airbag FIAT PUNTO 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2012, Model line: PUNTO, Model: FIAT PUNTO 2012Pages: 215, PDF Size: 3.43 MB
Page 109 of 215

105
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
FRONTAIRBAG EN SIDEBAG
AAN PASSAGIERSZIJDE
HANDMATIG UITSCHAKELEN
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Als het absoluut noodzakelijk is een kind
op de passagiersstoel voor te vervoeren,
moeten de frontairbag en de sidebag (voor
bepaalde uitvoeringen/markten) aan pas-
sagierszijde worden uitgeschakeld.
Het waarschuwingslampje
“op het dash-
board blijft continu branden totdat de
frontairbag en de zij-airbag (sidebag) (voor
bepaalde uitvoeringen/markten) aan pas-
sagierszijde opnieuw worden ingeschakeld.
Raadpleeg voor het hand-
matig uitschakelen van de
frontairbag en zij-airbag (sidebag)
(voor bepaalde uitvoeringen/mark -
ten) aan passagierszijde, de paragra-
fen “Digitaal display” en “Multifunc-
tioneel display” in het hoofdstuk
“Dashboard en bediening”.
ATTENTIE!
ZIJ-AIRBAGS
De auto is uitgerust met zij-airbags voor
(sidebags voor) aan bestuurders- en pas-
sagierszijde (voor bepaalde uitvoeringen/
markten) voor bescherming van borst-bek-
ken en headbags voor en achter (wind-
owbags) (voor bepaalde uitvoeringen/
markten).
De zij-airbags (voor bepaalde uitvoerin-
gen/markten) beschermen de inzittenden
bij middelzware en zware zijdelingse aan-
rijdingen, door het opblazen van een lucht-
kussen tussen de inzittende en de interi-
eurdelen aan de zijkant van de auto.
Als de zij-airbags niet worden geactiveerd
bij andere soorten botsingen (frontaal, van
achter, over de kop slaan enz.), betekent
dit niet dat het systeem niet goed functi-
oneert.
Bij een zijdelingse aanrijding zorgt de cen-
trale regeleenheid ervoor, indien nodig,
dat het kussen opblaast. Het kussen blaast
onmiddellijk op, waardoor het lichaam van
de inzittenden wordt opgevangen en de
kans op letsel wordt beperkt. Direct daar-
na loopt het kussen weer leeg.
De zij-airbags (voor bepaalde uitvoerin-
gen/markten) zijn geen vervanging voor de
veiligheidsgordels, maar een aanvulling.
Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bo-
vendien is het dragen van veiligheidsgor-
dels wettelijk verplicht in Europa (en in de
meeste landen daarbuiten).ZIJ-AIRBAGS VOOR
BESCHERMING VAN BORSTKAS/
BEKKEN (SIDEBAGS) fig. 17
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
Deze sidebags zijn kussens die zich snel
opblazen en bevinden zich in de rugleuning
van de voorstoelen, en hebben tot doel de
borstkas en het bekken van de inzittenden
te beschermen bij middelzware en zware
zijdelingse aanrijdingen.
fig. 17F0M0140m
Page 110 of 215

106
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-air-
bags kunnen ook worden geactiveerd bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de
carrosserie, bijvoorbeeld bij zware bot-
singen tegen drempels of stoepranden of
obstakels op het wegdek of als de auto te-
recht komt in grote gaten of verzakkingen
in het wegdek.
BELANGRIJK Als de airbags in werking
treden, ontsnapt een beetje rook. Deze
rook is niet schadelijk en duidt niet op
brand; bovendien kan het oppervlak van
het opgeblazen kussen en het interieur van
de auto bedekt zijn met een laagje poeder:
dit poeder kan de huid en de ogen irrite-
ren. Als u hiermee in aanraking bent ge-
komen, moet u zich met neutrale zeep en
water wassen.
De geldigheidsduur van de pyrotechnische
lading en van het spiraalmechanisme is ver-
meld op het betreffende plaatje in het
dashboardkastje. Laat ze voor het ver-
strijken van deze termijn door het Fiat
Servicenetwerk vervangen.BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een
of meerdere veiligheidssystemen zijn geac-
tiveerd, dient u contact op te nemen met
het Fiat Servicenetwerk om de geactiveer-
de systemen te laten vervangen en de wer-
king van het systeem te laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden, reparaties
en vervanging van de airbag moeten door
het Fiat Servicenetwerk worden uitge-
voerd.
Aan het einde van de lange levensduur van
uw auto, moet u contact opnemen met
het Fiat Servicenetwerk om het systeem
buiten werking te laten stellen. Bovendien
moet bij verkoop van de auto de nieuwe
eigenaar op de hoogte gesteld worden van
het gebruik en de instructies, en moet hij
het instructieboekje ontvangen.
BELANGRIJK Het in werking treden van
de gordelspanners, de frontairbags en de
zij-airbags voor wordt door de elektro-
nische regeleenheid bepaald, afhankelijk
van het type ongeval. Als een van deze on-
derdelen niet wordt geactiveerd, dan hoeft
dit niet op een storing in het systeem te
duiden. HEADBAGS (WINDOWBAGS)
fig. 18
(voor bepaalde uitvoeringen/markten)
De headbag is een “gordijn”-systeem en
bevindt zich aan de rechter- en aan de lin-
kerzijde in de hemelbekleding aan de zij-
kant en is afgedekt met een afwerklijst.
De headbags bieden bescherming aan het
hoofd van de inzittenden voor en achter
tijdens een zijdelingse botsing, dankzij het
grote effectieve oppervlak van de kussens.
BELANGRIJK De inzittende wordt bij een
zijdelingse botsing optimaal door het sys-
teem beschermd als hij/zij in de juiste po-
sitie in de stoel zit. Hierdoor kunnen
de zij-airbags op de juiste wijze worden
opgeblazen.
fig. 18F0M0141m
Page 111 of 215

107
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
Steun niet met het hoofd, de
armen of de ellebogen tegen
het portier, de ruiten of in het gebied
van de headbag (Window Bag) om
verwondingen tijdens het opblazen te
voorkomen.
ATTENTIE!
Steek nooit het hoofd, de
armen of de ellebogen uit
het raam.
ATTENTIE!
ALGEMENE OPMERKINGEN
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden (op het
multifunctionele display verschijnt
ook een bericht – indien aanwezig),
dan is er mogelijk een storing in de
veiligheidssystemen; in dat geval kun-
nen de airbags of gordelspanners niet
geactiveerd worden bij een ongeval
of, in een zeer beperkt aantal geval-
len, niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met het Fiat
Servicenetwerk om het systeem direct
te laten controleren.
ATTENTIE!
Bedek de rugleuning van
de stoelen voor en achter
niet met hoezen of kleden die niet
zijn voorbereid op het gebruik met
sidebags.
ATTENTIE!
Reis niet met voorwerpen op
schoot of voor de borst en
houd vooral geen pijp, potlood enz.
in de mond. Bij een ongeval waarbij
de airbag in werking treedt, kan dit
ernstig letsel veroorzaken.
ATTENTIE!
Als de contactsleutel in stand
MAR staat, kunnen, ook bij
uitgezette motor, de airbags inscha-
kelen als de auto stilstaat en de auto
frontaal wordt aangereden door een
andere auto. Daarom mogen, ook als
de auto stilstaat, absoluut geen kin-
deren op de passagiersstoel voor wor-
den geplaatst. Als de contactsleutel
echter in stand STOP staat, wordt bij
een ongeval geen enkel beveiligings-
systeem (airbag of gordelspanners)
geactiveerd; als een systeem niet in
werking treedt, betekent dit niet dat
het systeem niet goed werkt.
ATTENTIE!
Page 112 of 215

108
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
VEILIGHEID
De stoelen mogen niet met
water worden afgenomen of
met stoom worden gereinigd (met de
hand of in een automatisch wasap-
paraat).
ATTENTIE!
De frontairbag treedt in wer-
king als de botsing zwaarder
is dan een botsing waarbij alleen de
gordelspanners worden geactiveerd.
Bij aanrijdingen die tussen deze twee
drempelwaarden in liggen, treden al-
leen de gordelspanners in werking.
ATTENTIE!
Haak geen harde voorwer-
pen aan de kledinghaakjes
en aan de steunhandgrepen.
ATTENTIE!
De airbag is geen vervanging
voor de veiligheidsgordels,
maar een aanvulling. Omdat de fron-
tairbags niet worden geactiveerd bij
frontale botsingen bij lage snelheid,
bij zijdelingse aanrijdingen en als de
auto van achter wordt aangereden of
over de kop slaat, worden in deze ge-
vallen de inzittenden uitsluitend door
de veiligheidsgordels beschermd. De
gordels moeten dus altijd gedragen
worden.
ATTENTIE!
Als u de contactsleutel in
stand MAR draait, gaat het
lampje
“(met de frontairbag aan
passagierszijde ingeschakeld) enkele
seconden knipperen, om u eraan te
herinneren dat de airbag aan passa-
gierszijde bij een botsing wordt geac-
tiveerd. Hierna moet het lampje
doven.
ATTENTIE!
Rijd altijd met beide handen
op de stuurwielrand, zodat
bij het in werking treden van de air-
bag, het kussen niet wordt gehinderd
door obstakels. Rijd niet met voorover
gebogen lichaam, maar ga goed recht-
op zitten en steun tegen de rugleuning.
ATTENTIE!
Laat bij diefstal of een poging
tot diefstal, bij beschadiging
of als de auto bij een overstroming on-
der water is geweest, het airbagsys-
teem door het Fiat Servicenetwerk
controleren.
ATTENTIE!
Page 125 of 215

121
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
LAMPJES
EN BERICHTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN ........................................... 122
TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU ............................... 122
AANGETROKKEN HANDREM ...................................... 122
STORING AIRBAGSYSTEEM ............................................ 123
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR ............. 123
ACCU WORDT NIET
VOLDOENDE OPGELADEN ........................................... 124
TE LAGE MOTOROLIEDRUK -
OLIEKWALITEIT ONVOLDOENDE .............................. 124
STORING ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” ................... 125
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN .......................... 125
MINIMUM MOTOROLIEPEIL ........................................... 125
STORING EBD ..................................................................... 125
STORING INSPUITSYSTEEM
(Multijet-uitvoeringen) ......................................................... 126
STORING MOTORMANAGEMENTSYSTEEM
(EOBD) (benzine-uitvoeringen) ....................................... 126
AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD ......... 127
STORING ABS ..................................................................... 127
BRANDSTOFRESERVE ....................................................... 127
NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDEL ................ 127
VOORGLOEI-INSTALLATIE ............................................. 128
STORING VOORGLOEI-INSTALLATIE ........................ 128WATER IN BRANDSTOFFILTER .................................... 128
STORING ELEKTRONISCHE
STARTBLOKKERING – FIAT CODE ............................. 129
DEFECTE BUITENVERLICHTING .................................. 129
MISTACHTERLICHTEN ..................................................... 129
ALGEMENE STORINGSMELDING ................................. 129
DPF (Multijet-uitvoeringen) ................................................ 130
STORING ESP ....................................................................... 130
VERSLETEN REMBLOKKEN ............................................. 130
STORING HILL HOLDER ................................................. 130
BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN ................... 131
FOLLOW ME HOME .......................................................... 131
MISTLAMPEN VOOR ......................................................... 131
RICHTINGAANWIJZER LINKS ....................................... 131
RICHTINGAANWIJZER RECHTS ................................... 131
INSCHAKELING ELEKTRISCHE
STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” ................... 131
GROOTLICHT ..................................................................... 131
KANS OP GLADHEID ....................................................... 132
BEPERKTE ACTIERADIUS ................................................ 132
ASR-SYSTEEM ....................................................................... 132
SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN ........................... 132
L L
A A
M M
P P
J J
E E
S S
E E
N N
B B
E E
R R
I I
C C
H H
T T
E E
N N
Page 127 of 215

123
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
LAMPJES
EN BERICHTEN
STORING
AIRBAGSYSTEEM
(rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Als het lampje continu blijft branden, geeft
dit een storing in het airbagsysteem aan.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
¬Als u de contactsleutel in
stand MAR draait en het
lampje
¬gaat niet branden of blijft
branden tijdens het rijden, dan is er
mogelijk een storing in de veilig-
heidssystemen; in dat geval kunnen
de airbags of gordelspanners niet ge-
activeerd worden bij een ongeval of,
in een zeer beperkt aantal gevallen,
niet op de juiste wijze geactiveerd
worden. Voordat u verder rijdt, dient
u contact op te nemen met het Fiat
Servicenetwerk om het systeem direct
te laten controleren.
ATTENTIE!
Een defect lampje ¬(lamp-
je gedoofd) wordt aangege-
ven doordat het lampje voor de
uitgeschakelde frontairbag aan pas-
sagierszijde
“langer dan de nor-
male 4 seconden knippert.
ATTENTIE!
TE HOGE KOELVLOEI -
STOFTEMPERATUUR
(rood)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als de motor te
warm is.
Als het lampje gaat branden, moeten de
volgende maatregelen worden genomen:
❒bij normale rij-omstandigheden:
stop de auto, zet de motor uit en con-
troleer of het niveau van de koelvloei-
stof in het reservoir niet onder het
MIN-merkteken staat. Als dat wel het
geval is, wacht dan enkele minuten zo-
dat de motor kan afkoelen, open ver-
volgens langzaam en voorzichtig de dop,
vul koelvloeistof bij en controleer of de
koelvloeistof tussen het MIN- en MAX-
merkteken op het reservoir staat. Con-
troleer ook of er geen vloeistof weglekt.
Als bij het starten van de motor het
lampje opnieuw gaat branden, wendt
u dan tot het Fiat Servicenetwerk.
ç
Page 131 of 215

127
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
LAMPJES
EN BERICHTEN
ç
BRANDSTOFRESERVE
(geel)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als er nog onge-
veer 7 liter brandstof aanwezig is.
BELANGRIJK Als het waarschuwings-
lampje knippert, dan is er een storing in het
systeem. Wendt u in dit geval tot het Fiat
Servicenetwerk om het systeem te laten
controleren.STORING ABS
(geel)
Als u de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje branden. Na enke-
le seconden moet het lampje doven.
Het lampje gaat branden als het systeem
defect of niet beschikbaar is. In dat geval
blijft het remsysteem normaal werken,
maar zonder de mogelijkheden van het
ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u zo
snel mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
Op enkele uitvoeringen verschijnt de bij-
behorende melding op het display.
>“
AIRBAG
PASSAGIERSZIJDE
UITGESCHAKELD
(geel)
Het lampje
“brandt als de frontairbag
aan passagierszijde is uitgeschakeld.
Als u bij ingeschakelde frontairbag aan pas-
sagierszijde de contactsleutel in stand MAR
draait, gaat het lampje
“ongeveer 4 se-
conden branden en vervolgens 4 seconden
knipperen. Hierna moet het lampje doven.
Het lampje
“geeft boven-
dien eventuele storingen van
het lampje
¬aan. Dit wordt aange-
geven door het langer knipperen van
het lampje
“dan de normale 4 se-
conden. In dat geval kan het lampje
¬geen storingen in de airbag-/gor-
delspannersystemen aangeven. Voor-
dat u verder rijdt, dient u contact op
te nemen met het Fiat Servicenet-
werk om het systeem direct te laten
controleren.
ATTENTIE!
NIET OMGELEGDE
VEILIGHEIDSGORDEL
(rood)
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat
continu branden als bij stilstaande auto de
veiligheidsgordel aan bestuurderszijde niet
goed is omgelegd. Als de auto rijdt en de
veiligheidsgordel van de bestuurdersstoel
is niet goed omgelegd, dan gaat het lampje
knipperen. Het akoestische signaal (zoe-
mer) van het SBR-systeem (Seat Belt
Reminder) kan permanent worden uitge-
schakeld door het Fiat Servicenetwerk.
<
Page 157 of 215

153
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
NOODGE-
VALLEN
ZEKERINGEN
VERVANGEN
ALGEMEEN
Het elektrische systeem wordt door ze-
keringen beveiligd: de zekering brandt
door bij een storing of bij oneigenlijk
gebruik van het systeem.
Als een elektrisch onderdeel niet werkt,
controleer dan eerst of de zekering niet
is doorgebrand: de verbindingsstrip
A-fig. 34mag niet onderbroken zijn. Is dit
wel het geval, dan moet u de zekering ver-
vangen door een exemplaar met dezelf-
de stroomsterkte (zelfde kleur).
Bzekering in goede staat fig. 34
Czekering met doorgebrande strip
fig. 34.
fig. 34F0M0236m
Vervang een zekering nooit
door een zekering met
een hogere stroomsterkte (ampère);
BRANDGEVAAR.
ATTENTIE!
Vervang een defecte zekering
nooit door ander materiaal.
Als een hoofdzekering (ME-
GA-FUSE, MIDI-FUSE, MAXI-
FUSE)doorbrandt, wendt u dan tot
het Fiat Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Als de zekering opnieuw
doorbrandt, wendt u dan tot
het Fiat Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Controleer, voordat u een
zekering vervangt, of de con-
tactsleutel uit het contactslot is ge-
nomen en alle stroomgebruikers uit
staan en/of zijn uitgeschakeld.
ATTENTIE!
Als een zekering van de vei-
ligheidssystemen (airbagsys-
teem, remsysteem), de aandrijving
van de auto (motormanagementsy-
steem, regelsysteem van de versnel-
lingsbak) of de stuurinrichting door-
brandt, wendt u dan tot het Fiat
Servicenetwerk.
ATTENTIE!
Page 212 of 215

208
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Handbediende klimaatregeling ....... 41
Handrem .............................................. 113
Handschoenenvak .............................. 57
Het trekken van aanhangers ............ 116
– installatie trekhaak ....................... 117
Hill Holder systeem ........................... 74
Hoofdsteun........................................... 34
Hydraulic Brake Assist........................ 74
Imperiaal/skidrager............................. 69
In een noodgeval ................................. 133
Installatie trekhaak ............................. 117
Instrumentenpaneel ........................... 13
Intelligent wassen ............................... 49
Interieur ................................................ 184
Interieuruitrusting .............................. 56
Kaarthouder - CD-houder ............ 58
Kentekenverlichting ........................... 151
Kinderen veilig vervoeren ................ 97
Kinderslot (mechanisme) .................. 62
Kinderzitjes (geschiktheid voor het
gebruik) ......................................100-102
– Kinderzitje “Isofix Universeel” .. 101
Knipperen ............................................. 47
Koelvloeistofpeil motor .................... 15Koplampen ........................................... 70
– Afstelling koplampen in het
buitenland ...................................... 71
– afstelling lichtbundel...................... 70
– koplampverstelling ....................... 70
Koppeling ............................................. 190
Krachtbegrenzers ............................... 94
Krik ........................................................ 137
Lak ........................................................ 182
Lamp (vervanging van een lamp)
– algemene aanwijzingen ................ 145
– soorten lampen ............................. 146
Lampjes en berichten ......................... 121
Luchtfilter ............................................. 177
Luchtroosters interieur ..................... 38
Maximumsnelheden .......................... 195
Mechanical Brake Assist..................... 72
Mechanische sleutel ........................... 10
Mistachterlichten
– bedieningsknop ............................. 52
– vervanging lamp ............................ 150
Mistlampen
– bedieningsknop ............................. 53
– vervanging lamp ............................ 149
Motor .................................................... 189
– gegevens specificaties .................. 189 Derde remlicht ................................... 151
Digitaal display ..................................... 16
Dimlichten
– bediening ........................................ 47
– vervanging lamp ............................ 148
Door de gebruiker aangeschafte
accessoires ........................................ 86
Dop brandstoftank ............................. 89
EOBD (systeem) ............................... 76
ESP (systeem) ...................................... 73
Fiat CODE systeem .......................... 6
Fix&Go automatic .............................. 140
Follow me home (systeem) .............. 48
Frontairbags ......................................... 103
Functies display ................................... 24
Gebruik van de handgeschakelde ver-
snellingsbak ........................................ 114
Gegevens voor de identificatie ........ 186
Gewichten ............................................ 197
Gordelspanners .................................. 94
Grootlicht
– bediening ........................................ 47
– knipperen ....................................... 47
– vervanging lamp ............................ 148
Page 214 of 215

210
VEILIGHEID
STARTEN
EN RIJDEN
LAMPJES
EN BERICHTEN
NOODGE -
VALLEN
ONDERHOUD
EN ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
DASHBOARD
EN BEDIENING
Trip computer ..................................... 30
Uitbreiding bagageruimte ................ 66
Vakken bekerhouders ...................... 58
Veiligheid .............................................. 91
Veiligheidsgordels
– algemene waarschuwingen ......... 95
– gebruik ............................................ 92
– krachtbegrenzers .......................... 94
– onderhoud ..................................... 96
Velgen
– verklaring van de codering op
de velg ............................................. 193
Ventilatie interieur ............................. 37
Versnellingsbak
– gebruik van de handgeschakelde
versnellingsbak .............................. 114
Verstelling stoelen .............................. 32
Vervanging wiel ................................... 135
Verwarming en ventilatie .................. 37
Verwarmings-/ventilatiesysteem ...... 37
Verwijdering hoedenplank ................ 67
Vloeistoffen en smeermiddelen ....... 200Vloeistofpeil motorkoelsysteem ..... 175
Vloeistofpeil ruitensproei-
er/achterruitsproeier....................... 176
Voertuig langere tijd stallen ............. 120
Voorbereiding Draagbaar
navigatiesysteem................................ 84
Wielen
– reservewiel .................................... 192
– vervanging ...................................... 135
– wieluitlijning ................................... 192
Wielophanging .................................... 191
Wieluitlijning ........................................ 194
Winterbanden ..................................... 194
Wisserbladen ruitenwissers voor
en achter ............................................ 181
Zekeringen (vervanging) .................. 153
Zij-airbags ............................................. 105
Zitplaatsen
– afstelling .......................................... 32
– inklappen (achterbank) ................ 33
– reiniging .......................................... 184
Zonnekleppen ..................................... 59 Starten van de motor
– noodstart ....................................... 134
– procedure voor benzineversies 110
– procedure voor dieselversies .... 111
– start-/contactslot .......................... 12
– starten met hulpaccu ................... 134
– starten met manoeuvres
bij stilstand ..................................... 134
– uitschakelen van de motor ......... 114
– verwarming van de zojuist
gestarte motor .............................. 114
Stekkerdoos ......................................... 59
Stuurbekrachtiging...........................54-77
Stuurinrichting...................................... 191
Stuurslot ............................................... 12
Stuurwiel (afstelling) ........................... 35
Symbolen .............................................. 6
Tanken ................................................. 88
Technische gegevens .......................... 185
Toerenteller ........................................ 14
Transmissie .......................................... 190
Fiat Group Automobiles S.p.A. - Parts&Services - Technical Services - Service Engineering - Largo Senatore G. Agnelli, 3 - 10040 Volvera - Torino (Italia)
Druknummer 603.99.060NL – 09/2010 – 1 editie