radio FIAT FREEMONT 2013 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2013, Model line: FREEMONT, Model: FIAT FREEMONT 2013Pages: 384, PDF Size: 5.28 MB
Page 109 of 384

ELEKTRISCHE AANSLUITCONTACTEN
In de middenconsole onder de radio bevindt zich een
aansluitcontact van 12 volt (13 amp). Op dit aansluit-
contact staat spanning wanneer de contactschakelaar
in de stand ON/RUN of ACC staat. (afb. 72)
Dit aansluitcontact werkt ook als sigarettenaansteker.
Om het verwarmingselement te sparen, mag
de aansteker niet ingedrukt in de verwarming-
stand worden gehouden.
In het opbergvak in de middenconsole bevindt zich het
tweede aansluitcontact van 12 volt (13 amp). Op dit
aansluitcontact staat spanning wanneer de contact-
schakelaar in de stand ON/RUN, ACC of LOCK staat.
(afb. 73)(afb. 71)Uitneembare bak
(afb. 72)12 volt-aansluitcontact voorin(afb. 73)
12 volt-aansluitcontact middenconsole
103
UW AUTO
VEILIGHEID
S
TARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 149 of 384

Waarschuwing
bandenspanningscontrolesysteem controleren
Als een fout in het systeem wordt ontdekt gaat het
Waarschuwingslampje voor het meten van banden-
spanning 75 seconden lang knipperen en blijft daarna
branden. Bij een systeemstoring wordt ook een ge-
luidssignaal weergegeven. Als het contact wordt uitge-
schakeld en vervolgens weer ingeschakeld, zal deze
reeks worden herhaald wanneer de systeemstoring
zich nog steeds voordoet. Het waarschuwingslampje
voor lage bandenspanning gaat uit als de storing is
opgeheven. Een systeemstoring kan de volgende oor-
zaken hebben:
1. Storing door elektronische apparatuur of als menlangs installaties rijdt die dezelfde radiofrequenties
afgeven als de bandenspanningssensoren.
2. Installatie van een bepaalde kleur ramen die men later aanbrengt waardoor de radiogolfsignalen wor-
den beïnvloed.
3. Veel sneeuw of ijs aan de wielen of in de wielkasten.
4. Het gebruik van sneeuwkettingen.
5. Het gebruik van wielen/banden die niet zijn voor- zien van bandenspanningssensoren. OPMERKING:
1. De thuiskomer heeft geen sensor voor het meten
van de bandenspanning. Daarom wordt de banden-
spanning van het compacte reservewiel niet door
het bandenspanningscontrolesysteem geregis-
treerd.
2. Als u de thuiskomer installeert in plaats van een wegband waarvan de spanning onder de waarschu-
wingsgrens ligt, klinkt er een geluidssignaal en gaat
het TPM-verklikkerlampje aan als de auto opnieuw
wordt gestart.
3. Nadat de auto maximaal 20 minuten met een snel- heid van meer dan 25 km/u heeft gereden, gaat het
waarschuwingslampje voor lage bandenspanning ge-
durende 75 seconden knipperen en daarna aanhou-
dend branden.
4. Elke keer dat de auto opnieuw wordt gestart, klinkt er een geluidssignaal en gaat het waarschuwings-
lampje voor lage bandenspanning gedurende 75 se-
conden knipperen en daarna aanhoudend branden.
5. Nadat de oorspronkelijke band is gerepareerd of vervangen en op de auto is gelegd in plaats van de
thuiskomer, wordt het bandenspanningscontrole-
systeem automatisch bijgewerkt en gaat het TPM-
verklikkerlampje uit, mits alle wegbanden de juiste
143
UW AUTO
VEILIGHEID
S
TARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 151 of 384

Bandenspanningslampje
Waarschuwingen van het
bandenspanningscontrolesysteemAls de spanning in een of meer banden te laag is,
gaat in de instrumentengroep het waarschu-
wingslampje voor lage bandenspanning branden en
klinkt er een geluidssignaal. Verder geeft het Elektro-
nisch Voertuiginformatiecentrum (EVIC) een grafiek
weer waarop de bandenspanning van elke band wordt
afgebeeld en eventuele lage bandenspanning knippert.
Als dit gebeurt, dient u direct te stoppen en de banden
met te lage spanning (knipperend op het EVIC-scherm)
op de spanning te brengen die in de bandenspannings-
tabel staat vermeld. Het systeem wordt automatisch
bijgewerkt, het knipperen van de te lage waarden in de
grafiek op het EVIC-display stopt en het waarschu-
wingslampje dooft zodra het systeem de juiste banden-
spanning registreert. Het is mogelijk dat u eerst onge-
veer 20 minuten met een snelheid boven de 25 km/u
moet rijden, voordat het bandenspanningscontrolesys-
teem deze informatie ontvangt.
Waarschuwing
bandenspanningscontrolesysteem controleren
Als een fout in het systeem wordt ontdekt gaat het
Waarschuwingslampje voor het meten van banden-
spanning 75 seconden lang knipperen en blijft daarna branden. Bij een systeemstoring wordt ook een ge-
luidssignaal weergegeven. Verder verschijnt er op het
EVIC drie seconden lang het bericht "CHECK TPM
SYSTEM" (BANDENSPANNINGSCONTROLESYS-
TEEM CONTROLEREN) en daarna worden er streep-
jes (- -) weergegeven in plaats van de bandenspanning
om aan te geven welke sensor niet meer opneemt.
Als het contact wordt uitgeschakeld en vervolgens
weer ingeschakeld, zal deze reeks worden herhaald
wanneer de systeemstoring zich nog steeds voordoet.
Als de storing in het systeem is opgeheven, stopt het
waarschuwingslampje met knipperen, verdwijnt het be-
richt "CHECK TPM SYSTEM" (BANDENSPAN-
NINGSCONTROLESYSTEEM CONTROLEREN) van
het EVIC-display en verschijnt er een spanningwaarde
in plaats van de twee streepjes. Een systeemstoring kan
de volgende oorzaken hebben:
1. Storing door elektronische apparatuur of als men
langs installaties rijdt die dezelfde radiofrequenties
afgeven als de bandenspanningssensoren.
2. Installatie van een bepaalde kleur ramen die men later aanbrengt waardoor de radiogolfsignalen wor-
den beïnvloed.
3. Veel sneeuw of ijs aan de wielen of in de wielkasten.
4. Het gebruik van sneeuwkettingen.
145UW AUTO
VEILIGHEID
S
TARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 160 of 384

WAARSCHUWING!
De
bestuurder moet altijd voorzichtig
blijven bij het achteruitrijden, zelfs bij
het gebruik van de parkeersensoren achter. Con-
troleer het gebied achter de auto altijd zorgvul-
dig, kijk naar achteren en wees bedacht op voet-
gangers, dieren, andere voertuigen, obstakels en
dode hoeken, voordat u achteruitrijdt . U bent
verantwoordelijk voor de veiligheid en dient uw
aandacht voortdurend op de omgeving te rich-
ten. Anders bestaat er een risico op ernstig of
zelfs dodelijk letsel.
Het wordt sterk aanbevolen de afneembare
trekhaak te verwijderen voordat u de parkeer-
sensoren achter gaat gebruiken, wanneer u de
trekhaak niet nodig heeft .Als u dit niet doet , kan
persoonlijk letsel of schade aan voertuigen ont-
staan doordat de trekhaakkogel zich veel dichter
bij het obstakel bevindt dan de achterkant van de
auto, wanneer via de luidspreker een continue
toon klinkt . Afhankelijk van de afmetingen en
vorm van de trekhaak is het ook mogelijk dat de
sensors de trekhaak detecteren en abusievelijk
aangeven dat er een obstakel achter de auto
aanwezig is. PARKVIEW® ACHTERUITRIJCAMERA
(voor bepaalde uitvoeringen/
landen)
Uw auto is mogelijk voorzien van een ParkView
®
achteruitrijcamera. Hiermee kunt u het gebied achter
de auto op het scherm zien wanneer de schakelhendel
in de stand REVERSE is gezet. Het beeld wordt op het
aanraakscherm van de radio weergegeven, samen met
een waarschuwing dat u op de hele omgeving moet
blijven letten. Na vijf seconden verdwijnt deze waar-
schuwing. De ParkView
®camera bevindt zich aan de
achterzijde van de auto, boven de kentekenplaat.
Als u uit de achteruitversnelling schakelt, wordt de
achteruitrijcamera uitgeschakeld en wordt opnieuw
het navigatie- of audioscherm weergegeven.
154
UW AUTO VEILIGHEID
S
TARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 162 of 384

PARKVIEW
®IN- OF UITSCHAKELEN —
MET HET AANRAAKSCHERM VAN DE
RADIO
1. Zet de radio aan.
2. Kies de schermtoets "More" (meer).
3. Kies de schermtoets "Settings" (instellingen).
4. Kies de schermtoets "Safety & Driving Assistance" (hulpsystemen).
5. Kies het selectievakje "ParkView
®Backup Camera"
(ParkView
®achteruitrijcamera) om het systeem in
of uit te schakelen. AUDIOSYSTEMEN
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Uconnect
Touch™.
156
UW AUTO VEILIGHEID
S
TARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 164 of 384

Druk op de toets midden op de schakelaar om vanmodus te veranderen (d.w.z. AM, FM, enz).
FUNCTIES LINKERSCHAKELAAR VOOR
RADIOBEDIENING
Druk de bovenkant van de schakelaar in om de volgende radiozender in opgaande richting te ZOE-
KEN vanaf de huidige instelling.
Druk de onderkant van de schakelaar in om de volgende radiozender in neergaande richting te
ZOEKEN vanaf de huidige instelling.
Druk op de toets midden op de schakelaar om op de volgende vooringestelde zender die u heeft gepro-
grammeerd af te stemmen. FUNCTIES LINKERSCHAKELAAR VOOR
BEDIENING VAN DE MEDIA (BIJV. CD)
Druk eenmaal op de bovenkant van de schakelaar om
het volgende nummer te beluisteren.
Druk eenmaal op de onderkant van de schakelaar om het begin van het huidige nummer of het begin van
het vorige nummer te beluisteren. Doe dit binnen
één seconde nadat het huidige nummer is begonnen.
Druk de schakelaar tweemaal naar boven of naar beneden om het tweede nummer te horen, drie keer
om het derde nummer te horen, enzovoort.
Druk op de toets midden op de schakelaar om over te gaan naar de volgende voorinstelling die u heeft
geprogrammeerd.
158
UW AUTO VEILIGHEID
S
TARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 165 of 384

UCONNECT™ MULTIMEDIA VIDEO
ENTERTAINMENT SYSTEM (VES)™
(voor bepaalde uitvoeringen/
landen)
Het Video Entertainment Systeem (VES)™ achterin is
een systeem waaraan u en uw gezin jarenlang plezier
kunnen beleven. U kunt uw lievelings-cd's en dvd's
afspelen, luisteren naar muziek via de draadloze hoofd-
telefoons of er allerlei spelcomputers of audio-
apparatuur op aansluiten. Lees deze gebruikershandlei-
ding om uzelf vertrouwd te maken met de functies en
bediening van het systeem.
Systeemoverzicht
Het Video Entertainment System (VES)™ achterin
bestaat uit:
Uw auto kan zijn uitgerust met een enkel LCD-scherm in de dakconsole.
Een infrarode afstandsbediening biedt audio- en vi- deobediening van het VES™ vanaf de achterbank.
Twee infrarode draadloze tweekanaal-hoofdtelefoons
voor de passagiers achterin.
Extra RCA-audio/video-ingangsaansluitingen (AUX- aansluitingen) voor het luisteren en kijken naar media
op elektronische apparaten van derden, zoals MP3-
spelers en spelcomputers.
Radio die dvd's kan afspelen.
Video Entertainment System (VES)™
Deze handleiding is bedoeld als hulpmiddel bij de be-
diening van het Video Entertainment System (VES)™
achter in uw auto.
Het Video Entertainment System (VES)™ vergroot de
audio- en videomogelijkheden van uw auto, zodat de
achterpassagiers kunnen genieten van films, muziek en
externe audio/video-apparaten, zoals spelcomputers
en MP3-spelers. Het VES™ is naadloos in de autoradio
geïntegreerd zodat men de audio via de autoluidspre-
kers en/of de hoofdtelefoons kan horen. Het systeem
kan worden bediend met behulp van de radio door de
inzittenden voorin of met behulp van de afstandsbedie-
ning door de inzittenden achterin.
159
UW AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 166 of 384

Het VES™ is een systeem met twee kanalen. Het
videoscherm toont informatie in een gedeeld scherm-
formaat. De linkerkant van het scherm is kanaal 1 en de
rechterkant van het scherm is kanaal 2. Alle modi,
behalve de videomodi (DVD-video, Aux-video) wor-
den getoond op een gedeeld scherm. Als een videomo-
dus wordt getoond, wordt het op het hele scherm
getoond. De afstandsbediening kan elk van beide kana-
len bedienen door de keuzeschakelaar aan de rechter-
kant van de afstandsbediening te gebruiken. De hoofd-
telefoons zijn gemaakt om naar elk van beide kanalen te
luisteren door de keuzeschakelaar op de rechter-
oordop te gebruiken.
Met de bijgeleverde draadloze tweekanaals hoofdtele-
foons stelt het VES™ de passagiers achterin in staat om
tegelijkertijd naar twee verschillende geluidskanalen te
luisteren. Dankzij de draadloze afstandsbediening kun-
nen de passagiers achterin wisselen van zender, mu-
zieknummer en cd en schakelen van geluids- naar
beeldfunctie of omgekeerd.Werking afstandsbediening
Kaart met beknopte informatie
Deze kaart geeft beknopte informatie over de functies
van de regelknoppen op de afstandsbediening voor de
verschillende radiomodi en menuschermen.
OPMERKING:
Zorg dat de kanaal/schermkeuzeschakelaar ingesteld
is op het scherm of kanaal dat bediend moet worden.
Zorg dat de kanaalkeuzeschakelaar op de hoofdtele- foon ingesteld is op het scherm of kanaal waar u naar
wilt luisteren.
160
UW AUTO VEILIGHEID
S
TARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 173 of 384

2. Indicatielampjes kanaalkiezer – Als er een knopwordt ingedrukt, wordt het huidige kanaal of de
huidige kanaalknop kortstondig verlicht.
3. Licht – De verlichting van de afstandsbediening in- of uitschakelen. De verlichting van de afstandsbedie-
ning gaat na vijf seconden automatisch uit.
4. Keuzeschakelaar kanaal/scherm - geeft aan welk kanaal wordt geregeld met de afstandsbediening. Als
de keuzeschakelaar op kanaal 1 staat, regelt de
afstandsbediening de functies van kanaal 1 van de
hoofdtelefoon (rechterkant van het scherm). Als de
keuzeschakelaar op kanaal 2 staat, regelt de af-
standsbediening de functies van kanaal 2 van de
hoofdtelefoon (linkerkant van het scherm). 5.
▸▸ – In radiomodus: druk hierop om de volgende
zender te zoeken. In diskmodi: druk hierop en houd
de toets ingedrukt om snel vooruit te spoelen door
het huidige audionummer of videohoofdstuk. In
menumodi: gebruik deze toets voor menunavigatie.
6. ▾/ Prev – In radiomodus: druk hierop om de vorige
zender te selecteren. In diskmodi: druk hierop om
terug te gaan naar het begin van het huidige of vorige
audionummer of videohoofdstuk. In menumodi: ge-
bruik deze toets voor menunavigatie.
7. MENU – Druk hierop om terug te keren naar het hoofdmenu van de dvd-disk, om een audio- of vi-
deosatellietzender uit de lijst zenders te kiezen of
de afspeelfuncties (RANDOM (scannen of willekeu-
rig afspelen) van een cd) te kiezen.
8. ▸/||
(Afspelen/Pauzeren) – afspelen van disk starten/
hervatten of pauzeren.
9. ▪(Stop) – Stoppen met afspelen van de disk
10. PROG Up/Down – Bij het luisteren naar de radio wordt de volgende of vorige voorkeurzender op
de radio geselecteerd als u op PROG Up resp.
PROG Down drukt. Bij het beluisteren van gecom-
primeerde audio op een gegevensdisk kiest u met
PROG Up de volgende map en met PROG Down
de vorige map. Bij het beluisteren van een cd op(afb. 107) Afstandsbediening
167
UW AUTO
VEILIGHEID
S
TARTEN EN
RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES
EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD
Page 174 of 384

een radio met cd-wisselaar, kiest u met PROG Up
de volgende cd en met PROG Down de vorige cd.
11. MUTE – Druk hierop om het geluid van het gese- lecteerde kanaal naar de hoofdtelefoon te dempen.
12. SLOW – Druk hierop om een dvd langzaam af te spelen. Druk op afspelen (▸) om het afspelen met
de normale snelheid te hervatten.
13. STATUS – Druk hierop om de huidige status te tonen.
14. MODE – Druk hierop om de modus van het geselecteerde kanaal te veranderen. Zie het hoofd-
stuk "Moduskeuze" van deze handleiding voor
meer informatie over het wijzigen van modi.
15. SETUP – Druk terwijl een videomodus actief is op de toets SETUP om toegang te krijgen tot de
scherminstellingen te gaan (zie hoofdstuk over de
scherminstellingen) en vervolgens het menu voor
dvd-instellingen te openen door op de menutoets
op de radio te drukken. Wanneer een disk in de
dvd-speler (voor bepaalde uitvoeringen/landen)
zit, de modus VES™ is gekozen en de disk is
gestopt, druk dan op de toets SETUP om het menu
met dvd-instellingen te openen. (zie Menu voor
dvd-instellingen in deze handleiding.)
16. BACK – Druk bij menunavigatie op deze toets om terug te gaan naar het vorige scherm. Bij het navigeren door een dvd-menu is de werking afhan-
kelijk van de inhoud van de disk.
17. ◂◂– In radiomodi: druk hierop om de vorige
zender te zoeken. In diskmodi: druk hierop en
houd de toets ingedrukt om snel terug te spoelen
door het huidige audionummer of videohoofdstuk.
In menumodi: gebruik deze toets voor menunavi-
gatie.
18. ENTER – Druk op deze knop om de gemarkeerde optie in een menu te selecteren.
19. ▴/ NEXT – In radiomodus: druk hierop om de
volgende zender te selecteren. In diskmodi: druk
hierop om naar het volgende nummer of video-
hoofdstuk te gaan. In menumodi: gebruik deze
toets voor menunavigatie.
Opbergen van afstandsbediening
De beeldschermen worden geleverd met een inge-
bouwd opbergvakje voor de afstandsbediening. Dit
vakje is toegankelijk als het scherm is geopend. Om de
afstandsbediening te verwijderen, gebruikt u uw wijs-
vinger om de afstandsbediening naar u toe te trekken
en te draaien. Probeer de afstandsbediening niet recht
naar beneden te trekken, want op die manier is het
moeilijk om hem te verwijderen. Om de afstandsbedie-
ning terug in het opbergvakje te plaatsen brengt u eerst
de lange kant van de afstandsbediening aan in twee
168
UW AUTO
VEILIGHEID
S
TARTEN EN RIJDENWAARSCHU-
WINGSLAMPJES EN MELDINGEN
NOODGEVALLENSERVICE EN
ONDERHOUDTECHNISCHE
SPECIFICATIESINHOUD