Stuur Lancia Ypsilon 2012 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LANCIA, Model Year: 2012, Model line: Ypsilon, Model: Lancia Ypsilon 2012Pages: 307, PDF Size: 13.23 MB
Page 183 of 307

bandenspanning, vermeld in de paragraaf
"Bandenspanning" in het hoofdstuk
"Technische gegevens", is bereikt. Controleer de
bandenspanning op de drukmeter B fig. 125;
doe dit bij uitgeschakelde compressor om een
preciezere aflezing te verkrijgen;❒als het na 5 minuten nog steeds niet mogelijk is
om minstens 1,8 bar te krijgen, koppel dan de
compressor van het ventiel en het stopcontact af
en verplaats vervolgens de auto ongeveer 10
meter naar voren of naar achteren, zodat de
afdichtvloeistof zich gelijkmatig in de band kan
verdelen; pomp de band vervolgens weer op.
❒als na deze handeling nog steeds geen 1,8 bar
wordt verkregen binnen 5 minuten na
inschakeling van de compressor, rij dan niet
verder maar neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk;
BELANGRIJK
Breng de sticker op een voor de
bestuurder goed zichtbare plaats aan,
om eraan te herinneren dat de band
behandeld is met de snelle
bandenreparatiekit. Rijd voorzichtig, met
name in bochten. Rijd niet harder dan 80
km/h. Vermijd bruusk accelereren en
remmen.
❒stop na ongeveer 10 minuten en controleer
opnieuw de bandenspanning;trek de handrem
aan;Volg voor de veiligheid van de geparkeerde
auto de aanwijzingen in de paragraaf
"Parkeren" in het hoofdstuk "Starten en
rijden".
fig. 125
L0F0181
fig. 126
L0F0178
181WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 188 of 307

MISTLICHT
(voor bepaalde versies/markten)
Ga voor het vervangen van de lamp als volgt te
werk:
❒draai het stuur tot tegen de aanslag;
❒maak de borglippen A fig. 135 los en verwijder
de klep B;
❒druk op de veer C fig. 136 en koppel de stekker
los D;
❒draai het deksel E rechtsom en verwijder het
(zie aanduiding OFF en de pijl op het deksel);
❒haak de veren F fig. 137 los en trek ze naar
buiten om ze te verwijderen;
❒koppel de stekker G fig. 138 los en vervang de
lamp H;
❒monteer de nieuwe lamp en voor de voornoemde
procedure in omgekeerde volgorde uit.ACHTERLICHTUNITS
De achterlichtunits omvatten de gloeilampen voor
de parkeerverlichting, het remlicht en de
richtingaanwijzers. De achteruitrijlichten en de
mistachterlichten zijn in de achterbumper
opgenomen.
fig. 135
L0F0205
fig. 136
L0F0206
fig. 137
L0F0207
186WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 195 of 307

Voor een overzicht van de zekeringen wordt
verwezen naar de zekeringentabel in de volgende
pagina’s.
BELANGRIJK
Als de zekering opnieuw doorbrandt,
neem contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
Vervang een doorgrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
BELANGRIJK
Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een hogere
stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE,
MIDIFUSE, MAXI-FUSE) doorbrandt,
neem dan contact op met het Lancia
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
Alvorens een zekering te vervangen,
moet men controleren of de
contactsleutel uit het slot is genomen en of
alle stroomverbruikers uit staan en/of zijn
uitgeschakeld.
BELANGRIJK
Als een hoofdzekering voor
veiligheidsinrichtingen
(airbagsysteem, remsysteem), motorsystemen
(motorsysteem, transmissiesysteem) of
stuurinrichting doorbrandt, neem dan
contact op met het Lancia Servicenetwerk.
193WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 198 of 307

196WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Zekeringenkast op het dashboard
De regeleenheid bevindt zich aan de linkerkant van
de stuurkolom en de zekeringen zijn makkelijk
bereikbaar via het onderste deel van het dashboard.
De zekeringen bevinden zich in de zekeringenkast die
is afgebeeld in fig. 156.
Page 201 of 307

AANSLUITKAST IN MOTORRUIMTE
fig. 154
199WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
APPARATEN ZEKERING AMPERE
Knooppunt Body Computer F01 60
Achterste zekeringenkast F02 50
Startschakelaar F03 20
Knooppunt remmen (pomp) F04 40
Knooppunt elektrische stuurinrichting F05 70
Koelventilator met één versnelling (verwarmde
motoren)F06 20
Koelventilator met twee versnellingen/Lage snelheid
koelventilator (motoren met klimaatregeling)F06 30
Hoge snelheid koelventilator F07 40
Mistlichten F08 15
Koplampsproeierpomp F09 30
Claxons F10 15
Motormanagementsysteem (secundaire verbruikers) F11 10
Grootlicht F14 15
Opendakmotor F15 20
+15 Knooppunt motormanagement/bobine T10 F16 7,5
Knooppunt motormanagement (primaire verbruik-
ers) (versies 0.9 TwinAir 85 pk/1.2 8V 69 pk)F17 10
Engine management node (primary loads) (1.2 8V
69 HP versions with Start&Stop)F17 15
Page 202 of 307

200WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
APPARATEN ZEKERING AMPERE
Knooppunt motormanagement (primaire verbruik-
ers) (1.2 8V 69 HP LPG versies) en Smart Distribu-
tion Unit (SDU)F17 15
+30 Knooppunt motormanagement/bobine T09 F18 5
Brandstofpomp F19 15
Achterruitverwarming/ruitontwaseming F20 30
Aircocompressor F21 7,5
Voeding vanaf hoofdrelais behuizing motorbedrading
voor knooppunt motormanagement (versies 0.9
TwinAir 85 pk/1.3 16V MultiJet)F22 15
Voeding vanaf hoofdrelais behuizing motorbedrading
voor knooppunt motormanagement (versies 1.2 8V
69 pk versies)F22 10
Knooppunt remsysteem F23 20
Knooppunt remsysteem/Knooppunt elektrische
F24 7,5
Bescherming voedingslijn LPG-druksensor en magn-
eetklep (1.2 8V 69 pk LPG-versies) (onder relais
T20)F30 7,5
"Blow-by verwarming" functie (versies 0.9 TwinAir
85 pk/1.3 16V MultiJet)F30 5
Voorgloei regeleenheid (versies 1.3 16V MultiJet) F81 60
Ventilator inzittendenruimte F82 40
Verwarmd dieselfilter (1.3 16V MultiJet versies) F83 40 stuurinrichting
Page 204 of 307

ZEKERINGENKAST INSTRUMENTENPANEEL
fig. 156APPARATEN ZEKERING AMPERE
Beschikbaar F12 -
+15 hoogteregeling koplampen F13 5
+15 bediening via ingeschakeld contactslot met
blokkering tijdens starten van motorF31 5
Beschikbaar F32 -
+30 F36 10
+15 schakelaar op rempedaal (NO) F37 7,5
Centrale portiervergrendeling F38 20
Tweeweg-ruitensproeierpomp F43 20
Elektrische ruitbediening bestuurderszijde F47 20
Elektrische ruitbediening passagierszijde F48 20
+15 F49 7,5
+15 F50 7,5
+15 F51 5
+30 F53 7,5+15 = plusklem vanaf contactsleutel
+30 = directe plusklem accu (niet vanafcontactsleutel)
202WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 208 of 307

SLEPEN VAN DE AUTODe trekhaak die bij de auto wordt geleverd
bevindt zich in de gereedschapshouder, onder de
mat in de bagageruimte.
MONTAGE VAN DE TREKHAAK
Verwijder de dop A fig. 160 (voorbumper) of A
fig. 161 (achterbumper) door met de hand op het
onderste gedeelte te duwen, neem het sleepoog
B fig. 160 (voorbumper) of B fig. 161
(achterbumper) uit het omhulsel in de
gereedschapshouder en draai het compleet in de
schroefdraad aan de voor- of achterzijde.
BELANGRIJK
Alvorens te slepen, moet de
contactsleutel op MAR en vervolgens
op STOP worden gezet, zonder de sleutel uit
het contactslot te nemen. Als de sleutel uit
het contactslot wordt genomen, wordt
automatisch het stuurslot ingeschakeld
waardoor de auto niet kan worden bestuurd.
BELANGRIJK
Maak voor de montage van de
trekhaak de schroefdraad zorgvuldig
schoon. Controleer of de trekhaak volledig
op de schroefdraadpen is gedraaid alvorens
de auto te slepen.
fig. 160
L0F0021
fig. 161
L0F0022
206WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 209 of 307

BELANGRIJK
Houd er rekening mee dat tijdens het
slepen de rembekrachtiging en de
elektrische stuurbekrachtiging niet
beschikbaar zijn, waardoor voor het
bedienen van het rempedaal en het sturen
meer kracht is vereist. Gebruik voor het
slepen geen soepele kabels en vermijd
bruuske bewegingen. Zorg tijdens het slepen
dat er geen onderdelen door de
sleepverbinding kunnen worden beschadigd.
Bij het slepen van de auto moet men zich
aan de wegenverkeerswetgeving houden,
zowel voor de trekhaak als voor het slepen
zelf. Start de motor niet wanneer de auto
wordt gesleept.
BELANGRIJK
Gebruik sleepogen voor en achter
alleen voor noodgevallen op de weg.
Het is toegestaan de auto op korte afstanden
te slepen m.b.v. geschikte middelen conform
de wegenverkeerswetgeving (starre stang),
om de auto op de weg te verplaatsen om hem
gebruiksklaar te maken voor het slepen of
voor transport met takelwagen. Sleepogen
MOGEN NIET worden gebruikt om
voertuigen off-road (d.w.z. op het terrein) te
slepen of waar hindernissen zijn en/of voor
het slepen met kabels of andere niet-starre
hulpmiddelen. In overeenstemming met
voornoemde voorwaarden, moet men voor
het slepen twee voertuigen gebruiken (een
slepend en een gesleepte voertuig), beiden
zoveel mogelijk op één lijn.
207WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD EN
ZORG
TECHNISCHE
GEGEVENS
ALFABETISCH
REGISTER
Page 241 of 307

WIELOPHANGINGVersies Voor Achter
0.9 TwinAir 85 pk
Onafhankelijke wielophanging type
McPherson, met stabilisatorstangSemi-onafhankelijke wielen gekoppeld
met een torsietraverse 1.2 8V 69 pk
1.3 16V MultiJetSTUURINRICHTINGVersies Draaicirkel (m) Type
0.9 TwinAir 85 pk9.4
Tandheugelstuurinrichting met elek-
trische stuurbekrachtiging 1.2 8V 69 pk9.4
1.3 16V MultiJet9.4
239WEGWIJS IN UW
AUTO
VEILIGHEID
STARTEN EN
RIJDEN
LAMPJES EN
BERICHTEN
NOODGEVALLEN
ONDERHOUD EN
ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTER