Brandstof Hyundai Getz 2007 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2007, Model line: Getz, Model: Hyundai Getz 2007Pages: 217, PDF Size: 7.52 MB
Page 87 of 217

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 77
o De achterklep kan met de sleutel
worden vergrendeld en ontgrendeld.
o De achterklep wordt geopende door de buitenhandgreep op te tillen.
o Laat voor het sluiten de achterklep zakken en druk hem dicht totdathij gesloten is. Trek om tecontroleren of de achterklep goed gesloten is, de klep omhoog zonder gebruik te maken van debuitenhandgreep.
B540A02TB-GXT HAAK AAN RUGLEUNING
HTB279
Aan de rugleuning van de voorste passagiersstoel bevindt zich een haakvoor het ophangen van een boodschappentas en dergelijke.
!
B540A01FC-GXT ACHTERKLEP
HTB067
WAARSCHUWING:
De achterklep moet tijdens het
rijden altijd volledig gesloten zijn. Bij geheel of gedeeltelijk geopendeachterklep kunnen giftige uitlaat- gassen in het interieur komen, hetgeen gevaarlijk voor degezondheid van de inzittende is.
Zie de extra waarschuwingen
betreffende uitlaatgassen opbladzijde 2-2.
Als u toch moet bellen, doe dat
dan niet in de buurt van eenbrandstofpomp.
- Zet de motor uit vóór het tanken. De elektrische onderdelen vande motor kunnen vonken
produceren die brandstofdam- pen kunnen doen ontbranden. Zorg er altijd voor dat de motorUIT is vóór en tijdens het tanken. Controleer na het tanken of de tankdop en het tankdopklepjegoed dicht zijn voordat u de motor start.
- Gebruik geen open vuur bij een tankstation. Gebruik GEEN lucifers of aansteker en ROOKNIET. Laat ook geen brandende sigaret achter in de auto terwijl u gaat tanken. Brandstof is lichtontvlambaar en explosief.
- Als er tijdens het tanken brand
uitbreekt, verlaat dan onmiddellijk de auto en breng de manager van het tankstation,de politie en de brandweer op de hoogte. Volg hun veiligheidsinstructies op.
TB holl-1b.p65 7/9/2007, 11:54 AM
77
Page 91 of 217

BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI 1- 81
!WAARSCHUWING:
Voordat de veiligheidsschakelaar brandstofuitschakeling weer wordt ingeschakeld, moet worden gecon- troleerd of de brandstofleidingengeen lekkage vertonen.
HTB098
HTB148
A Type
B Type
B580A01TB-GXT ZONNEKLEP
HTB304
B560B01O-AXT VEILIGHEIDSSCHAKELAAR BRANDSTOFUITSCHAKELING(Benzinemotor)(Indien gemonteerd)
Deze veiligheidsschakelaar bevindt zich aan bestuurderszijde in de motorruimte. Bij een aanrijding of een sterke schok wordt de brandstoftoevoer door de veiligheidsschakelaar uitgeschakeld.Om de schakelaar weer in te schakelen, moet de bovenzijde van de schakelaar worden ingedrukt,voordat de motor kan worden gestart.
TB holl-1b.p65 7/9/2007, 11:54 AM
81
Page 111 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 3
!
C020A02O-GXT ALVORENS DE MOTOR TE STARTEN Voer alvorens de motor te starten altijd de volgende controles uit:
1. Controleer de wagen op lekke banden, olie- of koelvloeistofle-kkage of andere tekenen vanmogelijke problemen.
2. Controleer of alle ruiten en lampen
schoon zijn.
3. Controleer na het instappen of de
handrem is aangetrokken.
4. Controleer de stand van de achteruitkijkspiegel en de buitens-piegels en controleer of ze schoonzijn.
5. Controleer of de stoel, rugleuning en hoofdsteun in de juiste stand staan.
6. Controleer of alle portieren gesloten zijn.
7. Gesp uw veiligheidsgordel om en controleer of alle inzittenden deveiligheidsgordel hebben omge- gespt.
8. Schakel verlichting en accessoires uit die niet benodigd zijn. C030A02A-GXT START-/CONTACTSLOT MET STUURSLOT De motor starten
o Zet bij de handgeschakelde
versnellingsbak de versnelling- shandel in neutraal en druk hetkoppelingspedaal volledig in.
o Zet bij een automatische
transmissie de keuzehandel in de stand "P" (parkeerstand).
o Draai de contactsleutel in de stand "START" en laat hem los zodra demotor aanslaat. Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
N.B.: Om veiligheidsredenen kan de motor alleen worden gestart als dekeuzehandel in de stand "P" of "N" staat (automatische transmissie).
9. Controleer met de contactsleutel in
de stand "ON" of de betreffende controlelampen branden en of ervoldoende brandstof in de tank aanwezig is.
WAARSCHUWING (ALLEEN DIESELMOTOR):
Om zorg te dragen voor voldoende
vacuum voor de rembekrachtiging bij een koude start, is hetnoodzakelijk de motor na het starten even stationair te laten lopen.
!WAARSCHUWING
Zorg altijd voor degelijk schoeisel
tijdens het rijden met de auto. Het wordt afgeraden schoenen tedragen met hoge hakken of schoenen met een groot loopoppervlak zoals "moon en"snowboots" om te voorkomen dat de pendalen niet goed bediend kunnen worden.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
3
Page 116 of 217

2- 8 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
C070D02O-AXT De juiste rijstijl
o Plaats de versnellingshandel nooit in neutraal bij het bergafwaartsrijden. Dit is bijzonder gevaarlijk. Laat altijd een versnelling inges-chakeld.
o Laat uw voet niet op het rempedaal
rusten. Hierdoor kunnen de remmen te heet worden waardoor zij niet meer optimaal functioneren.Neem bij het bergafwaarts rijden uw voet van het gaspedaal en schakel tijdig een lagere versnellingin. Hierdoor remt de wagen op de motor af en vermindert de rijsnelheid.
o Neem gas terug alvorens een lagere versnelling wordt inges-chakeld. Hierdoor wordt voorkomendat de motor met een te hoog motortoerental draait hetgeen schade tot gevolg kan hebben.
o Neem gas terug bij zijwind.
Hierdoor heeft u meer controle overde wagen.
C070E02A-GXT AANBEVOLEN SCHAKELPUNTEN
Versnelling1-2 2-33-4 4-5
De hierboven aangegeven schakel-
punten worden aanbevolen voor een optimaal brandstofverbruik en vooroptimale prestaties.
LET OP:
Wanneer men terugschakelt van devijfde naar de vierde versnelling, dient men er goed op te letten dat men niet abusievelijk deversnellingshendel zover opzij duwt dat men naar de tweede versnelling schakelt.Zo'n drastische terugschakeling kanervoor zorgen dat het motor-toerental oploopt tot het punt dat de toerenteller de rode zone ingaat. Zo'n hoog toerental kan bescha-diging aan de motor veroorzaken. SC090B1-FX Het gebruik van de koppeling Bij het schakelen moet het koppelingpedaal geheel wordeningedrukt. Laat uw voet tijdens het rijden niet op het koppelingspedaal rusten. Dit heeft onnodige slijtage totgevolg. Laat de koppeling niet slippen. Houd het koppelingspedaal niet gedeeltelijk ingedrukt om de wagenop een helling stil te houden.
!
Aanbevolen
snelheid km/u
20 40 55 75
Dit heeft onnodige slijtage tot gevolg.
Gebruik de handrem om de wagen op een helling te blokkeren.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
8
Page 118 of 217

2- 10 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
SC110E2-FX
o D (Rijstand) Dit is de normale rijstand. Zet de auto
stil alvorens de selectiehendel in stand "D" te zetten. De transmissie schakelt automatisch op de meest gunstige eneconomische momenten de juiste versnelling in. Schakel nooit met de hand terug naar stand "2" of "L" alsde rijsnelheid hoger is dan 95 km/u.
SC110F1-FX
o 2 (Tweede versnelling) Kies deze stand voor het rijden op
een glad wegdek, voor het bergopwaarts rijden of voor hetafremmen op de motor bij het afdalen van hellingen. De transmissie schakelt automatisch tussen de eerste en detweede versnelling.
Dit betekent dat het opschakelen naar
de derde versnelling niet plaats vindt. Zet de keuzehandel weer met de hand in stand "D" zodra deomstandigheden dit toelaten.
SC110C1-FX
o R (Achteruit) Deze stand mag uitsluitend bij geheel
stilstaande wagen worden gekozen.
SC110D1-FX
o N (Neutraalstand) In deze stand vindt geen aandrijving
plaats. De motor kan worden gestart bij deze stand van de keuzehandel.Dit is echter niet raadzaam tenzij de motor afslaat en de wagen nog rijdt.
SC110B1-FX Standen van de keuzehandel:
o P (Parkeerstand): Plaats de keuzehandel in stand "P"
voor het parkeren of het starten van de motor. Bij het parkeren moet bovendien de handrem wordenaangetrokken.
N.B.:
Druk het rempedaal in en druk de ontgrendelingsknop in tijdens het schakelenDruk de ontgrendelingsknopin tijdens het schakelen
De keuzehandel kan zonder het indrukken van de knop worden verplaatst
Druk voor een gunstig brandstof-
verbruik het gaspedaal gelijkmatig in. De automatische transmissie schakelt automatisch de tweede, derde enoverdrive versnelling in.
LET OP:
Plaats de keuzehandel nooit in stand "P" als de wagen nog rijdt. Dit kan ernstige schade tot gevolghebben.!
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
10
Page 120 of 217

2- 12 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
!
o Plaats de keuzehandel niet alleen
in stand "P" om de auto in stilstand te houden, maar trek altijd dehandrem aan.
o Wees uiterst voorzichtig bij het
rijden op een glad wegdek. Wees vooral voorzichtig bij het remmen, het gas geven en het schakelen.Op een glad wegdek en bij een abrupte wijziging van het motortoerental kunnen deaangedreven wielen hun grip verliezen waardoor de wagen in een slip raakt.
o Maak gebruik van de overdrive voor een gunstig brandstofverbruik encomfortabel rijden. Als op de motormoet worden afgeremd moet stand "D" worden gekozen; dit geldt ook als herhaaldelijk tussen de derde ende vierde versnelling wordt geschakeld; bij voorbeeld bij het oprijden van hellingen. Schakel deoverdrive zo snel mogelijk weer in.
WAARSCHUWING:
o Voorkom hoge bochtsnelheden.
o Maak geen snelle stuurwiel- bewegingen, zoals plotseling van rijbaan veranderen of snellescherpe bochten. C090P01A-GXT OVERDRIVE SCHAKELAAR
HTB217
Zodra de overdrive schakelaar wordt bediend schakelt de transmissieautomatisch de tweede, derde en de overdrive versnelling in. Als de over- drive schakelaar wordt uitgeschakeldwordt de overdrive versnelling niet ingeschakeld. Onder normale rij- omstandigheden moet de keuze-handelin stand "D" staan en moet de over- drive schakelaar zijn ingeschakeld. Voor het verplaatsen van dekeuzehandel kan het nodig zijn de ontgrendelingsknop aan de zijkant in te drukken. Voor een snelle acceleratiemoet het gaspedaal geheel worden ingedrukt. Afhankelijk van de rijsnelheid schakelt de transmissie terug naar eenlagere versnelling.
o Draag altijd veiligheidsgordels. Bij een ongeval heeft een inzittende die geen veiligheidsgordel gebruikt duidelijk meer kans op ernstig letsel dan iemand die wel eenveiligheidsgordel gebruikt.
o Als bij hogere snelheden de macht over het stuur verloren gaat, neemt de kans op omkantelen sterk toe.
o De macht over het stuur gaat vaak verloren als twee of meer wielennaast de weg komen en de bestuurder het stuur te ver verdraaitom weer op de weg terug te komen.
o Als de auto naast de weg raakt,
moet niet scherp worden teruggestuurd, maar moet de snelheid worden verminderdvoordat wordt geprobeerd om de auto weer op de weg terug te krijgen.
o Nooit de geldende snelheidslimiet overschrijden.
o Veel gas geven als de auto is vastgereden, bijv. in modder ofsneeuw, etc, kan ernstige schadeaan de eindaandrijving veroorzaken. Laat de auto zo nodig vrij trekken.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
12
Page 125 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 17
SC150A1-FX ECONOMISCH RIJDEN Als u onderstaande richtlijnen opvolgt maakt u het meest economische gebruik van uw wagen mogelijk:
o Rijd gelijkmatig. Vermijd snel accelereren. Geef gelijkmatig gas tot de gewenste snelheid is bereikt en houd deze snelheid zoveel mogelijk constant. Vermijd snelaccelereren tussen verkeerslichten. Pas uw snelheid aan de rest van het verkeer aan zodat u nietonnodig hoeft te schakelen. Vermijd zoveel mogelijk druk verkeer. Houd een veilige afstand tot anderevoertuigen zodat u niet onnodig hoeft te remmen. Hierdoor vermindert u tevens slijtage aanhet remsysteem.
o Vermijd hoge snelheden. Hoe sneller u rijdt, hoe meer brandstof wordt verbruikt. Het rijden met gelijkmatige snelheden, vooral opautosnelwegen, is één van de meest effectieve manieren om het brandstofverbruik te verlagen.
o Laat uw voet niet op het rem-of koppelingpedaal rusten. Hierdoor kan het brandstofverbruik toenemen en neemt de slijtage aan deze componenten ook toe.Bovendien kan het remvoering- materiaal te heet worden waardoor de remmen niet meer optimaalfunctioneren.
o Houd de bandenspanning op de voorgeschreven waarde. Een te hoge of een te lage bandenspan- ning heeft onnodige bandenslijtagetot gevolg.Controleer de bandenspanningtenminste éénmaal per maand.
o De wielen moeten goed zijn uitgelijnd. Het raken van stoepranden of het te snel rijden over een ongelijkmatig wegdek kan tot gevolg hebben datde wielen niet meer correct zijn uitgelijnd. Dit kan o.a. een snellere bandenslijtage tot gevolg hebbenevenals een hoger brandstof- verbruik.
o Houd uw wagen in een goede conditie. Onderhoud uw wagen
voor een gunstig brandstofverbruik en lagere onderhoudskosten; zie het onderhoudsoverzicht in hoofdstuk 5. Als uw wagen in zware omstandigheden wordt gebruikt, dan is frequenter onderhoud vereist(zie hoofdstuk 5 voor bijzonder- heden).
o Houd uw wagen schoon. Voor een maximale levensduur moet uw Hyundai schoon worden gehoudenen vrij van corrosieve elementen. Laat geen modder, vuil, ijs etc. aankoeken op de onderzijde vande wagen. Dit extra gewicht kan een verhoogd brandstofverbruik en tevens corrosie tot gevolg hebben.
o Vervoer geen onnodige bagage. Extra gewicht heeft een hogerbrandstofverbruik tot gevolg.
o Laat de motor niet langer stationair draaien dan nodig is. Zet de motorbij langere wachtperiodes af.
o Het is niet nodig de motor langdurig
warm te laten draaien. Zodra demotor gelijkmatig draait kunt u wegrijden. Bij zeer koud weer is het aan te bevelen de motor eeniets langere periode te laten warm draaien.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
17
Page 126 of 217

2- 18 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
SC170A1-FX RIJDEN ONDER WINTERSE OM-
STANDIGHEDEN
Strenge, winterse omstandigheden
hebben een grotere slijtage en andereproblemen tot gevolg. Volg de onderstaande richtlijnen op om dewinter probleemloos door te komen.
SC170B1-FX Rijden in sneeuw of op ijs Voor het rijden in diepe sneeuw kan
het nodig zijn sneeuwbanden of sneeuwkettingen te gebruiken. Alssneeuwbanden nodig zijn moet worden gekozen voor dezelfde maat en type als de originele fabrieks-banden. Als dit advies niet wordt opgevolgd kan dat een nadelige invloed op de veiligheid en hetrijgedrag tot gevolg hebben. Hoge snelheden, snel accelereren, krachtig afremmen en scherpe bochtenmoeten worden vermeden. Maak tijdens het afremmen zoveel mogelijk gebruik van het remvermogen van demotor. Remmen op sneeuw of ijs heeft tot gevolg dat uw wagen in een SC170C1-FX Koelvloeistof Het koelsysteem van uw Hyundai is gevuld met ethyleenglycol. Gebruik geen andere koelvloeistof aangezien ethyleenglycol corrosie van hetkoelsysteem tegengaat, uw water- pomp smeert en bevriezing voorkomt. Het systeem moet worden bijgevuldovereenkomstig het onderhoud- soverzicht in hoofdstuk 5. Laat voor de winter de koelvloeistof controlerenm.b.t. het vriespunt.
slip raakt. Houd voldoende afstand ten opzichte van uw voorliggers. Druk het rempedaal gelijkmatig in. N.B.: Sneeuwkettingen zijn niet altijd wettelijk toegestaan. Raadpleeg de geldende wettelijke bepalingen voor het monteren vansneeuwkettingen.
SC160A1-FX BOCHTEN Vermijd remmen of schakelen in
bochten, vooral op natte wegen. Dit voorkomt overmatige bandenslijtage.
o Rijd niet met een te laag of een te
hoog motortoerental. Rijdt u telangzaam in een hoge versnelling,dan heeft dit tot gevolg dat de motor te zwaar wordt belast. Schakel tijdig een lagere versnellingin. Vermijd een te hoog toerental door de aanbevolen schakels- nelheden aan te houden.
o Gebruik de airconditioning niet
onnodig. De airconditioning wordtbediend door de motor waardoor bij gebruik van de airconditioning het brandstofverbruik toeneemt.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
18
Page 128 of 217

2- 20 HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
SC170J1-FX Voorkom opeenhoping van
sneeuw en ijs aan de onderzijde van de wagen.
Onder sommige weersomstandig-
heden kunnen sneeuw-en ijsklompen onder de spatschermen de besturing bemoeilijken. Controleer bij strenge winterse omstandigheden regelmatigde onderzijde van uw wagen of de voorwielen vrij kunnen bewegen en de componenten van de stuurin-richting niet worden geblokkeerd.
SC170K1-FX Nooduitrusting Zorg, afhankelijk van de weersoms-
tandigheden, voor een geschikte nooduitrusting.
Dit zijn o.a. sneeuwkettingen, een
sleepkabel zaklantaarn, zand, een schep, hulpstartkabels, een ijskrabber, handschoenen, een deken etc. SC180A1-FX HET RIJDEN MET HOGE SNELHEDENControles voor het begin van de rit
1. Banden: Houd de bandenspanning voor het rijden met hoge snelheden aan. Een te lage bandenspanning heeftoververhitting en mogelijke defecten tot gevolg. N.B.: De voorgeschreven bandensp- anning mag niet worden over-schreden.
2. Brandstof, koelvloeistof en motorolie.:
Bij het rijden met hoge snelheden wordt 1.5 maal zoveel brandstof verbruikt. Vergeet niet het koelvloeistof-en het motoroliepeil te controleren.
3. V-riem: Een niet goed afgestelde of een beschadigde V-riem kan oververhitting van de motor tot gevolg hebben.
SC170I1-FX Voorkom bevriezing van de
handrem
Onder sommige omstandigheden kan
een aangetrokken handrem bevrie-zen. Bijvoorbeeld bij een opeenhoping van sneeuw of ijs rond of bij deachterremmen of als de remmen nat zijn. Als de kans op bevriezing bestaat, trek de handrem dan tijdelijkaan, zet de versnellingshandel in de eerste of achteruit versnelling of de keuzehandel in stand "P". Blokkeerde achterwielen zodat de wagen niet weg kan rollen. Zet hierna de handrem vrij.
TB holl-2.p65 7/9/2007, 11:55 AM
20
Page 131 of 217

HET RIJDEN MET UW HYUNDAI 2- 23
!
Max.
aanhangergewicht
5. Maximum toelaatbare overbouw
van trekhaak : 690mm. kg
LET OP:
De volgende specificaties worden aanbevolen bij het rijden met aanhanger. Het gewicht van debeladen aanhanger mag de onderstaande waarde om veilig- heidsredenen niet overschrijden.
! Trekstand
44
Omgeremd Aanhangwagen
700
1.000
1.100 1.100 900
1.100
450
Handges-
chakelde
versnell-ingsbak
Automatische transmissie
1,1L 1,4L1,6L
Diesel
1,4L1,6L
Ger- emd
WAARSCHUWING:
Het onjuist beladen van de
aanhanger en de wagen kan het rijgedrag en het remvermogennadelig beïnvloeden. Hierdoor kunnen ongevallen ontstaan die tot ernstige verwondingen kunnenleiden. C190F02A-GXT Tips voor het rijden met aanhanger of het slepen van eenauto
1. Controleer vóór het wegrijden de
trekhaak, de veiligheidskabel en de werking van de normale verlichting, de remlichten en de richtingaanwijzers van deaanhanger.
2. Rijd met aangepaste snelheid
(maximaal 80 km/h).
3. Rijden met een aanhanger kost
meer brandstof dan rijden zonderaanhanger.
4. Om gebruik te kunnen maken van het remmend vermogen van de motor en om te zorgen dat de accu goed geladen blijft, mag erniet gereden worden in de vijfde versnelling (handgeschakelde versnelling-sbak) of in overdrive(automatische transmissie).
5. Zorg ervoor dat de belading van
de aanhanger goed vast zit omschuiven van de belading tijdens het rijden te voorkomen.
6. Controleer de bandenspanning van de wagen en de aanhanger. Te lage bandenspanning kan hetrijgedrag nadelig beïnvloeden.
HTB312
Bevestigingspunt
TB holl-2.p65
7/9/2007, 11:55 AM
23