sensor TOYOTA SUPRA 2020 Instructieboekje (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: TOYOTA, Model Year: 2020, Model line: SUPRA, Model: TOYOTA SUPRA 2020Pages: 476, PDF Size: 59.11 MB
Page 102 of 476

102
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
interieur, werkt daardoor ook bij
geopende ruiten. Daarbij is wel vals
alarm mogelijk door bijvoorbeeld val-
lende bladeren.
Het kan voorkomen dat de hellingsen-
sor en de bewegingssensor in het inte-
rieur het alarmsysteem activeren
zonder dat er sprake is van een
inbraak- of diefstalpoging.
Mogelijke situaties waarbij vals alarm
kan voorkomen:
• In autowasplaatsen of -wasstraten.
• Bij stalling op een hefbrug.
• Bij transport per autotrein, op een
veerboot of op een autoambulance.
• Als zich huisdieren in de auto bevin- den.
• Als de auto tijdens het tanken wordt vergrendeld.
De hellingsensor en de bewegingssen-
sor in het interieur kunnen voor derge-
lijke situaties worden uitgeschakeld.
Het controlelampje brandt gedurende
ongeveer 2 seconden en gaat vervol-
gens weer knipperen.
De hellingsensor en de bewegingssen-
sor in het interieur blijven uitgeschakeld
tot de volgende keer dat de auto wordt
vergrendeld. • Ontgrendel de auto met de afstands-
bediening.
• Ontgrendel de auto met de geïnte- greerde sleutel en schakel de Drive
Ready-modus in met behulp van de
speciale ID-functie van de afstands-
bediening, zie blz. 90.
• Met Smart entry-systeem met start-
knop: pak, terwijl u de afstandsbe-
diening bij u draagt, de portiergreep
van het bestuurders- of voorpassa-
giersportier volledig vast.
Voorkomen van vals alarm
Algemeen
Uitschakelen van de hellingsensor en
de bewegingssensor in het interieur
Druk binnen 10 seconden na het
vergrendelen van de auto op de
toets op de afstandsbediening.
Stoppen van het alarm
Schakelaars ruitbediening
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Bij het bedienen van de ruiten bestaat het
risico dat er lichaamsdelen bekneld raken.
Er bestaat een kans op letsel en schade.
Houd bij het openen en sluiten van de rui-
ten het bewegingsgebied vrij.
Overzicht
Schakelaars ruitbediening
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 102 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 151 of 476

151
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
Druk de hendel omhoog totdat de
gewenste stand is bereikt.
Ruststand ruitenwissers, stand 0.
Regensensor, stand 1.
Normale wissnelheid, stand 2 .
Als de auto stilstaat, schakelen de ruitenwis-
sers over op intervalwerking.
Hoge wissnelheid, stand 3.
Als de auto stilstaat, schakelen de ruitenwis-
sers over op normale snelheid.
Als een rit wordt onderbroken terwijl het
ruitenwissersysteem is ingeschakeld:
als de rit wordt hervat, blijven de ruiten-
wissers op het eerder ingestelde niveau
werken.
Druk de hendel omlaag.
Uitschakelen: druk de hendel
omlaag totdat de ruststand is bereikt.
Inschakelen intervalstand: druk de
hendel omlaag vanuit de ruststand.
De hendel keert terug naar de ruststand
zodra hij losgelaten wordt.
De regensensor regelt automatisch de
werking van de ruitenwissers op basis
van de intensiteit van de regen.
De sensor is bevestigd op de voorruit,
direct vóór de binnenspiegel.
Inschakelen
Uitschakelen en intervalstand
Regensensor
Principe
Algemeen
Veiligheidsaanwijzing
OPMERKING
In autowasstraten komen de ruitenwissers
mogelijk onbedoeld in beweging als de
regensensor is ingeschakeld. Er bestaat
een kans op schade. Schakel de regen-
sensor uit in autowasstraten.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 151 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 152 of 476

152
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Druk de hendel eenmaal omlaag vanuit
de ruststand, pijl
1.
Het wissen wordt gestart.
De led in de ruitenwisserhendel gaat
branden.
Bij vorst wordt het wisproces mogelijk
niet gestart.
Druk de hendel terug naar de ruststand.
Draai aan het kartelwieltje om de
gevoeligheid van de regensensor in te
stellen.
Omhoog: hoge gevoeligheid van de
regensensor. Omlaag: lage gevoeligheid van de
regensensor.
Trek aan de hendel.
Vloeistof uit het sproeierreservoir wordt
op de voorruit gespoten en de ruiten-
wissers werken even.
Inschakelen
Uitschakelen
Instellen van de gevoeligheid van de
regensensor
Ruitensproeier voor
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Bij lage temperaturen kan de ruitensproei-
ervloeistof op de voorruit bevriezen en het
zicht belemmeren. Er bestaat een kans op
ongevallen. Gebruik het sproeiersysteem
alleen als er geen kans is op bevriezing
van de ruitensproeiervloeistof. Gebruik
indien nodig antivries.
OPMERKING
Als het sproeierreserv oir leeg is, werkt de
sproeierpomp niet naar behoren. Er
bestaat een kans op schade. Gebruik het
sproeiersysteem niet als het sproeierre-
servoir leeg is.
Reinigen van de voorruit
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 152 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 185 of 476

185
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
Mogelijk gaan de koplampen ook bran-
den wanneer de zon laag staat tegen
een blauwe hemel.
Als het dimlicht handmatig is ingescha-
keld, wordt de auto
matische verlichting
gedeactiveerd.
De led in de toets gaat branden.
Ook bij de automatische verlichting
moet u zelf de lichtcondities beoorde-
len.
De sensoren kunnen bijvoorbeeld geen
mist of nevel herkennen. Schakel in
dergelijke gevallen de verlichting hand-
matig in.
Wanneer het bestuurdersportier wordt
geopend terwijl de Drive Ready-modus
is uitgeschakeld, wordt de exterieurver-
lichting na een bepaalde tijd automa-
tisch uitgeschakeld. Het stadslicht kan alleen worden inge-
schakeld bij lage snelheden.
De auto wordt rondom verlicht.
Laat het stadslicht niet gedurende lan-
gere tijd branden, omdat de accu ontla-
den kan raken en het wellicht niet
langer mogelijk is om de Drive
Ready-modus in te schakelen.
Na het inschakelen van de Drive
Ready-modus wordt de automatische
verlichting geactiveerd.
Het dimlicht brandt als de Drive
Ready-modus is ingeschakeld.
Algemeen
Inschakelen
Druk op de toets van de licht-
schakelaar.
Het controlelampje in het
instrumentenpaneel gaat
branden wanneer het dimlicht
is ingeschakeld.
Beperkingen van het systeem
Stadslicht, dimlicht en
parkeerlicht
Algemeen
Stadslicht
Algemeen
Inschakelen
Druk op de toets van de licht-
schakelaar.
Het controlelampje in het
instrumentenpaneel gaat
branden.
Uitschakelen
Druk op de toets van de licht-
schakelaar of schakel de
Drive Ready-modus in.
Dimlicht
Inschakelen
Druk op de toets van de licht-
schakelaar.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 185 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 204 of 476

204
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
1
Steek de sleutel in de opening en
druk hem indien nodig naar binnen.
2 Draai de sleutel, terwijl u hem naar
binnen drukt, zo ver mogelijk naar
de stand ON. Verwijder de sleutel
zodra de stoppositie is bereikt.
3 Zorg ervoor dat de schakelaar in de
uiterste stand staat, zodat de air-
bags worden ingeschakeld.
De voorpassagiersairbags worden
weer ingeschakeld en kunnen correct
worden geactiveerd wanneer dit nodig
is.
Het controlelampje voor de voorpassa-
giersairbags in de dakconsole geeft de
werkingsstatus van de voorpassagier-
sairbags weer.
Nadat de Drive Ready-modus is inge-
schakeld, gaat het lampje kort branden
en geeft het vervolgens weer of de air-
bags zijn ingeschakeld of uitgescha-
keld. Het actieve voetgangerveiligheidssys-
teem zorgt ervoor dat de motorkap
omhoog komt wanneer de voorzijde
van de auto tegen een voetganger
botst. Sensoren onder de bumper wor-
den gebruikt voor de signalering.
Wanneer het voetgangerveiligheidssys-
teem wordt geactiveerd, creëert het
vervormingsruimte o
nder de motorkap
voor de daaropvolgende impact tegen
het hoofd.
Inschakelen van de
voorpassagiersairbags
Controlelampje
voorpassagiersairbags
DisplayFunctie
Als de voorpassagiersairbags
zijn ingeschakeld, gaat het
controlelampje kort branden en dooft het vervolgens.
Wanneer de voorpassagier-sairbags worden uitgescha-
keld, blijft het controlelampje branden.
Actieve voetgangerveiligheid
Principe
Algemeen
Veiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Het systeem kan onbedoeld worden geac-
tiveerd wanneer afzonderlijke onderdelen
van de scharnieren en motorkapvergren-
delingen worden geraakt. Er bestaat een
kans op letsel of schade. Raak de afzon-
derlijke onderdelen v an de scharnieren en
motorkapvergrendelingen niet aan.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 204 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 207 of 476

207
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENINGHet menu voor de Toyota Supra
Safety-systemen wordt weergegeven.
Als alle Toyota Supra Safety-systemen
waren uitgeschakeld, worden alle sys-
temen nu ingeschakeld.
“Customise Settings” (persoonlijke voor-
keursinstellingen): afhankelijk van de uit-
rusting kunnen de Toyota Supra
Safety-systemen afzonderlijk worden
geconfigureerd. De afzonderlijke instel-
lingen worden ingeschakeld en opgesla-
gen voor het op dat moment gebruikte
bestuurdersprofiel. Zodra een instelling
wordt gewijzigd in het menu, worden alle
instellingen in het menu ingeschakeld.
ALL ON (alles ingeschakeld): alle
Toyota Supra Safe
ty-systemen zijn
ingeschakeld. De basisinstellingen wor-
den ingeschakeld voor de subfuncties,
bijvoorbeeld de instelling voor waar-
schuwingstijd. “Customise” (aanpassen): de Toyota
Supra Safety-systemen worden inge-
schakeld overeenkom
stig de afzonder-
lijke instellingen. Sommige Toyota
Supra Safety-systemen kunnen niet
afzonderlijk worden uitgeschakeld.
Alle Toyota Supra Safety-systemen
worden uitgeschakeld.
Het systeem kan ongevallen helpen
voorkomen. Als een ongeval niet kan
worden vermeden, helpt het systeem de
snelheid van de aanrijding te verlagen.
Het systeem waarschuwt voor het
mogelijke risico op een aanrijding en
remt indien nodig automatisch.
Het systeem wordt geregeld door de
volgende sensoren, afhankelijk van de
uitrusting:
Camera in het gebied van de bin-
nenspiegel.
Radarsensor in de voorbumper.
Vanaf snelheden van ongeveer 5 km/h
geeft het systeem in twee fasen een
waarschuwing met betrekking tot een
mogelijk risico op een aanrijding met
een voertuig. De timing van deze waar-
schuwingen verschilt mogelijk afhanke-
lijk van de actuele rijomstandigheden.
To e t sStatus
Controlelampje brandt groen:
alle Toyota Supra Safety-sys- temen zijn ingeschakeld.
Controlelampje brandt oranje: sommige Toyota Supra
Safety-systemen zijn uitge-
schakeld of op dat moment niet beschikbaar.
Controlelampje brandt niet:
alle Toyota Supra Safety-sys-
temen zijn uitgeschakeld.
Druk op de toets:
Druk herhaaldelijk op de toets.
De instelling schakelt tussen het
onderstaande:
Houd de toets ingedrukt:
Pre-Crash Safety-systeem
Principe
Algemeen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 207 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 209 of 476

209
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
De radarsensor bevindt zich in het
onderste deel van de voorbumper.
Houd de radarsensor schoon en zorg
ervoor dat hij niet wordt afgedekt.
Het systeem wordt aan het begin van
elke rit automatisch ingeschakeld.
Het menu voor de Toyota Supra
Safety-systemen wordt weergegeven.
Als alle Toyota Supra Safety-systemen
waren uitgeschakeld, worden alle sys-
temen nu ingeschakeld.
“Customise Settings” (persoonlijke
voorkeursinstellingen): afhankelijk van
de uitrusting kunnen de Toyota Supra
Safety-systemen afzonderlijk worden
geconfigureerd. De afzonderlijke instel-
lingen worden ingeschakeld en opge-
slagen voor het op dat moment
gebruikte bestuurders
profiel. Zodra een instelling wordt gewijzigd in het menu,
worden alle instellingen in het menu
ingeschakeld.
De instelling schakelt tussen het onder-
staande:
ALL ON (alles ingeschakeld): alle
Toyota Supra Safety-systemen zijn
ingeschakeld. De basisinstellingen wor-
den ingeschakeld voor de subfuncties.
“Customise” (aanpassen): de Toyota
Supra Safety-systemen worden inge-
schakeld overeenkom
stig de afzonder-
lijke instellingen.
Sommige Toyota Supra Safety-syste-
men kunnen niet afzonderlijk worden
uitgeschakeld.
Alle Toyota Supra Safety-systemen
worden uitgeschakeld.
Met radarsensor
In-/uitschakelen
Automatisch inschakelen
Handmatig in-/uitschakelen
Druk op de toets.
Druk herhaaldelijk op de toets.
Houd de toets ingedrukt.
ToetsStatus
Controlelampje brandt groen:
alle Toyota Supra Safety-sys- temen zijn ingeschakeld.
Controlelampje brandt oranje: sommige Toyota Supra
Safety-systemen zijn uitge-
schakeld of op dat moment niet beschikbaar.
Controlelampje brandt niet:
alle Toyota Supra Safety-sys- temen zijn uitgeschakeld.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 209 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 211 of 476

211
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
benodigde remkracht toegepast. Rem-
hulp vereist dat het rempedaal vooraf
voldoende snel en stevig wordt inge-
trapt.
Het systeem kan ook helpen door de
auto automatisch af te remmen wan-
neer het risico op een aanrijding
bestaat.
Bij lage snelheden kan de auto tot stil-
stand worden afgeremd.
Afremmen in de stad: reminterventie
vindt plaats bij snelheden tot maximaal
ongeveer 85 km/h.
Met radarsensor: re
minterventie vindt
plaats bij snelheden tot maximaal onge-
veer 250 km/h.
Bij snelheden boven ongeveer 210
km/h vindt de reminterventie plaats in
de vorm van een kort e schok. Er wordt
niet automatisch gedecelereerd.
Het remmen kan worden onderbroken
door het gaspedaal in te trappen of
door het stuurwiel actief te bewegen.
De signalering van objecten is mogelijk
beperkt. Houd rekening met de grenzen
van het detectiebereik en de functio-
nele beperkingen. Het detectievermogen van het systeem
is beperkt.
Alleen objecten die door het systeem
zijn gesignaleerd, worden in aanmer-
king genomen.
Daarom reageert het systeem mogelijk
niet of reageert het vertraagd.
Het is mogelijk dat de onderstaande
zaken niet worden gesignaleerd, bij-
voorbeeld:
Bij het met hoge snelheid naderen
van een langzaam rijdend voertuig.
Voertuigen die u plotseling snijden of
die sterk afremmen.
Voertuigen met een ongebruikelijk
uitziende achterzijde.Beperkingen van het systeem
Veiligheidsaanwijzing
WAARSCHUWING
Door werkingslimieten van het systeem
kan het voorkomen dat het systeem hele-
maal niet, te laat, onjuist of ten onrechte
reageert. Er bestaat een kans op ongeval-
len en schade.
Houd rekening met de informatie over de
beperkingen van het systeem en grijp
indien nodig actief in.
Detectiegebied
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 211 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 212 of 476

212
Handleiding Supra4-1. BEDIENING
Tweewielers die voor u rijden.
Bij snelheden boven ongeveer 250
km/h wordt het systeem tijdelijk uitge-
schakeld. Zodra de snelheid weer
onder deze waarde komt, reageert het
systeem weer overeenkomstig de
instellingen.
Het systeem werkt in de volgende situ-
aties mogelijk niet optimaal, bijvoor-
beeld:
In dichte mist, onder natte omstan-
digheden of bij sneeuw.
In scherpe bochten.
Wanneer Vehicle Stability Con-
trol-systemen zijn beperkt of uitge-
schakeld, bijvoorbeeld VSC OFF.
Als het gezichtsveld van de camera
of de voorruit vóór de binnenspiegel
vuil of afgedekt is.
Als de camera oververhit is geraakt
als gevolg van extreem hoge tempe-
raturen en tijdelijk is gedeactiveerd.
Maximaal 10 s na het starten van de
motor met behulp van de startknop.
Tijdens het kalibratieproces van de
camera direct na aflevering van de
auto.
Bij langdurige verblinding door
tegenlicht, bijvoorbeeld wanneer de
zon laag aan de hemel staat.
Afhankelijk van de uitvoering: als de
radarsensoren vuil of afgedekt zijn.
Afhankelijk van de uitvoering: na
onjuist uitgevoerde werkzaamheden aan het lakwerk van de auto in de
buurt van de radarsensoren.
Het bevestigen van objecten, bijvoor-
beeld stickers of emblemen, in het
gebied van de radarstraal zal ook de
werking van de radarsensoren schaden
en kan zelfs tot gevolg hebben dat deze
falen.
Des te gevoeliger de waarschuwingen
(bijvoorbeeld waarschuwingstijd) zijn
ingesteld, des te meer waarschuwingen
er worden weergegeven. Hierdoor wor-
den er mogelijk meer voortijdige of
ongerechtvaardigde waarschuwingen
en reacties gegeven.
Het systeem kan ongevallen met voet-
gangers en fietsers helpen voorkomen.
Als een ongeval niet kan worden ver-
meden, helpt het systeem de snelheid
van de aanrijding te verlagen.
Het systeem waarschuwt voor het
mogelijke risico op een aanrijding in
stadsverkeer en remt indien nodig auto-
matisch.
Bij snelheden boven ongeveer 5 km/h
waarschuwt het systeem voor het
mogelijke risico op een aanrijding met
een voetganger of fietser.
Maximale snelheidslimiet
Functionele beperkingen
Gevoeligheid van de waarschuwingen
Pre-Crash Safety-systeem
(voor voetgangers en fietsers)
Principe
Algemeen
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page
212 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM
Page 213 of 476

213
4
Handleiding Supra 4-1. BEDIENING
BEDIENING
Er wordt rekening gehouden met voet-
gangers en fietsers wanneer deze bin-
nen het detectiebereik van het systeem
worden gesignaleerd.
Het systeem wordt geregeld door de
volgende sensoren, afhankelijk van de
uitrusting:
Camera in het gebied van de bin-
nenspiegel.
Radarsensor in de voorbumper.
De detectiezone vóór de auto bestaat
uit twee delen:
Centrale zone, pijl 1, direct vóór de
auto.
Uitgebreide zone, pijl 2, rechts en
links van het centrale gebied.
Er bestaat een risico op een aanrijding
wanneer personen zich in de centrale
zone bevinden. Er wordt alleen een
waarschuwing gegeven voor personen
in de uitgebreide zone wanneer deze
zich in de richting van de centrale zone
bewegen. DetectiegebiedVeiligheidsaanwijzingen
WAARSCHUWING
Het systeem ontslaat u niet van uw per-
soonlijke verantwoordelijkheid om de
zichtbaarheid en verkeerssituatie goed in
te schatten. Er bestaat een kans op onge-
vallen. Pas uw rijstijl aan de omstandighe-
den op de weg aan. Houd de
verkeerssituatie in de gaten en grijp in als
de situatie dit vereist.
WAARSCHUWING
Weergaven en waarschuwingen ontslaan
u niet van uw verantwoordelijkheid om vei-
lig te rijden. Systeembeperkingen kunnen
betekenen dat waarschuwingen of reac-
ties van het systeem niet of te laat worden
gegeven, onjuist worden gegeven of zon-
der rechtvaardiging worden gegeven. Er
bestaat een kans op ongevallen. Pas uw
rijstijl aan de omstandigheden op de weg
aan. Houd de verkeerssituatie in de gaten
en grijp in als de situatie dit vereist.
WAARSCHUWING
Als gevolg van systeembeperkingen wer-
ken individuele functies
mogelijk niet cor-
rect bij het starten door aanslepen/slepen
terwijl de Toyota Supra Safety-systemen
zijn ingeschakeld. Er bestaat een kans op
ongevallen. Schakel voor het starten door
aanslepen/slepen alle Toyota Supra
Safety-systemen uit.
Supra_OM_General_OM99V80E_1_1911.book Page 213 Thursday, October 31, 2019 2:57 PM