jump start CITROEN JUMPER 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: CITROEN, Model Year: 2016, Model line: JUMPER, Model: CITROEN JUMPER 2016Pages: 308, PDF Size: 11.22 MB
Page 106 of 308

104
jumper_nl_Chap05_Securite_ed01-2015
Hill descent Control
Hulpsysteem bij het afdalen van een helling
op wegdek met weinig grip (modder, gravel
enz.) of bij het afdalen van een steile helling.
Dit systeem beperkt de kans op wegglijden
van de auto en de kans dat de auto te veel
vaart maakt tijdens een afdaling.
Door autonoom elke rem individueel te
activeren zorgt het systeem ervoor dat de
auto met een constante snelheid een helling
afdaalt.Uitschakelen
Druk op deze knop in het midden van het dashboard om
het systeem uit te schakelen. Het verklikkerlampje van
de knop gaat uit.
Als de wagensnelheid hoger wordt dan 50
km/h, wordt
de functie volledig uitgeschakeld; het verklikkerlampje
van de knop gaat uit
.
Storing
Bij een storing in de Hill Descent
Control gaat dit verklikkerlampje
branden.
Laat het systeem controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Inschakelen
Bij het starten van de motor is het systeem
uitgeschakeld.
Druk, bij een wagensnelheid tot 30
km/h, op
deze knop in het midden van het dashboard
om het systeem in te schakelen; het
verklikkerlampje van de knop gaat branden.
Zodra de auto de helling begint af te dalen,
kunt u het gaspedaal en het rempedaal
loslaten; het verklikkerlampje van de knop
knippert.
De remlichten worden automatisch
ingeschakeld als de functie is geactiveerd.
Als de wagensnelheid hoger wordt dan
30
km/h, wordt het systeem automatisch
uitgeschakeld. Het verklikkerlampje van de
knop blijft echter branden.
Het systeem wordt automatisch weer
ingeschakeld zodra de wagensnelheid lager
wordt dan 30
km/h. Het systeem werkt slechts bij hellingen
van meer dan 8%.
Gebruik het systeem niet met de
versnellingsbak in de neutraalstand.
Schakel een voor de wagensnelheid
geschikte versnelling in om te voorkomen
dat de motor afslaat.
U kunt op elk gewenst moment het
gaspedaal of het rempedaal weer
intrappen. Als de remmen oververhit zijn, kan
de functie niet worden geactiveerd.
Wacht enkele minuten om de remmen te
laten afkoelen en probeer het vervolgens
opnieuw.
Veiligheid tijdens het rijden
Page 108 of 308

106
jumper_nl_Chap05_Securite_ed01-2015
VeIlIgHeIdSgORdelS CABIne
Mocht u achteraf een voorbank in
de auto monteren, dan dient deze
voorzien te zijn van goedgekeurde
veiligheidsgordels.
Vastmaken
Trek de gordel met een gelijkmatige
beweging voor u langs en verzeker u ervan
dat deze niet gedraaid is.
Steek de gesp in de gordelsluiting.
Trek kort en snel aan de gordel om de
automatische blokkering van de gesp te
controleren.
losmaken
Druk op de rode knop van de gordelsluiting. De
veiligheidsgordel rolt automatisch op maar het
wordt aanbevolen de veiligheidsgordel vast te
houden terwijl deze zich oprolt.Uit veiligheidsoverwegingen mag deze
handeling niet tijdens het rijden worden
uitgevoerd.
Verklikkerlampje
veiligheidsgordel bestuurder
Als de veiligheidsgordel van de
bestuurder is losgemaakt, kan bij
auto's met het Stop & Start-systeem de
START-stand van de motor niet worden
geactiveerd. De motor kan dan uitsluitend
met de contactsleutel worden gestart. Als de bestuurder zijn veiligheidsgordel
niet heeft vastgemaakt, gaat bij het starten
van de motor dit verklikkerlampje branden
in combinatie met een alsmaar sterker
wordend geluidssignaal.
De bestuurdersstoel is voorzien van een
veiligheidsgordel met een pyrotechnische
gordelspanner en een gordelkrachtbegrenzer.
Bij de uitvoeringen met een frontairbag aan
passagierszijde is de veiligheidsgordel van de
zitplaats van de passagier ook voorzien van
een pyrotechnische gordelspanner en een
gordelkrachtbegrenzer.
De voorbank is voorzien van twee
veiligheidsgordels.
Hoogteverstelling
Knijp de knop van de geleider in, schuif deze omhoog
of omlaag tot de gewenste stand is bereikt en laat de
knop los om de geleider in deze stand te blokkeren
(veiligheidsgordel aan de zijde van de bestuurdersstoel en
de zijde van de zitplaats van de buitenste voorpassagier)
.
De veiligheidsgordel van de middelste zitplaats is
niet in hoogte verstelbaar.
Veiligheidsgordels
Page 113 of 308

111
jumper_nl_Chap05_Securite_ed01-2015
Uitschakelen van de airbag vóór aan
passagierszijde
In de stand "OFF" werkt de airbag vóór aan
passagierszijde bij een eventuele aanrijding niet.
Als u het kinderzitje hebt verwijderd,
selecteer dan "ON" om de airbag opnieuw
in te schakelen en zo de veiligheid van uw
voorpassagiers te garanderen.Zij-airbags en window-airbags
De zij-airbags (volgens uitvoering) zijn aan
de zijde van de portieren in de rugleuningen
van de voorstoelen aangebracht.
De window-airbags zijn aangebracht in
de stijlen en in de hemelbekleding bij de
voorste zitplaatsen van de cabine.
De window-airbag wordt opgeblazen tussen
de voorpassagier en de zijruit.
De zij- en window-airbags worden
opgeblazen aan de zijde waar de aanrijding
plaatsvindt.
Schakel voor de veiligheid van uw kind
de airbag vóór aan passagierszijde
altijd uit als u een kinderzitje met de rug
in de rijrichting op de voorstoel of de
passagiersbank vóór plaatst. Anders kan
een kind bij het opblazen van de airbag
levensgevaarlijk gewond raken.
Als de airbag vóór aan passagierszijde van
uw auto niet kan worden uitgeschakeld:
plaats beslist geen kinderzitje met de rug in
de rijrichting voorin. Controle uitschakeling
Als de airbag is uitgeschakeld, gaat
elke keer dat de motor wordt gestart dit
verklikkerlampje branden in combinatie
met een melding op het display.
Storing
Neem als dit verklikkerlampje
gaat branden contact op met
het CITROËN-netwerk om het
systeem te laten controleren.
Zie de rubriek "Technologie aan boord -
Configuratie van de auto".
Deze functie kan met de toets MO
de
worden geconfigureerd; selecteer "OFF" in
het menu "Airbag passagierszijde".
Airbags
5
VEILIGHEID
Page 129 of 308

127
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Binnenzijde
Deze handeling mag alleen worden
uitgevoerd als de auto stilstaat en het
bestuurdersportier geopend is.
Trek aan de hendel aan de zijkant van het dashboard.
Buitenzijde
Duw de veiligheidshaak aan de bovenzijde
van de grille omhoog en til de motorkap op.Plaats de motorkapsteun in de houder
alvorens de motorkap te sluiten.
Laat de motorkap voorzichtig zakken en laat
deze aan het einde van de slag in het slot
vallen.
MOTORkAP
OP enen
Open de motorkap niet als het hard
waait.
Wees bij warme motor voorzichtig met het
bedienen van de veiligheidshaak en de
motorkapsteun (kans op brandwonden).
Zet het contact altijd met de sleutel af
als u handelingen onder de motorkap
wilt uitvoeren om letsel door het automatisch
activeren van de START-stand van het Stop
& Start-systeem te voorkomen.
MOTORkAP S l UIT en
Motorkapsteun
Maak de motorkapsteun los en steek deze
in de eerste en vervolgens de tweede
uitsparing van de motorkap.
In verband met de aanwezigheid
van elektrische uitrustingen in
de motorruimte wordt geadviseerd om
blootstelling aan water (regen, wassen, ...)
te beperken.
7
Motorruimte
ONDERHOUD
Page 133 of 308

131
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Deze sticker, die hoort bij het Stop & Start-
systeem, geeft aan dat er een speciale
12V-loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.Voer de onderstaande controles
regelmatig uit om uw auto in goede
staat te houden. Raadpleeg de voorschriften
in het CITROËN-netwerk of in het
garantie- en onderhoudsboekje dat bij dit
instructieboekje zit.
COnTROleS
Accu
Laat uw accu voor de winter controleren
door het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Aftappen van water in het
brandstoffilter
Als dit lampje gaat branden,
moet het brandstoffilter worden
afgetapt. Om te voorkomen dat het
lampje gaat branden kan het filter
ook op regelmatige basis worden afgetapt,
bijvoorbeeld bij een onderhoudsbeurt.
Draai de aftapplug of de sensor water in
brandstoffilter aan de onderzijde van het filter
los. Ga door met aftappen tot al het water uit
het filter is weggelopen. Draai vervolgens de
aftapplug of de sensor weer vast.
luchtfilter en interieurfilter
Een verstopt interieurfilter vermindert
de prestaties van de airconditioning
en kan stankoverlast in het interieur
veroorzaken. Raadpleeg het garantie- en
onderhoudsboekje voor informatie over het
vervangingsinterval van de filterelementen.
Als de omgeving (veel stof) en de
gebruiksomstandigheden van de auto (veel
stadsverkeer) daartoe aanleiding geven,
moeten de filters twee keer zo vaak worden
vervangen.
Raadpleeg de rubriek "Onderhoud -
Motorruimte"
De HDi-motoren zijn technologisch
geavanceerde motoren. Laat
werkzaamheden aan deze motoren altijd
uitvoeren door gekwalificeerde technici
van het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Niveaus en controles
7
ONDERHOUD
Page 136 of 308

134
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Te laag brandstofniveau
B
RA
nd
STOF
TA
nken
Bij lage temperaturen
In bergachtige en/of koude gebieden wordt
aanbevolen zogenaamde "winter" brandstof
te tanken die speciaal geschikt is voor (zeer)
lage temperaturen. Tank nooit als de motor door het
Stop & Start-systeem is afgezet; zet in
dat geval altijd het contact af met de sleutel. Als het brandstofniveau e
(Empty) is bereikt, gaat dit
verklikkerlampje branden.
Afhankelijk van de inhoud van
de brandstoftank, de motoruitvoering, de
rijomstandigheden en het profiel van de weg
bevat de tank nog ongeveer 10 of 12 liter
brandstof.
Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om
een lege brandstoftank te voorkomen.
De inhoud van de brandstoftank bedraagt
ongeveer 90
liter
.
Er zijn ook brandstoftanks leverbaar met een
inhoud van 60 en 120 liter.Het tanken dient met afgezette motor te
geschieden.
-
Open de brandstofvulklep.
-
Houd de zwarte dop met één hand vast.
-
Steek met de andere hand de sleutel in
het slot en draai deze linksom.
-
V
erwijder de zwarte dop uit de
vulopening en bevestig deze aan de
haak aan de binnenzijde van de vulklep.
Op een label aan de binnenzijde van de
brandstofvulklep staat de voorgeschreven
soort brandstof aangegeven.
Laat het vulpistool bij het aftanken van de
auto nooit meer dan 3 keer automatisch
uitspringen. Indien dit wel gebeurt kunnen er
storingen optreden.
-
V
ergrendel na het tanken de zwarte dop
en sluit de vulklep.
BlueH d i en additief AdBlue
De blauwe dop is uitsluitend aanwezig bij de
BlueHDi-dieseluitvoeringen.
Raadpleeg voor meer informatie de rubriek
"Additief AdBlue". Raadpleeg voor de betekenis van de
waarschuwingen op de stickers de
rubriek "Snel weer op weg - Verklaring van
de stickers".
Brandstof
Page 139 of 308

137
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
gebruiksvoorschrift
Als er voldoende AdBlue®-vloeistof
in het reservoir aanwezig is, wordt er
geen informatie weergegeven op het
instrumentenpaneel.
Als echter een resterende actieradius van
2400
km (1500
mijl) wordt bereikt, wordt u
op verschillende manieren gewaarschuwd
(verklikkerlampje, melding, geluidssignaal).
Deze waarschuwingen worden steeds vaker
herhaald, naar gelang de actieradius afneemt,
tot ze permanent worden weergegeven.
Naar gelang het aantal afgelegde kilometers,
neemt de hoeveelheid vloeistof af en worden
de waarschuwingen steeds vaker herhaald
tot ze permanent worden weergegeven.
Vullen van het additiefreservoir
Bij het CITROËN-netwerk zijn bidons
van 5
of 10
liter en flacons van 1,89
liter
(1/2
gallon) verkrijgbaar voor het bijvullen
van reservoirs van personenauto's en lichte
bedrijfswagens.
Als u zelf het AdBlue
®-reservoir wilt bijvullen,
zorg er dan voor dat u over de juiste
vulslang beschikt (al dan niet meegeleverd
met de bidon). Als het AdBlue
®-reservoir leeg is, kan
de motor niet meer worden gestart.
Wacht niet tot de waarschuwingen steeds
vaker worden herhaald, maar vul het
AdBlue
®-reservoir zo snel mogelijk bij.
Additif AdBlue®
7
ONDERHOUD
Page 140 of 308

138
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Actieradiusindicatoren
Afhankelijk van de resterende actieradius worden
verschillende waarschuwingsniveaus geactiveerd.
Elke keer dat een nieuwe grenswaarde van
de actieradius wordt bereikt, wordt u opnieuw
gewaarschuwd. Deze waarschuwingen
worden steeds vaker herhaald tot ze
permanent worden weergegeven.
-
De eerste grenswaarde wordt bereikt bij een
resterende actieradius van 2400 km (1500 mijl).
-
De tweede wordt bereikt bij een resterende
actieradius van 600
km (375
mijl).
Bij een resterende actieradius van 0
km kan
de motor na het afzetten niet meer worden
gestart.
Actieradius groter dan 2400
km
(1500
mijl)
Er wordt niets weergegeven op het
instrumentenpaneel.
Zodra de grenswaarde van 2400
km
is bereikt, gaat dit verklikkerlampje
branden en wordt tijdelijk de
actieradius weergegeven.
Elke keer dat het contact wordt aangezet,
wordt de waarschuwing weergegeven en
klinkt een geluidssignaal. Actieradius tussen 2400
km (1500
mijl) en
600
km (375
mijl) Zodra de grenswaarde van
600
km is bereikt, knippert dit
verklikkerlampje en wordt de
actieradius weergegeven.
De waarschuwing wordt herhaald, waarbij de
resterende actieradius elke 50 km (30 mijl)
wordt bijgewerkt.
Elke keer dat het contact wordt aangezet,
wordt de waarschuwing weergegeven en
klinkt een geluidssignaal.
Bij 0
km blokkeert een wettelijk verplicht
systeem het starten van de motor. Het niveau 0
van het additief AdBlue
® is
bereikt.
De uitstoot van schadelijke stoffen van
uw auto voldoet niet meer aan de Euro
6-normen. De motor kan niet worden gestart.
Vul minimaal 3,8
liter AdBlue
® bij om de
motor te kunnen starten.
-
Leeg de bidon of de flacons in het
reservoir (via de vulpijp met de blauwe
dop).
-
Zet het contact aan zonder de motor te
starten.
-
W
acht 10
seconden alvorens de motor
te starten.
Actieradius tussen 600
km (375
mijl) en
0
km
Starten geblokkeerd, storing vanwege een
te laag AdBlue
®
-niveau in het reservoir
l
aat de actieradius niet dalen tot
0
km!
Tijdens het rijden wordt de waarschuwing
herhaald tot er voldoende additief AdBlue
® is
bijgevuld.
Als er geen vloeistof wordt bijgevuld in het
specifieke reservoir, bestaat het risico dat de
motor niet meer kan worden gestart. Vul het reservoir, met een inhoud van
15
liter, vervolgens volledig bij.
Of neem contact op met het CITROËN-
netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Additief AdBlue®
Page 141 of 308

139
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Storing in het SCR-systeem
Het verklikkerlampje Zelfdiagnose
motor gaat branden.
Elke keer dat het contact
wordt aangezet, klinkt een
geluidssignaal en wordt een melding
weergegeven om aan te geven dat
er sprake is van een storing in het
emissieregelsysteem.
Als het een tijdelijke storing betreft, verdwijnt de
waarschuwing zodra de uitstoot van schadelijke
stoffen weer aan de normen voldoet. Bevestigde storing
Naast de hierboven vermelde
waarschuwingen wordt de toegestane
actieradius in kilometers (mijlen)
weergegeven op het instrumentenpaneel.
De waarschuwing wordt elke 30
seconden
herhaald, waarbij de actieradius wordt
bijgewerkt.
Neem zo snel mogelijk contact op met het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
De kans bestaat dat de motor niet meer kan
worden gestart. Starten geblokkeerd, na het afleggen van
400
km (250 mijl)
d
etectie
Bij elke startpoging wordt de
waarschuwing geactiveerd
en wordt de melding "Starten
geblokkeerd" weergegeven.
Als echter 50
km (30 mijl) zijn
afgelegd met permanent brandend
verklikkerlampje, wordt de storing bevestigd.
Als na deze bevestiging meer dan 400
km
(250
mijl) zijn afgelegd, wordt automatisch
de startblokkering van de motor geactiveerd.
Neem zo snel mogelijk contact op met het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.
Additif AdBlue®
7
ONDERHOUD
Page 142 of 308

140
jumper_nl_Chap07_Verifications_ed01-2015
Vullen/bijvullen van het additief
AdBlue®
Voorschriften
Gebruik uitsluitend additief AdBlue® dat aan
de norm ISO 22241
voldoet.
Het additief AdBlue
® is een oplossing op
ureumbasis.
Deze vloeistof is onontvlambaar, kleurloos
en geurloos.
Bewaar de vloeistof op een koele plaats.
Bidon (5
of 10
l), flacon (1,89 l) AdBlue
®
Controleer de houdbaarheidsdatum.
Lees de aanwijzingen op het etiket.
Zorg voor een geschikte vulslang (al dan
niet meegeleverd met de bidon). Parkeren
-
Controleer voordat u gaat bijvullen of
de auto op een vlakke en horizontale
ondergrond staat.
Toegang
-
Open de brandstofvulklep.
-
Draai de blauwe dop een zesde
omwenteling linksom.
- T rek de blauwe dop omlaag om hem te
verwijderen. Vullen
-
Pak een flacon
AdBlue
®. Controleer de
houdbaarheidsdatum en lees vervolgens
aandachtig de gebruiksaanwijzing op het
etiket voordat u de inhoud van de flacon
in het AdBlue
®-reservoir van uw auto giet.
Belangrijk: als het AdBlue
®-
reservoir van uw auto helemaal
leeg is (dit wordt aangegeven door de
waarschuwingsmeldingen en u kunt in dat
geval de motor niet meer starten), moet u
het reservoir vullen met minimaal 3,8
liter
additief (twee flacons van 1,89
liter).
-
V
eeg nadat u de flacon leeg hebt
gegoten met behulp van een vochtige
doek eventuele vloeistofsporen van
de rand van de vulopening van het
reservoir.
Spoel gemorst additief onmiddellijk
weg met koud water of veeg het weg
met een vochtige doek.
Als het additief is gekristalliseerd, verwijder
het dan met een spons en warm water.
Additief AdBlue®