radio Seat Ateca 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Ateca, Model: Seat Ateca 2017Pages: 348, PDF Size: 5.98 MB
Page 174 of 348

BedienenControlelampje
1Betekenis
Het lampje brandt 2 se-
conden oranje, daarna
knippert het groen of
rood.De batterij van de af-
standsbediening is bijna
leeg. Het inschakel- of uit-
schakelsignaal werd niet
ontvangen.
Knippert ca. 5 seconden
oranje.
De batterij van de af-
standsbediening is leeg.
Het inschakel- of uitscha-
kelsignaal werd niet ont-
vangen.
a)
De radiografische afstandsbediening bevindt zich buiten de
actieradius. In dit geval moet de afstand tot de auto verminderd
worden en opnieuw op de betreffende toets worden gedrukt.
De batterij van de radiografische afstandsbe-
diening vervangen
Indien bij het indrukken van de toetsen het
controlelampje van de afstandsbediening 1ongeveer 5 seconden oranje knippert of niet
g
aat
branden, moet
de batterij vervangen
worden.
De batterij bevindt zich aan de achterzijde
van de afstandsbediening, achter een dek-
sel.
● Om het deksel te openen, tilt u het voor-
zichtig op aan de onderz
ijde en schuift u het
naar onderen.
● Haal de batterij weg.
● Plaats een nieuwe batterij. Let daarbij op
de polariteit
en gebruik batterijen van het-
zelfde type ››› . ●
Zet
het dek
sel terug door de nokken van de
bovenzijde te plaatsen en op de onderzijde
te duwen.
Bereik
De ontvanger zit in het interieur van de wa-
gen. De maximale actieradius van de af-
standsbediening bedraagt enkele honderden
meter met nieuwe batterij. Door obstakels
tussen de afstandsbediening en de auto,
slechte weersomstandigheden en leeg raken-
de batterij kan het bereik aanzienlijk minder
worden. VOORZICHTIG
● De ra diogr
afische afstandsbediening bevat
elektronische onderdelen. Vermijd daarom
vocht, stoten of direct zonlicht.
● Het gebruik van ongeschikte batterijen kan
de radiografi
sche afstandsbediening bescha-
digen. Vervang daarom de lege batterij altijd
door een nieuwe van dezelfde intensiteit en
afmetingen, en met dezelfde kenmerken. Milieu-aanwijzing
● Lever de g e
bruikte batterijen met het oog
op milieubescherming in bij geschikte inza-
melpunten.
● De batterij van de afstandsbediening kan
perchlor
aat bevatten. Neem de wettelijke be-
palingen voor verwijdering in acht. ●
Zorg er v
oor dat de afstandsbediening niet
per ongeluk bediend kan worden, zodat de in-
terieurvoorverwarming niet ongewenst kan
worden ingeschakeld. Interieurvoorverwarming programme-
ren
Vóór het programmeren controleert u of de
dat
um en tijd jui
st zijn ingesteld in de au-
to ››› .
De interieur v
oorverwarming wordt gepro-
grammeerd in het menu Interieurvoor-
verwarming van het infotainmentsysteem.
Het menu Interieurvoorverwarming
openen
● Druk op de toets van het bedienin
gs-
paneel van de Climatronic.
● Op de functietoets drukken.
Functietoets: functie
Uitsch.: de interieurvoorverwarming wordt meteen uitge-
schakeld.
Verwarmen, Ventileren: wordt ingesteld indien bij inscha-
keling van de interieurvoorverwarming het interieur ver-
warmd of geventileerd moet worden. Door te drukken op
de functieknop
kan de gewenste modus worden ge-
selecteerd. 172
Page 239 of 348

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
● bij s
lec
hte weersomstandigheden;
● bij speciale constructies aan de zijkant,
zoals
bijv. hoge of niet in lijn staande van-
grails.
Uitparkeerhulp (RCTA) Afb. 196
Schematische voorstelling van de
uitp ark
eerhu lp: bew
aakt gebied rond de wa-
gen die een parkeerplaats verlaat. De uitparkeerhulp bewaakt met behulp van
de r
a
d ar
sensoren in de achterbumper ››› afb.
193 het verkeer in dwarsrichting achter de
wagen wanneer die achteruit uit een schuine
parkeerplaats rijdt of manoeuvreert, bijvoor-
beeld in onoverzichtelijke situaties.
Wanneer het systeem een relevante wegge-
bruiker detecteert die nadert aan de achter- zijde van de wagen
››› afb
. 196, klinkt een ge-
luidssignaal.
● Het geluidssignaal is afkomstig van dezelf-
de geluidsindic
ator als de Park Pilot.
Naast het geluidssignaal wordt de bestuur-
der ook op de hoogte gebracht via een aan-
wijzing op het scherm van de radio. Deze
aanwijzing wordt in de vorm van een rode
band getoond aan de achterzijde van de af-
beelding van de wagen op het scherm van de
radio. De band geeft de kant van de wagen
aan waar het verkeer in dwarsrichting nadert.
Automatisch bedienen van de remmen om
schade te verminderen
Indien de uitparkeerhulp een weggebruiker
detecteert die nadert aan de achterzijde van
de wagen zonder dat de bestuurder het rem-
pedaal intrapt, bedient het systeem automa-
tisch de remmen.
Het uitparkeersysteem helpt de bestuurder
met remmen, zodat de omvang van de scha-
de beperkt blijft. De remmen worden automa-
tisch bediend indien men achteruit rijdt met
een snelheid van ca. 1-12 km/u (1-7 mpu).
Zodra het systeem detecteert dat de wagen
stilstaat, wordt hij onbeweeglijk gehouden
gedurende ca. 2 seconden.
Na het automatisch bedienen van de remmen
om de schade te verminderen, moeten onge-
veer 10 seconden voorbijgaan voordat het systeem opnieuw kan ingrijpen in het rem-
systeem.
Het
automatisch bedienen van de remmen
kan worden onderbroken door het gas- of
rempedaal krachtig in te trappen, waardoor
de bestuurder opnieuw de controle over de
wagen krijgt. ATTENTIE
De intelligente technologie in de uitparkeer-
hulp kan de limiet en op
gelegd door de na-
tuurkundige wetten niet overwinnen en werkt
enkel binnen de eigen grenzen van het sys-
teem. De functie van het inparkeersysteem
mag geen aanleiding zijn voor het nemen van
risico's. Ondanks het systeem moet de be-
stuurder te allen tijde opmerkzaam blijven.
● Gebruik het systeem nooit wanneer het
zicht beperkt
is of in complexe verkeerssitua-
ties, bijv. op erg drukke wegen of om ver-
scheidene rijstroken over te steken.
● Houd altijd de omgeving van de wagen in
het oog, aangez
ien het systeem bijv. fietsen
of voetgangers niet in alle situaties perfect
opmerkt.
● De uitparkeerhulp remt de wagen niet altijd
vanzelf
af tot volledige stilstand. 237
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 247 of 348

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
door op de knop te drukken op de rui-
t en
wi
sserhendel of de toets aan het multi-
f u
nctie- s
tuur ›››
pag. 30.
Via de multifunctie-indicatie ›››
pag. 30
kan worden teruggekeerd naar weergave van
het bericht op het display van het instrumen-
tenpaneel.
Bedrijfscondities
Het rijgedrag wordt uitsluitend berekend bij
snelheden tussen 65 km/u (40 mph) en ca.
200 km/u (125 mph).
Uit- en inschakelen
De detectie van vermoeidheid kan worden
geactiveerd en gedeactiveerd in het Easy
Connect-systeem met de toets en de
f u
nctiet oets
› ›
› p ag. 113. Een markering
g
eeft aan of de instelling is geactiveerd.
Beperkingen aan de werking
De detectie van vermoeidheid kent een aan-
tal beperkingen. In de volgende gevallen is
het mogelijk dat de detectie van vermoeid-
heid beperkt of niet werkt: ● Bij snelheden lager dan 65 km/h (40 mph).
● Bij snelheden hoger dan 200 km/h (125
mph).
● Op bochtige wegen.
● Op wegen met slecht wegdek. ●
Onder slecht
e klimatologische omstandig-
heden.
● Bij een sportieve rijstijl.
● Als de bestuurder in ernstige mate wordt
afgeleid.
D
e detectie van vermoeidheid wordt gereset
zodra de wagen langer dan 15 minuten heeft
stilgestaan, het contact wordt uitgeschakeld
of de bestuurder de veiligheidsgordel heeft
ontgrendeld en het portier heeft geopend.
Als gedurende langere tijd langzaam wordt
gereden (trager dan 65 km/u (40 mph)), re-
set het systeem de vermoeidheidsbereke-
ning automatisch. Zodra weer sneller wordt
gereden, wordt de rijstijl opnieuw berekend.
Inparkeersysteem (Park As-
sist)*
In
leiding tot thema
››› T
ab. op pag. 2
Het inparkeersysteem is een bijkomende
functie van ParkPilot ›››
pag. 253 en helpt de
bestuurder om:
● een geschikte plek te vinden om te parke-
ren
● een park eermodu
s te selecteren ●
recht en s
chuin achteruit te parkeren in een
geschikte plek
● recht vooruit te parkeren in een geschikte
plek
● vooruit
een rechte parkeerplaats te verlaten
In auto's met inp
arkeersysteem en in de fa-
briek ingebouwde radio worden het gebied
vooraan, achteraan en aan de zijkanten, als-
ook de positie van de obstakels ten opzichte
van de auto getoond.
Het inparkeersysteem heeft een aantal be-
perkingen die eigen zijn aan het systeem en
het gebruik ervan vereist bijzondere aan-
dacht door de bestuurder ››› .
ATTENTIE
De intelligente technologie in het inparkeer-
syst eem k
an de limieten opgelegd door de
natuurkundige wetten niet overwinnen en
werkt enkel binnen de eigen grenzen van het
systeem. Het grotere comfort dat het inpar-
keersysteem biedt mag nooit aanleiding zijn
tot het nemen van grotere risico's. Ondanks
het systeem moet de bestuurder te allen tijde
opmerkzaam blijven.
● Iedere onbedoelde beweging van de wagen
kan ernstig l
etsel tot gevolg hebben.
● De snelheid en de rijstijl aanpassen aan het
zicht, het w
eer, het wegdek en het verkeer.
● Het oppervlak van bepaalde voorwerpen en
kleding
stukken kan de signalen van de ultra-
soonsensoren niet weerkaatsen. Het systeem » 245
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 259 of 348

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
● OF: v
er s
nel met de wagen tot boven 10
km/u (6 mph), om weer tot onder deze grens-
waarde te vertragen.
● OF: plaats de keuzehendel in de stand P en
ver
volgens weer uit deze stand.
● OF: schakel de automatische activering in
en uit v
ia het menu in het Easy Connect-sys-
teem.
De automatische activering met miniatuur-
weergave van de parkeerhulp kan worden in-
en uitgeschakeld in het Easy Connect-sys-
teem ›››
pag. 27:
● Contact inschakelen.
● Kies: toets CAR > Instellingen
> Parke-
ren en manoeuvreren .
● Selecteer de optie Automatische acti-
vering . Al
s het
vakje van de functietoets is
geactiveerd , is de functie ingeschakeld.
Als het systeem automatisch geactiveerd
werd, klinkt enkel een geluidssignaal wan-
neer de obstakels aan de voorzijde zich op
een afstand van minder dan 50 cm bevinden. VOORZICHTIG
De automatische inschakeling van de par-
keerhulp w erkt
enkel indien men heel traag
rijdt. Als de rijstijl niet wordt aangepast aan
de omstandigheden, kan dit een ongeval met
ernstige letsels tot gevolg hebben. Segmenten voor visuele indicatie
Afb. 209
Weergave van parkeerhulp op het
di s
p l
ay van het Easy Connect-systeem. Met behulp van de segmenten voor de wa-
g
en k
an de af s
tand tot het obstakel worden
geschat.
De optische weergave van de segmenten
werkt op de volgende wijze:
worden weergegeven in-
dien het obstakel zich niet binnen het
traject van de wagen bevindt of indien in
tegengestelde richting ervan wordt gere-
den.
worden getoond indien de
obstakels zich binnen het traject van de
wagen bevinden op meer dan 30 cm af-
stand ervan.
worden getoond indien ze
zich op minder dan 30 cm afstand bevin-
den.
Witte segmenten:
Gele segmenten:
Rode segmenten: Met de radio's SEAT Media System Plus/Navi
Syst
em geeft een geel spoor bovendien het
verwachte traject van de wagen aan volgens
de draaihoek van het stuur.
Wanneer het obstakel zich in de rijrichting
van de wagen bevindt, is steeds het overeen-
komstige waarschuwingssignaal te horen.
Zodra de wagen een obstakel nadert, worden
de segmenten dichter bij de wagen weerge-
geven. Ten laatste bij het aanduiden van het
voorlaatste segment, betekent dit dat de
botszone bereikt is. In de botszone worden
obstakels in rood weergegeven, evenals ob-
stakels buiten de af te leggen weg. Niet door-
rijden (of achteruitrijden) ››› in Beschrij-
v in
g op p ag. 254
, ››› in Beschrijving op
p ag. 254
!
Indien de aut o i
s uitgerust met het Area View-
systeem, verschijnt de visuele aanduiding
van de parkeerhulp afhankelijk van de geko-
zen weergave in het systeem.
Indicaties/akoestische signalen in-
stell
en De indicaties en de akoestische signalen
k
u
nnen w or
den ingesteld in het Easy Con-
nect*-systeem. »
257
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 267 of 348

Systemen ter ondersteuning van de bestuurderHet systeem voor perifeer gezichtsveld in- en
uitschakelen
Handmatig uit-
schakelen van
de weergave:
Druk
opnieuw op de toets ››› afb.
213.
OF: druk op een toets van het af fa-
briek gemonteerde infotainmentsys-
teem, bijvoorbeeld de toets RADIO
.
OF: druk op de functieknop .
Automatisch
uitschakelen
van de weerga-
ve:Rijd achteruit met meer dan ca. 15
km/u (9 mph).
OF: schakel het contact uit. Het menu
van het systeem voor perifeer ge-
zichtsveld verdwijnt meteen.Bijzonderheden
Voorbeelden van gezichtsbedrog veroorzaakt
door de camera's:
De camerabeelden van het systeem voor perifeer ge-
zichtsveld zijn enkel tweedimensionaal. Door gebrek
aan ruimtelijke diepte is het moeilijk of zelfs onmogelijk
om putten in de weg of voorwerpen die uitsteken uit de
bodem of uit andere voertuigen te herkennen op het
scherm.
Voorbeelden van gezichtsbedrog veroorzaakt
door de camera's:
Bij de volgende omstandigheden lijkt het of voorwerpen
of andere voertuigen dichterbij of verder weg zijn op het
scherm dan in werkelijkheid:
– Bij het overgaan van een vlakke ondergrond naar een
helling.
– Bij het overgaan van een helling naar een vlakke on-
dergrond.
– Als achter in de wagen te veel lading ligt.
– Als de wagen in de buurt van uitstekende voorwerpen
komt. Deze voorwerpen kunnen buiten de zichtbaar-
heidshoek van de camera's vallen.
Rijden met een aanhangwagen
Het
sy
st
eem voor perifeer gezichtsveld ver-
bergt in de zone van de achtercamera alle
oriëntatiehulplijnen wanneer de af fabriek
gemonteerde trekhaak elektrisch is verbon-
den met een aanhangwagen ››› pag. 271. Let op
Om vertrouwd te raken met het systeem voor
perifeer gez ic
htsveld en zijn functies, beveelt
SEAT aan om te oefenen met de bediening van het systeem op een plaats met weinig
verkeer of
in een p
arking. 265
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 289 of 348

Verzorging en onderhoud
Als reinigingsmiddel beslist een zuurvrij spe-
c i
aal r
einigingsmiddel gebruiken. Deze is bij
de officiële SEAT dealer en gespecialiseerde
zaken verkrijgbaar. De inwerktijd van het rei-
nigingsmiddel mag niet worden overschre-
den. Zuurhoudende velgenreiniger kan de
oppervlakte van de velgmoeren aantasten.
Een lakpolijstmiddel of andere schurende
middelen mogen bij het onderhoud van de
wielen niet worden gebruikt. Als de bescher-
mende laklaag bijv. door steenslag is be-
schadigd, moet de schade zo spoedig moge-
lijk worden hersteld. ATTENTIE
Let er bij het schoonmaken van de velgen op
dat n attigheid, ij
s en pekel de remmende
werking kunnen beïnvloeden - gevaar voor
ongelukken! Eindstuk van de uitlaatpijp
Als strooizout en remslijpsel niet regelmatig
w
or
den af g
espoeld, wordt het materiaal van
het eindstuk van de uitlaatpijp aangetast.
Voor het verwijderen van de schadelijke stof-
fen mogen geen reinigingsmiddelen worden
gebruikt die bedoeld zijn voor velgen, lak of
chroom of andere schurende middelen. Rei-
nig de eindstukken van de uitlaatpijp met rei-
nigingsmiddelen bestemd voor het roestvrij
staal. De officiële SEAT dealers beschikken over ge-
schikte r
einigingsmiddelen die voor uw wa-
gen zijn toegelaten.
Verzorging interieur van de wa-
gen Disp
lay van de radio/Easy Connect*
en bedieningspaneel* Het display kan worden schoongemaakt met
een in s
pec
iaalz
aken verkrijgbare "LCD-clea-
ner". Om het display schoon te maken, de
doek licht bevochtigen met de reinigings-
vloeistof.
Het bedieningspaneel van het Easy Connect-
systeem* moet eerst met een penseeltje wor-
den ontdaan van vuil, om te voorkomen dat
dit in het apparaat of tussen de toetsen en
de behuizing komt te zitten. Daarna wordt
geadviseerd om het bedieningspaneel van
Easy Connect-systeem* schoon te maken met
een vochtige doek en vaatwasmiddel. VOORZICHTIG
● Om kra s
sen te voorkomen, mag u het dis-
play niet droog schoonmaken.
● Om schade te voorkomen, moet u erop let-
ten dat er g
een vocht terechtkomt in het be-
dieningspaneel van Easy Connect-systeem*. Kunststof delen en kunstleer
Kunststof delen en kunstleer met een vochti-
ge lap s
c
hoonmaken. Mocht dit niet voldoen-
de zijn, dan mag u deze delen alleen met
speciale oplossingsmiddelvrije kunststof rei-
nigings- en onderhoudsmiddelen behande-
len.
Textiel en stoffen bekleding Textiel en textiele bekledingen (stoelen, por-
tierp
anel
en en z.) moet
en regelmatig met een
stofzuiger worden schoon gezogen. Hierdoor
worden vuildeeltjes van het oppervlak verwij-
derd die anders bij het gebruik in de stof ge-
wreven kunnen worden. Stoomreinigers mo-
gen niet worden gebruikt, omdat door de
stoom de verontreiniging dieper in het textiel
dringt en wordt vastgezet.
Normaal schoonmaken
In het algemeen raden wij aan voor het
schoonmaken een zachte spons of een uni-
versele niet-pluizende microvezeldoek te ge-
bruiken. Alleen vloerbedekking en vloermat-
ten mogen met borstels worden gereinigd
aangezien andere textiele oppervlakken door
de borstel kunnen worden beschadigd.
Bij oppervlakkige algemene verontreinigin-
gen kan met een universeel schuimschoon-
maakmiddel worden schoongemaakt. Het »
287
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 295 of 348

Intelligente techniek
Let op
● Ook het ener giem
anagementsysteem kan
de natuurkundige grenzen niet overwinnen.
Houd er rekening mee dat capaciteit en le-
vensduur van een accu beperkt zijn.
● Als het risico bestaat dat de wagen niet
meer start, g
aat het laadstroomlampje of het
controlelampje ladingstoestand van de accu
te laag branden ››› pag. 111. Ontladen van de accu
Behouden van goede startomstandigheden
heef
t
hoog s
te prioriteit.
Op korte afstanden, in het stadsverkeer en in
koude jaargetijden wordt veel van de accu
gevergd. Er is veel elektrische energie nodig,
maar er wordt maar weinig opgewekt. Het is
ook kritiek als de motor niet draait en elektri-
sche verbruikers zijn ingeschakeld. In dit ge-
val wordt energie verbruikt, maar niet opge-
wekt.
Vooral in deze situaties zal u opvallen dat het
energiemanagementsysteem de energiever-
deling actief regelt.
Als de wagen langer stilstaat
Als u uw wagen gedurende enkele dagen of
weken niet gebruikt, krijgen de elektrische
verbruikers één voor één minder energie of
worden ze zelfs uitgeschakeld. Hierdoor wordt het energieverbruik verminderd en de
goede star
tomstandigheden gedurende lan-
gere tijd behouden. Sommige comfortfunc-
ties, zoals het openen van de wagen via de
afstandsbediening, kunnen niet beschikbaar
zijn onder bepaalde omstandigheden. De
comfortfuncties zijn weer beschikbaar als u
het contact inschakelt en de motor start.
Bij afgezette motor
Als u bijvoorbeeld naar de radio luistert ter-
wijl de motor stilstaat, wordt de accu ontla-
den.
Zodra het energieverbruik een risico wordt
voor het opnieuw starten van de motor, ver-
schijnt in wagens met bestuurdersinformatie-
systeem* een tekst.
Daarin wordt de bestuurder gevraagd de mo-
tor te starten om de accu bij te laden.
Bij draaiende motor
Hoewel tijdens het rijden elektrische energie
wordt opgewekt, kan de accu toch ontladen.
Dit gebeurt vooral dan als weinig energie
wordt opgewekt en veel wordt verbruikt ter-
wijl de ladingstoestand van de accu niet opti-
maal is.
Om de energiebalans weer in evenwicht te
krijgen, krijgen verbruikers die bijzonder veel
energie verbruiken tijdelijk minder energie of
worden ze zelfs uitgeschakeld. Vooral verwar-
mingssystemen gebruiken veel energie. Als u constateert dat bijvoorbeeld de stoelverwar-
ming* of acht
erruitverwarming niet verwarmt,
krijgt ze tijdelijk minder energie of is ze uit-
geschakeld. De systemen zijn weer beschik-
baar zodra de energiehuishouding weer in
evenwicht is.
Bovendien zult u vaststellen dat het statio-
nair toerental zo nodig licht wordt verhoogd.
Dit is normaal en geen reden tot ongerust-
heid. Door het verhogen van het stationaire
toerental wordt de meer benodigde energie
opgewekt en de accu opgeladen. 293
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 333 of 348

Trefwoordenlijst
Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55, 87 band af
dicht
en . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
band oppompen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Controle na 10 minuten rijden . . . . . . . . . . . . . . 89
onderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
Bandenreparatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Bandenreparatieset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 zie ook Bandenafdichtset . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310, 322
Bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . . 314
Bandenspanningscontrolesystemen bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . 316
Batterij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125 vervangen in de afstandsbediening (interieur-voorverwarming) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Batterij vervangen van de autosleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Bedieningselementen op het stuur bediening van het audio- en telefoonsysteem 114
Bedieningselementen op het stuurwiel . . . . . . . 114
Bekleding: reinigen alcantara . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Bekleding: schoonmaken weefsels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 287
Benzine additieven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
Bergafdaalhulp controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Bergafondersteuning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Bescherming tegen afslepen . . . . . . . . . . . . . . . . 129
Bescherming tegen de zon . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Bescherming van voetgangers zie Voetgangerherkenningssysteem . . . . . . . . 225
Besparingstips (efficiencyprogramma) . . . . . . . . . 36
Bestuurder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 65, 66, 67 Bestuurdersinformatiesysteem
bediening met de ruiten wisserhendel . . . . . . . 30
indicatie cd/radio . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
motorolietemperatuurindicatie . . . . . . . . . . . . . 35
Bestuurdersruimte overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
Bewakingssysteem Front Assist aanwijzingen op het display . . . . . . . . . . . . . . 220
beperkingen van het systeem . . . . . . . . . . . . . 223
bewakingssysteem City . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 223
Bewaking van het interieur en afsleepalarm . . . 129
Bijrijder zie Juiste zithouding . . . . . . . . . . . . . . . 65, 66, 67
Bijzonderheden aanslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91
hogedrukreinigers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275
motor starten door slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . 278
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90, 92
systeem voor perifeer gezichtsveld (AreaView) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 265
Binnenaanzicht stuur links . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
stuur rechts . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Binnenspiegel zelfdimmend . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Biodiesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
Blikjeshouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Bodem van de bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . 161
Brandstof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50, 295 besparing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 195
brandstofpeilmeter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296 ethanol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 295
v
erbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 321
Brandstof besparen inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Brandstofverbruik ontkoppeling door inertie . . . . . . . . . . . . . . . . 195
waarom neemt het brandstofverbruik toe? . . 197
BSD zie Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Buitenaanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5, 6
Buitenantenne . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 282
Buitenspiegels buiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
de buitenspiegels verstellen . . . . . . . . . . . . . . 148
rijden met aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . 273
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
verwarmd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
Buitentemperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Buitenverlichting Een lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
C Camera Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 228
reiniging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241, 285
Capaciteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50 AdBlue-tank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297, 298
ruitensproeiervloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 307
CD-ROM-lezer (navigatie) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Centrale vergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117 Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
noodvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
schakelaar van de centrale vergrendeling . . . 120
331
Page 334 of 348

Trefwoordenlijst
schuif-/kanteldak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
s l
eut el
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 119
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 296
Circulatiefunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 138
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
Contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 174
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 174 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Controle . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
controle- en waarschuwingslampjes rempedaal intrappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
Controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . . 111 afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . .171
airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 210
bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . 315
dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 41
elektromechanische stuurinrichting . . . . . . . . 291
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
geluidssignaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
rem intrappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
schakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
snelheidsregelsysteem (GRA) . . . . . . . . . . . . . 204
Start-Stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199 tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
veiligheidsg
ordel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
vermogensregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
voorgloeisysteem/motorstoring . . . . . . . . . . . 198
Controlelampjes AdBlue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Controle van niveaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
D Dagteller op nul zetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162 de dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . 163
Dakkoffer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
De auto slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
De auto wassen sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
De gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
De motor afzetten met sleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
De motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
De motor starten door aanslepen . . . . . . . . . . . . . 60
De voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
De wagen laden aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
luik voor het
vervoer van lange voorwerpen . . 158
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 sleepoog vooraan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
De wagen verzorgen interieur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 287
De wagen wassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Diefstal-alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Diepte van het bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . 312
Diesel motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
roetfilter diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
voorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
Dieselolie roetfilter diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107, 108
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 287
Disselkogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271 de aanhangwagen laden . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
indicatie in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . . . 234
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
Doorgebrande lampen een lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
DSG-versnellingsbak: zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 187
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 144
332
Page 336 of 348

Trefwoordenlijst
Handrem zie P
arkeerr
em . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
HDC zie Bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Hendels voor handmatig schakelen (automati- sche transmissie) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 24, 174
Hoedenplank bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Hoofdairbags beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Hoofdsteunen uitbouwen/inbouwen . . . . . . . . . 151
Hoofdsteunen verstellen voorste hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Hulpsystemen bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . 314
bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp(RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
filehulpsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
functie Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 245
noodhulpsysteem (Emergency Assist) . . . . . . 231
omgevingsbewakingssysteem Front Assist . . 219
parkeerhulp achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Parkeerhulp plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
Systeem voor perifeer gezichtsveld (Area View) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262 uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
verkeers
tekenherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 241
vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 244
Voetgangersherkenningssysteem . . . . . . . . . . 225
I Inbraakbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Indicatie van de versnellingen . . . . . . . . . . . . . . . 32
Inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Infotainmentsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Ingang USB/AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
Inhoud brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . . . 245 automatische remingreep . . . . . . . . . . . . . . . . 253
automatisch onderbreken . . . . . . . . . . . . . . . . 247
recht parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
schuin parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
uitparkeren (enkel uit rechteparkeerplaatsen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
voortijdig beëindigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
voorwaarden om te parkeren . . . . . . . . . . . . . . 250
voorwaarden om uit te parkeren . . . . . . . . . . . 252
Inrijden nieuwe banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
nieuwe motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
nieuwe remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
Inspectie Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
Instellen menu CAR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 113
Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107 controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 111
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107, 108
instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110 menu's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
service-int
erval-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Interieurbewaking en afsleepsysteem Inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Interieurluchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170 activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
bereik van de afstandsbediening . . . . . . . . . . 172
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171, 173
elektrische verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
radiografische afstandsbediening . . . . . . . . . 171
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
ISOFIX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 22
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 22
J Juiste zithouding bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
bijrijder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
inzittenden op de achterbank . . . . . . . . . . . . . . 67
K
Kabel van aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . 273, 276
Katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197 storing in de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Keuzehendel (automatische transmissie) noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Keuzehendel (automatische versnellingsbak) functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
standen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
Keyless-Entry zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
334