ABS Abarth 500 2008 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ABARTH, Model Year: 2008, Model line: 500, Model: Abarth 500 2008Pages: 170, PDF Size: 2.33 MB
Page 106 of 170

105
LAMPJES EN
BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
❒als een spanning van ten minste 1,8 bar
wordt gemeten, herstel dan de correc-
te bandenspanning (met draaiende mo-
tor en aangetrokken handrem) en rijdt
verder;
❒rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbij-
zijnde werkplaats van het Abarth Ser-
vicenetwerk.
U moet absoluut aangeven
dat de band is gerepareerd
met de snelle bandenreparatieset.
Overhandig de informatiefolder aan
het personeel dat de band moet re-
pareren die behandeld is met de ban-
denreparatieset.
ATTENTIE
fig. 17F0S090Ab
ALLEEN VOOR HET
CONTROLEREN EN
HERSTELLEN VAN DE
SPANNING
De compressor kan ook worden gebruikt
voor het herstellen van de bandenspan-
ning. Maak de snelkoppeling los en verbind
de koppeling direct met het ventiel van de
band fig. 17; op deze manier wordt de
spuitbus niet met de compressor verbon-
den en wordt de afdichtvloeistof niet in de
band gespoten.
Page 131 of 170

130
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
RUITENSPROEIERVLOEISTOF
fig. 1
Verwijder voor het bijvullen de dop D
m.b.v. het lipje.
Gebruik een mengsel van water en TU-
TELA PROFESSIONAL SC35 in de vol-
gende mengverhouding:
30% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en
70% water in de zomer.
50% TUTELA PROFESSIONAL SC35 en
50% water in de winter.
Bij temperaturen onder –20°C, TUTELA
PROFESSIONAL SC 35 onverdund ge-
bruiken.
Controleer visueel het niveau van de vloei-
stof in het reservoir.
Sluit de dop Ddoor op het midden van de
dop te drukken. MOTORKOELVLOEISTOF
fig. 1
Het niveau van de koelvloeistof moet ge-
controleerd worden bij een koude motor
en moet tussen het MIN- en MAX-merk-
teken op het expansiereservoir staan.
Een te laag niveau bijvullen door een
mengsel van gedemineraliseerd water en
50% PARAFLU UP van FL Selenia lang-
zaam via vulopening Cvan het expansie-
reservoir te gieten, totdat het niveau dicht
bij het MAX-merkteken staat.
Een mengsel van PARAFLU UP en gede-
mineraliseerd water in een mengverhou-
ding van 50% beveiligt tot een tempera-
tuur van –35°C.
Onder extreem koude klimatologische
omstandigheden raden wij een mengsel
aan van 60% PARAFLU UP en 40% gede-
mineraliseerd water.Het motorkoelsysteem ge-
bruikt PARAFLU UP-koel-
vloeistof. Gebruik voor het
eventueel bijvullen vloeistof
met dezelfde specificaties als waarmee
het motorkoelsysteem is gevuld. PA-
RAFLU UP-koelvloeistof kan niet wor-
den gemengd met welke andere koel-
vloeistof dan ook. Als dit toch gebeurt,
mag de motor absoluut niet worden ge-
start en moet u zich tot het Abarth Ser-
vicenetwerk wenden.
Het koelsysteem staat onder
druk. Vervang de dop zo no-
dig alleen door een exemplaar van
hetzelfde type, anders kan de werking
van het systeem in gevaar worden ge-
bracht. Draai bij een warme motor de
dop van het expansiereservoir nooit
los: gevaar voor verbranding.
ATTENTIE
Rijd niet met een leeg rui-
tensproeierreservoir: de rui-
tensproeiers zijn van fundamenteel
belang voor een optimaal zicht.
Enkele in de handel verkrijgbare rui-
tensproeiervloeistoffen zijn licht ont-
vlambaar. In de motorruimte bevin-
den zich warme onderdelen die bij
contact de vloeistof kunnen doen ont-
branden.
ATTENTIE
Page 132 of 170

131
LAMPJES EN
BERICHTEN
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
REMVLOEISTOF fig. 1
Draai de dop Elos:controleer of het rem-
vloeistofniveau nog op het maximum ni-
veau staat.
Het niveau mag nooit het MAX-merkte-
ken overschrijden.
Als vloeistof moet worden bijgevuld, dan
raden wij u aan de remvloeistof te ge-
bruiken die staat vermeld in de tabel
“Vloeistoffen en smeermiddelen” (zie het
hoofdstuk “Technische gegevens”).
OPMERKING Maak de dop van het re-
servoir Een het omringende oppervlak
zorgvuldig schoon.
Wees bij het openen van de dop bijzon-
der voorzichtig zodat er geen vuil in het
reservoir komt.
Gebruik voor het bijvullen altijd een trech-
ter met een ingebouwde filterzeef van
maximaal 0,12 mm.
BELANGRIJK De remvloeistof is hygro-
scopisch (trekt water aan). Daarom ver-
dient het aanbeveling, als de auto over-
wegend wordt gebruikt in gebieden met
een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof va-
ker te vervangen dan in het “Onder-
houdsschema” staat aangegeven.Voorkom contact tussen de
zeer corrosieve vloeistof en de
lak. Als remvloeistof wordt ge-
morst, moet de lak onmiddel-
lijk met water worden afgespoeld.
De remvloeistof is giftig en
zeer corrosief. Als per onge-
luk remvloeistof wordt gemorst, moe-
ten de betreffende delen onmiddellijk
worden gewassen met water en neu-
trale zeep en daarna met veel water
worden afgespoeld. Bij inslikken dient
onmiddellijk een arts te worden ge-
raadpleegd.
ATTENTIE
Het symbool πop het re-
servoir geeft aan dat synthe-
tische remvloeistof en geen minerale
vloeistof moet worden gebruikt. Het
gebruik van minerale vloeistoffen
moet absoluut worden vermeden,
omdat de rubbers in het remsysteem
door deze vloeistoffen worden be-
schadigd.
ATTENTIE
Page 161 of 170

- frontairbag aan bestuurderszijde......74
- frontairbag passagierszijde .................74
- knie-airbag bestuurderszijde.............75
- zij-airbags (sidebags - headbags) .75-76
Airconditioning, handbediend..............29
ASR ...........................................................56
Auto langere tijd stallen........................85
Autoradio................................................59
Bagageruimte.........................................46
- openen...................................................46
- sluiten.....................................................47
- vergroten..............................................48
Bagageruimteverlichting........................46
- gloeilamp vervangen.........................115
Banden...................................................148
- bandenspanning.................................150
- onderhoud..........................................134
- standaard.............................................150
- verklaring van bandencodering ......148
- winterband....................................84-150
Bandenspanning....................................150
Bedieningscommando's.........................13
- menu ESC .............................................13
- Setup-menu...........................................13
Bedieningsorganen.................................37Bekerhouders.........................................40
Bescherming van het milieu.................62
Bougies...................................................145
Brandstof...............................................154
- brandstofmeter ....................................11
- brandstoftoevoeronderbreking ........38
- brandstofverbruik.............................157
- tankinhoud..........................................154
- vullingstabel........................................154
Brandstofbesparing................................82
Brandstofmeter......................................11
Brandstofnoodschakeling (toevoeron-
derbreking)...........................................38
Brandstofsysteem................................146
Buitenverlichting.....................................34
- gloeilamp achter vervangen............113
Carrosserie..........................................137
- bescherming.......................................137
- codes carrosserie-uitvoeringen......144
- garantie................................................138
- onderhoud..........................................138
Chassisnummer....................................143
CO2-emissie.........................................158
Code Card.................................................5
CODE-startblokkering............................4
Aansteker...............................................39
ABS............................................................53
Accu........................................................132
- accu opladen......................................121
- acculading controleren.....................132
- nuttige tips ..........................................133
- starten met een hulpaccu..................96
- vervangen............................................132
Achterklep...............................................46
Achterklep openen in geval van nood47
Achterklepontgrendeling......................46
Achterruitsproeier.................................36
- bediening...............................................36
- vloeistofniveau...................................130
Achterruitverwarming..............28-29-31
Achterruitwisser....................................36
- bediening...............................................36
- ruitensproeiers..................................137
- wisserbladen.......................................136
Achteruitrijlicht....................................113
Afmetingen............................................151
Afstandsbediening
met radiofrequentie..........................159
- batterij vervangen..................................7
- extra afstandsbedieningen bestellen ..7
Airbag.......................................................73
A A
L L
F F
A A
B B
E E
T T
I I
S S
C C
H H
R R
E E
G G
I I
S S
T T
E E
R R
160
LAMPJES EN
BERICHTEN
WEGWIJS IN
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
NOOD-
GEVALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER