aeb Hyundai Ioniq Hybrid 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2017, Model line: Ioniq Hybrid, Model: Hyundai Ioniq Hybrid 2017Pages: 564, PDF Size: 47.22 MB
Page 403 of 564

5-84
Rijden met uw auto
Het gaspedaal wordt langer daneen minuut onafgebroken ingetrapt.
Er was een storing in het SCC- systeem.
De prestaties van de motor zijn abnormaal.
Het AEB is geactiveerd.
Door deze handelingen wordt de
werking van de Smart Cruise
Control onderbroken. De ingesteldesnelheid en de afstand tot de
voorligger op het LCD-display
doven.
Wanneer de Smart Cruise Control
automatisch wordt uitgeschakeld,
wordt de Smart Cruise Control niet
hervat, ook al wordt de
selectieschakelaar naar RES+ of
SET- bewogen. Informatie
Als de Smart Cruise Control om andere
dan de hierboven genoemde redenen
wordt uitgeschakeld, adviseren wij u
om het systeem te laten nakijken door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Smart Cruise Control cancelled
(SCC geannuleerd)
Als het systeem wordt uitgeschakeld,
klinkt de waarschuwingszoemer en
wordt er gedurende enkeleseconden een melding
weergegeven.
Pas actief de rijsnelheid aan door het gaspedaal of rempedaal in te
trappen overeenkomstig de weg- en
rijomstandigheden.
Houd altijd de wegomstandigheden
in de gaten. Vertrouw niet uitsluitend
op de waarschuwingszoemer.
Hervatten van de ingestelde snelheid van de Smart Cruise
Control
De rijsnelheid wordt automatisch
hervat wanneer de
selectieschakelaar omhoog (RES+)
of omlaag (SET-) wordt bewogen. Ditkan alleen als de ingestelde
rijsnelheid niet onderbroken is met
de selectieschakelaar en het
systeem nog steeds in werking is.
Wanneer u de selectieschakelaar
omhoog beweegt (RES+), wordt de
eerder ingestelde snelheid hervat.
Als de rijsnelheid echter zakt tot 10 -
30 km/h, wordt hij echter hervat als
er een voorligger aanwezig is.
Informatie
Let altijd op de wegomstandigheden
wanneer u de selectieschakelaar
omhoog (RES+) beweegt om de
snelheid te hervatten.
i
i
OAE056165L
Page 509 of 564

7-48
Onderhoud
Zekeringkast dashboard
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
Module 5MODULE510A
Elektrochromatische binnenspiegel, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem,
IMS-module bestuurder, controlelampje selectiehendel automatische transmissie,
module klimaatregeling, module stoelverwarming achter, consoleschakelaar
links/rechts, servo koplamphoogteregeling links/rechts, VESS-unit,
module stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
Module 4MODULE410ALane Departure Warning-unit, stuurkussenschakelaar, AEB-unit, Blind Spot Detection Radar links/rechts
Interieurverlichting10AVerlichting make-upspiegel links/rechts, interieurverlichting, verlichting dakconsole,
verlichting contactslot en waarschuwingsschakelaar portier, bagageruimteverlichting
Airbag15AAirbagmodule
Ontsteking 1IG125APCB-blok
InstrumentenpaneelCLUSTER10AInstrumentenpaneel
Module 3MODULE310ABCM, selectiehendel DCT, remlichtschakelaar, module bestuurdersportier,
module passagiersportier
Memory 2MEMORY
27,5AActive Air Flap links/rechts
Module 8MODULE 810AActive Air Flap links/rechts, elektrische waterpomp (HEV), VPD-sensor,
BMS-module, verbindingsblok motorruimte
Controlelampje
airbagIND7,5AModule klimaatregeling, instrumentenpaneel
Start7,5ARelais alarmsysteem, transmissiestandschakelaar
Page 558 of 564

I-3
Autonomous emergency braking (AEB) ......................5-48
AEB-radarsensor vóór ...............................................5-53
AEB-waarschuwingsmelding en systeemregeling ....5-50
Beperkingen van het systeem ....................................5-56
Storing in het systeem................................................5-54
Systeeminstelling en -activering ................................5-48
Banden en velgen ..................................................7-31, 8-4 Aanbevolen bandenspanning bij koude banden ........7-32
Aandacht voor de banden ..........................................7-31
Banden met een kleine hoogte-/breedteverhouding ..7-41
Banden vervangen .....................................................7-35
Bandenspanning controleren .....................................7-33
Wielen uitlijnen en balanceren ..................................7-35
Wielen verwisselen ....................................................7-34
Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) ..................6-10
Bandenspanningscontrolesysteem .............................6-11
Controleer bandenspanning .......................................6-10
Controlelampje storing TPMS
(bandenspanningscontrolesysteem) ...........................6-13
Een wiel verwisselen met TPMS...............................6-14
Waarschuwingslampje lage bandenspanning ............6-12
Waarschuwingslampje positie lage
bandenspanning en bandenspanning..........................6-12
Bandenspanningslabel ....................................................8-9 Belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen ...............2-2
Afleiding van de bestuurder ........................................2-2
Doe uw veiligheidsgordel altijd om ............................2-2
Gebruik voor alle kinderen de juiste
veiligheidssystemen .....................................................2-2
Gevaren airbag .............................................................2-2
Houd uw auto in een veilige conditie ..........................2-3
Pas uw snelheid aan .....................................................2-3
Belastingsindex en snelheidsindex banden ....................8-5
Blind spot detection-systeem (BSD) ............................5-39 Beperkingen van het system ......................................5-46
BSD (Blind Spot Detection)/
LCA (Lane Change Assist) .......................................5-40
RCTA (Rear Cross Traffic Alert) ...............................5-44
Conformiteitsverklaring................................................4-52 CE (Europa) ...............................................................4-52
NCC (Taiwan) ............................................................4-53
Conformiteitsverklaring................................................8-10
Contactslot ......................................................................5-5 Contactslot ...................................................................5-6
Startknop ......................................................................5-9
Cruise control ...............................................................5-71
Werking cruise control...............................................5-71
I
Index
B
C