voorstoel Peugeot Partner 2020 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: Partner, Model: Peugeot Partner 2020Pages: 260, PDF Size: 7.76 MB
Page 4 of 260

2
Inhoudsopgave
■
Overzicht
Stickers 4
■
Eco-rijden
Eco-coaching 8
1Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel 9
Waarschuwings- en verklikkerlampjes 11
Meters 17
Boordcomputer 22
Datum en tijd instellen 23
2Toegang tot de auto
Elektronische sleutel met afstandsbediening
en ingebouwde fysieke sleutel, 24
Noodprocedures 31
Centrale vergrendeling/ontgrendeling 33
Portieren 35
Algemene aanbevelingen voor
de schuifdeuren
36
Dakklep 37
Alarm 38
Elektrische ruitbediening 40
Kantelbare achterportierruiten 41
3Ergonomie en comfort
Algemene aanbevelingen voor de stoelen 42
Voorstoelen 42
PEUGEOT
i-Cockpit 42
Stuurwielverstelling 45
Spiegels 45
Tweezitsbank vóór 46
Achterbank 48
Interieurvoorzieningen 49
Multi-flexbank 54
Dubbele cabine 55
Verwarming en ventilatie 58
Verwarming 59
Handbediende airconditioning 59
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling
60
Ontwasemen - ontdooien voorruit 62
Ontwaseming - Ontdooiing achterruit
en/of buitenspiegels
63
Extra verwarmings-/ventilatiesysteem 63
4Verlichting en zicht
Lichtschakelaar 67
Richtingaanwijzers 68
Automatisch inschakelen koplampen 68
Dagrijverlichting / Parkeerlichten 69
Parkeerlichten 69
Grootlichtassistent 70
Hoogteverstelling van de koplampen 71
Ruitenwisserschakelaar 71
Ruitenwisserbladen vervangen 73
Automatische ruitenwissers 74
5Veiligheid
Algemene aanbevelingen met
betrekking tot de veiligheid 75
Noodoproep of pechhulpoproep 75
Alarmknipperlichten 79
Claxon 79
Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) 79
Advanced Grip Control 81
Hill Assist Descent Control 82
Veiligheidsgordels 84
Airbags 86
Kinderzitjes 89
De airbag vóór aan passagierszijde
uitschakelen
91
Mechanische kinderbeveiliging 94
Elektrische kinderbeveiliging 94
6Rijden
Rijadviezen 95
Starten/afzetten van de motor 97
Handbediende parkeerrem 100
Elektrische parkeerrem 100
Hill Start Assist 103
Handgeschakelde 5-versnellingsbak 104
Handgeschakelde 6-versnellingsbak 104
Automatische transmissie 105
Schakelindicator 108
Stop & Start 109
Bandenspanningscontrolesysteem 11 0
Rij- en parkeerhulpsystemen - Algemene
adviezen
11 2
snelheidslimietherkennings- en
snelheidsadviessysteem
11 4
Snelheidsbegrenzer 11 7
Snelheidsregelaar - specifieke adviezen 11 9
Programmeerbare snelheidsregelaar 120
adaptieve cruise control 122
Snelheden opslaan 126
Active Safety Brake met Distance Alert en
intelligente noodremassistentie
126
Lane Keeping Assist 129
dodehoekbewaking 132
Page 44 of 260

42
Ergonomie en comfort
Algemene aanbevelingen voor de stoelen
Om veiligheidsredenen mogen de
stoelen alleen worden versteld als de
auto stilstaat.
Het neerklappen en rechtop zetten van
de rugleuningen mag uitsluitend worden
uitgevoerd bij stilstaande auto.
Zorg er bij het naar achteren schuiven
van de stoel voor dat de beweging van
de stoel niet kan worden gehinderd door
personen of voorwerpen.
Kans op bekneld raken van de
achterpassagiers of op blokkeren van de stoel
als grote voorwerpen op de vloer achter de
stoel zijn geplaatst.
Plaats geen zware of harde voorwerpen
op de tot tafel omgeklapte rugleuningen.
Ze kunnen bij een noodstop of een aanrijding
veranderen in gevaarlijke projectielen.
–
V
erwijder een hoofdsteun niet zonder deze
op te bergen en in de auto vast te zetten.
–
Controleer altijd of de veiligheidsgordels
bereikbaar blijven en gemakkelijk door de
passagier kunnen worden vastgemaakt.
–
Ga niet rijden voordat alle passagiers hun
veiligheidsgordel hebben vastgemaakt en
afgesteld.
Controleer vóór het uitvoeren van deze
handelingen of de bewegende
onderdelen en de vergrendelingen
ongehinderd functioneren.
Houd de rugleuning vast en ondersteun
deze tot de horizontale stand om plotseling
neerklappen te voorkomen.
Plaats uw hand nooit onder de zitting om
de stoel omlaag of omhoog te klappen,
uw vingers kunnen anders bekneld raken.
Plaats uw hand op de handgreep/de riem
(afhankelijk van de uitvoering) op de zitting.
Let op: als de rugleuning niet goed is
vergrendeld, komt bij een noodstop of
een aanrijding de veiligheid van de
passagiers ernstig in het geding.
De inhoud van de bagageruimte kan naar
voren slingeren - Kans op ernstig letsel!
Voorstoelen
PEUGEOT i-Cockpit
Stel voordat u gaat rijden uw zitpositie af in de
volgende volgorde om de speciale ergonomie
van de PEUGEOT i-Cockpit optimaal te
benutten:
–
de hoogte van de hoofdsteun.
–
de hoek van de rugleuning.
–
de hoogte van de zitting van de stoel.
–
de positie in lengterichting van de stoel.
–
de diepte en vervolgens de hoogte van het
stuurwiel.
–
de binnenspiegel en buitenspiegels.
Zodra deze afstellingen zijn uitgevoerd,
controleer of u goed zicht hebt op het
instrumentenpaneel van het head-up display
boven het kleine stuurwiel.
Instellingen
Verstellen in lengterichting
► Trek de beugel omhoog en schuif de stoel in
de gewenste stand.
Hoogte
(alleen bestuurder)
► Trek de hendel omhoog of duw deze
omlaag tot de gewenste stand is bereikt (indien
aanwezig).
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de
veiligheidsgordels .
Page 49 of 260

47
Ergonomie en comfort
3kantoor bestaat (alleen gebruiken als de auto
stilstaat).
De auto kan ook zijn uitgerust met een
scharnierend tafeltje.
►
W
anneer u de rugleuning weer in de zitpositie
wilt zetten, berg het tafeltje op en zet het
omhoog totdat het is vergrendeld.
Zorg dat de lus niet onder de zitting komt als u
de rugleuning weer omhoog zet.
Gebruik de tafel nooit tijdens het rijden.
Wanneer de auto plotseling remt of
betrokken is bij een aanrijding, kunnen
voorwerpen op het tafeltje gevaarlijke
projectielen worden die letsel kunnen
veroorzaken.
Opbergvak onder de stoelen
► Til de middelste zitting op voor toegang tot
het bergvak. Dit vak kan beveiligd worden met
een hangslot (niet meegeleverd).
Zorg elke keer wanneer u de zitting in de
zitstand plaatst, dat de passagiers
toegang hebben tot de uiteinden van de
veiligheidsgordels en de bijbehorende riemen.
Buitenste stoel
Inklapbare stand
► Trek aan de lip op de bovenrand van de stoel
bij de hoofdsteun om het geheel te kantelen en
te begeleiden.
Het geheel wordt in de vloer van de voorstoel
geplaatst en vormt daarom een doorlopende
platte vloer met de laadruimte.
In deze stand kan lange lading in de auto
worden vervoerd met gesloten deuren.
Indien ingeklapt is het maximale gewicht op de
rugleuning 50 kg.
Til voor het terugplaatsen van de stoel de
rugleuning op tot de stoel op de vloer wordt
vergrendeld.
Plaats uw hand nooit onder de zitting om
de stoel omlaag of omhoog te klappen,
uw vingers kunnen bekneld raken.
Gebruik alleen de lus.
Controleer voor het uitvoeren van deze
handelingen of de bewegende onderdelen
Page 50 of 260

48
Ergonomie en comfort
en de vergrendelingen ongehinderd
functioneren.
Opgeklapte toestand
► Til de gele hendel aan de onderzijde van de
stoel op om het geheel te ontgrendelen en op te
tillen naar de opgeklapte stand (stoel opgeklapt
tegen de rugleuning) tot het geheel wordt
vergrendeld.
In deze stand kunnen hoge ladingen in de
cabine worden vervoerd.
Druk voor het terugplaatsen van de stoel op de
gele hendel onder de stoel en klap het geheel
neer tot de stoel op de vloer wordt vergrendeld.
Plaats uw hand nooit onder de zitting om
de stoel omlaag of omhoog te klappen,
uw vingers kunnen bekneld raken.
Plaats uw hand op de voorzijde van de
zitting.
Controleer voor het uitvoeren van deze
handelingen of de bewegende onderdelen
en de vergrendelingen ongehinderd
functioneren.
Achterbank
Om veiligheidsredenen mogen de
stoelen alleen worden versteld als de
auto stilstaat.
Neerklappen van de
rugleuningen
Eerste handelingen:
► zet de hoofdsteunen omlaag,
►
schuif indien nodig de voorstoelen naar
voren,
►
zorg ervoor dat de rugleuningen ongehinderd
kunnen worden neergeklapt (verwijder kleding,
bagage enz.),
►
controleer of de veiligheidsgordels goed
tegen de rugleuning zijn geplaatst.
Bij het neerklappen van de rugleuning
gaat de desbetreffende zitting iets
omlaag.
Wanneer de rugleuning is ontgrendeld, is de
rode indicator zichtbaar in de handgreep van
de buitenste zitplaatsen.
► Draai de handgreep 1 van de rugleuning.
► Beweeg de rugleuning naar voren totdat hij
plat ligt.
Terugplaatsen van de
rugleuningen
Controleer eerst of de buitenste
veiligheidsgordels goed verticaal langs
de vergrendelingsogen van de rugleuningen
zijn geplaatst.
►
Zet de rugleuning rechtop en druk hem stevig
aan zodat hij wordt vergrendeld.
►
Controleer of de rode indicator van de
handgreep 1
niet meer zichtbaar is.
►
Controleer of de buitenste veiligheidsgordels
niet klem komen te zitten bij het terugplaatsen
van de rugleuning.
De hoogte van een
hoofdsteun afstellen
► In de hoge stand zetten: trek de hoofdsteun
zo ver mogelijk omhoog (tot hij vastklikt).
► Druk om de hoofdsteun te verwijderen op de
pal A en trek de hoofdsteun omhoog.
► De hoofdsteun terugzetten: steek de pennen
recht in de openingen van de rugleuning.
► Omlaag zetten: druk tegelijkertijd op de nok A
en op de hoofdsteun.
Voor de veiligheid zijn de pennen van de
hoofdsteun gekarteld om te voorkomen
dat de hoofdsteun zakt in het geval van een
aanrijding.
De juiste stand van de hoofdsteun is als
de bovenzijde van de hoofdsteun zich ter
hoogte van de bovenzijde van het hoofd
bevindt.
Page 54 of 260

52
Ergonomie en comfort
Controle van de werking
De status van het controlelampje geeft de
werking van de lader aan.
Status van
controlelampjeBetekenis
Uit Motor afgezet.
Geen geschikt apparaat
gevonden.
Laden voltooid.
Groen,
permanent Geschikt apparaat
gevonden.
Laden bezig.
Knipperend
oranje Detectie van een
vreemd voorwerp in het
oplaadgedeelte.
Apparaat niet goed
gecentreerd in het
oplaadgedeelte.
Permanent
oranje Storing in de laadindicator
van het apparaat.
Temperatuur van batterij
apparaat te hoog.
Storing in de lader.
Als het controlelampje oranje brandt:
–
V erwijder het apparaat en plaats het opnieuw
in het midden van het oplaadgedeelte.
of
– Verwijder het apparaat en probeer het een
kwartier later nog eens.
Als het probleem blijft bestaan, neem dan
contact op met een PEUGEOT-dealer of een
gekwalificeerde werkplaats.
Scheidingswand
Het schot achter de voorstoelen beschermt de
bestuurder en voorpassagiers tegen schuivende
ladingen.
Een stalen scheidingswand met of zonder ruit
scheidt de laadruimte af van de cabine.
Reinig tijdens het wassen van de auto
het interieur nooit met een tuinslang of
een hogedrukspuit.
Sjorogen
Gebruik de sjorogen op de vloer achter in de
auto om uw lading vast te zetten.
Als veiligheidsmaatregel raden wij u aan om
zware voorwerpen zo ver mogelijk naar voren
(naar de cabine) te zetten, voor het geval de
auto hard moet remmen.
We raden u aan om de sjorogen op de vloer
achter in de auto te gebruiken om uw lading
goed vast te zetten.
Reinig tijdens het wassen van de auto
het interieur nooit met een tuinslang of
een hogedrukspuit.
Aanbevelingen voor de lading
Het gewicht van de lading moet voldoen
aan het maximaal toelaatbare
treingewicht.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de motorspecificaties
en aanhangergewichten.
Als u gebruikmaakt van een draagsysteem (allesdragers/imperiaal),
dient u de maximale belasting van het
desbetreffende systeem niet te overschrijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over de allesdragers/het
imperiaal.
Zorg ervoor dat het formaat, de vorm en
het volume van de vervoerde lading in de
auto voldoen aan de Wegenverkeerswet en
Page 56 of 260

54
Ergonomie en comfort
Plaats geen korte of zware voorwerpen
in de beschermhoes; gebruik indien
mogelijk de laadruimte.
Sjor geen voorwerpen vast aan de
scheidingswand en hang geen
voorwerpen aan de scheidingswand.
Zorg er voor uw veiligheid voor dat kleine
voorwerpen niet door de openingen van
ongeveer 3
cm tussen de scheidingswand en
de carrosserie van de auto schuiven.
Multi-flexbank
Deze bank bestaat uit een voorbank met twee
zitplaatsen en een verwijderbaar paneel.
Zie het betreffende hoofdstuk voor meer
informatie over de voorbank met twee
zitplaatsen.
Een scheidingswand op de vloer achter de
voorstoelen beschermt de bestuurder en
voorpassagiers tegen schuivende ladingen.
Deze scheidingswand is voorzien van een
paneel dat kan worden verwijderd om lange
voorwerpen te vervoeren. Bij de auto wordt een beschermhoes geleverd
zodat lange voorwerpen veilig kunnen worden
vervoerd.
De klep verwijderen
► Houd de klep met één hand tegen en draai
met uw andere hand aan de knop boven de klep
om het los te maken.
►
Zet de klep omlaag om deze uit de behuizing
te halen.
►
Berg de klep op achter de bestuurdersstoel
en draai aan de knop boven de klep om deze
vast te zetten.
De klep terugplaatsen
► Kantel de klep met de gele scharnieren
omlaag.
►
Steek de scharnieren in de behuizing en
druk ze dan helemaal omlaag (om trillingen te
voorkomen).
►
T
il de klep met één hand op om hem te
sluiten en draai vervolgens met de andere
hand de hendel bovenaan de klep om hem te
vergrendelen.
Beschermhoes plaatsen
Elke keer dat de rugleuning van de
buitenste zitplaats wordt neergeklapt en
het paneel in de scheidingswand wordt
verwijderd, moet de beschermhoes worden
geplaatst.
Page 86 of 260

84
Veiligheid
Laat uw auto controleren door het PEUGEOT-
netwerk of door een gekwalificeerde werkplaats.
Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels vóór
De veiligheidsgordels vóór zijn voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
spankrachtbegrenzer.
Deze veiligheidsgordels zorgen voor extra
bescherming van de personen op de voorstoelen
bij frontale en zijdelingse aanrijdingen. Bij een
krachtige aanrijding zorgen de pyrotechnische
gordelspanners ervoor dat de veiligheidsgordels
stevig tegen de lichamen van de inzittenden
worden getrokken.
De pyrotechnische gordelspanners zijn actief
zodra het contact wordt ingeschakeld.
De spankrachtbegrenzer beperkt de kracht
waarmee de gordel tegen het lichaam van
de inzittenden getrokken wordt en verhoogt
daarmee de veiligheid.
Vastmaken
► Trek aan de gordel en steek de gesp in de
gordelsluiting.
►
Controleer of de gordel goed is vastgemaakt
door even aan de riem te trekken.
Ontgrendelen
► Druk op de rode knop van de gordelsluiting.
► Houd de gordel vast terwijl deze zich oprolt.
Voorbank met twee zitplaatsen
Als de auto een voorbank heeft, zorg dan dat
elke veiligheidsgordel in de juiste gordelsluiting
wordt gestoken.
Steek de veiligheidsgordel van de bestuurder
niet in de gordelsluiting van de middelste
veiligheidsgordel en andersom, en gebruik de
gordel van de bestuurder niet voor de middelste
zitplaats.
Veiligheidsgordels achter
Elke zitplaats op de achterbank is
voorzien van een veiligheidsgordel, maar
zonder pyrotechnische gordelspanner of
spankrachtbegrenzer.
Steek de gesp van elke veiligheidsgordel in de
juiste sluiting.
Verwissel geen gordels of gespen van de
buitenste zitplaatsen met die van de middelste
zitplaats.
Page 87 of 260

85
Veiligheid
5Waarschuwingslampje
veiligheidsgordel(s)
Met afzonderlijke voorstoelen
Als het contact wordt ingeschakeld en één
of meerdere veiligheidsgordels niet zijn
vastgemaakt of weer zijn losgemaakt, dan gaat
dit waarschuwingslampje branden.
Bij een rijsnelheid van ongeveer 20 km/h of
hoger knippert het waarschuwingslampje
gedurende 2 minuten en hoort u een
geluidssignaal.
Na deze 2 minuten blijft het
waarschuwingslampje branden totdat de
bestuurder en/of passagier de veiligheidsgordel
vastmaakt.
Met tweezitsbank voor (plus de
bestuurdersstoel)
Als het contact wordt ingeschakeld en de
veiligheidsgordel van de bestuurder niet is
vastgemaakt of weer is losgemaakt, dan gaat dit
waarschuwingslampje branden.
Als het contact wordt ingeschakeld en de
veiligheidsgordel van een passagier weer is
losgemaakt, dan gaat dit waarschuwingslampje
branden.
Bij een rijsnelheid van ongeveer 20 km/h of
hoger knippert het waarschuwingslampje
gedurende 2 minuten en hoort u een
geluidssignaal.
Na deze 2 minuten blijft het
waarschuwingslampje branden totdat de
bestuurder de veiligheidsgordel vastmaakt.
Adviezen
Alvorens te gaan rijden dient de bestuurder te controleren of alle
passagiers hun veiligheidsgordel goed
hebben omgedaan en vastgemaakt.
Zorg ervoor dat alle inzittenden tijdens het
rijden hun veiligheidsgordel dragen, ook op
korte ritten.
Wissel de gespen van de veiligheidsgordels
onderling niet om; de gordels zijn dan niet
voldoende effectief.
Controleer zowel voor als na het gebruik van
de gordel of deze goed is opgerold.
Controleer na het neerklappen of verstellen
van een stoel of de achterbank of de gordel
zich op de juiste plaats bevindt en goed is
opgerold.
Vastmaken
De heupgordel moet zo laag mogelijk op
het bekken worden gepositioneerd.
De schoudergordel moet langs het
holle gedeelte van de schouder worden
gepositioneerd.
Voor een effectieve werking van de
veiligheidsgordel:
–
dient deze strak om het lichaam te worden
gedragen,
–
moet deze in een vloeiende beweging
naar voren worden getrokken, zonder dat de
gordel gedraaid raakt,
–
mag deze door niet meer dan één persoon
worden gedragen,
–
mag deze geen beschadigingen of rafels
vertonen,
–
mag de gordel niet worden omgebouwd of
worden aangepast zodat de prestaties ervan
niet negatief worden beïnvloed.
Aanbevelingen voor kinderen
Maak voor kinderen tot 12 jaar of
kleiner dan 1,50 m gebruik van een geschikt
kinderzitje.
De veiligheidsgordel mag door niet meer dan
één kind tegelijkertijd gedragen worden.
Laat nooit een kind op schoot zitten tijdens
het rijden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over kinderzitjes.
Onderhoud
Vanwege de wettelijke
veiligheidsvoorschriften moeten
werkzaamheden aan de veiligheidsgordels
worden uitgevoerd door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats,
Page 91 of 260

89
Veiligheid
5Bevestig nooit iets aan en hang nooit iets
over de rugleuning van de stoelen (kleding
enz.): dit zou bij het afgaan van de zijairbags
kunnen leiden tot verwondingen aan armen
of borstkas.
Ga niet onnodig dicht tegen het portierpaneel
zitten.
De portierpanelen van de voorportieren
bevatten de zijdelingse schoksensoren van
de auto.
Schade aan het portier of het uitvoeren van
werkzaamheden (wijzigingen of reparaties)
die niet aan de voorschriften voldoen, kan
ertoe leiden dat deze sensoren niet meer
goed werken - In dat geval werken de
zijairbags mogelijk niet!
Laat dergelijke werkzaamheden uitsluitend
uitvoeren door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Window-airbags
Bevestig nooit iets op of aan de
hemelbekleding; dit zou bij het afgaan van de
window-airbags kunnen leiden tot hoofdletsel.
Schroef nooit de handgrepen van het dak los;
deze maken deel uit van de bevestiging van
de window-airbags.
Kinderzitjes
De regelgeving met betrekking tot het
vervoer van kinderen verschilt per land.
Raadpleeg de in uw land geldende regels.
Volg voor een optimale veiligheid de volgende
adviezen op:
–
Conform de Europese wetgeving dienen
kinderen jonger dan 12 jaar of kleiner
dan 1,50 m in goedgekeurde, aan het
lichaamsgewicht aangepaste kinderzitjes
op
met veiligheidsgordels of ISOFIX-bevestigingen
uitgeruste plaatsen te worden vervoerd.
–
V
olgens de statistieken is de achterbank
van uw auto de veiligste plaats voor het
vervoeren van een kind.
–
Kinderen lichter dan 9 kg moeten in
een naar achteren gerichte positie in de
auto worden geplaatst, op de voorstoel of
achterbank van de auto.
Het wordt aanbevolen om kinderen op
de achterzitplaatsen van de auto te
vervoeren:
–
tot 3 jaar "
met de rug in de rijrichting ",
–
vanaf 3 jaar "
met het gezicht in de
rijrichting ".
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel
correct is bevestigd en aangetrokken.
Zorg er bij kinderzitjes met een steun voor dat
de steun goed contact maakt met de vloer.
Verwijder de hoofdsteun en berg hem op
alvorens een kinderzitje met een
rugleuning te bevestigen op een zitplaats.
Plaats de hoofdsteun terug zodra het
kinderzitje is verwijderd.
Advies
Een onjuist geïnstalleerd kinderzitje kan
de veiligheid van het kind in gevaar
brengen in het geval van een ongeval.
Controleer of er geen veiligheidsgordel of
gesp van de veiligheidsgordel onder het
kinderzitje zit; dat zou de stabiliteit van het
zitje in gevaar kunnen brengen.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels of het
tuigje van het kinderzitje, zelfs bij korte ritten,
worden vastgemaakt waarbij de speling ten
opzichte van het lichaam van het kind zoveel
mogelijk moet worden beperkt.
Zorg er bij het bevestigen van het kinderzitje
met de veiligheidsgordel voor dat de
veiligheidsgordel correct tegen het kinderzitje
is gespannen en dat de gordel het kinderzitje
stevig op zijn plaats houdt. Schuif de
passagiersstoel, wanneer deze versteld kan
worden, indien nodig naar voren.
Verwijder de hoofdsteun alvorens
een kinderzitje met rugleuning op een
passagierszitplaats te bevestigen.
Berg de hoofdsteun zorgvuldig op om te
voorkomen dat de hoofdsteun door de
auto vliegt bij krachtig afremmen. Plaats de
Page 92 of 260

90
Veiligheid
hoofdsteun terug zodra het kinderzitje is
verwijderd.
Plaatsen van een stoelverhoger
Het bovenste gedeelte van de autogordel
moet over de schouder van het kind liggen
zonder de hals te raken.
Controleer of de heupgordel goed over de
bovenbenen van het kind ligt.
Gebruik een stoelverhoger met rugleuning
voorzien van een gordelgeleider ter hoogte
van de schouder.
Extra beveiliging
Gebruik de kinderbeveiliging om
te voorkomen dat de portieren en de
portierruiten achter per ongeluk geopend
worden.
Zorg ervoor dat de achterportierruiten niet
verder dan voor 1/3 deel worden geopend.
Plaats zonneschermen op de
achterportierruiten om jonge kinderen tegen
de zon te beschermen.
Laat uit veiligheidsoverwegingen:
–
geen kinderen zonder toezicht achter in
een auto,
–
nooit een kind of een dier in een auto
achter wanneer alle ruiten gesloten zijn en de
auto in de zon staat,
–
de sleutels nooit binnen bereik van de
kinderen achter in de auto.
Kinderzitje achterin
Zitrij 2
Met het gezicht of de rug in de rijrichting
► Zet de voorstoel van de auto naar voren en
zet de rugleuning rechtop, zodat de benen van
het kind in een kinderzitje met het gezicht of de
rug in de rijrichting de voorstoel van de auto niet
raken.
►
Controleer of de rugleuning van een
kinderzitje met het gezicht in de rijrichting zich
zo dicht mogelijk tegen de rugleuning van de
zitplaats achter in de auto is geplaatst en het
optimaal raakt.
►
Zet de zitplaats achter (zitrij 2) helemaal naar
achteren, met de rugleuning rechtop.
Controleer of de veiligheidsgordel goed
strak staat.
Zorg er bij kinderzitjes met een steun voor dat
de steun goed contact maakt met de vloer.
Verzet indien nodig de voorstoel van de auto.
Kinderzitje op de
passagiersstoel voor
► Zet de passagiersstoel in de hoogste stand,
volledige naar achteren geplaatst en met de
rugleuning rechtop .
"Met het gezicht in de rijrichting"
U moet de airbag vóór aan
passagierszijde niet uitschakelen.