airbag Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 265 of 340

Verzorging en onderhoud
dan kan het systeem automatisch een sig-
n aal
st
uren. Dit hangt van de netwerkbeheer-
der af. Normaal gesproken kunnen de signa-
len alleen verzonden worden in zones met
een groot bereik.
Geheugenmodule voor opslaan van ongeval-
gegevens (Event Data Recorder)
De wagen is niet uitgerust met een geheu-
genmodule voor het opslaan van ongevalge-
gevens.
In een geheugenmodule voor het opslaan
van ongevalgegevens wordt de wageninfor-
matie tijdelijk geregistreerd. Op deze manier
kan er bij een ongeval gedetailleerde infor-
matie over de oorzaak van het ongeval ver-
kregen worden. In wagens met airbagsys-
teem kunnen bijvoorbeeld gegevens over de
snelheid op het moment van de botsing, de
status van de gespen van de veiligheidsgor-
dels, de standen van de stoel en de active-
ringstijden van de airbags in het geheugen
worden opgeslagen. Het gegevensvolume is
afhankelijk van de fabrikant.
Alleen als de autobezitter toestemming
geeft, mag een geheugenmodule voor het
opslaan van ongevalgegevens worden inge-
bouwd. In sommige landen zijn er wetten die
dit regelen. Regelapparaten herprogrammeren
In het algemeen w
orden alle gegevens die
nodig zijn voor het beheren van onderdelen
in de regelapparaten opgeslagen. De pro-
grammering van sommige comfortfuncties,
zoals de knipperlichten, het afzonderlijk ope-
nen van portieren en de aanduidingen op het
scherm, kunnen met speciale apparaten die
in de gespecialiseerde werkplaatsen aanwe-
zig zijn worden gewijzigd. Als dit het geval is,
dan komen de informatie en beschrijvingen
uit het instructieboekje niet overeen met de
oorspronkelijke functies. SEAT raadt daarom
aan altijd elk type wijziging in het hoofdstuk
"Andere aantekeningen van de werkplaats"
van het Onderhoudsprogramma te raadple-
gen.
De technische dienst moet van elke wijziging
in de programmering op de hoogte worden
gebracht.
Storingsgeheugen van wagen uitlezen
In het interieur van de wagen bevindt zich
een diagnoseconnector voor het lezen van
het storingsgeheugen van de wagen. In het
storingsgeheugen worden de storingen en af-
wijkingen met betrekking tot de theoretische
waarden van de elektronische regelappara-
ten geregistreerd.
De diagnoseconnector bevindt zich in de voe-
tenruimte van de bestuurder, naast de hen-
del voor het openen van de motorkap, onder
een deksel. Het storingsgeheugen mag alleen door een
gespec
ialiseerde werkplaats geraadpleegd
en geactiveerd worden.
Mobiele telefoon in wagen gebruiken
zonder aansluit
en op buitenantenne Mobiele telefoons zenden radiogolven uit en
ontvan
g
en deze, zowel tijdens telefoonge-
sprekken als tijdens de wachtmodus. In hui-
dige wetenschappelijke publicaties wordt
vermeld dat radiogolven die bepaalde waar-
den overschrijden, schadelijk voor het men-
selijk lichaam kunnen zijn. Landen en inter-
nationale commissies hebben bereiken en
richtlijnen opgesteld met als doel de elektro-
magnetische straling afkomstig van mobiele
telefoons binnen bepaalde grenzen te hou-
den die niet schadelijk zijn voor de gezond-
heid. Toch zijn er geen onomstotelijke weten-
schappelijke bewijzen die aangeven dat
draadloze telefoons helemaal veilig zijn.
Daarom raden sommige deskundigen aan de
mobiele telefoon met mate te gebruiken tot
de resultaten van onderzoeken die nog lo-
pen, gepubliceerd worden.
Gebruikt u in de auto een mobiele telefoon
die niet op de buitenantenne voor telefoons
aangesloten is, dan kan de elektromagneti-
sche straling hoger zijn dan wanneer de mo-
biele telefoon aangesloten zou zijn op een »
263
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 266 of 340

Aanwijzingen
ingebouwde antenne of een andere
aan g
es
loten buitenantenne.
Als de wagen uitgerust is met een geschikt
handsfree apparaat, dan voldoet u aan de
wetgeving van vele landen die alleen het ge-
bruik van mobiele telefoons in wagens toe-
staan als dat met handsfree toestellen ge-
beurt.
Het in de fabriek ingebouwde handsfree sys-
teem is ontworpen voor gebruikt met conven-
tionele mobiele telefoons, en mobiele tele-
foons met Bluetooth-technologie. De mobiele
telefoons moeten in een geschikte telefoon-
houder worden geplaatst. Aan de andere
kant moet de telefoonhouder altijd volgens
de instructies op de basisplaat vastgeklikt
worden. Alleen op deze manier is de mobiele
telefoon goed op het dashboard vastge-
maakt, altijd binnen het bereik van de be-
stuurder en aangesloten op de buitenanten-
ne van de wagen.
Door de mobiele telefoon op een in de wagen
geïntegreerde antenne of op een op de mobi-
ele telefoon aangesloten buitenantenne aan
te sluiten, vermindert de elektromagnetische
straling die de telefoon uitzendt en bijgevolg
de effecten daarvan op het menselijk li-
chaam. Bovendien neemt de kwaliteit van de
verbinding ook toe.
Als u de mobiele telefoon zonder het hand-
sfree systeem in de wagen gebruikt, dan is
de mobiele telefoon niet stevig bevestigd en niet op de buitenantenne voor de telefoon
aanges
loten. Tevens wordt de telefoon via de
houder opgeladen. Ook kunnen de gevoerde
telefoongesprekken onderbroken worden en
zal de kwaliteit van de verbinding slechter
zijn.
Gebruik de mobiele telefoon alleen in de wa-
gen als de telefoon op een handsfree sys-
teem met buitenantenne aangesloten is. ATTENTIE
Als de mobiele telefoon los vervoerd wordt of
als niet
goed is vastgemaakt, kan deze bij
bruusk remmen, plotselinge manoeuvres, of
een ongeval door het interieur van de wagen
worden geslingerd en letsel veroorzaken.
● Mobiele telefoons moeten tijdens het rijden
altijd op de juist
e wijze en buiten het wer-
kingsgebied van de airbags worden beves-
tigd, of op een veilige plaats worden opgesla-
gen. ATTENTIE
Als u een mobiele telefoon of zendapparatuur
gebruikt die niet
op de buitenantenne aange-
sloten is, kan het maximum elektromagneti-
sche stralingsniveau in de wagen overschre-
den worden. Hetzelfde gebeurt als de buiten-
antenne verkeerd geïnstalleerd is.
● Houd tussen de antennes van de mobiele
telefoon en een p
acemaker een afstand aan
van ten minste 20 centimeter, omdat mobiele telefoons de goede werking van de pacema-
ker ku
nnen beïn
vloeden.
● Draag de mobiele telefoon nooit standby in
de borstzak
direct op de pacemaker.
● Wanneer u denkt dat er interferentie is,
moet u de mobiel
e telefoon direct uitschake-
len. 264
Page 275 of 340

Verzorging en onderhoud
stof beklede portierpanelen. Als klittenband-
s luitin
gen open
zijn, kunnen deze de bekle-
ding van de rugleuningen en de met stof
beklede portierpanelen beschadigen.
● Om beschadigingen te voorkomen, zorg er-
voor dat
voorwerpen en scherpe versiersels
niet in contact komen met de bekleding van
de rugleuningen en de met stof beklede por-
tierpanelen. Denk bij versiersels bijvoorbeeld
aan ritsen, klinknagels en kralen in kleding
of riemen.
● Verwijder regelmatig het stof en de vuil-
deeltjes die
zich ophopen in de openingen,
in de vouwen en de naden om te voorkomen
dat de zittingen beschadigd raken door schu-
rende deeltjes.
● Controleer of de kledingstukken kleurecht
zijn om te v
oorkomen dat deze afgeven en
vlekken veroorzaken in de bekleding. Dit is in
het bijzonder van belang bij lichte bekledin-
gen. VOORZICHTIG
Indien u deze belangrijke tips voor de verzor-
ging v an de bek
leding van de zitplaatsen niet
in acht neemt, kunnen de bekleding van de
rugleuningen en de met stof beklede portier-
panelen beschadigd raken of vlekkerig wor-
den. Let op
SEAT raadt u aan naar een gespecialiseerde
werkpl aat
s te gaan om alle vlekken in de be-
kleding die door het afgeven van kleding ont-
staan zijn, aldaar te laten behandelen. Reinigen van de bekleding van de rug-
leunin
g
en, met stof beklede portier-
panelen en delen bekleed met Alcan-
tara ® Reinigen van de bekleding van zittingen met
v
er
warmin
g, elektrisch verstelbare zittingen
of airbagonderdelen
In de zitplaats voor de bestuurder, de bijrij-
der en in sommige gevallen ook de zitplaat-
sen achter kunnen zich belangrijke onderde-
len van de airbags en elektrische verbindin-
gen bevinden. Als de zittingen en rugleunin-
gen beschadigd raken, worden gereinigd en
verkeerd worden behandeld of eroverheen
wordt gemorst, kan het elektrisch systeem
van de wagen ontregeld raken en de airbag-
systemen beschadigd raken ››› .
In z
itp l
aatsen met elektrische verstelling
resp. zitplaatsen met verwarming zijn elektri-
sche onderdelen en connectoren verwerkt die
beschadigd kunnen raken bij reiniging of ver-
keerde behandeling ››› . Tevens kan er
s c
h a
de aan andere delen van het elektrisch
systeem in de wagen ontstaan. Volg daarom de volgende instructies op bij
reiniging:
●
Gebruik
geen hogedruk- of stoomreiniger,
noch koude spr
ays.
● Gebruik geen oplosmiddelen in pastavorm
of oplos
singen op basis van een oplosmiddel
voor gevoelige delen.
● Voorkom in alle gevallen dat de bekleding
doorweekt r
aakt.
● Gebruik uitsluitend door SEAT goedgekeur-
de reinigings
producten.
● Bij twijfel, wend u tot een gespecialiseerd
reinigings
bedrijf.
Reinigen van de bekleding van zittingen zon-
der verwarming, stoelen zonder elektrische
verstelling noch airbagonderdelen
● Voordat u reinigingsproducten toepast, de
gebruiks
instructie alsmede de instructies en
waarschuwingen op de verpakking raadple-
gen en in acht nemen.
● Gebruik regelmatig een stofzuiger (met
zuigbors
tel) voor het reinigen van de bekle-
ding van de rugleuningen, de met stof bekle-
de portierpanelen, de Alcantara ®
bekleding
van de zittingen en de vloerbedekking.
● Gebruik geen hogedruk- of stoomreiniger,
noch koude spr
ays.
● Gebruik voor algemene reiniging een zach-
te spons
of een microvezel zeem die niet
pluist ››› .
»
273
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 276 of 340

Aanwijzingen
● Reinig de op
pervl
akken van Alcantara ®
met
een licht bevochtigde katoenen of wollen
doek of een microvezel zeem die niet pluist
››› .
A l
s het
vuil op de bekleding van de rugleu-
ningen en de met stof beklede portierpane-
len slechts oppervlakkig is, kunt u een reini-
gingsschuim gebruiken.
Als de bekleding en de met stof beklede por-
tierpanelen erg nat zijn, wordt geadviseerd
om voor reiniging eerst contact op te nemen
met een professioneel reinigingsbedrijf om
te kijken hoe deze eventueel beter gereinigd
kunnen worden. In geval van twijfel de reini-
ging laten uitvoeren door een gespeciali-
seerd reinigingsbedrijf.
Vlekken verwijderen
In het geval van vlekken kan het nodig zijn
het hele oppervlak en niet alleen de vlek in
kwestie schoon te maken. Vooral als het op-
pervlak door dagelijks gebruik vies is gewor-
den. Als u uitsluitend het gedeelte reinigt
waar zich de vlek bevindt, kan dat lichter
worden dan de rest. Bij twijfel, wend u tot
een gespecialiseerd reinigingsbedrijf. ATTENTIE
Bij schade aan een airbagsysteem is het mo-
gelijk d at
de betreffende airbag niet correct
opblaast of totaal niet functioneert resp.on- verwachts open gaat; dit kan leiden tot ern-
stig persoon
lijk
letsel of zelfs de dood.
● Laat het systeem onmiddellijk door een
specia
list controleren. VOORZICHTIG
Als de bekleding van de zitplaatsen met elek-
tri sche r
egeling, verwarming of airbagonder-
delen doorweekt raken, kunnen de interne
elektrische onderdelen alsmede het elek-
trisch systeem van de wagen beschadigd ra-
ken.
● Als de zitting doorweekt raakt, moet u di-
rect cont
act opnemen met een gespeciali-
seerde werkplaats voor het drogen en revise-
ren van de onderdelen van het systeem.
● Gebruik geen dampstralers omdat de damp
zich v
astzet waardoor het vuil nog hardnekki-
ger in het weefsel vast komt te zitten.
● Hogedrukreinigers of reinigers die werken
met koude spr
ay kunnen de bekleding be-
schadigen. VOORZICHTIG
● Gebruik bor s
tels alleen voor het schoonma-
ken van de vloerbedekking en de vloermat-
ten! Bekleding kan verder beschadigd raken
als deze wordt gereinigd met een borstel.
● Als oplosmiddelen in pastavorm of oplos-
singen met
oplosmiddelen op gevoelige de-
len worden aangebracht met een vochtige
doek of spons, kan na drogen een kring in de bekleding achterblijven, bijv. ten gevolge van
de reactiev
e s
toffen in het reinigingsmiddel.
Een kring is over het algemeen slechts lastig
of vrijwel niet te verwijderen. VOORZICHTIG
● In A lcant ar
a®
kan water in geen enkel geval
binnendringen.
● Alcantara ®
-bekleding m
ag in geen geval
met schoonmaakmiddelen voor leer, oplos-
middelen, boenwas, schoenpoets, vlekken-
verwijderaar en dergelijke worden behan-
deld.
● Gebruik geen borstels voor nat schoonma-
ken omdat het
oppervlak van het materiaal
beschadigd kan raken. Natuurlederen bekleding schoonma-
k
en en
ver
zorgen Bij twijfel m.b.t. het reinigen en verzorgen
v
an l
eren onder
delen in de wagen, wend u
tot een gespecialiseerd reinigingsbedrijf.
Verzorging en behandeling
Natuurleer is kwetsbaar omdat dit geen extra
beschermlaag heeft.
274
Page 277 of 340

Verzorging en onderhoud
● Ge bruik
re
gelmatig en na het reinigen van
het leer een verzorgingsmiddel met bescher-
ming tegen zonlicht en impregnerende werk-
ing. Deze producten voeden het leer, verho-
gen de soepelheid, geven het leer de moge-
lijkheid te ademen en stoten vocht af. Tegelij-
kertijd vormen deze een dunne bescher-
mingslaag.
● Reinig het leer elke 2 à 3 maanden en ver-
wijder vlekk
en zodra deze optreden.
● Behandel het leer elke 6 maanden met een
gesc
hikt leeronderhoudsmiddel.
● Breng de reinigings- en verzorgingsproduc-
ten in de minimale
vereiste hoeveelheid aan
met een droge katoenen of wollen doek die
niet pluist. Breng reinigings- en verzorgings-
producten nooit rechtstreeks aan op het leer.
● Vlekken zoals inkt van een balpen, gewone
inkt, lippenstif
t of schoensmeer indien moge-
lijk direct verwijderen.
● Onderhoud van leerkleur. Voor behoud van
de kleur een spec
iale kleurcrème aanbrengen
voor leer volgens voorschrift.
● Opwrijven met een zachte doek.
Schoonmaken
S
EAT raadt aan een licht bevochtigde katoe-
nen of wollen doek te gebruiken voor alge-
mene schoonmaaktaken.
Vermijd in het algemeen dat het leer te nat
wordt resp. dat water in de naden binnen-
dringt. Voor het reinigen
van de leren bek
leding
moet u het volgende in acht nemen ››› pag.
273, Reinigen van de bekleding van zittingen
met verwarming, elektrisch verstelbare zit-
tingen of airbagonderdelen . VOORZICHTIG
● Het leer m ag in g
een geval met oplosmid-
delen, vloerwas, schoenpoets, vlekkenverwij-
deraar en dergelijke worden behandeld.
● Als de vlek al geruime tijd aanwezig is en is
binnengedr
ongen in het leer, dan kan deze
niet meer worden verwijderd.
● Als een vloeistof gemorst wordt, veeg deze
dan onmiddellijk
met een absorberende doek
weg zodat de vloeistof niet in het leer of de
naden kan trekken.
● Als de wagen lang in de open lucht stil-
staat, dan r
aden wij aan het leer tegen direct
zonlicht te beschermen om verbleken te voor-
komen. Let op
Lichte verkleuringen van het leer door het ge-
bruik z ijn norm
aal. Kunstlederen bekleding schoonmaken
Voor het reinigen van de kunstleren bekle-
din
g moet u het
volgende in acht nemen
››› pag. 273, Reinigen van de bekleding van zittingen met verwarming, elektrisch verstel-
bare z
ittingen of airbagonderdelen .
Gebruik voor het schoonmaken van kunstle-
ren bekleding alleen water en neutrale
schoonmaakmiddelen. VOORZICHTIG
Het kunstleer mag nooit met oplosmiddelen,
vloerwa s, s
choenpoets, vlekkenverwijderaar
en dergelijke worden behandeld. Deze ver-
harden het materiaal waardoor het kunstleer
voortijdig beschadigd wordt. Opbergvakken, bekerhouder en asbak
s
c
hoonm ak
en Opbergvakken en bekerhouder schoonma-
k
en
Sommig e opberg
vakken en bekerhouders
beschikken over een uitneembaar rubberen
mat.
● Gebruik een schone, niet-pluizende doek
met water bev
ochtigde doek om de onderde-
len schoon te maken.
● Wanneer dat niet voldoende is, neem uw
toevlucht t
ot een speciaal oplossingsvrij
kunststofreinigings- en onderhoudsmiddel.
Asbak schoonmaken
● Verwijder de asbak en leeg hem. »
275
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 278 of 340

Aanwijzingen
● Maak
de a s
bak met een huishouddoekje
schoon.
Gebruik voor het schoonmaken van de siga-
rettendover bijvoorbeeld een tandenstoker of
een soortgelijk voorwerp om de asresten weg
te krabben.
Kunststof onderdelen, houten sierele-
menten en dashbo
ard verzorgen en
schoonmaken ●
Gebruik een schone, niet-pluizende doek
met w
ater bev
ochtigde doek om de onderde-
len schoon te maken.
● Maak de kunststof onderdelen (binnen- en
buitenzijde v
an wagen) en het dashboard
met een speciaal door SEAT goedgekeurd
product zonder oplosmiddel voor het
schoonmaken en onderhouden van het
kunststof schoon ››› .
● Behandel de houten
sier
elementen met een
mild zeepsopje. ATTENTIE
Door schoonmaakmiddelen met oplosmidde-
len wor dt
het oppervlak van de airbagmodu-
les poreus. Als de airbag bij een ongeval af-
gaat, kan het loskomen van plastic onderde-
len ernstig letsel veroorzaken. ●
Reinig het d a
shboard en het oppervlak van
de airbagmodules nooit met schoonmaak-
middelen met oplosmiddelen. Veiligheidsgordels schoonmaken
Als de veiligheidsgordel erg vies is, kan dit
het autom
ati
sch oprollen ervan bemoeilijken
waardoor de veiligheidsgordel niet correct
werkt.
Veiligheidsgordels mogen voor het schoon-
maken nooit worden uitgebouwd.
● Verwijder het zwaarste vuil met een zachte
borst el
››› .
● Trek de vervuilde veiligheidsgordel volledig
uit en l
aat de g
ordelband uitgerold.
● Maak de vervuilde veiligheidsgordels met
mild zeepsop sc
hoon.
● Wacht totdat de veiligheidsgordel helemaal
droog is.
● Ro
l de veiligheidsgordel alleen op als deze
helemaal dr
oog is. ATTENTIE
Controleer regelmatig de toestand van alle
veiligheid sg
ordels. Als het weefsel of andere
onderdelen van de veiligheidsgordel bescha-
digd zijn, moet u onmiddellijk naar een ge-
specialiseerde werkplaats gaan en de veilig-
heidsgordels laten uitbouwen en vervangen. Beschadigde veiligheidsgordels vormen een
belangrijk
g
evaar en kunnen ernstig of dode-
lijk letsel veroorzaken.
● Maak veiligheidsgordels en onderdelen van
de veiligheid
sgordels nooit schoon met che-
mische producten. Ze mogen ook niet in con-
tact komen met bijtende vloeistoffen, oplos-
middelen of puntige voorwerpen. Gebeurt dat
toch, dan vermindert de weerstand van het
riemweefsel van de veiligheidsgordel.
● Schoongemaakte veiligheidsgordels moe-
ten vóór het opr
ollen helemaal droog zijn.
Vocht kan de gordeloprolautomaat beschadi-
gen en de werking ervan schaden.
● Voorkom dat vloeistoffen of vreemde voor-
werpen in het klik
element van de sloten ge-
morst kunnen worden. Dit kan de werking van
de sloten en de veiligheidsgordels schaden.
● Probeer nooit om de veiligheidsgordels zelf
te repar
eren, te veranderen of uit te bouwen.
● Laat de veiligheidsgordels onmiddellijk
vervan
gen door gordels die goedgekeurd zijn
door SEAT voor de betreffende wagen. Veilig-
heidsgordels die tijdens een ongeval worden
belast en daardoor worden opgerekt, moeten
door een gespecialiseerde werkplaats worden
vervangen. Vervanging kan noodzakelijk zijn,
ook al lijken er geen zichtbare beschadiging
te zijn. Controleer voorts de verankeringen
voor de veiligheidsgordels. 276
Page 280 of 340

Aanwijzingen
VOORZICHTIG
De antennes aan de binnenzijde van de ruiten
kunnen be s
chadigd raken als voorwerpen die
in de wagen vervoerd worden erlangs schuren
of met reinigingsmiddelen of andere chemi-
sche corroderende of zuur bevattende stoffen
behandeld worden. Plak geen stickers op de
verwarmingsdraden en maak de binnenzijde
van de ruiten nooit met corroderende of zuur
bevattende reinigingsmiddelen, of een ander
soortgelijk chemisch product, schoon. Let op
Als elektrische apparaten, bijv. mobiele tele-
foons in de b
uurt van de dakantenne worden
gebruikt, kunnen er interferenties in de ont-
vangst van AM-zenders optreden. Informatie over reparaties van SEAT
ATTENTIE
Onjuist uitgevoerde reparaties of wijzigingen
kunnen s c
hade aan en storingen in de werk-
ing van de wagen veroorzaken en van invloed
zijn op de werking van de hulpsystemen voor
de bestuurder en het airbagsysteem. Dit kan
ernstige ongevallen tot gevolg hebben.
● Laat reparaties en wijzigingen aan de wa-
gen uitvoer
en door een gespecialiseerde
werkplaats. Wagens aan einde van levensduur in-
z
amel
en en v
erschroten Wagens aan einde van levensduur inzamelen
In veel
E
uropese landen bestaat al een uitge-
breid netwerk van inzamelingscentra voor ge-
bruikte wagens. Na het inleveren van de wa-
gen ontvangt u een vernietigingsbewijs waar-
op staat aangegeven dat de wagen in over-
eenstemming met de regelgeving en milieu-
vriendelijk verschroot zal worden.
U kunt de wagen gratis inleveren, mits u aan
de landelijke wettelijke voorschriften voldoet.
Neem contact op met een technische dienst
voor meer informatie over het inzamelen en
verschroten van wagens aan het einde van
hun levensduur.
Verschroting
Als de wagen of afzonderlijke delen van het
airbagsysteem en de gordelspanners worden
verschroot, moeten altijd de bestaande vei-
ligheidsvoorschriften worden opgevolgd. De-
ze voorschriften zijn bekend bij de gespecia-
liseerde werkplaatsen. Controleren en bijvullen
T ank
en
In l
eiding tot thema De tankklep zit rechtsachter op de wagen.
ATTENTIE
Het onvoorzichtig tanken of werken met
brands t
of kan een brand of ontploffing ver-
oorzaken met ernstige brandwonden en let-
sel tot gevolg.
● Zorg ervoor dat de vuldop steeds correct
geslot
en is om het verdampen en morsen van
brandstof te voorkomen.
● Brandstoffen zijn hoogst ontvlambare en
explos
ieve stoffen die brandwonden en ander
ernstig letsel kunnen veroorzaken.
● Als tijdens het tanken de motor niet is uit-
gezet of
het vulpistool niet volledig in de vu-
lopening van de brandstoftank is gestoken,
kan deze eruit vallen of kan er brandstof ge-
morst worden. En dit kan leiden tot brand, ex-
plosies en ernstig lichamelijk letsel.
● Tijdens het tanken moeten de motor, de in-
terieurvoor
verwarming ( ››› pag. 187) en het
contact om veiligheidsredenen uitgeschakeld
worden. 278
Page 325 of 340

Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst A
Aanbev o
len
versnelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 207
Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Aandrijfslipregeling (ASR) . . . . . . . . . . . . . 215, 216
Aanhaalmoment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 315 wielbouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Aanhangen beladen maximaal toelaatbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248 aanhangwagengewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
aankoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 253
alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
Functiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
kabel van aanhangwagen . . . . . . . . . . . 249, 253
Kogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
koplampen verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
Led-achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249, 253
optisch parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
parkeerhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 254
stabilisatie van wagen/aanhangwagen . . . . . 255
stang met kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
stang met kogelkop elektrisch ontgrendelen . 250
stopcontact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
trekhaak voor aanhangwagen inbouwen . . . . 256
Aanhangwagengewichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
Aantal plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . . . 106 Aanwijzingen op het scherm
buitentemper atuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
service-intervalindicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
verkeerstekenherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 241
ABS zie Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Accu aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
accuvloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . 299
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 299
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
ontladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
ontlading . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
positieve pool voor starthulp . . . . . . . . . . . . . . . 54
starthulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
stroomverbruikers automatisch uitschakelen 301
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
voorbereidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 299
zuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 300
Accu van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42, 298 hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
loskoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
Achterklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 noodsluiting en -opening . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
zie ook Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Achteruitkijkspiegels buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
Achteruitrijcamera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227 bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229modus 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230
modus 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230 Achteruitrijhulp
displ ay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
Gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
AdBlue bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 284
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 283
informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 284
minimale vulhoeveelheid . . . . . . . . . . . . . . . . 284specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
vulcapaciteit van tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Afdichtrubbers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 321
AFS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Afstandsbediening zie Sleutels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Afstandsbediening van de interieurvoorverwar- ming
de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Afstandsregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Afstelling lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Afvoer airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
wagens aan eind van levensduur . . . . . . . . . . 278
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Airbags zie Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 70 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
airbag voor de knieën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
dashboard schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . 276
gebruik van kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . 18, 75
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 72 323
Page 326 of 340

Trefwoordenlijst
wagen blokkeren na activering . . . . . . . . . . . . 118
w ag
en v
erzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182 bedieningselementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37, 182, 183
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
handbediende elektrische airconditioning . . 183
indirecte ventilatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
knoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
luchtcirculatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
plaatsen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 184
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
interieurbewaking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
vals alarm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
wegsleepbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Alcantara . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262, 277
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 214
Antidiefstalbouten antidiefstal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 85
Antimistlampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Antivries . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41, 294
Antivriesmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Armsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Asbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Asbelastingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 314
ASR in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . 215, 216
zie ook Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . 214 Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
Automatis
che rijlichtregeling . . . . . . . . . . . . . . . 136
Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . 204 kick-down . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
rijadviezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
uittrekblokkering van contactslot . . . . . . . . . . 194
Automatische wasinstallaties zie Wassen van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 266
Autosleutelset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 115
Auto wassen sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221, 224
AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
B Bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Bagagenet als tas in bagageruimte . . . . . . . . . . 169
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10, 128, 159 achterbank als laadoppervlak neerklappen . . 160
bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
elektrisch openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
elektrisch sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
hoedenplank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
net . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 166
rijden met geopende achterklep . . . . . . . . . . . 158
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302 aanduiding van het bandtype . . . . . . . . . . . . . 309
aanduiding voor banden met noodspannings- eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
bandenspanningsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307 behandeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
besch
adiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
doorgedrongen vreemde voorwerpen . . . . . . . 308
dopjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
draairichtinggebonden banden . . . . . . . . . . . . 310
excentriciteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
fouten in de uitlijning van de wielen . . . . . . . . 309
identificatiecode van de band (TIN) . . . . . . . . 310
looprichtinggebonden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
nieuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
opslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
oud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
schade voorkomen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 303
serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
slijtagemerktekens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
slijtage van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 308
snelheidssymbool . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
velgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
wielbalans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
wielen onderling verwisselen . . . . . . . . . . . . . 303
winterbanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 311
Bandenafdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 87
Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45, 87 band afdichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
band oppompen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
controle na 10 minuten rijden . . . . . . . . . . . . . . 89
gevallen waarin het niet mag worden gebruikt 87
meer dan een beschadigde band . . . . . . . . . . . 87
onderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Banden met noodspanningseigenschappen aanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
Bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
Bandenreparatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
324
Page 327 of 340

Trefwoordenlijst
Bandenreparatieset zie
Banden
afdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306, 315
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 245
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 306
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
Bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
BAS zie Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Batterij vervangen in de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . 116
Bedieningselementen op het stuur bediening van het audio- en telefoonsysteem 111
Bedieningselementen op het stuurwiel . . . . . . . 111
Bekerhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178 middenconsole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Bekleding van de zitplaatsen natuurlederen bekleding schoonmaken enverzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Bekleding van de zittingen kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
Bekleding: reinigen textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
Bekleding: schoonmaken kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
stoffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
Beladen aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
railsysteem met bevestigingselementen . . . . 166
scheidingsnet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . . 57 Besturing
elektromech anisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
stuurbekrachtiging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
stuurkolom vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Bestuurdersruimte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Beweegbare trekhaak van stang met kogelkop fietsenrek inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 251
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Binnenspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144 dimbaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Blikjeshouders achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
Bochtenlicht dynamisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
statisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 rijden met brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40, 281 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 281
Brandstofmeter benzine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 280
Brandstofverbruik waarom neemt het brandstofverbruik toe? . . 211
Brillenhouder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
BSD zie Dodehoekhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 235
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5, 6 Buitenland
langer verblijf met wagen . . . . . . . . . . . . . . . . 277
verkoop van wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 147
de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
elektrisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 250
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
verzorging van de wagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 268
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
C Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Cd-wisselaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172, 177
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
na activering van airbag . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
noodslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . 118
sleutel met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 119
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 282
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37, 182
Code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46, 85
Comfortfuncties herprogrammeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 263
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 136
Comfortopenen ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Comfortsluiten ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
325