dashboard Hyundai Ioniq Hybrid 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2017, Model line: Ioniq Hybrid, Model: Hyundai Ioniq Hybrid 2017Pages: 564, PDF Size: 47.22 MB
Page 257 of 564

3-151
Handige voorzieningen in uw auto
3
Dashboardkastje
Openen:
Trek aan de hendel (1).
Opbergvak voor zonnebril
(indien van toepassing)
Openen :
Druk op het deksel om het
opbergvak langzaam te openen.
Plaats uw zonnebril met de glazen
naar boven gericht in het opbergvak. Sluiten :
Duw het opbergvak weer dicht.
Controleer of het opbergvak voor de
zonnebril goed dicht zit alvorens te
gaan rijden.
Sluit ALTIJD het
dashboardkastje na gebruik.
Als bij een ongeval de klep van
het dashboardkastje is
geopend, kan deze ernstig
letsel bij de voorpassagier
veroorzaken, ook al draagt hij
zijn veiligheidsgordel.
WAARSCHUWING
OAD045413
OAE046421
Bewaar geen andere
voorwerpen dan een zonnebril
in het opbergvak. Andere
voorwerpen kunnen bij eenaanrijding of een noodstop uit
het opbergvak worden
geslingerd, waardoor deinzittenden letsel kunnenoplopen.
Open het opbergvak voor de zonnebril niet als de auto rijdt.
Het openen van het opbergvak
kan het zicht naar achteren in
de binnenspiegelbelemmeren.
Druk de bril niet in het
opbergvak als deze er niet
goed in past. U kunt gewond
raken als u het opbergvak
probeert te openen terwijl debril in de houder zit
vastgeklemd.
WAARSCHUWING
Page 322 of 564

5-3
Rijden met uw auto
5
Koolmonoxidegas (CO) is giftig. Het inademen van CO kan bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.
Uitlaatgassen bevatten onder andere het reukloze en kleurloze gas koolmonoxide.
Adem de uitlaatgassen van de motor niet in.
Draai onmiddellijk de ruiten open als u in de auto uitlaatgas ruikt. Blootstelling aan CO kan bewusteloosheid en de
verstikkingsdood tot gevolg hebben.
Controleer of het uitlaatsysteem niet lekt.
Het uitlaatsysteem moet elke keer dat de auto op de brug staat voor olie verversen of voor andere reparaties worden
gecontroleerd. We adviseren u het uitlaatsysteem zo snel mogelijk te laten controleren door een officiële HYUNDAI-dealer als
u merkt dat het geluid van de uitlaat verandert of als u over iets heen gereden bent dat de onderzijde van de auto heeft geraakt.
Laat de motor niet draaien in een afgesloten ruimte.
Het is gevaarlijk de motor van uw auto in de garage te laten draaien, ook al staat de garagedeur open. Start de auto en rijd dir ect
met de auto naar buiten.
Voorkom langdurig stationair draaien als er mensen in de auto zitten.
Als het noodzakelijk is de auto gedurende langere tijd stationair te laten draaien terwijl er mensen in de auto aanwezig zijn, doe
dat dan alleen in een open ruimte, zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT en schakel een van de hogere ventilatorsnelheden in
zodat er frisse lucht naar het interieur wordt toegevoerd.
Houd de luchtinlaten schoon.
Voor een goede werking van het ventilatiesysteem is het noodzakelijk dat de luchtinlaten onder de voorruit vrij blijven van
sneeuw, ijs, bladeren en andere belemmeringen.
Wanneer het noodzakelijk is dat u met een geopende achterklep rijdt:
Sluit alle ruiten.Open de uitstroomopeningen in het dashboard.
Zet de luchttoevoer op BUITENLUCHT, kies voor de luchtregeling VERWARMEN of VENTILEREN en zet de aanjager in een
van de hogere standen.
WAARSCHUWING
Page 380 of 564

5-61
Rijden met uw auto
5
Het Lane Keeping Assist System
signaleert rijstrookmarkeringen op
de weg en assisteert de bestuurder
bij het besturen van de auto om de
auto in de juiste rijstrook te houden.
Als het systeem signaleert dat de
auto zijn rijstrook dreigt te verlaten,
wordt de bestuurder zichtbaar en
hoorbaar gewaarschuwd, terwijl
tegelijkertijd een lichte
tegenstuurkracht wordt uitgeoefend,
om te proberen te voorkomen dat de
auto buiten de rijstrook terechtkomt.
LLAA NN EE KK EEEEPP IINN GG AA SSSSIISS TT --SS YY SSTT EEEEMM (( LL KK AA SS)) (( IINN DDIIEE NN VV AA NN TT OO EEPP AA SSSSIINN GG))
OAE056048 Het Lane Keeping Assist-
systeem is geen vervanging
voor een veilig rijgedrag, maar
dient slechts als hulpmiddel.
Het is de verantwoordelijkheid
van de bestuurder om altijd de
omgeving in de gaten te houdenen het stuurwiel te bedienen.
WAARSCHUWING
Neem bij het gebruik van het
Lane Keeping Assist-systeem
(LKAS) altijd de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht:
Het stuurwiel wordt niet
continu bediend; als derijsnelheid te hoog is wanneer
u van rijstrook wisselt, wordt
de auto mogelijk niet door hetsysteem bediend.
Bedien het stuurwiel niet plotseling wanneer dit door het
systeem wordt bediend.
Het LKAS voorkomt dat de
bestuurder onbedoeld de
rijstrook verlaat door de
besturing te ondersteunen.
(Vervolg)
(Vervolg)De bestuurder dient echter niet
volledig op het systeem te
vertrouwen, maar altijd zelf
controle te houden over het
stuurwiel om op de rijstrook te
blijven.
Let altijd op de wegomstandigheden en de
omgeving en wees voorzichtig
wanneer het systeem wordt
uitgeschakeld, niet werkt of
een storing vertoont.
Het systeem signaleert
rijstrookmarkeringen via eencamera en bedient het
stuurwiel. Als de
rijstrookmarkeringen moeilijk
te signaleren zijn, werkt het
systeem daardoor mogelijkniet goed.
Raadpleeg "Beperkingen van het systeem".
Probeer de LKAS-camera niet te repareren en verwijder de
onderdelen ervan niet.
Plaats tijdens het rijden geen
voorwerpen op het dashboard
die licht reflecteren.
(Vervolg)
WAARSCHUWING
Page 381 of 564

5-62
Rijden met uw auto
Werking LKAS
Activeren van het LKAS:
Druk op de toets LKAS op het
dashboard, links van de bestuurder,terwijl het contact in stand ON staat.Het controlelampje in het
instrumentenpaneel zal in eerste
instantie wit branden. Dit geeft aan
dat het LKAS in de status READY
(gereed) en NOT ENABLED (niet
ingeschakeld) staat.
(Vervolg)
Bevestig geen accessoires
nabij de binnenspiegel.
Breng geen gekleurde coating
aan op de voorruit.
De werking van het LKAS kan
worden beïnvloed door
verschillende factoren,
inclusief omgevingsfactoren,
die ervoor zorgen dat de
camera de rijstroken voor u
mogelijk niet goed signaleert.
Het is de verantwoordelijkheid
van de bestuurder om altijdop de weg te letten en de auto
te allen tijde op de rijstrook tehouden.
Houd het stuurwiel altijd vast wanneer het LKAS is
ingeschakeld. Als u blijftrijden terwijl u het stuurwiel
niet vasthoudt nadat de
waarschuwing "Keep handson steering wheel" (houd uwhanden aan het stuurwiel) is
gegeven, stopt het systeem
met de bediening van hetstuurwiel.
Wees altijd voorzichtig wanneer u het systeem
gebruikt.
■
Type A
OAE056049L■Type B
OAE056050L
Page 463 of 564

Accu (12 V) ...........................................................7-27Voor een optimale werking van de accu...................7-28
Accucapaciteitsticker ....................................................7-28
Accu opladen ....................................................................7-29
Te resetten onderdelen .................................................7-30
Banden en velgen ................................................7-31 Aandacht voor de banden ............................................7-31
Aanbevolen bandenspanning bij koude banden .....7-32
Bandenspanning controleren .......................................7-33
Wielen verwisselen .........................................................7-34
Wielen uitlijnen en balanceren ....................................7-35
Banden vervangen ..........................................................7-35
Banden met een kleine hoogte-/
breedteverhouding ..........................................................7-41
Zekeringen ............................................................7-42 Vervangen zekering dashboard ...................................7-43
Vervangen zekering motorruimte ...............................7-44
Beschrijving zekering-/relaiskast...............................7-47 Lampen ..................................................................7-57
Vervangen van koplamp, parkeerlicht,
lamp richtingaanwijzer...................................................7-58Afstellen van koplamp (Europa) ..................................7-62
Dagrijverlichting ..............................................................7-66
Vervangen van lamp richtingaanwijzer opzij ...........7-66
Vervangen van lamp achterlicht ..................................7-67
Mistachterlicht .................................................................7-72
Derde remlicht..................................................................7-72
Vervangen van lamp kentekenplaatverlichting ........7-72
Vervangen van lamp interieurverlichting ..................7-72
Verzorging van uw auto......................................7-74 Verzorging exterieur ......................................................7-74
Verzorging interieur .......................................................7-79
Emissieregelsysteem............................................7-81 1. Carterventilatiesysteem ............................................7-81
2. Brandstofdampafzuigsysteem.................................7-81
3. Emissieregelsysteem ..................................................7-82
Page 483 of 564

7-22
OnderhoudI
I NN TTEERR IIEE UU RRFFIILL TT EERR
Filter controleren
Het interieurfilter moet worden
vervangen overeenkomstig het
onderhoudsschema. Als er veelvuldig
met de auto gereden wordt in druk
stadsverkeer of een stoffige omgeving,
moet het filter vaker worden
gecontroleerd en indien nodig worden
vervangen. Reinig het interieurfilter
volgens onderstaande procedure en leterop geen andere onderdelen tebeschadigen.
1. Verwijder de steun (1). 2. V erwijder bij een geopend
dashboardkastje de nokken aanbeide zijden.
OAE076013OAE076014
Page 504 of 564

7-43
7
Onderhoud
Vervangen zekering dashboard
1. Zet de auto uit.
2. Zet alle andere schakelaars uit.
3. Open het deksel van dezekeringkast. 4. Raadpleeg het label aan de
binnenzijde van het deksel van de
zekeringkast om de defecte
zekering te lokaliseren.
5. Trek de verdachte zekering recht naar buiten. Gebruik hetdemontagegereedschap dat zich
in de zekeringkast in de
motorruimte bevindt.
6. Controleer de verwijderde zekering; vervang hem indien hij is
doorgebrand. Er bevinden zich
reservezekeringen in de
zekeringkast in het dashboard (of
in de zekeringkast in de
motorruimte). 7. Plaats een nieuwe zekering met
dezelfde stroomsterkte en
controleer of hij stevig in de
klemmen zit. Neem contact op met
een officiële HYUNDAI-dealer als
de zekering niet goed vastzit.
Als u geen reservezekering hebt,
kunt u in een noodgeval de zekering
van een ander circuit gebruiken dat
niet nodig is om te kunnen rijden,
bijvoorbeeld van de aansteker, mits
de zekering dezelfde stroomsterkteheeft.
Controleer de zekeringkast in de
motorruimte wanneer de koplampen
of andere elektrische componenten
niet werken en de zekeringen in orde
zijn. Vervang een doorgebrande
zekering door een zekering voor
dezelfde stroomsterkte.
OAE076017
OAE076018
Verwijder een zekering niet met
een schroevendraaier of een
ander metalen voorwerp omdat
hierdoor kortsluiting kan
ontstaan, waardoor schade aan
het elektrische systeem kan
worden veroorzaakt.
OPMERKING
Page 506 of 564

7-45
7
Onderhoud
4. Controleer de verwijderdezekering; vervang hem indien hij is
doorgebrand. Gebruik de
zekeringtrekker in de zekeringkast
in de motorruimte om de zekering
te verwijderen of te plaatsen.
5. Plaats een nieuwe zekering met dezelfde stroomsterkte en
controleer of hij stevig in de
klemmen zit. Neem contact op met
een officiële HYUNDAI-dealer als
de zekering niet goed vastzit.
Plaats het deksel op de juiste
manier nadat de zekeringkast in
de motorruimte gecontroleerd is.
Als het deksel goed vergrendelt
kunt u een klikkend geluid horen.Als het deksel niet goed
vergrendeld is, kan een
elektrische storing ontstaan door
contact met water.Hoofdzekering
Het elektronische systeem werkt
mogelijk niet goed, zelfs niet als de
zekeringen in de motorruimte en het
dashboard niet losgenomen zijn. In
dat geval wordt het probleem
mogelijk veroorzaakt doordat de
hoofdzekering (type BFT), die zich
bevindt in de aansluiting op de
pluspool (+) van de accu,
losgenomen is. Omdat het
vervangen van de hoofdzekering
ingewikkelder is dan het vervangen
van andere zekeringen, adviserenwij u de dichtstbijzijnde Hyundai-
dealer te bezoeken. Informatie
Plaats na controle het accudeksel
altijd zorgvuldig. Als het deksel niet
goed vergrendeld is, kan een
elektrische storing ontstaan door
contact met water.
i
AANWIJZINGOAE076021
Page 508 of 564

7-47
7
Onderhoud
Beschrijving zekering-/relaiskast
Zekeringkast dashboard
Aan de binnenzijde van het deksel
van de zekering-/relaiskast vindt u
een label met daarop de naam van
de zekeringen en relais en decapaciteit.Informatie
Mogelijk zijn niet alle beschrijvingen
van de zekeringkast van toepassing op
uw auto; de informatie was actueel ten
tijde van de druk. Raadpleeg het label
in de zekeringkast als u de
zekeringkast controleert.
i
OAE076053L
OAE076025
Page 509 of 564

7-48
Onderhoud
Zekeringkast dashboard
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
Module 5MODULE510A
Elektrochromatische binnenspiegel, hoofdunit audio-, video- en navigatiesysteem,
IMS-module bestuurder, controlelampje selectiehendel automatische transmissie,
module klimaatregeling, module stoelverwarming achter, consoleschakelaar
links/rechts, servo koplamphoogteregeling links/rechts, VESS-unit,
module stoelventilatiesysteem voor, module stoelverwarming voor
Module 4MODULE410ALane Departure Warning-unit, stuurkussenschakelaar, AEB-unit, Blind Spot Detection Radar links/rechts
Interieurverlichting10AVerlichting make-upspiegel links/rechts, interieurverlichting, verlichting dakconsole,
verlichting contactslot en waarschuwingsschakelaar portier, bagageruimteverlichting
Airbag15AAirbagmodule
Ontsteking 1IG125APCB-blok
InstrumentenpaneelCLUSTER10AInstrumentenpaneel
Module 3MODULE310ABCM, selectiehendel DCT, remlichtschakelaar, module bestuurdersportier,
module passagiersportier
Memory 2MEMORY
27,5AActive Air Flap links/rechts
Module 8MODULE 810AActive Air Flap links/rechts, elektrische waterpomp (HEV), VPD-sensor,
BMS-module, verbindingsblok motorruimte
Controlelampje
airbagIND7,5AModule klimaatregeling, instrumentenpaneel
Start7,5ARelais alarmsysteem, transmissiestandschakelaar