spiegels JEEP GRAND CHEROKEE 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: JEEP, Model Year: 2012, Model line: GRAND CHEROKEE, Model: JEEP GRAND CHEROKEE 2012Pages: 416, PDF Size: 3.2 MB
Page 23 of 416

Sabotage-alarmAls iets tijdens uw afwezigheid het alarm heeft
geactiveerd, klinkt de claxon driemaal en de
buitenverlichting knippert driemaal bij het ont-
grendelen van de portieren. Controleer de auto
om te zien of eraan geknoeid is.
INSTAPVERLICHTINGDe interieurverlichting gaat aan wanneer u de
afstandsbediening gebruikt voor het ontgren-
delen of openen van een portier.
Deze functie schakelt ook de naderingsverlich-
ting in de buitenspiegels in (indien aanwezig).
ZieSpiegels inDe functies van uw auto voor
meer informatie.
De verlichting gaat na 30 seconden langzaam
uit of dooft onmiddellijk zodra het contact van
de stand OFF in de stand ON/RUN wordt gezet.
OPMERKING:
• De interieurverlichting vooraan in de dak-
console en de deurverlichting gaan niet
aan als de dimmerknop in de stand Dome
ON (Interieurverlichting aan) staat (hoog-
ste stand). •
De instapverlichting werkt niet als de dim-
merknop in de stand Dome defeat(op-
heffen) staat (de laagste stand).
AFSTANDSBEDIENINGMet dit systeem kunt u vanaf een afstand van
maximaal 10 m (33 voet) met behulp van een
losse sleutelhouder met afstandsbediening de
portieren en achterklep vergrendelen en ont-
grendelen. De sleutelhouder hoeft niet naar het
voertuig te wijzen om het systeem te activeren.
OPMERKING:
Zodra u de sleutelhouder met afstandsbe-
diening in het contactslot steekt, reageert
het systeem niet meer op de toetsen van de
afstandsbediening. Vanaf een rijsnelheid
van 8 km/u reageert het systeem niet meer
op de toetsen van alle RKE-
afstandsbedieningen.
De portieren ontgrendelenDruk de ontgrendeltoets (UNLOCK) op de af-
standsbediening eenmaal in en laat deze los
om het bestuurdersportier te ontgrendelen, of
druk tweemaal om alle portieren te ontgrende-
len. De richtingaanwijzers knipperen om aan te
geven dat het ontgrendelsignaal is ontvangen.
De verlichting van de instapfunctie schakelt
ook in.
Raadpleeg voor meer informatie Keyless
Enter-N-Go — indien aanwezig inZaken die u
moet weten voordat u de motor start.
Sleutelhouder met RKE-afstandsbediening
19
Page 69 of 416

3
VOORZIENINGEN IN UW AUTO LEREN
KENNEN
•SPIEGELS ............................... 73
• Binnenspiegel met dag/nachtstand .............. 73
• Binnenspiegel met automatische dimstand — indien
aanwezig .............................. 73
• Buitenspiegels ........................... 73
• Wegklapbare buitenspiegels .................. 74
• Buitenspiegels met automatische dimstand — indien
aanwezig .............................. 74
• Elektrisch bediende buitenspiegels .............. 74
• Elektrisch wegklapbare buitenspiegels -
indien aanwezig .......................... 75
• Verwarmde buitenspiegels — indien aanwezig ........ 75
• Verlichte make-upspiegels .................... 75
• Verlengstuk zonneklep - indien aanwezig ........... 75
• DODEHOEKBEWAKING — INDIEN AANWEZIG .......... 76
• Rear Cross Path .......................... 79
65
Page 77 of 416

SPIEGELS
Binnenspiegel met dag/nachtstand
De auto is voorzien van een spiegel met één
kogelgewricht. Deze spiegel wordt aange-
draaid in een vaste stand. De spiegelkop kan
naar boven, beneden, links en rechts worden
aangepast aan de bestuurder. Draai de spiegel
zo dat u door het midden van de achterruit kijkt.
Hinderlijke weerspiegeling van de koplampen
van achterliggers kunt u verminderen door het
hendeltje onder de spiegel in de nachtstand te
zetten (naar de achterkant van de auto toe).
Stel de spiegel af terwijl deze in de dagstand
staat (naar de voorruit toe).
Binnenspiegel met automatische
dimstand — indien aanwezig
Dit type spiegel dimt automatisch de hinderlijke
weerspiegeling van de koplampverlichting van
achterliggers. U kunt deze functie aan- of uit-
zetten door de knop onder aan de spiegel in te
drukken. In de knop gaat een lampje branden
als de dimfunctie in werking is getreden. De
spiegel kan zonder gereedschap linksom wor-
den aangedraaid op de knop op de voorruit.
LET OP!
Om tijdens reinigen de spiegel niet te bescha-
digen mag reinigingsvloeistof nooit recht-
streeks op de spiegel worden gespoten.
Breng de vloeistof aan op een schone doek
en wrijf de spiegel daarmee schoon.
BuitenspiegelsStel voor optimaal zicht de spiegels zo af dat u
de aangrenzende rijstrook goed in het vizier
hebt en er dan tevens een geringe overlapping
is met de binnenspiegel.
Afstellen van de achteruitkijkspiegel
Binnenspiegel met automatische dimstand
73
Page 78 of 416

WAARSCHUWING!
Auto’s en andere voorwerpen lijken in de bolle
spiegel aan passagierszijde kleiner en verder
weg dan ze in werkelijkheid zijn. Als u te veel
op de passagiersspiegel vertrouwt, kunt u in
botsing komen met een ander voertuig of
object. Gebruik uw binnenspiegel om de
grootte van of de afstand tot een voertuig te
schatten dat u in de rechterspiegel ziet. Op
sommige auto’s is geen bolle spiegel aan
passagierszijde aangebracht.
Wegklapbare buitenspiegelsAlle buitenspiegels kunnen naar voren of naar
achteren scharnieren om beschadigingen te
voorkomen. De scharnieren hebben drie klik-
standen: helemaal naar voren, helemaal naar
achteren en normaal.
Buitenspiegels met automatische
dimstand — indien aanwezig
De buitenspiegels aan de kant van de bestuur-
der en passagier dimmen automatisch de
weerspiegeling van de koplampverlichting van
achterliggers. Deze functie wordt geregelddoor de binnenspiegel met automatische dim-
stand en kan aan en uit gezet worden door de
bijbehorende knop in te drukken onderaan de
binnenspiegel. De spiegels dimmen automa-
tisch de weerspiegeling van de koplampver-
lichting van achterliggers wanneer de binnen-
spiegel dit ook doet.
Elektrisch bediende buitenspiegelsDe schakelaar voor de elektrisch bediende
buitenspiegels bevindt zich op het bekledings-
paneel van het bestuurdersportier.
De bedieningselementen van de elektrisch be-
diende buitenspiegels omvatten de keuze-
knoppen voor de spiegels en een schakelaar
met vier richtingen voor regeling van de spie-
gels. Als u de afstelling van een spiegel wilt
wijzigen, drukt u op de keuzeknop voor de
desbetreffende spiegel. Druk vervolgens op
een van de pijltjes op de schakelaar voor
regeling van de spiegels om de spiegel te
verplaatsen in de richting van het pijltje.
U kunt uw spiegelafstellingen combineren met
de optionele stoelgeheugenfunctie. Raadpleeg
“Bestuurdersstoel met geheugenfunctie” in
Leren over de functies van uw voertuig
voor
meer informatie.
Schakelaar voor elektrisch bedienbare
buitenspiegels
1 — Spiegelrichtschakelaar
2 — Spiegelkeuze
74
Page 79 of 416

Elektrisch wegklapbare
buitenspiegels - indien aanwezig
De schakelaar voor de elektrische inklapbare
spiegels bevindt zich tussen de keuzeschake-
laars voor de elektrisch bediende buitenspie-
gels (L en R).
Druk eenmaal op de schakelaar om de spie-
gels in te klappen en druk nogmaals op de
schakelaar om de spiegels naar de normale
rijstand terug te klappen.
OPMERKING:
Als de elektrische schakelaar voor de in-
klapbare spiegel meer dan 4 seconden inge-
drukt blijft of als de snelheid van het voer-
tuig hoger is dan 8 km/h, wordt de
inklapfunctie buiten werking gesteld.
Als de spiegels zich in de ingeklapte stand
bevinden en de snelheid van het voertuig is
gelijk of hoger dan 8 km/h), worden ze automa-
tisch uitgeklapt.De spiegels moeten volledig in- of uitgeklapt
zijn anders werkt deze functie niet op de juiste
manier en moeten ze zonodig met de hand
worden in- of uitgeklapt.
Verwarmde buitenspiegels — indien
aanwezig
Deze buitenspiegels zijn verwarmd ter
bescherming tegen aanvriezing. Deze
functie wordt geactiveerd wanneer u
de achterruitverwarming inschakelt. Raad-
pleeg “Bestuurdersstoel met geheugenfunctie”
in Leren over de functies van uw voertuig voor
meer informatie.
Verlichte make-upspiegelsDe verlichte make-upspiegels zijn toegankelijk
na het omlaag klappen van een van de zonne-
kleppen.
Licht het klepje omhoog zodat de spiegel zicht-
baar wordt. Het lampje gaat automatisch bran-
den.
Verlengstuk zonneklep - indien
aanwezig
De zonneklep heeft een verlenging om voor
een betere afdekking te zorgen.
Verlichte make-upspiegel
75
Page 80 of 416

DODEHOEKBEWAKING — INDIEN
AANWEZIG
Het systeem voor dodehoekbewaking (BSM)
maakt gebruik van twee radarsensoren aan de
binnenzijde van het achterbumperpaneel en
detecteert motorvoertuigen (auto’s, vrachtwa-
gens, motorfietsen, etc.) die vanaf de achter-
zijde, voorzijde of zijkant van de auto in de
dode hoek komen.
Na het starten van de auto gaat het BSM-
waarschuwingslampje in de beide buitenspiegels
kort branden om de bestuurder te waarschuwen
dat het systeem is geactiveerd. De sensoren van
het BSM-systeem zijn in werking wanneer een vande vooruitversnellingen of de stand REVERSE is
geactiveerd en gaan naar de modus Stand-by
wanneer de stand PARK is geactiveerd.
De BSM-detectiezone bestrijkt aan weerszijden
van de auto ongeveer één rijbaan (3,35 m). De
zone begint bij de buitenspiegel en strekt zich
over ongeveer 6 m uit naar de achterzijde van
de auto. Het BSM-systeem bewaakt de detec-
tiezones aan weerszijden van de auto wanneer
de snelheid van het voertuig ongeveer 10 km/u
of meer bedraagt en zal de bestuurder waar-
schuwen wanneer zich een voertuig in deze
zones bevindt.
OPMERKING:
•
Het BSM-systeem waarschuwt de bestuur-
der NIET voor snel naderende voertuigen
die zich buiten de detectiezones bevinden.
•De detectiezone van het BSM-systeem
wordt NIET GEWIJZIGD wanneer een aan-
hanger aan uw auto is gekoppeld. Als aan
uw auto een aanhanger is gekoppeld, moet
u visueel controleren of de rijbaan naast u
vrij is voor zowel uw auto als de aanhanger,
voordat u van rijbaan wisselt. Als de aan-
hanger of een ander object (bijvoorbeeld
een fiets of sportapparatuur) uitsteekt bui-
ten de zijkant van uw auto, is het mogelijk
dat het BSM-waarschuwingslampje blijft
branden zolang een van de vooruitversnel-
lingen is geactiveerd.
Voor de correcte werking van het BSM-systeem
moet het gedeelte van het achterpaneel waar
zich de radarsensoren bevinden, vrij zijn van
sneeuw, ijs, verontreiniging en vuil van de weg.
Zorg dat u het gedeelte van het achterpaneel
waar zich de radarsensoren bevinden, niet
blokkeert met vreemde voorwerpen (bumper-
stickers, fietsrekken, etc.).
Achterste detectiezones
Locatie van de sensor (afgebeeld aan
bestuurderszijde)
76
Page 81 of 416

Het BSM-systeem waarschuwt de bestuurder
voor objecten in de detectiezones door middel
van het BSM-waarschuwingslampje in de bui-
tenspiegels. Daarnaast kan er ook een geluids-
signaal klinken of kan het volume van de radio
worden verlaagd. Raadpleeg “Bedrijfsmodi”
voor meer informatie.Het BSM-systeem bewaakt de detectiezone
tijdens het rijden vanuit drie verschillende pun-
ten (zijkant, achter- en voorzijde) om te beoor-
delen of een waarschuwing noodzakelijk is. Het
BSM-systeem zal een waarschuwing afgeven
wanneer voertuigen vanuit de volgende richtin-
gen in de zone komen.
In de zone komen vanaf de zijkant
Voertuigen op de naastgelegen rijbanen links
of rechts van uw auto.In de zone komen vanaf de achterzijde
Voertuigen die uw auto links of rechts aan de
achterzijde naderen en de detectiezone bin-
nengaan met een relatieve snelheid van minder
dan 48 km/u.
Locatie van het waarschuwingslampje
Bewaking van zijkant
Bewaking van achterzijde
77
Page 83 of 416

WAARSCHUWING!
Het systeem voor dodehoekbewaking dient
slechts als hulpmiddel voor het detecteren
van objecten die zich in de dode hoeken
bevinden. Het BSM-systeem is niet ontwor-
pen voor het detecteren van voetgangers,
fietsers of dieren. Ook wanneer uw auto is
uitgerust met het BSM-systeem, moet u altijd
uw spiegels gebruiken, over uw schouder
kijken en de richtingaanwijzer inschakelen
voordat u van rijbaan wisselt. Anders bestaat
er een risico op ernstig of dodelijk letsel.
Rear Cross PathDe voorziening Rear Cross Path (RCP) is be-
doeld als hulp voor de bestuurder bij het ach-
teruit wegrijden uit parkeerplaatsen, waarbij
het zicht op naderende voertuigen mogelijk
wordt belemmerd. Rijd langzaam en voorzich-
tig uit de parkeerplaats totdat de achterzijde
van de auto is vrijgekomen. Het RCP-systeem
heeft nu naar links en rechts vrij zicht op
passerende voertuigen en zal de bestuurder
waarschuwen wanneer een voertuig nadert.Het RCP-systeem bewaakt de achterste detec-
tiezones links en rechts van de auto tegen
objecten die de zijkant van de auto naderen
met een snelheid van minimaal ongeveer 1 tot
3 km/u tot maximaal ongeveer 16 km/u, zoals
gebruikelijk is in parkeersituaties.
OPMERKING:
In parkeersituaties kunnen naderende voer-
tuigen aan het zicht worden onttrokken door
links en rechts geparkeerde voertuigen. Als
de sensoren worden geblokkeerd door an-
dere objecten of voertuigen, zal het systeem
niet in staat zijn de bestuurder te waarschu-
wen.
Wanneer het RCP-systeem actief is en de auto
zich in de stand REVERSE bevindt, wordt de
bestuurder gewaarschuwd door middel van
zowel visuele als geluidssignalen, terwijl ook
het volume van de radio wordt verlaagd.
Tegemoetkomend verkeer
RCP-detectiezones
79
Page 85 of 416

auto wordt de laatst opgeslagen modus op-
geroepen en geactiveerd.
Astronomische Zone — systeem tijdelijk
niet beschikbaar
Wanneer de auto deze zone binnengaat, zal
het systeem tijdelijk niet beschikbaar zijn en
toont het EVIC het berichtDodehoeksysteem
tijdelijk niet beschikbaar - astronomische
zone. De LED’s in de buitenspiegels lichten op
en blijven branden totdat de auto deze zone
verlaat.
Uconnect™ Phone — INDIEN
AANWEZIG
OPMERKING:
Raadpleeg het gedeelte over Uconnect™
Phones in de gebruikershandleiding van het
navigatiesysteem of de multimediaradio (af-
zonderlijk boekje) voor meer informatie over
de Uconnect™ Phone met navigatie of mul-
timediaradio.
De Uconnect™ Phone is een via spraak te
activeren, handsfree communicatiesysteem
voor in de auto. Met de Uconnect™ Phone kunt
u een nummer kiezen op uw mobiele telefoon* met behulp van eenvoudige gesproken op-
drachten (zoals
BelJanWerkof
Kies012 34 56 78). Het geluid van de
mobiele telefoon wordt doorgegeven via het
audiosysteem van de auto en het systeem zet
automatisch de radio zachter wanneer de
Uconnect™ Phone wordt gebruikt.
Met de Uconnect™ Phone kunt u tijdens het in-
of uitstappen gesprekken doorschakelen tus-
sen de Uconnect™ Phone en uw mobiele tele-
foon, terwijl u ook de microfoon van het
Uconnect™-systeem kunt uitschakelen wan-
neer u een privégesprek wilt voeren.
De Uconnect™ Phone wordt aangestuurd via
het Bluetooth Handsfree Profiel van uw mo-
biele telefoon. De Uconnect™ Phone is voor-
zien van Bluetooth-technologie, de wereld-
wijde standaard waarmee verschillende
elektronische toestellen zonder draden of
dockstation aan elkaar kunnen worden gekop-
peld. De Uconnect™ Phone werkt dan ook
ongeacht de plaats waar uw mobiele telefoon
zich bevindt (handtas, zak of aktetas), op voor-
waarde dat uw telefoon is ingeschakeld en aan
de Uconnect™ Phone van de auto is gekop-
peld. Met de Uconnect™ Phone kunnen maxi- maal zeven mobiele telefoons op het systeem
worden aangesloten. Met de Uconnect™
Phone kan slechts één aangesloten (of gekop-
pelde) mobiele telefoon tegelijk worden ge-
bruikt. De Uconnect™ Phone is verkrijgbaar in
de talen Engels, Nederlands, Frans, Duits, Ita-
liaans of Spaans (zoals aanwezig).
WAARSCHUWING!
Elk systeem waarmee u mondeling opdrach-
ten geeft mag alleen gebruikt worden als de
rij-omstandigheden veilig zijn en in overeen-
stemming met plaatselijke wetgeving en tele-
foongebruik. Alle aandacht moet gericht blij-
ven op de weg vooruit. Als u dit niet doet, kan
een botsing met ernstig of dodelijk letsel ont-
staan.
Toets voor Uconnect™ Phone De twee toetsen (de toets voor
Uconnect™ Phone
en de
toets voor gesproken opdrachten
) waarmee u toegang hebt
tot het systeem, bevinden zich bij
de bedieningselementen op de ra-
dio of op het stuurwiel (indien aanwezig). Wan-
81
Page 204 of 416

Navigatie –Bocht na bocht
Wanneer u deze functie gekozen heeft, zal het
navigatiesysteem u, door middel van gespro-
ken aanwijzingen, kilometer na kilometer en
bocht na bocht langs de gekozen route bege-
leiden totdat u de eindbestemming bereikt
heeft. Om uw keuze te maken drukt u herhaal-
delijk kort op de toets SELECT, totdat een vinkje
naast de functie verschijnt, waarmee aangege-
ven wordt dat het systeem geactiveerd is, of
totdat het vinkje verdwijnt waarmee wordt aan-
gegeven dat het systeem is uitgeschakeld.
Anti-ongevalsysteem Forward Collision
Warning — Indien aanwezig
Het FCW anti-ongevalsysteem kan ingesteld
worden op: veraf, dichtbij of uit. De stan-
daardinstelling van het FCW-systeem is: veraf.
Dit houdt in dat het systeem u waarschuwt voor
een mogelijke aanrijding met een voertuig voor
u, terwijl u nog verder van dit voertuig verwij-
derd bent. Dit geeft u de langste reactietijd.
Voor een meer dynamische rijstijl kiest u de
instelling: dichtbij. Deze instelling waarschuwt
u voor een mogelijke aanrijding met een voer-
tuig voor u, terwijl u veel dichter bij dit voertuig
bent. Deze instelling biedt een meer dynami-sche rijervaring. Om de FCW-status te wijzigen,
drukt u kort op de toets SELECT totdat een
vinkje naast de functie verschijnt, waarmee
aangegeven wordt dat het systeem geacti-
veerd is, of totdat het vinkje verdwijnt waarmee
wordt aangegeven dat het systeem is uitge-
schakeld.
Voor meer informatie, raadpleeg “Adaptieve
cruisecontrol (ACC)” onder “De functies van uw
voertuig”.
Parkeerhulp
De parkeerhulp achter tast het gebied achter
de auto af voor obstakels indien REVERSE
(achteruit) is ingeschakeld en de snelheid min-
der dan 18 km /u bedraagt. Het systeem kan
worden ingesteld met Sound Only (alleen ge-
luid), Sound and Display (geluid en beeld) of
worden uitgeschakeld (OFF) via het EVIC. Om
een selectie te maken bladert u omhoog of
omlaag totdat de gewenste instelling gemar-
keerd is, vervolgens drukt u kort op SELECT
totdat naast de instelling een vinkje verschijnt
dat aangeeft dat de instelling geselecteerd is.
Raadpleeg
Rear Park Assist System (parkeer-sensoren achter) in
Functies van uw auto
begrijpen voor meer informatie over de wer-
king en bediening.
Dodehoekbewaking — indien aanwezig
Bij het gebruik van het dodehoeksysteem zijn
drie instellingen mogelijk. Door eenmaal kort
op de toets SELECT te drukken kiest u de
modus “Blind Spot: Lights Only” dode hoek:
alleen lichtsignaal). Wanneer deze modus is
ingeschakeld werkt het dodehoeksysteem en
worden waarschuwingen als visuele signalen
weergegeven in de buitenspiegels. Door de
toets SELECT een tweede maal te drukken
kiest u de modus “Blind Spot: Lights/CHM”
(dode hoek:lichtsignaal/geluid). In deze modus
geeft het dodehoeksysteem, zodra de richting-
aanwijzers zijn ingeschakeld, visuele waar-
schuwingen weer in de buitenspiegels en laat
gelijktijdig een waarschuwingssignaal klinken.
Door de modus “Blind Spot: Off” (dode hoek:
Uit) te kiezen wordt het dodehoeksysteem uit-
geschakeld.
OPMERKING:
Wanneer uw voertuig schade heeft opgelo-
pen in het gebied waar de sensor geplaatst
200