ESP TOYOTA HIGHLANDER 2023 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2023, Model line: HIGHLANDER, Model: TOYOTA HIGHLANDER 2023Pages: 498, PDF Size: 69.85 MB
Page 339 of 498

5. Druk opofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel, selecteer
en
houd vervolgensingedrukt.
6. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel, selecteer TPWS
en druk vervolgens op
.
7.
Druk opofvan de bediening-
stoetsen van het instrumentenpaneel,
selecteer “Change Wheel” (wielen
wijzigen) en druk vervolgens op
totdat het waarschuwingslampje lage
bandenspanning 3 keer langzaam
knippert.
De modus voor het wijzigen van de
wielenset wordt geactiveerd en de
registratie wordt gestart.
Vervolgens wordt er een melding
weergegeven op het multi-
informatiedisplay. Als de registratie
wordt uitgevoerd, gaat het
waarschuwingslampje lage
bandenspanning gedurende ongeveer
1 minuut knipperen en blijft het
vervolgens branden. “--” wordt op het
multi-informatiedisplay weergegeven
voor de bandenspanning van elke band.
8. Rijd met een snelheid van ongeveer
40 km/h of hoger gedurende 10 tot
30 minuten.
Als de registratie is voltooid, dooft het
waarschuwingslampje lage
bandenspanning en wordt de
bandenspanning van elke band
weergegeven op het
multi-informatiedisplay.
Zelfs als er niet wordt gereden met
een snelheid van ongeveer 40 km/h of
hoger, kan de registratie worden
voltooid als er gedurende langere
tijde met de auto wordt gereden. Als
de registratie na ten minste een uur
rijden niet is voltooid, herhaal dan de
procedure vanaf het begin.
9. Initialiseer het
bandenspanningswaarschuwings-
systeem. (→Blz. 334)12,3 inch display
1. Parkeer de auto op een veilige plaats
en zet het contact UIT.
Er kan niet worden geïnitialiseerd
wanneer de auto rijdt.
2. Breng de banden op de
voorgeschreven spanning bij koude
banden. (→Blz. 411)
Breng de banden op de
voorgeschreven spanning voor de
banden in koude toestand. Deze
spanning vormt de
referentiespanning voor het
bandenspanningswaarschuwings-
systeem.
3. Zet het contact AAN.
4. Selecteer
van het
multi-informatiedisplay.
5. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel, selecteer
en
houd vervolgensingedrukt.
6. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel, selecteer TPWS
en druk vervolgens op
.
7. Druk op
ofvan de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel, selecteer
“Change Wheel” (wielen wijzigen) en
druk vervolgens op
totdat het
waarschuwingslampje lage
bandenspanning 3 keer langzaam
knippert.
De modus voor het wijzigen van de
wielenset wordt geactiveerd en de
registratie wordt gestart.
Vervolgens wordt er een melding
weergegeven op het multi-
informatiedisplay. Als de registratie
wordt uitgevoerd, gaat het
waarschuwingslampje lage
bandenspanning gedurende ongeveer
1 minuut knipperen en blijft het
vervolgens branden. “--” wordt op
het multi-informatiedisplay
weergegeven voor de
bandenspanning van elke band.
6.3 Zelf uit te voeren onderhoud
337
6
Onderhoud en verzorging
Page 370 of 498

Controlelampje (waarschuwingszoemer) bestuurders- en voorpassagiersgordel*
Waarschuwingslampje Details/handelingen
Waarschuwt de bestuurder en/of voorpassagier dat de veilig-
heidsgordel vastgemaakt dient te worden.
Doe de veiligheidsgordel om. Als er iemand op de voorpas-
sagiersstoel zit, moet ook de veiligheidsgordel voor de voor-
passagier worden vastgemaakt, zodat het waarschuwings-
lampje (de waarschuwingszoemer) uitgaat.
*Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel bestuurder en voorpassagier:
De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordel herinnert de bestuurder en de
voorpassagier eraan de veiligheidsgordel om te doen. Als de veiligheidsgordel wordt
losgemaakt klinkt de zoemer gedurende een bepaalde tijd met tussenpozen wanneer de
auto een bepaalde snelheid heeft bereikt.
Controlelampje (waarschuwingszoemer) achterpassagiersgordel
*2
Waarschuwingslampje Details/handelingen
*1
Waarschuwt de passagiers op de tweede en/of derde zitrij om
de veiligheidsgordel om te doen. Er gaat een controlelampje
branden dat correspondeert met een niet vastgemaakte veilig-
heidsgordel op de tweede of derde zitrij.
Doe de veiligheidsgordel om.
*1Dit lampje brandt in het centrale paneel.
*2Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel achterpassagiers:
De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordel herinnert de achterpassagiers eraan
de veiligheidsgordel om te doen. Als de veiligheidsgordel wordt losgemaakt klinkt de
zoemer gedurende een bepaalde tijd met tussenpozen wanneer de auto een bepaalde
snelheid heeft bereikt.
Waarschuwingslampje lage bandenspanning
Waarschuwingslampje Details/handelingen
Als het lampje gaat branden nadat het gedurende ongeveer
1 minuut geknipperd heeft:
Storing in het bandenspanningswaarschuwingssysteem
Laat het systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste deskundige.
Als het lampje gaat branden:
Lage bandenspanning, bijvoorbeeld door
■Natuurlijke oorzaken
■Lekke band
Breng de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats tot
stilstand. Oplossing (→blz. 371)
7.2 Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
368
Page 395 of 498

onderhoud aan de auto. Wanneer u
dringend moet tanken, kunt u de
tankdopklep met behulp van de
onderstaande procedure openen.
De tankdopklep openen
• Als de ontgrendelschakelaar van de
tankdopklep niet kan worden bediend,
verwijder dan de klep in de
bagageruimte en trek aan de hendel
om de tankdopklep te openen.
OPMERKING
Bij het handmatig openen van de
tankdopklep
• Open de tankdopklep nooit
handmatig, behalve in een
noodgeval. Er kan brandstof naar
buiten stromen.
• Als u de hendel gebruikt om de
tankdopklep te openen, is het
mogelijk dat de druk in de
brandstoftank voor het tanken niet
voldoende wordt verlaagd. Draai, om
te voorkomen dat brandstof wordt
gemorst, de dop langzaam los om
hem te verwijderen.
• Tijdens het tanken morst er mogelijk
brandstof uit de vulopening doordat
er lucht uit de brandstoftank komt.
Tank daarom voorzichtig en
langzaam.
7.2.9 Als de elektronische sleutel
niet goed werkt
Als de communicatie tussen de
elektronische sleutel en de auto is
verbroken (→blz. 126) of de
elektronische sleutel niet kan worden
gebruikt omdat de batterij leeg is, werken
het Smart entry-systeem met startknop
en de afstandsbediening niet. In
dergelijke gevallen kunnen de portieren
en de achterklep worden geopend of kan
het hybridesysteem worden gestart
volgens onderstaande procedure.
Als de elektronische sleutel niet goed
werkt
• Controleer of het Smart
entry-systeem met startknop niet is
uitgeschakeld via de persoonlijke
voorkeursinstellingen. Is de functie
uitgeschakeld, schakel hem dan in.
(Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen:
→blz. 415)
•
Controleer of de energiebespaarmodus
is ingeschakeld. Is de functie
ingeschakeld, schakel hem dan uit.
(→
Blz. 125)
Vergrendelen en ontgrendelen van de
portieren
Ontgrendelen van het portier
Gebruik de mechanische sleutel
(→blz. 108) om de volgende handelingen
uit te voeren:
1. Vergrendelen van alle portieren
2. Ontgrendelen van alle portieren
7.2 Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
393
7
Bij problemen
Page 402 of 498

2. Als er stoom te zien is: Open, nadat de
stoom is verdwenen, voorzichtig de
motorkap. Als er geen stoom te zien is:
Open voorzichtig de motorkap.
3. Controleer nadat het hybridesysteem
voldoende is afgekoeld de slangen en
het radiateurblok (radiateur) op
sporen van lekkage.
ARadiateur
BKoelventilator
Neem bij lekkage van een grote
hoeveelheid koelvloeistof
onmiddellijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
4. Het koelvloeistofniveau is correct als
het zich tussen de streepjes FULL en
LOW van het reservoir bevindt.
AReservoir
BFULL-streepje
CLOW-streepje
DRadiateurdop5. Vul indien nodig koelvloeistof bij.
In noodgevallen mag ook water
gebruikt worden als u geen
koelvloeistof bij de hand hebt.
6. Schakel het hybridesysteem en de
airconditioning in en controleer of de
koelventilator van de radiateur draait
en of er geen koelvloeistof lekt uit de
radiateur of de slangen.
De koelventilator gaat draaien als de
airconditioning wordt ingeschakeld
direct na een koude start. Controleer
of de ventilator draait door ernaar te
luisteren en te voelen of er
luchtstroom is. Schakel als u hier niet
zeker van bent de airconditioning nog
een aantal keer in en uit. (De
ventilator werkt mogelijk niet bij
temperaturen beneden het
vriespunt.)
7. Als de koelventilator niet draait: Zet
het hybridesysteem onmiddellijk uit
en neem contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige. Als de
ventilator werkt: Laat de auto
nakijken door de dichtstbijzijnde
erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
8. Controleer of “Engine Coolant Temp
High Stop in a Safe Place See Owner's
Manual (Temperatuur koelvloeistof te
hoog. Breng auto op veilige plaats tot
7.2 Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
400
Page 412 of 498

Middelste deel: SAE 0W-16 geeft de
viscositeit aan.
Onderste deel: In dit deel staat
“Resource-Conserving”, wat staat
voor brandstofbesparende en groene
eigenschappen.BILSAC-symbool
Het ILSAC-symbool (International
Lubricant Standardization and
Approval Committee) staat op de
voorzijde van de verpakking.
Koelsysteem
Inhoud Benzinemotor 9,4 l (9,9 qt., 8,3 Imp.qt.)
Vermogensre-
geleenheid1,9 l (2,0 qt., 1,7 Imp. qt.)
Soort koelvloeistof Gebruik een van de volgende middelen:
■Toyota Super Long Life Coolant
■Of een gelijkwaardig product
Gebruik niet uitsluitend kraanwater.
Ontstekingssysteem (bougie)
Merk DENSO FC16HR-Q8
Elektrodenafstand 0,8 mm (0,031 in.)
OPMERKING
Bougies met iridium elektroden
Gebruik alleen bougies met iridium elektroden. Wijzig de elektrodenafstand niet.
Elektrisch systeem (12V-accu)
Klemspanning bij 20°C (68°F):12,0 V of hoger
(Zet het contact UIT en schakel het grootlicht gedurende
30 seconden in.)
Laadstroom Max. 5 A
Hybridetransmissie
Hoeveelheid vloeistof*4,4 l (4,7 qt., 3,9 Imp. qt.)
Soort vloeistof Originele Toyota ATF WS
*De inhoud is een referentiehoeveelheid. Als vervanging noodzakelijk is, neem dan
contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
OPMERKING
Hybridetransmissievloeistof
Gebruik van andere transmissievloeistof dan hierboven genoemd kan leiden tot
abnormale geluiden en trillingen en op termijn schade aanrichten aan de transmissie van
uw auto.
8.1 Specificaties
410