radio Seat Alhambra 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Alhambra, Model: Seat Alhambra 2017Pages: 340, PDF Size: 6.99 MB
Page 184 of 340

Bedienen
Climatronic: De temperatuurweergave op het
s c
herm
van de radio of het geïnstalleerde na-
vigatiesysteem omzetten van de fabrieksin-
stellingen
Het omzetten van de temperatuurindicatie
van Celsius naar Fahrenheit op het scherm
van de radio resp. het navigatiesysteem is
mogelijk via het menu op het instrumenten-
paneel ›››
pag. 30.
Het koelsysteem kan niet geactiveerd wor-
den
Als het koelsysteem niet kan worden inge-
schakeld, kan dit de volgende oorzaken heb-
ben: ●
De motor s taat uit.
● De ventilator is uitgeschakeld.
● De zekering van de airco is doorgebrand.
● De buitentemperatuur is lager dan ca.
+3 °C (+38 °F).
● D
e compressor van de airconditioning is tij-
delijk uitg
eschakeld omdat de motorkoel-
vloeistof te veel is opgewarmd.
● Er is sprake van een andere storing aan de
wagen. Laat
de wagen door een gespeciali-
seerde werkplaats nakijken. Bijzonderheden
In het gev
al van een hoge luchtvochtigheid
en omgevingstemperatuur is het mogelijk dat
condenswater van de verdamper van de airco
kan uitlopen en een plas vormt onder de wa-
gen. Dit is normaal en geen teken van lekka-
ge! Let op
Na het starten van de motor kan het resteren-
de v oc
ht dat zich in de airconditioning opge-
hoopt heeft, de voorruit bewasemen. Zet de
ontwasemingsfunctie aan om de voorruit zo
snel mogelijk schoon te maken. Luchtroosters
Afb. 196
Luchtroosters in het dashboard.182
Page 222 of 340

Bedienen
Optisch parkeersysteem* (OPS) Afb. 210
Aanduiding van OPS op het display:
A er is een obstakel in de botszone waarge-
nomen; B er is een obstakel in het segment
w aar
g
enomen; C geregistreerde zone achter
de w ag
en. Afb. 211
Aanduiding van OPS op het display:
A er is een obstakel in het segment waarge-
nomen; B geregistreerde zone voor de wa-
g en. Het optische parkeersysteem is een aanvul-
lin
g op de p
ark
eerhulp ››› pag. 219 en het in-
parkeersysteem ››› pag. 221.
In het in de fabriek ingebouwde scherm van
de radio of het navigatiesysteem wordt de
door de voorste en achterste sensoren van de
wagen opgepikte zone weergegeven. De mo-
gelijke obstakels worden ten opzichte van de
wagen ››› weergeven.
FunctieNodige handelingen
Schakel de dis-
playweergave in:Schakel de parkeerhulp
››› pag. 219
of het inparkeersysteem ››› pag.
221 in. Het OPS wordt automatisch
ingeschakeld.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:Druk een zoneselectietoets op de in
de fabriek ingebouwde radio of het
navigatiesysteem in.
OF: Druk de functietoets
of RVCop het scherm kort in.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:
Rijd vooruit met ongeveer
10-15 km/u (6-9 mph).
Bij wagens met achteruitkijkcamera
schakelt u de achteruitversnelling in
››› pag. 225. De displayweergave
verdwijnt en het camerabeeld wordt
weergegeven. Gecontroleerde zones
D
e
z
one waarin obstakels herkend worden,
strekt zich voor de wagen ongeveer 120 cm
en naar de zijkanten ongeveer 60 cm uit
››› afb. 211 B . Achter de wagen wordt eenzone van ongeveer 160 cm en aan de zijkan-
t
en
v
an ongeveer 60 cm geanalyseerd ››› afb.
210 C .
Aanduidin g op het
s
cherm
De getoonde grafiek geeft de gecontroleerde
zones in verscheidene segmenten weer.
Naarmate de wagen een obstakel nadert,
komt het segment steeds dichter bij de weer-
gegeven wagen ››› afb. 210 B en
›››
afb
. 211
A . Ten slotte bij het aanduiden van het voor-
l aats
t
e segment, betekent dit dat de botszo-
ne bereikt is. Zet de wagen stil!
Afstand van wagen
tot obstakelGe-
luids-
signaal
In kleurendis-
play: kleur van segment wan- neer een ob-stakel wordt
waargenomen
Voor: ongeveer 31 -
120 cm
Achter: ongeveer 31 -
160 cmIntermit- terendgeluidGeel
Ongeveer 0 - 30 cm
voor of achter a)Constant
gefluitRood
a) Bij wagens met in de fabriek ingebouwde trekhaak wordt het
constante gefluit bij een iets grotere afstand geproduceerd.
220
Page 223 of 340

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
Met aanhangwagen
Bij w ag
en
s met in de fabriek ingebouwde
trekhaak en een elektrisch aangesloten aan-
hangwagen wordt in het scherm de bijbeho-
rende grafiek weergegeven. In dit geval wor-
den de afstanden achter de wagen niet weer-
gegeven.
Geluid van parkeerhulp uitschakelen
U kunt het geluid van de akoestische waar-
schuwingen van het OPS uitschakelen door
de knop in het scherm van de radio of het
n av
ig
atiesysteem kort in te drukken. Om de
akoestische waarschuwingen weer in te scha-
kelen drukt u de knop opnieuw kort in.
Wanneer u het OPS uitschakelt en opnieuw
inschakelt, wordt de onderdrukking van het
geluid geannuleerd. De foutmeldingen kun-
nen niet worden uitgeschakeld. ATTENTIE
Laat u niet afleiden door naar het display te
kijk en. Inparkeersysteem* (Park As-
s
is
t)
Inleiding tot thema
›› ›
Tab. op pag. 2 Het inparkeersysteem helpt de bestuurder bij
het
z
oeken naar een geschikte parkeerplaats,
bij het parkeren van de wagen in plekken die
parallel aan en schuin op het wegdek staan,
en bij het verlaten van de parkeerplaats als
de wagen parallel aan het wegdek gepar-
keerd staat.
Het inparkeersysteem is onderhevig aan de
eigen beperkingen van het systeem, en het
gebruik ervan vereist dat de bestuurder zeer
goed moet opletten ››› .
D e p
ark
eerhulp is een onderdeel van het in-
parkeersysteem dat de bestuurder helpt bij
het op de parkeerplaats parkeren van de wa-
gen.
Bij wagens met optisch parkeersysteem
(OPS) wordt op het scherm van de radio of
het navigatiesysteem de aan de achterkant
van de wagen gecontroleerde zone weerge-
geven, waarbij - binnen de beperkingen van
het systeem - de relatieve positie van de ob-
stakels ten opzichte van de wagen worden
aangeduid.
Het inparkeersysteem kan niet worden inge-
schakeld als de in de fabriek ingebouwde
trekhaak op een elektrische wijze op de aan-
hangwagen aangesloten is. ATTENTIE
Ondanks de hulp van het inparkeersysteem
moet u tijden s
het parkeren geen risico's lo- pen. Ondanks het systeem moet de bestuur-
der te a
l
len tijde opmerkzaam blijven.
● Onbedoelde bewegingen van de wagen
kunnen ern
stig letsel veroorzaken.
● Pas de snelheid en de rijstijl aan het zicht,
het we
gdek, het verkeer en de weersomstan-
digheden aan.
● Het oppervlak van bepaalde voorwerpen en
kledin
g, en externe geluidsbronnen kunnen
de signalen van de parkeerhulp of de sys-
teemsensoren negatief beïnvloeden, of de
signalen ervan niet weerkaatsen.
● De sensoren hebben dode hoeken waarin
personen en ob
jecten niet kunnen worden
waargenomen.
● Houd de omgeving van de wagen altijd in
de gaten omd
at de sensoren niet altijd kleine
kinderen, dieren of voorwerpen detecteren. VOORZICHTIG
● Het inp ark
eersysteem richt zich uitsluitend
op andere geparkeerde wagens en let niet op
stoepranden of andere omstandigheden. Let
erop dat u de banden en wielen tijdens het
parkeren niet beschadigd. Onderbreek indien
nodig op tijd de manoeuvre om te voorkomen
dat de wagen beschadigd raakt.
● Voorwerpen als aanhangerdissels, dunne
stan
gen, hekwerken, palen en bomen worden
in bepaalde omstandigheden niet door de
sensoren herkend en kunnen tot beschadi-
ging van de wagen leiden. » 221
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 227 of 340

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
Ingrijpen van remmen Het inparkeersysteem helpt de bestuurder
door autom
ati
sch te remmen. De automati-
sche remfunctie ontheft de bestuurder niet
van zijn verantwoordelijkheid om het gaspe-
daal, rempedaal en koppelingspedaal te be-
dienen ››› .
Remmen om s c
hade te voorkomen als gevolg
van verkeerde snelheid
Het is mogelijk dat de remmen ingrijpen om
een verkeerde snelheid te voorkomen. U kunt
doorgaan met de parkeermanoeuvre. De rem-
men grijpen tijdens elk parkeerhandeling
één keer in.
Remmen om schade te beperken
Als u met de wagen een obstakel nadert, is
het mogelijk dat de remmen automatisch in-
grijpen. Onder bepaalde omstandigheden
(bijv. storm, detectie van ultrasone geluiden,
wagenstatus, lading, helling) is het mogelijk
dat het inparkeersysteem de wagen volledig
voor een obstakel stilzet.
● Trap het rempedaal in ››
›
!
Het inp
ark
eersysteem grijpt na tussenkomst
van de remmen niet meer in. ATTENTIE
Ondanks de hulp van het inparkeersysteem
moet u tijden s
het parkeren geen risico's lo-
pen. Ondanks het systeem moet de bestuur-
der te allen tijde opmerkzaam blijven.
● Wees altijd op uw hoede om te remmen.
● Het automatisch remmen stopt na ongeveer
1,5 seconden. Z
et na het automatisch rem-
men zelf de wagen stil. Achteruitrijcamera* (Rear View
C
amer
a)
In
leiding tot thema De in de achterklep ingebouwde camera
helpt
de be
s
tuurder bij het parkeren of ach-
teruit rijden. In het in de fabriek ingebouwde
scherm van de radio of het navigatiesysteem
wordt het camerabeeld en enkele door het
systeem gegenereerde oriëntatiepunten
weergegeven.
U kunt een keuze maken uit twee soorten ori-
ëntatiepunten (modi):
● Modus 1 : achteruit
rijdend haaks op het
wegdek parkeren (bijv. op een parkeer-
plaats).
● Modus 2 : achteruit
rijdend parallel aan de
rand van het wegdek parkeren. U kunt de modus wijzigen door de knop in
het dis
play van de radio of het navigatiesys-
teem in te drukken. De modus waarnaar over-
geschakeld kan worden, wordt altijd alleen
weergegeven. ATTENTIE
Als u de camera gebruikt voor het berekenen
van de af s
tand van de wagen tot obstakels
(personen, wagens, enz.), houdt er dan reke-
ning mee dat dit onnauwkeurig is. U kunt
hierdoor ongevallen en ernstig letsel veroor-
zaken.
● De cameralens vergroot en vervormt het
blikv
eld en geeft de voorwerpen anders en
vaag op het scherm weer.
● Het is mogelijk dat bepaalde voorwerpen
niet of niet
er duidelijk weergegeven worden
(bijv. dunne palen of hekken) vanwege de re-
solutie van de monitor, of als er weinig licht
is.
● De camera heeft dode hoeken waarin per-
sonen en obj
ecten niet kunnen worden waar-
genomen.
● Houd de cameralens schoon en vrij van
sneeuw en ij
s. Bedek de lens niet. ATTENTIE
De intelligente techniek in de achteruitkijkca-
mera k an de n
atuurkundig en door het sys-
teem zelf bepaalde grenzen niet overwinnen.
Het onachtzame of ongecontroleerde gebruik » 225
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 229 of 340

Systemen ter ondersteuning van de bestuurderBediening in wagens zonder optisch parkeersys-
teem (OPS)
De aanduiding
automatisch in-
schakelen:Schakel de achteruitrijversnelling
bij ingeschakeld contact of draai-
ende motor in. Modus 1 wordt
weergegeven.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:
Druk op een toets om het gebied
op de radio of het navigatiesys-
teem te selecteren
››› brochure Ra-
dio of ››› brochure Navigatiesys-
teem.
OF: druk op de knop
op het
scherm.
OF: Na het uitschakelen van het
contact wordt het beeld van de ach-
teruitkijkcamera kort op het scherm
weergegeven.
De aanduiding
uitschakelen door
de achteruitrijver-
snelling uit te
schakelen:Het beeld wordt na ongeveer 10 se-
conden uitgeschakeld.
De aanduiding
uitschakelen door
vooruit te rijden:Rijd vooruit met een minimale snel-
heid van ca. 15 km/u (9 mph).
Bediening in wagens met optisch parkeersysteem
(OPS)
De aanduiding
automatisch in-
schakelen:Schakel de achteruitrijversnelling
bij ingeschakeld contact of draai-
ende motor in. Modus 1 wordt
weergegeven.
Schakel de dis-
playweergave
handmatig uit:
Druk op een toets om het gebied
op de radio of het navigatiesys-
teem te selecteren ››› brochure Ra-
dio of ››› brochure Navigatiesys-
teem.
OF: druk op de knop
op het
scherm.
OF: Na het uitschakelen van het
contact wordt het beeld van de ach-
teruitkijkcamera kort op het scherm
weergegeven.
Indrukken toets .
De aanduiding
uitschakelen door
de achteruitrijver-
snelling uit te
schakelen:Onmiddellijk hierna wordt de aan-
duiding van het OPS weergegeven.
De aanduiding
uitschakelen door
vooruit te rijden:Rijd vooruit met een minimale snel-
heid van ca. 10 km/u (6 mph). Bijzonderheden
1) Gebruik de achteruitkijkcamera in de volgen-
de gevallen niet:
– Als er een storing in de dynamische regeling van het
onderstel (DCC) optreedt.
– Als het beeld niet duidelijk of betrouwbaar wordt
weergegeven (weinig zicht of vieze lens).
– Als de ruimte achter de wagen niet duidelijk en in zijn
geheel herkend wordt.
– Als achter in de wagen te veel lading ligt.
– Als de bestuurder niet bekend is met het systeem.
1) Gebruik de achteruitkijkcamera in de volgen-
de gevallen niet:
– Als de achterklep geopend is.
– Als de stand of de inbouwhoek van de camera is ver-
anderd (bijv. na een aanrijding), moet u het systeem in
een gespecialiseerde werkplaats laten nakijken.
2) Gezichtsbedrog door de camera (voorbeel-
den)
De beelden van de achteruitrijcamera zijn tweedimen-
sionaal. Gleuven in het wegdek of voorwerpen die uit de
grond of andere wagen steken, zijn moeilijk herkenbaar,
of worden niet weergegeven vanwege het ontbreken van
diepte van het schermbeeld.
Het lijkt soms alsof een voorwerp of een andere wagen
dichter bij of verder weg staat dan dat het voorwerp of
de wagen werkelijk staat:
– Bij het overgaan van een vlakke ondergrond naar een
helling.
– Bij het overgaan van een helling naar een vlakke on-
dergrond.
– Als achter in de wagen te veel lading ligt.
– Bij het naderen van uitstekende voorwerpen. Deze
voorwerpen kunnen bij het achteruitrijden buiten de ge-
zichtsveld van de camera vallen. Cameralens schoonmaken
M
aak
de c
ameralens schoon en houd de ca-
meralens vrij van sneeuw en ijs: »
227
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 263 of 340

Verzorging en onderhoud
dan kan het systeem automatisch een sig-
n aal
s
turen. Dit hangt van de netwerkbeheer-
der af. Normaal gesproken kunnen de signa-
len alleen verzonden worden in zones met
een groot bereik.
Geheugenmodule voor opslaan van ongeval-
gegevens (Event Data Recorder)
De wagen is niet uitgerust met een geheu-
genmodule voor het opslaan van ongevalge-
gevens.
In een geheugenmodule voor het opslaan
van ongevalgegevens wordt de wageninfor-
matie tijdelijk geregistreerd. Op deze manier
kan er bij een ongeval gedetailleerde infor-
matie over de oorzaak van het ongeval ver-
kregen worden. In wagens met airbagsys-
teem kunnen bijvoorbeeld gegevens over de
snelheid op het moment van de botsing, de
status van de gespen van de veiligheidsgor-
dels, de standen van de stoel en de active-
ringstijden van de airbags in het geheugen
worden opgeslagen. Het gegevensvolume is
afhankelijk van de fabrikant.
Alleen als de autobezitter toestemming
geeft, mag een geheugenmodule voor het
opslaan van ongevalgegevens worden inge-
bouwd. In sommige landen zijn er wetten die
dit regelen. Regelapparaten herprogrammeren
In het alg
emeen worden alle gegevens die
nodig zijn voor het beheren van onderdelen
in de regelapparaten opgeslagen. De pro-
grammering van sommige comfortfuncties,
zoals de knipperlichten, het afzonderlijk ope-
nen van portieren en de aanduidingen op het
scherm, kunnen met speciale apparaten die
in de gespecialiseerde werkplaatsen aanwe-
zig zijn worden gewijzigd. Als dit het geval is,
dan komen de informatie en beschrijvingen
uit het instructieboekje niet overeen met de
oorspronkelijke functies. SEAT raadt daarom
aan altijd elk type wijziging in het hoofdstuk
"Andere aantekeningen van de werkplaats"
van het Onderhoudsprogramma te raadple-
gen.
De technische dienst moet van elke wijziging
in de programmering op de hoogte worden
gebracht.
Storingsgeheugen van wagen uitlezen
In het interieur van de wagen bevindt zich
een diagnoseconnector voor het lezen van
het storingsgeheugen van de wagen. In het
storingsgeheugen worden de storingen en af-
wijkingen met betrekking tot de theoretische
waarden van de elektronische regelappara-
ten geregistreerd.
De diagnoseconnector bevindt zich in de voe-
tenruimte van de bestuurder, naast de hen-
del voor het openen van de motorkap, onder
een deksel. Het storingsgeheugen mag alleen door een
ges
pecialiseerde werkplaats geraadpleegd
en geactiveerd worden.
Mobiele telefoon in wagen gebruiken
zonder aans
luiten op buitenantenne Mobiele telefoons zenden radiogolven uit en
ontv
an
gen deze, zowel tijdens telefoonge-
sprekken als tijdens de wachtmodus. In hui-
dige wetenschappelijke publicaties wordt
vermeld dat radiogolven die bepaalde waar-
den overschrijden, schadelijk voor het men-
selijk lichaam kunnen zijn. Landen en inter-
nationale commissies hebben bereiken en
richtlijnen opgesteld met als doel de elektro-
magnetische straling afkomstig van mobiele
telefoons binnen bepaalde grenzen te hou-
den die niet schadelijk zijn voor de gezond-
heid. Toch zijn er geen onomstotelijke weten-
schappelijke bewijzen die aangeven dat
draadloze telefoons helemaal veilig zijn.
Daarom raden sommige deskundigen aan de
mobiele telefoon met mate te gebruiken tot
de resultaten van onderzoeken die nog lo-
pen, gepubliceerd worden.
Gebruikt u in de auto een mobiele telefoon
die niet op de buitenantenne voor telefoons
aangesloten is, dan kan de elektromagneti-
sche straling hoger zijn dan wanneer de mo-
biele telefoon aangesloten zou zijn op een »
261
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 277 of 340

Verzorging en onderhoud
Gebruikersinformatie Stic k
er
s en plaatjes In de motorruimte bevinden zich enkele on-
derdel
en met
veiligheidscertificaten, stickers
en plaatjes die in de fabriek zijn aange-
bracht, en die belangrijke informatie over de
werking van de wagen bevatten. Deze certifi-
caten, stickers en plaatjes zijn bijvoorbeeld
te vinden op de tankklep, de zonneklep aan
bijrijderszijde, op de stijl van het bestuurder-
sportier of op de vloer van de bagageruimte.
● Verwijder deze veiligheidscertificaten, stic-
ker s
en plaatjes onder geen beding, en zorg
ervoor dat ze in een goede staat verkeren en
leesbaar zijn.
● Als een wagenonderdeel waarbij een veilig-
heidsc
ertificaat, sticker of plaatje hoort, ver-
vangen wordt, dan moet deze veiligheidsin-
formatie in de gespecialiseerde werkplaats
opnieuw op dezelfde plaats worden aange-
bracht.
Veiligheidscertificaat
Een veiligheidscertificaat op de stijl van het
portier geeft aan dat op het moment van fa-
bricage aan alle door de nationale verkeers-
autoriteiten voorgeschreven veiligheidsstan-
daarden en -specificaties met betrekking tot
verkeersveiligheid voldaan is. Daarnaast wordt de maand en het jaar van fabricage, en
het ch
assisnummer vermeld.
Sticker met hoogspanningswaarschuwing*
In de buurt van de sluiting van de motorkap
bevindt zich een sticker met informatie over
de hoge spanning waaronder de elektrische
wagenonderdelen staan. Het ontstekingssys-
teem van de wagen voldoet onder andere
aan de Canadese norm ICES-002.
Wagen gebruiken in andere landen en
continenten Wagens worden in de fabriek voor een be-
p
aal
d l
and geproduceerd en voldoen aan de
nationale goedkeuringsvoorschriften die gel-
den op de bouwdatum.
Als de wagen in een ander land verkocht of
gedurende een lange tijd gebruikt wordt,
moet er rekening worden gehouden met de
wettelijke voorschriften die in dat land gel-
den.
Het is mogelijk dat u bepaalde uitrustingen
moet in- of uitbouwen en bepaalde functies
moet uitschakelen. Ook de servicewerkzaam-
heden kunnen anders zijn. Dit geldt met na-
me als u met uw wagen gedurende lange tijd
in een gebied met een ander klimaat rijdt.
Aangezien er in de wereld verschillende fre-
quentiebanden zijn, is het mogelijk dat de af fabriek meegeleverde radio of het meegele-
verde n
avigatiesysteem in een ander land
niet werkt. VOORZICHTIG
● SEA T k
an niet aansprakelijk gesteld worden
voor schade aan de wagen door een brand-
stof van lage kwaliteit, een gebrekkige servi-
ce of de niet-beschikbaarheid van originele
onderdelen.
● SEAT kan niet aansprakelijk gesteld worden
als
de wagen gedeeltelijk of geheel niet vol-
doet aan de wettelijke eisen van andere lan-
den of continenten. Radio-ontvangst en antenne
Voor radio's en navigatiesystemen die in de
f
abriek
in
gebouwd zijn, geldt dat de antenne
van de antenne op verschillende plaatsen in
de wagen kan zijn ingebouwd:
● Aan de binnenzijde van de achterruit, naast
de achterruit
verwarming,
● aan de binnenzijde van de zijruiten achter-
in,
● aan de binnenzijde van de voorruit,
● op het dak van de wagen.
De aan de binnen
zijde van de ruit geplaatste
antennes zijn herkenbaar aan de dunne dra-
den. »
275
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid
Page 331 of 340

Trefwoordenlijst
Parkeerrem aut om
ati
sch uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . 197
elektronisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Parkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 219
Parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194, 197
Pedalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58, 60
Plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
Plaatsing van de gordelband bij zwangere vrouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Polijsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 267
Portier kinderslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
noodsluiten of -openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
waarschuwingslampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
Portieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
Portieren afzonderlijk openen . . . . . . . . . . . . . . . 116
Portiergreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Portierslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Portierslotcilinder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Profieldiepte van de banden . . . . . . . . . . . . . . . . 305
R Radio-ontvangst antenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Railsysteem met bevestigingselementen . . . . . . 164 bagagenet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Rear Traffic Alert . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 237
Rear View Camera . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
Recycling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
Reflecterend vestje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Regelaar van de lichtbundelhoogte . . . . . . . . . . 101 Regelapparaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
herprogrammer en . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 261
Regelapparaten herprogrammeren . . . . . . . . . . . 261
Regensensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 de werking controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
Reiniging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 264 buitenspiegels inklappen . . . . . . . . . . . . . . . . 145
dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
de wagen wassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 264
de wagen wassen met hogedrukreinigers . . . 265
kleeffolies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
kunstleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
kussens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
motorruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 269
natuurleer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
opbergvakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 273
ruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 266
textiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 270
textielbekledingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271
veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Rem rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
Rembekrachtiger . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199, 211
Remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Remkrachtassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194 controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 195
elektronische parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . 197
inrijden van de remblokken . . . . . . . . . . . . . . . 198
noodstopfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
remhulpsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
remkrachtassistent . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
remvloeistofpeil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
remvloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294 Remsysteem
storin g . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199
Remsystemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Remvloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 specificatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
Reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 258, 276 airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Reparatiewerkzaamheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . 257
Rijadvies met het voertuig geladen . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Rijden aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . 203
bescherming van bodemplaat . . . . . . . . . . . . . . 56
brandstofmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
brandstofpeil te laag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
door het veld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Gegevensopslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 260
met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 246
op hellingen parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
Op hellingen parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
rijden door water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
veilig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
zuinig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Rijden door water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211 zout water . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Rijden in de winter bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 304
Rijden in het buitenland koplampen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
Rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . 312 brandblusser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 248
technische voorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
329