door FIAT FULLBACK 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2017Pages: 332, PDF Size: 10.46 MB
Page 25 of 332

Inschakeling van het waarschuwingssysteem
Om te voorkomen dat het voertuig wordt gestolen of dat het Keyless Operation-systeem per ongeluk wordt gebruikt, worden
de lamp en zoemer gebruikt om de bestuurder te waarschuwen.
Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe externe
zoemer gaat
4 keer af. De
interne zoemer
gaat af.Bewakings-
systeem voor
de verwijdering
van de Keyless
Operation-
sleutelAls het voertuig wordt geparkeerd,
terwijl de bedieningsmodus op
een willekeurige modus anders
dan "OFF" staat en u het portier
sluit nadat u een van de portieren
hebt geopend, en de Keyless
Operation-sleutel mee het voertuig
uit neemt. In dit geval gaat de
externe zoemer 4 keer af. Als een
voertuig wordt gestart, gaat de
interne zoemer één keer af.Als u de Keyless Operation-sleutel door een ruit uit
het voertuig verwijdert zonder een portier te openen,
werkt dit systeem niet.
De instellingen kunnen dusdanig worden gewijzigd
dat het systeem wel werkt als de Keyless
Operation-sleutel door een ruit uit het voertuig wordt
verwijderd zonder een portier te openen. Neem voor
meer informatie contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Als de ID-code van de sleutel en die van het
voertuig niet overeenkomen, door bijvoorbeeld
omgevingsomstandigheden of elektromagnetische
omstandigheden, kan het waarschuwingssignaal
worden geactiveerd, zelfs als de Keyless
Operation-sleutel zich binnen het werkingsbereik
voor het starten van de motor bevindt.
KnipperenDe externe
zoemer gaat
3 keer
gedurende
ongeveer
3 seconden af.Preventief
systeem tegen
insluiting van
de sleutelAls de bedieningsmodus op "OFF"
staat, u alle portieren sluit, terwijl
de Keyless Operation-sleutel in
het voertuig is achtergebleven, en
u de portieren probeert te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van
het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken.Zorg ervoor dat u de Keyless Operation-sleutel bij u
hebt, voordat u de portieren vergrendelt. De
portieren zouden zelfs vergrendeld kunnen worden
als u de Keyless Operation-sleutel in uw voertuig
hebt achtergelaten, afhankelijk van de
omgevingsomstandigheden en de omstandigheden
voor draadloze ontvangst.
23
Page 26 of 332

Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe externe
zoemer gaat
ongeveer
3 seconden af.Preventief
systeem voor
niet goed
gesloten
portierenAls de bedieningsmodus op "OFF"
staat en u de portieren probeert te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van
het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken,
terwijl een van de portieren niet
goed is gesloten.—
Knipperen Geen geluidKeyless
Operation-
systeemDe batterij van de Keyless
Operation-sleutel is leeg.Vervang de batterij zo snel mogelijk bij een Fiat
Servicepunt.
Branden Geen geluidKeyless
Operation-
systeemDe stroomvoorziening wordt niet
overgeschakeld van "OFF", omdat
de Keyless Operation-sleutel in
het voertuig niet kan worden
gedetecteerd. Als een
waarschuwing wordt afgegeven
dat de sleutel zich in het voertuig
bevindt, komt dit doordat de
batterij van de Keyless
Operation-sleutel leeg is of de
toestand van de radiogolven in de
omgeving slecht is.Bevestig dat de Keyless Operation-sleutel zich in het
voertuig bevindt. Als de sleutel zich in het voertuig
bevindt, steek hem dan in het contactslot. Nu zou
de motor gestart en de bedieningsmodus gewijzigd
moeten kunnen worden.
Branden Geen geluidKeyless
Operation-
systeemEr is sprake van een storing in het
Keyless Operation-systeem.Als het waarschuwingslampje gaat branden, neem
dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
BrandenInterne zoemer
gaat af
(intermitterende
geluiden)Keyless
Operation-
systeemEr is sprake van een storing in het
elektrische systeem.Als het waarschuwingslampje gaat branden, neem
dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
24
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 28 of 332

Zoemer Item Oorzaak Opmerking / oplossing
KnipperenDe interne
zoemer gaat afStuurslot Het stuurslot blijft op slot.de procedure van de referentiepagina. Raadpleeg
"Stuurslot".
Branden Geen geluiden StuurslotHet stuurslot werkt niet naar
behoren.Raadpleeg "Stuurslot".
BELANGRIJK
1)Als u in een vliegtuig een sleutel bij zich
draagt, druk dan niet op een van de
knoppen op de sleutel. Als in een vliegtuig
op een van de knoppen wordt gedrukt,
zendt de sleutel elektromagnetische golven
uit, die de werking van het vliegtuig nadelig
zouden kunnen beïnvloeden. Als u een
sleutel in een tas hebt, zorg er dan voor dat
de knoppen op de sleutel niet gemakkelijk
abusievelijk kunnen worden ingedrukt.
2)Breng geen wijzigingen of toevoegingen
aan het startonderbrekingssysteem aan;
wijzigingen of toevoegingen zouden kunnen
leiden tot een slechte werking van de
startonderbreker.
3)Als de sleutelhoes wordt geopend, zorg
er dan voor dat geen water, stof, enz.
binnentreedt. Raak ook de interne
componenten niet aan.4)Mensen met een implanteerbare
pacemaker of een implanteerbare
cardioverter defibrillator mogen niet in de
buurt van de externe zenders (A) of de
interne zenders (B) komen. De radiogolven
die het Keyless Operation-systeem
gebruikt, kunnen een negatieve invloed
hebben op implanteerbare pacemakers of
implanteerbare cardioverter defibrillators.
5)Als u gebruik maakt van andere
elektromedische apparaten dan
implanteerbare pacemakers of
implanteerbare cardioverter defibrillators,
neem dan van tevoren contact op met de
producent van het elektromedische
apparaat om te bepalen of de radiogolven
het apparaat negatief kunnen beïnvloeden.
De werking van elektromedische apparaten
zou kunnen worden beïnvloed door
radiogolven.
BELANGRIJK
1)Lege batterijen zijn schadelijk voor het
milieu. Lege batterijen moeten
overeenkomstig de wet in speciale bakken
gedeponeerd worden. Ze kunnen ook
ingeleverd worden bij het Fiat
Servicenetwerk dat voor hun verwerking zal
zorgen.
26
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 31 of 332

Als u het bestuurdersportier opent of de
motorschakelaar weer bedient, wordt
de stroomtoevoer hersteld.
Opmerking Als de stroomtoevoer van
"ACC" automatisch is onderbroken, kan
het stuurwiel niet meer op slot en
kunnen de portieren niet worden
vergrendeld of ontgrendeld met de
Keyless Entry- of Keyless
Operation-sleutel.
Opmerking De functies kunnen als
volgt worden aangepast:
De tijd die verstrijkt voordat wordt
overgegaan tot de automatische
stroomonderbreking, kan worden
verlengd tot ongeveer 60 minuten.
De automatische
stroomonderbreking van "ACC" kan
worden uitgeschakeld. Wendt u voor
nadere informatie tot het Fiat
Servicenetwerk.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus OFF
Als de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, u alle portieren
sluit en vervolgens de portieren tracht te
vergrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken, gaat een
waarschuwingslampje knipperen en
gaat de externe zoemer af, en kunt u
de portieren niet vergrendelen.
Herinneringssysteem
bedieningsmodus "ON"
Als het bestuurdersportier wordt
geopend, terwijl de motor is afgezet en
de bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, gaat de interne
herinneringszoemer van
bedieningsmodus "ON" intermitterend
af om u eraan te herinneren dat de
bedieningsmodus op "OFF" moet
worden gezet.
BELANGRIJK
6)Neem de sleutel tijdens het rijden niet uit
het contactslot. Het stuurwiel gaat dan
namelijk op slot, waardoor u de controle
over het voertuig verliest.
7)Als er geknoeid is aan het contactslot
(bijv. een poging tot diefstal), dan moet
men het laten controleren bij het Fiat
Servicenetwerk alvorens te gaan rijden.
8)Verwijder altijd de sleutel uit het
contactslot als het voertuig wordt verlaten,
om onverhoeds gebruik van de
bedieningselementen te voorkomen.
Vergeet niet de handrem aan te trekken.
Schakel de 1e versnelling in als het voertuig
op een helling omhoog staat geparkeerd
en de achteruitversnelling bij een helling
omlaag. Laat nooit kinderen zonder
toezicht in het voertuig achter.
9)Verwijder de sleutel nooit terwijl het
voertuig rijdt. Het stuurwiel zal blokkeren
zodra eraan gedraaid wordt. Dit geldt ook
voor voertuigen die gesleept worden.
10)Het is ten strengste verboden om
aftermarket-werkzaamheden uit te voeren
waarbij wijzigingen aan de stuurinrichting of
de stuurkolom betrokken zijn (bijv.:
installatie van een diefstalbeveiliging).
Dergelijke handelingen kunnen de
prestaties, de garantie en de veiligheid
negatief beïnvloeden, waardoor het
voertuig niet meer aan de typegoedkeuring
voldoet.
27AHA103505
29
Page 32 of 332

BELANGRIJK
1)Als de motor tijdens het rijden wordt
afgezet, werkt het servomechanisme van
de remmen niet meer en neemt de
remwerking af. Bovendien werkt de
stuurbekrachtiging niet en moet meer
moeite worden gedaan om te sturen.
2)Laat de sleutel niet lange tijd in de stand
"ON" staan, terwijl de motor niet draait,
want daardoor loopt de accu leeg.
3)Draai de sleutel niet naar de stand
"START", terwijl de motor draait. Hierdoor
zou de startmotor kunnen beschadigen.
4)Het indicatielampje (A) fig. 24 knippert
oranje in geval van problemen of storingen
van het Keyless Operation-systeem.
Gebruik het voertuig nooit als het
indicatielampje op de motorschakelaar
oranje knippert. Neem direct contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
5)Gebruik de motorschakelaar niet, als
deze niet soepel werkt en lijkt te blijven
hangen. Neem direct contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
6)Zet de bedieningsmodus op "OFF", als
de motor niet draait. Als de
bedieningsmodus lange tijd op "ON" of
"ACC" staat, terwijl de motor niet draait,
kan de accu leeglopen, waardoor de motor
niet meer kan worden gestart en het
stuurwiel niet meer kan worden vergrendeld
of ontgrendeld.7)Als de accu wordt ontkoppeld, blijft de
huidige bedieningsmodus in het geheugen
opgeslagen. Als de accu weer wordt
aangesloten, wordt automatisch de
opgeslagen bedieningsmodus
geselecteerd. Zorg ervoor dat de
bedieningsmodus op "OFF" staat, voordat
de accu wordt ontkoppeld voor reparatie of
vervanging. Wees voorzichtig als de accu
leeg is en u niet weet in welke
bedieningsmodus het voertuig staat.
8)De bedieningsmodus kan niet van "OFF"
naar "ACC" of "ON" worden veranderd, als
de Keyless Operation-sleutel niet in het
voertuig wordt gedetecteerd. Raadpleeg
"Keyless Operation-systeem:
werkingsbereik voor het starten van de
motor en het wijzigen van de
bedieningsmodus".
9)Als de Keyless Operation-sleutel zich in
het voertuig bevindt, maar de
bedieningsmodus niet verandert, is de
batterij van de Keyless Operation-sleutel
mogelijk leeg.
PORTIEREN
11) 12) 13)
Opmerking Om te voorkomen dat de
sleutel in het voertuig wordt opgesloten,
kan de slotschakelaar op het
bestuurdersportier noch de sleutel
worden gebruikt om het
bestuurdersportier te vergrendelen, als
het portier open is.
Vergrendelen of ontgrendelen met
de sleutel
A — Vergrendelen
B — Ontgrendelen
Opmerking Als de portieren van
voertuigen met centrale
portiervergrendeling met de sleutel
worden vergrendeld of ontgrendeld,
worden alle portieren vergrendeld of
ontgrendeld. Raadpleeg "Centrale
portiervergrendeling".
28AHA105453
30
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 33 of 332

Opmerking Als het voertuig is uitgerust
met het Keyless Operation-systeem,
kan het bestuurdersportier met de
reservesleutel worden vergrendeld of
ontgrendeld. Raadpleeg
"Reservesleutel".
Vergrendelen of ontgrendelen
vanuit het voertuig
A — Vergrendelen
B — Ontgrendelen
Opmerking Het bestuurdersportier kan
worden geopend zonder de
slotschakelaar te gebruiken, door aan
de interne handgreep te trekken. Op
voertuigen met centrale
portiervergrendeling worden alle
portieren tegelijkertijd ontgrendeld.Opmerking Op voertuigen met een
Dead Lock-systeem, kan het portier
niet worden ontgrendeld door de
slotschakelaar naar de kant voor
ontgrendeling te drukken, terwijl het
Dead Lock-systeem is ingeschakeld.
(Raadpleeg "Dead Lock-systeem").
Vergrendelen zonder sleutel
Zet de interne slotschakelaar (1) in de
vergrendelde stand en sluit het portier
(2).
Opmerking Het bestuurdersportier kan
niet met de interne slotschakelaar
worden vergrendeld, terwijl het
bestuurdersportier openstaat.Herinnering contactsleutel
Behalve voor voertuigen uitgerust met
het Keyless Operation-systeem
Als de contactschakelaar uit is gedraaid
en het bestuurdersportier wordt
geopend terwijl de sleutel nog in het
contactslot zit, gaat de
herinneringszoemer van de sleutel
intermitterend af om u eraan te
herinneren dat u de sleutel moet
verwijderen.
Preventiemechanisme "sleutel
vergeten"
Als de sleutel in het contactslot zit of de
bedieningsmodus op een andere
modus dan "OFF" staat, het
bestuurdersportier openstaat en u de
slotschakelaar naar voren duwt, keert
de slotschakelaar automatisch terug
naar de ontgrendelde stand.
Het achterportier openen of sluiten
(anderhalve cabine)
Het achterportier kan worden geopend
of gesloten, terwijl het voorportier
openstaat.
1. Zet het voorportier ver open.
2. Trek aan de handgreep (A) van het
achterportier.
3. Open het achterportier.
4. Als deze portieren worden gesloten,
sluit dan het voorportier pas als het
achterportier is gesloten.
29AHA10546630AHA105479
31
Page 35 of 332

Opmerking Zelfs als het voertuig leidt
onder significante vervorming door een
botsing, etc. kan het, afhankelijk van de
locatie en hoek van de botsing, en van
de vorm en conditie van het andere
voorwerp in de botsing, zijn dat de
portieren niet ontgrendeld worden. De
graad van vervorming of schade aan
het voertuig hoeft niet persé overeen te
komen met het ontgrendelen van de
portieren.
Opmerking Deze functies worden
geactiveerd wanneer het voertuig de
fabriek verlaat. Als u deze functies wilt
activeren of deactiveren, neem dan
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Ontgrendelen met de
contactschakelaar, de
motorschakelaar of de kieshendel
Alle portieren kunnen altijd worden
ontgrendeld op de volgende wijze.
Voertuigen met handgeschakelde
versnellingsbak - Als de
contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "LOCK" wordt
gezet of de werkingsmodus in OFF is
gezet.
Voertuigen met automatische
versnellingsbak - De hendel van de
kiesschakelaar in “P” (PARK) terwijl de
werkingsmodus in ON is gezet. Of de
bedieningsmodus staat in "OFF".
Deze functies worden gedeactiveerd
wanneer het voertuig de fabriek verlaat.Als u deze functies wilt activeren of
deactiveren, neem dan contact op met
het Fiat Servicenetwerk.
DEAD LOCK-SYSTEEM
Het Dead Lock-systeem helpt diefstal
voorkomen. Als het Keyless
Entry-systeem of de Keyless
Operation-functie is gebruikt om alle
portieren te vergrendelen, zorgt het
Dead Lock-systeem ervoor dat het
onmogelijk is om de portieren te
ontgrendelen met de interne
slotschakelaars.
Opmerking Schakel het Dead
Lock-systeem niet in terwijl er iemand in
het voertuig aanwezig is. Als het Dead
Lock-systeem is ingeschakeld, kunnen
de portieren niet worden ontgrendeld
met de interne slotschakelaars. Als u
het Dead Lock-systeem abusievelijk
inschakelt, gebruik dan de
ontgrendelknop op de sleutel of de
Keyless Operation-functie om de
portieren te ontgrendelen.
Instelling van het systeem
1. Draai de contactschakelaar in de
stand "LOCK" en verwijder de sleutel
(voertuigen met het Keyless
Entry-systeem), of zet de
bedieningsmodus op "OFF" (voertuigen
met het Keyless Operation-systeem).
2. Stap uit het voertuig. Sluit alle
portieren.3. Druk op de vergrendelknop (A) op de
sleutel, of de vergrendel-/
ontgrendelknop (C) op het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier om alle portieren te
vergrendelen. De richtingaanwijzers
knipperen één keer.
4. Druk binnen 2 seconden opnieuw op
de knop. De richtingaanwijzers
knipperen drie keer om aan te geven
dat het Dead Lock-systeem is
ingeschakeld.
34AA0111155
35AHA106450
33
Page 36 of 332

Opmerking Als de vergrendelknop (A)
op de sleutel nogmaals wordt
ingedrukt, terwijl het Dead
Lock-systeem is ingeschakeld,
knipperen de richtingaanwijzers drie
keer om te bevestigen dat het Dead
Lock-systeem is ingeschakeld.
Het systeem uitschakelen
Als de volgende handeling is verricht,
worden alle portieren ontgrendeld en
het Dead Lock-systeem uitgeschakeld.
De ontgrendelknop (B) op de sleutel
wordt ingedrukt.
De vergrendel-/ontgrendelknop (C)
van het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier wordt ingedrukt,
terwijl u de Keyless Operation-sleutel bij
u draagt.
Opmerking Als binnen 30 seconden na
de ontgrendeling geen portier wordt
geopend, worden de portieren
automatisch opnieuw vergrendeld en
wordt het Dead Lock-systeem weer
ingeschakeld.
Opmerking Zelfs als het niet mogelijk
is het Keyless Entry-systeem of de
Keyless Operation-functie te gebruiken
om de portieren te ontgrendelen, kan
het bestuurdersportier met de sleutel
worden ontgrendeld. Als de sleutel
wordt gebruikt om het
bestuurdersportier te ontgrendelen,
wordt het Dead Lock-systeem alleen
uitgeschakeld voor het
bestuurdersportier.Als u vervolgens alle andere portieren
wilt ontgrendelen, draai dan de
contactschakelaar naar de stand "ON"
of "ACC" of zet de bedieningsmodus
op "ON" of "ACC".
Opmerking De tijd die verstrijkt tussen
het indrukken van de ontgrendelknop
(B) op de sleutel of de vergrendel-/
ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier en de automatische
vergrendeling, kan worden aangepast.
Neem voor meer informatie contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
Opmerking Het is mogelijk de portieren
te vergrendelen en tegelijkertijd het
Dead Lock-systeem in te schakelen
door maar één keer op de
vergrendelknop (A) op de sleutel, of de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken. Neem
voor meer informatie contact op met
het Fiat Servicenetwerk.
Het systeem testen
Open alle portierruiten en schakel het
Dead Lock-systeem in. (Raadpleeg
"Instelling van het systeem".) Reik na
inschakeling van het Dead
Lock-systeem door de ruiten in het
voertuig en stel vast dat u de portieren
niet kunt ontgrendelen met de
slotschakelaars.Opmerking Neem voor advies over het
inschakelen van het Dead
Lock-systeem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
ACHTERPORTIEREN MET
KINDERSLOT (dubbele
cabine)
A — Vergrendelen
B — Ontgrendelen
Het kinderslot helpt voorkomen dat de
portieren abusievelijk worden geopend,
vooral met kleine kinderen op de
achterbank.
Op ieder portier is een hendel
aangebracht. Als de hendel in de
vergrendelde stand staat, kan het
portier niet met de interne handgreep
worden geopend.
36AHA101862
34
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 38 of 332

3 — Verwijder de draad aan de andere
kant op dezelfde wijze en laat de
achterklep langzaam omlaag.
BELANGRIJK
11)Zorg ervoor dat alle portieren gesloten
zijn: rijden met niet goed gesloten portieren
is gevaarlijk.
12)Laat kinderen NOOIT zonder toezicht
achter in de auto, laat staan dat u de auto
verlaat met ontgrendelde portieren op een
plaats die gemakkelijk toegankelijk is voor
kinderen. Kinderen kunnen zich ernstig of
zelfs dodelijk verwonden. Zorg er ook voor
dat kinderen niet onverstandig handelen
13)Zorg ervoor dat u de portieren niet
vergrendelt als de sleutel zich nog in het
voertuig bevindt.14)Controleer voordat u het achterportier
opent, of de passagier op de voorstoel de
veiligheidsgordel af heeft gedaan. Als u het
achterportier opent, terwijl de voorste
veiligheidsgordel nog niet is afgedaan, kan
de passagier op de voorstoel bekneld
raken door de veiligheidsgordel en ernstig
letsel oplopen.
15)Zorg er bij het sluiten van het
achterportier voor dat u niet met uw
handen of vingers tussen het portier komt.
16)Zorg ervoor dat het achterportier stevig
dicht zit, voordat u wegrijdt. Als een portier
niet goed dicht zit, gaat het
waarschuwingslampje voor een niet goed
gesloten portier branden. Als het
achterportier niet goed dicht zit, kan het
tijdens het rijden opengaan, wat kan leiden
tot ongevallen; passagiers kunnen bijv. uit
het voertuig worden geslingerd.
17)Neem het volgende in acht als u het
achterportier opent of sluit. Niet-
inachtneming kan leiden tot schade aan uw
voertuig. Open of sluit het achterportier en
het voorportier niet tegelijkertijd.
18)Open of sluit het achterportier niet als
het voorportier niet volledig openstaat.
19)Sluit het achterportier niet nadat het
voorportier is gesloten.20)Wanneer de
voertuigsnelheidsgevoelige automatische
portiervergrendeling/botsinggevoelig
ontgrendelmechanisme misschien niet
werkt in de volgende omstandigheden, laat
het voertuig dan onmiddellijk controleren bij
een Fiat Servicenetwerk. 1- Het portier
vergrendelt automatisch wanneer de
voertuigsnelheid ongeveer de 15 km/u
overschrijdt. 2 - Het portier ontgrendelt
automatisch tijdens het rijden. 3 – Zelfs als
de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" staat, gaat het
SRS-waarschuwingslampje niet branden of
blijft branden. 4 – Het SRS-
waarschuwingslampje gaat tijdens het
rijden branden. 5 - Het centrale
portiervergrendelingssysteem is stuk.
21)Als een kind op de achterbank wordt
vervoerd, gebruik dan het kinderslot om te
voorkomen dat een portier abusievelijk
wordt geopend en een ongeval wordt
veroorzaakt.
22)Als bij ingeschakeld kinderslot en de
hiervoor beschreven vergrendelingswijze
de binnenhandgreep van een achterportier
wordt bediend, lukt het niet om het portier
te openen, om het portier te openen moet
de handgreep aan de buitenkant gebruikt
worden. Bij inschakeling van de
noodvergrendeling wordt de knop van de
centrale portiervergrendeling/ontgrendeling
niet buiten werking gesteld.
23)Gebruik dit systeem altijd wanneer er
kinderen worden vervoerd. Controleer na
inschakeling van het kinderslot bij beide
achterportieren of het slot daadwerkelijk is
ingeschakeld door aan de handgreep aan
de binnenzijde van de portieren te trekken.
41AHA112934
36
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 39 of 332

24)Ga tijdens het laden en lossen van
bagage niet achter de uitlaatpijp staan. De
hitte van de uitlaatpijp kan leiden tot
brandwonden.
25)Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen
de achterklep komen.
26)Leg geen gewicht op de achterklep.
27)Zorg ervoor dat de achterklep stevig
dicht zit, voordat u wegrijdt. Als de
achterklep opengaat tijdens het rijden,
kunnen de voorwerpen in de bagageruimte
eruit vallen en op de weg terechtkomen.
28)Als het dead lock systeem is
ingeschakeld, dan is het niet meer mogelijk
om de portieren vanuit het interieur te
openen. Controleer daarom, voordat het
voertuig wordt verlaten, of er niemand
meer aan boord is. Wanneer de batterij van
de afstandsbediening leeg is, kan het
systeem alleen worden uitgeschakeld door
de metalen baard van de sleutel in beide
portiersloten te steken en te draaien, zoals
hiervoor is beschreven: in dit geval blijft het
systeem alleen op de achterdeuren
ingeschakeld.
29)Dit veerbelaste systeem heeft
inschakelingskrachten die ontwikkeld zijn
voor optimaal comfort. Bij een botsing of
een windstoot kunnen de veren loshaken
waardoor de deuren plots kunnen
dichtvallen.
30)Op voertuigen met achterbumper, dient
u de achterklep niet omlaag te laten omdat
de achterklep dan kan beschadigen.
31)Sluit nooit de achterklep als de schakel
of draad niet vastzit.STOELEN
STOELVERSTELLING
Stel de bestuurdersstoel dusdanig af
dat u comfortabel zit, goed bij de
pedalen, het stuurwiel, de schakelaars,
enz. kunt, en altijd goed zicht hebt.
32) 33) 34) 35) 36) 37) 38) 39) 40) 41) 42) 43) 44) 45)
10)
VOORSTOELEN
Handmatig
1 — Voor- of achterwaarts verstellen:
Trek de hendel omhoog, zet de stoel in
de gewenste stand en laat de hendel
weer los.
2 — Rugleuning kantelen: Trek de
hendel omhoog, leun tot de gewenste
stand naar achteren en laat de hendel
weer los.3 — Hoogte van het stoelkussen
verstellen (alleen aan de
bestuurderszijde van de anderhalve en
dubbele cabine): Draai aan de knop en
zet het stoelkussen op de gewenste
hoogte.
Elektrisch (waar aanwezig)
1 — Voor- of achterwaarts verstellen:
Bedien de schakelaar zoals
aangegeven door de pijlen en zet de
stoel in de gewenste stand.
2 — Rugleuning kantelen: Bedien de
schakelaar zoals aangegeven door de
pijlen en zet de rugleuning in de
gewenste stand.
3 — Hoogte van de stoel verstellen:
Bedien de schakelaar zoals
aangegeven door de pijlen en zet de
stoel op de gewenste hoogte. Als de
volledige schakelaar wordt bediend,
beweegt de gehele stoel.
42AHA105626
43AHA105639
37