ESP BMW Z4 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: BMW, Model Year: 2016, Model line: Z4, Model: BMW Z4 2016Pages: 292, PDF Size: 7.38 MB
Page 122 of 292

Doorlaadopening met
geïntegreerde transportzak
Ski's altijd goed bevestigen
Getransporteerde ski's of dergelijken al‐
tijd door het ski-opbergvak bevestigen, anders kunnen deze bij rem- en uitwijkmanoeuvres de
inzittenden in gevaar brengen.◀
Met het transportfoedraal kunt u maximaal
twee paar standaardski's veilig en schoon ver‐ voeren.
Met behulp van het transportfoedraal kunt u
ski's met een lengte van 1,70 m opbergen. Bij
ski's met een lengte van 1,70 m wordt de ruimte o.w.v. het smaller worden van het ski‐
foedraal kleiner.
Beladen1.Afsluitdeksel naar beneden klappen.2.In de bagageruimte: greep naar boven
drukken en afdekking naar onder klappen.3.Sluiting losmaken en het transportfoedraal
tussen de voorstoelen uitrollen.4.Slotlip van de bevestigingsgordel in het
gordelslot onder de transportzak steken.5.Transportzak beladen, de ritssluiting ver‐
eenvoudigt de toegang tot de opgeborgen
voorwerpen.
Alleen schone ski's in de transportzak opber‐
gen. Scherpe kanten omhullen, zodat geen be‐
schadigingen optreden.
Lading vastzetten Transportfoedraal bevestigen
Transportfoedraal door vasttrekken van
de gordel bevestigen, anders kan de inhoud
bijv. al bij rem- en uitwijkmanoeuvres de inzit‐
tenden in gevaar brengen.◀
Na het beladen de transportzak met de inhoud
vastzetten. Trek hiertoe de gordel bij de gesp
stevig aan.
Bij het opbergen van de transportzak in omge‐
keerde volgorde als bij het beladen te werk
gaan.
Seite 122BedieningInterieuruitrusting122
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 130 of 292

Bij het rijden in acht nemenVoertuiguitrustingIn dit hoofdstuk worden alle standaard-, land-
en speciale uitrustingen beschreven, die in de
modelserie worden aangeboden. Er worden
daarom tevens uitvoeringen beschreven, die in
een auto bijv. wegens de gekozen speciale uit‐
voering of de landenvariant niet beschikbaar
zijn. Dit geldt tevens voor functies en syste‐
men die relevant zijn voor de veiligheid.
Bij gebruik van de betreffende functies en sys‐
temen moeten de geldende landspecifieke
voorschriften in acht worden genomen.
Inrijden Algemeen
Bewegende onderdelen moeten op elkaar kun‐
nen inlopen.
De volgende aanwijzingen helpen bij het ver‐
krijgen van een optimale levensduur en zuinig‐
heid voor de auto.
Motor en differentieel
De in het betreffende land geldende snelheids‐
beperkingen in acht nemen.
Tot 2000 km
Maximum toerental en snelheid niet overschrij‐
den:▷4500/min en 160 km/h.
Nooit in vollast- of kickdown-stand rijden en
nooit Launch Control gebruiken.
Vanaf 2000 km
Toerental en snelheid kunnen geleidelijk wor‐
den verhoogd.
Banden
Direct na de productie is de grip van nieuwe
banden nog niet optimaal.
Gedurende de eerste 300 km defensief rijden.
Remsysteem Remblokvoeringen en -schijven krijgen pas na
ca. 500 km een goed slijtage- en draagbeeld.
Rij tijdens deze inrijtijd defensief.
Koppeling
De werking van de koppeling is pas na een af‐
stand van ca. 500 km optimaal.
Gedurende deze inrijperiode de koppeling be‐
hoedzaam gebruiken.
Na vervanging van onderdelen
Opnieuw de aanwijzingen voor het inrijden in
acht nemen, indien later bij het rijden de voor‐
heen besproken componenten worden vervan‐
gen.
Praktische tips voor het
rijden
Bodemvrijheid Beperkte bodemvrijheid in acht nemen
De beperkte bodemvrijheid van de
sDrive35is Z4 in acht nemen, bijvoorbeeld bij
opritten of parkeerplaatsen of bij het rijden
over obstakels. Anders kan er schade ontstaan
aan de auto.◀
Kofferdeksel sluiten Met gesloten kofferdeksel rijden
Alleen met gesloten kofferdeksel rijden,
anders kunnen uitlaatgassen in het interieur
geraken.◀Seite 130RijtipsBij het rijden in acht nemen130
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 133 of 292

Bagage opbergen
Bagageruimte▷Zware bagage: zoveel mogelijk naar voren
opbergen, direct achter de scheidings‐
wand van de bagageruimte en naar on‐
deren.▷Scherpe randen en hoeken afdekken.
Belading bij geopende hardtop
Voor het openen van de hardtop de af‐
scheiding van de bagageruimte naar onderen
klappen en op juiste belading letten, anders
kunnen delen van de hardtop worden bescha‐
digd.◀
Afscheiding van de bagageruimte naar on‐
deren klappen, zie pagina 43.
Dwarsplank Belading van de dwarsplank
Voor het beladen van het dwarsgeplaat‐
ste opbergvak de stoelen niet tegelijkertijd he‐
lemaal naar voren schuiven, op de hoogste
stand zetten en de leuningen naar voren kante‐
len. Anders kunnen stoelen tegen de afdich‐
ting van de voorruit, tegen de zonnekap en te‐
gen de dakhemel stoten en deze
beschadigen.◀
Lichte en kleine voorwerpen kunnen op het
dwarsgeplaatste opbergvak getransporteerd
worden.
Lading vastzetten
Bagageruimte
Kleine en licht voorwerpen met spanbanden
bagageruimtenet of bevestigingsbanden vast‐
zetten.
Dwarsplank Bij uw dealer zijn sjormiddelen verkrijgbaar.
Voor het bevestigen van deze bagagespanrie‐
men dienen vier sjorogen achter de stoelen.
Volg de bij de bagagespanriemen meegele‐
verde informatie op.
Sjorogen van het dwarsgeplaatste
opbergvak
De sjorogen uitsluitend voor het bevesti‐
gen van bagage gebruiken.
De sjorogen uitsluitend voor het bevestigen
van bagage gebruiken. Geen bovenste ISO-FIX
bevestigingsriem vasthaken. Anders beveiligt
het kinderveiligheidssysteem veel minder
goed.◀
Boven:
Seite 133Bij het rijden in acht nemenRijtips133
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 134 of 292

Onder:
Brandstof besparen
Algemeen Uw auto bevat omvangrijke techniek voor het
reduceren van de verbruiks- en emissiewaar‐
den.
Het brandstofverbruik hangt van verschillende
factoren af.
Door bepaalde maatregelen, de rijstijl en regel‐
matig onderhoud, zie pagina 247, kunnen het
brandstofverbruik en de milieubelasting wor‐
den beïnvloed.
Onnodige bagage verwijderen Extra gewicht verhoogt het brandstofverbruik.
Aanbouwdelen na gebruik verwijderen Niet vereiste extra buitenspiegels, achterklep‐
dragers na gebruik verwijderen.
Aanbouwdelen aan de auto zijn van invloed op
de aërodynamica en verhogen het brandstof‐
verbruik.
Ruiten sluiten
Een geopend dak verhoogt de luchtweerstand
en daardoor het brandstofverbruik.
Banden
Algemeen
Banden kunnen op verschillende wijze van in‐
vloed zijn op de verbruikswaarden, zo kan bijv.
door de bandendiameter het verbruik worden
beïnvloed.
De bandenspanning regelmatig
controleren
Bandenspanning, zie pagina 237, ten minste
tweemaal per maand en voor een lange rit con‐
troleren en ev. corrigeren.
Te geringe bandenspanning vergroot de rol‐
weerstand en verhoogt daardoor het brand‐
stofverbruik en de bandenslijtage.
Direct wegrijden
Motor niet in stilstand laten warmdraaien, maar
onmiddellijk met matig toerental wegrijden.
De koude motor komt hierdoor sneller op be‐
drijfstemperatuur.
Anticiperend rijden
Onnodig optrekken en afremmen voorkomen.
Hiervoor voldoende afstand tot voorliggers
houden.
Anticiperen en gelijkmatig rijden verlaagt het
brandstofverbruik.
Hoge motortoerentallen vermijden
De 1e versnelling alleen gebruiken bij het weg‐
rijden. Vanaf de 2e versnelling snel accelere‐
ren. Daarbij hoge motortoerentallen en te
vroeg opschakelen vermijden.
Bij het bereiken van de gewenste snelheid naar
de hoogst mogelijke versnelling schakelen en
zo mogelijk met een lager motortoerental en
constante snelheid rijden.Seite 134RijtipsBij het rijden in acht nemen134
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 135 of 292

In principe geldt het volgende: bij rijden met
een lager motortoerental nemen het brand‐
stofverbruik en de slijtage af.
De schakelpuntindicator, zie pagina 75, van de
auto geeft de meest energiezuinige versnelling
aan.
Afremmen op de motor Bij het naderen van een rood verkeerslicht van
het gaspedaal gaan en de auto in de hoogst
mogelijke versnelling laten uitrollen.
Op hellende routes van het gaspedaal gaan en
de auto in de passende versnelling laten rollen.
De brandstoftoevoer wordt bij decelereren on‐
derbroken.
De motor bij langere stops afzetten
Motor bij langere stops, bv. bij stoplichten,
overwegen of in de file, afzetten.
Start- en stopautomaat motorDe auto-start-stop-functie zet de motor tijdens
een stilstand automatisch af.
Wordt de motor afgezet en aansluitend weer
gestart, dan dalen het brandstofverbruik en
emissies in vergelijking tot een permanent
draaiende motor. Besparingen kunnen al wor‐
den gerealiseerd bij een motorstop van enkele
seconden.
Het brandstofverbruik hangt tevens af van ver‐
dere factoren, zoals bijv. de rijstijl, de wegom‐
standigheden, het onderhoud of milieufacto‐
ren.
Meer aanwijzingen over de auto-start-stop-
functie, zie pagina 58.
Functies die momenteel niet worden
benodigd uitschakelen
Voor functies zoals bijv. automatische aircon‐
ditioning is veel extra energie nodig en zij ver‐
bruiken extra brandstof, in het bijzonder in het
stop & go verkeer.Deze functies daarom uitschakelen als zij niet
echt worden gebruikt.
Onderhoud laten uitvoeren Auto regelmatig laten onderhouden om een
optimaal rendement en een lange levensduur
te bereiken. Het onderhoud door uw service‐
dienst laten uitvoeren.
Hiervoor ook het BMW onderhoudssysteem,
zie pagina 247, in acht nemen.Seite 135Bij het rijden in acht nemenRijtips135
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 140 of 292

Reisdoel oproepenVoertuiguitrusting
In dit hoofdstuk worden alle standaard-, land-
en speciale uitrustingen beschreven, die in de
modelserie worden aangeboden. Er worden
daarom tevens uitvoeringen beschreven, die in
een auto bijv. wegens de gekozen speciale uit‐
voering of de landenvariant niet beschikbaar
zijn. Dit geldt tevens voor functies en syste‐
men die relevant zijn voor de veiligheid.
Bij gebruik van de betreffende functies en sys‐
temen moeten de geldende landspecifieke
voorschriften in acht worden genomen.
Overzicht Bij de reisdoelkeuze kunt u uit de volgende
mogelijkheden kiezen:▷Reisdoelkeuze handmatig invoeren, zie on‐
der.▷Reisdoel uit adresboek kiezen, zie pa‐
gina 142.▷Laatste reisdoelen, zie pagina 143.▷Speciale reisdoelen, zie pagina 143.▷Reisdoel invoeren via kaart, zie pa‐
gina 145.▷Huisadres als reisdoel overnemen, zie pa‐
gina 143.▷Reisdoel invoeren via gesproken taal, zie
pagina 146.▷Reisdoel invoeren via de servicedienst, zie
pagina 145.
U kunt een reisdoel van de navigatie tevens
opslaan op de toets favorieten, zie pagina 23.
Invoeren bij stilstaande auto
Gegevens alleen bij stilstaande auto in‐
voeren en de geldende verkeersregels opvol‐
gen; dit voor het geval dat de verkeerssituatie
en de aanwijzingen van het navigatiesysteem
elkaar tegenspreken. Anders is het mogelijk
dat u in strijd met de wet handelt, wat gevaar
kan opleveren voor de inzittenden en andere
verkeersdeelnemers.◀
Handmatig reisdoel invoeren Algemeen
Bij de invoer van plaats- of straatnamen onder‐
steunt het systeem door automatische aanvul‐
ling van de naam en vergelijken van de invoer,
zie pagina 24.
Opgeslagen plaats- en straatnamen kunnen
zodoende snel worden opgeroepen.▷Als de aanwezige invoer behouden moet
blijven, kan het invoeren van land en plaats
overgeslagen worden.▷Indien alleen de plaats is ingevoerd, wordt
de routebegeleiding naar het centrum van
de plaats gestart.
Land invoeren
1. Toets indrukken.2."Navigatie"3."Bestemming invoeren"4."Land" of weergegeven land selecteren.Seite 140NavigatieReisdoel oproepen140
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 146 of 292

▷De coördinatie van het reisdoel.
Verdere functiesIn de interactieve kaart zijn na het indrukken
van de controller verdere functies beschikbaar:
▷ Symbool selecteren.
"Routebegeleiding starten" of "Als extra
best. toevoegen"
Reisdoel als verder reisdoel toevoegen, zie
pagina 147.▷"Interactieve kaart afsluiten": terug naar
kaartaanzicht.▷"Aanzicht in noordrichting" of "Aanzicht in
rijrichting"▷"Bestemming weergeven": kaartgedeelte
rond het reisdoel wordt weergegeven.▷"Locatie weergeven": kaartgedeelte rond
de actuele standplaats wordt weergege‐
ven.▷"POI's zoeken": zoeken voor speciale reis‐
doelen wordt gestart.
Reisdoel invoeren via
gesproken taal
Algemeen
▷Handleiding voor het spraakgestuurde sys‐
teem, zie pagina 25.▷Bij een reisdoelinvoer via spraakinvoer is
een wisseling tussen spraakbediening en
iDrive mogelijk.▷Mogelijke gesproken commando's laten
spreken: ›Spraakopties‹.
In te voeren gegevens spreken
▷Plaats, straat en huisnummer kunnen in
één afzonderlijk commando worden inge‐
voerd.▷Landen, plaatsen, straten en kruisingen
kunnen als geheel woord in de systeem‐ taal, zie pagina 80, worden gesproken of
gespeld.
Voorbeeld: om een plaats in Duitsland als
geheel woord in te voeren, moet de taal
van het systeem Duits zijn.▷Invoer spellen als de gesproken taal en de
systeemtaal verschillend zijn.▷Letters vloeiend uitspreken en overmatige
klemtonen en pauzes vermijden.▷De mogelijkheden van de invoer zijn afhan‐
kelijk van de geldende navigatiegegevens,
land- en taalinstellingen.
Adres in één commando invoeren
1.Toets op het stuurwiel indrukken.2.›Bestemming invoeren‹3.Vraag van het systeem afwachten.4.Adres in de voorgestelde volgorde inspre‐
ken.5.Invoer zoals door het systeem verlangd
voortzetten.
Desgewenst de elementen van het adres
één voor één noemen, bijv. de plaats.
Plaats afzonderlijk invoeren
Plaats kan worden gespeld of als heel woord
worden gesproken.
Bij weergegeven reisdoelinvoermenu:
1.Toets op het stuurwiel indrukken.2.›Plaats‹ of ›Plaats spellen‹Seite 146NavigatieReisdoel oproepen146
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 152 of 292

Routegedeelte mijden
Voor een routegedeelte een nieuwe route be‐
rekenen.1."Navigatie"2."Routeverloop"3."Nieuwe route voor"4.Controller draaien. Gewenste aantal kilo‐
meters voor de afstand invoeren, waarbin‐
nen weer moet worden teruggekeerd naar
de oorspronkelijke route.5.Controller indrukken.
Omrijden uitschakelen
Als het routegedeelte niet meer moet worden
vermeden:
1."Navigatie"2."Routeverloop"3."Nieuwe route voor:"4."Blokkering opheffen"
Tankaanbeveling
De resterende actieradius wordt berekend en
zo nodig worden tankstations langs de route
aanbevolen.
Ook met de meest actuele navigatiegegevens
kunnen de gegevens van afzonderlijke speciale
reisdoelen zijn gewijzigd, bijv. kunnen tanksta‐
tions niet meer in gebruik zijn.
1."Navigatie"2."Routeverloop"3."Tankmogelijkheid"
Een lijst met tankstations wordt weergege‐
ven.4.Tankstation markeren.
Op het splitscreen wordt de positie van het
tankstation getoond.5.Tankstation selecteren.6. Symbool selecteren.7."Routebegeleiding starten": de routebege‐
leiding naar het geselecteerde tankstation
wordt gestart.
"Als extra best. toevoegen": het tanksta‐
tion wordt in het verloop van de route op‐
genomen.
Routebegeleiding met
gesproken aanwijzingen
Gesproken aanwijzingen in-/
uitschakelen
Instelling wordt voor de momenteel gebruikte
afstandsbediening opgeslagen.
1."Navigatie"2."Kaart"3. "Gesproken aanwijzingen"
Gesproken aanwijzing herhalen
1."Navigatie"2."Kaart"3.Symbool markeren.4.Controller tweemaal indrukken.
Geluidssterkte van de gesproken
aanwijzingen
Volumeknop tijdens de gesproken aanwijzin‐
gen draaien tot de gewenste geluidssterkte is
ingesteld.
Instelling wordt voor de momenteel gebruikte
afstandsbediening opgeslagen.
Seite 152NavigatieRoutebegeleiding152
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 153 of 292

Gesproken aanwijzingen op toetsen
met voorkeurzenders opslaan
De functie gesproken aanwijzingen in-/uitscha‐
kelen kan voor de snelle toegang op een toets
met voorkeurzenders worden opgeslagen, zie
pagina 23.
Kaartaanzicht
Kaartaanzicht weergeven1."Navigatie"2."Kaart"
Overzicht
1Taakbalk2Routegedeelte met verkeershinder3Verkeersteken voor verkeershinder4Geplande route5Standplaats6Bovenste statusveld7Onderste statusveld
Lijnen in de kaart
Straten en wegen worden conform hun calssi‐
ficatie met verschillende lijnen en kleuren
weergegeven. Met onderbroken lijnen worden
spoor- en veerverbindingen weergegeven.
Landsgrenzen worden met dunne lijnen weer‐
gegevent.
Verkeersbelemmeringen
Kleine driehoeken langs de geplande route
markeren routegedeelten met verkeershinder,
afhankelijk van de schaal van de kaart. De rich‐
ting van de driehoeken geeft de richting van de
verkeershinder aan.
Verkeerstekens classificeren de aard van de
verkeershinder.▷Rood verkeersteken: belemmering betreft
de geplande route of rijrichting.▷Grijs verkeersteken: belemmering betreft
niet de geplande route of rijrichting.
Verkeersinformatie, zie pagina 155.
Geplande route
Na de start van de routebegeleiding wordt de
geplande route op de kaart weergegeven.
Statusvelden
In-/uitschakelen: controller indrukken.
▷Bovenste statusveld: tijd, telefoon- en en‐
tertainmentdetails.▷Onderste statusveld: symbool voor actieve
routebegeleiding, status van de verkeers‐
informatie, aankomsttijd en afstand tot
reisdoel.
Taakbalk
De volgende functies staan ter beschikking
voor de taakbalk:
SymboolFunctie Routebegeleiding starten/
beëindigen. Gesproken aanwijzingen in-/
uitschakelen. Routecriteria wijzigen. Speciaal reisdoel weergeven. Verkeersinformatie tonen. Interactieve kaart oproepen.Seite 153RoutebegeleidingNavigatie153
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15
Page 163 of 292

4.Gewenste instelling selecteren.5.Instellen: controller draaien.6.Opslaan: controller indrukken.
Multikanaalweergave,
surround
Kiezen tussen stereo en multikanaalweergave,surround.
Multikanaalweergave, surround
instellen
1."CD/Multimedia", "Radio" of "Instellingen"2."Klank"3."Surround"
Bij geactiveerde surround wordt bij de weer‐
gave van een audiospoor in stereo de multika‐
naalweergave gesimuleerd.
Volumes
▷"Speed volume": aanpassing van het vo‐
lume afhankelijk van de snelheid.▷"PDC": volume van het PDC-geluidssig‐
naal ten overstaan van de geluidsweergave
van het entertainment.▷"Gong": volume van het geluidssignaal, bv.
voor de gordelherinnering, ten overstaan
van de geluidsweergave van het entertain‐
ment.▷"Microfoon": volume van de microfoon bij
een telefoongesprek.▷"Luidsprek.": volume van de luidspreker bij
een telefoongesprek.
De volgende volumes worden enkel voor het
op dat moment aangemelde telefoon opgesla‐
gen: "Microfoon", "Luidsprek.".
Geluidssterkten instellen
1."CD/Multimedia", "Radio" of "Instellingen"2."Klank"3."Volume-instellingen"4.Gewenste afstelling van het volume selec‐
teren.5.Instellen: controller draaien.6.Opslaan: controller indrukken.
Klankinstelling terugzetten
Alle klankinstellingen kunnen teruggezet naar
de standaardwaarde.
1."CD/Multimedia", "Radio" of "Instellingen"2."Klank"3."Terugzetten"Seite 163KlankEntertainment163
Online Edition for Part no. 01 40 2 954 086 - II/15