cruise control Hyundai Ioniq Hybrid 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2017, Model line: Ioniq Hybrid, Model: Hyundai Ioniq Hybrid 2017Pages: 564, PDF Size: 47.22 MB
Page 408 of 564

5-89
Rijden met uw auto
5
Check Smart Cruise Control System
(Check SCC Systeem)
De melding wordt weergegeven
wanneer de constante-
afstandsregeling niet normaal werkt.
We adviseren u het systeem te laten controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Beperkingen van het systeem
Het Smart Cruise Control-systeem is
mogelijk beperkt in het kunnen
bepalen van de afstand tot de
voorligger als gevolg van weg- en
verkeersomstandigheden.
(Vervolg)Oefen geen onnodige kracht
uit op de radarsensor of de
behuizing van de sensor. Als
de sensor met kracht uit zijn
juiste positie wordt bewogen,
werkt het Smart Cruise
Control-systeem mogelijk niet
goed. In dit geval wordt er
mogelijk geen
waarschuwingsmelding
weergegeven. Laat de autonakijken door een officiële
HYUNDAI-dealer.
Als het gedeelte van de
voorbumper rondom de
radarsensor beschadigd
raakt, werkt het Smart Cruise
Control-systeem mogelijk niet
goed. We adviseren u de autote laten nakijken door een
officiële HYUNDAI-dealer.
Gebruik alleen originele
HYUNDAI-onderdelen om een
beschadigde sensor of
behuizing van de sensor te
repareren of te vervangen.
Breng geen verf aan op de
behuizing van de sensor.
OAE056167L
Page 409 of 564

5-90
Rijden met uw auto
In bochten
Bewegende auto's op uw rijstrookworden mogelijk niet door het
Smart Cruise Control-systeem
gesignaleerd. Uw auto accelereert
dan wellicht naar de ingestelde
snelheid. Ook neemt de rijsnelheid
af wanneer de voorligger plotseling
wordt herkend.
Selecteer in bochten de geschikte ingestelde snelheid en trap indiennodig het rempedaal of gaspedaalin. Uw rijsnelheid wordt mogelijk
verlaagd als gevolg van een auto op
de aangrenzende rijstrook.
Trap het gaspedaal in en selecteer de geschikte ingestelde snelheid.Controleer of de
wegomstandigheden een veilige
bediening van de Smart Cruise
Control mogelijk maken.
Op hellingen
Bewegende auto's op uw rijstrook
worden bij het helling op of af
rijden mogelijk niet door het Smart
Cruise Control-systeem herkend.
Uw auto accelereert dan wellicht
naar de ingestelde snelheid. Ook
neemt de rijsnelheid snel af
wanneer de voorligger plotseling
wordt herkend.
Selecteer op hellingen de geschikte ingestelde snelheid en
trap indien nodig het rempedaal ofgaspedaal in.
OAE056102
OAE056101
OAE056100
Page 412 of 564

5-93
Rijden met uw auto
5
Let altijd op auto's die hoger zijn ofauto's met lading die aan de
achterzijde van de auto uitsteekt. (Vervolg)
Het Smart Cruise Control- systeem kan een stilstaande
auto, voetgangers of een
tegemoetkomende auto niet
herkennen. Wees voorzichtig
en kijk altijd vooruit om te
voorkomen dat zich
onverwachte en plotselinge
situaties voordoen.
Voorliggers die regelmatig van
rijstrook wisselen zorgen
mogelijk voor een vertraging
in de reactie van het systeem
of zorgen er mogelijk voor dat
het systeem op een voertuig
reageert dat eigenlijk in een
aangrenzende rijstrook rijdt.
Rijd altijd voorzichtig om
onverwachte en plotselinge
situaties te voorkomen.
(Vervolg)OAE056105Neem bij het gebruik van de
Smart Cruise Control de
volgende voorzorgsmaatregelen
in acht:
Wanneer een noodstop
noodzakelijk is, moet u het
rempedaal intrappen. De autokan niet in alle noodsituaties
tot stilstand worden gebracht
door het Smart Cruise
Control-systeem.
Houd een veilige afstand aan
overeenkomstig dewegomstandigheden en de
rijsnelheid. Als de afstand tot
de voorligger tijdens het rijden
met hoge snelheden te klein
wordt, kan een ernstige
aanrijding het gevolg zijn.
Zorg dat u voldoende remafstand hebt en decelereerindien nodig door hetrempedaal in te trappen.
(Vervolg)
WAARSCHUWING
Page 413 of 564

5-94
Rijden met uw auto
Het Smart Cruise Control-systeem
werkt mogelijk tijdelijk niet door:
Elektrische interferentie
Een gewijzigde wielophanging
Verschillen in bandenslijtage ofbandenspanning
Het monteren van andere soorten banden
AANWIJZING
(Vervolg)
Let altijd op de geselecteerde snelheid en de afstand tot de
voorligger.
Let altijd goed op de
rijomstandigheden en regel
uw rijsnelheid, aangezien het
Smart Cruise Control-systeem
ingewikkelde rijsituaties
mogelijk niet herkent.
Page 416 of 564

5-97
Rijden met uw auto
5
Rijden in de regen
Regen en natte wegen kunnen het
rijden gevaarlijk maken. Hier volgt
een aantal aandachtspunten voor
het rijden in de regen of op een glad
wegdek:
Verlaag uw snelheid en bewaarmeer afstand tot uw voorligger.
Door hevige regenval zal het zicht
beperkt worden en de remweg
groter worden.
Schakel de cruise control uit. (indien van toepassing)
Vervang de ruitenwisserbladen als ze strepen achterlaten of bepaalde
stukken overslaan.
Zorg ervoor dat de banden voldoende profiel hebben.
Wanneer uw banden niet
voldoende profiel hebben, kunnende wielen bij hard remmen op een
nat wegdek gaan slippen waardoor
een ongeval kan ontstaan. Zie
"Profiel" in hoofdstuk 7.
Schakel uw koplampen in zodat anderen u beter kunnen zien. Te snel door grote waterplassen
rijden kan het remvermogen
negatief beïnvloeden. Als u door
plassen moet rijden, probeer ditdan langzaam te doen.
Trap het rempedaal tijdens het rijden licht in totdat de remmen
weer normaal werken wanneer u
vermoedt dat uw remmen nat
geworden zijn.
Aquaplaning
Als er voldoende water op het
wegdek ligt en u hard genoeg rijdt,kan het contact tussen uw auto en
het wegdek grotendeels of geheel
verloren gaan, waardoor op het
water rijdt. Het beste advies is
LANGZAMER te gaan rijden als de
weg nat is. De kans op aquaplaning neemt
toe naarmate de profieldiepte van
de banden vermindert, zie
"Profiel" in hoofdstuk 7.
Page 558 of 564

I-3
Autonomous emergency braking (AEB) ......................5-48
AEB-radarsensor vóór ...............................................5-53
AEB-waarschuwingsmelding en systeemregeling ....5-50
Beperkingen van het systeem ....................................5-56
Storing in het systeem................................................5-54
Systeeminstelling en -activering ................................5-48
Banden en velgen ..................................................7-31, 8-4 Aanbevolen bandenspanning bij koude banden ........7-32
Aandacht voor de banden ..........................................7-31
Banden met een kleine hoogte-/breedteverhouding ..7-41
Banden vervangen .....................................................7-35
Bandenspanning controleren .....................................7-33
Wielen uitlijnen en balanceren ..................................7-35
Wielen verwisselen ....................................................7-34
Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) ..................6-10
Bandenspanningscontrolesysteem .............................6-11
Controleer bandenspanning .......................................6-10
Controlelampje storing TPMS
(bandenspanningscontrolesysteem) ...........................6-13
Een wiel verwisselen met TPMS...............................6-14
Waarschuwingslampje lage bandenspanning ............6-12
Waarschuwingslampje positie lage
bandenspanning en bandenspanning..........................6-12
Bandenspanningslabel ....................................................8-9 Belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen ...............2-2
Afleiding van de bestuurder ........................................2-2
Doe uw veiligheidsgordel altijd om ............................2-2
Gebruik voor alle kinderen de juiste
veiligheidssystemen .....................................................2-2
Gevaren airbag .............................................................2-2
Houd uw auto in een veilige conditie ..........................2-3
Pas uw snelheid aan .....................................................2-3
Belastingsindex en snelheidsindex banden ....................8-5
Blind spot detection-systeem (BSD) ............................5-39 Beperkingen van het system ......................................5-46
BSD (Blind Spot Detection)/
LCA (Lane Change Assist) .......................................5-40
RCTA (Rear Cross Traffic Alert) ...............................5-44
Conformiteitsverklaring................................................4-52 CE (Europa) ...............................................................4-52
NCC (Taiwan) ............................................................4-53
Conformiteitsverklaring................................................8-10
Contactslot ......................................................................5-5 Contactslot ...................................................................5-6
Startknop ......................................................................5-9
Cruise control ...............................................................5-71
Werking cruise control...............................................5-71
I
Index
B
C
Page 562 of 564

I-7
Rijhulpsysteem ...........................................................3-121
Achteruitrijcamera ...................................................3-121
Parking Assist System .............................................3-126
Parking Assist System achter...................................3-122
Ruiten............................................................................3-32
Elektrisch bedienbare ruiten ......................................3-32
Ruitensproeiervloeistof .................................................7-19
Ruitensproeiervloeistofniveau controleren ................7-19
Ruitenwisserbladen .......................................................7-24
Bladen controleren .....................................................7-24
Bladen vervangen ......................................................7-24
Ruitenwissers en ruitensproeiers ................................3-117 Ruitensproeier voorruit ............................................3-120
Ruitenwissers voor ...................................................3-117
Schuifdak ......................................................................3-38 Schuifdak kantelen.....................................................3-39
Schuifdak open-/dichtschuiven..................................3-38
Schuifdak openen en sluiten ......................................3-38
Schuifdak resetten......................................................3-41
Zonnescherm..............................................................3-40
Slepen ...........................................................................6-34
Afneembaar sleepoog ................................................6-35
Bergingsbedrijf ..........................................................6-34
Slepen in een noodgeval ............................................6-36 Sloten ............................................................................3-14
Antidiefstalsysteem....................................................3-20
Kenmerken van de automatische portiervergrendeling/
-ontgrendeling ............................................................3-19
Kindersloten achterportieren .....................................3-19
Portiersloten van binnenuit vergrendelen/
ontgrendelen...............................................................3-16
Portiersloten van buitenaf vergrendelen/
ontgrendelen...............................................................3-14
Smart cruise control-systeem .......................................5-77
Afstand tot voorligger Smart Cruise Control ............5-85
Beperkingen van het systeem ....................................5-89
Instellen van de gevoeligheid van de
Smart Cruise Control .................................................5-79
Overschakelen naar de cruise control - modus..........5-80
Sensor om de afstand tot de
voorligger te signaleren .............................................5-87
Snelheid Smart Cruise Control ..................................5-80
Snelheidsbegrenzingssysteem.......................................5-69 Bediening snelheidsbegrenzer ...................................5-69
Speciale rijomstandigheden ..........................................5-95 Doorwaden van water ................................................5-98
Gevaarlijke rijomstandigheden ..................................5-95
Op eigen kracht lostrekken van de auto ....................5-95
Rijden in de regen ......................................................5-97
Rijden in het donker ..................................................5-96
Rijden op de snelweg.................................................5-98
Vloeiend nemen van bochten ....................................5-96
I
Index
S