olie MAZDA MODEL CX-5 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2013, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2013Pages: 657, PDF Size: 5.51 MB
Page 549 of 657

OPMERKING
Krassen of deukjes in de panelen die het
gevolg zijn van het gebruik van een
harde borstel of doek zijn mogelijk niet
meer te repareren.
Wees bijzonder voorzichtig bij het
reinigen van de volgende plaatsen waar
panelen gemonteerd zijn die met een
speciale laag zijn behandeld.
· Sierpaneel
qReinigen van het materiaal van
de heup/schoudergordels
Reinig het gordelmateriaal met een zachte
zeepoplossing zoals aanbevolen voor
bekleding of tapijten. Volg de instrukties.
Het gordelmateriaal niet bleken of verven;
het materiaal kan hierdoor verzwakt
worden.
Laat na het reinigen van de
veiligheidsgordels het materiaal van de
gordels grondig drogen en controleer
alvorens de gordels op te rollen dat deze
niet langer vochtig zijn.
WAARSCHUWING
Laat beschadigde veiligheidsgordels
onmiddellijk vernieuwen door een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur:
Het gebruik van beschadigde
veiligheidsgordels is gevaarlijk. Bij
een botsing kunnen beschadigde
veiligheidsgordels geen voldoende
bescherming bieden.
qReinigen van de binnenzijde van
de ruiten
Indien de binnenzijden van de ruiten van
de auto bedekt raken met een olieachtig,
vettig of wasachtig laagje, dienen deze
gereinigd te worden met behulp van een
glasreiniger. Volg de gebruiksaanwijzing
op de verpakking van het
reinigingsmiddel.
OPGELET
lDe binnenzijde van het ruitglas niet
afkrabben of bekrassen. Dit kan
schade aan de verwarmingsdraden en
de antennedraden veroorzaken.
lGebruik voor het reinigen van de
binnenzijde van het ruitglas een
zachte doek bevochtigd met lauw
water en veeg de verwarmingsdraden
en antennedraden voorzichtig af.
Gebruik van ruitreinigingsmiddelen
kan schade aan de
verwarmingsdraden en de
antennedraden veroorzaken.
Onderhoud en verzorging
Verzorging van het uiterlijk
6-79
Page 572 of 657

qMonteren van het reservewiel
1. Verwijder alle vuil en overige
verontreiniging van de
montagevlakken van het wiel, de naaf
en de naafbouten met behulp van een
doek.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de montagevlakken
van het wiel, de naaf en de wielmoeren
schoon zijn alvorens banden te
verwisselen of te vernieuwen:
Het is gevaarlijk wanneer bij het
verwisselen of vernieuwen van een
band vuil en overige verontreiniging
niet van de montagevlakken van het
wiel, de naaf en de wielbouten wordt
verwijderd. De wielmoeren kunnen
tijdens het rijden lostrillen, hetgeen
het verlies van een wiel gevolgd door
een ongeluk kan veroorzaken.
2. Breng het reservewiel op de plaats aan.3. Monteer de wielmoeren met de
afgeschuinde zijde naar binnen gericht;
draai ze vervolgens hand-vast.
WAARSCHUWING
Breng geen olie of vet op de
wielmoeren en bouten aan en trek de
wielmoeren niet verder dan het
voorgeschreven aantrekkoppel aan:
Het aanbrengen van olie en vet op
wielmoeren en bouten is gevaarlijk.
De wielmoeren kunnen tijdens het
rijden lostrillen, hetgeen het verlies
van een wiel gevolgd door een ongeluk
kan veroorzaken. Bovendien kunnen
wielmoeren en bouten beschadigd
worden wanneer deze meer dan
noodzakelijk aangetrokken worden.
7-22
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
Page 589 of 657

qAls de
motoroliewaarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampje wordt
aangegeven
Dit waarschuwingslampje geeft aan dat de
druk van de motorolie laag is.
Bij SKYACTIV-D 2.2 gaat ook het
motoroliewaarschuwingslampje branden
als de motorolie ernstig vervuild is.
OPGELET
De motor niet laten draaien wanneer de
oliedruk laag is. Anders kan dit
uitgebreide motorschade tot gevolg
hebben.
Indien het lampje tijdens het rijden gaat
branden:
1. Rijd naar de kant van de weg en breng
de auto op een veilige en vlakke plaats
tot stilstand.
2. Zet de motor stop en wacht 5 minuten
om de olie naar het carter te laten
terugvloeien.
3. Inspecteer het motoroliepeil (pagina
6-27). Als het peil laag is, de juiste
hoeveelheid motorolie bijvullen en er
daarbij op letten niet teveel bij te
vullen.
OPGELET
De motor niet laten draaien als het
oliepeil laag is. Anders kan dit
uitgebreide motorschade tot gevolg
hebben.
4. Start de motor en controleer het
waarschuwingslampje.
Indien het lampje blijft branden ook als
het oliepeil normaal is of nadat u olie
heeft bijgevuld, de motor onmiddellijk
stopzetten en uw auto naar een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur laten slepen.
qAls het motorwaarschuwingslampje
gaat branden of knipperen
Als dit indikatielampje tijdens het rijden
gaat branden, bestaat de kans dat er een
probleem met de auto is. Noteer de
rijomstandigheden waarbij het lampje
begon te branden en raadpleeg een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur.
Het motorwaarschuwingslampje kan in de
volgende gevallen gaan branden:
l(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5)
Wanneer het niveau van de brandstof in
de tank bijzonder laag is of wanneer de
tank nagenoeg leeg is.
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers
7-39
Page 592 of 657

OPGELET
lAls zich een van onderstaande
gevallen voordoet, is er mogelijk een
defect in het systeem. Laat de auto
door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda
reparateur controleren.
lHet lampje gaat tijdens het rijden
knipperen.
lHet lampje gaat niet branden
wanneer het contact op ON gezet
wordt.
lGebruik altijd banden van het
voorgeschreven formaat voor alle
wielen en van hetzelfde merk, soort
en profielpatroon. Bovendien geen
banden met duidelijk zichtbaar
verschillende slijtagepatronen op
dezelfde auto gebruiken. Als
dergelijke ongeschikte banden
gebruikt worden, bestaat de kans dat
het LDWS niet normaal functioneert.
lWanneer een noodreservewiel wordt
gebruikt, bestaat de kans dat het
systeem niet normaal functioneert.
qAls de 4WD waarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampje wordt
aangegeven
í
Type A
De waarschuwingsindikatie wordt onder
de volgende omstandigheden getoond;
lEr is een afwijking in het 4WD
systeem.
lEr is teveel verschil in de bandradius
tussen de voor- en achterwielen.
lDe temperatuur van de differentieelolie
is abnormaal hoog.
lEr is voortdurend een groot verschil
tussen het aantal omwentelingen van
de voor- en achterwielen, zoals
wanneer u probeert weg te rijden op
een bevroren wegdek of wanneer u de
auto probeert vrij te trekken uit
modder, zand of soortgelijke
omstandigheden.
Wanneer“4WD Systeem inspectie
vereist”wordt aangegeven
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur.
7-42
Als er zich een probleem voordoet
íBepaalde modellen.
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers
Page 593 of 657

Wanneer“Voertuig stoppen op een
veilig plek”wordt aangegeven
Parkeer de auto op een veilige plaats. Als
de aanduiding na enkele ogenblikken
verdwijnt kunt u verder rijden. Als de
aanduiding niet verdwijnt, contact
opnemen met een deskundige reparateur,
bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur.
Type B
Het waarschuwingslampje zal onder de
volgende omstandigheden gaan branden
of knipperen:
lGaat branden wanneer er een afwijking
is in het 4WD systeem.
lGaat branden als er teveel verschil is in
de bandradius tussen de voor- en
achterwielen.
lGaat knipperen wanneer de
temperatuur van de differentieelolie
abnormaal hoog wordt.
lKnippert wanneer er voortdurend een
groot verschil is tussen het aantal
omwentelingen van de voor- en
achterwielen, zoals wanneer u probeert
weg te rijden op een bevroren wegdek
of wanneer u de auto probeert vrij te
trekken uit modder, zand of
soortgelijke omstandigheden.
Wanneer het lampje brandt
Als het 4WD waarschuwingslampje gaat
branden, contact opnemen met een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur.Wanneer het lampje knippert
Parkeer de auto op een veilige plaats. Start
de motor na enkele ogenblikken opnieuw,
als het waarschuwingslampje ophoudt met
knipperen kunt u verder rijden. Als het
lampje niet ophoudt met knipperen,
contact opnemen met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur.
qAls de waarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampje voor de
automatische transmissie wordt
aangegeven
í
Het lampje/indikatie gaat branden
wanneer er een probleem is met de
transmissie.
OPGELET
Als het waarschuwingslampje/
waarschuwingsindikatie voor de
automatische transmissie gaat branden,
is er een elektrisch probleem in de
transmissie. Wanneer u in deze toestand
met uw Mazda blijft doorrijden, kan dit
beschadiging van uw transmissie tot
gevolg hebben. Raadpleeg zo spoedig
mogelijk een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda
reparateur.
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers
7-43íBepaalde modellen.
Page 632 of 657

qAanbevolen smeermiddelen
Motorolie*1Europa Behalve Europa
SKYACTIV-G 2.0,
SKYACTIV-G 2.5Aanbevolen olies*2Oliekwaliteit
Originele Mazda Olie Supra 0W-20
API SG/SH/SJ/SL/SM/SN of
ILSAC GF-II/GF-III/GF-IV/GF-V Originele Mazda Olie Ultra 5W-30
Alternatieve oliekwaliteit
*3
API SL/SM/SN of ACEA
A3/A50W-20
5W-30
SKYACTIV-D 2.2Aanbevolen olies
*2Oliekwaliteit
Originele Mazda Olie Supra DPF 0W-30
ACEA C3
0W-30/5W-30 Originele Mazda Olie Ultra DPF 5W-30
Alternatieve oliekwaliteit
*3
ACEA C30W-30
5W-30
*1 Zie Aanbevolen olie op pagina 6-24.
*2 Originele Mazda olie is speciaal bestemd/getest voor de respektievelijke motor. Voor optimale prestaties wordt
het aanbevolen altijd gebruik te maken van originele Mazda olie.
*3 Als er geen originele Mazda olie beschikbaar is, kunt u ook gebruik maken van alternatieve olie die
overeenkomt met de aangegeven specificatie.
Gebruik geen olie die niet voldoet aan de hierboven vermelde specificaties of vereisten. Gebruik van ongeschikte
olie kan motorschade veroorzaken welke niet door de Mazda garantie wordt gedekt.
Smeermiddel Classificatie
Handgeschakelde versnellingsbakolieAPI Service GL-4
SAE 75W-80
Automatische transmissievloeistof Originele Mazda Olie ATF-FZ
TussenbakolieAPI Service GL-5
SAE 80W-90
AchterdifferentieelolieAPI Service GL-5
SAE 80W-90
Rem/koppelingsvloeistof SAE J1703 of FMVSS116 DOT-3 of DOT-4
9-6
Technische gegevens
Page 633 of 657

qInhouden
(Hoeveelheden zijn bij benadering)
Onderwerp Inhoud
Motorolie
SKYACTIV-G 2.0Met vernieuwing oliefilter 4,2 liter
Zonder vernieuwing oliefilter 4,0 liter
SKYACTIV-G 2.5Met vernieuwing oliefilter 4,5 liter
Zonder vernieuwing oliefilter 4,3 liter
SKYACTIV-D 2.2Met vernieuwing oliefilter 5,1 liter
Zonder vernieuwing oliefilter 4,8 liter
Koelvloeistof
SKYACTIV-G 2.0
Handgescha-
kelde
versnellingsbakModel met links stuur 7,1 liter
Model met rechts stuur 6,9 liter
Automatische
transmissieIsraël 7,4 liter
Saoedi-Arabië 7,6 liter
Behalve
bovenge-
noemdeModel met links stuur 7,3 liter
Model met rechts stuur 7,2 liter
SKYACTIV-G 2.5
Maleisië, Thailand 7,6 liter
Behalve
bovengenoem-
deModel met links stuur 7,5 liter
Model met rechts stuur 7,3 liter
SKYACTIV-D 2.2
Handgescha-
kelde
versnellingsbakModel met links stuur 8,7 liter
Model met rechts stuur 8,9 liter
Automatische
transmissieEuropaModel met links stuur 8,9 liter
Model met rechts stuur 9,1 liter
Rusland 9,0 liter
Behalve
bovenge-
noemdeModel met links stuur 9,0 liter
Model met rechts stuur 9,2 liter
Handgescha-
kelde
versnellings-
bakolie
SKYACTIV-G 2.02WD 1,65 liter
4WD 1,70 liter
SKYACTIV-D 2.2 2,40 liter
Automati-
sche
transmissie-
vloeistofSKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5 7,8 liter
SKYACTIV-D 2.2 8,0 liter
Tussenbakolie 0,45 liter
Achterdifferentieelolie 0,45 liter
Technische gegevens
9-7
Page 634 of 657

Onderwerp Inhoud
Brandstoftank2WD 56,0 liter
4WD 58,0 liter
Controleer altijd het oliepeil en de vloeistofniveaus met behulp van de peilstokken of de reservoirmeters.
qAfmetingen
Onderwerp Voertuigspecificatie
Totale lengteZonder kentekenplaathouder 4540 mm
Met kentekenplaathouder 4555 mm
Totale breedte 1840 mm
Totale hoogte
*1Type A 1710 mm
Type B 1670 mm
Spoorbreedte, voor 1585 mm
Spoorbreedte, achter 1590 mm
Wielbasis 2700 mm
*1 De totale hoogte wordt al naargelang het antennetype als volgt gecategoriseerd:
Type A
Antenne
Type B
Behalve bovengenoemde.
9-8
Technische gegevens
Page 646 of 657

A
Aanbevolen olie ................................ 6-24
Aanbevolen smeermiddelen ................ 9-6
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS) ................................................ 4-97
Accu .................................................. 6-38
Inspectie van het niveau van het accu-
elektroliet ................................... 6-40
Laden ......................................... 6-41
Onderhoudspunt ......................... 6-40
Technische gegevens .................... 9-5
Vernieuwen ................................ 6-41
Accu is uitgeput
Starten met een hulpaccu ........... 7-25
Achterklep ......................................... 3-21
Afdekking bagageruimte ............ 3-24
Wanneer de achterklep niet geopend
kan worden ................................. 7-56
Achterruit
Achterruitverwarming ............. 4-114
Achterruitensproeier ........................ 4-113
Achterruitenwisser .......................... 4-113
Achterruitverwarming ..................... 4-114
Spiegel ...................................... 4-115
Achterste kledinghaken ................... 5-124
Achteruitkijkmonitor ....................... 4-163
Achterzitting ..................................... 2-11
Afmetingen ......................................... 9-8
Afstandbediende
portiervergrendeling ............................ 3-4
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ... 4-130
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Behalve Europese modellen) ........... 3-56
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Europese modellen) ......................... 3-51
Anti-wielspin regeling (TCS) .......... 4-131
TCS OFF schakelaar ................ 4-132
Asbak .............................................. 5-125
A
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume ........... 5-60
Audio-uit toets ........................... 5-61
Zoektoets .................................... 5-60
Audio-installatie
Antenne ...................................... 5-14
Audiobedieningsschakelaar ........ 5-60
Audioset (Type A/Type B) ......... 5-29
Audioset (Type C/Type D) ......... 5-43
AUX/USB/iPod modus .............. 5-63
Bedieningstips voor audio-
installatie .................................... 5-14
Gebruik van de
commanderschakelaar ................ 5-62
Automatische transmissie
Ontgrendelpal van
overschakelblokkering ............... 4-83
Rijtips ......................................... 4-90
Schakelblokkeersysteem ............ 4-83
Schakelstanden ........................... 4-81
B
Bagageruimte .................................. 5-124
Bagageruimteverlichting ................. 5-114
Banden .............................................. 6-44
Bandenspanning ......................... 6-44
Noodreservewiel ........................ 6-47
Onderling verwisselen van de
banden ........................................ 6-46
Sneeuwbanden ........................... 3-64
Sneeuwkettingen ........................ 3-65
Technische gegevens .................. 9-10
Vernieuwen van een band .......... 6-47
Vernieuwen van een velg ........... 6-48
Bandenspanningcontrolesysteem .... 4-141
Bediening van de handgeschakelde
versnellingsbak ................................. 4-77
10-2
Index
Page 647 of 657

B
Bekerhouder .................................... 5-120
Beveiligingssysteem
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(behalve Europese modellen) ..... 3-56
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Europese modellen) .................. 3-51
Start-blokkeersysteem ................ 3-48
Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek .................................. 7-3
Binnenspiegel ................................... 3-37
Bluetooth® ....................................... 5-84
Bluetooth® audio ..................... 5-106
Bluetooth® handsfree ................ 5-91
Oplossen van problemen .......... 5-110
Boordcomputer ................................. 4-34
Brandstof
Meter .......................................... 4-27
Tankinhoud .................................. 9-7
Tankklep en -dop ....................... 3-32
Vereisten (SKYACTIV-D 2.2) .... 3-28
Vereisten
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5) ............................................. 3-27
Buitenspiegels ................................... 3-35
Buitentemperatuurdisplay ................. 4-29
C
Claxon ............................................. 4-115
Contact
Schakelaar .................................... 4-2
Controle van het motoroliepeil ......... 6-27
Controle van het niveau van de rem/
koppelingsvloeistof ........................... 6-31
Controle van het
sproeiervloeistofniveau ..................... 6-32
Controleren van het
motorkoelvloeistofniveau ................. 6-29
D
Dagteller ............................................ 4-25
Dakconsole ..................................... 5-122
Dieseldeeltjesfilter ........................... 4-162
Doorwaden van water ....................... 3-67
Dynamische stabiliteitsregeling
(DSC) .............................................. 4-133
E
Elektrische ruitbediening .................. 3-39
F
Fleshouder ....................................... 5-121
G
Garantie ............................................... 8-2
Geavanceerde afstandbediende
portiervergrendeling .......................... 3-11
Geavanceerde sleutel
Werkingsbereik .......................... 3-12
Gebruik van de
commanderschakelaar ....................... 5-62
Gebruik van de
commanderknop ......................... 5-62
Gebruik van de schakelaars rondom
de commanderknop .................... 5-62
Gebruikersinstellingen ...................... 9-13
Gloeilampen
Technische gegevens .................... 9-9
Vernieuwen ................................ 6-50
H
Handrem ......................................... 4-118
Handschoenenkast .......................... 5-122
Hellingwegrijsysteem (HLA) .......... 4-121
Index
10-3