airbag Seat Alhambra 2016 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2016, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2016Pages: 340, PDF Size: 7.27 MB
Page 149 of 340

Stoelen en hoofdsteunen
●
Klap de buit en
spiegel alleen in of uit wan-
neer er zich niemand in de baan van de spie-
gel bevindt.
● Let er bij het bewegen van de buitenspiegel
op dat uw
vingers niet tussen de spiegel en
de spiegelsteun ingeklemd kunnen raken. ATTENTIE
Het niet goed inschatten van de afstand met
de ac hteropk
omende wagen kan tot ongeval-
len met ernstige gevolgen leiden.
● Convexe of asferische spiegels vergroten
het blikv
eld maar de voorwerpen worden klei-
ner en verderaf weerspiegeld.
● Het gebruik van deze spiegels om de af-
stand tot
de volgende wagen in te schatten
wanneer u van rijstrook veranderd, is on-
nauwkeurig en kan ongevallen met ernstige
gevolgen veroorzaken.
● Gebruik zo mogelijk de binnenspiegel om
de afstand t
ot het achteropkomend verkeer of
in andere omstandigheden te beoordelen.
● Zorg dat u voldoende zicht naar achteren
hebt. VOORZICHTIG
● In een automati s
che wasstraat moeten de
buitenspiegels altijd worden ingeklapt.
● De elektrisch inklapbare buitenspiegels
mogen mechani
sch worden uit- of ingeklapt
omdat hierdoor de elektrische bediening be-
schadigd kan worden. Milieu-aanwijzing
De verwarming van de buitenspiegels moet
niet lan g
er dan nodig aan blijven staan. An-
ders wordt onnodig veel brandstof verbruikt. Let op
● De v er
warming van de buitenspiegels ver-
warmt in het begin op het hoogste vermogen,
na ongeveer 2 minuten verwarmt deze afhan-
kelijk van de buitentemperatuur.
● Bij een storing kunnen de elektrisch be-
diende buitens
piegels met de hand worden
ingesteld door tegen de rand van het spiege-
loppervlak te drukken. Stoelen en hoofdsteunen
D e s
toel
en en hoofdsteunen
verstellen
Stoelen handmatig verstellen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 13 ATTENTIE
Belangrijke informatie, tips, adviezen en
waars c
huwingen die u in het belang van uw
eigen veiligheid en de veiligheid van uw pas-
sagiers moet lezen en in acht nemen, vindt u
in het hoofdstuk Veilig rijden ››› pag. 57. ATTENTIE
● Vers t
el de voorstoelen uitsluitend terwijl de
wagen stil staat. Anders bestaat er gevaar
voor ongelukken.
● Voorzichtig bij het verstellen van de stoel-
hoogte! Door ong
econtroleerd of onachtzaam
te verstellen kunt u bekneld komen te zitten -
levensgevaarlijk!
● De rugleuningen van de voorstoelen mogen
niet te v
eel achterover staan tijdens het rij-
den. Anders kunnen de veiligheidsgordels en
het airbagsysteem hun beschermfunctie niet
vervullen, met het bijbehorend risico op ern-
stige letsels bij ongeval. 147
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 158 of 340

Bedienen
De rugleuning van de bijrijdersstoel kan om-
l aag
gek
lapt en vergrendeld worden in een
horizontale positie.
Indien voorwerpen vervoerd worden op de
omlaaggeklapte bijrijdersstoel, moet de
voorairbag van de bijrijder uitgeschakeld
worden ›››
pag. 18.
Rugleuning van de bijrijdersstoel naar voren
klappen
● Verwijder eventuele voorwerpen op de zit-
ting van de b
ijrijdersstoel ››› .
● Zet de bijrijdersstoel in zijn laagste stand
› ›
›
p
ag. 58.
● Schuif de hoofdsteun helemaal naar onder-
en ››› p
ag. 58.
● Ontgrendel de rugleuning van de bijrijders-
stoel in de ric
hting van de pijl ››› afb. 159 1 .
● Klap de rugleuning van de bijrijdersstoel
n aar
vor
en in de richting van de pijl ››› afb.
159 2 , tot ze in horizontale positie staat.
● De rugleuning van de bijrijdersstoel moet
v ei
lig v
astklikken in omlaaggeklapte positie.
Rugleuning van de bijrijdersstoel omhoog-
klappen
● Controleer dat geen enkel voorwerp of li-
chaamsdeel in het
scharnierbereik terecht-
komt. ●
Om de rugleuning
van de bestuurdersstoel
omhoog te klappen, ontgrendelt u deze op-
nieuw ››› afb. 160.
● Klap de rugleuning van de bestuurders-
stoel ac
hterwaarts omhoog, tot deze zich in
verticale stand bevindt. De rugleuning moet
vastklikken.
● De verticale rugleuning van de bijrijders-
stoel moet
veilig vastklikken. ATTENTIE
Het ongecontroleerd of onachtzaam omlaag-
en omhoogklap pen
van de rugleuning van de
bijrijdersstoel kan ernstig letsel veroorzaken.
● Klap de rugleuning van de bijrijdersstoel
enkel oml
aag en omhoog wanneer de wagen
stilstaat.
● Wanneer de rugleuning van de bijrijders-
stoel om
laaggeklapt is, moet de voorairbag
uitgeschakeld zijn en het controlelampje
PASSENGER AIRBAG OFF branden.
● Houd handen, vingers, voeten en andere li-
chaamsdelen w
eg van het loopvlak van de
scharnieren en het sluitmechanisme van de
stoel bij het omlaag- en omhoogklappen.
● Vloermatten of andere voorwerpen kunnen
gekneld rak
en in de scharnieren van de rug-
leuning van de bijrijdersstoel. Dit kan ertoe
leiden dat de rugleuning niet veilig vergren-
deld kan worden wanneer ze in verticale posi-
tie geplaatst wordt.
● Wanneer de rugleuning van de bijrijders-
stoel in
verticale positie geplaatst wordt, moet ze vastklikken. Indien de rugleuning
van de bijrijder
s
stoel niet vergrendeld is, kan
ze zich plotseling verplaatsen en ernstig let-
sel veroorzaken. ATTENTIE
De verankeringen van de stoel en blootlig-
g ende sc h
arnieren met omlaaggeklapte rug-
leuning van de bestuurdersstoel kunnen ern-
stig letsel veroorzaken bij bruusk remmen of
een ongeval.
● Vervoer nooit volwassenen of kinderen op
de bijrijderss
toel met omlaaggeklapte rug-
leuning.
● Wanneer de rugleuning van de bijrijders-
stoel om
laaggeklapt is, kan in de tweede zit-
rij enkel de buitenste zitplaats, achter de be-
stuurdersstoel, ingenomen worden. Dit geldt
ook voor het gebruik van kinderzitjes. 156
Page 159 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
Middenarmsteun Afb. 161
Middenarmsteun voorin. Om de middenarmsteun op
t
e til
len, duwt in
de richting van de pijl ››› afb. 161, klik per
klik.
Om de middenarmsteun omlaag te brengen
trekt u hem helemaal naar boven. Daarna
duwt u de middenarmsteun omlaag. ATTENTIE
De middenarmsteun kan de bewegingsvrij-
heid van de arm v
an de bestuurder beperken
en daardoor een ernstig ongeval veroorzaken.
● Tijdens het rijden moeten de vakken van de
middenarmst
eun steeds gesloten blijven.
● De middenarmsteun is niet bestemd voor
het ver
voeren van kinderen! Het aannemen
van een verkeerde zithouding kan ernstig let-
sel veroorzaken. Vervoeren en praktische uit-
ru
s
tin g
en
Vervoer van voorwerpen Inleiding tot thema Transporteer zware ladingen altijd in de ba-
gageruimt
e en
zorg ervoor dat de rugleunin-
gen rechtop zijn vastgeklikt. Gebruik altijd de
bevestigingsogen en een geschikt touw voor
het vastmaken van zware voorwerpen. Zorg
ervoor dat u de wagen nooit overbelast. Zo-
wel de nuttige lading als de verdeling van de
lading in de wagen heeft invloed op het rijg-
edrag en de remcapaciteit ››› .
ATTENTIE
Niet (goed) vastgemaakte voorwerpen kun-
nen bij een plot selin
ge rij- of remmanoeuvre
en bij een ongeval door het interieur worden
geslingerd. Dit gebeurt met name wanneer de
voorwerpen door een geactiveerde airbag
worden geraakt en bijgevolg door het interi-
eur van de wagen schieten. Neem het volgen-
de in acht om eender welk risico te verminde-
ren:
● Berg alle voorwerpen in de wagen op een
veilige p
laats op. Berg bagage en zware voor-
werpen altijd in de bagageruimte op.
● Maak voorwerpen altijd met geschikte tou-
wen of sp
anbanden vast zodat ze als er plot- seling geremd moet worden of in geval van
een ongev
a
l niet in de buurt van de voor- of
zijairbags terecht komen.
● Berg voorwerpen in het interieur van de wa-
gen zod
anig op dat ze tijdens het rijden niet
in de buurt van de airbags terecht kunnen ko-
men.
● Zorg ervoor dat tijdens het rijden de op-
bergvakk
en altijd gesloten blijven.
● Als de zitting van de bijrijdersstoel neerge-
klapt i
s, moeten alle voorwerpen van de zit-
ting zijn verwijderd. De neergeklapte rugleu-
ning van de voorpassagierstoel drukt kleine
en lichte voorwerpen omlaag. De gewichtsen-
sor van de zitting registreert deze druk en
stuurt daardoor verkeerde informatie naar het
regelapparaat van de airbag.
● Wanneer de rugleuning van de bijrijders-
stoel om
laaggeklapt is, moet de voorairbag
uitgeschakeld zijn en het controlelampje
PASSENGER AIRBAG OFF branden.
● Vastgemaakte voorwerpen mogen er nooit
aanleiding
voor zijn dat inzittenden een ver-
keerde zithouding gaan aannemen.
● Als vastgemaakte voorwerpen een stoel
blokkeren, m
ag niemand in deze stoel gaan
zitten. ATTENTIE
Het rijgedrag en de remcapaciteit van de wa-
gen v er
anderen als in de wagen zware, grote
voorwerpen worden getransporteerd. » 157
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 161 of 340

Vervoeren en praktische uitrustingen
–
Zet de aanj ag
er van de verwarming in de
hoogste stand. VOORZICHTIG
Met geopende achterklep verandert de lengte
en hoog te v
an de wagen. Rijden met beladen wagen
Neem het volgende in acht voor een goede
dy
n
amiek
van de beladen auto:
● Zet alle voorwerpen stevig vast ››› p
ag. 158.
● Geef voorzichtig gas.
● Voorkom bruusk remmen en bruuske ma-
noeuvres.
● R
em iets eerder.
● Neem indien nodig de aanwijzingen voor
het rijden met een aanhan
gwagen in acht
››› pag. 248.
● Neem indien nodig de aanwijzingen met
betrekking t
ot het dakdragersysteem in acht
››› pag. 170. ATTENTIE
Een schuivende lading heeft aanzienlijk veel
invloed op de st ab
iliteit en veiligheid van de
wagen, en kan tot een ernstig ongeval leiden.
● Maak de lading correct vast zodat deze niet
kan gaan sc
huiven. ●
Gebruik b ij
zware voorwerpen geschikte
touwen of spanbanden.
● Zet de rugleuning van de achterbank recht-
op. Bagageruimte
Inleidin g t
ot thema Transporteer zware ladingen altijd in de ba-
gageruimt
e en
zorg ervoor dat de rugleunin-
gen rechtop zijn vastgeklikt. Gebruik altijd de
bevestigingsogen en een geschikt touw. Zorg
ervoor dat u de wagen nooit overbelast. Zo-
wel de nuttige lading als de verdeling van de
lading in de wagen hebben invloed op het
rijgedrag en de remcapaciteit ››› .
ATTENTIE
Als u de wagen niet gebruikt of controleert,
sluit d an a
ltijd de portieren en achterklep om
het risico op ernstig of dodelijk letsel te ver-
minderen.
● Laat kinderen nooit zonder toezicht in de
wagen acht
er, vooral niet als de achterklep
geopend is. Kinderen zouden in de bagage-
ruimte kunnen komen en de klep van binnen-
uit dichtmaken waarna ze er zonder hulp niet
uit kunnen komen. Dit kan tot levensgevaar-
lijke verwondingen leiden. ●
Laat nooit k inder
en in en bij de wagen spe-
len.
● Vervoer nooit personen in de bagageruim-
te. ATTENTIE
Niet (goed) vastgemaakte voorwerpen kun-
nen b ij een plot selin
ge rij- of remmanoeuvre
en bij een ongeval door het interieur worden
geslingerd. Dit gebeurt met name wanneer de
voorwerpen door een geactiveerde airbag
worden geraakt en bijgevolg door het interi-
eur van de wagen schieten. Neem het volgen-
de in acht om eender welk risico te verminde-
ren:
● Berg alle voorwerpen in de wagen op een
veilige p
laats op. Berg bagage en zware voor-
werpen altijd in de bagageruimte op.
● Maak voorwerpen altijd met geschikte tou-
wen of sp
anbanden vast zodat ze als er plot-
seling geremd moet worden of in geval van
een ongeval niet door het interieur gelan-
ceerd worden en niet in de buurt van de voor-
of zijairbags terecht komen.
● Zorg ervoor dat tijdens het rijden de op-
bergvakk
en altijd gesloten blijven.
● Leg geen harde, zware of puntige voorwer-
pen in open opbergvakk
en in het interieur
van de wagen, op de hoedenplank of op het
instrumentenpaneel.
● Verwijder harde, zware of puntige voorwer-
pen van kl
eding en tassen uit het interieur » 159
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 194 of 340

Bedienen
Informatie over de stuurkolom Stuurkolom elektronisch vergrendelen
Wagen
s
met Keyless Access: de stuurkolom
wordt vergrendeld als het bestuurdersportier
wordt geopend terwijl het contact is uitge-
schakeld. Hiertoe moet de wagen zijn stilge-
zet en in geval van een automatische versnel-
lingsbak moet de keuzehendel in stand P zijn
gezet.
Als u eerst het bestuurdersportier en vervol-
gens het contact uitschakelt, wordt de elek-
tronische stuurkolomvergrendeling via het
contactslot of de in de portiergreep geïnte-
greerde sensor geactiveerd.
Stuurkolom mechanisch vergrendelen
Om pogingen tot diefstal van de wagen te
voorkomen, wordt aangeraden de stuurko-
lom vóór het uitstappen, te vergrendelen.
Stuurkolom vergren-
delenStuurkolom ontgren-
delen
Inparkeren ››› pag. 197.Draai het stuurwiel licht
om de stuurkolomvergren-
deling op te heffen.
De contactsleutel uit het
contactslot trekken.Sleutel in contactslot ste-
ken.
Draai het stuurwiel licht
tot u hoort dat de stuurko-
lom vergrendeld wordt.Houd het stuurwiel in deze
stand en schakel het con-
tact in. Elektromechanische besturing
In w
ag
ens
met een elektromechanische
stuurinrichting wordt de stuurbekrachtiging
automatisch aan de rijsnelheid en de draai-
hoek van het stuur en de wielen aangepast.
De elektromechanische stuurinrichting werkt
alleen bij draaiende motor.
Bij geheel of gedeeltelijk uitgevallen stuurbe-
krachtiging moet u er rekening mee houden
dat u voor het sturen aanzienlijk meer kracht
nodig heeft dan gewoonlijk.
Tegensturingssysteem
Het tegensturingssysteem helpt de bestuur-
der in gevaarlijke situaties. Hiertoe helpen
extra krachten in de stuurinrichting de be-
stuurder bij het tegensturen. ATTENTIE
Het tegensturingssysteem en de ESC helpen
de best uur
der de wagen te besturen in ge-
vaarlijke situaties. In alle situaties is het de
bestuurder die de wagen moet besturen. Het
tegensturingssysteem bestuurt de wagen
niet. Motor starten en stoppen
In l
eidin g t
ot thema Indicatie wegrijblokkering
Als
u een niet
-passende sleutel gebruikt of
als er een systeemstoring optreedt, wordt
of Wegrijblokkering actief in het
instrumentenpaneel weergegeven. De motor
kan niet worden gestart.
Duwen of slepen
De wagen kan om technische redenen door
aanslepen niet worden geduwd of gestart.
Probeer in plaats hiervan de wagen met be-
hulp van startkabels te starten. ATTENTIE
Als u de motor tijdens het rijden uitzet, is de
wagen moei lijk
er te stoppen; u kunt dan de
controle over de wagen verliezen en een ern-
stig ongeval veroorzaken.
● De remhulpsystemen, de stuurbekrachti-
ging, het airbag
systeem, de veiligheidsgor-
dels en bepaalde veiligheidsvoorzieningen
zijn alleen actief als de motor draait.
● Zet de motor alleen uit wanneer de wagen
stils
taat. 192
Page 198 of 340

Bedienen
●
Vermijd hoge mot or
toerentallen als de mo-
tor nog koud is, geef niet vol gas en belast de
motor niet sterk.
● Duw of sleep de wagen niet aan om de mo-
tor te st
arten. Niet verbrande brandstof kan
de katalysator beschadigen. Milieu-aanwijzing
Verwarm de motor niet door deze stationair te
l aten dr aaien. G
a direct rijden als het zicht
goed is. Hierdoor bereikt de motor sneller
zijn bedrijfstemperatuur en is de uitstoot van
schadelijke gassen lager. Let op
● Als de b
atterij van de sleutel bijvoorbeeld
bijna leeg is of leeg is, kan de motor niet met
de startknop gestart worden. In dit geval
moet u de startknop uit het contactslot halen
en in plaats hiervan de sleutel plaatsen.
● Bij het starten van de motor worden de be-
langrijks
te stroomverbruikers tijdelijk uitge-
schakeld.
● Na het starten van een koude motor kunnen
er om technis
che redenen even sterke trillin-
gen voelbaar zijn. Dit is normaal en geen re-
den om u zorgen te maken.
● Bij temperaturen onder de +5°C (+41°F)
kan er een beetje rook
onder de wagen ont-
staan wanneer de hulpverwarming ingescha-
keld is. Motor afzetten
Voer de handelingen uitsluitend in de aange-
geven
v
olgorde uit:
Wagens zonderKeyless AccessWagens met
Keyless Access
1.Breng de wagen onmiddellijk tot stilstand ››› .
2.Rempedaal intrappen en ingetrapt houden tot de
wagen tot stilstand is gekomen 4.
3.Indien uw wagen beschikt over automatische ver-
snellingsbak, plaatst u de keuzehendel in stand P.
4.Schakel de elektronisch parkeerrem in ››› pag.
197.
5.Draai de sleutel in het
contactslot in de stand
››› afb. 198 1
.
Druk de startknop kort
in
››› afb. 199. Als de
motor niet stopt, voer
dan een nooduitschake-
ling uit ››› pag. 194.
6.Schakel in geval van een handgeschakelde ver-
snellingsbak de 1ste versnelling of de achteruit- versnelling in. ATTENTIE
Zet de motor nooit uit als de wagen in bewe-
ging is. U z
ou de controle over de wagen kun-
nen verliezen en een ernstig ongeval veroor-
zaken.
● De airbags en gordelspanners zijn buiten
werking a
ls het contact is uitgeschakeld. ●
De rembek r
achtiger werkt niet bij uitge-
schakelde motor. Om de wagen stil te zetten
moet het rempedaal krachtiger worden inge-
trapt.
● Omdat de stuurbekrachtiging bij niet-draai-
ende motor niet werkt, moet
u meer kracht
voor het sturen gebruiken.
● Als u de autosleutel uit het contactslot
trekt, wordt
de stuurkolom vergrendeld en
kan de wagen niet meer bestuurd worden. VOORZICHTIG
Als u de wagen gedurende lange tijd met een
hoog mot ortoer
ental gereden hebt, kan de
motor na het uitzetten oververhit raken. Laat
de motor ongeveer twee minuten stationair
draaien voordat u de motor uitzet om te voor-
komen dat de motor beschadigd raakt. Let op
● Bij wagen s
met automatische versnellings-
bak kan de sleutel alleen uit het contactslot
getrokken worden als de keuzehendel in de
stand P staat.
● Na het stoppen van de motor is het moge-
lijk dat de
ventilator in de motorruimte nog
enkele minuten blijft draaien, ook als het
contact uitgeschakeld is of de sleutel uit het
contactslot gehaald is. De ventilator van de
radiateur gaat automatisch uit. 196
Page 234 of 340

Bedienen
Weergave op het display
Het s
nelheid sr
egelsysteem is in verscheide-
ne versies beschikbaar. In wagens met multi-
functie-indicator (MFA) wordt de geprogram-
meerde snelheid op het display in het instru-
mentenpaneel weergegeven.
Status afb. 218:
GRA tijdelijk uitgeschakeld. De gepro-
grammeerde snelheid wordt in kleine cij-
fers weergegeven.
Systeemfout. Raadpleeg een gespeciali-
seerde werkplaats.
GRA ingeschakeld. Het snelheidsgeheu-
gen is leeg.
De GRA is actief. De geprogrammeerde
snelheid wordt in grote cijfers weergege-
ven. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ››› in Controle- en
waars c
huwingslampjes op pag. 110 in acht
nemen. Snelheidsregelsysteem gebruiken
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›
›
p
ag. 32
Het snelheidsregelsysteem (GRA) zorgt er-
voor dat tijdens het vooruit rijden met snel-
heden vanaf ongeveer 20 km/u (12 mijl per A
B
C
D uur) de geprogrammeerde snelheid constant
w
or
dt aan
gehouden.
Het GRA vermindert alleen de snelheid wan-
neer het gaspedaal wordt bediend en er niet
geremd wordt ››› .
Hel lin
gen af
dalen met de SRS
Als het SRS de snelheid van de wagen bij het
omlaag rijden van een helling niet constant
kan houden, rem de wagen dan met het rem-
pedaal af en schakel indien nodig terug.
Automatisch uitschakelen
Het snelheidsregelsysteem SRS wordt auto-
matisch uitgeschakeld of tijdelijk onderbro-
ken:
● Als het systeem een storing detecteert die
de werking
van het SRS beïnvloeden kan.
● Als gedurende een bepaalde tijd de wagen
met een snelheid ger
eden wordt die hoger is
dan de geprogrammeerde snelheid vanwege
het intrappen van het gaspedaal.
● Als het rem- of koppelingspedaal wordt in-
getrapt.
● A
ls er wordt op- of teruggeschakeld.
● Als de airbag geactiveerd wordt. ATTENTIE
Als u met een constante snelheid niet op een
veilig e af
stand van andere weggebruikers kunt rijden, kan het gebruik van het snel-
heidsre
g
elsysteem tot ongevallen en ernstig
letsel leiden.
● Gebruik het snelheidsregelsysteem nooit in
druk verk
eer, als de veiligheidsafstand onvol-
doende is, op steile wegen, op bochtige of
gladde wegen (sneeuw, ijs, regen of stenen),
en op overstroomde wegen.
● Gebruik het SRS ook nooit buiten de ver-
harde we
gen of op onverharde wegen.
● Pas de snelheid aan en houd een veilige af-
stand aan tot
uw voorliggers afhankelijk van
het zicht, het klimaat, het wegdek en het ver-
keer.
● Schakel het snelheidsregelsysteem altijd
na gebruik
uit om te voorkomen dat de snel-
heid onverwacht geregeld wordt.
● Het is gevaarlijk weer terug te gaan naar de
opges
lagen snelheid wanneer die snelheid te
hoog is voor de omstandigheden van dat mo-
ment (wegdek, verkeer, weersgesteldheid).
● Bij het bergafwaarts rijden kan het snel-
heidsreg
elsysteem de snelheid niet constant
houden. Door het eigen gewicht van de wa-
gen kan de snelheid toenemen. Schakel terug
of rem de wagen met de voetrem af. 232
Page 261 of 340

Verzorging en onderhoud
Aanwijzingen
V er
zor
ging en onderhoud
Accessoires, onderdelen ver- vangen en wijzigingen
Inleiding tot thema ATTENTIE
Ongeschikte reserveonderdelen en accessoi-
res en w
erkzaamheden, wijzigingen en repa-
raties die verkeerd zijn uitgevoerd, kunnen
schade aan de wagen, ongelukken en ernstig
letsel veroorzaken.
● SEAT adviseert dringend alleen goedge-
keurde S
EAT-accessoires en originele SEAT ®
-
onderdelen te gebruiken. Hiervoor heeft SEAT
de betrouwbaarheid, veiligheid en geschikt- heid vastgesteld.
● Laat reparaties en wijzigingen aan de wa-
gen uitvoer
en door een gespecialiseerde
werkplaats. Deze gespecialiseerde werk-
plaatsen beschikken over de noodzakelijke
gereedschappen, diagnose-apparatuur, repa-
ratie-informatie en gekwalificeerd personeel.
● Monteer op de wagen alleen onderdelen
waarvan de
versie en eigenschappen over-
eenkomen met de fabrieksuitrusting.
● Plaats, bevestig of monteer nooit voorwer-
pen zoa
ls bekerhouders, telefoonhouders op de afdekkingen van of binnen de actieradius
van de airbagmodu
l
es.
● Gebruik uitsluitend die banden of velgen
die door SEAT
voor uw model wagen zijn vrij-
gegeven. Accessoires en onderdelen
SEAT raadt aan voor het kopen van accessoi-
res
en r
eserveonderdelen of bedrijfsmidde-
len eerst advies in te winnen bij een Officieel
SEAT-servicecentrum. Bijvoorbeeld wanneer u
in een later stadium accessoires wilt monte-
ren of een onderdeel wilt vervangen. Uw Offi-
ciële SEAT service kan u informatie geven
over de wettelijke bepalingen en de aanbeve-
lingen van productie inzake accessoires, re-
serveonderdelen en andere elementen.
SEAT adviseert alleen goedgekeurde SEAT-
accessoires en Originele SEAT ®
-onderdelen
te gebruiken. Hiervoor heeft SEAT de be-
trouwbaarheid, veiligheid en geschiktheid
vastgesteld. Daarnaast zorgen de Technische
Diensten ervoor dat de montage op een des-
kundige manier worden ingebouwd.
Ondanks dat SEAT de markt continu in de ga-
ten houdt, garandeert SEAT niet dat de niet
door SEAT goedgekeurde producten betrouw-
baar, veilig en geschikt zijn voor de wagen.
SEAT is daarom niet aansprakelijk voor de
producten, ook niet als in bepaalde gevallen
een bepaald, officieel erkend technisch keu- ringsinstituut of een officiële instantie hier-
voor goedk
eurin
g heeft gegeven.
Naderhand ingebouwde apparaten die direct
de controle van de bestuurder over de wagen
beïnvloeden moeten voorzien zijn van een e-
code (keuringscode van de Europese Unie)
en voor uw wagen door SEAT zijn goedge-
keurd. Hieronder vallen bijvoorbeeld snel-
heidsregelsystemen of elektronisch geregel-
de dempingen.
De extra aangesloten stroomverbruikers die
niet voor de directe controle van de wagen
dienen, moeten zijn voorzien van een -co-
de (conformiteitsverklaring van de fabrikant
in de Europese Unie). Hieronder vallen bij-
voorbeeld koelboxen, computers of ventila-
tors. ATTENTIE
Niet deskundig uitgevoerde reparaties of wij-
ziging en aan de w
agen kunnen het gedrag
van de airbags beïnvloeden en storingen in
de werking of fatale ongelukken veroorzaken.
● Plaats, bevestig of monteer nooit voorwer-
pen zoa
ls bekerhouders, telefoonhouders op
de afdekkingen van of binnen de actieradius
van de airbagmodules.
● Voorwerpen die zich op de afdekkingen van
of binnen de actiera
dius van de airbags be-
vinden, kunnen ernstig of fataal letsel veroor-
zaken als de airbags geactiveerd worden. 259
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 263 of 340

Verzorging en onderhoud
De eigenaar van de wagen moet de docu-
ment atie met
betrekk
ing tot het inbouwen
van extra uitrusting bewaren en als hij de wa-
gen gaat verschroten overhandigen bij de
overdracht van de wagen. Op deze manier
wordt gegarandeerd dat de wagens met deze
uitrustingen op een milieuvriendelijke wijze
worden gerecycled. ATTENTIE
Onjuist uitgevoerde reparaties of wijzigingen
kunnen s c
hade aan en storingen in de werk-
ing van de wagen veroorzaken en van invloed
zijn op de werking van de hulpsystemen voor
de bestuurder. Dit kan ernstige ongevallen
tot gevolg hebben.
● Reparaties en wijzigingen aan de wagen
mogen all
een door een gespecialiseerde
werkplaats worden uitgevoerd. Reparatie van en storingen in airbag-
sy
s
teem Neem tijdens reparaties en technische wijzi-
gin
g
en de S
EAT-richtlijnen in acht! ››› Wijzigingen en reparaties van voorbumpers,
por
tier
en, v
oorstoelen, en reparaties aan het
dak of de carrosserie mogen alleen door een
gespecialiseerde werkplaats worden uitge-
voerd. In deze wagenonderdelen bevinden
zich onderdelen en sensoren van het airbag-
systeem. Wanneer u werkzaamheden aan de airbags
uitvoert
en systeemonderdelen vanwege an-
dere reparatiedoeleinden uit- en inbouwt,
kunnen onderdelen van het airbagsysteem
worden beschadigd. Dat kan tot gevolg heb-
ben dat de airbags in geval van een aanrij-
ding niet goed of helemaal niet werken.
Om de beschermende werking van de air-
bags niet te beïnvloeden en te voorkomen
dat uitgebouwde onderdelen lichamelijk let-
sel en milieuvervuiling veroorzaken, moeten
de voorschriften in acht genomen worden.
Deze voorschriften zijn bekend bij de gespe-
cialiseerde werkplaatsen.
Als de ophanging van de wagen gewijzigd
wordt, kan dit in geval van een botsing gevol-
gen hebben voor de werking van het airbag-
systeem. Als er bijvoorbeeld combinaties van
wielen en banden gebruikt worden die niet
goedgekeurd zijn door SEAT, als de wagen
minder hoog wordt, de ophanging stijver
wordt gemaakt en de terugslagveren, veerpo-
ten, schokdempers, enz. worden gewijzigd,
kunnen de door de sensoren van de airbags
gemeten en aan het regelapparaat doorgege-
ven resultaten, gewijzigd worden. Sommige
wijzigingen aan de ophanging kunnen bij-
voorbeeld de door de sensoren gemeten
kracht laten toenemen waardoor het airbag-
systeem bij botsingen geactiveerd wordt;
krachten die onder normale omstandigheden
niet geregistreerd zouden zijn en waarbij de
airbags niet geactiveerd zouden zijn. Andere wijzigingen kunnen de door de sensoren ge-
regis
treerde krachten laten afnemen, waar-
door de airbags niet geactiveerd worden
wanneer dat wel zou moeten gebeuren. ATTENTIE
Onjuist uitgevoerde reparaties of wijzigingen
kunnen s c
hade aan en storingen in de werk-
ing van de wagen veroorzaken en van invloed
zijn op de werking van het airbagsysteem. Dit
kan ernstige of fatale ongevallen tot gevolg
hebben.
● Reparaties en wijzigingen aan de wagen
mogen all
een door een gespecialiseerde
werkplaats worden uitgevoerd.
● De airbagmodules mogen niet gerepareerd
worden: z
e moeten worden vervangen.
● Bouw nooit airbagonderdelen in die gerecy-
cled of afk
omstig zijn van gebruikte wagens. ATTENTIE
Een wijziging van de ophanging van de wa-
gen, waar onder ook
het gebruik van combina-
ties van niet-goedgekeurde wielen en ban-
den, kan de werking van de airbags beïnvloe-
den waardoor het risico op ernstige of dode-
lijke verwondingen bij ongevallen toeneemt.
● Bouw nooit onderdelen van de ophanging
in waarvan de eig
enschappen niet exact over-
eenkomen met de eigenschappen van de oor-
spronkelijke wagenonderdelen.
● Gebruik nooit combinaties van banden en
velgen die niet
door SEAT zijn goedgekeurd. 261
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 264 of 340

Aanwijzingen
Zendapparatuur naderhand inbouwen Om zendapparatuur in de wagen te kunnen
gebruik
en, i
s een buitenantenne nodig.
Het naderhand inbouwen van elektrische of
elektronische apparaten is onderhevig aan
de goedkeuring ervan voor de wagen. In be-
paalde gevallen kan daardoor de wettelijke
goedkeuring voor uw wagen worden inge-
trokken.
SEAT heeft voor uw wagen het gebruik van
zendapparatuur onder de volgende voor-
waarden vrijgegeven:
● De buitenantenne moet op deskundige wij-
ze wor den in
gebouwd.
● Een maximaal zendvermogen van 10 watt.
Alleen met
een buitenantenne wordt het opti-
male bereik van de apparaten bereikt.
Wanneer u zendapparatuur met een zendver-
mogen van meer dan 10 watt wilt gebruiken,
neem dan contact op met een gespecialiseer-
de werkplaats. Zij zijn vertrouwd met de tech-
nische mogelijkheden van de installatie.
SEAT raadt u aan de Technische Dienst te
raadplegen.
Houd rekening met de wettelijke bepalingen
en de aanwijzingen en inbouwinstructies van
zendapparatuur. ATTENTIE
Als de zendapparatuur los vervoerd wordt of
niet goed i s
vastgemaakt, kan deze bij bruusk
remmen, plotselinge manoeuvres, of een on-
geval door het interieur van de wagen worden
geslingerd en letsel veroorzaken.
● Zendapparatuur moet tijdens het rijden al-
tijd op de juiste w
ijze en buiten het werkings-
gebied van de airbags worden bevestigd, of
op een veilige plaats worden opgeslagen. ATTENTIE
Als u zendapparatuur gebruikt die niet op de
buiten ant
enne aangesloten is, kan het maxi-
mum elektromagnetische stralingsniveau in
de wagen overschreden worden. Hetzelfde
gebeurt als de buitenantenne verkeerd geïn-
stalleerd is.
● Gebruik alleen zendapparatuur in de wagen
als dez
e aangesloten is op een volgens de in-
structies aangesloten buitenantenne. Door regelapparaten in geheugen op-
g
e
sl
agen informatie Uw wagen bevat in de fabriek ingebouwde
el
ektr
onis
che regelapparaten die onder an-
dere het motormanagement en de versnel-
lingsbak regelen. De regelapparaten contro-
leren daarnaast de goede werking van het
uitlaatgassysteem en het airbagsysteem. Deze elektronische regelapparaten analyse-
ren hiervoor onder het
rijden constant de wa-
gengegevens. Als er storingen of afwijkingen
met betrekking tot de theoretische waarden
optreden, worden alleen die gegevens in het
geheugen opgeslagen. In het algemeen geldt
dat de storingen worden aangeduid via de
controlelampjes in het instrumentenpaneel.
Deze gegevens kunnen alleen met speciale
apparaten worden geraadpleegd en geanaly-
seerd.
Omdat de gegevens in het geheugen worden
opgeslagen, kunnen de gespecialiseerde
werkplaatsen de storingen detecteren en ver-
helpen. In het geheugen kunnen onder ande-
re de volgende gegevens zijn opgeslagen:
● Gegevens over de motor en de versnel-
lingsb
ak
● Snelheid
● Rijrichting
● Remkracht
● Detectie van veiligheidsgordel
De in de wagen g
eïntegreerde regelappara-
ten nemen in geen geval de in de wagen ge-
voerde gesprekken op.
In wagens met noodoproepfunctie via de mo-
biele telefoon of andere aangesloten appara-
ten kan de huidige positie worden doorgege-
ven. Als het regelapparaat een ongeval regi-
streert waarbij de airbags geactiveerd zijn,
262