phone FIAT 500 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: 500, Model: FIAT 500 2018Pages: 224, PDF Size: 3.92 MB
Page 62 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
60
Radio paspoort
Dit document is het eigendomsbewijs
van het systeem. In het paspoort van
de autoradio staan het model, het
serienummer en de geheime code
aangegeven.
WAARSCHUWING Bewaar dit
autoradiopaspoort op een veilige plek,
zodat bij diefstal van het systeem de
betreffende informatie aan de
bevoegde instanties gegeven kan
worden.
Neem, in geval van zoekraken van het
paspoort van de autoradio, contact op
met het Fiat Servicenetwerk, neem uw
identiteitsbewijs en de
eigendomsdocumenten van uw
auto mee.Belangrijke
opmerkingen
Bij een storing mag het systeem alleen
worden gecontroleerd en gerepareerd
door het Fiat Servicenetwerk.
Als de temperatuur erg laag is, kan het
even duren voordat het display de
optimale lichtsterkte heeft bereikt.
Als het voertuig enige tijd bij een hoge
buitentemperatuur wordt geparkeerd,
kan de “thermische beveiligingsfunctie”
van het systeem in werking treden tot
de temperatuur in het interieur naar een
acceptabel niveau is teruggekeerd.
Kijk alleen naar het scherm wanneer dit
nodig en veilig is.
Als u langere tijd naar het scherm moet
kijken, ga dan de weg af en parkeer op
een veilige plek, zodat u niet tijdens het
rijden wordt afgeleid.
Stop onmiddellijk met het gebruik van
het systeem in geval van een storing.
Anders kan het systeem beschadigd
raken. Neem zo snel mogelijk contact
op met het Fiat Servicenetwerk om het
systeem te laten repareren.
USB-BRON
Steek om de USB-modus te activeren
een geschikt apparaat in de USB-
aansluiting van het voertuig (afb. 61).
BELANGRIJK Na gebruik van een
USB-oplaadstation, bevelen wij aan
altijd het apparaat (smartphone) los te
koppelen en altijd eerst de kabel uit
het contact van het voertuig te halen,
nooit uit het apparaat (afb. 61).
Kabels die blijven rondslingeren of
aangesloten blijven, zouden correct
bijladen kunnen beperken en/of de
conditie van de USB-aansluiting.
61DVDF0S0188c
Page 75 of 224

73
Bluetooth® bron
Een Bluetooth® Audioapparaat
koppelen
Ga als volgt te werk om een
Bluetooth® audioapparaat te
koppelen:
❒ activeer de Bluetooth® functie op
het apparaat;
❒ druk op de toets MEDIA op het
voorpaneel;
❒ als de “Media”-bron actief is, druk
dan op de knop “Bron”;
❒ selecteer de Bluetooth®
Mediabron;
❒ druk op de knop
“Toestel toev.”;
❒ zoek Uconnect™ op het
Bluetooth® audioapparaat (tijdens
de koppelingsfase verschijnt op het
scherm de voortgang van het
proces);
❒ wanneer gevraagd door het audio-
apparaat, voer de PIN-code in die
getoond werd op het
systeemdisplay of bevestig op het
apparaat de getoonde PIN;❒ als de koppelingsprocedure met
succes is voltooid, wordt een
scherm getoond. Als “Ja” op de
vraag wordt geselecteerd, wordt het
Bluetooth®audioapparaat als
favoriet gekoppeld
(het apparaat heeft voorrang op alle
andere apparaten die later worden
gekoppeld). Als “Nee” wordt
geselecteerd, wordt de prioriteit op
basis van de volgorde van
verbinding bepaald. Het laatst
verbonden apparaat heeft de
hoogste prioriteit;
❒ een audioapparaat kan ook
gekoppeld worden door te drukken
op de toets PHONE op het
frontpaneel en door “Instellingen” te
selecteren of, vanuit het menu
“Instellingen”, “Telefoon /Bluetooth”
te selecteren.
BELANGRIJK Raadpleeg het
instructieboekje van de mobiele
telefoon als de Bluetooth® verbinding
tussen mobiele telefoon en systeem
wordt verbroken.
OPMERKING De radio kan het nummer
dat wordt gespeeld veranderen door
het wijzigen van het naam-apparaat in
de Bluetoothinstellingen van de
telefoon (waar voorzien(, als het
apparaat is aangesloten via USB na de
bluetoothverbinding.
Telefoonmodus
Activering telefoonmodus
Druk op de toets PHONE op het
voorpaneel om de Telefoonmodus in
te schakelen.
Met de knoppen op het display kan
men:
❒ het telefoonnummer kiezen (met
behulp van het grafische
toetsenbord op het display);
❒ de contacten in het telefoonboek
weergeven en bellen;
❒ de contacten uit de registers van
recente gesprekken weergeven en
bellen;
❒ een maximum van 10
telefoons/audioapparaten koppelen
om de toegang en de verbinding
eenvoudiger en sneller te maken;
❒ gesprekken van het systeem naar
de mobiele telefoon en andersom
overzetten en het geluid van de
microfoon uitschakelen bij
privégesprekken.
Het geluid van de mobiele telefoon
wordt over het audiosysteem van de
auto uitgezonden: het systeem
schakelt automatisch het geluid van de
autoradio uit wanneer de
Telefoonfunctie wordt gebruikt.
Page 76 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
74
OPMERKING Ga, om de lijst met
mobiele telefoons en ondersteunde
functies te raadplegen, naar de website
www.driveuconnect.eu
Mobiele telefoon koppelen
Ga als volgt te werk voor het koppelen
van de mobiele telefoon:
❒ Schakel de Bluetooth® functie in
op de mobiele telefoon;
❒ druk op de toets PHONE op het
voorpaneel;
❒ als er nog geen telefoon aan het
systeem gekoppeld is, toont het
display een speciaal scherm;
❒ selecteer “Ja” om de
koppelingsprocedure te starten en
zoek vervolgens het Uconnect™
apparaat op de mobiele telefoon (als
“Nee” wordt geselecteerd, wordt
het hoofdscherm van de Telefoon
getoond);
❒ wanneer u gevraagd wordt door de
mobiele Telefoon, gebruik het
toetsenbord om de PIN-code in te
voeren die getoond wordt op het
systeemdisplay of bevestig de
weergegeven PIN op de mobiele
telefoon;❒ vanuit het scherm “Telefoon” kan de
mobiele telefoon altijd gekoppeld
worden door op de knop “Instelling”
te drukken: druk op de knop
“Toestel toev.” en ga verder zoals
hierboven beschreven;
❒ tijdens de koppelingsfase verschijnt
een scherm dat de voortgang van
het proces toont.
❒ als de koppelingsprocedure met
succes is voltooid, wordt een
scherm getoond: als “Ja” op de
vraag wordt geselecteerd, wordt de
mobiele telefoon als favoriet
gekoppeld (de mobiele telefoon
heeft voorrang op alle andere
mobiele telefoons die later worden
gekoppeld). Als geen andere
apparaten worden gekoppeld, zal
het systeem het eerst gekoppelde
apparaat als favoriet beschouwen.
OPMERKING Na het updaten van de
telefoonsoftware wordt het voor een
correcte werking aanbevolen de
telefoon te verwijderen uit de lijst
apparaten gelinkt aan de radio en ook
de koppeling van het vorige systeem uit
de lijst met Bluetooth®-apparaten op
de telefoon te verwijderen en een
nieuwe koppeling te maken.Bellen
De hieronder beschreven procedures
zijn alleen toegankelijk indien ze door
de gebruikte mobiele telefoon worden
ondersteund.
Raadpleeg de handleiding van de
mobiele telefoon om alle beschikbare
functies te kennen.
Een nummer kan op de volgende
manieren gebeld worden:
❒ het icoon selecteren
(telefoonboek);
❒ selectie van “Recente oproep”;
❒ het icoon selecteren ;
❒ drukken op de “Opnieuw bellen”
knop.
Berichtenlezer
Het systeem kan de SMS-berichten die
de mobiele telefoon ontvangt
voorlezen.
Om deze functie te gebruiken, moet de
mobiele telefoon de uitwisseling van
SMS via Bluetooth® ondersteunen.
Als deze functie niet door de telefoon
wordt ondersteund, wordt de grafische
knop uitgeschakeld
(grijs gemaakt).
Page 78 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
76
Om de Uconnect™ LIVE services te
kunnen gebruiken, is het volgende
noodzakelijk:
❒ Download de Uconnect™ LIVE
App uit “App Store” of “Google
play” op uw compatibele
smartphone, en zorg ervoor dat de
gegevensverbinding is
ingeschakeld.
❒ Registreer u op Uconnect™ LIVE
App, www.DriveUconnect.eu of op
de website www.fiat.it.
❒ Start deUconnect™ LIVE App op
de smartphone en voer uw
gegevens in.
Ga, voor meer informatie over de
beschikbare services voor uw markt,
naar de website
www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u de Uconnect™LIVEApp hebt
gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en
de autoradio uitvoeren, zoals
beschreven in het hoofdstuk “Mobiele
telefoon koppelen” om toegang te
krijgen tot de Uconnect™ LIVE
services in uw voertuig.
De lijst van ondersteunde mobiele
telefoons is beschikbaar op
www.driveuconnect.eu.Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™ op de radio.
Wanneer de activering is afgerond,
wordt de gebruiker hiervan op de
hoogte gebracht met een bericht. Als
een persoonlijk profiel nodig is voor de
services, kunnen uw accounts worden
aangesloten via de Uconnect™ LIVE
App, of in uw persoonlijke zone op
www.driveUconnect.eu.
Gebruiker niet aangesloten
Als de gebruiker de mobiele telefoon
niet registreert met het Bluetooth®-
systeem, dan toont het radiomenu bij
het drukken op de toets Uconnect™
uitgeschakelde pictogrammen, met
uitzondering van eco:Drive.
Meer informatie over de eco:Drive™
functie is beschikbaar in het speciale
hoofdstuk.
Instelling van Uconnect™ services
die kan worden beheerd via
de radio
Het gedeelte “Instellingen” kan worden
geraadpleegd via het pictogram in
het radiomenu bestemd voor de
Uconnect™ LIVE services. In deze
sectie kan de gebruiker de
systeemopties controleren en naar
eigen voorkeur wijzigen.Systemen updaten
Als een update voor het Uconnect™
LIVE systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™ services worden
gebruikt, dan wordt de gebruiker
hiervan op de hoogte gebracht via een
bericht op het radioscherm.
De update omvat het downloaden van
de nieuwe softwareversie voor het
beheer van de Uconnect™ LIVE
services.
De update wordt uitgevoerd met
behulp van de gegevensverbinding van
de geregistreerde smartphone. De
gebruiker wordt op de hoogte
gebracht van de gegenereerde
verkeershoeveelheid.
De Uconnect™ LIVE app
De Uconnect™ LIVE App moet
worden geïnstalleerd op uw
smartphone om toegang te krijgen tot
de op het voertuig aangesloten
diensten. Deze applicatie kan worden
gebruikt om toegang te krijgen tot uw
profiel en om uw Uconnect™ LIVE
ervaring aan uw persoonlijke wensen
aan te passen.
De App kan worden gedownload via
de “App Store” of “Google Play”.
Page 80 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
78
Opnemen en overzetten van
reisgegevens
De reisgegevens worden opgeslagen
in het systeemgeheugen en
overgebracht door middel van een
geschikt geconfigureerde USB-
geheugenstick of via de Uconnect™
LIVE app. Op die manier kunt u de
geschiedenis van de verzamelde
gegevens, met een volledige analyse
van de routegegevens en van uw rijstijl,
weergeven.
Nadere informatie is beschikbaar op
www.driveuconnect.eu.
BELANGRIJK Verwijder de USB-
geheugenstick of verbreek de
verbinding van de smartphone met de
Uconnect™ LIVE-app niet voordat
het systeem de gegevens heeft
gedownload, want anders kunnen
deze verloren gaan.
Tijdens de gegevensoverdracht naar
de apparaten kunnen er berichten op
het display van de autoradio
verschijnen om de gebruiker op de
juiste wijze door deze handeling te
leiden; volg deze aanwijzingen op.
Deze berichten worden alleen
weergegeven als de contactsleutel
naar STOP is gedraaid en als een
uitschakelvertraging van het
Uconnect™-systeem is ingesteld. De gegevens worden bij het afzetten
van de motor automatisch naar de
apparaten verzonden. Overgedragen
gegevens worden op deze manier
verwijderd uit het systeem geheugen.
U kunt kiezen om de reisgegevens al
dan niet op te slaan, door op de toets
“Settings” (Instellingen) te drukken en
door de activering van de opslag en de
overdracht naar USB of Cloud in te
stellen.
OPMERKINGEN
Als de USB-geheugenstick vol is,
worden waarschuwingsberichten op
het radiodisplay weergegeven.
Wanneer er langere tijd geen
eco:Drive™ gegevens naar de USB-
geheugenstick worden verzonden, kan
het interne geheugen van het
Uconnect™ LIVE systeem verzadigd
raken. Volg de instructies in de
berichten op het radiodisplay.
my:Car
Met my:Car kunt u de “gezondheid”
van uw voertuig bewaken.
my:Car kan storingen in realtime
detecteren en de gebruiker informeren
wanneer het onderhoudsinterval
verlopen is. Druk op de knop “my:Car”
om van deze toepassing gebruik te
maken.Op het display verschijnt een scherm
met de “care:Index” sectie, waarin alle
gedetailleerde informatie over de status
van het voertuig wordt getoond. Druk
op de knop “Actieve waarschuwingen”
om de informatie (indien aanwezig)
over de storingen van het voertuig te
tonen die het branden van een
waarschuwingslampje tot gevolg
hadden.
De voertuigstatus kan worden
geraadpleegd op
www.driveuconnect.eu of via de
Uconnect™ LIVE app.
Instellingen
Druk op de toets op het
voorpaneel voor de weergave van het
menu “Instellingen”.
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Het menu bestaat indicatief uit de
volgende onderwerpen:
❒ Weergave;
❒ Meeteenheid;
❒ Spraakopdrachten;
❒ Klok & Datum;
❒ Veiligheid;
❒ Lichten (voor bepaalde
versies/markten);
❒ Portieren+Vergrend.;
Page 95 of 224

93
SIRI EYES FREE
(alleen beschikbaar bij iPhone 4S en
hoger en compatibele iOS)
Nadat u het voor Siri ingeschakelde
apparaat heeft gekoppeld aan
Uconnect™ de
}knop op het stuurwiel
ingedrukt houden en dan loslaten.
Na een dubbele piep, kunt u
gebruikmaken van Siri, om naar muziek
te luisteren, oproepen te doen,
tekstberichten te lezen en meer.
Uconnect™ LIVE-
SERVICES
Druk op de knop Uconnect™ om
toegang te krijgen tot de apps van
Uconnect™ LIVE.
De beschikbare services hangen af van
de configuratie van de auto en de
markt.
Om de services van Uconnect™ LIVE
te gebruiken, moet u de Uconnect™
LIVE-app downloaden van Google
Play of de Apple Store en registreren
met gebruik van de app of op
www.DriveUconnect.eu.
Eerste toegang tot het voertuig
Zodra u de Uconnect™ LIVEApp
hebt gelanceerd en uw gegevens hebt
ingevoerd, moet u de Bluetooth®
koppeling tussen uw smartphone en
de autoradio uitvoeren, zoals
beschreven in het hoofdstuk “Mobieletelefoon koppelen” om toegang te
krijgen tot de Uconnect™ LIVE
services in uw voertuig.
Wanneer het registreren is voltooid, zijn
de aangesloten services beschikbaar
door te drukken op het pictogram
Uconnect™ LIVEop de radio.
Voordat u de aangesloten services
kunt gebruiken, moet u eerst de
Bluetooth®koppeling uitvoeren,
daarna de activeringsprocedure
voltooien door de aanwijzingen op te
volgen die verschijnen in de
Uconnect™ LIVEapp.
Instelling van Uconnect™ LIVE
services die kunnen worden
beheerd via de radio
In het radiomenu Uconnect™ LIVE
kan het onderdeel
“SettInstellingenings” worden geopend
door op het pictogram te drukken.
In deze sectie kan de gebruiker de
systeemopties controleren en naar
eigen voorkeur wijzigen.
Systeemupdates
Als een update voor het Uconnect™
LIVEsysteem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™ LIVEservices worden
gebruikt, dan wordt u hiervan op de
hoogte gebracht via een bericht op het
radioscherm.
Aangesloten services die kunnen
worden geraadpleegd op het
voertuig
De eco:Drive™ en my:Car applicaties
zijn ontwikkeld om de rijervaring van de
klant te verbeteren en daarom zijn ze
verkrijgbaar op alle markten waar
toegang tot de Uconnect™ LIVE
services mogelijk is. Als het
navigatiesysteem in de autoradio wordt
geïnstalleerd, dan wordt bij toegang tot
de Uconnect™ LIVE services het
gebruik van de “Live” services
geactiveerd.
eco:Drive™
Met de eco:Drive™ applicatie kan uw
rijgedrag in realtime worden
weergeven, zodat u uw rijstijl kunt
verbeteren voor wat betreft
brandstofverbruik en uitstoot.
Daarnaast kunnen de gegevens
worden opgeslagen op een USB-
flashdrive en kan een gegevensanalyse
worden gemaakt op uw pc dankzij de
eco:Drive™ desktopapplicatie,
beschikbaar op
www.DriveUconnect.eu.
Het rijgedrag wordt geëvalueerd door
middel van vier indexen die de
volgende parameters controleren:
acceleratie, deceleratie, schakelen,
snelheid
Page 96 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
94
eco:Drive™ display
Druk op de toets eco:Drive™ om van
deze functie gebruik te maken.
Er wordt een scherm weergegeven op
de radio met de 4 indexen:
Acceleratie, deceleratie, snelheid en
schakelen. Deze indexen zijn grijs
totdat het systeem genoeg gegevens
heeft om de rijstijl te analyseren.
Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren
aan: donkergroen (zeer goed),
lichtgroen, geel, oranje en rood (zeer
slecht).
Na langdurige stilstand toont het
display de gemiddelde van de indexen
tot dat moment (de “Gemiddelde
index”), waarna de indexen in realtime
opnieuw kleuren zodra het voertuig
opnieuw gestart wordt.
Opnemen en overzetten van
reisgegevens
De reisgegevens worden opgeslagen
in het systeemgeheugen en
overgebracht door middel van een
geschikt geconfigureerde USB-
geheugenstick of via de app
Uconnect™ LIVE. Op die manier kunt u de geschiedenis
van de verzamelde gegevens, met een
volledige analyse van de
routegegevens en van uw rijstijl,
weergeven.
Ga voor meer informatie naar
www.DriveUconnect.eu.
my:Car
Met my:Car kunt u de “gezondheid”
van uw voertuig bewaken.
my:Car kan storingen in realtime
detecteren en de gebruiker informeren
wanneer het onderhoudsinterval
verlopen is. Druk op de knop “my:Car”
om van deze toepassing gebruik te
maken.
Op het display verschijnt een scherm
met de “care:Index” sectie, waarin alle
gedetailleerde informatie over de status
van het voertuig wordt getoond. Druk
op de knop
“Actieve waarschuwingen” om de
informatie (indien aanwezig) over de
storingen van het voertuig te tonen die
het branden van een
waarschuwingslampje tot gevolg
hadden.Apple CarPlay en
Android Auto
(voor bepaalde versies/markten)
Met de applicaties Apple CarPlay en
Android Auto kunt u uw smartphone
veilig en intuïtief in de auto gebruiken.
U kunt deze gebruiken door gewoon
een compatibele smartphone op de
USB-aansluiting aan te sluiten, waarna
de content van de telefoon
automatisch op het display van het
Uconnect™-systeem verschijnt.
Informatie over de compatibiliteit van
uw smartphone is te vinden op de
volgende websites:
https://www.android.com/intl/it_it/auto/
en http://www.apple.com/it/ios/carplay/.
Als de smartphone correct via de USB-
aansluiting met de auto is verbonden, zal
het symbool van Apple CarPlay of
Android Auto getoond worden in plaats
van de knop in het hoofdmenu.
Android Auto – app-configuratie
Download eerst de applicatie Android
Auto op uw smartphone vanuit de
Google Play Store.
De applicatie is compatibel met
Android 5.0 (Lollipop) en latere versies.
Page 97 of 224

95
Om Android Auto te kunnen
gebruiken, moet de smartphone via
een USB-kabel met de auto zijn
verbonden.
Bij de eerste verbinding die tot stand
wordt gebracht, moet u de
instellingsprocedure op de smartphone
doorlopen. Deze procedure kan alleen
worden uitgevoerd als de auto
stilstaat.
Apple CarPlay – app-configuratie
Apple CarPlay is compatibel met de
iPhone 5 of recentere modellen en het
besturingssysteem iOS 7.1 of nieuwere
versies hiervan.
Voordat Apple CarPlay kan worden
gebruikt, moet Siri worden
ingeschakeld via Instellingen
Algemeen Siri op de smartphone.
Om Apple CarPlay te kunnen
gebruiken, moet de smartphone via
een USB-kabel met de auto zijn
verbonden.
OPMERKING Voor de activering van
Apple CarPlay/Android Auto of
sommige functies kan het nodig zijn
handelingen op de smartphone uit te
voeren. Voltooi indien nodig de stap op
uw apparaat (smartphone).Interactie
Na de instellingsprocedure zal de
applicatie automatisch op het
Uconnect™-systeem draaien als uw
smartphone met de USB-aansluiting in
de auto is verbonden.
U kunt Apple CarPlay en Android Auto
bedienen met de bedieningstoetsen op
het stuur (de knop
}) lang indrukken),
met de (draai)knop SCROLL TUNE om
te selecteren en te bevestigen of met
het touchscreen van het Uconnect™-
systeem.
Navigatie
Met Apple CarPlay en Android Auto
kan de gebruiker ervoor kiezen het
navigatiesysteem op zijn smartphone
te gebruiken.
Als de modus "Nav" van het systeem
al is ingeschakeld, zal een
waarschuwingspop-up op het display
van het Uconnect™-systeem
verschijnen als een apparaat op de
auto wordt aangesloten waarop een
navigatiesessie wordt uitgevoerd.
De pop-up biedt de gebruiker de
mogelijkheid te kiezen tussen de
systeemnavigatie en navigatie met de
smartphone.
De gebruiker kan zijn keuze altijd
wijzigen door het gewenste
navigatiesysteem te openen en een
nieuwe bestemming te kiezen.Setting “AutoShow
smartphonedisplay bij verbinding”
Via de Uconnect™-
systeeminstellingen kan de gebruiker
ervoor kiezen het scherm van de
smartphone weer te geven op het
display van het Uconnect™-systeem,
zodra de smartphone via de
USB-aansluiting wordt aangesloten.
Als deze functie is ingesteld, zal de
applicatie Apple CarPlay of Android
Auto, telkens als via USB een
verbinding wordt gemaakt,
automatisch op het radioscherm
worden gedraaid.
De optie "AutoShow
smartphonedisplay bij verbinding"
is te vinden in het "Display"-submenu.
Standaard is deze functie
ingeschakeld.
OPMERKINGEN
❒ Bluetooth®is uitgeschakeld als
Apple CarPlay wordt gebruikt
❒ Bluetooth®blijft ingeschakeld als
Android Auto wordt gebruikt
❒ De dataverbinding hangt af van het
abonnement voor de smartphone.
❒ Deze informatie kan aan wijzigingen
onderhevig zijn afhankelijk van het
besturingssysteem van de
smartphone.
Page 98 of 224

KENNISMAKING MET DE AUTO
96
Apple CarPlay en Android Auto
verlaten
Als de applicatie CarPlay is
ingeschakeld, hebt u nog steeds
toegang tot de inhoud van het
Uconnect™-systeem door de
bediening te gebruiken die op het
display beschikbaar en zichtbaar is.
Om terug te keren naar de inhoud van
het Uconnect™-systeem als de
applicatie Android Auto is
ingeschakeld, moet de laatste optie op
de systeembalk van Android Auto
worden geselecteerd en daarna "Terug
naar Uconnect".
Om de sessie van Apple CarPlay of
Android Auto te beëindigen, moet de
smartphone fysiek van de
USB-aansluiting worden losgemaakt.
INSTELLINGEN
Druk op de toets Instellingen op het
display om het hoofdmenu Instellingen
weer te geven.
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Het menu bestaat indicatief uit de
volgende onderwerpen:
❒ Taal;
❒ Weergave;
❒ Meeteenheid;
❒ Spraakopdrachten;❒ Klok & Datum;
❒ Veiligheid & Hulp bij rijden
(voor bepaalde versies/markten);
❒ Portieren+Vergrendeling;
❒ Opties uitschakeling motor;
❒ Audio;
❒ Telefoon/Bluetooth®;
❒ Configuratie Radio;
❒ Terug naar standaardinstellingen;
❒ Persoonlijke gegevens wissen.
NAVIGATIE
(alleen Uconnect 7” HD
Nav LIVE)
Druk op de knop “Nav” om de kaart
voor navigatie weer te geven op het
display.
OPMERKING: Het volume van het
navigatiesysteem kan alleen worden
aangepast tijdens de navigatie als er
gesproken aanwijzingen zijn
ingeschakeld.
Hoofdnavigatiemenu
Tik in de navigatieweergave op de
hoofdmenuknop om het menu te
openen.
❒
“Zoek”: selecteer deze knop om te
zoeken naar een adres, een plaats of
een POI (Point Of Interest), en plan
vervolgens een route naar de locatie.
❒ Selecteer de “Huidige route” om de
geplande route te bewerken of te
verwijderen.
❒ U kunt “Mijn plaatsen” gebruiken
om een verzameling nuttige of
favoriete adressen te maken.
De volgende items zijn altijd
beschikbaar in “Mijn plaatsen”:
“Thuis” en “Recente
bestemmingen”.
❒ Selecteer de “Parkeer” knop om
parkeerplaatsen te vinden.
❒ Selecteer de “Weer” of
“Waarschuwingen voor flitsers”
knop om informatie over het weer te
krijgen om de positie van de flitsers
te zien.
OPMERKING De functies “Weer” en
“Waarschuwingen voor flitsers” zijn
alleen actief als TomTom Services is
geactiveerd. Anders wordt de knop
grijs weergegeven en is de functie niet
beschikbaar.
❒ Selecteer “Benzinestation” om
tankstations te vinden.
❒ Selecteer de grafische knop
“TomTom Services” om de
activeringsstatus te bekijken van de
volgende diensen (inschrijving
vereist): “Verkeersinformatie”,
“Flitsers”, “Weer”, “Online zoeken”.
Page 205 of 224

203
•Gebruik nooit alcohol, benzine, chemische producten,
reinigingsmiddelen, vlekkenverwijderaars, was, oplosmiddelen
en “was- en polijstmiddelen”.
•Spoel zeepresten onmiddellijk af om vlekken en kringen te
voorkomen. Herhaal de handeling indien nodig.
•Onmiddellijk afspoelen en deze handeling zo nodig herhalen.
Als u het vouwdak weer waterdicht wilt maken, de instructies
op de verpakking van het door u gekozen waterdichtmakende
product strikt opvolgen om optimale resultaten te behalen.
•De rubberen pakkingen van het vouwdak mogen uitsluitend
met water gereinigd worden. Als opgemerkt wordt dat deze
droog of kleverig zijn, breng dan talkpoeder aan of gebruik
producten voor de verzorging van rubber (siliconenspray).
7) IMPERIAAL/SKIDRAGER
Het gebruik van dwarsstangen bovenop de stangen in de
lengte verhindert het gebruik van het schuifdak, omdat dit,
tijdens het openen, interfereert met de stangen. Bedien het
schuifdak dus niet als er dwarsstangen gemonteerd zijn.
8) EOBD-SYSTEEM
Als de contactsleutel naar MAR wordt gedraaid en het lampje
Ugaat niet branden of blijft branden/knipperen tijdens het
rijden (en er verschijnt ook een melding op de display, voor
bepaalde versies/markten), neem dan zo snel mogelijk contact
op met het Fiat Servicenetwerk. De werking van het
Uwaarschuwingslampje kan gecontroleerd worden door de
verkeerspolitie met de juiste uitrusting.
Leef de wetten en regels van het land waar u in rijdt na.
9) PORTIEREN
Verzeker u ervan de sleutel mee te nemen nadat een portier of
de achterklep is vergrendeld, om te voorkomen dat de sleutel
zelf in het voertuig wordt opgesloten. Als de sleutel binnen is
opgesloten, kan hij alleen teruggekregen worden met de
bijgeleverde tweede sleutel.10) MULTIMEDIA
• Maak het glas van het frontpaneel en display alleen schoon met
een zachte, schone, droge, anti-statische doek.
Reinigings- en polijstmiddelen kunnen het oppervlak beschadigen.
Gebruik nooit alcohol, benzine en afgeleide producten.
• Gebruik het display niet als basis voor steunen met zuignappen
of kleefmiddelen voor externe navigatiesystemen, smartphones of
dergelijke apparaten.
11) DIESELBRANDSTOF TANKEN
Voertuigen met een dieselmotor mogen uitsluitend getakt worden
in overeenstemming met de Europese EN 590-norm.
Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor
onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie, door de
veroorzaakte schade, ongeldig maken. Als per ongeluk andere
brandstofsoorten worden getankt, mag de motor niet gestart
worden. Ledig de tank. Als de motor ook maar heel kort heeft
gewerkt, moet behalve de tank het complete
brandstoftoevoercircuit geledigd worden.
12) VEILIGHEIDSGORDELS - GORDELSPANNERS
Werkzaamheden die leiden tot stoten, trillingen of plaatselijke
verhitting in de zone rondom de gordelspanners (meer dan 100°C
gedurende ten hoogste 6 uur) kunnen de gordelspanners
beschadigen of in werking doen treden. Neem contact op met een
dealer van het Fiat Servicenetwerk voor eventuele werkzaamheden
aan deze componenten.
13) DE MOTOR STARTEN EN AFZETTEN
• Tijdens de eerste gebruiksperiode adviseren wij om overmatige
belasting van de auto te voorkomen (bijvoorbeeld buitensporige
acceleraties, lang rijden op toptoeren, buitensporig intens
remmen, enz.) zodra de motor is gestart.
• Laat de contactsleutel nooit in de stand MAR staan als de
motor is afgezet, zodat de accu niet onnodig wordt ontladen.
VEILIGHEID VAN HET VOERTUIG
(GAAT DOOR) (DOORGEGAAN)