airbag Abarth 500 2015 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: ABARTH, Model Year: 2015, Model line: 500, Model: Abarth 500 2015Pages: 211, PDF Size: 15.91 MB
Page 116 of 211

Belangrijke
aanbevelingen voor het
veilig vervoeren van
kinderen
❒Monteer de kinderzitjes op de
achterbank, omdat die plaats bij een
ongeval de meeste bescherming
biedt.
❒Houd kinderen zo lang mogelijk in
kinderzitjes tegen de rijrichting in,
minstens tot ze 2 jaar oud zijn.
❒Indien een kinderzitje tegen de
rijrichting in op de achterbank is
gemonteerd, dan is het raadzaam om
het kinderzitje zo dicht mogelijk
tegen de voorstoel aan te monteren.
❒Als de passagiersairbag buiten
werking is gesteld, controleer dan of
het lampje
continu brandt om
er zeker van te zijn dat deze airbag
daadwerkelijk is uitgeschakeld.
❒Neem de aanwijzingen die de
producent verplicht bij het kinderzitje
moet leveren zorgvuldig in acht.
Bewaar deze aanwijzingen samen
met de overige documenten en
dit instructieboekje in de auto.
Gebruik geen gebruikte kinderzitjes
waarvan de gebruiksaanwijzingen
ontbreken.❒Elk tegenhoudsysteem is bedoeld
voor slechts één kind: vervoer nooit
twee kinderen in een zitje.
❒Controleer altijd of de gordel niet
langs de nek van het kind loopt.
❒Controleer of de gordel goed is
vastgemaakt door eraan te trekken.
❒Controleer tijdens het rijden of het
kind geen verkeerde houding
aanneemt of de gordels losmaakt.
❒Laat een kind nooit de het diagonale
gordelgedeelte onder zijn arm of
achter zijn rug omleggen.
❒Vervoer kinderen nooit op schoot,
ook geen pasgeborenen. Niemand
is in staat om een kind vast te
houden bij een ongeval.
❒Na een ongeval moet het kinderzitje
door een nieuw exemplaar worden
vervangen.
BELANGRIJK
76) De afbeelding dient slechts ter
illustratie van de montage.
Monteer het kinderzitje
overeenkomstig de aanwijzingen,
die bijgesloten moeten zijn.77) Als een Universeel ISOFIX
kinderzitje niet aan alle drie de
verankeringspunten is
vastgemaakt, zal het kinderzitje
het kind niet goed kunnen
beschermen. In geval van een
aanrijding zou het kind ernstig
gewond kunnen raken of zelfs
kunnen overlijden.
78) Monteer het kinderzitje alleen bij
stilstaande auto. Het kinderzitje is
op de juiste wijze aan de beugels
bevestigd als de vergrendeling
hoorbaar vastklikt. De instructies
voor montage, demontage en
plaatsing moeten in elk geval
worden opgevolgd. De fabrikant
van het kinderzitje is verplicht
deze instructies bij het kinderzitje
te leveren.
79) Monteer het kinderzitje
overeenkomstig de aanwijzingen,
die bijgesloten moeten zijn.
112
VEILIGHEID
Page 117 of 211

FRONTAIRBAGS
De frontairbags voor bestuurder/
passagier en de knieairbag voor de
bestuurder (voor bepaalde versies/
markten) beschermen de inzittenden op
de voorstoelen in het geval van
middelzware/zware frontale botsingen,
door de airbag tussen de inzittende
en het stuurwiel of het dashboard op te
blazen.
Als de airbags niet worden opgeblazen
bij andere soorten botsingen (botsingen
opzij, achterop, over de kop slaan
enz.), wijst dit niet op een storing van
het systeem.
Bij een frontale botsing wordt de airbag
door een elektronische regeleenheid
opgeblazen.
Het kussen blaast onmiddellijk op
tussen de inzittende voorin en
het stuurwiel of het dashboard,
waardoor het lichaam van de inzittende
wordt opgevangen en de kans op
verwondingen wordt beperkt. Na het
opblazen loopt de airbag ook direct
weer leeg.De frontairbags zijn geen vervanging
voor de veiligheidsgordels, maar een
aanvulling. Draag dus altijd
veiligheidsgordels, zoals trouwens bij de
wet voorgeschreven is in alle Europese
landen en de meeste landen
daarbuiten.
Bij een botsing kunnen degenen die
geen veiligheidsgordel dragen, in
contact komen met een airbag die nog
niet volledig opgeblazen is. Onder
deze omstandigheden wordt de
inzittende minder door de airbag
beschermd.
In de volgende omstandigheden kan
het voorkomen dat de frontairbags niet
worden opgeblazen:
❒frontale botsingen tegen makkelijk
vervormbare onderdelen, die niet
het front van de auto zijn (bijv.
spatbord tegen de vangrail);
❒het voertuig schuift onder andere
auto’s of veiligheidsbarrières
(bijvoorbeeld onder vrachtwagens of
vangrails) aangezien de airbags
geen aanvullende bescherming
bieden in vergelijking met de
veiligheidsgordels, zodat hun
activering geen zin heeft. In deze
gevallen wijst de uitgebleven
activering dus niet op een storing van
het systeem.
80)
De frontairbags (bestuurder, passagier,
knieairbag voor bestuurder) zijn
ontworpen en afgesteld om inzittenden
voorin met omgelegde
veiligheidsgordels zo goed mogelijk te
beschermen.
Wanneer de airbags volledig
opgeblazen zijn, nemen ze bijna alle
ruimte in beslag tussen het stuurwiel en
de bestuurder, tussen de onderste
bescherming van de stuurkolom en de
knieën van de bestuurder en tussen
het dashboard en de passagier.
Bij lichte frontale botsingen (waarbij de
bescherming van de omgelegde gordel
volstaat) worden de airbags niet
opgeblazen. De veiligheidsgordels
moeten dus altijd gedragen worden. Bij
een frontale aanrijding zorgen de
veiligheidsgordels ervoor dat de
inzittenden in de juiste stand worden
gehouden.
113
Page 118 of 211

FRONTAIRBAG
PASSAGIERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk
opblaasbaar kussen dat in een speciale
ruimte in het dashboard is opgeborgen
fig. 87: deze airbag heeft een groter
volume dan de bestuurdersairbag.
81)
FRONTAIRBAG
PASSAGIERSZIJDE EN
KINDERZITJES
82)
NeemALTIJDde aanwijzingen vermeld
op het etiket op de zonneklep aan
passagierszijde in acht (fig. 88).UITSCHAKELING VAN DE
AIRBAGS AAN
PASSAGIERSZIJDE:
FRONTAIRBAG EN
ZIJAIRBAG
83)
Als een kind in een kinderzitje dat
achterstevoren op de voorstoel
is geplaatst vervoerd moet worden,
schakel dan de frontairbag en de
zijairbag aan passagierszijde uit.
Het lampje A fig. 89 blijft continu
branden tot de frontairbag en
de zijairbag aan passagierszijde weer
worden ingeschakeld.
BELANGRIJK Zie, om de frontairbag en
zijairbag aan passagierszijde uit te
schakelen, paragraaf "Menuopties" in
het hoofdstuk "Kennismaking met
het instrumentenpaneel".
86AB0A0070
87AB0A0071
88AB0A0227
89AB0A0228
114
VEILIGHEID
FRONTAIRBAG
BESTUURDERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk
opblaasbaar kussen dat in een speciale
ruimte in het midden van het stuurwiel
is geplaatst fig. 86.
Page 119 of 211

90AB0A0073
115
KNIE-AIRBAG
BESTUURDERSZIJDE
Deze bestaat uit een onmiddellijk
opblaasbaar kussen dat in een speciale
ruimte onder de onderste afschermkap
van de stuurkolom is geplaatst,fig. 90
op kniehoogte van de bestuurder. Deze
biedt extra bescherming voor de
bestuurder in het geval van een frontale
botsing.
Page 120 of 211

91AB0A0072
116
VEILIGHEID
FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE EN KINDERZITJES: WAARSCHUWING
Page 121 of 211

BELANGRIJK
80) Breng geen stickers of andere voorwerpen op het stuurwiel, op het dashboard in de zone van de passagiersairbag,
op de zijkant van de dakbekleding en op de stoelen aan. Plaats nooit voorwerpen (bijv. mobiele telefoons) op het
dashboard aan passagierszijde, omdat deze het correct openen van de airbag kunnen hinderen en tevens de
inzittenden ernstig kunnen verwonden.
81) ZEER GEVAARLIJK: plaats NOOIT een kinderzitje tegen de rijrichting in op de voorstoel met een actieve
passagiersairbag. Bij een ongeval, hoe klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind tot gevolg
hebben. Daarom moet de passagierszijairbag altijd uitgeschakeld worden als een kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste passagiersstoel. Bovendien moet de voorste passagiersstoel zo ver mogelijk naar
achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard.
Schakel de passagiersairbag onmiddellijk weer in als het kinderzitje is verwijderd.
82) Plaats NOOIT een kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel van auto's met een actieve passagiersairbag. Bij
een ongeval, hoe klein ook, kan de airbag ernstig letsel en zelfs de dood van het kind tot gevolg hebben.
83) Het waarschuwingslampje
knippert om te wijzen op een storing van het lampje. Deze toestand wordt
aangegeven door het langer dan 4 seconden knipperen van het lampje
. In dat geval kan het lampjemogelijk
geen storingen in de veiligheidssystemen aangeven. Laat het systeem onmiddellijk controleren door het Abarth
Servicenetwerk alvorens verder te rijden.
117
Page 122 of 211

ZIJAIRBAGS
(ZIJAIRBAG -
HOOFDAIRBAG)
Om de bescherming van de inzittenden
in geval van flankbotsingen te
verbeteren, is de auto uitgerust met
zijairbags die bekken, borst en
schouders van bestuurder en passagier
beschermen en hoofdairbags die het
hoofd beschermen.
Als de zijairbags niet worden
opgeblazen bij andere soorten
botsingen (frontale botsingen, achterop,
over de kop slaan enz.), betekent dit
niet dat het systeem slecht functioneert.
ZIJAIRBAGS VOOR
(ZIJAIRBAGS)
Deze bestaan uit twee soorten kussens
die zich in de rugleuning van de
voorstoelen bevinden fig. 92 en die het
bekken, de borst en schouders van
de inzittenden bij middelzware
zijdelingse botsingen beschermen.HOOFDAIRBAGS
(WINDOW BAGS)
Deze bestaan uit twee "gordijnairbags"
die onder de zijkant van de
dakbekleding zitten en afgedekt zijn
met speciale afwerkingselementen.fig.
93 De hoofdairbags bieden
bescherming aan het hoofd van de
inzittenden voorin en achterin bij een
zijdelingse botsing, dankzij het grote
oppervlak dat zij in opgeblazen
toestand beslaan.
BELANGRIJK Het systeem biedt de
beste bescherming bij een flankbotsing
als de passagier correct op zijn stoel
zit, zodat de hoofdairbag zo goed
mogelijk opgeblazen kan worden.BELANGRIJK De frontairbags en/of
zijairbags kunnen geactiveerd worden
bij krachtige stoten aan de onderzijde
van de carrosserie (bijv. heftige botsing
tegen drempels of stoepranden, grote
gaten of verzakkingen in het wegdek
etc.).
BELANGRIJK Als de airbag geactiveerd
wordt, ontsnapt een kleine hoeveelheid
poeder. Dit poeder is niet schadelijk
en duidt niet op het begin van een
brand. Verder kan het oppervlak van de
opgeblazen airbag en het interieur van
het voertuig zijn bedekt met een fijn
poederlaagje: dit poeder kan irriterend
zijn voor ogen en huid. Na aanraking
onmiddellijk wassen met water en
neutrale zeep.
92AB0A007493AB0A0075
118
VEILIGHEID
Page 123 of 211

BELANGRIJK Als een of meerdere
veiligheidsvoorzieningen zijn
geactiveerd ten gevolge van een
ongeval, neem dan contact op met het
Abarth Servicenetwerk om deze
veiligheidsvoorzieningen te laten
vervangen en om de werking van het
systeem te laten controleren.
De controle, reparatie en vervanging
van de airbags moeten door het Abarth
Servicenetwerk worden uitgevoerd.
Als de auto wordt gesloopt, moet het
airbagsysteem onbruikbaar gemaakt
worden door het Abarth
Servicenetwerk.
BELANGRIJK Gordelspanners,
frontairbags en zijairbags worden op
verschillende manieren geactiveerd,
afhankelijk van het type botsing. Als
een of meerdere van deze
voorzieningen niet in werking treden,
dan duidt dat niet op een storing in het
systeem.
84) 85) 86) 87) 88) 89) 90) 91) 92) 93) 94) 95)
BELANGRIJK
84) Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het
gebied van de hoofdairbag om
mogelijke verwondingen tijdens
het opblazen te voorkomen.
85) Steek nooit uw hoofd, armen of
ellebogen uit het raam.
86) Als de contactsleutel naar MAR
wordt gedraaid en het lampje
niet gaat branden of blijft
branden tijdens het rijden, dan is
er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen; in dat geval
kunnen de airbags of
gordelspanners niet geactiveerd
worden bij een ongeval of, in
een zeer beperkt aantal gevallen,
per ongeluk geactiveerd worden.
Laat het systeem onmiddellijk
controleren door het Abarth
Servicenetwerk alvorens verder te
rijden.
87) Bedek de rugleuningen van de
voorstoelen niet met extra hoezen
als er zijairbags aanwezig zijn.88) Rijd altijd met de handen op de
stuurwielrand zodat de airbag
indien nodig ongehinderd
opgeblazen kan worden. Rijd niet
met voorover gebogen lichaam.
Houd de rug goed rechtop tegen
de rugleuning gedrukt.
89) Laat bij diefstal of poging tot
diefstal, vandalisme of
overstromingen het
airbagsysteem door het Abarth
Servicenetwerk controleren.
119
Page 124 of 211

90) Airbags kunnen ook geactiveerd
worden als de auto door een
ander voertuig wordt aangereden,
als de contactsleutel in de stand
MAR staat zelfs als de motor
niet loopt en de auto stilstaat.
Daarom mag, wanneer de
passagiersairbag is ingeschakeld,
en ook al staat de auto stil, GEEN
tegen de rijrichting in gemonteerd
kinderzitje op de voorstoel
gemonteerd worden. Als bij een
botsing de airbag wordt
opgeblazen, kan dit leiden tot
ernstig letsel en zelfs tot de dood
van het kind. Daarom moet de
passagiersairbag altijd
uitgeschakeld worden als een
kinderzitje tegen de rijrichting in
gemonteerd wordt op de voorste
passagiersstoel. Bovendien moet
de voorste passagiersstoel zo
ver mogelijk naar achteren zijn
geschoven om te voorkomen dat
het kinderzitje eventueel in
aanraking komt met het
dashboard. Schakel de
passagiersairbag onmiddellijk
weer in als het kinderzitje is
verwijderd. Onthoud tevens dat
als de sleutel in de stand STOP
staat, bij een ongeval geen enkel
veiligheidssysteem (airbags of
gordelspanners) geactiveerd
wordt. In dat geval duidt deuitgebleven activering niet op een
storing van het systeem.
91) Wanneer de contactsleutel naar
MAR wordt gedraaid, gaat het
lampje
branden en enkele
seconden knipperen om eraan te
herinneren dat de
passagiersairbag bij een botsing
geactiveerd wordt, hierna moet
het lampje doven.
92) Reinig de stoelen niet met water
of stoom onder druk (met de hand
of in een automatisch wasstation
voor autostoelen).
93) De activeringsdrempel van de
airbag is hoger dan die van de
gordelspanners. Bij aanrijdingen
die tussen deze twee
drempelwaarden liggen, treden
alleen de gordelspanners in
werking.
94) Hang geen harde voorwerpen
aan de kledinghaken of de
steunhandgrepen.95) De airbag vervangt de
veiligheidsgordels niet maar
verhoogt hun doeltreffendheid.
Omdat de frontairbags niet
worden ingeschakeld bij frontale
botsingen bij lage snelheden,
zijdelingse botsingen, botsingen
achterop en over de kop slaan,
worden de inzittenden in die
gevallen uitsluitend door de
veiligheidsgordels beschermd, die
dus altijd gedragen moeten
worden.
120
VEILIGHEID
Page 152 of 211

ZEKERINGENKAST IN DASHBOARD
fig. 123
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Stroomvoorziening rechter dimlicht F12 7,5
Stroomvoorziening linker dimlicht en hoogteregeling
koplampenF13 7,5
Schakelaar zekeringen- en relaiskast in motorruimte F31 5
Plafondverlichting voor en achter, bagageruimte F32 7,5
Diagnosestekker, autoradio, klimaatregeling, EOBD F36 10
Remlichtschakelaar, knooppunt instrumentenpaneel F37 5
Centrale portiervergrendeling F38 15
Pomp ruitensproeiers/achterruitsproeier F43 15
Elektrische ruitbediening bestuurderszijde F47 20
Elektrische ruitbediening passagierszijde F48 20
Parkeersensoren, achtergrondverlichting schakelaars,
elektrisch verstelbare spiegelsF49 5
Knooppunt Airbags F50 7,5
Radioschakelaar,Blue&Me™, klimaatregeling,
remlichten, koppelingF51 7,5
Knooppunt instrumentenpaneel F53 5
148
NOODGEVALLEN