air condition Hyundai Accent 2008 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2008, Model line: Accent, Model: Hyundai Accent 2008Pages: 250, PDF Size: 9.19 MB
Page 197 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
5ALGEMENE CONTROLES
SG020C1-FX Interieur De volgende punten moeten worden gecontroleerd voordat met de wagen wordt gereden:
o Werking van de verlichting
o Werking van de ruitenwissers
o Werking van de claxon
o Werking van de aanjager (enairconditioning, indien gemonteerd)
o Werking en toestand van de stuurinrichting
o Werking en toestand van de spiegels
o Werking van de richtingaanwijzers
o Werking van het gaspedaal
o Werking van de remmen, incl. de handrem
o Werking van de handgeschakelde
versnellingsbak, incl. de koppeling
o Werking van de automatische
transmissie, incl. het parkeer-mechanisme
o Toestand en werking van de
stoelverstelling
SG020A1-FX Motorruimte onderstaande punten moeten
regelmatig worden gecontroleerd:
o Motoroliepeil en conditie
o Transmissie oliepeil en conditie
o Remvloeistofpeil
o Koelvloeistofpeil
o Peil in sproeierreservoir
o Toestand van V-riem
o Toestand van koelvloeistofslangen
o Toestand van luchtfilterelement
o Toestand van uitlaatsysteem
o Vloeistoflekkage
(op of onder componenten)
o Peil en conditie van stuurbekrach- tigingsvloeistof SG020B1-FX Buitenzijde onderstaande punten moeten
maandelijks worden gecontroleerd:
o Carrosserie van de wagen
o Toestand van de velgen en
bevestiging van de wielmoeren
o Toestand van het uitlaatsysteem
o Toestand en werking van de verlichting
o Toestand van de voorruit
o Conditie van de ruitenwissers
o Conditie van de lak en eventuele corrosie
o Vloeistoflekkage
o Toestand van portier en motorkapscharnieren
o Bandenspanning en conditie van de banden (incl. reservewiel)
Page 211 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
19
!
SG120E1-FX Remvloeistof bijvullen
WAARSCHUWING:
Ga voorzichtig te werk met
remvloeistof. Vermijd contact met de ogen aangezien dit ernstige gevolgen kan hebben. Gebruik uitsluitend remvloeistof overeen-komstig de DOT 3 of DOT 4 specificatie uit een gesloten blik. Laat het blik of het reservoir nietlanger dan nodig onafgesloten. Hierdoor wordt voorkomen dat vuil of vocht door de remvloeistofwordt opgenomen, hetgeen een nadelige invloed op de werking heeft.
Als remvloeistof wordt bijgevuld, moet
het vuil rond de dop wordenweggeveegd. Draai de dop los en vulhet reservoir langzaam met remvloeistof. Vul niet te veel bij. Breng de dop hierna weer aan.
!
ONDERHOUD AIRCONDITIONING
SG140C1-FX Controle van de werking van de Airconditioning
1. Start de motor en laat deze enkele minuten versneld stationair draaien met de airconditioning ingesteld op max. koude situatie.
2. Als de uit de dashboardopeningen stromende lucht niet koud is, moet de installatie door de HYUNDAIdealer gecontroleerd worden. SG140D1-FX Smering Voor de smering van de compressor en de afdichtingen in het systeem moet de airconditioning elke weektenminste 10 minuten draaien. Dit is vooral van belang bij koude weersomstandigheden als hetairconditioningsysteem niet wordt gebruikt.
SG140A1-FXCondensor schoonhouden De condensor van de airconditioning en de radiateur moeten regelmatig worden gecontroleerd op vuil, dodeinsecten, bladeren enz. Dit kan de koelcapaciteit nadelig beinvloeden. Verwijder aangekoekt vuil enz. Ga bijhet verwijderen van vuil voorzichtig te werk om schade aan de ventilator te voorkomen.
LET OP:
Als het airconditioning systeem gedurende langere tijd werkt met een te laag koelmiddelniveau, zalbeschadiging van de compressor plaatsvinden.
!
Page 215 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
23
!
ACCU CONTROLEREN
SG210A1-FX
WAARSCHUWING:
Accu's kunnen gevaarlijk zijn! Let bij het omgaan met accu's oponderstaande voorzorgsmaatre- gelen teneinde verwondingen te voorkomen. De vloeistof in de accu bevat een sterk zwavelzuur dat giftig en in hoge mate corrosief is. Let erop dataccuzuur niet met de huid of met de ogen in aanraking komen, handel dan als volgt:
OMC055018
N.B.:
o Als de voedingsverbinding uit de zekeringenkast omhoog wordt getrokken, dan werken de waarschuwingszoemer, de audio- installatie, de klok en deinterieurverlichting niet. De volgende componenten moeten na terugplaatsing wordengereset.
- Digitale klok
- Tripcomputer
- Automatische verwarming en
airconditioning
- Audio-installatie
o Zelfs als de voedingsverbinding omhoog is getrokken, dan kan de accu nog worden ontladen door ingeschakelde koplampenof andere elektrische systemen.
G200C01CM-GXT Voedingsverbinding
G200F01MC
Uw auto is uitgerust met een voedingsverbinding, zodat kan worden voorkomen dat de accu wordt ontladenals de auto gedurende een langere periode wordt geparkeerd. Voer de volgende handelingen uit als de autogedurende een langere periode wordt geparkeerd.
1. Schakel de motor uit.
2. Schakel de buitenverlichting uit.
3. Open het deksel aan de bestuurderszijde en trek devoedingsverbinding omhoog.
4. Plaats de voedingsverbinding terug door de handelingen in omgekeerdevolgorde uit te voeren.
Page 217 of 250

6
EENVOUDIG ONDERHOUD
25
!
G220B01A-AXT Koelventilator controleren De koelventilator moet automatisch in werking treden zodra een bepaalde koelvloeistoftemperatuur wordtbereikt. G220C01TB-GXT Koelventilator van condensor
controleren
Als de airconditioning is ingeschakeld,
wordt de koelventilator automatischingeschakeld door de ECU.
o Als een accu met een kunststofbehuizing wordt opgetild, dan kan een te grote druk leiden tot lekkage van accuzuur. Hierdoor kunnenverwondingen ontstaan. Til een accu met geschikt gereedschap of met de handen op schuintegenover elkaar gelegen hoeken op.
o Laad een accu nooit op als de accukabels nog zijn aangesloten.
o De ontsteking werkt met hoge spanningen. Raak de betreffendecomponenten nooit aan bij een draaiende motor of als hetcontactslot in de stand "ON" staat.
WERKING VAN ELEKTRISCHE KOELVENTILATOR CONTROLEREN
G220A01A-AXT
WAARSCHUWING:
Het in werking treden van de
koelventilator is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, waar-doorde ventilator ook bij uitgeschakelde ontsteking soms kan blijven draaien. Raak de ventilator niet aantot hij volledig tot stilstand is gekomen.
Zodra de koelvloeistoftemperatuur
daalt wordt de ventilatorautomatisch uitgeschakeld.
Page 249 of 250

10
INHOUD
3
L
Luchtfilter vervangen .................................................. 6-13
MMotor ............................................................................ 9-3
Motorkapontgrendeling ................................................ 1-92
Motornummer ................................................................ 8-3
Motorruimte ................................................................... 6-2
Multibox ...................................................................... 1-88
Multischakelaar ........................................................... 1-73
OOliepeil controleren ....................................................... 6-7
Oliepeil in versnellingsbak controleren (handgeschakeld) .................................................... 6-16
Onderhoud airconditioning ........................................... 6-19
Onderhoud onder extreme bedrijfsomstandigheden ...... 5-7
Onderhoud van de carrosserie ...................................... 4-4
Onderhoud van de cassettetapes .............................1-121
Onderhoudsvoorschriften .............................................. 5-2
Ontgrendeling klep voor tankdop ................................1-93
Ontwasemen/ontdooien ............................................. 1-107
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ............. 2-19
H
Handelingen bij een lekke band
.................................... 3-7
Handgeschakelde versnellingsbak ................................ 2-7
Handrem ..................................................................... 1-91
Het gebruik van de ve rlichting .................................... 2-24
Het remsysteem controleren ....................................... 6-18
Het rijden met hoge snelheden ...................................2-24
Het starten van de motor ............................................. 2-5
Hoedenplank ............................................................... 1-97
Hooggeplaatst (derde) remlicht ...................................1-92
IIndicator en waarschuwingslamp ................................1-60
Inrijden van uw nieuwe Hyundai ................................... 1-6
Instrumentenpaneel ..................................................... 1-67
Instrumentenpaneel en controlelampen .......................1-56
Interieurluchtfilter ...................................................... 1-117
Interieurluchtfilter vervangen .......................................6-20
Interieurverlichting ....................................................... 1-86
KKatalysator ................................................................... 7-3
Koelvloeistof controleren en verversen .......................6-11
Koplampafstelling ........................................................ 1-78
Koplampen afstellen ................................................... 6-27
Page 250 of 250

10INHOUD
4
P Parkeerhulp ................................................................. 2-16
Periodiek onderhoud ..................................................... 5-4
Portierruiten ................................................................ 1-15
Portiersloten .................................................................. 1-9
RRegelmatig onderhoud .................................................. 5-3
Reinigen van het interieur ............................................. 4-6
Reservewiel en gereedschap ........................................ 8-7
Reservewiel .................................................................. 3-6
Rijden met aanhanger of slepen ................................. 2-24
Rijden onder winterse omstandigheden .......................2-21
Ruitensproeierreservoir bijvullen ..................................6-15
Ruitenwissers ruitenwisserbladen ...............................6-13
Ruitenwisser-/sproeierschakelaar ................................1-75
SSchakelaar achterruitverwarming ................................1-79
Schakelaar airconditioning . .......................................1-108
Schakelaar mistachterlicht .......................................... 1-80
Schakelaar mistlampen voor ...................................... 1-79
Schuifdak .................................................................... 1-83
Sleutelstanden .............................................................. 2-4
Smeermiddelen ............................................................. 9-4
Startblokkering .............................................................. 1-6
Starten met hulpstartkabels .......................................... 3-3Stereo geluidsinstallatie ............................................ 1-118Stoel ...........................................................................
1-17
Stuurwiel ..................................................................... 1-99
Stuurkolomverstelling ................................................ 1-100
UUitlaatgassen kunnen gevaarlijk zijn! ............................ 2-2
Uitstoot beheerssysteem .............................................. 7-2
V Veiligheidsgordels ....................................................... 1-26
Veiligheidssysteem voor ki nderen .............................. 1-33
Ventilatie ................................................................... 1-107
Vermogen ................................................................... 6-35
Verwarming ............................................................... 1-106
Vloeistofpeil automatische transmissie controleren .... 6-16
Vloeistofpeil stuurbekrachtiging ..................................6-26
Voertuigidentificatienummer (VIN) ................................. 8-2
Voorzorgsmaatregelen bij het onderhoud ...................... 6-6
Vragen? ........................................................................ 4-7
W Waarschuwingsknipperlichtinstalltie ............................1-78
Werking van elektrische koelventilator controleren ..... 6-25
Wiel verwissel en ........................................................... 3-8
Z Zekeringen controleren en vervangen .........................6-21
Zonnekleppen ............................................................. 1-98