ESP TOYOTA 86 2022 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2022, Model line: 86, Model: TOYOTA 86 2022Pages: 582, PDF Size: 92.58 MB
Page 303 of 582

301
6 6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Onderhoud en verzorging
Controleer of de slijtage-indicatoren op
de banden te zien zijn. Controleer de
banden tevens op ongelijkmatige slij-
tage, zoals overmatige slijtage aan een
zijde van het loopvlak.
Controleer de staat en de bandenspan-
ning van het reservewiel ook als het
niet gebruikt wordt.
Nieuw loopvlak
Versleten loopvlak
Slijtage-indicator
De plaats van de slijtage-indicatoren wordt
aangegeven met de tekst TWI of de indicatie
op de wang van de band.
WAARSCHUWING
■Bij het bijvullen van ruitensproeier-
vloeistof
Vul geen ruitensproeiervloeistof bij als de
motor draait of nog niet is afgekoeld. Rui-
tensproeiervloeistof bevat alcohol en kan
vlam vatten als het bijvoorbeeld op hete
motoronderdelen wordt gemorst.
OPMERKING
■Vul het reservoir uitsluitend met rui-
tensproeiervloeistof
Gebruik geen zeepsop of motorantivries in
plaats van ruitensproeiervloeistof.
Wanneer u dit wel doet, kan de lak van uw
auto worden aangetast en de pomp
beschadigd raken, waardoor er geen rui-
tensproeiervloeistof meer kan worden
gesproeid.
■Verdunnen van ruitensproeiervloei-
stof
Verdun ruitensproeiervloeistof indien
nodig met water.
Raadpleeg de op het etiket van de ruiten-
sproeiervloeistoffles aangegeven tempe-
raturen voor de juiste mengverhouding.
Banden
Vervang of verwissel banden
afhankelijk van het onderhouds-
schema en het slijtagepatroon.
Controleren van de banden
A
C
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 301 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 307 of 582

305
6 6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Onderhoud en verzorging
Laat de identificatiecodes van de ban-
denspanningssensoren en -zenders
registreren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
(→Blz. 307)
■Vervangen van banden en velgen
Als de identificatiecode van de bandenspan-
ningssensor en -zender niet is geregistreerd,
werkt het bandenspanningswaarschuwings-
systeem niet correct. Na ongeveer 10 minu-
ten rijden gaat het waarschuwingslampje
lage bandenspanning gedurende 1 minuut
knipperen en het blijft daarna branden om
aan te geven dat er een storing in het sys-
teem aanwezig is.
■Het bandenspanningswaarschu-
wingssysteem moet worden geïni-
tialiseerd onder de volgende
omstandigheden:
Bij het wisselen van wielen.
Bij het wijzigen van de bandenspan-
ning (bijvoorbeeld omdat u de rij-
snelheid aanzienlijk gaat verande-
ren).
Als de bandenmaat wordt aange-
past.
Als het bandenspanningswaarschu-
wingssysteem wordt geïnitialiseerd,
wordt de actuele bandenspanning als
referentiespanning beschouwd.
■Initialiseren van het bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem
1Parkeer de auto op een veilige
plaats en zet de motor uit.
Er kan niet worden geïnitialiseerd wanneer
de auto rijdt.
2Breng de banden op de voorge-
schreven spanning bij koude ban-
den.
OPMERKING
■Repareren of vervangen van banden,
velgen, bandenspanningssensoren,
-zenders en ventieldopjes
●Neem voor het verwijderen en plaatsen
van wielen, banden of bandenspan-
ningssensoren en -zenders contact op
met een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige omdat de bandenspan-
ningssensoren en -zenders beschadigd
kunnen raken als er niet voorzichtig
mee wordt omgegaan.
●Vergeet niet de dopjes weer op de ven-
tielen aan te brengen. Als de ventieldop-
jes niet geplaatst worden, dan kan er
water in de bandenspanningssensoren
terechtkomen en kunnen ze vast gaan
zitten.
●Vervang ventieldopjes alleen door het
voorgeschreven type ventieldopje.
Anders kunnen de dopjes vast komen te
zitten.
■Voorkomen van schade aan de ban-
denspanningssensoren en -zenders
Als een band is gerepareerd met banden-
reparatievloeistof, werken de bandenspan-
ningssensor en -zender mogelijk niet
goed. Neem wanneer bandenreparatie-
vloeistof is gebruikt zo snel mogelijk con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige. Vervang na het gebruik van
bandenreparatievloeistof de bandenspan-
ningssensor en -zender wanneer de band
wordt gerepareerd of vervangen.
(→Blz. 304)
Initialiseren van het
bandenspannings-
waarschuwingssysteem
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 305 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 308 of 582

3066-3. Zelf uit te voeren onderhoud
Breng de banden op de voorgeschreven
spanning voor de banden in koude toestand.
Deze spanning vormt de referentiespanning
voor het bandenspanningswaarschuwings-
systeem.
3Zet het contact AAN.
4Houd de resetschakelaar van het
bandenspanningswaarschuwings-
systeem ingedrukt tot het waar-
schuwingslampje lage bandenspan-
ning 3 keer langzaam knippert.
5Laat het contact nog enkele minu-
ten AAN staan en zet het vervol-
gens UIT.
■Als u per ongeluk op de resetknop van
het waarschuwingssysteem voor lage
bandenspanning drukt
Als de initialisatie is uitgevoerd, breng dan de
banden op de voorgeschreven spanning en
initialiseer het bandenspanningswaarschu-
wingssysteem opnieuw.
■Initialisatieprocedure
●Voer de initialisatie uit na het op spanning
brengen van de banden.
Zorg er daarnaast voor dat de banden
koud zijn bij de initialisatie en bij het aan-
passen van de bandenspanning.
●Als u het contact tijdens de initialisatie per
ongeluk UIT hebt gezet, dan is het niet
noodzakelijk de resettoets in te drukken,
omdat de initialisatie automatisch herstart
wordt wanneer het contact de volgende
keer AAN wordt gezet.
●Als u per ongeluk de resettoets indrukt
wanneer initialiseren niet nodig is, breng
de banden dan op de juiste spanning wan-
neer ze koud zijn en voer opnieuw de initi-
alisatie uit.
■Als de initialisatie van het bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem niet vol-
tooid is
De initialisatie kan worden uitgevoerd in
enkele minuten. In de volgende gevallen wor-
den de instellingen echter niet opgeslagen en
zal het systeem niet goed werken. Laat, als
herhaalde pogingen de bandenspanning op
te slaan mislukken, de auto nakijken door
een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
●Als de resetschakelaar van het banden-
spanningswaarschuwingssysteem wordt
bediend, gaat het waarschuwingslampje
lage bandenspanning niet 3 keer knippe-
ren.
●Na het initialiseren knippert het waarschu-
wingslampje lage bandenspanning gedu-
rende 1 minuut en blijft het tijdens het rij-
den nog gedurende 10 minuten branden.
WAARSCHUWING
■Bij het initialiseren van het banden-
spanningswaarschuwingssysteem
Druk niet op de resetknop van het banden-
spanningswaarschuwingssysteem voor-
dat de banden op de voorgeschreven
spanning zijn gebracht. Anders kan het
voorkomen dat het waarschuwingslampje
voor de lage bandenspanning niet gaat
branden terwijl de bandenspanning te laag
is, of wel gaat branden terwijl de banden-
spanning in orde is.
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 306 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 352 of 582

3507-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
5Draai de fles om en steek de dop
van de fles in de houder op de
luchtcompressor.
6Zorg ervoor dat de luchtcompressor
is uitgeschakeld.
7Sluit de voedingsaansluiting van de
compressor aan op de accessoire-
aansluiting.
Het contact moet in stand ACC staan.
Voedingsstekker
Accessoireaansluiting8Zet de compressor aan om de ban-
denreparatievloeistof in te spuiten
en de band met lucht te vullen.
9Breng de luchtdruk op het voorge-
schreven niveau (groen gebied op
de manometer).
Nadat de compressor is ingeschakeld, stijgt
de luchtdruk tijdelijk tot 300 kPa (3,0 kg/cm2
of bar, 45 psi) of hoger. Na ongeveer 30
seconden, als alle bandenreparatievloeistof
in de band is gespoten, daalt de luchtdruk.
De meter geeft dan de spanning van de
band aan.
A
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 350 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 359 of 582

357
7 7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Bij problemen
Verwijder de toegangsklep in de rech-
terzijde van de bagageruimtebekleding.
Druk op de gele hendel om de tankdop-
klep te ontgrendelen.
■Als de elektronische sleutel niet goed
werkt
●Controleer of het Smart entry-systeem met
startknop niet is uitgeschakeld via de per-
soonlijke voorkeursinstellingen. Is de func-
tie uitgeschakeld, schakel hem dan in.
●Controleer of de energiebespaarmodus is
ingeschakeld. Is de functie ingeschakeld,
schakel hem dan uit. (→Blz. 111)
Als de tankdopklep niet
kan worden geopend
Als de tankdopklep niet kan wor-
den geopend door het indrukken
van het midden van de achterste
rand van de tankdopklep terwijl de
portieren zijn ontgrendeld, kunt u
de tankdopklep met behulp van de
onderstaande procedure openen.
De tankdopklep openen
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt
Als de communicatie tussen de
elektronische sleutel en de auto is
verbroken (→Blz. 111) of de elek-
tronische sleutel niet kan worden
gebruikt omdat de batterij leeg is,
werken het Smart entry-systeem
met startknop en de afstandsbe-
diening niet. In dat geval kunnen
de portieren worden geopend of
kan de motor worden gestart door
de onderstaande procedure te vol-
gen.
OPMERKING
■In geval van storingen in het Smart
entry-systeem met startknop of
andere problemen met de sleutel
Breng uw auto, inclusief alle elektronische
sleutels die bij uw auto zijn geleverd, naar
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 357 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 365 of 582

363
7 7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
Bij problemen
3Controleer nadat de motor vol-
doende is afgekoeld de slangen en
het radiateurblok (radiateur) op spo-
ren van lekkage.
Radiateurs
Koelventilatoren
Neem bij lekkage van een grote hoeveelheid
koelvloeistof onmiddellijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
4Het koelvloeistofniveau is correct
als het zich tussen de streepjes
FULL en LOW van het reservoir
bevindt.
Reservoir
FULL-streepje
LOW-streepje
Radiateurdop5Vul indien nodig koelvloeistof bij.
In noodgevallen mag ook water gebruikt
worden als u geen koelvloeistof bij de hand
hebt.
6Start de motor, schakel de aircondi-
tioning in en controleer of de koel-
ventilatoren van de radiateur
draaien en of er geen koelvloeistof
lekt uit de radiateur of de slangen.
De koelventilatoren gaan draaien als de air-
conditioning wordt ingeschakeld direct na
een koude start. Controleer of de ventilato-
ren draaien door ernaar te luisteren en te
voelen of er luchtstroom is. Schakel als u
hier niet zeker van bent de airconditioning
nog een aantal keer in en uit. (De ventilato-
ren werken mogelijk niet bij temperaturen
beneden het vriespunt.)
7Als de ventilatoren niet werken: Zet
de motor onmiddellijk uit en neem
contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige. Als de ventilatoren
draaien: Laat de auto nakijken door
de dichtstbijzijnde erkende
Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
A
A
C
D
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 363 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 373 of 582

371
8 8-1. Specificaties
Voertuigspecificaties
U kunt de viscositeit SAE 5W-20
gebruiken als SAE 0W-20 niet beschik-
baar is. Deze dient echter bij de vol-
gende verversing vervangen te worden
door SAE 0W-20.
Te verwachten temperatuurbereik
tot de volgende verversing
Aanbevolen
Viscositeit (als voorbeeld wordt hier
0W-20 gebruikt):
• Het gedeelte 0W in 0W-20 geeft aan
dat de olie ervoor zorgt dat de motor
goed start bij koud weer. Olie met
een lage waarde voor de W zorgt dat
de motor goed start bij koud weer.
• Het gedeelte 20 in 0W-20 geeft de
viscositeit van de olie weer als de
olie een hoge temperatuur heeft.
Olie met een hogere viscositeit
(hogere waarde) is mogelijk beter
geschikt wanneer met hoge snelhe-
den of met veel belading wordt gere-
den.
Merktekens oliekwaliteit:
Let er bij het aanschaffen van motorolie
op of ten minste één van beide boven-
staande symbolen op de verpakking is
gedrukt.API-symbool
Bovenste deel: API SERVICE SN geeft de
kwaliteit van de motorolie aan en is vastge-
steld door API (American Petroleum Insti-
tute).
Middelste deel: SAE 0W-20 geeft de viscosi-
teit aan.
Onderste deel: In dit deel staat
“Resource-Conserving”, wat staat voor
brandstofbesparende en groene eigen-
schappen.
ILSAC-symbool
Het ILSAC-symbool (International Lubricant
Standardization and Approval Committee)
staat op de voorzijde van de verpakking.
A
A
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 371 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 383 of 582

381
8 8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
Voertuigspecificaties
■ASC (Active Sound Control) (→Blz. 152)
■Automatische verlichting (→Blz. 153)
■Ve r li c h t in g (→Blz. 153)
*: Indien aanwezig
■High Beam Assist* (→Blz. 156)
*: Indien aanwezig
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
ASC (Active Sound Control)AanUit——O
ABC
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
Gevoeligheid lichtsensorMid (gemiddeld)
Min
——OLaag
Hoog
Max
Tijd dat het Welcome Ligh-
ting-systeem werkt (bij het
instappen)
30 seconden
60 seconden
——O90 seconden
120 seconden
Uit
Tijd dat het Welcome Ligh-
ting-systeem werkt (bij het uit-
stappen)
30 seconden
60 seconden
——O90 seconden
120 seconden
Aan ruitenwissers voor gekop-
peld inschakelen van koplam-
pen
AanUit——O
ABC
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
SRH (Steering Responsive
Headlights)*AanUitOOO
ABC
FunctieStandaardinstellingPersoonlijke
voorkeursinstelling
High Beam AssistAanUit——O
ABC
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 381 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 391 of 582

389Alfabetische index
Alfabetische index
A
Aan audiosysteem gekoppelde
weergave .............................................. 97
Aan navigatiesysteem gekoppelde
weergave .............................................. 97
ABS (antiblokkeersysteem) ................. 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Accessoireaansluitingen ..................... 279
Accu
Accu controleren ............................... 298
Als de accu ontladen is ..................... 359
Voorbereidingen en controles
bij rijden in de winter ....................... 260
Waarschuwingslampje ...................... 336
Achterklep ............................................. 106
Afstandsbediening............................. 108
Bagageruimteverlichting .................... 108
Ontgrendelschakelaar achterklep ..... 108
Smart entry-systeem
met startknop .................................. 108
Voorzieningen bagageruimte ............ 276
Achterlichten
Lampen vervangen ........................... 321
Lichtschakelaar ................................. 153
Vermogen .......................................... 375
Achterruitverwarming .......................... 266
Achterstoelen ....................................... 119
Achteruitrijcamera................................ 244
Achteruitrijlicht
Lampen vervangen ........................... 321
Vermogen .......................................... 375
Actieradius .............................................. 94
Active Sound Control (ASC)................ 152
Actueel brandstofverbruik..................... 94
Adaptive Cruise Control ...................... 185
Waarschuwingsmelding .................... 344
Afgelegde afstand .................................. 94
Afmetingen............................................ 368
Afstandsbediening
Batterij vervangen ............................. 316
Energiebesparende functie ............... 110
Vergrendelen/ontgrendelen ............... 101
Airbags
Airbags ................................................ 32
De juiste houding achter het stuur ...... 27
Plaats van airbags............................... 33
Waarschuwingslampje SRS .............. 337Airconditioning
Automatische airconditioning ............ 264
Interieurfilter ...................................... 314
Alarm ....................................................... 81
Waarschuwingszoemer..................... 335
Alarmknipperlichten
Noodstopsignaal ............................... 256
Antennes (Smart entry-systeem
met startknop) ................................... 109
Antiblokkeersysteem (ABS) ................ 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Antidiefstalsysteem
Alarm .................................................. 81
Startblokkering .................................... 79
Supervergrendeling ............................ 80
ASC (Active Sound Control) ............... 152
Automatische airconditioning ............ 264
Automatische transmissie .................. 143
Handgeschakelde modus ................. 146
Paddle shift-schakelaars........... 145, 146
Automatische verlichting .................... 153
Automatische verticale
koplampverstelling............................ 154
B
Baby- en kinderzitjes
Kinderzitjes, definitie ........................... 56
Kinderzitjes, plaatsen.......................... 65
Met een bevestigingspunt voor
de bovenste gordel ........................... 68
Rijden met kinderen in de auto ........... 56
Vastgezet met een onderste
ISOfix-bevestigingspunt ................... 67
Bagageruimteverlichting ..................... 108
Banden
Als uw auto een lekke band heeft ..... 345
Bandenmaat ..................................... 375
Bandenreparatieset .......................... 345
Bandenspanning ............................... 312
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem ................. 303
Bandenspanningsweergavefunctie ... 303
Controle ............................................ 301
Sneeuwkettingen .............................. 262
Vervangen......................................... 308
Waarschuwingslampje ...................... 342
Winterbanden ................................... 260
Wisselen van banden ....................... 303
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 389 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM
Page 393 of 582

391Alfabetische index
E
eCall ......................................................... 70
Toets SOS ........................................... 70
Een baby- of kinderzitje op de
voorpassagiersstoel plaatsen ............ 58
Elektrisch bedienbare ruiten
Aan portierslot gekoppelde
werking ruiten ................................. 126
Bediening .......................................... 126
Blokkeerschakelaar ruitbediening ..... 127
Klembeveiliging ................................. 126
Elektrische stuurbekrachtiging
(EPS) ................................................... 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Elektronische sleutel ........................... 100
Als de elektronische sleutel niet
goed werkt ...................................... 357
Batterij vervangen ............................. 316
Energiebesparende functie ............... 110
EPS (elektrische
stuurbekrachtiging) ........................... 256
Waarschuwingslampje ...................... 337
Extended Headlight
Lighting-systeem ............................... 155
Extra opbergvak ................................... 276
Extra opbergvakken ............................. 275
EyeSight ................................................ 165
Adaptive Cruise Control .................... 185
Conventionele cruise control ............. 201
Lane Departure Warning ................... 214
Lane Sway Warning .......................... 216
Lead Vehicle Start Alert ..................... 218
Pre-Collision Throttle Management ... 209
Pre-Crash Brake-systeem ................. 175
Storing ............................................... 222
Tijdelijke uitschakeling....................... 222
F
Fleshouders.......................................... 274
G
G-krachten .............................................. 95
Gemiddeld brandstofverbruik............... 94
Gemiddelde rijsnelheid ......................... 94
Gereedschap ........................................ 346
Gewicht
Gewicht ............................................. 368
H
Haken
Bevestigingshaken (vloermat) ............ 26
Handgeschakelde transmissie ........... 147
Hendel
Ontgrendelingshendel motorkap....... 293
Richtingaanwijzerschakelaar ............ 150
Ruitenwisserhendel .......................... 160
Selectiehendel .......................... 143, 147
Veiligheidshaak ................................. 293
High Beam Assist ................................ 156
Hill Start Assist Control ....................... 256
Hoofdsteunen ....................................... 120
I
Identificatie
Auto .................................................. 368
Motor................................................. 369
Initialisatie
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem ................. 305
Elektrisch bedienbare ruiten ............. 126
Instapverlichting .......................... 271, 272
Instrumentenpaneel
Controlelampjes .................................. 86
Dimmer dashboardverlichting ............. 91
Instellingen.......................................... 98
Klok ..................................................... 88
Multi-informatiedisplay ........................ 92
Tellers ................................................. 88
Waarschuwingslampjes .................... 335
Waarschuwingsmeldingen ................ 344
Interieurfilter ......................................... 314
Interieurverlichting .............................. 271
GR 86_OM_Europe_OM18131E_1_2203.book Page 391 Tuesday, February 22, 2022 9:51 AM