display PEUGEOT PARTNER TEPEE 2020 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: PEUGEOT, Model Year: 2020, Model line: PARTNER TEPEE, Model: PEUGEOT PARTNER TEPEE 2020Pages: 216, PDF Size: 8.52 MB
Page 6 of 216

4
Cockpit1.Schakelaar verlichting en
richtingaanwijzers.
2. Instrumentenpaneel met display.
3. Schakelaar ruitenwissers/ruitensproeiers/
boordcomputer.
4. Contact.
5. Bediening audiosysteem.
6. Bestuurdersairbag/claxon.
7. Hoogte- en diepteverstelling stuurwiel.
8. Schakelaars snelheidsregelaar/-
begrenzer.
9. Bedieningspaneel: parkeerhulp, afstellen
van de koplamphoogte, ASR /DSC, Stop
& Start, alarmsysteem (afhankelijk van
het verkoopland).
10. Motorkap openen.
11. Elektrische verstelling buitenspiegels.
12 . Ruitbediening vóór.
13. Schakelaarpaneel: alarmknipperlichten,
kinderbeveiliging (afhankelijk van de
uitvoering).
14 . A a n s t e ke r.
15. Bediening ventilatie/verwarming.
16. Bediening elektronisch gestuurde
versnellingsbak of Grip Control.
17. Touchscreen.
18. USB-aansluiting (bij elektronisch
gestuurde versnellingsbak).
19. USB-aansluiting (bij handgeschakelde
versnellingsbak).
Overzicht
Page 9 of 216

7
Instrumentenpaneel
Meters
1.Snelheidsmeter (in kilometer of mijl).
2. Display.
3. Brandstofmeter, koelvloeistof-
temperatuurmeter.
4. Toerenteller.
5. Resetten van dagteller/
onderhoudsindicator.
6. Dimmer dashboardverlichting.
Displays
Niveau 1
Niveau 2
met touchscreen
Schermen
De indeling van de informatie die op het
scherm gepresenteerd wordt, is afhankelijk van
de uitvoering van uw auto.
1
Instrumentenpaneel
Page 10 of 216

8
Waarschuwings- en
verklikkerlampjes
Deze lampjes geven de bestuurder
informatie over de werking van een
systeem (ingeschakeld of uitgeschakeld) of
waarschuwen de bestuurder in het geval van
een storing.
Bij het aanzetten van het contact
Als het contact wordt aangezet, gaan bepaalde
lampjes enkele seconden branden.
Zodra de motor draait, moeten deze lampjes
weer uitgaan.
Als ze blijven branden, controleer dan voordat
u gaat rijden welke functie het betreft.
Bijbehorende waarschuwingen
Een aantal lampjes kan op twee manieren
oplichten: permanent of knipperend.
Of het permanent branden of knipperen van
een lampje duidt op een storing, is afhankelijk
van de werkingsfase van de auto.
Bij een storing kan het lampje gaan branden in
combinatie met een geluidssignaal en/of een
melding.
Waarschuwingslampjes
Als bij draaiende motor of tijdens het rijden een
van de volgende lampjes gaat branden, wijst dit
op een storing in het desbetreffende systeem
en moet de bestuurder actie ondernemen.
Lees in het geval van een storing waarbij
een waarschuwingslampje gaat branden
de aanvullende informatie die via een
bijbehorende melding wordt weergegeven.
Wanneer u problemen hiermee ondervindt,
neem dan contact op met het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Verklikkerlampjes ingeschakelde functies
De volgende verklikkerlampjes op het
instrumentenpaneel en/of op het display van
het instrumentenpaneel geven aan dat de
desbetreffende functie is ingeschakeld.
Verklikkerlampje
uitgeschakelde functie
Het branden van dit verklikkerlampje geeft
aan dat het desbetreffende systeem bewust is
uitgeschakeld.
Het lampje kan branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding op het display.
Instrumentenpaneel
Page 11 of 216

9
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampjeStatus
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Rode lampjes
STOPBrandt permanent,, in
combinatie met een
ander lampje en een
melding op het display. Een ernstige storing, gaat
branden in combinatie
met de verklikkerlampjes
"Remvloeistofniveau",
"Motoroliedruk en -temperatuur",
"Koelvloeistoftemperatuur",
"Elektronische remdrukregelaar"
en "Stuurbekrachtiging". Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige
plaats.
Zet het contact af en neem contact op met het
PEUGEOT-netwerk of met een gekwalificeerde
werkplaats.
Koelvloeistof
-t
emperatuur en
-niveau Brandt permanent,
met de naald in het
rode gebied. Een abnormale
temperatuurtoename.
Zet de auto stil en zet het contact af. Laat de motor
vervolgens afkoelen.
Controleer visueel het niveau.
Knippert. Er is een afname in het
koelvloeistofniveau. Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Motoroliedruk en
-temperatuur Brandt permanent
tijdens het rijden. Onvoldoende druk of overmatige
temperatuur.
Zet de auto stil en zet het contact af. Laat de motor ver volgens
afkoelen. Controleer visueel het niveau. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus
.
Brandt permanent, ondanks
dat het niveau correct is.Een ernstige storing.Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Laadstroom accu Brandt permanent. Een storing in het laadcircuit.
Controleer de accupolen. Raadpleeg de desbetreffende
rubriek voor meer informatie over de accu .
Knippert.De actieve functies zijn op
stand-by gezet (eco-mode). Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de accu
.
Brandt permanent, terwijl de
controles zijn uitgevoerd.Een storing in de ontsteking of
het injectiesysteem. Laat dit nakijken door het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
1
Instrumentenpaneel
Page 12 of 216

10
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampjeStatus
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Gordel niet
vastgemaakt Brandt permanent en
knippert vervolgens. De bestuurder en/of de
voorpassagier heeft zijn
veiligheidsgordel niet
vastgemaakt. Trek aan de gordel en steek de gesp in de
gordelsluiting.
In combinatie met een
geluidssignaal, blijft
vervolgens branden. Tijdens het rijden: de
veiligheidsgordel van de
bestuurder en/of voorpassagier is
niet vastgemaakt. Controleer of de gordel goed is vastgemaakt door
even aan de riem te trekken.
Stuurbekrachtiging Brandt permanent. Er is een storing in de
stuurbekrachtiging. De conventionele werking van de stuurinrichting,
zonder bekrachtiging, blijft behouden.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Por tier, achterklep
of motorkap
geopend Brandt permanent in
combinatie met een
melding op het display. Een van de te openen
carrosseriedelen is niet goed
gesloten. Controleer of alle te openen carrosseriedelen gesloten
zijn.
Parkeerrem Brandt permanent. De parkeerrem is aangetrokken
of niet goed vrijgezet. Zet de parkeerrem vrij zodat het lampje uitgaat; trap
het rempedaal in.
RemvloeistofniveauBrandt permanent. Een te laag remvloeistofniveau.
Vul bij met door PEUGEOT goedgekeurde
remvloeistof.
+ Elektronische
remdrukregelaar
Brandt permanent,
ondanks dat het
niveau correct is, in
combinatie met het
waarschuwingslampje
ABS
.Er is een storing in het systeem. Stop zo snel mogelijk op een veilige plaats.
Zet de auto stil en zet het contact af.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
Instrumentenpaneel
Page 13 of 216

11
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampjeStatus
Oorzaak Acties/Opmerkingen
Oranje lampjes
ServiceBrandt tijdelijk. Kleine storingen of
waarschuwingen.Raadpleeg het logboek waarschuwingen op het display of het scherm.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de
boordcomputer.
Neem contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Brandt permanent. Ernstige storingen.
Emissieregelsysteem
EOBDKnippert of brandt
permanent.Er is een storing in het systeem.
EOBD (European On Board Diagnosis)
is een Europees diagnosesysteem
dat de emissieregeling bewaakt en
er voor zorgt dat de auto voldoet aan de
normen voor de uitstoot van:
-
CO
(koolmonoxide),
-
H
C (koolwaterstoffen),
-
N
Ox (stikstofoxide); de
samenstelling van het uitlaatgas
wordt gecontroleerd door
de lambdasondes achter de
katalysatoren,
-
fijnstof.De katalysator kan beschadigd raken:
Laat het systeem zo snel mogelijk controleren door
het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Laag
brandstofniveau Brandt permanent,
met de naald van
de meter in het rode
gebied. Als dit lampje gaat branden, zit
er nog ongeveer 8
liter brandstof
in de tank, afhankelijk van de
rijstijl en het motortype. Ga zo snel mogelijk tanken om te voorkomen dat u
zonder brandstof komt te staan. Dit lampje gaat elke
keer na het aanzetten van het contact branden zolang
er niet voldoende brandstof getankt is.
Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is,
hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het
injectiesysteem beschadigd raken.
Knippert. De brandstoftoevoer is
onderbroken na een ernstige
aanrijding. Herstel de toevoer.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over brandstof
.
1
Instrumentenpaneel
Page 18 of 216

16
Waarschuwings- resp.
verklikkerlampjeStatus
Signaleert Acties/Opmerkingen
Dimlicht/
dagrijverlichting Brandt permanent.
Een handmatige selectie of het
automatisch inschakelen van de
verlichting. Draai de ring van de lichtschakelaar in de tweede
stand.
Inschakeling van het dimlicht
zodra het contact wordt
aangezet: dagrijverlichting
(afhankelijk van het
verkoopland).
Blauwe lampjes
Grootlicht Brandt permanent. De lichtschakelaar is naar u toe
getrokken. Trek aan de lichtschakelaar om terug te schakelen
naar dimlicht.
Lampjes op het display StatusSignaleert Acties/Opmerkingen
Snelheidsregelaar Brandt permanent. De snelheidsregelaar is
geselecteerd. Handmatig selecteren.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de snelheidsregelaar
.
SnelheidsbegrenzerBrandt permanent. De begrenzer is geselecteerd. Handmatig selecteren.
Zie de desbetreffende rubrieken voor meer informatie
over de snelheidsbegrenzer.
SchakelindicatorBrandt permanent.Een advies waarbij geen
rekening is gehouden met
de situatie op de weg en de
verkeersdrukte. Schakel bij een handgeschakelde versnellingsbak
de juiste versnelling in om het brandstofverbruik
te verminderen. De bestuurder blijft altijd zelf
verantwoordelijk voor het al dan niet opvolgen van
een schakeladvies van het systeem.
Instrumentenpaneel
Page 19 of 216

17
Voorgloeien
dieselmotorBrandt permanent.
Vanwege de temperatuur is
voorgloeien nodig. Wacht met starten tot het lampje uitgaat.
Water in
brandstoffilter Brandt permanent,
in combinatie met
een melding op het
display. Het brandstoffilter bevat water.
Laat het filter aftappen door het PEUGEOT-netwerk
of een gekwalificeerde werkplaats.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over de controles, in het bijzonder het
aftappen van water in het brandstoffilter.
Afhankelijk van het verkoopland.
Onderhoudssleutel Brandt permanent. Een bijna verstreken
onderhoudsinterval. Raadpleeg het overzicht van controles in het garantie-
en onderhoudsboekje.
Laat het onderhoud uitvoeren door het PEUGEOT-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Tijd Knippert. Het instellen van de tijd. Gebruik de knop aan de linkerzijde van het
instrumentenpaneel.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer
informatie over het instellen van datum en tijd .
Lampjes op het display
StatusSignaleert Acties/Opmerkingen
1
Instrumentenpaneel
Page 20 of 216

18
Meters
Onderhoudsindicator
Deze past het onderhoudsinter val aan op basis
van het gebruik van de auto.
Werking
Als het contact wordt aangezet, gaat
gedurende enkele seconden de
onderhoudssleutel branden. De kilometerteller
geeft de resterende kilometers (standaard
naar boven afgerond) tot de eerstvolgende
onderhoudsbeurt aan.
De termijn voor de eerstvolgende
onderhoudsbeurt wordt berekend vanaf de
laatste nulstelling van de onderhoudsindicator.
De termijn voor de onderhoudsbeurt wordt
bepaald op basis van twee parameters:
-
d
e totale afgelegde afstand,
-
d
e verstreken tijd sinds de laatste
onderhoudsbeurt.
De factor tijd kan worden meegewogen bij
de nog af te leggen kilometers, afhankelijk
van de rijgewoonten van de bestuurder.
De afstand tot de eerstvolgende
beurt is groter dan 1000 km
Voorbeeld: de afstand tot de eerstvolgende
onderhoudsbeurt is 4800 mijl/km. Als het
contact wordt aangezet, geeft het display
gedurende enkele seconden het volgende aan:
De afstand tot de eerstvolgende
beurt is kleiner dan 1000 km
Elke keer dat het contact wordt aangezet,
knippert gedurende enkele seconden de
onderhoudssleutel en wordt de afstand tot de
eerstvolgende beurt weergegeven.
Onderhoudsinterval overschreden
Elke keer dat het contact wordt
aangezet, knippert gedurende enkele
seconden de onderhoudssleutel
en wordt de afgelegde afstand
na overschrijding van het
onderhoudsinterval weergegeven.
Wanneer de motor draait, blijft de
onderhoudssleutel branden zolang de
onderhoudsbeurt niet is uitgevoerd.
Bij de uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor
wordt deze waarschuwing gecombineerd met
het permanent branden van het lampje Service
(zodra het contact is aangezet).
Bij de uitvoeringen met een BlueHDi-
dieselmotor kan de sleutel ook voortijdig
gaan branden vanwege de mate van
ver vuiling van de motorolie. De ver vuiling
van de motorolie is afhankelijk van de
rijomstandigheden van de auto.
Enkele seconden na het aanzetten van het
contact wordt het olieniveau weergegeven
(afhankelijk van de uitvoering). Ver volgens
treedt de kilometerteller weer in werking en
geeft het display de totale afstand en de stand
van de dagteller aan.
Enkele seconden na het aanzetten van het
contact wordt het olieniveau weergegeven
(afhankelijk van de uitvoering). Ver volgens
treedt de kilometerteller weer in werking en blijft de onderhoudssleutel branden om aan
te geven dat uw auto binnenkort aan een
onderhoudsbeurt toe is.
Resetten
Het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats voert deze bewerking na iedere
onderhoudsbeurt uit.
Als u zelf de onderhoudsbeurt van uw auto hebt
uitgevoerd, moet u de onderhoudsindicator als
volgt resetten:
F
zet
het contact af,
Instrumentenpaneel
Page 21 of 216

19
Als u na deze handeling de accu wilt
loskoppelen, vergrendel dan de auto en
wacht minimaal 5 minuten. Het resetten
van de onderhoudsindicator zal anders
niet worden opgeslagen.
Motorolieniveaumeter
Afhankelijk van de motor van uw auto wordt
bij het aanzetten van het contact eerst
de onderhoudsindicator weergegeven en
vervolgens gedurende enkele seconden het
motorolieniveau.
Olieniveau correct Te laag olieniveau
Storing motorolieniveaumeter
Een controle van het olieniveau is alleen
betrouwbaar als de auto op een vlakke,
horizontale ondergrond staat en de motor
minstens 30
minuten niet heeft gedraaid.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het controleren
van de niveaus , in het bijzonder het
motorolieniveau.
Het knipperen van OIL- -
duidt op een storing
van de motorolieniveaumeter. Neem contact
op met het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats. Het knipperen van OIL in combinatie met
het lampje Ser vice, vergezeld van een
geluidssignaal en een melding op het display
duidt op een te laag olieniveau dat tot
motorschade kan leiden.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Als
blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie
worden bijgevuld.
F
d
ruk op de resetknop van de teller en houd
deze knop ingedrukt,
F
zet
het contact aan.
De teller begint terug te tellen.
Laat de knop los als het display " =0" aangeeft;
de sleutel verdwijnt.
Knop nulstelling dagteller
F Druk bij aangezet contact op de knop tot de dagteller
op 0 staat.
Brandstofniveaumeter
Het brandstofniveau wordt gecontroleerd zodra
het contact aan wordt gezet.
De wijzer staat op:
-
1 : d
e tank is vol, ongeveer 60 liter.
-
0 : d
e minimumvoorraad is bereikt; het
lampje blijft branden. Wanneer het lampje
gaat branden, zit er nog ongeveer 8 liter
brandstof in de tank.
1
Instrumentenpaneel