Olie FIAT DUCATO 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: DUCATO, Model: FIAT DUCATO 2017Pages: 308, PDF Size: 14.66 MB
Page 205 of 308

2.3 150 ECOJET versies
A. Motorolievulopening – B. Motoroliepeilstok – C. Motorkoelvloeistof – D. Ruitensproeiervloeistof – E. Remvloeistof – F. Stuurbekrachtigingsvloeistof
181) 182)
49)
187F1A0450
203
Page 206 of 308

3.0 140 Natural Power-versies
A. Motorolievulopening – B. Motoroliepeilstok – C. Motorkoelvloeistof – D. Ruitensproeiervloeistof – E. Remvloeistof – F. Stuurbekrachtigingsvloeistof
181) 182)
49)
188F1A0375
204
ONDERHOUD EN ZORG
Page 207 of 308

MOTOROLIE
50)
Controleer, ongeveer enkele minuten
(ongeveer 5 minuten) na het uitzetten
van de motor, het oliepeil met het
voertuig op een horizontale
ondergrond.
Controleer of het peil zich tussen het
MIN- en MAX-teken bevindt op de
peilstok B fig. 185 - fig. 186 - fig. 187 -
fig. 188.
Het verschil tussen het MIN en
MAX-teken komt overeen met ongeveer
1 liter olie.
Indien het oliepeil zich vlakbij of onder
het MIN-teken bevindt, vul dan olie
bij via de vulopening A fig. 185 - fig.
186 - fig. 187 - fig. 188 met de
bijgeleverde vulleiding (voor bepaalde
versies/markten), tot het MAX-teken
is bereikt.
Het olieniveau mag nooit boven het
MAX-teken komen.
Motorolieverbruik
Gewoonlijk ligt het maximaal
motorolieverbruik op 400 gram per
1000 km.
Wanneer het voertuig nieuw is, moet de
motor worden ingereden, daarom kan
het motorolieverbruik pas na de eerste
5.000-6.000 km als stabiel beschouwd
worden.BELANGRIJK Het motorolieverbruik
hangt af van de rijstijl en de
omstandigheden waaronder het
voertuig wordt gebruikt.
BELANGRIJK Laat na het bijvullen of
het verversen van motorolie de motor
enkele seconden draaien alvorens hem
uit te zetten en wacht enkele minuten
alvorens het oliepeil te controleren.
BELANGRIJK Vul motorolie bij met
dezelfde kenmerken als de motorolie
waarmee de motor reeds is gevuld.
MOTORKOELVLOEISTOF
183)
51)
Controleer het koelvloeistofniveau bij
koude motor. Het niveau moet tussen
het MIN- en MAX teken op het reservoir
staan.
Als het niveau te laag is, als volgt te
werk gaan:
verwijder om de vulopening van het
reservoir te bereiken het plastic deksel
A fig. 189 door de borgschroeven B
linksom te draaien;
giet langzaam een mengsel van 50%
gedemineraliseerd water en 50%
PARAFLU
UPvan PETRONAS
LUBRICANTS door de vulopening C fig.
185 - fig. 186 - fig. 187 - fig. 188 van
het reservoir tot het MAX-niveau wordt
bereikt.
Het mengsel van 50%
gedemineraliseerd water en 50%
PARAFLU
UPbeschermt tegen vorst tot
-35 °C.
Wanneer het voertuig onder bijzonder
extreme klimaatomstandigheden wordt
gebruikt, adviseren wij een mengsel
van 60% PARAFLU
UPen 40%
gedemineraliseerd water.
189F1A0336
205
Page 208 of 308

STUURBEK-
RACHTIGINGSVLOEISTOF
184)
52)
4)
Controleer of de stuurbekrachtigingsolie
in het reservoir op het maximum niveau
staat. Deze controle mag alleen op
een horizontale ondergrond en bij
uitgeschakelde en koude motor worden
verricht.
Ga als volgt te werk:
verwijder om de vulopening van het
reservoir te bereiken het plastic deksel
A fig. 189 door de borgschroeven B
linksom te draaien;
controleer of het niveau op het
MAX-teken op de peilstok staat. De
peilstok is vastgemaakt aan de dop F
fig. 185 - fig. 186 - fig. 187 - fig. 188
(gebruik voor de controle bij koude
motor het aangegeven peil op de kant
met 20°C van de peilstok).
Als het vloeistofpeil in het reservoir lager
is dan voorgeschreven, vul dan
uitsluitend bij met een van de
producten uit de tabel “Vloeistoffen en
smeermiddelen” in het hoofdstuk
“Technische gegevens”. Ga hiervoor als
volgt te werk:
Start de motor en wacht tot het
vloeistofpeil in het reservoir stabiel is.
Draai bij draaiende motor het
stuurwiel enkele keren helemaal naar
rechts en helemaal naar links.
Vul olie bij, totdat het niveau bij het
MAX-teken komt en draai de dop vast.
VLOEISTOF VOOR
RUITENSPROEIERS/
ACHTERRUITSPROEIER
185) 186)
Om vloeistof toe te voegen:
verwijder de dop D fig. 185 - fig. 186
- fig. 187 - fig. 188 door de borgtand
naar buiten toe te trekken;
trek de opening van de leiding
omhoog om de telescopische trechter
fig. 190 uit te nemen.
BELANGRIJK Om te voorkomen dat de
dop beschadigt of in aanraking komt
met mechanische onderdelen in de
buurt, moet de dop goed geplaatst
worden zoals te zien is in fig. 190
alvorens hem te openen. Draai
er anders aan tot die de juiste positie
bereikt.
Vul overeenkomstig de volgende
aanwijzingen:
Gebruik een mengsel van water en
PETRONAS DURANCE SC 35, in de
volgende mengverhouding:
30% PETRONAS DURANCE SC 35 en
70% water in de zomer.
50% PETRONAS DURANCE SC 35 en
50% water in de winter.Gebruik bij temperaturen onder –20 °C
onverdunde PETRONAS DURANCE
SC 35-vloeistof.
Ga als volgt te werk om de dop te
sluiten:
duw de trechter helemaal naar
binnen tot die vastzit;
sluit de dop.
187)
190F1A0396
206
ONDERHOUD EN ZORG
Page 209 of 308

REMVLOEISTOF
188) 189)
53)
Draai de dop E fig. 185 - fig. 186 - fig.
187 - fig. 188 los en controleer of de
vloeistof in het reservoir op het
maximum niveau staat.
Het vloeistofniveau in het reservoir mag
niet boven het MAX-teken staan.
Gebruik de remvloeistof vermeld in de
tabel "Vloeistoffen en smeermiddelen"
(zie “Technische gegevens”).
OPMERKING Reinig zorgvuldig de
reservoirdop en het omliggende
oppervlak.
Zorg er goed voor dat er geen
verontreinigingen in het reservoir
terechtkomen als de dop geopend
wordt.
Gebruik voor het bijvullen altijd een
trechter met fijne zeef van maximaal
0,12 mm.
BELANGRIJK Remvloeistof is
hygroscopisch (d.w.z. trekt water aan).
Daarom moet bij overwegend gebruik
van het voertuig in gebieden met grote
luchtvochtigheid, de vloeistof vaker
worden vervangen dan is aangegeven
in het “Geprogrammeerd
onderhoudsschema”.VLOEISTOF
HYDRAULISCH SYSTEEM
COMFORT-MATIC-
VERSNELLINGSBAK
Om het oliepeil van de versnellingsbak
te controleren en de vloeistof van het
hydraulische systeem van de koppeling
te vervangen, moet u naar een Fiat
Servicenetwerk gaan.
190)
BELANGRIJK
181)Rook nooit tijdens het uitvoeren van
werkzaamheden in de motorruimte: er
kunnen ontvlambare gassen en dampen
vrijkomen die brand kunnen veroorzaken.
182)Wees bijzonder voorzichtig bij het
uitvoeren van werkzaamheden in de
motorruimte bij warme motor: gevaar voor
brandwonden. Vergeet niet dat bij een
warme motor de ventilator onverwacht kan
inschakelen: gevaar voor letsel. Sjaals,
dassen of andere loszittende kleding
kunnen door de bewegende onderdelen
worden meegetrokken.
183)Het koelsysteem staat onder druk.
Vervang, indien nodig, de dop alleen door
een origineel exemplaar om de werking van
het systeem niet negatief te beïnvloeden.
Draai bij warme motor de dop van het
reservoir niet los: gevaar voor
brandwonden.
184)Vermijd elk contact tussen de
stuurbekrachtigingsolie en de hete
motoronderdelen: de olie is licht
ontvlambaar.185)Rijd nooit met een leeg
ruitensproeiervloeistofreservoir:
ruitensproeiers zijn van fundamenteel
belang voor een goed zicht.
186)Sommige in de handel verkrijgbare
ruitensproeiervloeistoffen zijn licht
ontvlambaar. De motorruimte bevat warme
onderdelen die bij contact met de vloeistof
brand kunnen veroorzaken.
187)Maak de dop niet van het verlengstuk
los zonder eerst het systeem met de ring
te hebben uitgetrokken.
188)Remvloeistof is giftig en uiterst
corrosief. Als er per ongeluk remvloeistof
gemorst wordt, moeten de betrokken delen
onmiddellijk worden gewassen met water
en neutrale zeep. Vervolgens met veel
water afspoelen. In geval van inslikken
onmiddellijk een arts raadplegen.
189)Het symbool
, op het reservoir van
de remvloeistof geeft aan dat een
remvloeistof een synthetische of op
mineralen gebaseerde vloeistof is. Het
gebruik van minerale vloeistoffen kan de
speciale rubberen pakkingen in het
remsysteem onherstelbaar beschadigen.
190)Gebruikte versnellingsbakolie bevat
stoffen die schadelijk zijn voor het milieu.
Het wordt aanbevolen de olie te laten
vervangen door het Fiat Servicenetwerk
waar deze op milieuvriendelijke wijze en in
overeenstemming met de wettelijke
voorschriften verwerkt wordt.
207
Page 210 of 308

BELANGRIJK
49)Wees voorzichtig bij het bijvullen en
meng nooit verschillende soorten
vloeistoffen: alle vloeistoffen zijn specifiek
en het mengen ervan kan het voertuig
ernstig beschadigen.
50)De gebruikte motorolie en vervangen
oliefilters bevatten stoffen die schadelijk zijn
voor het milieu. Het verdient aanbeveling
de olie en de filters te laten vervangen door
het Fiat Servicenetwerk.
51)Het koelsysteem moet worden gevuld
met PARAFLU
UPantivriesvloeistof. Vul
koelvloeistof bij met dezelfde kenmerken
als de koelvloeistof waarmee het
koelsysteem reeds is gevuld. PARAFLU
UP
mag niet met andere typen vloeistoffen
worden gemengd. Mocht dit toch
gebeuren, start de motor dan in geen geval
en neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
52)Druk niet langer dan 8 seconden
aanhoudend op de eindbeweging van de
stuurbekrachtiging, als de motor
ingeschakeld is, aangezien er geluid wordt
geproduceerd en er kans op het
beschadigen van het systeem bestaat.
53)Vermijd elk contact tussen de uiterst
corrosieve remvloeistof en de gelakte
delen. Spoel bij contact onmiddellijk uit met
rijkelijk water.
BELANGRIJK
4)Het verbruik van de
stuurbekrachtigingsolie is bijzonder laag;
als na het bijvullen binnen korte tijd het
niveau weer moet worden hersteld, dan
moet het systeem op eventuele lekkages
worden gecontroleerd door het Fiat
Servicenetwerk.
LUCHTFILTER/-
POLLENFILTER
Laat het luchtfilter vervangen door het
Fiat Servicenetwerk.
LUCHTFILTER - STOFFIGE
WEGEN
(voor bepaalde versies/markten)
Het luchtfilter voor stoffige omgevingen
is voorzien van een visuele
verstoppingsindicator A fig. 191.
Lees de verstoppingsindicator
regelmatig af (Zie "Geprogrammeerd
Onderhoudsschema" in het hoofdstuk
“Onderhoud en zorg”).
191F1A0238
208
ONDERHOUD EN ZORG
Page 218 of 308

BELANGRIJK
58)Sommige automatische systemen die
uitgerust zijn met een oudere generatie
bladen en/of slecht zijn onderhouden
kunnen de lak beschadigen, wat
een bepaalde reactie teweegbrengt
waardoor de lak mat/gecoat lijkt, met
name bij donkere kleuren. In dit geval dient
u lichtjes met speciale producten te
polijsten.
BELANGRIJK
6)Schoonmaakmiddelen veroorzaken
waterverontreiniging. Om die reden mag
het voertuig alleen gewassen worden
op plaatsen waar het afvalwater
opgevangen en gezuiverd wordt.
INTERIEUR
Controleer af en toe of er geen water
onder de matten is blijven staan
(wegens water dat van schoenen,
paraplu's, enz. druppelt), waardoor het
plaatwerk kan gaan roesten.
201) 202)
STOELEN EN STOFFEN
BEKLEDING
Verwijder stof met een zachte borstel of
een stofzuiger. Gebruik een vochtige
borstel voor velours bekleding.
Reinig de stoelen met een spons
bevochtigd met een oplossing van
water en neutrale zeep.
KUNSTSTOF
INTERIEURDELEN
Reinig kunststof interieurdelen met een
vochtige doek en een oplossing van
water en een neutraal niet-schurend
reinigingsmiddel. Gebruik voor het
verwijderen van olieachtige of
hardnekkige vlekken speciale
producten zonder oplosmiddelen die
het originele voorkomen en de kleur van
de kunststof interieurdelen niet
veranderen.BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol,
benzine of afgeleide producten om het
glas van het instrumentenpaneel te
reinigen.
LEDEREN STUURWIEL/
POOKKNOP/HANDREM
(voor bepaalde versies/markten)
Reinig deze interieurdelen uitsluitend
met neutrale zeep en water. Gebruik
nooit alcohol of producten op basis van
alcohol.
BELANGRIJK
201)Gebruik nooit ontvlambare producten
zoals petroleum of wasbenzine voor het
reinigen van het interieur van de auto. De
elektrostatische lading die door het wrijven
tijdens het reinigen ontstaat, kan brand
veroorzaken.
202)Bewaar geen spuitbussen in het
voertuig: ontploffingsgevaar. Spuitbussen
mogen niet blootgesteld worden aan
temperaturen boven 50°C. Wanneer het
voertuig in de zon staat, kan de
binnentemperatuur deze waarde ruim
overschrijden.
216
ONDERHOUD EN ZORG
Page 254 of 308

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN
Het voertuig is voorzien van een motorolie die grondig ontwikkeld en getest is om aan de vereisten van het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema te kunnen voldoen. Constant gebruik van de voorgeschreven
smeermiddelen garandeert de specificaties van brandstofverbruik en emissies. De kwaliteit van het smeermiddel
is cruciaal voor de werking en de levensduur van de motor.
60)
PRODUCTSPECIFICATIES
Gebruik Eigenschappen SpecificatieOriginele vloeistoffen
en smeermiddelenVerversingsinterval
Smeermiddelen voor
dieselmotorenSAE 0W-30ACEA C29.55535-DS1SELENIA WR
FORWARD
Contractual Technical
Reference N° F842.F13Volgens
onderhoudsschema
Smeermiddelen voor
Natural Power-motorenSAE 5W-40ACEA C39.55535-T2SELENIA MULTIPOWER
GAS 5W-40
Contractual Technical
Reference N° F922.E09Volgens
onderhoudsschema
Als er geen smeermiddelen beschikbaar zijn die voldoen aan de vereiste specificaties, kunnen voor het bijvullen producten
gebruikt worden die voldoen aan de aangegeven specificaties; in dat geval wordt de optimale prestatie van de motor niet
gegarandeerd.
BELANGRIJK
60)Het gebruik van producten met andere dan de hierboven aangegeven specificaties kan leiden tot beschadigingen aan de motor die niet
door de garantie worden gedekt.
252
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 255 of 308

Gebruik Eigenschappen SpecificatieOriginele vloeistoffen
en smeermiddelenToepassingen
Smeermiddelen en
vetten voor
krachtoverbrengingenSAE 75W synthetisch
smeermiddel9,55550 - MZ2TUTELA
TRANSMISSION
EXPERYA
Contractual Technical
Reference No. F002.F13Mechanische
versnellingsbak en
differentieel (MLGU-
transmissie)
SAE 75W-85 synthetisch
smeermiddel9.55550-MZ3 of
MS.90030-M2TUTELA
TRANSMISSION
GEARTECH
Contractual Technical
Reference No. F704.C08Handgeschakelde
versnellingsbak en
differentieel
Specifieke olie met additief
van type "ATF DEXRON
III"-TUTELA CAR CS
SPEEDHydraulisch
bedieningssysteem
COMFORT-MATIC-
versnellingsbak
Vet met
molybdeendisulfide, voor
gebruik op hoge
temperaturen.
Consistentie NLGI 1-29.55580 - GRAS IITUTELA ALL STAR
Contractual Technical
Reference No. F702.G07Homokinetische
koppelingen aan wielzijde
Vet met een lage
wrijvingscoëfficiënt voor
homokinetische
koppelingen. Consistentie
NLGI 0-19.55580 - GRAS IITUTELA STAR 700
Contractual Technical
Reference No. F701.C07Homokinetische
koppelingen aan
differentieelzijde
Smeermiddel voor
stuurbekrachtiging.
Overtreft de specificaties
"ATF DEXRON III"9.55550-AG2TUTELA
TRANSMISSION GI/E
Contractual Technical
Reference No. F001.C94Hydraulische
stuurbekrachtiging
Smeermiddel voor
stuurbekrachtiging. "ISO
VG 2" – "2F TE_ML 02K"9.55550-AG3TUTELA
TRANSMISSION GI/R
Contractual Technical
Reference No. F428.HD4Elektrohydraulische
stuurbekrachtiging
RemvloeistofSynthetische vloeistof
voor rem- en
koppelingssystemen.
Overtreft specificaties:
FMVSS N° 116 DOT 4,
ISO 4925, SAE J 1704.9.55597 of MS.90039TUTELA TOP 4
Contractual Technical
Reference No. F001.A93
of
TUTELA TOP4/S
Contractual Technical
Referentie Nr. F005.F15Hydraulisch remsysteem
en hydraulische
koppelingsbediening
253
Page 256 of 308

Gebruik Eigenschappen SpecificatieOriginele vloeistoffen
en smeermiddelenToepassingen
Beschermingsmiddel
voor radiateursRoodgekleurd
beschermingsmiddel met
antivrieswerking, op basis
van geïnhibeerd
monoethyleenglycol met
organische formule.
Overtreft CUNA NC 956-
16, ASTM D 3306
specificaties.9.55523 of MS.90032PARAFLUUP
Contractual Technical
Reference No. F101.M01Koelcircuits Gebruik
verhouding 50% tot max.
-35°C. Mengsels met
andere samenstellingen
zijn niet toegestaan.
(*)
Additief voor dieselolieAdditief voor dieselolie
met antivries en
beschermende werking
voor dieselmotoren.-PETRONAS DURANCE
DIESEL ART
Contractual Technical
Reference No. F601.L06Te mengen met diesel (25
cc per 10 liter)
Additief voor
dieselemissies (UREUM)Water-ureumoplossingDIN 70 070 en ISO
22241-1AdBlueTe gebruiken voor het
vullen van de tank
UREUM op voertuigen
uitgerust met een systeem
van selectieve katalytische
reductie (SCR).
RuitensproeiervloeistofMengsel van alcoholen en
oppervlakteactieve
stoffen. Overtreft CUNA
NC 956-II-specificaties9.55522 of MS.90043PETRONAS DURANCE
SC 35
Contractual Technical
Reference No. F001.D16Verdund of onverdund
gebruiken voor
ruitenwissers/
ruitensproeiers
(*) Wanneer het voertuig onder bijzonder extreme klimaatomstandigheden wordt gebruikt, adviseren wij een mengsel van 60%PARAFLUUPen 40%
gedemineraliseerd water.
254
TECHNISCHE GEGEVENS