sensor Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 83 of 540

2-67
Veiligheidssysteem van uw auto
2
Aanvullende
voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot de veiligheid
De inzittenden moeten tijdens het
rijden niet uit hun stoel komen of
van plaats wisselen.Een inzittende
die zijn veiligheidsgordel niet draagt,
kan tijdens een aanrijding of een
noodstop door de auto wordengeslingerd, tegen andere inzittenden
aan worden geslingerd of zelfs uit de
auto worden geslingerd.
Bevestig geen accessoires aan de
veiligheidsgordels. Accessoires die
claimen het comfort voor de
inzittenden te verbeteren of die degordel anders geleiden, kunnen de
beschermende werking van de
veiligheidsgordel in negatieve zin
beïnvloeden en de kans op ernstig
letsel bij een aanrijding vergroten.
Modificeer de voorstoelen niet.
Modificatie van de voorstoelen kan
de werking van de sensoren van het
aanvullend veiligheidssysteem of
van de zijairbags in negatieve zin
beïnvloeden. Plaats niets onder de voorstoelen.
Het plaatsen van voorwerpen onder
de voorstoelen kan de werking van
de sensoren van het aanvullend
veiligheidssysteem of van de
bedrading in negatieve zin
beïnvloeden.
Voorkom dat portieren hard
worden geraakt.
Voorkom dat de
portieren hard worden geraakt als
het contact in stand ON staat: dit kan
tot gevolg hebben dat de airbags
worden geactiveerd.
Monteren van accessoires of
modificaties aan uw metairbags uitgeruste auto
Als u modificaties aan het chassis,
de bumper, de voorzijde, het
plaatwerk opzij of de rijhoogteaanbrengt of laat aanbrengen, kan
dat invloed hebben op de werking
van het airbagsysteem van uw auto.
•Reinig de afdekkappen van de
airbags met een zachte doek
die vochtig is gemaakt met
schoon water. Oplos- en
reinigingsmiddelen kunnen
het materiaal van deafdekkappen aantasten en de
werking van het systeem in
negatieve zin beïnvloeden.
•Laat geactiveerde airbags
vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.
•Als onderdelen van het
airbagsysteem moeten
worden afgevoerd of als de
auto in zijn geheel moet
worden afgevoerd, moeten
bepaalde voorzorgsmaat
-
regelen met betrekking tot de
veiligheid in acht worden
genomen. Neem voor de
benodigde informatie contact
op met een officiële HYUNDAI-
dealer. Het niet opvolgen van
deze voorzorgsmaatregelen
vergroot de kans op letsel.
Page 109 of 540

3-25
Kenmerken van uw auto
3
Elektrochromatische spiegel(ECM) (indien van toepassing)
De elektrochromatische binnen-
spiegel voorkomt 's nachts of als er
weinig licht is automatisch
verblinding door de koplampen van
achteropkomend verkeer.
Zodra de motor draait, worden de lichtreflecties automatisch gedimd.
De sensor registreert het lichtniveaurond de auto en dimt automatisch de
reflecties van de koplampen van
achteropkomende auto's. Als de selectiehendel in stand R
(achteruit) wordt gezet, wordt debinnenspiegel automatisch in de
helderste stand gezet om het zicht
naar achteren zo duidelijk mogelijk te
maken. [A] : Controlelampje De elektrochromatische
binnenspiegel voorkomt 's nachts of
als er weinig licht is automatisch
verblinding door de koplampen van
achteropkomend verkeer. Zodra de
motor draait, worden delichtreflecties automatisch gedimd.
De sensor registreert het lichtniveaurond de auto en dimt automatisch de
reflecties van de koplampen van
achteropkomende auto's. Als de
selectiehendel in stand R (achteruit)
wordt gezet, wordt de binnenspiegelautomatisch in de helderste stand
gezet om het zicht naar achteren zo
duidelijk mogelijk te maken.Gebruik voor het reinigen van de
spiegel een papieren doekje of
vergelijkbaar materiaal dat
vochtig is gemaakt met
glasreiniger. Spuit niet direct
glasreiniger op de spiegel, anders
kan er glasreiniger in het
spiegelhuis komen.
AANWIJZING
OOS047010L
Page 180 of 540

3-96
Kenmerken van uw auto
Verlichting buitenzijde
Bediening verlichting
Draai, om de verlichting te bedienen,
de knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand UIT
(2) Stand automatische verlichting(indien van toepassing)
(3) Stand parkeerlicht(4) Stand dimlicht
Stand automatische verlichting
(indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de parkeerlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
Ook wanneer de stand AUTO is
ingeschakeld, is het raadzaam om
de verlichting handmatig in te
schakelen wanneer u 's nachts of in
de mist rijdt of wanneer u een
donkere omgeving, zoals tunnels en
parkeergarages, inrijdt. • Dek de sensor (1) op het
dashboard niet af en mors erook niets op.
• Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat een
dunne laag achter op de sensor,
waardoor deze niet meer goedwerkt.
• Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien
van een coating, functioneert
de automatische verlichting
mogelijk niet goed.
AANWIJZING
VERLICHTING
OPDE046065
OOS047050L
Page 194 of 540

3-110
Kenmerken van uw auto
Ruitenwissers voor
De werking is als volgt als het contact in stand ON staat./MIST : MIST: Druk voor een
enkele wisbeweging de
bedieningsschakelaar
omlaag ( ) of omhoog
(MIST) en laat hem weer
los. De ruitenwissers
zullen blijven werken
zolang de schakelaar in
deze stand wordtgehouden.
O/OFF : De r uitenwissers zijn
uitgeschakeld
---/INT : De r uitenwissers werken
met regelmatige intervallen.
Gebruik deze stand bij
motregen of mist. Draai aande snelheidsregelknop omde snelheid te wijzigen.
1/LO : Normale wissersnelheid
2/HI : Hoge wissersnelheid
Informatie
Maak de voorruit vrij van sneeuw en
ijs alvorens de ruitenwissers te
gebruiken of ontdooi de voorruit
gedurende 10 minuten. Anders werken de ruitenwissers
mogelijk niet goed en kunnen ze
beschadigd raken.
Als u sneeuw en/of ijs niet verwijdert
voordat u de ruitenwissers en
ruitensproeiers gebruikt, kan er
schade ontstaan aan het ruitenwisser-
en ruitensproeiersysteem.
Automatische regeling (AUTO)
(indien van toepassing)
De regensensor bovenaan op de
voorruit registreert de hoeveelheid
regen en schakelt de ruitenwissersautomatisch in met de juiste
snelheid/intervaltijd. Hoe harder hetregent, hoe hoger de wissersnelheid. Als het ophoudt met regenen,
worden de ruitenwissers
automatisch uitgeschakeld. Draaiaan de snelheidsregelknop (1) omde snelheid te wijzigen.
Als de wisserschakelaar in de stand
AUTO wordt gezet terwijl het contactin stand ON staat, zullen de wissers
eenmaal werken om een controle
van het systeem uit te voeren. Zet de
schakelaar in stand OFF als de
ruitenwissers niet in gebruik zijn.i
OOS047322L
Als de motor draait en de
schakelaar voor de
ruitenwissers voor in stand
AUTO staat, neem dan
onderstaande aanwijzingen in
acht om letsel te voorkomen:
•Raak het bovenste deel van de
voorruit, waar de regensensor
zich bevindt, niet aan.
•Veeg het bovenste deel van de
voorruit niet schoon met een
vochtige doek.
•Oefen geen druk uit op de
voorruit.
WAARSCHUWING
Sensor
Page 195 of 540

3-111
Kenmerken van uw auto
3
• Zet de schakelaar tijdens hetwassen van de auto in stand O
(OFF) om te voorkomen dat de
ruitenwissers automatisch
worden ingeschakeld. Als de
ruitenwissers tijdens het
wassen worden ingeschakeld,
raken ze mogelijk beschadigd.
• Verwijder de behuizing van de regensensor boven aan de
voorruit aan passagierszijde niet.
Eventuele schade aan
onderdelen die hierdoor kan
ontstaan, valt niet onder de
fabrieksgarantie.
Ruitensproeiers voorruit
Trek de hendel naar u toe om de
ruitensproeiers in te schakelen. Als
de ruitenwisserschakelaar in standOFF (O) staat, zullen de
ruitenwissers 1 - 3 wisslagen maken. De ruitensproeiers en de
ruitenwissers blijven werken tot u dehendel loslaat.
Als de ruitensproeiers niet werken,
moet u mogelijk ruitensproeiervloeistofbijvullen.
Indien uw auto is uitgerust met
koplampsproeiers wordt er, terwijl u
de ruitensproeiers voor de voorruit
bedient, ruitensproeiervloeistof op de
koplampen gesproeid wanneer:
1. Het contact in stand ON staat.
2. De lichtschakelaar in de stand
koplampen staat.
AANWIJZING
OTLE045163
OTLE045164
■Type A
■Type B
Wanneer de buitentemperatuur beneden het vriespunt is,
verwarm de voorruit dan
ALTIJD door deze te
ontwasemen om te voorkomen
dat de ruitensproeiervloeistof
op de ruit bevriest en uw zicht
belemmert, waardoor een
ongeval met ernstig letsel tot
gevolg kan ontstaan.
WAARSCHUWING
Page 198 of 540

3-114
Kenmerken van uw auto
De Rear View Monitor wordt
geactiveerd als de motor draait en de
selectiehendel in stand R (achteruit)
wordt gezet.
Dit is een aanvullend systeem dat de
ruimte achter de auto weergeeft via de binnenspiegel of het
navigatiescherm terwijl u
achteruitrijdt.• Spuit niet met een
hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Schokken door waterstralen uit
de hogedrukreiniger kunnen
ervoor zorgen dat het apparaatniet goed werkt.
• Gebruik voor het reinigen van de lens geen producten die zure of
basische reinigingsmiddelen
bevatten. Gebruik uitsluitend
een zachte zeep of een neutraal
oplosmiddel en spoel grondig
na met water.
Informatie
Zorg ervoor dat de lens van de camera
altijd schoon is. Als de lens is bedekt
met vuil, water of sneeuw,
functioneert de camera mogelijk niet
normaal.
i
AANWIJZING
De achteruitrijcamera is geen
veiligheidssysteem. De achter-
uitrijcamera helpt de bestuurder
alleen bij het signaleren van
obstakels die zich dicht bij het
midden van de achterzijde van
de auto bevinden. De camera
geeft NIET de volledige
omgeving van de achterzijde
van de auto weer.
WAARSCHUWING
•Vertrouw bij het achteruitrijden
nooit alleen op het beeld van de
achteruitrijcamera.
•Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving vrij
is van objecten en obstakels,om een aanrijding te
voorkomen.
•Wees extra voorzichtig als u
dicht langs voorwerpen of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
WAARSCHUWING
Page 199 of 540
![Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 3-115
Kenmerken van uw auto
3
Parking Distance Warning-
systeem (achteruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) waarschuwt de
bestuurder tijdens h Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 3-115
Kenmerken van uw auto
3
Parking Distance Warning-
systeem (achteruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) waarschuwt de
bestuurder tijdens h](/img/35/16237/w960_16237-198.png)
3-115
Kenmerken van uw auto
3
Parking Distance Warning-
systeem (achteruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) waarschuwt de
bestuurder tijdens het achteruitrijden
met een geluidssignaal zodra deafstand tussen de auto en een
voorwerp achter de auto minder dan
120 cm wordt.
Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
Werking van de parkeerhulp
Werking
• Het systeem wordt ingeschakeldals de achteruitversnelling wordt
ingeschakeld en het contact in
stand ON staat. Maar als de
rijsnelheid hoger is dan 5 km/h,
registreert het systeem obstakelsmogelijk niet.
• Als de rijsnelheid hoger is dan 10 km/h, geeft het systeem u geen
waarschuwing meer als een
obstakel wordt gesignaleerd.
• Als er zich meerdere voorwerpen achter de auto bevinden, zal het
dichtstbijzijnde als eerste wordengeregistreerd.•Kijk voordat u achteruitrijdt
ALTIJD om u heen om te
controleren of de omgeving
vrij is van objecten en
obstakels, om een aanrijding
te voorkomen.
•Wees extra voorzichtig als u
dicht langs voorwerpen of
personen, in het bijzonder
kinderen, rijdt.
•Houd er rekening mee dat
sommige voorwerpen
mogelijk niet op het scherm
worden weergegeven of door
de sensoren worden geregist-
reerd als gevolg van deafstand tot het obstakel of het
formaat of het materiaal van
het obstakel. Al deze zaken
kunnen de effectiviteit van desensor beperken.
WAARSCHUWING
OOS047042
Page 200 of 540

3-116
Kenmerken van uw auto
Soorten waarschuwingssignalenHet Parking Distance Warning-systeem (achteruit)uitschakelen (indien van toepassing)
Druk op de toets om het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit) uit te schakelen. Hetcontrolelampje in de toets gaat
branden.
WaarschuwingssignalenControlelampje
Als een voorwerp zich 120 - 60 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt met tussenpozen
Als een voorwerp zich 60 - 30 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt vaker
Als een voorwerp zich binnen 30 cm van de achterbumper bevindt:
Zoemer klinkt onafgebroken.
• Het controlelampje wijkt mogelijk af van de afbeelding, afhankelijk van objecten en de status van sensoren. Als het controlelampje
knippert, adviseren we u de auto te laten controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Als u geen waarschuwingsgeluid hoort of als de zoemer met tussenpozen klinkt wanneer u de selectiehendel in stand R (achteruit)
zet, zit er mogelijk een storing in het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit). In dat geval adviseren we u om uw auto zo snel
mogelijk te laten controleren door een officiële HYUNDAI-dealer.
AANWIJZINGOOS047045L
Page 201 of 540

3-117
Kenmerken van uw auto
3
Gevallen waarin het ParkingDistance Warning-systeem(achteruit) niet werkt
Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) werkt in de
volgende gevallen mogelijk niet
goed:
• Er zit ijs op de sensor.
• Er zit vuil, zoals sneeuw of water, of een andere substantie op de
sensor.
De werking van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit) wordt in de volgende
omstandigheden mogelijk
verstoord:
• Bij het rijden op oneffen wegen enop hellingen.
• Als bepaalde harde geluiden, zoals claxons, zware motorfietsmotoren,
luchtremmen van vrachtwagens en
dergelijke de werking van de
sensoren beïnvloeden.
• Bij zware regenval of opspattend water.
• Als afstandsbedieningen of mobie- le telefoons in de buurt van de
sensoren aanwezig zijn. • Als de sensor is bedekt met
sneeuw.
• Als de auto is voorzien van achteraf gemonteerde uitrusting of accessoires of als de
bumperhoogte of de inbouwpositie
van de sensoren is gewijzigd.
Het sensorbereik neemt in de
volgende gevallen mogelijk af:
• Bij extreem hoge of lage buiten-temperaturen.
• Bij objecten lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm in diameter.
De volgende voorwerpen worden
mogelijk niet opgemerkt door de
sensoren:
• Smalle voorwerpen als touwen,kettingen enz.
• Voorwerpen die de hoogfrequente signalen van de sensor
absorberen, zoals kleding,
sponsachtige materialen en
sneeuw.
Voorzorgsmaatregelen Parking
Distance Warning-systeem(achteruit)
• Het waarschuwingssignaal van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) klinkt mogelijk
niet consistent als het voorwerp
achter de auto beweegt of een
grillige vorm heeft.
• De correcte werking van het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit) kan verstoord
raken als de bumperhoogte of de
inbouwpositie van de sensoren is
gewijzigd of als de bumper of een
sensor beschadigd is. Achterafgemonteerde accessoires kunnen
het bereik van de sensoren ook
beïnvloeden.
Schade aan de auto en
persoonlijk letsel, ontstaan
vanwege het onjuist
functioneren van het Parking
Distance Warning-systeem
(achteruit), vallen niet onder de
garantie. Rijd altijd veilig en
voorzichtig.
WAARSCHUWING
Page 202 of 540

3-118
Kenmerken van uw auto
• Voorwerpen die kleiner zijn dan 30cm worden mogelijk niet of niet
goed geregistreerd.Wees alert.
• Als de sensor bedekt is met sneeuw, vuil of water werkt deze
mogelijk niet goed totdat deze
weer schoon en droog is gemaaktmet een zachte doek.
• Druk, kras of stoot niet met harde voorwerpen tegen de sensor.
Anders kan het oppervlak van de
sensor beschadigd raken. De
sensor kan beschadigd raken.
• Spuit niet met een hogedrukreiniger direct op de
sensoren of de omgeving ervan.
Schokken door waterstralen uit de
hogedrukreiniger kunnen ervoor
zorgen dat het apparaat niet goed
werkt.Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit)
(indien van toepassing)
[A] : Sensor achter, [B] : Sensor voorr Het Parking Distance Warning-
systeem (achteruit/vooruit)
waarschuwt de bestuurder tijdens
het rijden met een signaal zodra deafstand tussen de auto en een
obstakel voor de auto minder dan100 cm of achter de auto minder dan
120 cm wordt.
Dit systeem is een aanvullend
systeem, dat alleen werkt in het
gebied dat door de parkeersensoren
wordt gedekt.
OOS047043
OOS047042
■
Front sensor
■Rear sensor