ESP TOYOTA PROACE VERSO 2020 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2020, Model line: PROACE VERSO, Model: TOYOTA PROACE VERSO 2020Pages: 418, PDF Size: 40.53 MB
Page 264 of 418

264
Sneeuwkettingen
Onder winterse omstandigheden verbeteren sneeuwkettingen de tractie en het remgedrag van de auto.
Uitsluitend de voor wielen mogen van sneeuwkettingen worden voorzien.
Houd u altijd aan de ter plekke geldende regelgeving over het gebruik van sneeuwkettingen en de maximaal toegestane snelheid.
Rijd niet met sneeuwkettingen op een sneeuwvrij gemaakte weg om schade aan de banden en het wegdek te voorkomen. Als uw auto is voorzien van lichtmetalen velgen, controleer dan of de ketting en de bevestigingen de velg niet raken.
Gebruik uitsluitend kettingen die geschikt zijn voor het type velg van uw auto.
Het gebruik van sneeuwsokken is eveneens mogelijk.Neem voor meer informatie contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Montagetips
F Als u onder weg sneeuwkettingen moet monteren, zet de auto dan langs de kant van de weg stil op een vlakke ondergrond.F Trek de handrem aan en plaats eventueel wielblokken voor of achter de wielen om te voorkomen dat de auto wegglijdt.F Monteer de sneeuwkettingen, volg daarbij de aanwijzingen van de fabrikant.F Rijd langzaam weg en rijd een klein stukje
met een snelheid van maximaal 50 km/h.F Zet de auto stil en controleer of de kettingen correct gespannen zijn.
Maat van de af fabriek gemonteerde bandenType sneeuwketting
215/65 R16schakel 12 mm
215/60 R17-2 2 5 / 5 5 R17
Het is bijzonder raadzaam voor vertrek het
monteren van de sneeuwkettingen te oefenen; doe dit op een vlakke en droge ondergrond.
Praktische informatie
Page 266 of 418

266
Eco-mode
De eco-mode bepaalt de maximale gebruiksduur van een aantal functies om te voorkomen dat de accu ontladen raakt.Nadat de motor is afgezet, kunt u een aantal elektrische functies zoals het audio- en telematicasysteem, de ruitenwissers, dimlichten, plafonniers, ... nog in totaal maximaal 40 minuten gebruiken.
Inschakelen van de eco-mode
Een melding op het display van het
instrumentenpaneel geeft aan dat de eco-mode is ingeschakeld en worden de actieve functies in de ruststand gezet.Als u op het moment dat de eco-mode wordt ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het gesprek nog gedurende ongeveer 10 minuten worden voortgezet via de handsfree set van uw autoradio.
Uitschakelen van de eco-mode
De functies worden automatisch weer ingeschakeld als de motor gestart wordt.Start om de functies direct weer te kunnen gebruiken de motor en laat deze draaien:- minder dan tien minuten om de functies ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,- meer dan tien minuten om de functies ongeveer dertig minuten te kunnen gebruiken.Neem de tijd die nodig is voor het starten van de motor in acht om een juiste lading van de accu te garanderen.Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.Als de accu ontladen is, kan de motor niet gestart worden.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de 12V-accu.
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van de auto aan om het ontladen van de accu te voorkomen.Tijdens het rijden kunnen in verband met de laadtoestand van de accu enkele functies (airconditioning, achterruitverwarming, ...) tijdelijk worden uitgeschakeld.Deze functies worden automatisch ingeschakeld zodra de laadtoestand van de accu dit toelaat.
Praktische informatie
Page 273 of 418

273
Niveaus controleren
Let bij werkzaamheden onder de motorkap goed op, want bepaalde delen van de motor kunnen zeer heet zijn (kans op brandwonden) en de motor ventilateur kan ieder moment aanslaan (zelfs bij afgezet contact).
Motorolieniveau
Het motorolieniveau kan bij aangezet contact worden gecontroleerd via de motorolieniveaumeter op het instrumentenpaneel (volgens uitvoering) of met de oliepeilstok.
Controle met de oliepeilstok
De plaats van de oliepeilstok is aangegeven op de desbetreffende afbeelding van de motorruimte.F Trek aan het gekleurde uiteinde om de oliepeilstok volledig uit de schacht te trekken.F Veeg de peilstok af met een schone, niet pluizende doek.F Steek de oliepeilstok weer volledig in de schacht en trek hem er weer uit om het oliepeil te controleren: het oliepeil is correct als het tussen de merktekens A en B ligt.
Controleer deze niveaus regelmatig en respecteer de voor waarden zoals vermeld in het onderhoudsschema van de fabrikant. Vul indien nodig bij, tenzij anders aangegeven.Als een peil/niveau aanmerkelijk daalt, laat dan het desbetreffende systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
A = MA XI
De controle van het motorolieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een horizontale ondergrond staat en de motor ten minste 30 minuten niet heeft gedraaid.
Het is normaal dat u tussen twee onderhoudsbeurten door olie moet bijvullen. Toyota adviseert u om elke 5000 km het olieniveau te controleren en, indien nodig, olie bij te vullen.
B = MINI
Als u ziet dat het oliepeil boven het merkteken A of onder het merkteken B ligt, star t de motor dan niet.- Als het niveau hoger is dan het streepje MAX (risico op beschadiging van de motor), neem dan contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.- Als het oliepeil lager is dan het merkteken
MINI, vul dan altijd motorolie bij.
7
Praktische informatie
Page 287 of 418

287
ProaceVerso_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed2019_V02
Reparatiemethode
1. Afdichting van het lek
F Rol de witte slang G volledig uit.F Draai de dop van de witte slang los.F Sluit de witte slang aan op het ventiel van de lekke band.
F Sluit de stekker van de compressor aan op de 12V-aansluiting in de auto.F Start de motor en laat deze draaien.
Let op: dit product is schadelijk bij inname en irriterend voor de ogen.Houd het middel buiten het bereik van kinderen.
Ver wijder het voor werp dat de lekkage heeft veroorzaakt niet uit de band.
Schakel de compressor niet in voordat de witte slang is aangesloten op het ventiel van de band: het afdichtmiddel wordt anders buiten de band gespoten.
F Zet het contact af.
F Zet de schakelaar A in de stand "Reparatie".
F Controleer of de schakelaar B in de stand "O" staat.
8
Storingen verhelpen
Page 288 of 418

288
ProaceVerso_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed2019_V02
Als er na ongeveer 5 tot 7 minuten geen druk is, betekent dit dat de band niet te repareren is. Neem voor hulp contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
F Activeer de compressor door de schakelaar B in de stand "I" te zetten, tot de bandenspanning 2,0 bar bedraagt. Het afdichtmiddel wordt onder druk in de band gespoten; neem gedurende deze handeling de slang niet los van de aansluiting (kans op spatten).
F Ver wijder de set en draai de dop van de witte slang vast. Zorg er voor dat restanten van de vloeistof niet op of in de auto terecht kunnen komen. Houd de set binnen handbereik.
2. Op spanning brengen
F Zet de schakelaar A in de stand "Bandenspanning".
F Rol de zwarte slang H volledig uit.F Sluit de zwarte slang aan op het ventiel van de gerepareerde band.F Maak direct een rit van ongeveer vijf kilometer met matige snelheid (tussen 20 en 60 km/h), zodat het afdichtmiddel het lek kan dichten.
F Zet de auto stil en controleer de reparatie en de bandenspanning met de set.
Storingen verhelpen
Page 328 of 418

328
ProaceVerso_nl_Chap10a_BTA_ed2019_V02
ERA-GLONASS emergency call system (Indien aanwezig)
Wanneer de elektronische eenheid airbags een botsing heeft gedetecteerd, wordt onafhankelijk van het eventueel afgaan van de airbags, automatisch een noodoproep gedaan.
Noodoproep met lokalisatiefunctie
Druk in geval van nood langer dan 2 seconden op deze toets.Het knipperen van het groene LED-lampje en een gesproken bericht bevestigen dat de oproep naar de helpdesk van "Noodoproep met lokalisatiefunctie" is verstuurd*.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de oproep geannuleerd.Het groene LED-lampje dooft.De oproep wordt ook geannuleerd door, op ieder willekeurig moment, de toets langer dan 8 seconden in te drukken.
Het groene LED-lampje blijft branden (zonder te knipperen) wanneer de verbinding tot stand is gebracht.Aan het einde van het gesprek gaat het lampje uit.
Deze oproep wordt beheerd door de helpdesk van "Noodoproep met lokalisatiefunctie" die de informatie over de lokalisatie van de auto ontvangt en een waarschuwing kan zenden naar de gekwalificeerde hulpdiensten.In landen waar de helpdesk niet operationeel is of wanneer de lokalisatie uitdrukkelijk is geweigerd, wordt de oproep meteen doorgestuurd naar de hulpdiensten (112), zonder lokalisatie.* Deze diensten zijn afhankelijk van bepaalde voorwaarden en beschikbaarheid.Raadpleeg het Toyota-netwerk.
Audio en telematica
Page 329 of 418

329
ProaceVerso_nl_Chap10a_BTA_ed2019_V02
Pechhulp met lokalisatiefunctie
Om technische redenenen, zoals het verbeteren van de telematicadiensten aan de klant, behoudt de fabrikant zich het recht voor om op elk willekeurig moment het telematicasysteem in de auto te wijzigen.
Bij een storing in het systeem kan er wel met de auto worden gereden.
Druk langer dan 2 seconden op deze toets voor het aanvragen van hulp bij het stranden van de auto.Een gesproken bericht bevestigt dat de oproep is verstuurd*.
Door deze toets meteen opnieuw in te drukken, wordt de aanvraag geannuleerd.Dit wordt bevestigd door een gesproken bericht.
Geolokalisatie
U kunt de geolokalisatie uitschakelen door gelijktijdig
op de toetsen "Noodoproep met lokalisatiefunctie" en "Pechhulp met lokalisatiefunctie" te drukken en ver volgens op "Pechhulp met lokalisatiefunctie" te drukken om te bevestigen.
Druk om de geolokalisatie weer in te schakelen nogmaals gelijktijdig op de toetsen "Noodoproep met lokalisatiefunctie" en "Pechhulp met lokalisatiefunctie" en ver volgens op "Pechhulp met lokalisatiefunctie" om te bevestigen.
Als het oranje lampje blijft branden, moet de noodbatterij worden vervangen.In beide gevallen kan er mogelijk geen noodoproep of pechhulpoproep worden verstuurd.Raadpleeg zo snel mogelijk een erkend reparateur.
Werking van het systeem
Bij het aanzetten van het contact gaat het groene lampje 3 seconden branden. Dit duidt op een goede werking van het systeem.
Het knipperen en vervolgens doven van het oranje lampje duidt op een storing in het systeem.
* Deze dienst is afhankelijk van bepaalde voorwaarden en beschikbaarheid.Raadpleeg het Toyota-netwerk.
.
Audio en telematica
Page 331 of 418

331
GPS-navigatie -
Applicaties - Multimedia-
autoradio - Bluetooth®-
telefoon
Inhoud
De eerste stappen 331Stuurkolomschakelaars 332Menu’s 333Gesproken commando’s 334Navigatie 342Online navigatie 344Applicaties 347Radio 350Digitale radio (DAB, Digital Audio Broadcasting) 352Media 352Telefoon 354Configuratie 358Veelgestelde vragen 360
De beschreven functies en instellingen kunnen afwijken van die van het systeem in de auto.
De volgende handelingen mogen om veiligheidsredenen en vanwege het feit dat deze handelingen de volledige aandacht van de bestuurder vragen, uitsluitend worden uitgevoerd bij vstilstaande auto en uitgezet contact:- Het gebruiken van een smartphone.- Het koppelen van een mobiele telefoon met Bluetooth aan het handsfree-systeem van de autoradio- Het verbinden van een smartphone via CarPlay®, MirrorLinkTM of Android Auto (bij bepaalde toepassingen wordt de weergave onderbroken wanneer het voertuig weer rijdt).- Het bekijken van een video (de videoweergave wordt gestopt wanneer het voertuig weer rijdt).- Het configureren van profielen.
Het systeem is zodanig beveiligd dat het uitsluitend in uw auto functioneert.De overgang naar de waakfase wordt aangekondigd door de melding Eco-mode.
De eerste stappen
Als u bij draaiende motor op de toets drukt, wordt het geluid onderbroken.Als u bij afgezet contact op de toets drukt, wordt het systeem ingeschakeld.
Verhoog of verlaag het volume met het wieltje of de toetsen "plus" of "min" (afhankelijk van de uitvoering).
Gebruik de menutoetsen aan weerszijden van of onder het touchscreen om de menu's te openen en druk ver volgens op de virtuele toetsen op het touchscreen.
Gebruik afhankelijk van de uitvoering de toetsen "Bron" of "Menu" om de menu's te openen en druk ver volgens op de op het touchscreen weergegeven toetsen.
U kunt op elk gewenst moment het menu oproepen door het scherm kort met drie vingers aan te raken.
Alle aanraakfuncties op het touchscreen zijn wit.Druk op de pijl Terug om één niveau terug te gaan.Druk op "OK" om te bevestigen.
Toyota Pro Touch with
navigation system
.
Toyota Pro Touch with navigation system
Page 332 of 418

332
Het touchscreen is een capacitief scherm.Voor het schoonmaken van het scherm is het raadzaam gebruik te maken van een niet schurende zachte doek (bijvoorbeeld een brillendoekje), zonder schoonmaakmiddel.Raak het scherm niet aan met scherpe voorwerpen.Raak het scherm niet aan met natte handen.
Bepaalde informatie wordt permanent weergegeven op de zijbalken of de bovenste balk van het touchscreen (afhankelijk van de uitrusting):- Basisinformatie van de airconditioning (afhankelijk van de uitvoering) en rechtstreekse toegang tot het desbetreffende menu.- Rechtstreekse toegang tot de keuze van de geluidsbron, de lijst met zenders (of titels, afhankelijk van de geluidsbron).- Ga naar de “Notificaties” van meldingen, e-mailberichten, updates van kaartgegevens en aanwijzingen van het navigatiesysteem (afhankelijk van de diensten).- Toegang tot de instellingen van het touchscreen en het digitale instrumentenpaneel.
Selecteren van de geluidsbron (afhankelijk van de uitrusting):- FM/DAB/AM-radiozenders (afhankelijk van de uitrusting).- Telefoon verbonden via Bluetooth en multimedia-uitzending Bluetooth (streaming).- USB-stick.- Via de AUX-aansluiting aangesloten mediaspeler (afhankelijk van de uitrusting).- CD-speler (afhankelijk van de uitrusting).- Video (afhankelijk van de uitrusting).
Maak via het menu "Instellingen" u een profiel voor één persoon of voor een groep personen met gemeenschappelijke instellingen aan, waarbij vele instellingen mogelijk zijn (voorkeuzezenders radio, audio-instellingen, navigatiegeschiedenis, favoriete contacten, enz.). De instellingen worden automatisch aangepast.
Als het zeer warm is in het interieur, kan het geluidsvolume worden beperkt om het systeem te beschermen. Het systeem kan gedurende ten minste 5 minuten stand-by (scherm en geluid uitgeschakeld) worden gezet.Zodra de temperatuur in het interieur is gezakt, zal de oorspronkelijke instelling weer worden gebruikt.
Stuurkolomschakelaars
Gesproken commando's:Deze toets bevindt zich op het stuur wiel of op het uiteinde van de lichtschakelaar (afhankelijk van de uitvoering).Kort indrukken: gesproken commando's van het systeem.Lang indrukken: gesproken commando’s van de smartphone via het systeem.
Verhogen van het geluidsvolume.
Toyota Pro Touch with navigation system
Page 333 of 418

333
FM 87.5 MHz
Verlagen van het geluidsvolume.Geluid onderbreken door tegelijkertijd op de toetsen voor het verhogen en verlagen van het geluidsvolume te drukken (afhankelijk van de uitrusting).Geluidsweergave weer inschakelen door op één van de twee volumetoetsen te drukken.
Media (kort indrukken): veranderen van multimediabron.
Telefoon (kort indrukken): telefoongesprek starten.Tijdens telefoongesprek (kor t indrukken): toegang tot het telefoonmenu.Telefoon (lang indrukken) : inkomend gesprek weigeren, gesprek beëindigen; als de telefoon niet wordt gebruikt, toegang tot het telefoonmenu.
Radio (draaien): automatisch zoeken naar vorige/volgende zender.Media (draaien): vorige/volgende nummer, scrollen door lijsten.Kort indrukken: bevestigen van een selectie. Indien niets geselecteerd: toegang tot voorkeuzezenders.
Applicaties
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering.
Gebruik van bepaalde apps van de smartphone met internetverbinding, via CarPlay®, MirrorLinkTM (afhankelijk van het land verkrijgbaar) of Android Auto.Controleer de Bluetooth®- en Wi-Fi-verbinding van uw smartphone.
Menu's
Online navigatie
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering.
Navigatiesysteem instellen en bestemming invoeren.Gebruik van beschikbare realtime-diensten, afhankelijk van de uitrusting.
Radio: weergeven van de zenderlijst.Media: weergeven van de tracklijst.Radio (ingedrukt houden): bijwerken van de lijst met beschikbare radiozenders.
Radio Media
Afhankelijk van de uitrusting en uitvoering.
Een geluidsbron of radiozender selecteren, foto's weergeven.
.
Toyota Pro Touch with navigation system