airbag Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 76 of 340

Vastzetten
ATTENTIE
Het ontplooien van de airbag gebeurt in dui-
zends t
en van een seconde en met grote snel-
heid.
● Houd het werkingsgebied van de hoofdair-
bags s
teeds vrij.
● Plaats geen voorwerpen op het deksel noch
in het werkin
gsgebied van de hoofdairbag.
● Tussen de inzittenden op de voorstoelen en
de buitens
te zitplaatsen en het werkingsge-
bied van de airbags mogen zich geen andere
personen, dieren of voorwerpen bevinden.
● Hang enkel lichte kledingstukken aan de
haken v
an de wagen. Laat geen zware of
scherpe voorwerpen achter in de zakken.
● Monteer geen accessoires in de portieren.
● Plaats geen gordijnen aan de ruiten die niet
uitdrukkelijk g
oedgekeurd zijn voor gebruik
in de wagen.
● Draai de rolgordijnen enkel naar de ruiten
indien geen enkel
voorwerp, bv. balpen of ga-
ragedeuropener, aan de gordijnen vastge-
maakt zijn. Airbags buiten werking stellen
C ontr
ol
elampje Afb. 92
Controlelampje in het dashboard voor
de uits c
h ak
eling van de voorairbag van de
voorpassagier.
Gaat branden in het instru-
mentenpaneel
Storing in het
systeem van air-
bags en gordel-
spanners.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren.
Gaat branden in het dash-
board
Storing in het air-
bagsysteem.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren.
Gaat branden in het dash-
board
Voorairbag van
de voorpassagier
buiten werking
gesteld.Controleer of de airbag uitgescha-
keld moet blijven
Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
gaan sommige c
ontr
ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Indien de voorairbag van de bijrijder uitge-
schakeld is en het controlelampje
niet blijft branden , of brandt samen
met het controlelampje van het instrumen-
tenpaneel, kan het zijn dat er een storing
aanwezig is in het airbagsysteem ››› .
ATTENTIE
In geval van storing van het airbagsysteem, is
het mogelijk d
at de airbag moeilijk, helemaal
niet of onverwacht afgaat. Dit kan ernstig of
zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
● Laat het airbagsysteem onmiddellijk door
een gespec
ialiseerde werkplaats nakijken.
● Monteer nooit een kinderzitje op de voor-
stoel ›
›› pag. 81, of verwijder het ingebouw-
de kinderzitje! De voorairbag van de voorpas-
sagier zou ondanks het defect af kunnen
gaan bij een aanrijding. 74
Page 77 of 340

Airbagsysteem
VOORZICHTIG
Let altijd op de brandende controlelampjes
en neem de daarbij behor ende be
schrijvingen
en aanwijzingen in acht om geen schade aan
de wagen te veroorzaken. Voorairbag van de bijrijder handmatig
in- en uitsc
h
akelen met de sleutel-
schakelaar Afb. 93
In het dashboardkastje, aan de bijrij-
der sz
ijde: s
leutelschakelaar om de voorair-
bag aan bijrijderszijde in en uit te schakelen. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 18.
De voorairbag van de bijrijder moet uitge-
schakeld worden wanneer op die plaats een
kinderzitje geïnstalleerd wordt met de rug
naar het dashboard toe gekeerd. Voorairbag van de voorpassagier in paraat-
heid brengen
● C
ontact uitschakelen.
● Open het dashboardkastje aan de bijrij-
derszijde.
● V
oer de sleutelbaard in de gleuf in die voor-
zien is op de s
chakelaar voor uitschakeling
van de bijrijdersairbag ››› afb. 93. De baard
moet ca. 3/4 van zijn lengte ingevoerd wor-
den, tot tegen de aanslag.
● Draai de sleutel vervolgens zachtjes om de
stand op ON
te plaatsen. Oefen geen druk uit
indien u weerstand ondervindt en zorg ervoor
dat de sleutelbaard tot het einde ingevoerd
is.
● Sluit het dashboardkastje aan de bijrijders-
zijde.
● Contro
leer of met het contact ingeschakeld
het contro
lelampje in
het dashboard niet gaat branden ››› pag. 74.
Hoe kunt u zien dat de voorairbag van de
voorpassagier uitgeschakeld is
Het uitschakelen van de frontairbag van de
bijrijder wordt enkel aangegeven door het
permanent branden van het controlelampje
in het dashboard (
brandt continu geel) ›››
pag. 74, Controle-
lampje.
Indien het controlelampje
in de middenconsole niet permanent
blijft branden of gaat branden in combinatie met het controlelampje in het instrumen-
t
enpaneel, mag om veiligheidsredenen geen
bevestigingssysteem voor kinderen inge-
bouwd worden in de bijrijdersstoel. De voor-
airbag van de voorpassagier zou kunnen bij
een aanrijding afgaan. ATTENTIE
De voorairbag van de voorpassagier mag al-
leen in spec i
ale gevallen uitgeschakeld wor-
den.
● De voorairbag van de voorpassagier mag al-
len met uitg
eschakeld contact worden in- en
uitgeschakeld. Anders zou het airbagsysteem
beschadigd kunnen raken.
● De verantwoordelijkheid voor de juiste
stand v
an de sleutelschakelaar ligt bij de be-
stuurder.
● Schakel de voorairbag van de voorpassa-
gier alleen uit
wanneer, in uitzonderlijke ge-
vallen, een kinderzitje geplaatst moet wor-
den.
● Schakel de voorairbag van de voorpassa-
gier weer in zodr
a het kinderzitje in de voor-
stoel niet langer gebruikt wordt.
● Laat de sleutel in geen geval in de schake-
laar voor uit
schakeling van de airbag zitten,
want de sleutel kan beschadigd worden of de
airbag kan bij het rijden in werking of buiten
werking gesteld worden. 75
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 78 of 340

Vastzetten
Veilig vervoer van kinderen
V ei
lig v
ervoer van kinderen
Inleiding tot thema Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 20.
Om baby's en kinderen te vervoeren in een
kinderzitje of ander gordelsysteem voor kin-
deren geplaatst op de bijrijdersstoel, dient
eerst de informatie over het airbagsysteem
volledig gelezen te worden.
Deze informatie is van groot belang voor de
veiligheid van de bestuurder en alle andere
inzittenden, met name baby's en kinderen.
SEAT adviseert kinderzitjes uit het SEAT-ac-
cessoireprogramma te gebruiken. Deze kin-
derzitjes zijn voor het gebruik in SEAT-wa-
gens ontwikkeld en getest. Bij uw Technische
Dienst kunt u kinderzitjes met verschillende
gordelsystemen aanschaffen.
Gebruik een gordelsysteem voor kinderen
met steunplaat of voet
Sommige gordelsystemen voor kinderen wor-
den bevestigd aan de stoel door middel van
een steunplaat of voet. Voor sommige uitrus-
tingen kunnen bijkomende accessoires ver-
eist zijn (bijvoorbeeld, een element voor de
vloer) om het gordelsysteem voor kinderen
correct en veilig te bevestigen. ATTENTIE
Kinderen die niet of niet correct vastgemaakt
zijn, lopen het ri s
ico op ernstig of zelfs dode-
lijk letsel tijdens de rit.
● Als op de bijrijdersstoel een kinderzitje
wordt g
emonteerd, betekent dit bij een aan-
rijding een grotere kans op, mogelijk dode-
lijk, lichamelijk letsel bij het kind.
● Een geactiveerde bijrijdersairbag kan een
kinderzitj
e, dat met de rug naar het dash-
board is gekeerd, raken en dit met volle
kracht tegen het portier, de hemelbekleding
of de rugleuning werpen.
● Nooit een kinderzitje op de bijrijdersstoel
bevestig
en waarbij het kind met de rug naar
het dashboard is gekeerd en de frontairbag in
paraatheid is - levensgevaarlijk! Wanneer het
in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk is een
kind op de bijrijdersstoel mee te nemen,
moet de frontairbag aan de bijrijderszijde
buiten werking worden gesteld ››› pag. 74. In-
dien de bijrijdersstoel over een hoogterege-
ling bezit, plaats deze dan zo ver mogelijk
naar achteren en in de hoogste positie. Als de
stoel over een vast zitje bezit, plaats daar
dan geen kinderzitje op.
● In de versies zonder sleutelschakelaar voor
het uitsc
hakelen van de airbag dient de uit-
schakeling door een Technische Dienst te
worden verricht.
● Kinderen t/m 12 jaar moeten altijd op de
zitplaat
sen achterin worden vervoerd. ●
Bevei lig k
inderen in de wagen altijd met
een goedgekeurd bevestigingssysteem dat
aangepast is aan hun gewicht en lengte.
● Gesp de veiligheidsgordel steeds correct
om bij de kinderen en l
aat hen een juiste zit-
houding aannemen.
● Zet de rugleuning rechtop wanneer op deze
plaats
een kinderzitje gebruikt wordt.
● Zorg ervoor dat het hoofd van het kind of
een ander lichaamsdeel nooit
in het wer-
kingsgebied van de zijairbags terecht kan ko-
men.
● Let op een correct gordelverloop.
● Draag baby's of kinderen nooit op schoot of
in de armen.
● Op elke zitplaats voor kinderen mag
slecht
s één kind tegelijk vervoerd worden.
● Als u een kinderzitje met basis of voet ge-
bruikt, dan moet u er altijd
voor zorgen dat
deze basis of voet correct en veilig inge-
bouwd is.
● Als de wagen in de voetenruimte voor de
laatst
e zitrij over een opbergvak beschikt,
dan kunt u dit opbergvak niet zoals bedoeld
is, gebruiken; integendeel: u moet het op-
bergvak met een speciaal accessoire vullen
zodat de basis of voet correct op het gesloten
opbergvak past en het kinderzitje volgens de
voorschriften vastgemaakt is. Als u een kin-
derzitje met basis of voet gebruikt en dit op-
bergvak niet goed vastmaakt, kan het op-
bergvak tijdens een ongeval breken en wordt
het kind uit het stoeltje gelanceerd. Dit kan
leiden tot ernstig letsel. 76
Page 79 of 340

Veilig vervoer van kinderen
●
Lees de g
ebruiksaanwijzingen van de fabri-
kant van het kinderzitje en volg ze op. ATTENTIE
Bij bruusk remmen, plotselinge manoeuvres
of ong ev
al, kan een leeg en losstaand kinder-
zitje door het interieur geslingerd worden en
letsel veroorzaken.
● Indien het kinderzitje niet gebruikt wordt
tijdens het rijden, moet
het stevig vastge-
maakt worden of in de bagageruimte opge-
borgen worden. Let op
Na een ongeval moet het kinderzitje vervan-
gen wor den, aan
gezien het onzichtbare scha-
de geleden kan hebben. Belangrijke aanwijzingen voor de
v
oor
airb ag
van de bijrijderLees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 20.
Neem de veiligheidsaanwijzingen van de vol-
gende hoofdstukken in acht:
● Kinderzitjes en airbag aan bijrijderszijde
››› p
ag. 79, Gebruik van het kinderzitje op
de bijrijdersstoel. ●
Veiligheids
afstand tot de airbag aan bijrij-
derszijde ››› in Inleiding tot thema op
p ag. 70
.
● Voor
werpen tussen de bijrijder en de air-
bag aan bijrijders
zijde ››› in Voorairbags
op p ag. 72
Kinder zitj
es
Veiligheids
aanwijzingen Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 20. ATTENTIE
De onderste verankeringen voor kinderzitjes
zijn geen og en om l
ast te bevestigen. Maak
kinderzitjes alleen vast in de onderste veran-
keringen. ATTENTIE
De kinderzitjes met verankeringen onderaan
en beves tigin
gsriem bovenaan in overeen-
stemming met de aanwijzingen van de fabri-
kant moeten worden ingebouwd. Anders kan
dit tot ernstig letsel leiden.
● Maak steeds een enkel
e bevestigingsgor-
del van een kinderzitje vast aan de bevesti-
gingsring (voor TOP TETHER) van de rugleu-
ning van de stoel achterin in de bagageruim-
te. ●
Maak de k inder
zitjes nooit vast aan de
ogen voor bevestiging van last in de bagage-
ruimte.
● Bevestig nooit kinderzitjes op de beweeg-
bare onderdel
en in wagens met railsystemen
en verankeringselementen . ATTENTIE
In het algemeen is de achterbank steeds de
v eilig s
te plaats voor juist omgegespte kinde-
ren bij een ongeval.
● Een geschikt, juiste geplaatst en gebruikt
kinderzitj
e op een van de zitplaatsen achterin
biedt de hoogst mogelijke bescherming voor
baby's en kleine kinderen in het merendeel
van de ongevallensituaties. ATTENTIE
Het losmaken van de veiligheidsgordel tij-
dens het rijden k
an ernstig of dodelijk letsel
veroorzaken bij bruusk remmen of een onge-
val.
● Maak de veiligheidsgordel alleen los wan-
neer de wagen sti
lstaat. Let op
Om het kinderzitje met steunplaat of steun-
voet c orr
ect en wettelijk te monteren zijn mo-
gelijk andere accessoires vereist. Rijd naar
een Technische Dienst of gespecialiseerde
werkplaats. 77
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 81 of 340

Veilig vervoer van kinderen
De kinderzitjes die goedgekeurd zijn volgens
de norm E C
E-R 44
zijn voorzien van de over-
eenkomstige goedkeuringscode. Deze code
is een omcirkelde E met daaronder het identi-
ficatienummer.
Gebruik van het kinderzitje op de bij-
rijdersst
oel1) Het vervoeren van kinderen op de voorpassa-
gierst
oel
is niet in alle landen toegestaan.
Ook zijn niet alle kinderzitjes goedgekeurd
voor gebruik op de voorpassagierstoel. Uw
Technische Dienst beschikt over een actuele
lijst van alle goedgekeurde kinderzitjes. Ge-
bruik alleen de voor de wagen goedgekeurde
kinderzitjes.
De ingeschakelde airbag aan de voorpassa-
gierszijde vormt een groot gevaar voor een
kind. De bijrijdersstoel is levensgevaarlijk
voor een kind als het met de rug naar het
dashboard gekeerd in een kinderzitje wordt
vervoerd.
Als een kinderzitje met de rug naar het dash-
board op de bijrijdersstoel is gemonteerd,
kan het zitje door de geactiveerde voorairbag
met zo'n grote kracht worden getroffen dat
levensgevaarlijke verwondingen of zelfs de dood het gevolg kunnen zijn
››› . Om die re-
den m ag een k
inderz
itje nooit met de rug
naar het dashboard op de voorstoel ge-
plaatst worden wanneer de voorairbag van
de bijrijder ingeschakeld is.
Gebruik op de voorpassagierstoel alleen een
kinderzitje met de rug naar het dashboard
als u er zeker van bent dat de desbetreffende
voorairbag uitgeschakeld is. Dit is het geval
indien het gele controlelampje van het dash-
board PASSENGER AIR BAG brandt
››› pag. 74. Indien de voorairbag van de voor-
passagier niet uitgeschakeld kan worden en
paraat blijft, is het verboden om kinderen op
de voorstoel te vervoeren ››› .
L et
op het
volgende als een kinderzitje op de
voorpassagierstoel gebruikt wordt:
● De voorairbag van de bijrijdersstoel moet
uitges
chakeld zijn als een kinderzitje wordt
gebruik met de rug naar het dashboard ge-
keerd ››› pag. 75.
● De rugleuning van de voorpassagierstoel
moet recht
op staan.
● De voorpassagierstoel moet zo ver mogelijk
naar achter
en geschoven zijn.
● De voorpassagierstoel met verstelbare
hoogte moet
zo hoog mogelijk ingesteld zijn. ●
De gordelhoog
teverstelling moet in de
hoogste positie staan.
Geschikte kinderzitjes
Het kinderzitje moet specifiek toegestaan
zijn door de fabrikant voor het gebruik op de
voorpassagierstoel met voor- en zijairbag.
Indien de bijrijdersstoel voorzien is van be-
vestigingsringen, kan het kinderzitje vastge-
maakt worden met een geschikt bevesti-
gingssysteem op voorwaarde dat het goed-
gekeurd is voor dit type voertuig in overeen-
komst met de geldende voorschriften van het
betreffende land.
Op de bijrijdersstoel en de achterbank kun-
nen universele kinderzitjes van de groep 0,
0+, 1, 2 of 3 geplaatst worden, volgens de
norm ECE-R 44. ATTENTIE
Als op de voorpassagierstoel een kinderzitje
wordt g
emonteerd, vergroot dit voor het kind
het risico van levensgevaarlijk letsel en zelfs
de dood in het geval van een ongeval. Mon-
teer nooit kinderzitjes met de rug naar het
dashboard op de voorpassagierstoel als de
voorairbag ingeschakeld is. Dit kan bij het af-
gaan van de voorairbag leiden tot de dood »1)
De geldende wetgeving van elk land en de normen
van de fabrik ant
voor gebruik en montage van kin-
derzitjes moeten worden nageleefd. 79
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 82 of 340

Vastzetten
van het kind, omdat de airbag het kinderzitje
met grot
e k
racht treft waardoor het tegen de
rugleuning geslingerd wordt. ATTENTIE
Als u in uitzonderlijke gevallen een kind moet
v erv oer
en op de bijrijdersstoel met de rug
naar het dashboard gekeerd, houd dan reke-
ning met het volgende:
● Schakel de voorairbag van de voorpassa-
gier altijd uit en houd deze airb
ag buiten
werking.
● Het kinderzitje moet door de fabrikant van
het kinderz
itje zijn goedgekeurd voor het ge-
bruik op de bijrijdersstoel met voor- en zijair-
bag.
● Volg de montageaanwijzingen van de fabri-
kant v
an het kinderzitje en houd u aan de
waarschuwingen.
● Schuif de voorpassagierstoel helemaal
naar achter
en en zet hem in de hoogste posi-
tie voor een zo groot mogelijke afstand tot de
voorairbag.
● Zet de rugleuning rechtop.
● Zet de gordelhoogteverstelling in de hoog-
ste pos
itie.
● Beveilig kinderen in de wagen altijd met
een goedgekeur
d bevestigingssysteem dat
aangepast is aan hun gewicht en lengte. Gebruik van het kinderzitje op de ach-
t
erb
ank Indien een kinderzitje op de achterbank ge-
plaats
t
wordt, moet de voorstoel zo versteld
worden dat het kind over voldoende ruimte
beschikt. Pas daarom de voorstoel aan de
grootte van het kinderzitje en de lengte van
het kind aan. Let daarbij ook op de juiste
houding van de voorpassagier ››› pag. 58.
Verplaats de tweede en derde zitrijen volle-
dig achteruit en vergrendel ze. Plaats de rug-
leuningen verticaal en de hoofdsteunen vol-
ledig naar beneden.
Isofix-kinderzitjes goedgekeurd voor gebruik
op de achterbank
De zitplaatsen achterin zijn geschikt voor kin-
derzitjes met het Isofix-systeem , dat speci-
aal ontworpen werd voor dit type wagens in
overeenstemming met de norm ECE-R 44.
De Isofix-kinderzitjes zijn ingedeeld in de ca-
tegorieën "specifiek voor de wagen", "be-
perkt" of "semi-universeel".
De fabrikanten van kinderzitjes overhandigen
bij elk Isofix-zitje een wagenlijst met de mo-
dellen waarvoor het betreffende Isofix-zitje
goedgekeurd is. Indien de wagen in de lijst
van de fabrikant staat en het Isofix-kinderzi-
tje behoort tot een categorie van de lijst, mag
het gebruikt worden in deze wagen. Neem zo
nodig contact op met de fabrikant van het kinderzitje om een geactualiseerde automo-
dellen
lij
st aan te vragen.
Groep (ge-
wichtscate- gorie)Isofix-cate-
gorie van het kinderzitjePositie van het zi-tje op de achter- bank
Klasse 0:tot 10 kgEIUF a)
Klasse 0+
tot 13 kgEIUF a)
DIUFa)
CIUFa)
Klasse 1:
9 t/m 18 kg
DIUF a)
CIUFa)
BIUFa)
B1IUFa)
AIUFa)
a)
IUF: geschikt voor Isofix-kinderzitjes van de categorie "univer-
seel" goedgekeurd voor gebruik in deze groep. ATTENTIE
Als op de tweede zitrij op alle stoelen een
kinderz itj
e gemonteerd is, dan is het moge-
lijk dat de stoelen van die zitrij bij een onge-
val niet vanaf de derde zitrij naar voren omge-
klapt kunnen worden. In een noodgeval kun-
nen de personen die op de derde zitrij zitten
de wagen niet zelfstandig verlaten of zichzelf
redden. 80
Page 83 of 340

Veilig vervoer van kinderen
●
In geen enkel g
eval mag u tegelijkertijd kin-
derzitjes op alle stoelen van de tweede zitrij
inbouwen als andere personen op de derde
zitrij gaan zitten. Geïntegreerd kinderzitje
Inleidin g t
ot themaHet geïntegreerde kinderzitje is enkel ge-
schikt
voor kinderen van groep 2 (15-25 kg)
en groep 3 (22-36 kg) volgens de norm ECE-R
44. ATTENTIE
Kinderen die geen veiligheidsgordel dragen
of niet bev ei
ligd zijn met een geschikt beves-
tigingssysteem, kunnen levensgevaarlijk let-
sel oplopen wanneer een airbag geactiveerd
wordt.
● Kinderen t/m 12 jaar moeten altijd op de
zitplaat
sen achterin worden vervoerd.
● Schakel de voorairbag van de bestuurder
altijd uit indien, in uitzonderlijk
e gevallen,
een kind vervoerd dient te worden op de bij-
rijdersstoel in een kinderzitje met de rug naar
het dashboard gekeerd.
● Beveilig kinderen in de wagen steeds met
een gesc
hikt bevestigingssysteem dat aange-
past is aan hun gewicht en lengte.
● Gesp de veiligheidsgordel van de kinderen
steeds
juist om. ATTENTIE
Tijdens het rijden moeten de kinderen steeds
plaat s
nemen in een kinderzitje dat geschikt
is voor hun gewicht en lengte.
● Beveilig kinderen in de wagen steeds met
een gesc
hikt bevestigingssysteem dat aange-
past is aan hun gewicht en lengte.
● Gesp de veiligheidsgordel steeds correct
om bij de kinderen en l
aat hen een juiste zit-
houding aannemen.
● Het schoudergordelgedeelte moet ongeveer
over het mid
den van de schouder lopen en
nooit over de hals of de bovenarm.
● De schoudergordel moet vast op het boven-
lichaam ligg
en.
● Het heupgedeelte van de gordel moet over
het bekken en niet o
ver de buik lopen en al-
tijd vast aanliggen.
● Rol de gordelband zo nodig op zodat die
strak t
egen het lichaam ligt.
● Vervoer nooit baby's of kinderen op schoot.
● Gebruik steeds een kinderzitje en de veilig-
heidsgordel
voor kinderen kleiner dan 1,50
m. De normale veiligheidsgordel kan letsel
aan de buik en nek veroorzaken.
● In een kinderzitje mag slechts één kind te-
gelijk v
ervoerd worden.
● Lees in elk geval de informatie en waar-
schuw
ingen van de fabrikant van de kinderzi-
tjes en volg die op.
● Laat een kind nooit alleen achter in het zi-
tje of in de wag
en. ●
Laat wijz igin
gen aan het geïntegreerde kin-
derzitje enkel uitvoeren in een gespeciali-
seerde werkplaats.
● Vervang het kinderzitje of de onderdelen
ervan die bes
chadigd zijn geraakt of een on-
geval hebben ondergaan. ATTENTIE
Bij bruusk remmen, plotselinge manoeuvres
of ong ev
al, kunnen losse voorwerpen in de
wagen door het interieur geslingerd worden
en letsel veroorzaken.
● Tijdens het rijden mag geen speelgoed of
andere harde lo
sse voorwerpen in het kinder-
zitje of de stoel achterblijven. 81
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 105 of 340

Bestuurdersruimte
Bedienen
B e
st
uurdersruimte
Overzicht Slotgreep
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Knop voor het centraal ver- en ont-
grendelen v
an de wagen . . . . 117
Schakelaar voor het verstellen van
de buitens
piegels . . . . . . . . . . . . . . . . 144
– Afst el
ling buitenspiegels
– Verwarming buitenspiegels
– Buitenspiegels naar binnen klap-
pen
Regelaar van de lichtsterkte van het
instrumentenpaneel en de bedie-
ningselementen . . . . . . . . . . . . . . .135
Regelaar van de lichtbundelhoog-
te . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Lichts c
hakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . 135
– Licht uit -
-
– Automatische rijlichtregeling -
-
– Stads-/dimlicht
– Mistlicht
Hendel voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
– Grootlicht
– Gr
ootlichtsignaal
1 2
3
4
5
6
7 –
Knip perlic
hten
– Parkeerlicht
Instrumentenpaneel: – Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
– Displ
ay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
– Waarsc
huwings- en controlelamp-
jes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Stuur met claxon en – Best
uurdersairbag . . . . . . . . . . . . . . 17
– Bediening v
oor boordcomputer .26
– Bediening s
toetsen voor radio, te-
lefoon, navigatiesysteem en
spraakbedieningssysteem ››› bro-
chure Radio
– Hendels voor tiptronic-bediening
(automatische transmissie) . . . . .205
Ruitensproeier- en ruitenwisserhen-
del . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
– Ruitenw
issers –
– Interval-wissen
– "Tipwissen" x
– Ruitenwissers
– Automatisch wissen voor was-
sen/reinigen van ruitenwissers
– Ruitenwisser achter
– Automatisch wissen voor was-
sen/reinigen van de achterruit
8
9
10 –
Hendel met
knop pen
voor het be-
dienen van het SEAT-informatie-
systeem - , / . . . . . . . . . . .26
Regelaar voor linkerstoelverwar-
ming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Ra
dio- of navigatiesysteem (gemon-
teerd af f
abriek) ››› brochure Radio
of ››› brochure Navigatiesysteem
Opbergvak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Schakelaar voor aan- en uitzetten
van de alarmlic
hten . . . . . . . . . . . . 84
Schakelaars voor: – Handbediende elektrisc
he aircon-
ditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
– Climatr onic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
R
egelaar voor rechterstoelverwar-
ming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Toets
voor:
– Aandrijfslipre
geling
(ASR) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
– Werkin g
Start-Stop . . . . . . . . . . . 217
– Parkeerhulp (P
arkPilot) . . . . . .220
– Inparkeersy
steem (Park As-
sist) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
– Indicator banden
span-
ning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
– Dynami
sche onderstelregeling
(DCC)
– Openen van de achterklep . . . 128»
11 12
13
14
15
16
17
103
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 106 of 340

Bedienen
– Openen en s luit
en v
an de elektri-
sche schuifdeuren . . . . . . . . . . .125
Hendel met slot om het dashboard-
kastj
e te openen . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Plaats in het dashboard waar de
voorairbag
van de voorpassagier
zich bevindt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Sleutelschakelaar in het dash-
boardka
stje voor het buiten werk-
ing stellen van de bijrijdersair-
bag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Controlelampje van het buiten
werking s
tellen van de bijrijdersair-
bag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Hendel voor:
– Schakel
bak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
– Automati s
che versnellingsbak . .202
18 19
20
21
22 12 V stopcontact
. . . . . . . . . . . . . . . . . 180
Schakelaar van Auto Hold
-
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Sc
hakelaar van de elektronische
parkeerrem
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Startknop (Keyless Access sluit- en
startsy
steem zonder sleutel)
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Pedalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
Hefboom voor aanpassing van de
stuurko
lom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Afdekking van de zekeringenhou-
der . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Hendel voor:
– Snelheidsreg
elsysteem (GRA)
– – – – –
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
23 24
25
26
27
28
29
30
31 Hendel om de motorkap te ontgren-
del
en
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
Knop pen v
oor:
– Elektrisc
he ruitbediening . . . . .131
– Kinderbeveiliging
. . . . . . . . . . . . 125 Let op
● Enkele v
an de hier vermelde uitrustingen
horen bij bepaalde type-uitvoeringen of zijn
optioneel.
● Bij de uitvoeringen met stuurwiel aan rech-
terzijde, i
s de indeling van de bedieningsele-
menten licht verschillend. Maar de symbolen
die toegewezen zijn aan deze bedieningsele-
menten stemmen overeen met die van de uit-
voeringen met stuurwiel aan de linkerzijde. 32
33
104
Page 120 of 340

Bedienen
openen en zich toegang tot de wagen ver-
sch
aff
en. In noodgevallen of bij ongelukken
kunnen de vergrendelde portieren echter de
toegang tot wagen om de inzittenden te hel-
pen in de weg staan.
● Laat kinderen of hulpbehoevenden nooit al-
leen achter in de w
agen. Met de drukknop
voor de centrale vergrendeling kunnen alle
portieren van binnenuit vergrendeld worden.
Hierdoor komen de inzittenden in de wagen
opgesloten te zitten. Opgesloten personen
kunnen aan extreem hoge of lage temperatu-
ren blootstaan.
● In een afgesloten wagen kan het, afhanke-
lijk van het
jaargetijde, zo extreem warm of
koud worden dat dit, vooral bij kleine kinde-
ren, tot ernstig letsel, ziekte of zelfs de dood
kan leiden.
● Laat nooit iemand in een vergrendelde wa-
gen achter
. In noodgevallen kan het voorko-
men dat opgesloten inzittenden de wagen
niet zelfstandig kunnen verlaten of geen hulp
kunnen krijgen. Beschrijving van centrale vergrende-
lin
g Met de centrale vergrendeling kunt u alle por-
tier
en en de ac
hterk
lep centraal ont- en ver-
grendelen:
● Van buitenaf, met autosleutel. ●
Van buiten
af met het Keyless Access
››› pag. 120-systeem,
● Van binnenuit, met drukknop voor centrale
vergrendelin
g ››› pag. 119.
Via het submenu Comfort van het menu
Configuratie of in een gespecialiseerde
werkplaats kunnen speciale functies van de
centrale vergrendeling worden in- of uitge-
schakeld ›››
pag. 26.
Als de autosleutel defect raakt, kunnen de
portieren en achterklep handmatig worden
vergrendeld of ontgrendeld.
Automatische vergrendeling (Auto Lock)
Zo nodig wordt de wagen automatisch ver-
grendeld wanneer er gereden wordt tegen
een snelheid vanaf ca.15 km/h (10 mph)
››› pag. 26. Wanneer de auto vergrendeld
is, licht het controlelampje van de knop van
de centrale vergrendeling geel ››› afb. 130
op.
Automatische ontgrendeling (Auto Unlock)
Wanneer de sleutel uit het contactslot wordt
gehaald, wordt de wagen en, zo nodig, alle
portieren en de achterklep automatisch ont-
grendeld ›››
pag. 26.
Wagen blokkeren na activeren airbags
Als de airbags door een ongeval afgaan,
wordt de wagen volledig ontgrendeld. Naar- gelang de ernst van de schade, wordt de wa-
gen na het on
geluk op de volgende manier
vergrendeld:
FunctieHandeling
De wagen ver-
grendelen met de drukknop
voor de centrale
vergrendeling:– Schakel het contact uit.
– Open een deur van de auto en
sluit ze opnieuw.
– Druk op de knop van de centrale
vergrendeling
.
De wagen ver-
grendelen met
de autosleutel:– Schakel het contact uit.
OF: de sleutel uit het contact trek-
ken.
– Een portier van de wagen één keer
openen.
– De wagen met de sleutel vergren-
delen. Let op
Als u de knoppen van de autosleutel ››› afb
.
129 of een van de centrale vergrendelings-
knoppen ››› afb. 130 herhaalde malen binnen
een korte tijd indrukt, wordt de centrale ver-
grendeling korte tijd afgesloten als bescher-
ming tegen overbelasting. De wagen is dan
ontgrendeld gedurende ca. 30 seconden. Als
u in die tijd geen van de portieren of de ach-
terklep opent, wordt de wagen automatisch
opnieuw vergrendeld. 118