olie MAZDA MODEL CX-5 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2013, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2013Pages: 657, PDF Size: 5.51 MB
Page 494 of 657

Motorolie
OPMERKING
Het verversen van de motorolie dient door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur te worden gedaan.
qAanbevolen olie
Voor het behouden van de onderhoudsinterval (pagina 6-3) en ter bescherming van de
motor tegen beschadiging door slechte smering, is het van vitaal belang gebruik te maken
van motorolie met de juiste specificatie.
Gebruik geen olie die niet voldoet aan de hieronder vermelde specificaties of vereisten.
Gebruik van ongeschikte olie kan motorschade veroorzaken welke niet door de Mazda
garantie wordt gedekt.
Temperatuurbereik voor SAE-viscositeitgetallen
Originele Mazda Olie Ultra 5W-30
API SL/SM/SN of ACEA A3/A5 Originele Mazda Olie Supra 0W-20
Alternatieve oliekwaliteit Aanbevolen olies (Europa)
(Behalve Europa)
–30
–20 –10 0
10 20 30
40 50
–20 0
20 40
60
80 100 120
–40
–40
Soort Soort
Temperatuurbereik voor SAE-viscositeitgetallen
API SG/SH/SJ/SL/SM/SN of
ILSAC GF-II/GF-III/GF-IV/GF-V
–30
–20 –10 0
10 20 30
40 50
–20 0
20 40
60
80 100 120
–40
–40
SKYACTIV-G 2.0 en SKYACTIV-G 2.5
5W-30 0W-20
6-24
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 495 of 657

(Europa)
(Behalve Europa)
SoortTemperatuurbereik voor SAE-viscositeitgetallen
ACEA C3
–30 –20 –10 0
1020 30
4050
–200
2040
60
80100 120
–40
–40
SKYACTIV-D 2.2
Temperatuurbereik voor SAE-viscositeitgetallen
Soort
Originele Mazda Olie Ultra DPF 5W-30 Originele Mazda Olie Supra DPF 0W-30
Alternatieve oliekwaliteitAanbevolen olies
–30
–20 –10 0
1020 30
4050
–200
2040
60
80100 120
–40
–40
ACEA C3
5W-30 0W-30
De viscositeit van de motorolie, of dikte, is van invloed op het brandstofverbruik en op de
werking van de motor (starten en oliecirculatie) bij lage buitentemperaturen.
Motoroliesoorten met een lage viscositeit verlagen het brandstofverbruik en verbeteren de
prestaties bij lage buitentemperaturen.
Hoge buitentemperaturen echter vereisen motorolie met een hogere viscositeit met het oog
op voldoende smering.
Neem bij het kiezen van olie het bereik van de buitentemperaturen in acht waarbij u uw
auto tot aan de volgende olieverversingsbeurt gaat gebruiken.
Kies vervolgens aan de hand van de bovenstaande tabel de aanbevolen olieviscositeit.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-25
Page 496 of 657

OPGELET
lHet gebruik van oliesoorten met een andere viscositeit dan welke is aanbevolen voor
de betreffende buitentemperatuur, kan beschadiging van de motor tot gevolg hebben.
l(SKYACTIV-D 2.2)
SKYACTIV-D 2.2 gebruikt voorgeschreven olie. Controleer de specificatie in het
instruktieboekje.Als andere motorolie dan de voorgeschreven olie wordt
gebruikt, zal de effectieve periode van gebruik van het dieseldeeltjesfilter verkort
worden of bestaat de kans dat het dieseldeeltjesfilter beschadigd wordt.
OPMERKING
(SKYACTIV-G 2.0 en SKYACTIV-G 2.5)
lHet is bij alle motoren normaal dat onder normale rijomstandigheden olie wordt
verbruikt.
Het is mogelijk dat het motorolieverbruik oploopt tot 0,8 liter/1000 km. Dit kan het
gevolg zijn van verdamping, interne ventilatie of verbranding van de smerende olie in
de werkende motor. Het is mogelijk dat het olieverbruik hoger is wanneer de motor
nog nieuw is als gevolg van het inrijdingsproces. Het olieverbruik is ook afhankelijk
van het motortoerental en de motorbelasting. Onder extreme rijomstandigheden is het
mogelijk dat het olieverbruik hoger is.
(SKYACTIV-D 2.2)
lTelkens wanneer de motorolie ververst wordt, dient de motorstuureenheid van de auto
zo spoedig mogelijk teruggesteld te worden overeenkomstig de instruktie in het
Werkplaatshandboek. Anders bestaat de kans dat het motoroliewaarschuwingslampje
oplicht. Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur, voor het terugstellen van de motorstuureenheid.
6-26
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 497 of 657

OPMERKING
lInspecteer het motoroliepeil regelmatig. Als bij het inspecteren van de motorolie het
motoroliepeil hoger is dan het“X”merkteken op de peilstok, de motorolie verversen.
Wij bevelen een deskundige reparateur aan, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur. Inspecteer bij het verversen van de motorolie het motoroliepeil met behulp
van de oliepeilstok en vul zodanig bij dat het motoroliepeil binnen het bereik is van
Vol en Laag zoals getoond in de afbeelding.
X merkteken Vo l Laag
qControle van het motoroliepeil
1. Controleer of de auto op een vlakke
ondergrond staat.
2. Laat de motor warmdraaien totdat deze
de normale bedrijfstemperatuur bereikt
heeft.
3. Zet de motor stop en wacht tenminste 5
minuten om de olie naar het carter te
laten terugvloeien.
4. Trek de peilstok naar buiten, veeg deze
schoon en steek deze weer volledig in.SKYACTIV-G 2.0 en SKYACTIV-G 2.5
Vo l
In orde
Laag
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-27
Page 498 of 657

SKYACTIV-D 2.2
Laag In ordeVol
OPMERKING
(SKYACTIV-D 2.2)
Bij het inspecteren van het
motoroliepeil de oliepeilstok recht naar
buiten trekken, zonder deze te draaien.
Bij het weer insteken van de
oliepeilstok deze steeds insteken zonder
te draaien, zodat het“X”merkteken in
de richting van de voorzijde van de auto
wijst.
5. Trek de peilstok weer naar buiten en
controleer het oliepeil.
Het oliepeil is normaal als dit tussen
Laag en Vol staat.
Indien het peil in de nabijheid van of
onder Laag is, voldoende olie bijvullen
om het peil op Vol te brengen.
OPGELET
Nooit olie bijvullen hoger dan het Vol
peil. Dit kan beschadiging van de motor
veroorzaken.
6. Let er op of de O-ring op de peilstok
goed op zijn plaats zit alvorens de
peilstok opnieuw in te steken.7. Steek de peilstok volledig in.
6-28
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 503 of 657

Indien er geen ruitensproeiervloeistof
voorhanden is, kan er gewoon water
worden gebruikt.
Gebruik echter in een koud klimaat een
sproeiervloeistofoplossing om bevriezing
te voorkomen.
OPMERKING
Voor de levering van sproeiervloeistof
naar de voorste en achterste
ruitensproeier wordt gebruik gemaakt
van hetzelfde reservoir.
Smering van de carrosserie
Alle bewegende punten van de carrosserie
zoals de portier-, motorkap-en
kofferdekselscharnieren en sloten moeten
gesmeerd worden telkens wanneer de
motorolie wordt ververst. Gebruik bij
koud weer een niet-bevriezend
smeermiddel op de sloten.
Let er bij het openen van de primaire
vergrendeling van de motorkap op, dat de
secundaire vergrendeling (de
“veiligheidshaak”) de motorkap belet om
vanzelf te openen.
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
6-33
Page 510 of 657

qOnderhoud van de accu
Voor het in optimale conditie houden van
uw accu:
lZorg er voor dat de accu steeds stevig
gemonteerd is.
lHoud de bovenzijde van de accu
schoon en droog.
lHoud de accupolen en de aansluitingen
schoon en stevig bevestigd en voorzie
de polen regelmatig van een laagje
vaseline of accuvet.
lEventueel gemorst elektroliet
onmiddellijk van de accu afspoelen
met een oplossing van water en soda.
lMaak de accukabels los als de auto
geruime tijd niet zal worden gebruikt
en laad de accu elke zes weken.
qInspectie van het niveau van het
accu-elektroliet
Wanneer het niveau van het accu-
elektroliet laag is, heeft dit tot gevolg dat
de accu snel uitgeput raakt.
Bovenste
niveaustreepje
Onderste
niveaustreepje
Inspecteer het niveau van het accu-
elektroliet tenminste eenmaal per week.
Indien het niveau te laag is, de doppen
verwijderen en voldoende gedistilleerd
water bijvullen om het niveau tussen het
bovenste en onderste niveaustreepje
(illustratie) te brengen.
Niet teveel bijvullen.
Controleer het soortelijk gewicht van het
elektroliet met een zuurweger, vooral
tijdens koud weer. Indien het soortelijk
gewicht te laag is, dient de accu
opgeladen te worden.
6-40
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Page 544 of 657

3. Bij het in de was zetten de laag was
gelijkmatig aanbrengen met behulp van
de bijgeleverde spons of een zachte
doek.
4. Veeg de was af met behulp van een
zachte doek.
OPMERKING
Wanneer u voor het verwijderen van
olie, teer en dergelijke stoffen gebruik
maakt van een
vlekkenreinigingsmiddel, zal daardoor
meestal tevens de was van de lak
verwijderd worden. Zet deze delen
opnieuw in de was, ook al is dit voor de
rest van de auto niet nodig.
qBijwerken van lakbeschadigingen
Repareer beschadigingen van de laklaag
veroorzaakt door steenslag, schade door
parkeerfouten, enz., door gebruik te
maken van Mazda bijwerklak, voordat
deze plekken door roest aangetast worden.
Verwijder eerst alle vuil en vet met een
schone zachte doek.
Indien er zich reeds roest gevormd heeft:
1. Verwijder alle roest met behulp van
schuurpapier.
2. Veeg de plekken af met een schone,
zachte doek.
3. Breng een roestafwerende grondlaag
op de plekken aan.
4. Nadat de plekken volledig gedroogd
zijn, een geschikte laklaag op de
plekken aanbrengen.Het is natuurlijk het beste wanneer u
dergelijke werkzaamheden aan een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur overlaat.
qBescherming van holle ruimten
De holle ruimten zijn in de fabriek met
een anti-roestmiddel behandeld. De
levensduur van de carrosserie kan echter
worden verlengd door na in gebruikname
van de auto deze plaatsen een aanvullende
behandeling te geven.
Het wordt aanbevolen omtrent verdere
bescherming een deskundige reparateur,
bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur te raadplegen.
qOnderhoud van verchroomde en
aluminium onderdelen
lGebruik een teerreinigingsmiddel om
teer en insecten enz., te verwijderen.
Gebruik daarvoor geen messen of
andere scherpe voorwerpen
lBreng ter bescherming van de
oppervlakken van de verchroomde of
aluminium onderdelen een laagje was
of chroomconserveringsmiddel aan en
wrijf de oppervlakken er mee in totdat
er een hoge glans verkregen wordt.
lBreng voor gebruik van de auto in de
winter of in kustgebieden een dikkere
laag was of
chroomconserveringsmiddel op de
verchroomde of aluminium onderdelen
aan. Breng indien nodig een laag
zuurvrije vaseline of een ander
beschermend middel op deze
onderdelen aan.
6-74
Onderhoud en verzorging
Verzorging van het uiterlijk
Page 546 of 657

qOnderhoud van plastic onderdelen
lBij het reinigen van de plastic lenzen
van de lampen, geen benzine,
petroleum, gezuiverde alcohol,
verfverdunner, reinigingmiddelen met
hoge zuurtegraad of sterke alkalische
reinigingsmiddelen gebruiken. Anders
kunnen deze chemische middelen de
buitenoppervlakken doen verkleuren of
beschadigen, wat een beduidend verlies
aan functionaliteit tot gevolg kan
hebben. Als plastic onderdelen
onvoorzien met deze chemische
middelen in aanraking komen,
onmiddellijk met water afspoelen.
lAls plastic onderdelen zoals de
bumpers onvoorzien in aanraking
komen met chemicaliën of vloeistoffen
zoals benzine, olie, motorkoelvloeistof
of accuvloeistof, kan dit verkleuring,
vlekken of afbladdering van de laklaag
veroorzaken. Veeg dergelijke
chemicaliën of vloeistoffen
onmiddellijk af met behulp van een
zachte doek.
lEr zijn autowasinrichtingen die werken
met hoge watertemperatuur en hoge
waterdruk, afhankelijk van het type
hogedruk-autowasinstallatie. Als het
sproeiermondstuk van de
autowasinrichting te dicht bij de auto
wordt gehouden, of als deze gedurende
langere tijd op één plaats gericht blijft,
kunnen plastic onderdelen vervormd
raken of kan de laklaag beschadigd
worden.
lGebruik geen was die schuurmiddelen
bevat (polijstmiddel). Anders kan dit
beschadiging van de laklaag
veroorzaken.
lGebruik verder ook geen elektrisch of
persluchtgereedschap voor het
aanbrengen van was. Anders kunnen
door de opgewekte wrijvingswarmte
plastic onderdelen vervormd raken of
kan de laklaag beschadigd worden.
6-76
Onderhoud en verzorging
Verzorging van het uiterlijk
Page 547 of 657

Verzorging van het interieur
WAARSCHUWING
Spuit geen water in de cabine:
Het is gevaarlijk wanneer water op
elektrische onderdelen zoals de audio-
installatie en schakelaars terechtkomt,
aangezien dit defecten of brand kan
veroorzaken.
qVoorzorgsmaatregelen
betreffende het dashboard
Voorkom dat bijtende oplossingen zoals
parfum en cosmetische olie in aanraking
komt met het instrumentenpaneel. Deze
veroorzaken beschadiging en verkleuring
van het instrumentenpaneel. Indien deze
stoffen met het dashboard in aanraking
komen, deze onmiddellijk afvegen.
OPGELET
Indien deze stoffen met het dashboard
in aanraking komen, deze onmiddellijk
afvegen.
Glansmiddelen bevatten ingrediënten
die verkleuring, rimpeling, scheurtjes
en afschilfering kunnen veroorzaken.
Bovenkant van instrumentenpaneel
(zachte bekleding)
lVoor de bovenkant van het zachte
stootkussen is buitengewoon zacht
materiaal gebruikt. Voor het reinigen
wordt het aanbevolen een schone doek
te gebruiken die bevochtigd is met een
zacht schoonmaakmiddel voor het
verwijderen van vlekken.
lAls het zachte stootkussen hard wordt
afgewreven, bestaat de kans dat het
oppervlak beschadigd wordt en dat er
witte krassen ontstaan.
qReinigen van de zittingen en de
interieurbekleding
Kunststof
Gebruik een handveger of een stofzuiger
voor het verwijderen van stof en losse
vuildeeltjes van kunststof bekleding.
Reinig de kunststof bekleding met een
leer- en kunststofreinigingsmiddel.
Leerí
Verwijder eerst stof en zand met een
stofzuiger of dergelijke, veeg vervolgens
het vuil weg met behulp van een zachte
doek met een leerreinigingsmiddel of een
zachte doek gedompeld in een zachte
zeepoplossing.
Veeg de restanten reinigingsmiddel of
zeep weg met behulp van een goed
uitgewrongen doek die gedompeld is in
schoon water.
Neem het vocht op met een droge, zachte
doek en laat het leer verder drogen op een
goed geventileerde plaats buiten direct
zonlicht. Als het leer bijvoorbeeld door
regen nat is geworden, het vocht eveneens
opnemen en zo spoedig mogelijk laten
drogen.
Onderhoud en verzorging
Verzorging van het uiterlijk
6-77íBepaalde modellen.