ESP MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 353 of 759

OPMERKING
xWanneer u het rijden hervat door de
RES schakelaar in te drukken, gaat de
auto pas rijden wanneer de afstand
tussen uw auto en het voorliggende
voertuig de opgegeven afstand of
langer bedraagt.
xDe motor start automatisch wanneer
een van de acties om het rijden te
hervatten worden uitgevoerd terwijl
i-stop operationeel is.
xAls het CTS systeem tijdelijk is
geannuleerd terwijl de
in-stilstandpositie-houdenregeling
actief was, kunt u het rijden niet
hervatten door te drukken op de RES
schakelaar wanneer er geen
voertuigen voor u zijn. Trap het
gaspedaal in en hervat het rijden.
xAls het voorliggende voertuig gaat
rijden binnen 3 seconden nadat uw
auto door de
in-stilstandpositie-houdenregeling is
gestopt, wordt de
volgafstandregeling hervat zelfs als u
niet verder rijdt, bijvoorbeeld door
het gaspedaal in te trappen.

Vertrekinformatie van het voertuig
Als u het rijden niet binnen enkele
seconden hervat nadat het
voorliggende voertuig gaat rijden
tijdens de
in-stilstandpositie-houdenregeling,
knippert de indicatie voorliggend
voertuig in de multi-informatiedisplay
om de bestuurder te informeren dat
deze het rijden moet hervatten.
Wanneer u niet verder stuurt nadat het
indicatielampje knippert, dan wordt
een geluid geactiveerd om u aan te
sporen het sturen hervatten.
Rijstrookassistent (LAS)*
▼Rijstrookassistent (LAS)
Het LAS systeem biedt assistentie bij
de besturing om de bestuurder te
helpen binnen de rijstroken te blijven
wanneer de kans bestaat dat de auto
van zijn rijstrook afwijkt.
De vooruitrijcamera (FSC) bespeurt de
witte strepen (gele strepen) van de
rijstrook waarin de auto zich op dat
moment bevindt en als het systeem
bepaalt dat de auto mogelijk van zijn
rijstrook afwijkt wordt de elektrische
stuurbekrachtiging geactiveerd om de
bestuurder bij de besturing te
assisteren. Het systeem waarschuwt de
bestuurder ook door een
waarschuwing weer te geven op de
multi-informatiedisplay en de Active
Driving Display. Gebruik het systeem
bij het rijden op wegen met witte
(gele) strepen, zoals snelwegen of
hoofdwegen.
1. Vooruitrijcamera (FSC)
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.4-183

Page 355 of 759

xWanneer het wegdek nat en
glimmend is na regen, of als er
plassen op de weg zijn.
xWanneer de rijstrook buitengewoon
smal is.
xDe auto rijdt op wegen met scherpe
bochten.
xWanneer zware bagage in de
bagageruimte of op de achterzitting
is geplaatst zodat de auto
doorhangt.
xDe auto rijdt over een splitsing of
knooppunt.
xWanneer een schaduw van de
vangrail parallel aan een witte (gele)
rijstrookstreep op de weg valt.
xWanneer de verlichting van de
koplampen afgezwakt is als gevolg
van verontreiniging of afwijking 's
nachts van de optische as.
xWanneer de weg buitengewoon
oneffen is.
xWanneer de auto schokt na een
hobbel in de weg.
xWanneer een voertuig dat vóór uw
auto rijdt nabij de witte (gele)
rijstrookstreep rijdt waardoor deze
minder goed zichtbaar is.
xWanneer de voorruit verontreinigd of
beslagen is.
xEr reflecteert fel licht van de
voorzijde van de auto (zoals zonlicht
of koplampen (groot licht) van
tegemoetkomende voertuigen).
▼Gebruik van het systeem
Wanneer het contact AAN wordt
gezet, dan gaat het i-ACTIVSENSE
statussymbool (waarschuwings-/
risicovermijdingssysteem) (wit)
branden en gaat het systeem naar
stand-by.
OPMERKING
Als het i-ACTIVSENSE statussymbool
(waarschuwings-/
risicovermijdingssysteem) (wit) niet
gaat branden, is het systeem
geannuleerd met de i-ACTIVSENSE
schakelaar of via de
gebruikersinstellingen.
Bedieningsvoorwaarden
Wanneer aan alle onderstaande
voorwaarden is voldaan, dan verandert
het i-ACTIVSENSE statussymbool
(waarschuwings-/
risicovermijdingssysteem) op de
multi-informatiedisplay van wit naar
groen en wordt het systeem
bedrijfsklaar.
xDe rijsnelheid is ongeveer 60 km/h
of hoger.
xHet systeem bespeurt witte (gele)
rijstrookstrepen.
OPMERKING
Wanneer het systeem aan één zijde
geen witte (gele) rijstrookstreep
detecteert, zal het systeem niet werken
aan de zijde waar niets wordt
gedetecteerd.
Wanneer het systeem tijdelijk wordt
geannuleerd
Het LAS gaat in de volgende gevallen
over naar standby: De LAS-functie
wordt automatisch opnieuw
ingeschakeld wanneer aan de
bedieningsvoorwaarden van het
systeem wordt voldaan.
xHet systeem kan de witte (gele)
rijstrookstrepen niet bespeuren.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-185

Page 367 of 759

Smart Brake Support
(SBS)
*
▼Smart Brake Support (SBS)
De SBS waarschuwt de bestuurder
voor een mogelijke botsing door
middel van de
waarschuwingsindicaties in de display
en een waarschuwingsgeluid als de
voorste radarsensor en de
vooruitrijcamera (FSC) bepalen dat er
kans is op een botsing met een
voorliggend voertuig , voetganger of
fiets. Als verder een botsing
onvermijdelijk is, wordt de
automatische remregeling uitgevoerd
om schade in het geval van een botsing
te verminderen. Wanneer de
bestuurder het rempedaal intrapt,
worden de remmen als extra hulp hard
en snel aangetrokken.
(Modellen met Driver Monitoring
(DM))
Wanneer de SBS aan de hand van de
Driver Monitoring-camera bepaalt dat
de bestuurder niet op de weg let en ze
tevens oordeelt dat het risico van een
botsing met een obstakel aanwezig is,
dan activeert het SBS de
botsingwaarschuwing sneller dan
normaal.
WAARSCHUWING
Vertrouw niet blindelings op het SBS
systeem:
De SBS is enkel bestemd om in het
geval van een botsing schade te
verminderen.
De mogelijkheid voor het bespeuren
van obstakels is beperkt afhankelijk van
de obstakels, weersomstandigheden of
verkeerssituaties. Wanneer u overmatig
op het systeem vertrouwt en daardoor
het gaspedaal of rempedaal per
ongeluk intrapt, kan dit een ongeluk
veroorzaken.
OPGELET
Schakel in de volgende gevallen het
systeem uit om onverwachte effecten
te voorkomen.
¾De auto wordt gesleept of sleept een
ander voertuig.
¾De auto staat op een rollenbank.
¾Bij het rijden op slechte wegen of op
plaatsen met dicht gras of
off-road.
Zie de volgende pagina voor hoe u
het systeem kunt uitschakelen.
Zie “Stopzetten van de werking van
het Smart Brake Support (SBS)
remhulpsysteem” op pagina 4-199.
Bedieningsvoorwaarden
De SBS functioneert wanneer aan alle
onderstaande voorwaarden is voldaan.
xHet contact wordt op ON gezet.xDe SBS is ingeschakeld.xDe i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje is niet aan.
x(Object is voorliggend voertuig)
De rijsnelheid is ongeveer 4 km/h of
hoger.
x(Object is een voetganger of fiets)
De rijsnelheid ligt tussen ongeveer
10 en 80 km/h.
xDe DSC werkt niet.
OPMERKING
xHet is mogelijk dat de SBS onder de
volgende omstandigheden niet
werkt.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
*Bepaalde modellen.4-197

Page 370 of 759

Smart Brake Support
[Rear] (SBS-R)
*
▼Smart Brake Support [Rear]
(SBS-R)
De SBS-R is een systeem dat bestemd
is om schade in het geval van een
botsing te beperken door het in
werking stellen van de rembesturing
(SBS rem) wanneer de sensoren van
het systeem een hindernis aan de
achterzijde van het voertuig bespeuren
bij een rijsnelheid tussen ongeveer 2
tot 8 km/h en het systeem bepaalt dat
een botsing niet te vermijden is.
WAARSCHUWING
Vertrouw niet blindelings op het
SBS-R systeem:
¾Het SBS-R systeem is enkel bestemd
om in het geval van een botsing
schade te verminderen. Wanneer u
overmatig op het systeem vertrouwt
en daardoor het gaspedaal of
rempedaal per ongeluk intrapt, kan
dit een ongeluk veroorzaken.
¾Neem voor de juiste werking van de
SBS-R de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
¾Breng geen stickers aan op een
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera. Anders bestaat de
kans dat de achterste ultrasonische
sensor en achtercamera voertuigen
of obstakels niet kan bespeuren,
hetgeen ongelukken kan
veroorzaken.
¾Demonteer een achterste
ultrasonische sensor en
achtercamera niet.
¾Als er barsten of beschadiging als
gevolg van bijvoorbeeld steenslag
in de buurt van een achterste
ultrasonische sensor en
achtercamera zichtbaar zijn,
onmiddellijk met het gebruik van
het SBS-R systeem stoppen en uw
auto door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur) laten
inspecteren. Als u met barsten of
krassen in de buurt van een
ultrasonische sensor met de auto
blijft doorrijden, bestaat de kans
dat het systeem abusievelijk in
werking treedt en een ongeluk
veroorzaakt wordt.
Zie “Stopzetten van de werking
van het Smart Brake Support [Rear]
(SBS-R) remhulpsysteem” op
pagina 4-203.
¾Raadpleeg een deskundige
reparateur (bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur) voor
het vervangen van de
achterbumper.
Geen wijzigingen aan de vering
aanbrengen:
Als de hoogte van de auto of de
overhelling gewijzigd wordt, bestaat
de kans dat het SBS-R systeem niet
juist functioneert omdat deze
obstakels niet correct kan bespeuren.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-200*Bepaalde modellen.

Page 371 of 759

Oefen geen grote kracht uit op een
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera:
Spuit bij het wassen van de auto geen
water onder hoge druk tegen een
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera en er niet met kracht
over wrijven. Let er verder op bij het
in- en uitladen van lading niet met
kracht tegen de achterbumper te
stoten. Anders bestaat de kans dat de
sensoren de obstakels niet correct
bespeuren, wat tot gevolg kan hebben
dat het SBS-R systeem niet normaal
functioneert of abusievelijk
functioneert.
OPGELET
¾Bij het offroad rijden op plaatsen
met gras of bladeren, wordt het
aanbevolen het SBS-R systeem uit te
schakelen.
¾Gebruik altijd banden van het
voorgeschreven formaat en van
hetzelfde merk, soort en
profielpatroon op alle 4 wielen.
Bovendien geen banden met
duidelijk zichtbaar verschillende
slijtagepatronen op dezelfde auto
gebruiken. Anders bestaat de kans
dat het SBS-R systeem niet normaal
functioneert.
¾Als zich een laag ijs of sneeuw op de
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera heeft vastgezet,
bestaat de kans dat deze afhankelijk
van de omstandigheden obstakels
niet correct kunnen bespeuren. In
dergelijke gevallen is het mogelijk
dat het systeem de regelingen niet
correct kan uitvoeren. Rijd altijd
voorzichtig en let op de achterzijde
van de auto.
OPMERKING
xDe stand van de auto verandert
afhankelijk van het gebruik van het
gaspedaal, rempedaal en stuurwiel,
wat voor het systeem de herkenning
van een obstakel kan bemoeilijken of
wat tot onnodige detectie kan
leiden. In dergelijke gevallen is het
mogelijk dat de SBS-R niet
functioneert.
xHet
SBS-R systeem functioneert
onder de volgende omstandigheden.
xDe motor draait.xDe versnellingshendel
(handgeschakelde auto) of
keuzehendel (voertuig met
automatische transmissie) staat in
de stand R (achteruit).
xi-ACTIVSENSE
Waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampje wordt niet
getoond op de
multi-informatiedisplay.
xBij een rijsnelheid van ongeveer 2
tot 8 km/h.
xDe SBS-R wordt niet
uitgeschakeld.
xHet DSC systeem is niet defect.xIn de volgende gevallen kunnen de
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera geen obstakels
bespeuren en bestaat de kans dat de
SBS-R niet functioneert.
xLage obstakels, zoals lage muren of
vrachtwagens met lage
laadbakken.
xHoge obstakels, zoals
vrachtwagens met hoge
laadbakken.
xKleine obstakels.xDunne obstakels, zoals
wegwijzerpalen.
xDe buitenste zijde van het obstakel
bevindt zich niet verticaal ten
opzichte van de auto.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-201

Page 372 of 759

xZachte obstakels, zoals een
hangend gordijn of een voertuig
bedekt met sneeuw.
xOnregelmatig gevormde obstakels.xObstakels die zich uiterst dichtbij
bevinden.
xIn de volgende gevallen kunnen de
achterste ultrasonische sensor en
achtercamera obstakels niet goed
bespeuren en bestaat de kans dat de
SBS-R niet functioneert.
xEr zit iets op de bumper in de
buurt van een achterste
ultrasonische sensor.
xHet rem- of gaspedaal wordt
bediend.
xNabij een obstakel bevindt zich
een ander obstakel.
xTijdens slechte
weersomstandigheden, zoals
regen, mist en sneeuw.
xHoge of lage vochtigheid.xHoge of lage temperaturenxHarde wind.xHet wegtraject is niet vlak.xWanneer zware bagage in de
bagageruimte of op de
achterzitting is geplaatst.
xObjecten zoals een draadloze
antenne, mistlamp of verlichte
kentekenplaat zijn geïnstalleerd in
de buurt van een achterste
ultrasonische sensor.
xDe richting van een achterste
ultrasonische sensor wijkt af als
gevolg van bijvoorbeeld een
botsing.
xDe auto staat blootgesteld aan
andere geluidsgolven, zoals die van
de claxon, motorgeluiden of de
ultrasonische sensor van een ander
voertuig.
xIn de volgende gevallen is het
mogelijk dat een achterste
ultrasonische sensor en
achtercamera iets abusievelijk als
een doelobstakel bespeuren, wat tot
gevolg kan hebben dat het SBS-R
systeem in werking treedt.
xRijden op een steile helling.xWielblokken.xHangende gordijnen, poortpalen,
zoals bij tolpoorten en
spoorwegovergangen.
xBij het rijden nabij objecten zoals
gebladerte, geluidswanden,
voertuigen, muren en hekken langs
wegen.
xBij het offroad rijden op plaatsen
met gras en hooi.
xBij het rijden door lage poorten,
smalle poorten, autowasinstallaties
en tunnels.
xEr wordt een aanhanger getrokken.xEen heldere lichtbron, zoals
zonlicht, valt op de achtercamera.
xDe omgeving is donker.xWanneer u hulpuitrusting aan de
buitenzijde zoals een fietsdrager
hebt geïnstalleerd rondom de
achterste ultrasonische sensor.
x(Handgeschakelde versnellingsbak)
Als de auto door de werking van de
SBS-R tot stilstand wordt gebracht en
het koppelingspedaal niet wordt
ingetrapt, stopt de motor.
xWanneer het systeem in werking is,
wordt de gebruiker op de hoogte
gesteld door de
multi-informatiedisplay.
xWanneer de SBS-R rem in werking is,
klinkt met tussenpozen de
botsingwaarschuwingszoemer.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-202

Page 374 of 759

Smart Brake Support
[Rear Crossing] (SBS-RC)
*
▼Smart Brake Support [Rear
Crossing]
(SBS-RC)
SBS-RC is een systeem dat is bedoeld
om de bestuurder te helpen botsingen
te voorkomen en de schade bij een
botsing te beperken door te remmen
wanneer er kans bestaat op een
botsing met een voertuig dat van
achter nadert terwijl u achteruit een
parkeerruimte verlaat.
Het SBS-RC systeem bespeurt
voertuigen die tijdens het
achteruitrijden uit een parkeerruimte
vanaf de linkerachter-, rechterachter-
en achterzijde van de auto naderen en
het systeem beperkt de schade in het
geval van een botsing door te remmen
wanneer het systeem bepaalt dat een
botsing onvermijdelijk is.
Bediening van het SBS-RC systeem
1. Het SBS-RC systeem functioneert
wanneer de versnellingshendel
(Handgeschakelde versnellingsbak)
of de keuzehendel (Automatische
transmissie) in de achteruitstand (R)
gezet wordt.
2. Als er de kans bestaat op een
botsing met een naderend voertuig,
dan remt het SBS-RC systeem en
toont “REM!” op de Active Driving
Display en de
multi-informatiedisplay.
WAARSCHUWING
Controleer altijd visueel de directe
omgeving alvorens daadwerkelijk uw
auto in de achteruit te zetten:
Het systeem is enkel bedoeld om u bij
het verlaten van de parkeerplek te
helpen terwijl u achteruit rijdt. Als
gevolg van bepaalde beperkingen ten
aanzien van de werking van dit
systeem, bestaat de kans dat het
SBS-RC systeem niet of met vertraging
werkt alhoewel er zich een voertuig
achter uw auto bevindt. Neem het als
bestuurder altijd tot uw
verantwoordelijkheid te controleren op
achteropkomend verkeer.
Vertrouw niet blindelings op het
SBS-RC systeem:
¾Het SBS-RC systeem is enkel
bestemd om in het geval van een
botsing schade te verminderen.
Wanneer u overmatig op het systeem
vertrouwt en daardoor het gaspedaal
of rempedaal per ongeluk intrapt,
kan dit een ongeluk veroorzaken.
¾Het SBS-RC systeem werkt in reactie
op een voertuig. Het systeem werkt
niet in respons op obstakels zoals
een muur, voetgangers, 2-wielers of
dieren.
Neem voor de juiste werking van het
SBS-RC systeem de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
¾Breng geen stickers aan op een
achterste radar of achtercamera.
Anders bestaat de kans dat de
achterste radar en achtercamera
voertuigen of obstakels niet kunnen
bespeuren, hetgeen ongelukken kan
veroorzaken.
¾Demonteer een achterste radar en
achtercamera niet.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-204*Bepaalde modellen.

Page 375 of 759

¾Als er barsten of beschadiging als
gevolg van bijvoorbeeld steenslag in
de buurt van een achterste radar en
achtercamera zichtbaar zijn,
onmiddellijk met het gebruik van het
SBS-RC systeem stoppen en uw auto
door een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) laten
inspecteren. Als u met barsten of
krassen in de buurt van een
ultrasonische sensor met de auto
blijft doorrijden, bestaat de kans dat
het systeem abusievelijk in werking
treedt en een ongeluk veroorzaakt
wordt.
Zie Stopzetten van de werking van
het Smart Brake Support [Rear
Crossing] (SBS-RC) remhulpsysteem
op pagina 4-208.
¾Raadpleeg een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) voor het
vervangen van de achterbumper.
Geen wijzigingen aan de vering
aanbrengen:
Als de hoogte van de auto of de
overhelling gewijzigd wordt, bestaat
de kans dat het SBS-RC systeem niet
juist functioneert omdat deze
obstakels niet correct kan bespeuren.Oefen geen grote kracht uit op een
achterste radar en achtercamera:
Spuit bij het wassen van de auto geen
water onder hoge druk tegen een
achterste radar en achtercamera en
wrijf er niet met kracht over. Let er
verder op bij het in- en uitladen van
lading niet met kracht tegen de
achterbumper te stoten. Anders
bestaat de kans dat de sensoren de
obstakels niet correct bespeuren, wat
tot gevolg kan hebben dat het SBS-RC
systeem niet normaal functioneert of
abusievelijk functioneert.
OPMERKING
xHet SBS-RC systeem treedt onder de
volgende omstandigheden in
werking.
xDe motor draait.xDe versnellingshendel
(handgeschakelde auto) of
keuzehendel (voertuig met
automatische transmissie) staat in
de stand R (achteruit).
xi-ACTIVSENSE
Waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampje wordt niet
getoond op de
multi-informatiedisplay.
xDe rijsnelheid is ongeveer 10
km/h of minder.
xDe rijsnelheid van een naderend
voertuig is ongeveer 3 km/h of
hoger.
xDe SBS-R wordt niet
uitgeschakeld.
xHet DSC systeem is niet defect.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-205

Page 376 of 759

xIn de volgende gevallen gaat de
i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje branden en
wordt de werking van het systeem
stopgezet. Laat de auto zo spoedig
mogelijk door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) controleren als
de i-ACTIVSENSE
waarschuwingsindicatie/het
waarschuwingslampje blijft branden.
xEr wordt een probleem in het
systeem bespeurd, inclusief het
SBS-RC systeem.
xEr is een grote afwijking ontstaan in
de montagepositie van een
achterste zijradarsensor.
xEr heeft zich een grote hoeveelheid
sneeuw of ijs verzameld op de
achterbumper nabij een achterste
zijradarsensor.
xRijden gedurende langere
perioden op met sneeuw bedekte
wegen.
xDe temperatuur in de buurt van de
radarsensoren is buitengewoon
hoog als gevolg van het langdurig
rijden op hellingen tijdens de
zomer.
xDe accuspanning is afgenomen.xOnder de volgende omstandigheden
kunnen de achterste zijradarsensoren
geen doelobjecten bespeuren of
kunnen deze moeilijk bespeurd
worden.
xHet detectiegebied van de
achterste zijradarsensor wordt
gehinderd door een nabije muur of
geparkeerd voertuig. (Rijd
achteruit tot een plaats waar het
detectiegebied van de radarsensor
niet meer gehinderd wordt.)
1. Uw auto

xEr nadert een voertuig direct vanaf
de achterzijde van uw auto.
1. Uw auto

xDe auto staat op een helling
geparkeerd.
1. Uw auto

Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-206

Page 377 of 759

xEen voertuig dat uit de
tegengestelde richting nadert op
een steile helling.
1. Uw auto

xDirect nadat het SBS-RC systeem
in werking is gesteld via de
gebruikersinstellingen.
xOntvangststoring door een
radarsensor op een voertuig dat
dichtbij is geparkeerd.
xSchakel het SBS-RC systeem uit
wanneer u een aanhanger trekt of
wanneer u hulpuitrusting zoals een
fietsdrager aan de achterzijde van de
auto hebt geïnstalleerd. Anders
zullen de radiogolven die door de
radar worden uitgezonden
geblokkeerd raken waardoor het
systeem niet meer normaal zal
functioneren.
xIn de volgende gevallen is het
mogelijk dat een achterste radar en
achtercamera iets abusievelijk als
een doelobstakel bespeuren, wat tot
gevolg kan hebben dat het SBS-RC
systeem in werking treedt.
xHangende gordijnen, poortpalen,
zoals bij tolpoorten en
spoorwegovergangen.
xBij het rijden nabij objecten zoals
gebladerte, geluidswanden,
voertuigen, muren en hekken langs
wegen.
xBij het offroad rijden op plaatsen
met gras en hooi.
xBij het rijden door lage poorten,
smalle poorten, autowasinstallaties
en tunnels.
xEr wordt een aanhanger getrokken.xEen heldere lichtbron, zoals
zonlicht, valt op de achtercamera.
xDe omgeving is donker.x(Handgeschakelde versnellingsbak)
Als de auto door de werking van het
SBS-RC systeem tot stilstand wordt
gebracht en het koppelingspedaal
niet wordt ingetrapt, stopt de motor.
xWanneer het systeem in werking is,
wordt de gebruiker op de hoogte
gesteld door de
multi-informatiedisplay.
xWanneer het SBS-RC systeem rem in
werking is, klinkt met tussenpozen
de botsingwaarschuwingszoemer.
xAls de auto door de werking van het
SBS-RC systeem tot stilstand is
gebracht en het rempedaal niet
wordt ingetrapt, getoond in meter
“Noodremwerking geactiveerd. Trap
rempedaal in om stil te blijven
staan”, wordt het SBS-RC systeem
rem na ongeveer 2 seconden
automatisch vrijgezet.
xWanneer een originele Mazda
trekhaak wordt gebruikt, dan wordt
het SBS-RC systeem automatisch
uitgeschakeld.
▼Waarschuwing voor botsing
Wanneer er een kans bestaat op een
botsing , is onafgebroken het
botsingswaarschuwingsgeluid
hoorbaar en wordt een waarschuwing
getoond op de Active Driving Display
en de multi-informatiedisplay.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-207

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 ... 110 next >