door FIAT FULLBACK 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2017Pages: 332, PDF Size: 10.46 MB
Page 4 of 332

AANDACHTIG DOORLEZEN
TANKEN
Tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen die aan de Europese norm EN590 voldoet. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de
motor onherstelbaar beschadigen en derhalve de garantie, door de veroorzaakte schade, ongeldig maken.
DE MOTOR STARTEN
Controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in de vrijstand. Trap het koppelingspedaal volledig in, zonder het gaspedaal
te bedienen; draai de contactsleutel naar de stand MAR en wacht tot de controlelampjesendoven; draai de contactsleutel naar de
stand AVV en laat hem los zodra de motor start.
PARKEREN BOVEN BRANDBAAR MATERIAAL
De katalysator ontwikkelt tijdens zijn werking zeer hoge temperaturen. Parkeer het voertuig dus niet boven gras, dennennaalden of ander
ontvlambaar materiaal: brandgevaar.
MILIEUBESCHERMING
Het voertuig is uitgerust met een diagnosesysteem dat continu controles uitvoert op de componenten die verband houden met de
uitlaatgasemissie, om een betere bescherming van het milieu te garanderen.
ELEKTRISCHE ACCESSOIRES
Als na aanschaf van het voertuig besloten mocht worden om elektrische accessoires toe te voegen (met het risico dat de accu langzaam
ontlaadt), neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk. Zij kunnen het totale stroomverbruik berekenen en controleren of de elektrische
installatie van het voertuig geschikt is voor het extra stroomverbruik.
GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
Een correct onderhoud van het voertuig is van essentieel belang om de prestaties en de veiligheid van de het voertuig, zijn milieuvriendelijkheid
en lage bedrijfskosten gedurende langere tijd te garanderen.
Page 5 of 332

GEBRUIK VAN HET INSTRUCTIEBOEK
BEDIENINGSAANWIJZINGEN
Elke keer als er aanwijzingen over de richting van het voertuig worden gegeven (links/rechts of vooruit/achteruit), dan moeten
deze begrepen worden als gezien door een inzittende op de bestuurdersstoel. Speciale uitzonderingsgevallen op deze regel
zullen duidelijk in de tekst zijn aangegeven.
De afbeeldingen in het Instructieboek zijn alleen bedoeld als voorbeeld: dit betekent dat sommige details van de afbeelding niet
overeen kunnen komen met de daadwerkelijke uitrusting van uw voertuig. Bovendien is het Instructieboek geschreven
uitgaande van voertuigen met het stuurwiel aan de linkerkant; het is dus mogelijk dat bij voertuigen met het stuur rechts,
sommige plaatsen of constructie van bedieningselementen niet de exacte afspiegeling is ten opzichte van de afbeelding.
Om het hoofdstuk te vinden met de informatie die u nodig hebt, kunt u de inhoudsopgave achterin dit Instructieboek
raadplegen.
Hoofdstukken kunnen gemakkelijk gevonden worden dankzij de speciale grafische tabbladen, aan de zijkant van elke oneven
pagina. Enkele pagina's verderop vindt u een verklaring om de volgorde van de hoofdstukken en de bijbehorende symbolen op
de tabbladen te leren kennen. Er is in ieder geval een aanwijzing in tekst van het betreffende hoofdstuk aan de zijkant van elke
even pagina.
Afkortingen gebruikt in dit instructieboekje:
LHD— Stuur links
RHD— Stuur rechts
M/T— Handgeschakelde versnellingsbak
A/T— Automatische versnellingsbak
Deze handleiding beschrijft de werking van voertuigen met linkse en rechtse besturing. Afbeeldingen laten de LHD-werking
zien. Afhankelijk van het item, echter, RHD-afbeeldingen kunnen ook worden weergegeven.
Page 6 of 332

WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN
Tijdens het lezen van dit Instructieboek zult u een reeksWAARSCHUWINGENaantreffen om handelswijzen te voorkomen die
tot schade aan uw voertuig zouden kunnen leiden.
Er zijn ookVOORZORGSMAATREGELENdie zorgvuldig moeten worden opgevolgd om onjuist gebruik van de onderdelen
van het voertuig te voorkomen, die zouden kunnen leiden tot ongevallen of letsel.
Daarom moeten alleWAARSCHUWINGENenVOORZORGSMAATREGELENaltijd zorgvuldig in acht genomen worden.
WAARSCHUWINGENenVOORZORGSMAATREGELENworden in de tekst aangegeven met de volgende symbolen:
veiligheid van de inzittenden;
veiligheid van het voertuig;
milieubescherming.
OPMERKING Deze symbolen zijn, indien nodig, naast de titel of aan het einde van elke regel weergegeven en gevolgd door een
getal. Dat getal heeft betrekking op de overeenkomstige waarschuwing aan het einde van het betreffende hoofdstuk.
4
Page 7 of 332

VERANDERINGEN/WIJZIGINGEN AAN HET VOERTUIG
BELANGRIJK
Elke verandering of wijziging aan het voertuig kan ernstige negatieve invloed hebben op de veiligheid en de wegligging ervan,
hetgeen kan leiden tot ongevallen waarbij de inzittenden zelfs dodelijk gewond kunnen raken.
OPTIONELE ACCESSOIRES
Als na aanschaf van het voertuig besloten wordt elektrische accessoires te monteren die constante elektrische voeding nodig
hebben (radio, satellietbewaking diefstalalarm enz.) of accessoires die veel stroom verbruiken, contact opnemen met het Fiat
Servicenetwerk. Het gespecialiseerde personeel kan het totale stroomverbruik beoordelen en controleren of de elektrische
installatie van het voertuig hierop berekend is en of het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.
BELANGRIJK Let op bij het monteren van aanvullende spoilers, lichtmetalen velgen of niet originele wieldeksels: deze kunnen
namelijk de ventilatie van de remmen beperken, wat de remefficiëntie tijdens hard remmen, herhaald remmen en op lange
afdalingen beïnvloedt. Let erop dat de slag van de pedalen nergens door wordt belemmerd (matten, enz.).
INSTALLATIE VAN ELEKTRISCHE / ELEKTRONISCHE SYSTEMEN
Elektrische en elektronische systemen die na aanschaf van de auto door de aftersales-service worden gemonteerd, moeten van
het volgende merkteken zijn voorzien: FCA Italy S.p.A. autoriseert de montage van zend-/ontvangstapparatuur op
voorwaarde dat deze door een gespecialiseerd bedrijf op vakkundige wijze en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant
wordt uitgevoerd.
In geval van montage van systemen waarbij de kenmerken van het voertuig worden gewijzigd, kan het kentekenbewijs door de
bevoegde instanties ingenomen worden. Dit kan ook de ongeldigheid van de garantie met zich meebrengen voor defecten
veroorzaakt door voornoemde wijziging of die direct of indirect hierop terug te voeren zijn.
FCA Italy S.p.A. wijst elke aansprakelijkheid af voor schade die het gevolg is van montage van accessoires die niet door FCA
Italy S.p.A. zijn geleverd of aanbevolen en die niet conform de verschafte aanwijzingen zijn gemonteerd.
RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBIELE TELEFOONS
Radiozendapparatuur (autotelefoons, CB-zenders, radioamateurs e.d.) mag alleen in het voertuig worden gebruikt met een
aparte antenne die aan de buitenkant is gemonteerd. De zend- en ontvangstkwaliteit kan beperkt worden door het
afschermingseffect van de carrosserie. Voor wat betreft het gebruik van mobiele telefoons (GSM, GPRS, UMTS, LTE) met het
officiële EU-keurmerk, wordt verwezen naar de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant van de mobiele telefoon. Het gebruik van
deze apparaten in de auto (zonder buitenantenne) kan storingen in de elektrische systemen van de auto veroorzaken. Dit kan
de veiligheid van het voertuig in gevaar brengen en een potentieel gevaar voor de gezondheid van de passagiers opleveren.
Indien mobiele telefoons/laptops/smartphones/tablets in het voertuig en/of dichtbij de elektronische sleutel gebruikt worden,
dan kunnen de prestaties van het Passive Entry/Keyless Entry-N-Go systeem beperkt worden.
5
Page 8 of 332

INSTALLATIE VAN ACCESSOIRES
Voor het installeren van accessoires, raadpleeg eerst uw bevoegde Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK Uw voertuig is uitgerust met een diagnose-connector om het elektronische regelsysteem te controleren en te
onderhouden. Sluit geen ander apparaat aan dan een diagnose-instrument voor inspecties en onderhoud op deze connector.
Anders kan de batterij leeg gaan, de elektronische apparatuur van het voertuig kan gaan storen, of andere onverwachte
problemen zouden kunnen optreden. Bovendien zijn storingen veroorzaakt door het aansluiten van een ander apparaat dan een
diagnose-instrument misschien niet gedekt door de garantie.
De installatie van accessoires, optionele onderdelen, etc. zou alleen uitgevoerd mogen worden binnen de door de wet in uw
land voorgeschreven beperkingen en in overeenstemming met de richtlijnen en waarschuwingen in de documenten die bij dit
voertuig horen. Uitsluitend accessoires goedgekeurd door FCA Italy S.p.A.mogen in uw auto worden gemonteerd.
Onjuiste installatie van elektrische delen kunnen brand veroorzaken, raadpleeg de hoofdtukken over modificatie/alteratie aan de
elektrische of brandstofsystemen in deze handleiding.
Het gebruik van een mobiele telefoon of een radioset in het voertuig zonder een externe antenne kan storingen aan het
elektrische systeem veroorzaken, hetgeen kan leiden tot onveilige bediening van het voertuig.
Banden en wielen die niet aan de specificaties voldoen, mogen niet gebruikt worden. Raadpleeg het hoofdstuk “Specificaties”
voor informatie over afmetingen van wielen en banden.
Lees altijd de handleidingen van de accessoires, onderdelen of andere wijzigingen door alvorens ze te installeren!
BELANGRIJKE PUNTEN!
Doordat er een groot aantal accessoires en vervangingsonderdelen van verschillende fabrikanten beschikbaar is op de markt, is
het niet mogelijk, niet alleen voor FCA Italy S.p.A. maar ook voor bevoegde Fiat Servicenetwerken, om te controleren of de
bevestiging of installatie van dergelijke onderdelen invloed heeft op de algemene veiligheid van uw voertuig.
Zelfs wanneer dergelijke onderdelen officieel zijn goedgekeurd, bijvoorbeeld door een “general operators permit” (een
beoordeling voor het onderdeel) of door de toepassing van het onderdeel op een officieel goedgekeurde constructiewijze, of
wanneer er een afzonderlijke toestemming wordt verleend voor de bevestiging of installatie van die onderdelen, kan niet alleen
daarvan worden afgeleid of de rijveiligheid van uw voertuig werd beïnvloedt.
Houd er ook rekening mee dat er geen aansprakelijkheid bestaat aan de kant van de beoordelaar of de beambte. Maximale
veiligheid kan alleen worden gegarandeerd wanneer onderdelen zijn aanbevolen, verkocht en geplaatst of geïnstalleerdd door
een bevoegd Fiat Servicenetwerk (vervanging door originele reserveonderdelen van FCA Italy S.p.A.). Dit geldt ook voor
modificaties van voertuigen in naleving met de productiespecificaties. Om veiligheidsredenen moeten geen andere modificaties
worden geprobeerd dan de modificaties volgend op de aanbevelingen van een bevoegd Fiat Servicenetwerk.
6
Page 18 of 332

Vergrendelen
Druk op de vergrendelknop (1). Alle
portieren worden vergrendeld. De
richtingaanwijzers knipperen één keer.
Als de portieren worden vergrendeld
terwijl de schakelaar van de
binnenverlichting in de middelste stand
(●) staat, knippert de binnenverlichting
ook één keer.
Ontgrendelen
Druk op de ontgrendelknop (2). Alle
portieren worden ontgrendeld. Als in dit
geval de schakelaar van de
binnenverlichting ook in de middelste
stand (●) staat, gaat de
binnenverlichting één keer gedurende
ongeveer 15 seconden branden en
knipperen de richtingaanwijzers twee
keer.
Opmerking Voor voertuigen uitgerust
met een spiegelschakelaar, worden de
buitenspiegels automatisch in- of
uitgeklapt als alle portieren met de
knoppen op de sleutel van het Keyless
Entry-systeem worden vergrendeld of
ontgrendeld. Raadpleeg
"Buitenspiegels".
Opmerking Als er binnen ongeveer
30 seconden nadat de ontgrendelknop
(2) is ingedrukt geen portier wordt
geopend, worden de portieren
automatisch opnieuw vergrendeld.De functies kunnen als volgt worden
aangepast:
De tijd vanaf het indrukken van de
ontgrendelknop (2) tot de automatische
vergrendeling kan worden gewijzigd.
De functie voor het bevestigen van
de handeling (knipperen van de
richtingaanwijzers) kan voor alleen het
vergrendelen of alleen het ontgrendelen
worden geactiveerd.
De bevestigingsfunctie (die de
portiervergrendeling of -ontgrendeling
aangeeft met het knipperen van de
richtingaanwijzers) kan worden
uitgeschakeld.
Het aantal keer dat de
richtingaanwijzers knipperen tijdens de
bevestigingsfunctie kan worden
gewijzigd.
Op voertuigen met een Keyless
Operation-systeem kan een
geluidssignaal worden afgegeven als
een sleutelloze handeling wordt verricht.
Neem voor meer informatie contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
Werking van het Dead
Lock-systeem
Op voertuigen met een Dead
Lock-systeem, kan het Dead
Lock-systeem worden geactiveerd door
de vergrendelknop (1) twee keer in te
drukken. Raadpleeg "Dead
Lock-systeem".Werking van de buitenspiegels
(Voertuigen uitgerust met een
spiegelschakelaar)
Inklappen: als de portieren worden
vergrendeld met de vergrendelknop (1),
worden de buitenspiegels automatisch
ingeklapt.
Uitklappen: als de portieren worden
ontgrendeld met de ontgrendelknop (2),
worden de buitenspiegels automatisch
uitgeklapt.
Opmerking De functies kunnen zoals
hieronder aangegeven, worden
gewijzigd. Wendt u tot het Fiat
Servicenetwerk.
Automatisch uitklappen als het
bestuurdersportier wordt gesloten en
de volgende handeling wordt verricht.
Behalve voor voertuigen uitgerust met
het Keyless Operation-systeem: draai
de contactschakelaar naar de stand
"ON" of "ACC". Voertuigen uitgerust
met het Keyless Operation-systeem:
zet de bedieningsmodus op "ON" of
"ACC".
Automatisch inklappen als de
contactschakelaar naar de stand
"LOCK" is gedraaid of als de
bedieningsmodus op "OFF" is gezet en
het bestuurdersportier wordt geopend.
Automatisch uitklappen als het
voertuig een snelheid van 30 km/u
bereikt.
De automatische uitklapfunctie
uitschakelen.
16
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 19 of 332

Opmerking De buitenspiegels kunnen
door de volgende handelingen ingeklapt
of uitgeklapt worden, zelfs bij iedere
bovenstaande wijziging. Na het
indrukken van de
vergrendelingsschakelaar om de
portieren te vergrendelen, als de
vergrendelingsschakelaar twee keer
achtereenvolgens binnen ongeveer
30 seconden wordt ingedrukt, worden
de buitenspiegels ingeklapt. Na het
indrukken van de
ontgrendelingsschakelaar om de
portieren te ontgrendelen, als de
ontgrendelingsschakelaar twee keer
achtereenvolgens binnen ongeveer
30 seconden wordt ingedrukt, worden
de buitenspiegels weer uitgeklapt.
Opmerking Het Keyless Entry-systeem
werkt niet onder de volgende
omstandigheden:
Als de sleutel nog in het contactslot
zit (behalve voor voertuigen met het
Keyless Operation-systeem).
Als de bedieningsmodus niet op
"OFF" staat (voertuigen met het Keyless
Operation-systeem).
Als het portier openstaat.
Opmerking De knop op de sleutel
werkt binnen een afstand van ongeveer
4 m tot het voertuig. Het werkbereik
van de knop op de sleutel kan echter
afwijken als het voertuig zich in de buurt
van een televisiezendmast,
energiecentrale of radiozendstation
bevindt.Opmerking Als een van de volgende
problemen zich voordoet, zou de
batterij leeg kunnen zijn.
De knop op de sleutel wordt op de
juiste afstand tot het voertuig bediend,
maar de portieren worden niet
vergrendeld/ontgrendeld.
Het indicatielampje (3) is uit en gaat
niet aan. Neem voor meer informatie
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Raadpleeg "Procedure voor het
vervangen van de batterijen van de
sleutel", als u de batterij zelf vervangt.
Opmerking Als de sleutel kwijt of
beschadigd is, wendt u dan tot het Fiat
Servicenetwerk voor een vervangende
sleutel.
Opmerking Als u een extra sleutel wilt,
wendt u dan tot het Fiat
Servicenetwerk. De volgende aantallen
sleutels zijn beschikbaar:
Sleutel voor het Keyless
Entry-systeem: max. 4 sleutels
Sleutel voor het Keyless
Operation-systeem: max. 4 sleutels
Procedure voor het vervangen van
de batterij van de sleutel
1)
3)
Zorg ervoor dat u statisch ontladen
bent door een geaard metalen
voorwerp aan te raken, voordat u de
batterij vervangt.
Opmerking Vervangende batterijen zijn
verkrijgbaar bij een elektronicazaak.Indien gewenst, kan de batterij bij een
Fiat Servicepunt worden vervangen.
1. Verwijder de schroef (A) uit de sleutel
(uitsluitend Keyless Entry Key).
2. Houd het Fiat-merk naar u toe
gericht en plaats een in stof gewikkelde
platte schroevendraaier in de uitsparing
in de sleutelhoes en gebruik de
schroevendraaier om de hoes te
openen.
10AHA106809
11AHA109044
17
Page 20 of 332

Opmerking Verricht de procedure met
het Fiat-merk naar u toe gericht. Als het
Fiat-merk niet naar u toe is gericht als u
de sleutelhoes opent, kunnen de
knoppen eruit vallen.
3. Verwijder de oude batterij.
4. Introduceer een nieuwe batterij met
de pluskant (B) omhoog.
Keyless Entry-sleutel
Munttype batterij CR1620Keyless Operation-sleutel
Munttype batterij CR2032
5. Doe de zender stevig dicht.
6. Draai de in stap 1 verwijderde
schroef (A) weer in (uitsluitend Keyless
Entry Key).
7. Controleer of het Keyless
Entry-systeem werkt.
KEYLESS
OPERATION-SYSTEEM
Met het Keyless Operation-systeem
kunt u de portieren vergrendelen en
ontgrendelen, de motor starten en de
bedieningsmodus wijzigen door
eenvoudigweg de Keyless
Operation-sleutel bij u te dragen.
De knoppen op de Keyless
Operation-sleutel kunnen ook worden
gebruikt als de knoppen op de sleutel
voor het Keyless Entry-systeem.
Raadpleeg "De motor starten en
afzetten".Raadpleeg "Keyless Entry-systeem". De
bestuurder zou altijd de Keyless
Operation-sleutel bij zich moeten
hebben. De sleutel is nodig om de
portieren te vergrendelen en
ontgrendelen, de motor te starten en
het voertuig te bedienen, en controleer
dus altijd voordat u het voertuig verlaat
en de portieren vergrendelt of u de
Keyless Operation-sleutel bij u hebt.
4) 5)12AHA109057
13AHA106812
14AHA106825
15AH3100287
16AH3100229
18
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 21 of 332

De werking van het Keyless
Operation-systeem kan beperkt
worden. Wendt u tot het Fiat
Servicenetwerk.
De Keyless Operation-sleutel werkt met
een bijzonder zwakke
elektromagnetische golf. In de volgende
gevallen zou het Keyless
Operation-systeem niet naar behoren
kunnen werken of instabiel kunnen zijn.
In de buurt van apparatuur die sterke
radiogolven uitzendt, zoals een
energiecentrale, een radio-/
televisiezendstation of een vliegveld.
In de buurt van een
communicatieapparaat, zoals een
mobiele telefoon of radiotoestel, of in de
buurt van een elektronisch apparaat,
zoals een pc.
Als de Keyless Operation-sleutel een
metalen voorwerp raakt of erdoor wordt
afgedekt.
Als een Keyless Entry-systeem in de
buurt wordt gebruikt.
Als de batterij van de Keyless
Operation-sleutel op is.
Als de Keyless Operation-sleutel in
een omgeving met sterke radiogolven
of lawaai wordt bewaard. Gebruik in
dergelijke gevallen de reservesleutel.
Raadpleeg "Vergrendelen/ontgrendelen
zonder Keyless Operation-functie".Opmerking Doordat de Keyless
Operation-sleutel constant
communicatiesignalen van de zenders
in het voertuig ontvangt, loopt de
batterij zelfs leeg, als de Keyless
Operation-sleutel niet wordt gebruikt.
De levensduur van de batterij is 1 à
2 jaar, afhankelijk van de
gebruiksomstandigheden. Als de
batterij leeg raakt, vervang hem dan
volgens de beschrijving in deze
handleiding, of laat hem vervangen bij
een Fiat Servicepunt. Raadpleeg
"Procedure voor het vervangen van de
batterij van de sleutel".
Opmerking Doordat de Keyless
Operation-sleutel constant signalen
ontvangt, kan de ontvangst van sterke
radiogolven van invloed zijn op de
levensduur van de batterij. Bewaar de
sleutel niet in de buurt van een tv, pc of
ander elektronisch apparaat.
Werkingsbereik van het Keyless
Operation-systeem
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en binnen het werkingsbereik
van het Keyless Operation-systeem op
de knop voor het vergrendelen/
ontgrendelen van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier drukt, wordt de
ID-code van uw sleutel gecontroleerd.
U kunt alleen de portieren vergrendelen
en ontgrendelen, de motor starten en
de bedieningsmodus wijzigen, als de
ID-code van uw KeylessOperation-sleutel overeenkomt met die
van het voertuig.
Opmerking Als de batterij van de
Keyless Operation-sleutel leeg raakt of
er sprake is van sterke
elektromagnetische golven of lawaai,
kan het werkingsbereik kleiner zijn en
de werking instabiel worden.
Werkingsbereik voor
portiervergrendeling en
-ontgrendeling
Het werkingsbereik is ongeveer 70 cm
vanaf de vergrendel-/ontgrendelknop
van het bestuurdersportier of voorste
passagiersportier.
Opmerking De portieren kunnen alleen
vergrendeld en ontgrendeld worden als
u op een portierknop drukt die de
Keyless Operation-sleutel detecteert.
Opmerking Als u te dichtbij het
voorportier of de ruit van het portier
bent, werkt het systeem mogelijk niet.
Opmerking Als de sleutel zich laag bij
de grond of hoog in de lucht bevindt,
werkt het systeem mogelijk niet, zelfs
niet als de Keyless Operation-sleutel
zich binnen 70 cm van de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier bevindt.
19
Page 22 of 332

Opmerking Als de Keyless
Operation-sleutel zich binnen het
werkingsbereik bevindt, kan zelfs
iemand die de sleutel niet bij zich
draagt, de portieren vergrendelen en
ontgrendelen door op de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier te drukken.
Werkingsbereik voor het starten
van de motor en het wijzigen van de
bedieningsmodus
Het werkingsbereik is het interieur van
het voertuig.
Opmerking Als de Keyless
Operation-sleutel zich in een kleine
houder bevindt, zoals het
dashboardkastje, op het
instrumentenpaneel, het opbergvak in
het portier of de bagageruimte, is het
wellicht niet mogelijk de motor te
starten en de bedieningsmodus te
wijzigen, zelfs niet als de sleutel zich
binnen het werkingsbereik bevindt.
Opmerking Als een Keyless
Operation-sleutel zich te dicht in de
buurt van het portier of de ruit van het
portier bevindt, is het wellicht niet
mogelijk de motor te starten of de
bedieningsmodus te wijzigen, zelfs niet
als de sleutel zich buiten het voertuig
bevindt.De Keyless Operation-functie
gebruiken
De portieren vergrendelen
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en de vergrendel-/
ontgrendelknop (A) van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier binnen het
werkingsbereik indrukt, worden de
portieren vergrendeld.
De richtingaanwijzers knipperen één
keer en er wordt één geluidssignaal
afgegeven.
Raadpleeg ook "Vergrendeling en
ontgrendeling: portieren, centrale
portiervergrendeling".Portieren ontgrendelen
Als u de Keyless Operation-sleutel bij u
draagt en de vergrendel-/
ontgrendelknop (A) van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier binnen het
werkingsbereik indrukt, worden alle
portieren ontgrendeld.
Als in dit geval de schakelaar van de
binnenverlichting ook in de middelste
stand staat, gaat de binnenverlichting
gedurende ongeveer 15 seconden
branden. De richtingaanwijzers
knipperen twee keer en de externe
zoemer gaat twee keer af.
Als binnen 30 seconden nadat de
vergrendel-/ontgrendelknop van het
bestuurdersportier of voorste
passagiersportier is ingedrukt, geen
portieren worden geopend, worden de
portieren automatisch opnieuw
vergrendeld.
Raadpleeg "Vergrendeling en
ontgrendeling: portieren, centrale
portiervergrendeling".
Opmerking Voor voertuigen uitgerust
met een spiegelschakelaar, worden de
buitenspiegels automatisch
in-/uitgeklapt als alle portieren met de
Keyless Operation-functie worden
vergrendeld/ontgrendeld. Raadpleeg
"Buitenspiegels".
17AHA105437
20
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG