40
Voorgloeien (dieselmotor)
.......................................18
Voorruitverwarming
........................................... 78 -79
Voor stoelen
........................................................ 59-63
WWaarschuwing kans op aanrijding ...........18, 15 0 -151
Waarschuwing oplettendheid bestuurder .............159
Waarschuwingssignaal sleutel in contact
.............11 9
Waarschuwing vergeten verlichting
.......................86
Webbrowser
..................................
..........................21
Wiel demonteren
............................................ 193 -195
Wiel monteren
................................................ 193 -195
Wiel verwisselen
.................................... 188, 191-192
WiFi-netwerkverbinding
.......................................... 22
Window-airbags
..................................
....107-108 , 11 0
ZZekeringen vervangen ...................................201-203
Zekeringen ..................................................... 201-203
Zekeringkast motorruimte
.....................................203
Zij-airbags
...................................................... 10
7-108
Zijknipperlicht
........................................................ 197
12V- ac c u
............................................................... 203
.
Trefwoordenregister