air condition TOYOTA COROLLA HATCHBACK 2021 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2021, Model line: COROLLA HATCHBACK, Model: TOYOTA COROLLA HATCHBACK 2021Pages: 750, PDF Size: 118.53 MB
Page 415 of 750

4144-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
COROLLA_TMUK_EE “Battery Charging” (accu aan het opla-
den)
• De accu is mogelijk bijna leeg.
→ Het uitschakelen van de motor is tijdelijk
niet mogelijk om voorrang te geven aan het
laden van de accu, maar als de motor kort-
stondig draait, wordt het uitschakelen van de
motor toegestaan.
• Er wordt mogelijk een onderhoudslaadpro- cedure uitgevoerd, bijvoorbeeld wanneer
de accu periodiek wordt opgeladen enige
tijd nadat de accupolen zijn losgenomen
en weer aangesloten, enige tijd nadat de
accu is vervangen, enz.
→ Wanneer de onderhoudslaadprocedure na
ongeveer 5 - 60 minuten is voltooid, kan het
systeem worden bediend.
• Gedurende lange tijd continu weergegeven
→ De accu kan verouderd zijn. Neem voor
meer informatie contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
“Stop & Start System Unavailable” (Stop
& Start-systeem niet beschikbaar)
• Het Stop & Start-systeem is tijdelijk uitge- schakeld.
→ Laat de motor kortstondig draaien.
• De motor is mogelijk herstart terwijl de motorkap was geopend.
→ Sluit de motorkap, zet het contact UIT,
wacht ten minste 30 seconden en start ver-
volgens de motor.
“Preparing to Operate” (voorbereiden
om in werking te treden)
• De auto rijdt op grote hoogte.
• Het vacuüm van de rembekrachtiger is te laag.
→ Wanneer het vacuüm van de rembekrach-
tiger een bepaald niveau bereikt, wordt het
systeem ingeschakeld. “For Climate Control” (voor klimaatrege-
ling)
• De airconditioning wordt gebruikt wanneer de omgevingstemperatuur hoog of laag is.
→ Het systeem treedt in werking wanneer het
verschil tussen de ingestelde temperatuur en
de temperatuur in het interieur te klein is.
• De voorruitverwarming is ingeschakeld.
●Wanneer de motor automatisch wordt her-
start terwijl hij was uitgeschakeld door het
Stop & Start-systeem
“Preparing to Operate” (voorbereiden
om in werking te treden)
• Het rempedaal is dieper of pompend inge- trapt.
→ Het systeem wordt ingeschakeld als de
motor draait en het vacuüm van de rembe-
krachtiger een bepaald niveau heeft bereikt.
“For Climate Control” (voor klimaatrege-
ling)
• De airconditioning wordt ingeschakeld of gebruikt.
• De voorruitverwarming is ingeschakeld.
“Battery Charging” (accu aan het opla-
den)
• De accu is mogelijk bijna leeg.
→ De motor wordt herstart om voorrang te
geven aan het laden van de accu. Wanneer
de motor kortstondig draait, kan het systeem
herstellen.
●Wanneer de motor niet weer kan worden
gestart door het Stop & Start-systeem
“Shift to N and Press Clutch” (zet selec-
tiehendel in stand N en trap het koppelings-
pedaal in) (auto's met handgeschakelde
transmissie)
→ Terwijl de motor is uitgeschakeld door het
Stop & Start-systeem wordt de selectiehendel
in een andere stand dan de neutraalstand
gezet zonder dat het koppelingspedaal is
ingetrapt.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 414 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 437 of 750

4364-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
COROLLA_TMUK_EE sensor daardoor mogelij
k geen obstakels sig-
naleert. Zodra het ijs smelt, zal het systeem
weer normaal werken.
■Als “Parking Assist Unavailable” (Par-
king Assist niet beschikbaar) wordt
weergegeven op het multi-informatie-
display
●Er kan continu water over de sensor stro-
men, zoals bij zware regenval. Als het sys-
teem signaleert dat de toestand weer
normaal is, zal het systeem weer normaal
werken.
●Mogelijk is het systeem na het losnemen
en weer aansluiten van een accuklem niet
geïnitialiseerd. Initialiseer het systeem.
( → Blz. 436)
Als deze melding na de initialisatie nog
steeds wordt weergegeven, laat de auto
dan controleren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
■Als een accuklem is losgenomen en
weer is aangesloten
Het systeem moet worden geïnitialiseerd.
Rijd om het systeem te initialiseren gedu-
rende ten minste 5 seconden recht vooruit
met een snelheid van ongeveer 35 km/h of
hoger.
■Detectie-informatie sensoren
Tijdens het gebruik kunnen zich de volgende
situaties voordoen:
●De sensoren signaleren mogelijk alleen
objecten die zich dicht bij de voor- of ach-
terbumper bevinden.
●Afhankelijk van de vorm van het object en
andere factoren kan de detectieafstand
korter worden of kan detectie niet mogelijk
zijn.
●Obstakels worden mogelijk niet gesigna-
leerd als ze zich te dicht bij de sensor
bevinden.
●Tussen het signaleren van een object en
de weergave zit een kleine vertraging. Ook
als er met lage snelheid wordt gereden,
bestaat de mogelijkheid dat het object bin-
nen het detectiegebied van de sensoren
komt voordat het display wordt weergege-
ven en het waarschuwingssignaal hoor-
baar is.
●Het kan moeilijk zijn om de zoemer te
horen als het audiosysteem hard staat of
als de luchtcirculati e van de airconditioning
veel geluid produceert.
●De zoemer is mogelijk moeilijk te horen
doordat zoemers van andere systemen
klinken.
■Omstandigheden waaronder de functie
mogelijk niet goed werkt
De staat van de auto en de omgeving kunnen
van invloed zijn op de capaciteit van de sen-
sor om objecten correct te signaleren. Speci-
fieke situaties waarin dit voor kan komen ziet
u hieronder.
●De sensor is bedekt met vuil, sneeuw of ijs.
(Het reinigen van de sensoren zal het pro-
bleem oplossen.)
●De sensor is bevroren. (Het ontdooien van
de sensor zal het probleem oplossen.)
Vooral bij lage buitentemperaturen kan het
gebeuren dat er ten gevolge van een
bevroren sensor een abnormaal beeld te
zien is op het display of dat objecten, zoals
een muur, niet worden gesignaleerd.
●Een sensor wordt ergens door afgedekt.●Wanneer een sensor of de omgeving van
een sensor zeer heet of koud is.
●De auto rijdt op een bijzonder hobbelige
weg, op een helling, op grind of op gras.
●Er is veel omgevingslawaai rond de auto
van claxons, motorfietsmotoren, luchtrem-
men van vrachtwagens of andere geluids-
bronnen die ultrasone geluidsgolven
produceren.
●Er is een andere auto uitgerust met Par-
king Assist-sensoren in de nabije omge-
ving.
●Een sensor is bedekt met een waterfilm of
er is sprake van zware regenval.
●Als een sensor wordt geraakt door een
grote hoeveelheid water, zoals bij het rij-
den op een overstroomde weg.
●Als de auto sterk naar één kant helt.●De auto nadert een hoge of gebogen
stoeprand.
●Als het object zich te dicht bij de sensor
bevindt.
■Objecten die mogelijk niet goed worden
gesignaleerd
Door de vorm van het object kan de sensor
het mogelijk niet signaleren. Let goed op bij
de volgende objecten:
●Kabels, hekken, touwen, enz.●Katoen, sneeuw en andere materialen die
geluidsgolven absorberen
●Zeer hoekige objecten
●Lage objecten●Hoge obstakels waarbij het bovenste deel
uitsteekt in de richting van uw auto
Mogelijk worden mensen die bepaalde soor-
ten kleding dragen niet gesignaleerd.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 436 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 492 of 750

491
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
COROLLA_TMUK_EE
Multi-informatiedisplay
Rijmodusselectieschakelaar
Beweeg de rijmodusselectieschakelaar naar
voren of achteren om de gewenste rijmodus
te selecteren op het multi-informatiedisplay.
1
Normale modus
Biedt een optimale balans tussen brandstof-
verbruik, laag geluidsniveau en dynamische
prestaties. Geschikt voor normaal rijden.
2Sportmodus
Regelt de transmissie en de motor voor een
snelle en krachtige acceleratie. In deze
modus wordt ook het stuurgevoel gewijzigd,
waardoor deze modus ges chikt is voor wan-
neer wendbaarheid is gewenst, bijvoorbeeld
bij het rijden op zeer bochtige wegen.
Wanneer de sportmodus geselecteerd
wordt, gaat de sportmodusindicator bran-
den.
Auto's met handgeschakelde transmissie:
Wanneer de sportmodus wordt geselec-
teerd, wordt de iMT ingeschakeld.
( → Blz. 318)
3 ECO-rijmodus
Helpt de bestuurder op milieuvriendelijke
wijze te accelereren en het brandstofver-
bruik te verlagen door een gematigde afstel-
ling van de smoorklep en door het regelen
van de werking van de airconditioning (ver-
warmen/koelen).
Wanneer de ECO-rijmodus geselecteerd
wordt, gaat de ECO-rijmodusindicator bran-
den.
■Werking van de airconditioning in de
ECO-rijmodus
De ECO-rijmodus regelt het verwarmen/koe-
len en de aanjagersnelheid van het airconditi-
oningsysteem om brandstof te besparen.
Doe het volgende om de prestaties van de
airconditioning te verbeteren:
●Schakel de ECO-rijmodus van de aircondi-
tioning uit (auto's me t automatische aircon-
ditioning) ( →Blz. 564)
●Wijzig de aanjagersnelheid ( →Blz. 557,
562)
●Schakel de ECO-rijmodus uit
■Automatisch uitschakelen van de sport-
modus
Als het contact UIT wordt gezet nadat is
gereden in de sportmodus, wijzigt de rijmo-
dus in de normale modus.
Rijmodusselectie-
schakelaar
De rijmodi kunnen worden gese-
lecteerd overeenkomstig de rijom-
standigheden.
Selecteren van een rijmodus
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 491 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 556 of 750

6
555
6
Voorzieningen in het interieur
COROLLA_TMUK_EE
Voorzieningen inhet interieur
.6-1. Gebruik van de
airconditioning en de
achterruitverwarming
Handmatig bediende airconditioning ..................... 556
Automatische airconditioning ..................... 561
Stuurwielverwarming/ stoelverwarming .................. 568
6-2. Gebruik van de interieurverlichting
Overzicht interieurverlichting . 570
6-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
Overzicht van opbergmogelijkheden .......... 573
Voorzieningen in de bagageruimte ...................... 576
6-4. Overige voorzieningen in het interieur
Overige voorzieningen in het interieur ..................... 585
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 555 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 557 of 750

5566-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
COROLLA_TMUK_EE
6-1.Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
*: Indien aanwezig
Deze afbeeldingen hebben betrekking op een auto met linkse besturing.
De positie en vorm van toetsen kunnen ie ts afwijken bij auto's met rechtse bestu-
ring.
De positie van het display en de toetsen kunnen per systeem verschillend zijn.
Auto's zonder aircoschakelaar
Schakelaar aanjagersnelheid
Temperatuurschakelaar
Toets buitenluchtmodus
Toets recirculatiemodus
Toets luchtcirculatieregeling
Toets achterruit- en buitenspiegelverwarming
Toets voorruitverwarming
AAN-/UIT-schakelaar
Handmatig bediende airconditioning*
Bedieningspaneel airconditioning
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 556 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 558 of 750

557
6
6-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
Voorzieningen in het interieur
COROLLA_TMUK_EE
Auto's met aircoschakelaar
Schakelaar aanjagersnelheid
Temperatuurschakelaar
Aircoschakelaar
Toets buitenlucht-/recirculatiemodus
Toets luchtcirculatieregeling
Toets achterruit- en buitenspiegelverwarming
Toets voorruitverwarming
AAN-/UIT-schakelaar
■Wijzigen van de ingestelde tempe-
ratuur
Auto's zonder aircoschakelaar
Draai de temperatuurschakelaar
rechtsom om de temperatuur te verho-
gen.
Auto's met aircoschakelaar
Draai de draaiknop voor de tempera-
tuurregeling rechtsom (warm) of
linksom (koel) om de temperatuurinstel-
ling aan te passen.
Als de aircoschakelaa r niet is ingedrukt,
blaast het systeem lucht met de omgevings-
temperatuur of verwarmde lucht in het interi-
eur.
■Instellen van de aanjagersnelheid
Draai de knop voor de aanjagersnel-
heid rechtsom (hoger) of linksom
(lager) om de aanjagersnelheid aan te
passen.
Door op de AAN-/UIT-schakelaar te drukken
wordt de aanjager uitgeschakeld.
Als de aanjager is uitgeschakeld, kunt u
deze weer inschakelen door op de
AAN-/UIT-schakelaar te drukken of de knop
voor de aanjagersnelheid rechtsom te
draaien.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 557 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 559 of 750

5586-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
COROLLA_TMUK_EE
■Wijzigen van de luchtcirculatie-
modus
Druk op de toets voor de luchtcirculatie-
regeling.
De luchtcirculatiemodus verandert telkens
wanneer de schakelaar wordt ingedrukt als
volgt:
1 Bovenlichaam
2 Bovenlichaam en voeten
3 Voeten
4 Voeten en voorruitontwaseming
■Schakelen tussen buitenluchtmo-
dus en recirculatiemodus
Auto's zonder aircoschakelaar
Druk op de toets recirculatiemodus
om de recirculatiemodus in te scha-
kelen.
Het controlelampje op de toets recirculatie-
modus brandt.
Druk op de toets buitenluchtmodus
om de buitenluchtmodus in te scha-
kelen.
Het controlelampje op de toets buitenlucht-
modus brandt.
Auto's met aircoschakelaar
Druk op de toets buitenlucht-/recircula-
tiemodus.
Iedere keer dat de toets wordt bediend, wij-
zigt de modus tussen buitenluchtmodus en
recirculatiemodus.
Wanneer de recirculatiemodus is geselec-
teerd, brandt het controlelampje op de toets
buitenlucht-/recirculatiemodus.
■In-/uitschakelen van de koel- en
ontvochtigingsfunctie (auto's met
aircoschakelaar)
Druk op de aircoschakelaar.
Wanneer de functie is ingeschakeld, brandt
het controlelampje op de aircoschakelaar.
■Ontwasemen van de voorruit
De ruitverwarming wordt gebruikt om
de voorruit en de zijruiten voor te ont-
wasemen.
Druk op de schakelaar voor de voorruit-
verwarming.
Zet, als de recirculat iemodus is ingescha-
keld, de toets voor de buitenlucht-/recircula-
tiemodus in de buitenluchtmodus.
Verhoog de aanjagersnelheid en de tempe-
ratuur om de voorruit en zijruiten snel te ont-
wasemen.
Druk wanneer de voorruit is ontwasemd
nogmaals op de schakelaar voor de voorruit-
verwarming om terug te keren naar de
vorige modus.
Als de voorruitverwarming is ingeschakeld,
brandt het controlelampje op de schakelaar
voorruitontwaseming.
■Ontwasemen van de achterruit en
buitenspiegels
De achterruit- en buitenspiegelverwar-
ming worden gebruikt om de achterruit
te ontwasemen en om regendruppels,
dauw en ijs van de buitenspiegels te
verwijderen.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 558 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 560 of 750

559
6
6-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
Voorzieningen in het interieur
COROLLA_TMUK_EE
Druk op de toets voor de achterruit- en
buitenspiegelverwarming.
Als de toets achterruit- en buitenspiegelver-
warming is ingeschakeld, brandt het contro-
lelampje op de toets achterruit- en
buitenspiegelverwarming.
De achterruit- en bui
tenspiegelverwarming
wordt na een tijdje automatisch uitgescha-
keld.
■Beslaan van de ruiten
●Auto's met aircoschakelaar: De ruiten zul-
len gemakkelijk besl aan als de luchtvoch-
tigheid in de auto hoog is. Als u de
aircoschakelaar insc hakelt, wordt de lucht
die via de uitstroomopeningen stroomt,
ontvochtigd en wordt de voorruit efficiënt
ontwasemd.
●Auto's met aircoschakelaar: Als u de airco-
schakelaar uitschakelt, zullen de ruiten
mogelijk sneller beslaan.
●De ruiten zullen mogelijk beslaan als de
recirculatiemodus is ingeschakeld.
■Bij het rijden op stoffige wegen
Sluit alle ruiten. Als er na het sluiten van de
ruiten nog altijd stof wordt aangezogen, zet
dan de luchttoevoerregeling in de buiten-
luchtmodus en schakel de aanjager in.
■Buitenlucht-/recirculatiemodus
●Het wordt aangeraden om de recirculatie-
modus tijdelijk in te schakelen om te voor-
komen dat er vuile lucht wordt aangevoerd.
●Auto's met aircoschakelaar: Wanneer tij-
dens het koelen de re circulatiemodus
wordt ingeschakeld, wordt ook het interieur
van de auto effectief gekoeld.
■Wanneer de buitentemperatuur tot bijna
0°C daalt (auto's met aircoschakelaar)
De ontvochtigingsfuncti e werkt mogelijk niet,
zelfs niet wanneer de toets A/C wordt inge-
drukt.
■Geuren ventilatie en airconditioning
●Zet de airconditioning in de buitenluchtmo-
dus om frisse lucht binnen te laten.
●Tijdens het gebruik kunnen verschillende
geuren van binnen en buiten de auto in het
airconditioningsysteem terechtkomen. Dit
kan tot gevolg hebben dat de lucht die uit
de uitstroomopeningen komt niet lekker
ruikt.
●We raden u aan het airconditioningsys-
teem in de buitenluchtmodus te zetten
voordat u de motor uitschakelt.
●Bij het parkeren schakelt het systeem
automatisch de buitenluchtmodus in voor
een betere luchtcirculatie in de auto, wat
helpt om geuren bij het starten van de auto
te verminderen.
■Interieurfilter
→ Blz. 630
WAARSCHUWING
■Voorkomen dat de voorruit beslaat
Gebruik de schakelaar voor de voorruitont-
waseming niet in combinatie met koele
lucht bij zeer vochtig weer. Het verschil
tussen de buitentemperatuur en de tempe-
ratuur van de voorruit zorgt ervoor dat de
buitenkant van de voorruit beslaat, waar-
door het zicht wordt belemmerd.
■Als de buitenspiegelverwarming
ingeschakeld is
Raak het oppervlak van de buitenspiegels
niet aan, omdat dit heet kan worden en
brandwonden kan veroorzaken.
OPMERKING
■Voorkomen van ontlading van de
accu
Laat de airconditioning niet langer inge-
schakeld dan noodzakelijk is als de motor
niet draait.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 559 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 561 of 750

5606-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
COROLLA_TMUK_EE
■Plaats van uitstroomopeningen
De uitstroomopeningen en luchthoe-
veelheid veranderen overeenkomstig
de geselecteerde luchtcirculatiemodus.
: Indien aanwezig
■Afstellen van de stand en de mate
van opening van de uitstroomope-
ningen
Midden voor
1 Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden
2 Draai de knop om de uitstroomope-
ning te openen of te sluiten
Rechts voor
1 Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden
2 De uitstroomopening openen
3 De uitstroomopening sluiten
Links voor
1 Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden
2 De uitstroomopening sluiten
3 De uitstroomopening openen
Overzicht en bediening
uitstroomopeningen
WAARSCHUWING
■Voorkomen van onjuiste werking van
de voorruitverwarming
Plaats geen voorwerpen op het dashboard
die de uitstroomopeningen kunnen bedek-
ken. Anders raakt de luchtstroom mogelijk
geblokkeerd, waardoor de voorruitverwar-
ming de voorruit niet kan ontwasemen.
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 560 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM
Page 562 of 750

561
6
6-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
Voorzieningen in het interieur
COROLLA_TMUK_EE
*: Indien aanwezig
Type A Schakelaar temperatuurregeling links
Schakelaar temperatuurregeling rechts
DUAL-schakelaar
Aircoschakelaar
Toets buitenluchtmodus
Toets recirculatiemodus
Toets luchtcirculatieregeling
Toets verhogen aanjagersnelheid
Toets verlagen aanjagersnelheid
Toets FAST/ECO
Toets achterruit- en buitenspiegelverwarming
Toets voorruitverwarming
Toets OFF
Schakelaar automatische modus
Automatische airconditioning*
De uitstroomopeningen waaruit de lucht komt, worden automatisch gese-
lecteerd en de aanjagersnelheid word t automatisch geregeld op basis van
de gekozen temperatuur.
Deze afbeeldingen hebben betrekking op een auto met linkse besturing.
De positie en vorm van toetsen kunnen iets afwijken bij auto's met rechtse
besturing.
Verder zijn de positie van het disp lay en de knoppen per systeem verschil-
lend.
Bedieningspaneel airconditioning
COROLLA(TMUK)_OM_Europe_OM12P46E.book Page 561 Tuesday, August 25, 2020 1:58 PM