stoel Peugeot Partner 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2020Pages: 260, PDF Size: 7.76 MB
Page 51 of 260

49
Ergonomie en comfort
3De hoogte van een
hoofdsteun afstellen
► In de hoge stand zetten: trek de hoofdsteun
zo ver mogelijk omhoog (tot hij vastklikt).
►
Druk om de hoofdsteun te verwijderen op de
pal
A en trek de hoofdsteun omhoog.
►
De hoofdsteun terugzetten: steek de pennen
recht in de openingen van de rugleuning.
►
Omlaag zetten: druk tegelijkertijd op de nok A
en op de hoofdsteun.
Voor de veiligheid zijn de pennen van de
hoofdsteun gekarteld om te voorkomen
dat de hoofdsteun zakt in het geval van een
aanrijding.
De juiste stand van de hoofdsteun is als
de bovenzijde van de hoofdsteun zich ter
hoogte van de bovenzijde van het hoofd
bevindt.
Ga nooit rijden als de hoofdsteunen zijn
verwijderd. De hoofdsteunen moeten zijn
geplaatst en correct zijn afgesteld.
Ga nooit rijden met passagiers op de
achterbank als de hoofdsteunen zijn
verwijderd of niet in de hoge stand staan; de
hoofdsteunen moeten zijn geplaatst en in de
hoge stand staan.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
Interieurvoorzieningen
Matten
Aanbrengen
Wanneer u een nieuwe mat aan bestuurderszijde
bevestigt, gebruik dan uitsluitend de
bevestigingen uit het bijgeleverde zakje.
De overige matten worden gewoon op de
vloerbedekking gelegd.
Verwijderen/terugplaatsen
► Om deze aan de bestuurderszijde te
verwijderen: schuif de bestuurdersstoel naar
achteren en maak de bevestigingen los.
►
Om de mat terug te plaatsen: plaats de mat
en druk deze vast.
►
Controleer of de mat goed vastzit.
Om te voorkomen dat de pedalen blijven
hangen:
–
Gebruik uitsluitend matten die op de
bevestigingen van de auto passen; het
gebruik van deze bevestigingen is verplicht.
–
Leg nooit meerdere matten boven op
elkaar
.
Bij gebruik van niet door PEUGEOT
goedgekeurde matten kunnen de bediening
van de pedalen en de werking van de
snelheidsregelaar/-begrenzer worden
gehinderd.
De goedgekeurde matten zijn voorzien van
twee bevestigingen onder de stoel.
Page 54 of 260

52
Ergonomie en comfort
Controle van de werking
De status van het controlelampje geeft de
werking van de lader aan.
Status van
controlelampjeBetekenis
Uit Motor afgezet.
Geen geschikt apparaat
gevonden.
Laden voltooid.
Groen,
permanent Geschikt apparaat
gevonden.
Laden bezig.
Knipperend
oranje Detectie van een
vreemd voorwerp in het
oplaadgedeelte.
Apparaat niet goed
gecentreerd in het
oplaadgedeelte.
Permanent
oranje Storing in de laadindicator
van het apparaat.
Temperatuur van batterij
apparaat te hoog.
Storing in de lader.
Als het controlelampje oranje brandt:
–
V erwijder het apparaat en plaats het opnieuw
in het midden van het oplaadgedeelte.
of
– Verwijder het apparaat en probeer het een
kwartier later nog eens.
Als het probleem blijft bestaan, neem dan
contact op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Scheidingswand
Het schot achter de voorstoelen beschermt de
bestuurder en voorpassagiers tegen schuivende
ladingen.
Een stalen scheidingswand met of zonder ruit
scheidt de laadruimte af van de cabine.
Reinig tijdens het wassen van de auto
het interieur nooit met een tuinslang of
een hogedrukspuit.
Sjorogen
Gebruik de sjorogen op de vloer achter in de
auto om uw lading vast te zetten.
Als veiligheidsmaatregel raden wij u aan om
zware voorwerpen zo ver mogelijk naar voren
(naar de cabine) te zetten, voor het geval de
auto hard moet remmen.
We raden u aan om de sjorogen op de vloer
achter in de auto te gebruiken om uw lading
goed vast te zetten.
Reinig tijdens het wassen van de auto
het interieur nooit met een tuinslang of
een hogedrukspuit.
Aanbevelingen voor de lading
Het gewicht van de lading moet voldoen
aan het maximaal toelaatbare
treingewicht.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de motorspecificaties
en aanhangergewichten.
Als u gebruikmaakt van een draagsysteem (allesdragers/imperiaal),
dient u de maximale belasting van het
desbetreffende systeem niet te overschrijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de allesdragers/het
imperiaal.
Zorg ervoor dat het formaat, de vorm en
het volume van de vervoerde lading in de
auto voldoen aan de Wegenverkeerswet en
Page 56 of 260

54
Ergonomie en comfort
Plaats geen korte of zware voorwerpen
in de beschermhoes; gebruik indien
mogelijk de laadruimte.
Sjor geen voorwerpen vast aan de
scheidingswand en hang geen
voorwerpen aan de scheidingswand.
Zorg er voor uw veiligheid voor dat kleine
voorwerpen niet door de openingen van
ongeveer 3
cm tussen de scheidingswand en
de carrosserie van de auto schuiven.
Multi-flexbank
Deze bank bestaat uit een voorbank met twee
zitplaatsen en een verwijderbaar paneel.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de voorbank met twee
zitplaatsen.
Een scheidingswand op de vloer achter de
voorstoelen beschermt de bestuurder en
voorpassagiers tegen schuivende ladingen.
Deze scheidingswand is voorzien van een
paneel dat kan worden verwijderd om lange
voorwerpen te vervoeren. Bij de auto wordt een beschermhoes geleverd
zodat lange voorwerpen veilig kunnen worden
vervoerd.
De klep verwijderen
► Houd de klep met één hand tegen en draai
met uw andere hand aan de knop boven de klep
om het los te maken.
►
Zet de klep omlaag om deze uit de behuizing
te halen.
►
Berg de klep op achter de bestuurdersstoel
en draai aan de knop boven de klep om deze
vast te zetten.
De klep terugplaatsen
► Kantel de klep met de gele scharnieren
omlaag.
►
Steek de scharnieren in de behuizing en
druk ze dan helemaal omlaag (om trillingen te
voorkomen).
►
T
il de klep met één hand op om hem te
sluiten en draai vervolgens met de andere
hand de hendel bovenaan de klep om hem te
vergrendelen.
Beschermhoes plaatsen
Elke keer dat de rugleuning van de
buitenste zitplaats wordt neergeklapt en
het paneel in de scheidingswand wordt
verwijderd, moet de beschermhoes worden
geplaatst.
Page 57 of 260

55
Ergonomie en comfort
3
Er mag geen passagier op de middelste
zitplaats zitten als de rugleuning van de
buitenste zitplaats rechts is neergeklapt en
het paneel van de scheidingswand open is.
Let erop dat de beschermhoes bij het
laden van lange voorwerpen juist wordt
geplaatst.
Lees de volgende procedure aandachtig door.
►
Klap de rugleuning van de buitenste
passagiersstoel neer
.
► Monteer de beschermhoes door de
4 klikhaken in de 4 ankerpunten op de
scheidingswand te bevestigen.
►
T
rek de hoofdsteunstangen van de ingeklapte
rugleuning uit totdat er twee inkepingen
zichtbaar zijn.
►
Laad de voorwerpen.
De maximaal toegestane belasting op de
neergeklapte rugleuning is 100 kg.
► Plaats de riem van de hoes rond de
hoofdsteun.
►
Span de riem met behulp van het verstelbare
gedeelte om de geladen voorwerpen binnen de
hoes te houden.
De beschermhoes kan na gebruik in
positie blijven.
Controleer regelmatig de staat van de
beschermhoes.
Neem bij sporen van slijtage of beschadiging
contact op met een PEUGEOT-dealer
om deze te laten vervangen door een
beschermhoes die aan de specificaties en
kwaliteitseisen van PEUGEOT voor uw auto
voldoet.
Dubbele cabine
Er kan een verplaatsbare scheidingswand achter
de stoelen van de eerste of tweede zitrij wordt
geplaatst, die de bestuurder en passagiers tegen
schuivende ladingen beschermt.
Voor het vervoer van lange voorwerpen kan een
luik in de scheidingswand worden geopend.
Page 58 of 260

56
Ergonomie en comfort
Bij de auto wordt een beschermhoes geleverd
zodat lange voorwerpen veilig kunnen worden
vervoerd.
Scheidingswand
verplaatsen
Scheidingswand naar voren verplaatsen
► Klap de rugleuningen van de 2e zitrij neer
en controleer of ze juist zijn neergeklapt. V erstel
waar nodig de stoelen van de 1e zitrij (beweeg
ze naar voren).
►
Haal de bovenste vergrendelingen los A
en B.
►
Controleer of de vergrendelingen C
en D zijn
ingeklapt.
►
Schuif de scheidingswand naar voren.
►
V
ergrendel de onderste vergrendelingen C en
D en controleer daarna of de paspennen goed in
de houders zijn gestoken.
►
V
ergrendel de bovenste vergrendelingen A
en B.
Scheidingswand naar achter verplaatsen
► Haal de bovenste vergrendelingen los A en B.
► Ontkoppel de onderste vergrendelingen C
en D.
►
Schuif de scheidingswand naar achteren.
►
V
ergrendel de bovenste vergrendelingen A
en B.
►
Zet de rugleuningen van de stoelen van de
2e zitrij weer rechtop..
De bovenste aanslagen moeten worden
afgesteld als:
–
er te veel kracht op de bovenste
vergrendelingen wordt gebruikt A
en B.
–
er geluid door overmatige speling tijdens
het rijden ontstaat.
Wanneer de scheidingswand achter de
stoelen van de 2e of 1e zitrij is
vergrendeld, geeft een geluid aan dat de
bovenste vergrendelingen zijn gesloten.
De positie van de vergrendelingen wordt
aangegeven met een zichtbaar merkteken en
een kleurmerkteken.
De scheidingswand mag niet worden
verplaatst als de vergrendelingen naar
buiten zijn geschoven - Kans op krassen of
beschadiging van de kunststof afdekkingen!
De scheidingswand mag nooit worden
verwijderd om een bedrijfsauto om te
bouwen naar een personenauto.
Hierdoor komt de veiligheid van gebruikers
in gevaar, omdat er geen kinderbeveiliging
op de achterklep aanwezig is (verplicht bij de
personenauto's).
Het luik openen/sluiten
► Open/sluit het luik met behulp van de
vergrendeling.
►
Gebruik de steun om het in de geopende
positie vast te zetten.
Sluit altijd het luik en zet de rugleuning
van de buitenste passagiersstoel(en)
rechtop (afhankelijk van de positie van de
scheidingswand) als er geen lange ladingen
worden vervoerd.
Plaats geen ladingen op de rail van het
luik. Plaats ladingen waar mogelijk op de
rugleuningen van de neergeklapte zitting.
Beschermhoes plaatsen
De beschermhoes moet worden
aangebracht wanneer de rugleuning van
de buitenste zitplaats is neergeklapt en het
luik in de scheidingswand open is.
Er mag geen passagier op de buitenste
zitplaats van de 1e zitrij zitten als de
rugleuning van de buitenste zitplaats erachter
Page 59 of 260

57
Ergonomie en comfort
3Plaats geen ladingen op de rail van het
luik. Plaats ladingen waar mogelijk op de
rugleuningen van de neergeklapte zitting.
Beschermhoes plaatsen
De beschermhoes moet worden
aangebracht wanneer de rugleuning van
de buitenste zitplaats is neergeklapt en het
luik in de scheidingswand open is.
Er mag geen passagier op de buitenste
zitplaats van de 1e zitrij zitten als de
rugleuning van de buitenste zitplaats erachter
op de 2e zitrij is neergeklapt en het luik open
staat.
Er mag geen passagier op de middelste
zitplaats van de 2e zitrij zitten als de
rugleuning van de buitenste zitplaats is
neergeklapt is en het luik open staat.
Let erop dat de beschermhoes bij het
laden van lange voorwerpen juist wordt
geplaatst.
►
Klap de rugleuning van de buitenste
passagiersstoel(en) (afhankelijk van de positie
van de scheidingswand) omlaag.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de achterbank
en in het
bijzonder over het neerklappen van de
rugleuningen.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de voorbank met twee
zitplaatsen en in het bijzonder de ingeklapte
stand van de buitenste stoel.
► Monteer de beschermhoes door de
4 klikhaken in de 4 ankerpunten op de
scheidingswand te bevestigen.
►
T
rek de hoofdsteunstangen uit de
neergeklapte rugleuning(en) van de buitenste
passagierszitplaats(en) (afhankelijk van
de positie van de scheidingswand) tot er 2
inkepingen zichtbaar zijn.
►
Laad de voorwerpen.
Plaats geen zware voorwerpen op de
neergeklapte rugleuning van de 1e zitrij.
Plaats zware voorwerpen waar mogelijk op de
vloer.
De maximale belasting op elke neergeklapte
rugleuning van de 2e zitrij is 80
kg.
Het is normaal dat een deel van de
beschermhoes zichtbaar is wanneer de
scheidingswand achter de 1e zitrij is
aangebracht.
►
Steek dit deel van de beschermhoes in de
ruimte onder het dashboardkastje.
Page 86 of 260

84
Veiligheid
Laat uw auto controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór
De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
spankrachtbegrenzer.
Deze veiligheidsgordels zorgen voor extra
bescherming van de personen op de voorstoelen
bij frontale en zijdelingse aanrijdingen. Bij een
krachtige aanrijding zorgen de pyrotechnische
gordelspanners ervoor dat de veiligheidsgordels
stevig tegen de lichamen van de inzittenden
worden getrokken.
De pyrotechnische gordelspanners zijn actief
zodra het contact wordt ingeschakeld.
De spankrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt en verhoogt
daarmee de veiligheid.
Vastmaken
► Trek aan de gordel en steek de gesp in de
gordelsluiting.
►
Controleer of de gordel goed is vastgemaakt
door even aan de riem te trekken.
Ontgrendelen
► Druk op de rode knop van de gordelsluiting.
► Houd de gordel vast terwijl deze zich oprolt.
Voorbank met twee zitplaatsen
Als de auto een voorbank heeft, zorg dan dat
elke veiligheidsgordel in de juiste gordelsluiting
wordt gestoken.
Steek de veiligheidsgordel van de bestuurder
niet in de gordelsluiting van de middelste
veiligheidsgordel en andersom, en gebruik de
gordel van de bestuurder niet voor de middelste
zitplaats.
Veiligheidsgordels achter
Elke zitplaats op de achterbank is
voorzien van een veiligheidsgordel, maar
zonder pyrotechnische gordelspanner of
spankrachtbegrenzer.
Steek de gesp van elke veiligheidsgordel in de
juiste sluiting.
Verwissel geen gordels of gespen van de
buitenste zitplaatsen met die van de middelste
zitplaats.
Page 87 of 260

85
Veiligheid
5Waarschuwingslampje
veiligheidsgordel(s)
Met afzonderlijke voorstoelen
Als het contact wordt ingeschakeld en één
of meerdere veiligheidsgordels niet zijn
vastgemaakt of weer zijn losgemaakt, dan gaat
dit waarschuwingslampje branden.
Bij een rijsnelheid van ongeveer 20 km/h of
hoger knippert het waarschuwingslampje
gedurende 2 minuten en hoort u een
geluidssignaal.
Na deze 2 minuten blijft het
waarschuwingslampje branden totdat de
bestuurder en/of passagier de veiligheidsgordel
vastmaakt.
Met tweezitsbank voor (plus de
bestuurdersstoel)
Als het contact wordt ingeschakeld en de
veiligheidsgordel van de bestuurder niet is
vastgemaakt of weer is losgemaakt, dan gaat dit
waarschuwingslampje branden.
Als het contact wordt ingeschakeld en de
veiligheidsgordel van een passagier weer is
losgemaakt, dan gaat dit waarschuwingslampje
branden.
Bij een rijsnelheid van ongeveer 20 km/h of
hoger knippert het waarschuwingslampje
gedurende 2 minuten en hoort u een
geluidssignaal.
Na deze 2 minuten blijft het
waarschuwingslampje branden totdat de
bestuurder de veiligheidsgordel vastmaakt.
Adviezen
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder te controleren of alle
passagiers hun veiligheidsgordel goed
hebben omgedaan en vastgemaakt.
Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook op
korte ritten.
Wissel de gespen van de veiligheidsgordels
onderling niet om; de gordels zijn dan niet
voldoende effectief.
Controleer zowel voor als na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
Controleer na het neerklappen of verstellen
van een stoel of de achterbank of de gordel
zich op de juiste plaats bevindt en goed is
opgerold.
Vastmaken
De heupgordel moet zo laag mogelijk op
het bekken worden gepositioneerd.
De schoudergordel moet langs het
holle gedeelte van de schouder worden
gepositioneerd.
Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
–
dient deze strak om het lichaam te worden
gedragen,
–
moet deze in een vloeiende beweging
naar voren worden getrokken, zonder dat de
gordel gedraaid raakt,
–
mag deze door niet meer dan één persoon
worden gedragen,
–
mag deze geen beschadigingen of rafels
vertonen,
–
mag de gordel niet worden omgebouwd of
worden aangepast zodat de prestaties ervan
niet negatief worden beïnvloed.
Aanbevelingen voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of
kleiner dan 1,50 m gebruik van een geschikt
kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer dan
één kind tegelijkertijd gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens
het rijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over kinderzitjes.
Onderhoud
Vanwege de wettelijke
veiligheidsvoorschriften moeten
werkzaamheden aan de veiligheidsgordels
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats,
Page 90 of 260

88
Veiligheid
Raamairbags
Dit systeem (waar aanwezig) biedt extra
bescherming voor bestuurder en passagier bij
ernstige aanrijdingen van opzij, waarbij de kans
op letsel aan het hoofd wordt beperkt.
De raamairbags zijn in de stijlen en
hemelbekleding aangebracht.
Bij de tweezitsbank vóór is de passagier
in het midden niet beschermd.
Activering
De zijairbags worden aan de desbetreffende
zijde opgeblazen bij een ernstige zijdelingse
aanrijding binnen (een gedeelte van) de
impactzone opzij, waarbij de krachten loodrecht
op de lengteas van de auto en vanaf de
buitenzijde richting de binnenzijde van de auto
worden uitgeoefend.
De window-airbag wordt opgeblazen tussen de
passagiers op de buitenste zitplaatsen achterin
en de ruiten.
Storing
Als dit waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel gaat branden, neem
dan altijd contact op met een PEUGEOT-dealer
of een gekwalificeerde werkplaats om het
systeem te laten controleren.
De kans bestaat dat de airbags bij een ernstige
aanrijding niet worden geactiveerd.
Bij een lichte zijdelingse aanrijding of bij
over de kop slaan kan het zijn dat de
airbags niet worden geactiveerd.
Bij een aanrijding van achteren of een
frontale aanrijding worden de zijairbags niet
geactiveerd.
Adviezen
Houd u aan de onderstaande
veiligheidsvoorschriften voor een
maximale effectiviteit van de airbags.
Ga normaal en rechtop zitten.
Doe de veiligheidsgordel om en zorg dat deze
correct is geplaatst en afgesteld.
Zorg dat er zich niets bevindt tussen
de airbag en de inzittenden (kinderen,
huisdieren, objecten, enz.) en bevestig niets
in de buurt van de airbags of in het gebied
waar de airbags afgaan. Dit kan de inzittende
bij het afgaan van de airbag verwonden.
Plaats geen voorwerpen op het dashboard.
Wijzig niets aan het oorspronkelijke ontwerp
van uw auto, vooral niet in de directe
omgeving van de airbags.
Laat na een aanrijding of diefstal van uw auto
de airbagsystemen controleren.
Werkzaamheden aan airbagsystemen mogen
uitsluitend door het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats worden
uitgevoerd.
Zelfs als alle bovenstaande voorschriften
worden nageleefd, blijft de kans bestaan
op letsel of lichte brandwonden aan het
hoofd, de borst of de armen als de airbag
wordt geactiveerd. De airbag wordt namelijk
zeer snel opgeblazen (binnen enkele
milliseconden) en loopt vervolgens even snel
leeg, waarbij de hete gassen via de daarvoor
bestemde openingen naar buiten stromen.
Airbags vóór
Houd het stuurwiel niet aan de
spaken vast en laat uw handen niet op het
stuurwielkussen rusten.
De voorpassagier mag zijn of haar voeten niet
op het dashboard laten rusten.
Rook niet in de auto. Als de airbag wordt
opgeblazen, kunnen brandende sigaretten
of een pijp brandwonden of ander letsel
veroorzaken.
Verwijder het stuurwiel nooit, maak geen
gaten in de stuurwielbekleding en sla er niet
op.
Bevestig geen voorwerpen of stickers op
het stuurwiel of op het dashboard. Deze
kunnen bij het afgaan van de airbags letsel
veroorzaken.
Zijairbags
Breng uitsluitend goedgekeurde
stoelhoezen aan die compatibel zijn met
zijairbags. Voor informatie over stoelhoezen
die geschikt zijn voor uw auto kunt u zich
wenden tot het PEUGEOT-netwerk.
Page 91 of 260

89
Veiligheid
5Bevestig nooit iets aan en hang nooit iets
over de rugleuning van de stoelen (kleding
enz.): dit zou bij het afgaan van de zijairbags
kunnen leiden tot verwondingen aan armen
of borstkas.
Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel
zitten.
De portierpanelen van de voorportieren
bevatten de zijdelingse schoksensoren van
de auto.
Schade aan het portier of het uitvoeren van
werkzaamheden (wijzigingen of reparaties)
die niet aan de voorschriften voldoen, kan
ertoe leiden dat deze sensoren niet meer
goed werken - In dat geval werken de
zijairbags mogelijk niet!
Laat dergelijke werkzaamheden uitsluitend
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Window-airbags
Bevestig nooit iets op of aan de
hemelbekleding; dit zou bij het afgaan van de
window-airbags kunnen leiden tot hoofdletsel.
Schroef nooit de handgrepen van het dak los;
deze maken deel uit van de bevestiging van
de window-airbags.
Kinderzitjes
De regelgeving met betrekking tot het
vervoer van kinderen verschilt per land.
Raadpleeg de in uw land geldende regels.
Volg voor een optimale veiligheid de volgende
adviezen op:
–
Conform de Europese wetgeving dienen
kinderen jonger dan 12 jaar of kleiner
dan 1,50 m in goedgekeurde, aan het
lichaamsgewicht aangepaste kinderzitjes
op
met veiligheidsgordels of ISOFIX-bevestigingen
uitgeruste plaatsen te worden vervoerd.
–
V
olgens de statistieken is de achterbank
van uw auto de veiligste plaats voor het
vervoeren van een kind.
–
Kinderen lichter dan 9 kg moeten in
een naar achteren gerichte positie in de
auto worden geplaatst, op de voorstoel of
achterbank van de auto.
Het wordt aanbevolen om kinderen op
de achterzitplaatsen van de auto te
vervoeren:
–
tot 3 jaar "
met de rug in de rijrichting ",
–
vanaf 3 jaar "
met het gezicht in de
rijrichting ".
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel
correct is bevestigd en aangetrokken.
Zorg er bij kinderzitjes met een steun voor dat
de steun goed contact maakt met de vloer.
Verwijder de hoofdsteun en berg hem op
alvorens een kinderzitje met een
rugleuning te bevestigen op een zitplaats.
Plaats de hoofdsteun terug zodra het
kinderzitje is verwijderd.
Advies
Een onjuist geïnstalleerd kinderzitje kan
de veiligheid van het kind in gevaar
brengen in het geval van een ongeval.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of
gesp van de veiligheidsgordel onder het
kinderzitje zit; dat zou de stabiliteit van het
zitje in gevaar kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het
tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten,
worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel
mogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van het kinderzitje
met de veiligheidsgordel voor dat de
veiligheidsgordel correct tegen het kinderzitje
is gespannen en dat de gordel het kinderzitje
stevig op zijn plaats houdt. Schuif de
passagiersstoel, wanneer deze versteld kan
worden, indien nodig naar voren.
Verwijder de hoofdsteun alvorens
een kinderzitje met rugleuning op een
passagierszitplaats te bevestigen.
Berg de hoofdsteun zorgvuldig op om te
voorkomen dat de hoofdsteun door de
auto vliegt bij krachtig afremmen. Plaats de