olie MAZDA MODEL CX-5 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: MAZDA, Model Year: 2013, Model line: MODEL CX-5, Model: MAZDA MODEL CX-5 2013Pages: 657, PDF Size: 5.51 MB
Page 34 of 657

WAARSCHUWING
Instrukties voor gebruik van de veiligheidsgordels:
Veiligheidsgordels dienen op het beenderstelsel van het lichaam te drukken en
behoren laag om de voorzijde van het bekken, of om het bekken, de borst en schouders
gedragen te worden, al naargelang van toepassing; het dragen van de heupgordel
rondom de buik dient vermeden te worden.
Veiligheidsgordels behoren zo nauwsluitend mogelijk afgesteld te worden, in
overeenstemming met comfort, om de bescherming te kunnen bieden waarvoor zij
bestemd zijn. Een gordel die niet voldoende gespannen is zal de drager ervan
aanzienlijk minder bescherming kunnen bieden.
Zorg ervoor verontreiniging van het gordelmateriaal door schoonmaakmiddelen, olie
en chemische middelen, in het bijzonder accuzuur, te voorkomen. De gordels kunnen
het veiligste gereinigd worden met een oplossing van zachte zeep en water. Vernieuw
de gordels als het materiaal gerafeld, verontreinigd of beschadigd is.
Het is belangrijk de veiligheidsgordels als geheel te vernieuwen nadat deze bij een
ernstige botsing zijn gedragen, ook als beschadiging van het gordelsysteem niet
duidelijk waarneembaar is.
Veiligheidsgordels behoren niet gedraaid te worden gedragen.
Elke veiligheidsgordel dient slechts door één inzittende te worden gebruikt; het is
gevaarlijk een veiligheidsgordel aan te brengen rondom een kind dat op iemands
schoot zit.
Door de gebruiker mogen er geen wijzigingen of toevoegingen worden aangebracht
die verhinderen dat de afstelmechanismen van de veiligheidsgordels de gordels
strakker kunnen aanspannen of die verhinderen dat de gordels door de gebruiker
strakker kunnen worden afgesteld.
OPGELET
Het oprollen van de veiligheidsgordels verloopt stroever wanneer de gordels en de
gordelgeleiders verontreinigd zijn. Houd deze dus altijd schoon. Zie voor meer
bijzonderheden betreffende het reinigen van de veiligheidsgordels“Reinigen van het
materiaal van de heup/schoudergordels”(pagina 6-79).
Ring
2-20
Belangrijke veiligheidsuitrusting
Veiligheidsgordelsysteem
Page 142 of 657

Rijden in de winter
Het wordt aanbevolen een nooduitrusting
mee te voeren. Handige daarvoor in
aanmerking komende hulpmiddelen zijn
bijvoorbeeld sneeuwkettingen, een
ruitenkrabber, een zakje met zand of zout,
een noodlamp, een kleine spade en
startkabels.
Laat de volgende punten door een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur verzorgen:
lZorg er voor dat de radiateur de juiste
hoeveelheid anti-vries bevat.
Zie Motorkoelvloeistof op pagina 6-29.
lControleer de toestand van de accu en
de kabels. Lage temperaturen
verminderen de capaciteit van elke
accu.
lGebruik een motorolie die geschikt is
voor de laagste
omgevingstemperaturen waarbij met de
auto wordt gereden (pagina 6-24).
lControleer het ontstekingssysteem op
losse aansluitingen en beschadiging.
lGebruik sproeiervloeistof met een anti-
vries oplosmiddel, maar gebruik geen
koelvloeistof of anti-vries uit het
koelsysteem (pagina 6-32).
lDe handrem niet bij vriesweer
gebruiken, aangezien deze kan
bevriezen. Schakel in plaats daarvan in
stand P bij een automatische
transmissie en in stand 1 of R bij een
handgeschakelde versnellingsbak.
Blokkeer de achterwielen.
lSneeuwresten op de voorruit zijn
gevaarlijk aangezien deze het uitzicht
kunnen belemmeren. Verwijder de
sneeuw alvorens te gaan rijden.
lOefen geen overmatige kracht uit op
een ruitenkrabber bij het verwijderen
van ijs of bevroren sneeuw van het
spiegelglas en de voorruit.
lGebruik nooit warm of heet water voor
het verwijderen van sneeuw of ijs van
ruiten en spiegels aangezien dit barsten
in het glas kan veroorzaken.
lAls sneeuw of ijs zich op de
remonderdelen heeft vastgezet, kan dit
een nadelige invloed op de remwerking
hebben. Rijd in een dergelijke situatie
langzaam, laat het gaspedaal los en trap
het rempedaal enkele malen licht in
totdat de remwerking weer normaal
wordt.
qSneeuwbanden
WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend banden van
dezelfde maat en soort
(sneeuwbanden, radiaalbanden of
niet-radiaalbanden) op alle vier
wielen:
Gebruik van banden van een
verschillende maat of soort is
gevaarlijk. De bestuurbaarheid van
uw auto kan daardoor bijzonder
nadelig beïnvloed worden, hetgeen tot
ongelukken kan leiden.
OPGELET
Controleer de geldende bepalingen
alvorens spijkerbanden aan te brengen.
3-64
Alvorens te gaan rijden
Rijtips
Page 146 of 657

Informatie betreffende de turbolader (SKYACTIV-D 2.2)
OPGELET
lNa het rijden op de snelweg of na een lange rit bergop, de motor tenminste 30
seconden stationair laten draaien alvorens deze stop te zetten. Anders bestaat de kans
op beschadiging van de turbolader. Wanneer echter i-stop in werking is, is stationair
draaien onnodig.
lWanneer het motortoerental wordt opgejaagd of te hoog wordt opgevoerd, vooral
nadat de motor pas gestart is, kan de turbolader beschadigd worden.
lOm beschadiging van de motor te voorkomen, is deze zodanig ontworpen dat hoog
opvoeren van het motortoerental vlak nadat de motor in buitengewoon koud weer
gestart is niet mogelijk is.
De turbolader vermeerdert in hoge mate het motorvermogen. De geavanceerde constructie
zorgt voor een verbeterde werking en een vermindering van onderhoud.
Neem de volgende punten in acht om de turbolader optimaal te kunnen laten functioneren.
1. Ververs de motorolie en vernieuw het oliefilter overeenkomstig het schema van
Periodieke Onderhoudsbeurten (pagina 6-3).
2. Gebruik uitsluitend de aanbevolen motorolie (pagina 6-24). Extra toevoegingen worden
NIET aanbevolen.
3-68
Alvorens te gaan rijden
Rijtips
Page 198 of 657

Multi-informatiedisplay
Er verschijnt een bericht dat bijvoorbeeld de bedrijfstoestand van het systeem, een defect of
een afwijking aangeeft.
l(Wanneer een symbool en een bericht op de display verschijnen)
Controleer voor bijzonderheden over de symbolen die op het bovenste gedeelte van het
scherm worden aangegeven de lijst van indikaties en te nemen maatregelen.
l(Wanneer enkel een bericht wordt aangegeven op de display)
Volg de instrukties die op de display worden aangegeven.
Als gegevens zoals aangegeven in onderstaande illustraties worden getoond, is er mogelijk
een probleem met de auto. De te nemen maatregel verschilt afhankelijk van de indikatie.
Zie onderstaande illustraties.
Oplossing: Parkeer de auto onmiddellijk, kijk naar het symbool dat op het bovenste
gedeelte van het scherm wordt aangegeven en raadpleeg vervolgens de“Lijst van
indikaties en te nemen maatregelen”om het symbool op te zoeken en te zien welke
maatregel genomen moet worden.
Indikatie op display
Defect in laadsysteem:
Motor kan onverwachts
stoppen.Lage oliedruk:
Kans op motorschade.
Controleer het
motoroliepeil.Remsysteem inspectie
vereist:
Remsysteem dient
geïnspecteerd te worden.Stuurbekrachtiging defect:
Sturen wordt zeer moeilijk.
Indikatie op display
Stop de auto op een veilige
plaats:
Defect in het 4WD
systeem. Parkeer de auto
op een veilige plaats.
4-42
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
Page 200 of 657

Indikatie op display
Inspectie van
voertuigsysteem vereist:
Voertuigsysteem dient
geïnspecteerd te worden.
Lijst van indikaties en te nemen maatregelen
Signaal Waarschuwings/indikatielampjes Pagina
Hoofdwaarschuwingslampje 4-50
Remwaarschuwingslampje 4-50
Waarschuwingslampje van anti-blokkeer remsysteem (ABS) 4-51
Laadsysteemwaarschuwingsindikatie 4-52
Motoroliewaarschuwingsindikatie 4-53
Motorwaarschuwingslampje 4-53
Waarschuwingslampje voor hoge motorkoelvloeistoftemperatuur (Rood) 4-54
i-stop waarschuwingslampje (Oranje)/indikatielampje (Groen) 4-55
Rijbaanveranderingcontrolesysteem (RVM) waarschuwingslampje
(Oranje)/indikatielampje (Groen)4-57
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) waarschuwingslampje
(Oranje)/indikatielampje (Groen)4-57
4WD waarschuwingsindikatie 4-58
Waarschuwingsindikatie voor automatische transmissie 4-59
4-44
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
Page 203 of 657

qType B
Waarschuwings/indikatielampjes zullen verschijnen in de gearceerde gedeelten
Signaal Waarschuwings/indikatielampjes Pagina
Hoofdwaarschuwingslampje 4-50
Remwaarschuwingslampje 4-50
Waarschuwingslampje van anti-blokkeer remsysteem (ABS) 4-51
Laadsysteemwaarschuwingslampje 4-52
Motoroliewaarschuwingslampje 4-53
Motorwaarschuwingslampje 4-53
Waarschuwingslampje voor hoge motorkoelvloeistoftemperatuur (Rood) 4-54
i-stop waarschuwingslampje (Oranje)/indikatielampje (Groen) 4-55
Rijbaanveranderingcontrolesysteem (RVM) waarschuwingslampje
(Oranje)/indikatielampje (Groen)4-57
Rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) waarschuwingslampje
(Oranje)/indikatielampje (Groen)4-57
4WD waarschuwingslampje 4-58
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-47
Page 209 of 657

qMotoroliewaarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampje
Type B
Dit waarschuwingslampje gaat branden
wanneer het contact op ON wordt gezet
en gaat uit wanneer de motor gestart
wordt.
Type A/Type B
Dit waarschuwingslampje/
waarschuwingsindikatie geeft aan dat de
druk van de motorolie laag is.
Bij SKYACTIV-D 2.2 gaat ook het
motoroliewaarschuwingslampje/
waarschuwingsindikatie branden als de
motorolie ernstig vervuild is.
OPGELET
De motor niet laten draaien wanneer de
oliedruk laag is. Anders kan dit
uitgebreide motorschade tot gevolg
hebben.
Als tijdens het rijden het lampje gaat
branden of de waarschuwingsindikatie
wordt getoond:
1. Rijd naar de kant van de weg en breng
de auto op een veilige en vlakke plaats
tot stilstand.
2. Zet de motor stop en wacht 5 minuten
om de olie naar het carter te laten
terugvloeien.3. Inspecteer het motoroliepeil (pagina
6-27). Als het peil laag is, de juiste
hoeveelheid motorolie bijvullen en er
daarbij op letten niet teveel bij te
vullen.
OPGELET
De motor niet laten draaien als het
oliepeil laag is. Anders kan dit
uitgebreide motorschade tot gevolg
hebben.
4. Start de motor en controleer het
waarschuwingslampje/
waarschuwingsindikatie.
Indien het lampje/indikatie blijft branden
ook als het oliepeil normaal is of nadat u
olie heeft bijgevuld, de motor
onmiddellijk stopzetten en uw auto naar
een deskundige reparateur, bij voorkeur
een officiële Mazda reparateur laten
slepen.
qMotorwaarschuwingslampje
Dit indikatielampje gaat branden wanneer
het contact op ON wordt gezet en gaat uit
wanneer de motor gestart wordt.
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-53
Page 214 of 657

OPGELET
lAls zich een van onderstaande
gevallen voordoet, is er mogelijk een
defect in het systeem. Laat de auto
door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda
reparateur controleren.
lHet lampje gaat tijdens het rijden
knipperen.
lHet lampje gaat niet branden
wanneer het contact op ON gezet
wordt.
lGebruik altijd banden van het
voorgeschreven formaat voor alle
wielen en van hetzelfde merk, soort
en profielpatroon. Bovendien geen
banden met duidelijk zichtbaar
verschillende slijtagepatronen op
dezelfde auto gebruiken. Als
dergelijke ongeschikte banden
gebruikt worden, bestaat de kans dat
het LDWS niet normaal functioneert.
lWanneer een noodreservewiel wordt
gebruikt, bestaat de kans dat het
systeem niet normaal functioneert.
LDWS indikatielampje (Groen)
Wanneer het lampje brandt
lHet LDWS indikatielampje gaat
branden vanuit de standby toestand
wanneer aan de volgende voorwaarden
is voldaan.
lDe rijsnelheid is 65 km/h of hoger.lDe witte (gele) strepen worden
bespeurd.
lHet indikatielampje gaat uit wanneer
de LDWS schakelaar wordt ingedrukt.Wanneer het lampje knippert
Het indikatielampje gaat knipperen
wanneer het systeem bepaalt dat de auto
van zijn rijstrook afwijkt.
q4WD waarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampjeí
Type A
De waarschuwingsindikatie wordt onder
de volgende omstandigheden getoond;
lEr is een afwijking in het 4WD
systeem.
lEr is teveel verschil in de bandradius
tussen de voor- en achterwielen.
lDe temperatuur van de differentieelolie
is abnormaal hoog.
lEr is voortdurend een groot verschil
tussen het aantal omwentelingen van
de voor- en achterwielen, zoals
wanneer u probeert weg te rijden op
een bevroren wegdek of wanneer u de
auto probeert vrij te trekken uit
modder, zand of soortgelijke
omstandigheden.
Wanneer“4WD Systeem inspectie
vereist”wordt aangegeven
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur.
4-58
Tijdens het rijden
íBepaalde modellen.
Instrumentengroep en display
Page 215 of 657

Wanneer“Voertuig stoppen op een
veilig plek”wordt aangegeven
Parkeer de auto op een veilige plaats. Als
de aanduiding na enkele ogenblikken
verdwijnt kunt u verder rijden. Als de
aanduiding niet verdwijnt, contact
opnemen met een deskundige reparateur,
bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur.
Type B
Wanneer het contact op ON wordt gezet,
zal dit waarschuwingslampje gedurende
enkele seconden blijven branden.
Het waarschuwingslampje zal onder de
volgende omstandigheden gaan branden
of knipperen:
lGaat branden wanneer er een afwijking
is in het 4WD systeem.
lGaat branden als er teveel verschil is in
de bandradius tussen de voor- en
achterwielen.
lGaat knipperen wanneer de
temperatuur van de differentieelolie
abnormaal hoog wordt.
lKnippert wanneer er voortdurend een
groot verschil is tussen het aantal
omwentelingen van de voor- en
achterwielen, zoals wanneer u probeert
weg te rijden op een bevroren wegdek
of wanneer u de auto probeert vrij te
trekken uit modder, zand of
soortgelijke omstandigheden.
Wanneer het lampje brandt
Als het 4WD waarschuwingslampje gaat
branden, contact opnemen met een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur.Wanneer het lampje knippert
Parkeer de auto op een veilige plaats. Start
de motor na enkele ogenblikken opnieuw,
als het waarschuwingslampje ophoudt met
knipperen kunt u verder rijden. Als het
lampje niet ophoudt met knipperen,
contact opnemen met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur.
qWaarschuwingsindikatie/
waarschuwingslampje voor
automatische transmissie
í
Type B
Wanneer het contact op ON wordt gezet,
zal dit waarschuwingslampje gedurende
enkele seconden blijven branden.
Type A/Type B
Het lampje/indikatie gaat branden
wanneer er een probleem is met de
transmissie.
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-59íBepaalde modellen.
Page 256 of 657

OPGELET
lDe hoogte van de auto niet afstellen, de koplampeenheden niet wijzigen en de camera
niet verwijderen. Anders zal het systeem niet normaal functioneren.
lNeem voor de juiste werking van het koplampregelsysteem (HBC) de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht.
lPlaats geen voorwerpen op het instrumentenpaneel die licht weerkaatsen.lHoud het gedeelte van het voorruitglas in de buurt van de vooruitrijcamera (FSC)
schoon.
lBreng geen accessoires, stickers of folie op de voorruit aan in de buurt van de
vooruitrijcamera (FSC). Als er zich voorwerpen vóór de lens van de
vooruitrijcamera (FSC) bevinden, zelfs een doorzichtige sticker, zullen deze de
lens blokkeren met als gevolg dat het systeem niet correct kan functioneren.
lNeem contact op met een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur alvorens reparaties rondom de achteruitkijkspiegel uit te voeren.
lHoud het gedeelte van de voorruit rondom de vooruitrijcamera (FSC) altijd
schoon. Als de voorruit beslaat, deze ontwasemen met behulp van de
voorruitontwaseming.
lZorg er voor bij het reinigen van de voorruit dat er geen glasreiniger of soortgelijke
vloeibare reinigingsmiddelen op de lens van de vooruitrijcamera (FSC)
terechtkomen. Raak ook de lens van de vooruitrijcamera (FSC) niet aan.
lRaadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda reparateur
voor wat betreft het reinigen van de binnenzijde van de voorruit rondom de
vooruitrijcamera (FSC).
4-100
Tijdens het rijden
Schakelaars en regelaars