Zekering MAZDA MODEL CX-5 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2013, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2013Pages: 657, PDF Size: 5.51 MB
Page 532 of 657

2. Maak de elektrische stekker los van de
gloeilamp door het uitsteeksel op de
stekker met uw vinger in te drukken en
aan de stekker te trekken.
OPGELET
Bij het vervangen van de lamp, altijd
eerst de stekker losmaken. Anders kan
elektrische en elektronische apparatuur
worden kortgesloten.
3. Maak de gloeilamp los door deze naar
buiten te trekken.
4. Monteer de nieuwe gloeilamp in de
omgekeerde volgorde van het
verwijderen.
Zekeringen
De elektrische installatie van uw auto is
beveiligd tegen beschadiging door
overbelasting door middel van
zekeringen.
Indien een van de lampen, elektrische
accessoires of bedieningsorganen van uw
auto niet functioneert, dient u de
betreffende circuitbeveiliging te
controleren. Indien een zekering is
doorgeslagen, is de draad er binnen in
doorgesmolten.
Indien dezelfde zekering opnieuw
doorslaat, het betreffende systeem niet
langer gebruiken en onmiddellijk een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur raadplegen.
qVervangen van zekeringen
Vervangen van de zekeringen aan de
linkerzijde van de auto
Controleer eerst de zekeringen aan de
linkerzijde van de auto, indien de
elektrische installatie niet werkt.
1. Controleer of de contactschakelaar
uitgeschakeld is en dat de overige
schakelaars uit zijn.
6-62
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 533 of 657

2. Open de kap van het zekeringenpaneel.
3. Trek de zekering recht uit met behulp
van de zekeringtrekker welke
aangebracht is op het zekeringenblok
in de motorruimte.
4. Controleer de zekering en vervang
deze als deze is doorgeslagen.
NormaalDoorgeslagen
5. Druk een nieuwe zekering van
hetzelfde amperage op de plaats en
controleer of deze goed in de klemmen
vastzit. Als dit niet het geval is, de
zekering door een deskundige
reparateur laten installeren. Bij
voorkeur een officiële Mazda
reparateur.
Indien er geen reserve-zekering meer
beschikbaar is, kunt u een zekering van
dezelfde capaciteit gebruiken van een
circuit dat voor het rijden met de auto
niet essentieel is, zoals het AUDIO of
OUTLET circuit.
OPGELET
Vervang een zekering steeds door een
originele Mazda zekering of
gelijkwaardige van dezelfde capaciteit.
Anders bestaat de kans op beschadiging
van de elektrische installatie.
6. Breng de afdekking aan en controleer
dat deze stevig op zijn plaats zit.
Vervangen van de zekeringen onder de
motorkap
Controleer het zekeringenblok in de
motorruimte, indien de koplampen of
andere elektrische onderdelen niet
functioneren en de zekeringen in het
interieur in orde zijn. Indien een zekering
is doorgeslagen, dient deze te worden
vervangen. Handel in een dergelijk geval
als volgt:
1. Controleer of de contactschakelaar
uitgeschakeld is en dat de overige
schakelaars uit zijn.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-63
Page 534 of 657

2. Verwijder de kap van het
zekeringenblok.
3. Indien een zekering behalve de MAIN
zekering is doorgeslagen, dient deze
vervangen te worden door een nieuwe
van hetzelfde amperage.
Normaal
Doorgeslagen
WAARSCHUWING
De hoofdzekering niet zelf vervangen.
Laat het vervangen van de zekering
over een aan officiële Mazda
reparateur:
Het zelf vervangen van de zekering is
gevaarlijk, omdat de MAIN zekering
een hoogspanningszekering is. Als de
zekering op onjuiste wijze wordt
vervangen, kan dit een elektrische
schok of kortsluiting veroorzaken en
brand teweeg brengen.
4. Breng de afdekking aan en controleer
dat deze stevig op zijn plaats zit.
6-64
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 535 of 657

qBeschrijving van het zekeringenpaneel
Zekeringenblok (Motorruimte)
BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
1 ADD FAN GE 30 A Koelventilator
í
2 IG2 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
3 INJECTOR 30 A Motorbesturingssysteemí
4 FAN DE 40 A Koelventilatorí
5 P.WINDOW1 30 A Elektrische ruitbedieningí
6―― ―
7 ADD FAN DE 40 A Koelventilatorí
8 EVVT 20 A Motorbesturingssysteemí
9 DEFOG 40 A Achterruitverwarming
10 DCDC DE 40 A Voor beveiliging van diverse circuitsí
11 FAN GE 30 A Koelventilatorí
12―― ―
13―― ―
14―― ―
15 ENG.MAIN 40 A Motorbesturingssysteem
16 ABS/DSC M 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
17
50 A Voor beveiliging van diverse circuitsí
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-65íBepaalde modellen.
Page 536 of 657

BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
18 WIPER 20 A Voorruitenwisser en ruitensproeier
19 HEATER 40 A Airconditioning
20 DCDC REG 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
í
21 ENGINE.IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
22 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
23H/L LOW L
HID L15 A Koplamp (Links)
*1, koplamp dimlicht (Links)*2
24 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts)*2
25 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
26 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
27 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
28 AT 15 A Transmissiebesturingssysteem
29 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier
í
30 A/C 7,5 A Airconditioning
31 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteemí
32 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achterí
33 R.WIPER 15 A Achterruitenwisser
34 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)*2
35 HID R 15 A Koplamp (Rechts)*1
36 FOG 15 A Mistlampen voorí
377,5 A Motorbesturingssysteem
38 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie
39 GLOW SIG 5 A Motorbesturingssysteem
í
40 METER2 7,5 A Instrumentengroepí
41 METER1 10 A Instrumentengroep
42 SRS1 7,5 A Airbag
43 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose
®geluidsinstallatieí
44 AUDIO1 15 A Audio-installatie
45 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
46 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
í
47 FUEL WARM 25 A Brandstofverwarmerí
48 TAIL 15 ALampen van achterlichten, positielampen,
kentekenplaatverlichting
49―― ―
50 HAZARD 25 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers
51 DRL 15 A―
52 R.OUTLET2 15 A Stekkerbussen voor accessoires
6-66
Onderhoud en verzorging
íBepaalde modellen.
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 537 of 657

BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
53 HORN 15 A Claxon
54 ROOM 15 A Plafondlamp
*1 Met xenon gasontlading koplampen
*2 Met halogeen koplampen
Zekeringenblok (Linkerzijde)
BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
1 P.SEAT D 30 A Elektrische zittingafstelling
í
2 P.WINDOW3 30 A Elektrische ruitbedieningí
3 R.OUTLET3 15 A―
4 P.WINDOW2 25 A Elektrische ruitbediening
5 SRS2/ESCL 15 A Elektronische stuurvergrendeling
6 D.LOCK 25 A Centrale portiervergrendeling
7 SEAT WARM 20 A Stoelverwarming
í
8 SUNROOF 10 A Schuifdakí
9 F.OUTLET 15 A Stekkerbussen voor accessoiresí
10 MIRROR 7,5 A Elektrisch bediende buitenspiegels
11 R.OUTLET1 15 A Stekkerbussen voor accessoires
12―― ―
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-67íBepaalde modellen.
Page 538 of 657

BESCHRIJVINGZEKERINGCA-
PACITEITBEVEILIGD ONDERDEEL
13―― ―
14―― ―
15―― ―
16―― ―
17 M.DEF 7,5 A Spiegelverwarming
í
18―― ―
19―― ―
20 AT IND 7,5 A AT schakelstandindikator
í
21 P.SEAT P 30 A―
6-68
Onderhoud en verzorging
íBepaalde modellen.
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 637 of 657

Controleer het bandenspanningslabel voor de bandenmaat en de bandenspanning (pagina
6-44).
Na het afstellen van de bandenspanning is initialisering van het
bandenspanningcontrolesysteem noodzakelijk om het systeem normaal te laten
functioneren.
Zie Initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem op pagina 4-144.
Standaard band
BandenmaatBandenspanning
Maximaal 3 personen―Volledige belasting
225/65R17 102VVoor 230 kPa (2,3 bar, 33 psi) 260 kPa (2,6 bar, 38 psi)
Achter 230 kPa (2,3 bar, 33 psi) 280 kPa (2,8 bar, 41 psi)
225/55R19 99VVoor 250 kPa (2,5 bar, 36 psi) 260 kPa (2,6 bar, 38 psi)
Achter 250 kPa (2,5 bar, 36 psi) 290 kPa (2,9 bar, 42 psi)
Gewicht van 1 persoon: Ongeveer 75 kg
Noodreservewielí
Bandenmaat Bandenspanning
185/80R17 95M 250 kPa (2,5 bar, 36 psi)
Winterband
BandenmaatBandenspanning
Maximaal 3 personen―Volledige belasting
225/65R17
*1
MSVoor 230 kPa (2,3 bar, 33 psi) 260 kPa (2,6 bar, 38 psi)
Achter 250 kPa (2,5 bar, 36 psi) 300 kPa (3,0 bar, 44 psi)
225/55R19
*2
MSVoor 250 kPa (2,5 bar, 36 psi) 260 kPa (2,6 bar, 38 psi)
Achter 270 kPa (2,7 bar, 39 psi) 310 kPa (3,1 bar, 45 psi)
Gewicht van 1 persoon: Ongeveer 75 kg
*1 Belastingsindex en snelheidsaanduiding: 102Q/102S/102H/102V
*2 Belastingsindex en snelheidsaanduiding: 99Q/99S/99H/99V
Aantrekkoppel van wielmoeren
Haal bij het monteren van een band de wielmoeren met het onderstaande koppel aan.
108―147 N·m (12―14 kgf·m)
qZekeringen
Zie Zekeringen op pagina 6-62.
Technische gegevens
9-11íBepaalde modellen.
Page 651 of 657

S
Starten in noodgevallen
Leegraken van de brandstoftank
(SKYACTIV-D 2.2) ................... 7-29
Starten door aanduwen ............... 7-28
Starten van een verzopen motor
(SKYACTIV-G 2.0) ................... 7-28
Starten met een hulpaccu .................. 7-25
Starten van de motor ........................... 4-4
Stekkerbus voor accessoires ............ 5-118
Stuurbekrachtiging .......................... 4-136
Stuurwiel ........................................... 3-34
Claxon ...................................... 4-115
Suggesties voor brandstofbesparend
gebruik .............................................. 3-60
T
Technische gegevens ........................... 9-5
Toerenteller ....................................... 4-26
U
Uitlaatgasreinigingssysteem
(SKYACTIV-D 2.2) .......................... 3-30
Uitlaatgasreinigingssysteem
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5) .................................................... 3-29
V
Veiligheidsgordelsysteem
3-punts type ................................ 2-23
Automatische blokkering ........... 2-22
Noodblokkering ......................... 2-21
Zwangere vrouwen ..................... 2-21
V
Vernieuwen
Banden ....................................... 6-47
Batterij ....................................... 6-41
Gloeilampen ............................... 6-50
Ruitenwisser ............................... 6-34
Wiel ............................................ 6-48
Zekering ..................................... 6-62
Verzorging van de carrosserie ........... 6-69
Bescherming van holle
ruimten ....................................... 6-74
Bijwerken van
lakbeschadigingen ...................... 6-74
Chassiscoating ........................... 6-75
Onderhoud van aluminium
velgen ......................................... 6-75
Onderhoud van de lak ................ 6-71
Onderhoud van plastic
onderdelen .................................. 6-76
Onderhoud van verchroomde en
aluminium onderdelen ............... 6-74
Verzorging van het interieur .............. 6-77
Reinigen van de binnenzijde van de
ruiten .......................................... 6-79
Reinigen van de zittingen en de
interieurbekleding ...................... 6-77
Reinigen van het materiaal van de
heup/schoudergordels ................ 6-79
Voorzorgsmaatregelen betreffende het
dashboard ................................... 6-77
Vierwielaandrijving
(4WD), gebruik ............................... 4-134
Vloeistof
Rem/koppeling ........................... 6-31
Ruitensproeier ............................ 6-32
Vloeistoffen
Classificatie .................................. 9-6
Vloermat ........................................... 3-62
Voertuiginformatielabels ..................... 9-2
Index
10-7