alarm Lexus CT200h 2014 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: LEXUS, Model Year: 2014, Model line: CT200h, Model: Lexus CT200h 2014Pages: 624, PDF Size: 23.33 MB
Page 508 of 624

5088-1. Belangrijke informatie
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Alarmknipperlichten
Druk op de schakelaar.
Alle richtingaanwijzers gaan nu gelijktij-
dig knipperen, ongeacht of de motor nu
draait of niet. Druk nogmaals op de
schakelaar om ze weer uit te schakelen.
■Alarmknipperlichten
Als de alarmknipperlichten gedurende langere tijd worden gebruikt terwijl het hybride-
systeem niet in werking is (terwijl het controlelampje READY niet brandt) kan de 12V-
accu ontladen raken.
De alarmknipperlichten worden gebruikt om andere bestuurders te waar-
schuwen wanneer de auto tot stilstand moet worden gebracht, bijvoorbeeld
bij pech.
Page 542 of 624

5428-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Als de auto een lekke band heeft
(auto's met reservewiel)
●Breng de auto tot stilstand op een stevige, vlakke ondergrond.
●Activeer de parkeerrem.
●Zet de selectiehendel in stand P.
●Schakel het hybridesysteem uit.
●Schakel de alarmknipperlichten in. (Blz. 508)
Uw auto is voorzien van een reservewiel. De lekke band kan worden vervan-
gen door het reservewiel.
Voor meer informatie over banden: Blz. 469
WA A R S C H U W I N G
■Als de auto een lekke band heeft
Rijd nooit door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer mogelijk is en kan er
een ongeval ontstaan.
Voor het opkrikken van de auto
Page 554 of 624

5548-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Als de auto een lekke band heeft
(auto's zonder reservewiel)
●Breng de auto tot stilstand op een veilige plaats en een stevige, vlakke onder-
grond.
●Activeer de parkeerrem.
●Zet de selectiehendel in stand P.
●Schakel het hybridesysteem uit.
●Schakel de alarmknipperlichten in.
Uw auto is niet uitgerust met een reservewiel, maar wel met een bandenrepa-
ratieset.
Een lekke band met perforatieschade door een spijker of schroef kan voorlo-
pig worden gerepareerd met de bandenreparatieset.
WA A R S C H U W I N G
■Als de auto een lekke band heeft
Rijd nooit door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer mogelijk is en kan er
een ongeval ontstaan.
Voor het repareren van de auto
Page 568 of 624

5688-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Als de elektronische sleutel niet goed werkt
Gebruik de mechanische sleutel
(Blz. 115) om de volgende handelin-
gen uit te voeren:
Vergrendelen van alle portieren
Sluiten van de ruiten
* (draaien en
vasthouden)
Ontgrendelen van alle portieren
Openen van de ruiten
* (draaien en
vasthouden)
*: Deze instellingen moeten aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast door een
erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Trap het rempedaal in.
Raak de startknop aan met de zijde
van de elektronische sleutel met
daarop het Lexus-embleem.
Als een van de portieren geopend of
gesloten wordt terwijl de sleutel tegen
de startknop wordt gehouden, klinkt er
een alarm dat aangeeft dat het startsys-
teem de elektronische sleutel niet kan
waarnemen.
Als de communicatie tussen de elektronische sleutel en de auto is verbroken
(Blz. 130) of de elektronische sleutel niet kan worden gebruikt omdat de batte-
rij leeg is, werken het Smart entry-systeem met startknop en de afstandsbedie-
ning niet. In dergelijke gevallen kunnen de portieren en de achterklep worden
geopend of kan het hybridesysteem worden gestart volgens onderstaande proce-
dure.
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren en sleutelgekoppelde
functies
1
2
3
4
Starten van het hybridesysteem
1
2
Page 569 of 624

5698-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
8
Bij problemen
Druk binnen 10 seconden na het klinken van de zoemer de startknop in en
houd daarbij het rempedaal ingetrapt.
Laat uw auto direct controleren door een erkende Lexus-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige als het hybridesysteem nog steeds niet kan worden bediend.
■Uitschakelen van het hybridesysteem
Activeer de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand P en druk op de startknop zoals u
normaal doet bij het uitschakelen van het hybridesysteem.
■Vervangen van de sleutelbatterij
Omdat deze procedure een noodmaatregel is, wordt geadviseerd de batterij van de
elektronische sleutel zo snel mogelijk te laten vervangen als deze ontladen is.
(Blz. 484)
■Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt niet ingeschakeld als de mechanische sleutel wordt gebruikt
om de portieren te vergrendelen.
Het alarm kan worden geactiveerd als een portier met de mechanische sleutel wordt
ontgrendeld terwijl het alarmsysteem is ingeschakeld. (Blz. 86)
■Wijzigen van de standen van het contact
Laat binnen 10 seconden na het klinken van de zoemer het rempedaal los en druk op de
startknop.
Het hybridesysteem wordt niet ingeschakeld en de stand verandert iedere keer dat de
knop wordt ingedrukt. (Blz. 178)
WA A R S C H U W I N G
■Bij het gebruik van de mechanische sleutel en het bedienen van de elektrisch bedien-
bare ruiten
Bedien de elektrisch bedienbare ruit nadat u hebt gecontroleerd of er geen risico is dat
een passagier met een lichaamsdeel bekneld kan raken tussen de ruit.
Laat tevens de mechanische sleutel niet bedienen door kinderen. Het kan gebeuren
dat een lichaamsdeel van een kind of een andere passagier klem komt te zitten tussen
de elektrisch bedienbare ruit.
3
Page 572 of 624

5728-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
Sluit het deksel van de speciale hulpstartaansluiting en plaats het deksel van
de zekeringenkast weer in de oorspronkelijke positie.
Laat, nadat het hybridesysteem is gestart, de auto zo snel mogelijk nakijken door
een erkende Lexus-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
■Starten van het hybridesysteem wanneer de 12V-accu ontladen is
Het hybridesysteem kan niet worden gestart door de auto aan te duwen.
■Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
●Zet de koplampen en het audiosysteem uit als het hybridesysteem is uitgeschakeld.
●Schakel niet-noodzakelijke elektrische verbruikers uit als er gedurende langere tijd
met lage snelheden gereden wordt, bijvoorbeeld in een file.
■Als de 12V-accu verwijderd of ontladen is
●Mogelijk start het hybridesysteem niet. (Blz. 466)
●Als de 12V-accu ontladen raakt terwijl de selectiehendel in stand P staat, is het wellicht
niet mogelijk om de selectiehendel in een andere stand te zetten. In dat geval kan de
auto alleen worden gesleept met beide voorwielen van de grond, aangezien de voor-
wielen geblokkeerd zijn. (Blz. 510)
●Schakel, zodra de 12V-accu weer is aangesloten, het hybridesysteem in en controleer
met de positie-indicator of de selectiehendel in alle standen kan worden gezet.
●Zorg ervoor dat de sleutel zich niet in de auto bevindt als de 12V-accu wordt opgela-
den of vervangen. Wanneer het alarm wordt geactiveerd, kan de sleutel in de auto wor-
den ingesloten. (Blz. 86)
■Opladen van de 12V-accu
De 12V-accu zal geleidelijk aan ontladen, zelfs wanneer de auto niet in gebruik is. Dit
wordt veroorzaakt door natuurlijke ontlading en het effect van bepaalde elektrische
apparatuur. Als de auto langere tijd niet gebruikt wordt, kan de 12V-accu ontladen en
kan het hybridesysteem mogelijk niet meer worden gestart. (De 12V-accu laadt automa-
tisch op wanneer het hybridesysteem in werking is.)
WA A R S C H U W I N G
■Voorkomen van brand en explosie van de 12V-accu
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat het licht ont-
vlambare gas dat uit de 12V-accu kan komen, per ongeluk tot ontbranding komt:
●Zorg ervoor dat de startkabel aangesloten wordt op de juiste accupool en niet per
ongeluk in aanraking komt met een ander onderdeel dan de bedoelde accupool.
●Zorg ervoor dat de op de “+”-pool aangesloten startkabel niet in contact komt met
andere onderdelen of metalen oppervlakken, zoals metalen steunen en ongelakt
metaal.
●Laat de “+” en “-” klemmen van de startkabels niet in contact komen met elkaar.
●Rook niet en gebruik geen lucifers, aanstekers en open vuur in de buurt van de 12V-
accu.
9
Page 593 of 624

5939-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
9
Specificaties van de auto
■Po r t i e r s l o t Blz. 119, 568)
■Smart entry-systeem met startknop* en afstandsbediening
(Blz. 129, 114)
*: Indien aanwezig
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Alle portieren kunnen worden
ontgrendeld door de mecha-
nische sleutel in het bestuur-
dersportier eenmaal te draai-
enUit
(Alle portieren
in één keer ont-
grendelen)Aan
(Stap 1: bestuur-
dersportier ont-
grendelen, stap
2: alle portieren
ontgrendelen)
O––O
Functie koppeling van rijsnel-
heid aan portiervergrendelingAanUitO–OO
Functie koppeling van portier-
vergrendeling aan stand se-
lectiehendelUitAanO–OO
Functie koppeling portieront-
grendeling aan stand selectie-
hendel
UitAanO–OO
Functie koppeling portieront-
grendeling aan bestuurders-
portier
AanUitO–OO
1234
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Bedieningssignaal
(alarmknipperlichten)AanUitO–OO
Tijd tot na het ontgrendelen,
zonder dat een portier wordt
geopend, de portieren auto-
matisch weer worden ver-
grendeld
30 seconden
60 seconden
–––O
120 seconden
Wa a r s c h u w i n g s z o e m e r g e -
opend portier (tijdens het ver-
grendelen)AanUit–––O
1234
Page 599 of 624

5999-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
9
Specificaties van de auto
■Lexus Parking Assist-sensor* (Blz. 219)
*: Indien aanwezig
■Waarschuwingszoemer achteruit (Blz. 185)
■Buitenspiegels (Blz. 157)
■Alarm* (Blz. 86)
*: Indien aanwezig
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Wa a r s c h u w i n g s v o l u m e
(Het waarschuwingsvolume
kan worden ingesteld)
31 - 5O––O
Display
(Automatische weergave van
de Lexus Park Assist kan wor-
den ingeschakeld/uitgescha-
keld)
AanUitO––O
Afstand
(Afstandsregeling kan wor-
den geselecteerd)
LangKortO––O
1234
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Signaal (zoemer) wanneer de
selectiehendel in stand R staatIntermitterendEenmalig–––O
1234
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Automatisch wegklappen/uit-
klappen
Gekoppeld aan
het vergrende-
len/ontgrende-
len van de por-
tierenUit
–––OGekoppeld aan
bediening start-
knop
1234
FunctieStandaard-
instellingPersoonlijke
voorkeurs-
instelling
Schakelt het alarm uit wan-
neer de portieren worden
ontgrendeld met de mechani-
sche sleutel
UitAan–––O
1234
Page 600 of 624

6009-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
■Voertuigaanpassingen
●Wanneer de functie koppeling van rijsnelheid aan portiervergrendeling en de functie
koppeling van portiervergrendeling aan stand selectiehendel allebei zijn ingeschakeld,
werkt het portierslot als volgt.
• Als de selectiehendel in een andere stand dan P wordt gezet, worden alle portieren
vergrendeld.
• Als de auto wordt gestart terwijl alle portieren zijn vergrendeld, werkt de functie
koppeling van rijsnelheid aan portiervergrendeling niet.
• Als de auto wordt gestart terwijl een van de portieren is ontgrendeld, werkt de func-
tie koppeling van rijsnelheid aan portiervergrendeling wel.
●Als het Smart entry-systeem met startknop is uitgeschakeld, kan het ontgrendelen van
de portieren met het Smart entry-systeem en startknop niet worden ingesteld.
●Als de portieren niet worden geopend nadat de portieren zijn ontgrendeld en de func-
tie automatisch opnieuw vergrendelen wordt geactiveerd, worden er signalen gegene-
reerd overeenkomstig de instellingen van de bedieningssignaalfunctie (zoemer en
alarmknipperlichten).
■In de volgende situaties wordt de instelmodus waarin de instellingen met het multi-
informatiedisplay kunnen worden gewijzigd, automatisch uitgeschakeld.
●Er verschijnt een waarschuwingsmelding nadat het scherm Persoonlijke voorkeursin-
stelling wordt weergegeven.
●Het contact wordt UIT gezet.
●De auto begint te rijden terwijl het scherm Persoonlijke voorkeursinstelling wordt
weergegeven.
WA A R S C H U W I N G
■Waarschuwingen tijdens aanpassen persoonlijke voorkeursinstellingen
Zorg dat de auto geparkeerd staat op een plaats met voldoende ventilatie, aangezien
het hybridesysteem tijdens het instellen moet draaien. In een afgesloten ruimte, zoals
een garage, kunnen uitlaatgassen die het schadelijke koolmonoxide (CO) bevatten,
zich ophopen en in de auto terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor de gezond-
heid.
OPMERKING
■Tijdens het aanpassen van de persoonlijke voorkeursinstellingen
Zorg ervoor dat het hybridesysteem tijdens het instellen draait, om te voorkomen dat
de 12V-accu ontladen raakt.
Page 606 of 624

606Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
CT200h_OM_OM76135E_(EE)
●Het controlelampje van de veiligheidsgordel knippert
Dragen de bestuurder en de voorpassagier hun veiligheidsgordel?
(Blz. 519)
●Het waarschuwingslampje van de parkeerrem brandt
Is de parkeerrem gedeactiveerd? (Blz. 189)
Afhankelijk van de situatie klinken er mogelijk ook andere soorten waarschu-
wingszoemers. (Blz. 516, 523)
●Heeft iemand een portier geopend tijdens het instellen van het alarm?
De sensor signaleert dit en laat het alarm klinken. (Blz. 86)
Zet om het alarm te stoppen het contact AAN of start het hybridesysteem.
●Bevindt de elektronische sleutel zich in de auto of is het schuifdak geopend?
Controleer de melding op het multi-informatiedisplay. (Blz. 523)
●Wanneer een waarschuwingslampje gaat branden of een waarschuwingsmel-
ding wordt weergegeven, raadpleeg dan Blz. 516, 523.Tijdens het rijden klinkt een waarschuwingszoemer
Er wordt een alarm geactiveerd en de claxon klinkt
(auto's met een alarm)
Bij het verlaten van de auto klinkt een waarschuwingszoemer
Er gaat een waarschuwingslampje branden of er wordt een waarschu-
wingsmelding weergegeven