jump start CITROEN JUMPER 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: CITROEN, Model Year: 2016, Model line: JUMPER, Model: CITROEN JUMPER 2016Pages: 308, PDF Size: 11.22 MB
Page 29 of 308

27
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Verklikkerlampjestatussignaleert Wat te doen
CDS/ASR knippert.
de werking van het systeem. Het systeem verbetert de tractie en zorgt ervoor dat de
auto beter bestuurbaar blijft.
brandt, in
combinatie
met een
geluidssignaal
en een melding
op het display. een storing in het systeem of in
de Hill Start Assist.
Neem contact op met het CITROËN-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.
Rubriek "Veiligheid - Veilig rijden".
brandt. een storing in de Intelligent
Traction Control.
Roetfilter brandt. de regeneratie van het roetfilter.Het is raadzaam de motor te laten draaien tot het
lampje dooft, om er zeker van te zijn dat de regeneratie
is voltooid.
Rubriek "Onderhoud - Niveaus en controles".
Emissieregeling brandt. een storing in het systeem.Laat het systeem zo snel mogelijk controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Bandenspanningscontrolesysteem
brandt.een band met een te lage
bandenspanning of een lekke
band. Zet de auto stil en zet het contact af. Verwissel of
repareer het wiel.
brandt in
combinatie met het
verklikkerlampje
Service.
een defecte sensor.
Laat het systeem controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Cockpit
2
VOORdAT U gAAT RIJden
Page 30 of 308

28
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Verklikkerlampjestatussignaleert Wat te doen
Lane Departure
Warning System knippert in
combinatie
met een
geluidssignaal. een onbedoelde afwijking van
de koers naar links.
Draai het stuurwiel in de tegenovergestelde richting om
de auto weer in de juiste koers te brengen.
een onbedoelde afwijking van
de koers naar rechts.
Elektronische
startblokkering brandt.
dat de in het contactslot
gestoken sleutel niet herkend is.
Starten is niet mogelijk. Gebruik een andere sleutel en laat de defecte sleutel
controleren door het CITROËN-netwerk.
Rubriek "Voordat u gaat rijden - Opengaande delen".
brandt gedurende
ongeveer 10
seconden
bij het aanzetten van
het contact.
het afgaan van het alarm. Laat de staat van de sloten controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Water in
brandstoffilter brandt in
combinatie met
een melding op
het display.. de aanwezigheid van water in
het brandstoffilter.
Laat het filter aftappen door het CITROËN-netwerk of
een gekwalificeerde werkplaats.
Rubriek "Onderhoud - Niveaus en controles".
Additief AdBlue brandt, en knippert
vervolgens in
combinatie met
een melding op
het display. dat de actieradius is
afgenomen.
Laat snel het additief AdBlue bijvullen.
Wacht niet totdat de actieradius tot 0
km is afgenomen,
want dan kunt u de motor niet meer starten!
Rubriek "Onderhoud - Additief AdBlue".
Laag
brandstofniveau brandt met de
wijzer in zone E.
een bijna lege brandstoftank. Wacht niet met tanken. De actieradius met de
resterende hoeveelheid brandstof is afhankelijk van
de rijstijl, het profiel van de weg, de verstreken tijd en
het aantal kilometers dat is gereden sinds het lampje
brandt.
knippert. een storing in het systeem.
Neem contact op met het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Cockpit
Page 31 of 308

29
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Verklikkerlampjestatussignaleert Wat te doen
Voorgloeien
dieselmotor brandt.dat vanwege de
weersomstandigheden
voorgloeien noodzakelijk is. Wacht tot het verklikkerlampje is gedoofd en start
vervolgens de motor.
Dimlicht brandt.het handmatig selecteren. Draai de ring van de lichtschakelaar in de tweede stand.
Grootlicht dat de lichtschakelaar naar de
bestuurder toe is getrokken.Trek nogmaals aan de lichtschakelaar om het dimlicht
weer in te schakelen.
Richtingaanwijzers knippert in
combinatie met
geluidssignaal.het inschakelen van de
richtingaanwijzers met de
lichtschakelaar.
Rechts: beweeg de hendel omhoog.
Links: beweeg de hendel omlaag.
Mistlampen vóór brandt.dat de toets op het
bedieningspaneel MODE is
ingedrukt. Handmatig selecteren.
De mistlampen werken uitsluitend als het dimlicht is
ingeschakeld.
Mistachterlicht brandt. dat de toets op het
bedieningspaneel MODE is
ingedrukt.Handmatig selecteren.
Het mistachterlicht werkt uitsluitend als het dimlicht is
ingeschakeld. Schakel het mistachterlicht uit als het
zicht weer normaal is.
Snelheidsregelaar brandt.dat de snelheidsregelaar is
geselecteerd. Handmatig selecteren.
Rubriek "Ergonomie en comfort -
Stuurkolomschakelaars".
Cockpit
2
VOORdAT U gAAT RIJden
Page 32 of 308

30
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
displaygeeft weersignaleert W at te doen
Temperatuur/
Gladheid het
verklikkerlampje
voor gladheid en
de temperatuur
die knippert in
combinatie met
een melding op
het display.weersomstandigheden met
kans op gladheid.
Wees extra waakzaam en rem niet abrupt.
Rubriek "Veiligheid - Veilig rijden".
Datum/tijd een instelling:
datum, tijd.een instelling via het menu
"MODE". Rubriek "Technologie aan boord - Configuratie van de
auto".
Hoogte van de
koplampverstelling een verstelling
van de
koplampen.stand 0
t/m 3, afhankelijk van
de belading van de auto. Verstel de koplampen met de toetsen van het
bedieningspaneel MODE..
Rubriek "Ergonomie en comfort -
Stuurkolomschakelaars".
Onderhoudssleutelde sleutel die
blijft branden.
een bijna verstreken
onderhoudsinterval. Raadpleeg het overzicht van controles in het
garantie- en onderhoudsboekje en laat vervolgens de
onderhoudsbeurt uitvoeren.
Stop & Start-
systeem brandt.
het in de STOP-stand zetten
van de motor nadat de auto tot
stilstand is gekomen. Zodra u wilt verder rijden, wordt de motor automatisch
weer gestart en gaat het verklikkerlampje uit.
knippert enkele
seconden en
gaat vervolgens
uit. het feit dat de STOP-stand
tijdelijk niet beschikbaar is of de
de START-stand automatisch is
geactiveerd.
Bijzondere gevallen van de STOP- en de START-stand.
Rubriek "Voordat u gaat rijden - Motor starten en
afzetten".
Cockpit
Page 37 of 308

35
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
OndeRHOUdSIndICATOR
Na het aanzetten van het contact
brandt het lampje (een sleutel die
onderhoudswerkzaamheden symboliseert)
gedurende enkele seconden: het display geeft
de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt
aan volgens het onderhoudsschema in het
garantie- en onderhoudsboekje. Deze informatie
wordt bepaald op basis van de afgelegde
afstand sinds de vorige onderhoudsbeurt.
Na enkele seconden schakelt het display
weer over naar de normale weergave.Door de toets lang in te drukken keert u
terug naar het hoofdscherm.
Zie de rubriek "Technologie aan boord -
Configuratie van de auto".
k
waliteitsindicator motorolie
Raadpleeg het overzicht van
de controles in het garantie- en
onderhoudsboekje dat u bij de
aflevering van de auto is overhandigd.
Oproepen van de informatie over het
onderhoudDe informatie over het onderhoud kan altijd worden
geraadpleegd door kort op de toets MO
de te
drukken.
Gebruik de pijltjestoetsen omhoog/omlaag om de
afstand tot de volgende onderhoudsbeurt en de
kwaliteit van de motorolie weer te geven.
Door de toets MO
de opnieuw in te drukken, keert u
terug naar de verschillende menu's op het display.
Menu... Selecteer... Om...
11
Service
Service
(km/mijl tot
onderhoudsbeurt)
Het nog af te
leggen aantal
kilometers/mijlen
tot de volgende
onderhoudsbeurt
weer te geven.
Olie
(km/mijl tot
verversen) Het nog af te
leggen aantal
kilometers/
mijlen tot de
volgende keer
olieverversen
weer te geven.nulstelling
Het permanent knipperen van het lampje kan worden
uitgeschakeld door een gekwalificeerde werkplaats
door middel van het diagnosegereedschap.
Dit tweede verklikkerlampje
gaat samen met het eerste
verklikkerlampje branden als de
olie niet is ververst en de kwaliteit
van de olie een nieuwe grenswaarde
heeft overschreden. Laat, voordat deze
grenswaarde wordt bereikt, de olie verversen
om verdere verslechtering te voorkomen. Dit verklikkerlampje knippert bij het
starten van de motor en er verschijnt,
volgens uitvoering, een melding op
het instrumentenpaneel: het systeem
heeft een verslechtering van de kwaliteit van de
motorolie gedetecteerd. De motorolie moet zo
snel mogelijk worden ververst.
Voor de 3,0
l HDi-motoren zal het toerental
beperkt worden tot 3000
t/min en vervolgens
tot 1500
t/min zolang de olie niet is
ververst. Laat de motorolie verversen om
te voorkomen dat er schade aan de motor
ontstaat.
Cockpit
2
VOORdAT U gAAT RIJden
Page 40 of 308

38
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
COnTACTSlOT
Stand STOP: stuurslot.
Het contact is afgezet.
Stand MAR: contact AAN.
Verschillende accessoires functioneren.
Stand AV V (Avviemento): startmotor.
De startmotor wordt in werking gezet.
Starten van de motor
Verklikkerlampje
startblokkering
Gebruik als dit lampje brandt een
andere sleutel en laat de defecte
sleutel controleren door het CITROËN-netwerk.
Verklikkerlampje voorgloeien
dieselmotor
Zet het contact in de stand
MAR terwijl de handrem
is aangetrokken en de
versnellingsbak in de neutraalstand staat.
Wacht tot dit lampje uitgaat en zet
vervolgens de startmotor in werking
(stand AV V) tot de motor aanslaat.
Hoe lang het lampje brandt, is afhankelijk
van de weersomstandigheden. Verklikkerlampje geopend
portier
Controleer als dit lampje brandt
of de portieren, achterdeuren,
schuifdeuren en motorkap goed zijn
gesloten.
Afzetten van de motor
Zet de auto stil en draai, terwijl de motor
stationair draait, de contactsleutel in de
stand STOP.
Bij lage temperaturen
In bergachtige en/of koude gebieden
wordt aanbevolen zogenaamde "winter"
brandstof te tanken die speciaal geschikt is
voor (zeer) lage temperaturen.
Hang geen zware voorwerpen aan de sleutel
of de afstandsbediening: dit kan namelijk
storingen aan het contactslot veroorzaken
.
Bovendien kunnen deze voorwerpen bij
het activeren van de airbag vóór ernstige
verwondingen veroorzaken. Als de motor warm is, brandt het lampje
slechts een kort ogenblik en kunt u de motor
direct starten.
Laat de sleutel los zodra de motor draait.
Starten en stoppen
Page 41 of 308

39
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
HIll START ASSIST
Deze aan de dynamische stabiliteitscontrole
gekoppelde functie (ook bekend onder
de naam HHC (Hill Holder Control))
vereenvoudigt het wegrijden op een helling.
Het systeem wordt geactiveerd onder de
volgende omstandigheden:
-
de auto moet stilstaan met draaiende
motor en het rempedaal ingetrapt,
-
de helling moet steiler zijn dan 5%,
-
bij het omhoog rijden op een helling moet
de versnellingsbak in de neutraalstand
staan of moet een andere versnelling dan
de achteruitversnelling zijn ingeschakeld,
-
bij het afdalen van een helling moet de
achteruitversnelling zijn ingeschakeld.
De Hill Start Assist is een voorziening om het
rijcomfort te vergroten en kan niet gebruikt
worden als elektrisch bediende handrem.Werking
Als u het rempedaal en het
koppelingspedaal hebt ingetrapt, hebt u
zodra u het rempedaal loslaat ongeveer
2
seconden de tijd om, zonder dat de auto
de helling af begint te rollen, gas te geven
en weg te rijden.
Bij het wegrijden wordt de functie
automatisch gedeactiveerd door de remdruk
geleidelijk te laten afnemen. Gedurende
deze fase is het mogelijk dat de remmen
hoorbaar zijn, het teken dat de auto in
beweging komt.
Storing
In het geval van een storing in het
systeem gaat dit verklikkerlampje branden
in combinatie met een geluidssignaal
en een melding ter bevestiging op
het display. Laat het systeem controleren door het
CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
De Hill Start Assist wordt gedeactiveerd
onder de volgende omstandigheden:
-
als u het koppelingspedaal laat
opkomen,
-
als de handrem wordt aangetrokken,
-
als de motor wordt afgezet,
-
als de motor afslaat.
Starten en stoppen
2
VOORdAT U gAAT RIJden
Page 42 of 308

40
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Het Stop & Start-systeem zet de motor
tijdelijk af (STOP-stand) als u stopt (bij rood
licht, opstoppingen, enz.). De motor wordt
automatisch gestart (START-stand) als u
weer weg wilt rijden. Het starten gebeurt
direct, snel en stil.
Het Stop & Start-systeem, dat perfect is
aangepast aan het stadsverkeer, zorgt voor
een lager brandstofverbruik, minder uitstoot
van schadelijke stoffen en het comfort
van totale stilte in het interieur tijdens het
wachten.
STOP & START- S y ST ee M
Werking
Overgang naar de STOP-stand van de motor
Zet, terwijl de auto stilstaat, de
versnellingsbak in de neutraalstand en laat
het koppelingspedaal los.
-
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel gaat
branden en de motor wordt
afgezet. Om te voorkomen dat de motor te
vaak wordt uitgezet als u langzaam
rijdt, wordt de motor uitsluitend automatisch
afgezet als de auto een snelheid van
minimaal 10 km/h heeft bereikt.
Verlaat nooit de auto zonder eerst
het contact met de sleutel te hebben
afgezet.
Tank nooit als de motor door het Stop
& Start-systeem is afgezet; zet in dat
geval altijd het contact af en neem de sleutel
uit het contactslot. Bijzonderheden: geen overgang naar de
STOP-stand
De STOP-stand wordt niet geactiveerd als:
-
het systeem wordt geïnitialiseerd,
-
het bestuurderportier geopend is,
-
de veiligheidsgordel van de bestuurder
losgemaakt is,
-
de airconditioning in werking is,
-
de
achterruitverwarming is ingeschakeld,
-
de ruitenwissers vóór in de stand hoge
snelheid werken,
-
de achteruitversnelling is ingeschakeld,
tijdens het inparkeren,
- bepaalde bijzondere omstandigheden
(laadtoestand accu, motortemperatuur,
regeneratie van het roetfilter,
rembekrachtiging, buitentemperatuur
enz.) dat niet toelaten.
Dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel knippert
enkele seconden en gaat
vervolgens uit.
d
it is volkomen normaal.
Starten en stoppen
Page 43 of 308

41
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Overgang naar de START-stand van de motor-
Dit verklikkerlampje gaat uit
en de motor wordt gestart.
Als de motor automatisch is gestart (START-
stand) en de bestuurder gedurende de
daaropvolgende drie minuten de auto niet
bedient, zet het systeem de motor definitief
af. De motor kan dan uitsluitend weer met
de contactsleutel worden gestart. Bijzonderheden: automatisch activeren
van de START-stand
De START-stand wordt automatisch
geactiveerd als:
-
de auto wegrolt op een helling,
-
de ruitenwissers vóór in de stand hoge
snelheid werken,
-
de airconditioning in werking is,
-
de motor ongeveer drie minuten geleden
is afgezet door het Stop & Start-
systeem,
-
bepaalde bijzondere omstandigheden
(laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, buitentemperatuur
enz.) dit niet toelaten.
In dat geval wordt een melding
weergegeven op het display van
het instrumentenpaneel en gaat
dit verklikkerlampje gedurende
enkele seconden knipperen om
vervolgens te doven.gebruiksvoorschrift
Als u bij een auto met een handgeschakelde
versnellingsbak in de STOP-stand een
versnelling inschakelt, maar daarbij het
koppelingspedaal niet helemaal intrapt, wordt
de motor in sommige gevallen niet weer gestart.
Er gaat dan een verklikkerlampje branden en/of
er wordt een melding weergegeven die aangeeft
dat u het koppelingspedaal volledig moet
intrappen om de motor weer te laten starten.
d
it is volkomen normaal.
Als een versnelling is ingeschakeld, wordt
de motor alleen automatisch opnieuw
gestart als het koppelingspedaal volledig
wordt ingetrapt.
Als de motor automatisch is
afgezet (STOP-stand) en de
bestuurder zijn veiligheidsgordel
losmaakt en een voorportier
opent, dan kan de motor uitsluitend weer
met de contactsleutel worden gestart. Er
klinkt een geluidssignaal in combinatie met
het knipperen van dit verklikkerlampje en
een melding op het display.
Starten en stoppen
2
VOORdAT U gAAT RIJden
Page 44 of 308

42
jumper_nl_Chap02_Pret-a-Partir_ed01-2015
Uitschakelen
U kunt dit systeem op elk willekeurig
moment uitschakelen door de toets "A -
OFF" in te drukken.
Het verklikkerlampje in de toets gaat
branden en er verschijnt een melding op het
display van het instrumentenpaneel om aan
te geven dat het systeem is uitgeschakeld.Als u het systeem met de motor in de
STOP-stand uitschakelt, dan wordt de
motor direct opnieuw gestart.
Als u wilt dat de airconditioning continu
blijft werken, moet u het Stop & Start-
systeem uitschakelen.
Het verklikkerlampje in de toets blijft
branden. Opnieuw inschakelen
Druk nogmaals op de toets "A - OFF".
Het systeem is dan opnieuw actief. Het
verklikkerlampje in de toets gaat uit en
er wordt een melding weergegeven op
het display van het instrumentenpaneel
om aan te geven dat het systeem weer is
ingeschakeld.
Storing
Bij een storing in het Stop
& Start-systeem wordt het
systeem uitgeschakeld, gaat dit
verklikkerlampje branden en wordt
er een melding weergegeven op
het display van het instrumentenpaneel.
Laat het systeem controleren door
het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de STOP-stand een storing zou
optreden, kan de motor gestart worden
door het koppelingspedaal volledig in te
trappen of door de versnellingsbak in de
neutraalstand te zetten. Onderhoud
Zet het contact altijd met de sleutel
af als u handelingen onder de
motorkap wilt verrichten, om letsel door het
automatisch activeren van de START-stand
te voorkomen.
Dit systeem heeft specifieke kenmerken
en maakt gebruik van een speciale accu
(raadpleeg voor meer informatie het CITROËN-
netwerk of een gekwalificeerde werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de door
CITROËN voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.
Het Stop & Start-systeem maakt
gebruik van geavanceerde technologie.
Laat eventuele werkzaamheden uitsluitend
door een officiële CITROËN-dealer
uitvoeren. Zie de rubriek "Snel weer op weg -
Lege accu".
Starten en stoppen